Heilige van de maand

 Startpagina

                     PRAXEDIS FERNANDEZ

                                              (1886 –1936)

                     

                                           

Wellicht heeft de lezer de naam van deze Dienares van God nog nooit gehoord. Door Spaanse vrienden kwam ik lang geleden in betrekking met de zoon van deze heilige vrouw:

padre Enrique Fernández O.P. die mij heel wat informatie bezorgde over zijn heilige moeder; graag wil ik anderen laten kennis maken met deze merkwaardige moeder.

 Het begin. 

Práxedes Femández Garcia is een Spaanse. Ze behoort tot een volk dat ons grote heiligen schonk, die ook bij ons geen onbekenden zijn: Dominicus, Ignatius van Loyola, de grote Teresia van Avila en Jan van het Kruis. Ze werd geboren op 21 juli 1886 te Sueros een bergdorpje in Noord-Spanje. Haar ouders waren eenvoudige maar toch goede gelovigen. In de streek hielden de zusters dominicanessen op eigen middelen een school open. Daar kreeg ze haar eerste opleiding. Als jong meisje moest ze zowat overal een handje toesteken: koken, naaien en voor de jongere broertjes zorgen. Ze was een goede herderin, zo naar het voorbeeld van Melanie, aan wie .L. V. van La Salette verscheen. Ze droomde ervan eens in het klooster te treden. Niemand steunde haar daarbij. Haar vader drong aan op een huwelijk. Een levenskeuze is echter zeer persoonlijk. Ze had offervaardigheid en innerlijke kracht genoeg om haar vader niet te ontgoochelen.

                                         

Haar huwelijk.

Op 27-jarige leeftijd huwde ze dan op 25 april 1914 met een jongen uit een christelijke familie. Maar in het begin was het toch een beetje zoeken voor haar: haar man was toch wat vervreemd van de kerk en voor Praxedes betekende dat toch een berg van lijden. Haar onuitputtelijk geduld en haar voorbeeld werkten toch goed in op Gabriël Fernández. Ze nam haar huwelijksleven zeer ernstig op en het sacrament gafhaar de sterkte om haar man ter zijde te staan. Vier stralende jongensgezichten brachten telkens nieuw geluk in het jonge gezin.

           
     
           

Haar vier zonen heten: Celestino (1915), Arturo (1916), Enrique (1917) en Gabriel (1920). Een vreselijk ongeluk trof na zes jaar huwelijksleven het jonge gezin. De vader kwam om in een  spoorwegramp. Hij was elektricien in de mijnen. 

Weduwe.

Nu moest Praxedes instaan voor de vier jongens: de oudste was vijf jaar en de jongste amper drie dagen. Arm, eenzaam en berooid, kon het nog erger. Ze zocht een onderkomen bij haar bejaarde moeder (haar vader was ook reeds dood). Ze sliep in de armste kamer van het huis. Jarenlang moest ze zelfs op zolder haar intrek nemen. Als dienstmeid verdiende ze het brood voor haar gezin. Allerhande werk had ze te verrichten. Dat zal zo duren tot haar dood door peritonitis op 6 oktober 1936 te Oviedo, de hoofdplaats van Asturië. Dat is het kader van haar leven.

 

 

Hoger streven

 Kan men in zo een kader een heilige zoeken?
Onder een sluier van grote eenvoud ontwikkelde er zich in haar leven een wondere zielenrijkdom. Uiterlijk scheen alles zo doodgewoon. Naar de toen gangbare normen streefde ze naar de heiligheid.

Geen heiligheid zonder een leven van gebed. Leven in de tegenwoordigheid van God is voor haar een tweede natuur. Twee uren per dag brengt ze in meditatie door. Het was geen moeilijkheid voor haar om God overal te ontmoeten. Haar tijdgenoten zagen het en haar brieven bewijzen het. In haar dorp stond er geen kerk. Dus dagelijkse mis en communie in een ander dorp. Een dag zonder mis was voor haar een dag zonder zon.

In het gezin werd dagelijks de rozenkrans gebeden, zoals het hier in Vlaanderen toen veelal ook gebruikelijk was.

Het lijden van Christus riep haar op tot medeleven en meditatie in de kruisweg. Haar godsvrucht was solide. Evenwichtig was haar visie omdat ze er zeer bewust van was dat plichten van staat per se heel wat zelfbeheersing eisen zonder dat men het bijna weet. Zo een moederhart wordt dan als een gewijd altaar .

Een woord dat men niet veel meer hoort is 'boete'. Schijnt van de oude tijd. Praxedes was lid van de dominicaanse derde orde of lekenbeweging. Uit die leefregel en de levens der heiligen had ze de overtuiging opgedaan dat een beheerste levenshouding een christen wegvoert uit een egoïstische beperktheid. Bij haar was dat zo doorgedrongen dat ze niet anders kon dan regelmatig te vasten. Op het einde van haar leven at ze slechts eenmaal per dag, soms tevreden met wat de anderen in hun bord achterlieten. Wat men vroeger alleen in kloosters tegenkwam -een gesel - was haar ook niet vreemd. Wanneer ze ' s winters naar de mis opstapte - zeer vroeg - gebruikte ze een mijnwerkerslamp om de weg te vinden. Vast was ze besloten nooit haar beklag te doen. Dat ze soms om haar levensstijl minachting moest ondergaan, vond ze bijna normaal.

Deugd der liefde naar anderen toe: de armen. 

