Jubilea

 Startpagina Vorige

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

                  Jarigen - briljant - diamant - goud

        - Jubileum van Luc Wouters

        - Gouden priesterjubileum van Gerard Sergier

        - Gouden priesterjubileum van Toon van den Velden

 

 

1. Jubileum van Luc Wouters, 3-7-11.

Die zondag, 3 juli, mochten wij in het bijzijn van een overvolle kerk gedenken en vieren dat we 50 jaar geleden te Izegem door de handoplegging van Mgr. Catry, gewezen bisschop van Lahore, Pakistan, tot priester werden gewijd. Het was een diep doorleefde feestelijke viering. De gezangen en gebeden samen met de aanwezigen klonken fantastisch. Het gelegenheidssermoen door P. Jan Wouters werd aandachtig beluisterd. De viering werd afgesloten met de schoolkinderen die 50 witte rozen hadden meegebracht. De receptie was overdonderend. Even later was het tijd om familie en vrienden aan de feesttafel te verwelkomen. Tussenin kwamen natuurlijk de toespraken. P. Jan Geerts, de vicaris, had inspiratie gezocht in de Fioretti van St. Franciscus en kleurde zijn toespraak aan de hand van een mooie bloemlezing. Ik laat je allen mee genieten van zijn mooi verhaal.                    P.Luk.

     In een boekje, rond het jaar 1380 geschreven, I Fioretti, bloemkens, een boek vol verhalen over Sint Franciscus, wordt het volgende verteld: Masseo, een heel goed predikant, werd wat onzeker over zichzelf en daardoor jaloers op Franciscus: want als die ergens kwam, kwamen de mensen op hem af. En ze luisterden ook liever naar Franciscus dan naar hem. Dat kon Masseo niet goed hebben. En begreep dat niet. Daarom wilde hij Franciscus eens testen om zijn nederigheid, of liever, hem op dat punt eens echt door de mand zien zakken; met een stekelige vraag: “Franciscus, gij zijt niet welsprekend. Gij zijt niet geleerd. Gij zijt niet mooi. Gij zijt maar van heel gewone afkomst. Waarom dan loopt de hele wereld U dan toch achterna?”

     Luk, heel de wereld loopt je nog niet achterna. Dat zal pas na uw heilig-verklaring gebeuren.

Maar nu alvast stel ik mij ook de vraag:

Waarom schrijven zich direct zoveel mensen in voor een bedevaart naar P. Pio, of naar Lourdes als zij weten dat gij meegaat?

Waarom vragen er zoveel mensen uit België en Nederland u voor een doop, voor een begrafenis, voor een jubileum mis?

Waarom toch hebben de leerkrachten van de niet-katholieke school graag dat ge daar zo maar eens binnen stapt?

Waarom roepen de kinderen, die u zien, al van ver: “He, pater Luk!”

Toch niet meer om uw jeugdige schoonheid?

          Ja, Luk, gij trekt, gewild of ongewild, mensen aan.

Uw blijmoedigheid, uw spontaneïteit, uw ongekunstelde vrijmoedigheid en directheid, uw eenvoud, uw goedhartigheid doorbreekt alle afstand. Gij schept gezelligheid rondom U. Gij kunt vriendschap voor U echt ontvangen.

Gij oordeelt en veroordeelt niet vlug andere mensen. Zoals gij gewoon Uzelf bent, helpt gij anderen dit ook te zijn.

Gij zijt een vrije, blije vogel met veel daadkracht en levensmoed, die van het leven en van de mensen houdt, en hebt niet liever dan dat anderen dit ook doen.

Waarom…. Ja.

En waarom vroeg men U hier al zo dikwijls om de leiding te nemen van onze fraterniteit?

Waarom vroeg men U ook eens om als definitor toe te treden tot het provinciebestuur?

Bij deze taken komen die persoonlijke kwaliteiten die ik noemde heel goed van pas. En dikwijls denk ik: wat hebben we geluk met een gardiaan die ons zoveel ruime geeft om ons geweten te volgen! Wat hebben we geluk met iemand die zoveel daadkracht heeft, die zoveel praktische en materiële problemen direct kan en wil oplossen. Wat had bijvoorbeeld Br. Xavier geluk toen gij meteen krachtdadig en doeltreffend ingreep toen hij een hartaanval kreeg?

Wat hebben wij geluk met iemand die ons de mooie kant van het leven doet zien en die in veel opzichten ons, oude mensen, een goed tegenwicht biedt!

          Luk, om uw pastor zijn, uw herder zijn van Meersel-Dreef (het dorp waarmee gij U altijd verbazend sterk identificeert) en al evenzeer van in onze frateriteit, verdient het dat ik in naam van de fraterniteit deze weinige verbale bloemkens, fioretti, aanbied.

