Haar vier zonen heten: Celestino (1915), Arturo (1916), Enrique (1917)
en Gabriel (1920). Een vreselijk ongeluk trof na zes jaar huwelijksleven
het jonge gezin. De vader kwam om in een
spoorwegramp. Hij was elektricien in de mijnen.
Weduwe.
Nu moest Praxedes instaan voor de vier jongens: de oudste was vijf jaar
en de jongste amper drie dagen. Arm, eenzaam en berooid, kon het nog
erger. Ze zocht een onderkomen bij haar bejaarde moeder (haar vader was
ook reeds dood). Ze sliep in de armste kamer van het huis. Jarenlang
moest ze zelfs op zolder haar intrek nemen. Als dienstmeid verdiende ze
het brood voor haar gezin. Allerhande werk had ze te verrichten. Dat zal
zo duren tot haar dood door peritonitis op 6 oktober 1936 te Oviedo, de
hoofdplaats van Asturië. Dat is het kader van haar leven.

Hoger streven
Kan men in zo een kader een heilige zoeken?
Onder een sluier van grote eenvoud ontwikkelde er zich in haar leven een
wondere zielenrijkdom. Uiterlijk scheen alles zo doodgewoon. Naar de
toen gangbare normen streefde ze naar de heiligheid.
Geen heiligheid zonder een leven van gebed. Leven in de tegenwoordigheid
van God is voor haar een tweede natuur. Twee uren per dag brengt ze in
meditatie door. Het was geen moeilijkheid voor haar om God overal te
ontmoeten. Haar tijdgenoten zagen het en haar brieven bewijzen het. In
haar dorp stond er geen kerk. Dus dagelijkse mis en communie in een
ander dorp. Een dag zonder mis was voor haar een dag zonder zon.
In het gezin werd dagelijks de rozenkrans gebeden, zoals het hier in
Vlaanderen toen veelal ook gebruikelijk was.
Het lijden van Christus riep haar op tot medeleven en meditatie in de
kruisweg. Haar godsvrucht was solide. Evenwichtig was haar visie omdat
ze er zeer bewust van was dat plichten van staat per se heel wat
zelfbeheersing eisen zonder dat men het bijna weet. Zo een moederhart
wordt dan als een gewijd altaar .
Een woord dat men niet veel meer hoort is 'boete'. Schijnt van de oude
tijd. Praxedes was lid van de dominicaanse derde orde of lekenbeweging.
Uit die leefregel en de levens der heiligen had ze de overtuiging
opgedaan dat een beheerste levenshouding een christen wegvoert uit een
egoïstische beperktheid. Bij haar was dat zo doorgedrongen dat ze niet
anders kon dan regelmatig te vasten. Op het einde van haar leven at ze
slechts eenmaal per dag, soms tevreden met wat de anderen in hun bord
achterlieten. Wat men vroeger alleen in kloosters tegenkwam -een gesel -
was haar ook niet vreemd. Wanneer ze ' s winters naar de mis opstapte -
zeer vroeg - gebruikte ze een mijnwerkerslamp om de weg te vinden. Vast
was ze besloten nooit haar beklag te doen. Dat ze soms om haar
levensstijl minachting moest ondergaan, vond ze bijna normaal.
Deugd der liefde naar anderen toe: de
armen.
Welke deugd viel bij haar het meest op?
Alles wijst erop dat ze de liefde tot de armen en behoeftigen heldhaftig
beleefde. Voor de armen spaarde ze het eten uit haar mond, want ontbijt
en avondmaal gingen naar de armen. Bij, afwezigheid van haar moeder
herbergde ze dagenlang een bedelaar en hij werd dan nog behandeld als
kind van den huize. Hoe dikwijls trok ze op ziekenbezoek. Haar voorkeur
ging naar de meest afzichtelijke: wonden verzorgen, bedden opmaken,
wassen en plassen, moed inspreken maar vooral aanstuwen tot het
ontvangen van de sacramenten. 'Een engel van troost' zo kunnen we haar
wel noemen
De wijze opvoedster.
Haar jongens wilde ze zien opgroeien als flinke mannen. Het familiegebed
deed zijn werk. Al vroeg leerde zij hen de weg naar de communiebank en
het biechtsacrament. Haar jongens moesten de sterke steun van een
vaderhart missen.
Toch was ze niet enggeestig. Ook hun
staatsburgerlijke opvoeding ging haar ter harte. En God beloonde haar.