Welke deugd viel bij haar het meest op?

Alles wijst erop dat ze de liefde tot de armen en behoeftigen heldhaftig beleefde. Voor de armen spaarde ze het eten uit haar mond, want ontbijt en avondmaal gingen naar de armen. Bij, afwezigheid van haar moeder herbergde ze dagenlang een bedelaar en hij werd dan nog behandeld als kind van den huize. Hoe dikwijls trok ze op ziekenbezoek. Haar voorkeur ging naar de meest afzichtelijke: wonden verzorgen, bedden opmaken, wassen en plassen, moed inspreken maar vooral aanstuwen tot het ontvangen van de sacramenten. 'Een engel van troost' zo kunnen we haar wel noemen 

De wijze opvoedster. 

Haar jongens wilde ze zien opgroeien als flinke mannen. Het familiegebed deed zijn werk. Al vroeg leerde zij hen de weg naar de communiebank en het biechtsacrament. Haar jongens moesten de sterke steun van een vaderhart missen. Toch was ze niet enggeestig. Ook hun staatsburgerlijke opvoeding ging haar ter harte. En God beloonde haar. Een zoon trad binnen in de dominicanenorde en werd missionaris in Californië.

Maar ook in het gezin sloeg de beproeving weer toe. Elf jaar na de dood van haar man verongelukte haar tweede zoon, Arthur, in een treinramp. De jongen was vijftien jaar. Ze leefde in grote onrust omdat hij, evenals zijn vader, niet had kunnen biechten voor hij stierf. Maar ze kreeg een grote genade; na de gregoriaanse missen kreeg ze de zekerheid dat haar lieve zoon bij God was. Iets wat we niet mogen uit het oog verliezen, is dat in 1934 de burgeroorlog was uitgebroken. Een communist stond haar zelfs naar het leven. Ontelbaren zijn het slachtoffer geworden van de burgeroorlog. Honderden priesters en kloosterlingen werden vermoord en gefusilleerd, kerken en kloosters verwoest. Onlangs werden nog honderden zalig verklaard omdat ze als martelaar vielen voor hun geloof.

Het einde 

Negen dagen voor haar dood deed ze nog een grote inspanning om te communie te gaan. Ongemerkt verliet ze haar ziekbed.; om de huisgenoten te verschalken had ze dekens en kussens in haar bed verstopt. Ze stierf te Oviedo op 6 oktober 1936, toen de stad door de communisten werd omsingeld. Tussen debombardementen door durfde men alleen' s nachts nog het nodige gaan halen. Gelukkig dat haar jongste zoon Gabriel - hij zal later ingenieur worden - bij haar was. Haar laatste woorden waren: "Ik heb nog zoveel te zeggen.. .nu vergeet ik het. . ." Ze sterft rustig met de paternoster in de hand.. Haar moeder zegt nog :"Het is een heilige, een heilige". Ze werd opgebaard in het franciscaans habijt en het dominicaans schapulier. Ze was immers lid van de dominicaanse derde orde, maar heel haar leven had ze een grote verering aan de dag gelegd voor de Zanger van Gods Liefde: Franciscus van Assisi.

Haar oudste zoon was advocaat, de tweede wachtte haar op in de hemel en de derde, padre Enrique, dominicaan, studeerde in Salamanca. 

Faam van heiligheid

Sedert haar overlijden heeft de spiritualiteit een hele evolutie doorgemaakt. De accenten zijn veranderd. De beleving van het evangelie heeft onder invloed van de secularisatie een wijziging ondergaan. Haar leven echter verliep nog helemaal volgens het klassiek patroon: voorzeggingen, visioenen, aanvallen van de duivel en wonderen. Heiligen zijn ook kinderen van hun tijd en het streven naar heiligheid is er ook door gekleurd.

Wat moeten wij dan in haar bewonderen, wij mensen van de 21 ste eeuw? Vooreerst de grote heilswaarde die ze beleefde in het huwelijkssacrament. Welke een heilzame invloed had ze niet op haar man? Haar heldhaftig leven om een goed opvoeding te bezorgen aan haar kinderen. Alles in haar leven was doordesemd met gebed. Haar naastenliefde was aanstekelijk. Iedere dag van haar leven, hoe gewoon ook, werd buitengewoon goed beleefd. Wat toch echt opvalt, is dat in een arbeidersmilieu mooie bloemen van heiligheid kunnen open bloeien. 

Intussen is ook haar zaligverklaringproces ingezet sedert 1957. Twee mirakelen werden weerhouden. We weten dat Gods molen soms langzaam maalt. In 1960 werd het diocesaan proces reeds afgesloten en in 1994 werd de 'Positio' over haar deugdenleven gepubliceerd. Hoelang heeft P. Damiaan niet moeten wachten op een zaligverklaring? Maar tijdgenoten oordelen vaak correct wanneer ze in contact komen met hoogstaande medemensen: "Nooit heb ik hier op de wereld iemand gekend, aan wie ik met meer genoegen een naam zou willen geven die alleen behoort aan Gods dienaren na hun dood, de naam van een heilige. Nooit heb ik iemand gekend, die zo onbewust toonde wat velen, naar ik hoop, bezitten, een algehele en onvoorwaardelijke overgave van zichzelf aan Gods wil in denken, spreken en doen."

Mocht Praxedes voor velen zo een inspiratiebron en voorspreekster blijven.

F. De Bouck, Brugge