Ik ben blij dat gij dit alles nu eens geduldig wilt aanhoren. Met deze daad van ‘gehoorzaamheid’ wil ik U feliciteren.

En ik eindig met dezelfde woorden waarmee de schrijver van I Firoretti steevast elk van de verhalen afsloot: “Tot lof van Christus. Amen.”

Moge Christus en Franciscus U bij dit pastor zijn steeds inspireren

Jan.

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

2. Gouden Priesterjubileum van Gerard Sergier op 15 augustus in Meersel-Dreef.

Op 15 augustus vierde onze medebroeder Gerard Sergier zijn gouden priesterjubileum met een mooie eucharistieviering in de namiddag.

Er bereikte ons geen verslagje van dit jubileum. We weten wel dat br. Gerard aan Jan Wouters gevraagd had om de homilie te houden. Hij mocht daarin niets zeggen over de persoon van de gevierde maar hij kreeg de wenk om iets te zeggen “over de spiritualiteit van een franciscaan-kapucijn-priester”. En zo gebeurde.

Omdat wij allen inspiratie kunnen vinden in de homilie van Jan, geven we ze hier weer.

 

Beste medebroeder Gerard,

Beste medebroeders, familieleden en vrienden van de jubilaris,

Toen br. Gerard me enkele weken geleden vroeg te preken in de eucharistieviering van zijn gouden priesterjubilee, voegde hij er aan toe: ‘En ik zou willen dat je niet over mij spreekt.’ ‘Graag wil ik dat je ons iets zegt over de spiritualiteit van een franciscaan-kapucijn- priester’.

Daar stond ik dan. ‘Niets over hemzelf’!

Maar onmiddellijk viel me te binnen: Eigenlijk maakt hij het me wel gemakkelijk. Want Franciscus heeft een duidelijke opvatting over ‘eucharistie’ en ‘priester-zijn’, die ons kan inspireren tot een vruchtbaar pastoraal leven. En daarover een preek houden past bovendien bij het feest van Maria dat wij uitgerekend vandaag mogen vieren.

Nu dan:

Onze stichter Sint Franciscus was zelf geen priester. We mogen aannemen dat hij wel diaken was. Misschien vond hij zich niet waardig priester te zijn. Want een priester beschouwde hij als iemand met een uitzonderlijke opdracht. Hij is iemand die Jezus ter wereld brengt.
Franciscus zag het leven van een priester dus in een ‘mariale functie’. Zoals Maria in haar schoot Jezus ontving, Hem bewaarde en koesterde, en Hem na 9 maanden ter wereld bracht ten dienste van de mensen, zo doet ook de priester in elke eucharistieviering. Tijdens de mis ontvangt hij Jezus. Hij bewaart Hem en spreekt tot Hem. En brengt Hem bij de mensen in de communie.

Maar hij moet dit niet alleen in de mis doen. Heel zijn leven moet mariaal zijn. In het sacrament van de priesterwijding ontvangt hij zijn Zaligmaker. Hij gaat met Hem om; in zijn gebed onderhoudt hij zich met Hem voortdurend. En hij brengt Hem bij de mensen in zijn omgang met hen en in heilige werken. Heel zijn leven doet hij eigenlijk wat hij op een heel intense wijze doet in een eucharistieviering: Jezus ontvangen, in zich dragen en ter wereld brengen ten bate van de medemensen.

Eigenlijk verwacht Franciscus deze manier van leven van elke gedoopte, van elke christen dus. Maar voor de priester geldt dit meer dan voor anderen.

Franciscus wordt vaak een ‘eucharistische heilige’ genoemd.

Ik las onlangs dat alle grote periodes van de Kerk, periodes waren van vurigheid voor de eucharistie. En dat alle periodes van verval en moeilijkheden, periodes waren waarin men de eucharistie vergat.

Welnu, Franciscus leefde in een tijd waarin de aandacht voor de eucharistie volop in ontwikkeling kwam. Er werd een concilie over gehouden (waar Franciscus waarschijnlijk aanwezig was), en er waren heiligen die vooral gekend waren voor hun eucharistische vroomheid. Ik noem slechts enkele tijdgenoten van hem: Juliana van Cornillon, Lutgardis, Clara. Zij legden, zoals Franciscus zelf, in hun religieus leven de klemtoon op de innerlijke beleving, op de omgang met Jezus in de eucharistie.

Dit bracht een nieuw élan mee in de mystiek en de beschouwing.