Een zoon trad binnen in de dominicanenorde en werd missionaris in
Californië.
Maar ook in het gezin sloeg de beproeving weer toe. Elf jaar na de dood
van haar man verongelukte haar tweede zoon, Arthur, in een treinramp. De
jongen was vijftien jaar. Ze leefde in grote onrust omdat hij, evenals
zijn vader, niet had kunnen biechten voor hij stierf. Maar ze kreeg een
grote genade; na de gregoriaanse missen kreeg ze de zekerheid dat haar
lieve zoon bij God was. Iets wat we niet mogen uit het oog verliezen, is
dat in 1934 de burgeroorlog was uitgebroken. Een communist stond haar
zelfs naar het leven. Ontelbaren zijn het slachtoffer geworden van de
burgeroorlog. Honderden priesters en kloosterlingen werden vermoord en
gefusilleerd, kerken en kloosters verwoest. Onlangs werden nog honderden
zalig verklaard omdat ze als martelaar vielen voor hun geloof.
Het einde
Negen dagen voor haar dood deed ze nog een grote inspanning om te
communie te gaan. Ongemerkt verliet ze haar ziekbed.; om de huisgenoten
te verschalken had ze dekens en kussens in haar bed verstopt. Ze stierf
te Oviedo op 6 oktober 1936, toen de stad door de communisten werd
omsingeld. Tussen debombardementen door durfde men alleen' s nachts nog
het nodige gaan halen. Gelukkig dat haar jongste zoon Gabriel - hij zal
later ingenieur worden - bij haar was. Haar laatste woorden waren: "Ik
heb nog zoveel te zeggen.. .nu vergeet ik het. . ." Ze sterft rustig met
de paternoster in de hand.. Haar moeder zegt nog :"Het is een heilige,
een heilige". Ze werd opgebaard in het franciscaans habijt en het
dominicaans schapulier. Ze was immers lid van de dominicaanse derde
orde,
maar heel haar leven had ze een grote
verering aan de dag gelegd voor de Zanger van Gods Liefde: Franciscus
van Assisi.
Haar oudste zoon was advocaat, de tweede wachtte haar op in de hemel en
de derde, padre Enrique, dominicaan, studeerde in Salamanca.
Faam van heiligheid
Sedert haar overlijden heeft de spiritualiteit een hele evolutie
doorgemaakt. De accenten zijn veranderd. De beleving van het evangelie
heeft onder invloed van de secularisatie een wijziging ondergaan. Haar
leven echter verliep nog helemaal volgens het klassiek patroon:
voorzeggingen, visioenen, aanvallen van de duivel en wonderen. Heiligen
zijn ook kinderen van hun tijd en het streven naar heiligheid is er ook
door gekleurd.
Wat moeten wij dan in haar bewonderen, wij mensen van de 21 ste eeuw?
Vooreerst de grote heilswaarde die ze beleefde in het
huwelijkssacrament. Welke een heilzame invloed had ze niet op haar man?
Haar heldhaftig leven om een goed opvoeding te bezorgen aan haar
kinderen. Alles in haar leven was doordesemd met gebed. Haar
naastenliefde was aanstekelijk. Iedere dag van haar leven, hoe gewoon
ook, werd buitengewoon goed beleefd. Wat toch echt opvalt, is dat in een
arbeidersmilieu mooie bloemen van heiligheid kunnen open bloeien.
Intussen is ook haar zaligverklaringproces ingezet sedert 1957. Twee
mirakelen werden weerhouden. We weten dat Gods molen soms langzaam
maalt. In 1960 werd het diocesaan proces reeds afgesloten en in 1994
werd de 'Positio' over haar deugdenleven gepubliceerd. Hoelang heeft P.
Damiaan niet moeten wachten op een zaligverklaring? Maar tijdgenoten
oordelen vaak correct wanneer ze in contact komen met hoogstaande
medemensen: "Nooit heb ik hier op de wereld iemand gekend, aan wie ik
met meer genoegen een naam zou willen geven die alleen behoort aan Gods
dienaren na hun dood, de naam van een heilige. Nooit heb ik iemand
gekend, die zo onbewust toonde wat velen, naar ik hoop, bezitten, een
algehele en onvoorwaardelijke overgave van zichzelf aan Gods wil in
denken, spreken en doen."
Mocht Praxedes voor velen zo een inspiratiebron en voorspreekster
blijven.
F. De Bouck, Brugge