Franciscus zal deze weg van persoonlijk omgaan met God, met Christus, zelf ten diepste beleven. Hij zal die ook aanprijzen bij zijn broeders. Het gezamenlijk gebed bleef belangrijk in zijn broederschap. Maar de innerlijke beleving was noodzakelijk. Want in het dagelijks spreken met de Heer kon de blijde boodschap groeien die de priester (en elke broeder en christen) moest verkondigen in zijn daden. Wij lezen over hem dat hij tijdens de eucharistieviering zich heel verbonden voelde met wat er gebeurde op het altaar. En na de mis zat of liep hij dan biddend na te denken over wat hij daarin gehoord en gezien had, uren lang, heel de dag door soms. Heel zijn dag werd dan één uitgesponnen eucharistieviering. Zo beleefde hij het.

Zijn verkondiging ontsproot op die manier uit een diepe en stille beleving van een grote vriendschap met de Heer.

Maar Franciscus zocht daarin geen groot vertoon. Ook hierin was hij mariaal. Zoals Maria zei ook hij: ‘Zie de dienstmaagd des Heren’. In dienende liefde wilde hij op de eerste plaats het evangelie verkondigen door zijn daden. Op deze manier bracht hij Jezus bij de mensen.

Wij lezen dat hij melaatsen ging wassen in de leprozerieën. Dat hij de bijbel van de gemeenschap verkocht om eten te geven aan een uitgehongerde vrouw. Dat hij zijn mantel weggaf aan een schaars geklede man in de sneeuw… Dàt was zijn eerste manier om de Jezus van het evangelie bij de mensen te brengen. Dat had meer effect dan mooie woorden. Niet dat hij daardoor wilde opvallen. Maar deze daden waren het natuurlijk gevolg van zijn innerlijke omgang met de Heer. Het brood van de eucharistie maakte hem meer gelijkvormig aan Jezus en hielp hem om te leven zoals Jezus het heeft voorgedaan.

En die levenswijze prees Franciscus aan bij de priesters. Hij verwachtte van hen dat zij niet alleen ‘broeder’ waren van hun medemensen. Maar tevens ‘moeder’, zoals Maria. D.w.z. dat hij met liefde, en zorg, en tederheid, de ander draagt en tot nieuw leven brengt.

En ‘die ander’ is dan op de eerste plaats: Jezus. En tegelijkertijd is die ander: de medemens.

Broeder Gerard, dit zijn enkele trekken uit de franciscaanse spiritualiteit die inspiratie kunnen geven aan de priester, - maar ook aan alle christenen, - om onder vele vormen het priester-zijn vruchtbaar te beleven.

Ik denk, ik ben er zeker van, dat jij ook in alle stilte zulk leven betracht.

Moge Franciscus u, op deze jubileumdag van uw priesterschap, willen zegenen met de zegen die Clara zo lief was, en die luidt: Moge de Heer altijd bij u zijn, en gij altijd bij Hem.

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

3. Gouden priesterjubileum Toon van de Velden (3-4 september)

Over het gouden priesterjubileum van Toon van de Velden bereikte ons geen geschreven verslag. Maar een ‘ooggetuige’ wist te melden dat er op zaterdagavond een mooie eucharistieviering plaats had in de kraaknette paterskerk van de St.Antoniusparochie. Pastoor Toon ging voor, pater Paul sprak waarderende woorden en de verschillende koren van de parochie zetten hun beste beentje (= stem) voor. De ballonnen en bloemen en de woorden van waardering en de hele overvloedige receptie lieten aanvoelen dat onze medebroeder Toon erg gewaardeerd wordt in de parochie.

Dezelfde ooggetuige wist te melden dat hiermee het feest niet ten einde was. Want na de hoogmis op zondagmorgen zaten de medebroeders, de broers en zussen van Toon en zijn naaste medewerkers van het parochieteam en de kerkfabriek aan een feestdis in de refter-living van de fraterniteit.

Er werd gevierd met een dankbaar hart, en ook Toon was dankbaar.

Want op een kaartje schreef hij enkele dagen later:

Lieve mensen,

om de feestelijkheden rond mijn

GOUDEN PRIESTERJUBILEUM

af te ronden zeg ik heel gemeend

DANKJEWEL

voor de inzet van de voortrekkers en hun helpers,

voor de samenzang van onze koren

voor de hapjes en de drankjes

voor de gelukwensen en de bloemen,

voor de (mis)wijn en de kaarten…

ook voor de “ballonkaartjes”,

die –vaak met een lieve wens –

werden teruggestuurd uit mijn vaderland.

Deze misschien maar kleine dingen

zorgden ervoor dat 3 september

voor mij een onvergetelijke dag zal blijven,

waaraan ik nog vaak

“met een dankbaar hart”

terug zal denken.

Ook namens mijn familie:

“Hartelijk dank voor alles!”

Van harte,

Pater Toon

 

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011