Op 15 augustus
vierde onze medebroeder Gerard Sergier zijn gouden priesterjubileum met
een mooie eucharistieviering in de namiddag.
Er bereikte ons
geen verslagje van dit jubileum. We weten wel dat br. Gerard aan Jan
Wouters gevraagd had om de homilie te houden. Hij mocht daarin niets
zeggen over de persoon van de gevierde maar hij kreeg de wenk om iets te
zeggen “over de spiritualiteit van een franciscaan-kapucijn-priester”.
En zo gebeurde.
Omdat wij allen
inspiratie kunnen vinden in de homilie van Jan, geven we ze hier weer.
Beste medebroeder
Gerard,
Beste medebroeders,
familieleden en vrienden van de jubilaris,
Toen br. Gerard me
enkele weken geleden vroeg te preken in de eucharistieviering van zijn
gouden priesterjubilee, voegde hij er aan toe: ‘En ik zou
willen dat je niet over mij spreekt.’ ‘Graag wil ik dat je ons
iets zegt over de spiritualiteit van een franciscaan-kapucijn-
priester’.
Daar stond ik dan.
‘Niets over hemzelf’!
Maar onmiddellijk
viel me te binnen: Eigenlijk maakt hij het me wel gemakkelijk. Want
Franciscus heeft een duidelijke opvatting over ‘eucharistie’ en ‘priester-zijn’,
die ons kan inspireren tot een vruchtbaar pastoraal leven. En daarover
een preek houden past bovendien bij het feest van Maria dat wij
uitgerekend vandaag mogen vieren.
Nu dan:
Onze stichter
Sint Franciscus was zelf geen priester. We mogen aannemen dat hij
wel diaken was. Misschien vond hij zich niet waardig priester te zijn.
Want een priester beschouwde hij als iemand met een uitzonderlijke
opdracht. Hij is iemand die Jezus ter wereld brengt.
Franciscus zag het leven van een priester dus in een ‘mariale
functie’. Zoals Maria in haar schoot Jezus ontving, Hem bewaarde en
koesterde, en Hem na 9 maanden ter wereld bracht ten dienste van de
mensen, zo doet ook de priester in elke eucharistieviering. Tijdens de
mis ontvangt hij Jezus. Hij bewaart Hem en spreekt tot Hem. En brengt
Hem bij de mensen in de communie.
Maar hij moet dit
niet alleen in de mis doen. Heel zijn leven moet mariaal zijn. In
het sacrament van de priesterwijding ontvangt hij zijn Zaligmaker. Hij
gaat met Hem om; in zijn gebed onderhoudt hij zich met Hem voortdurend.
En hij brengt Hem bij de mensen in zijn omgang met hen en in heilige
werken. Heel zijn leven doet hij eigenlijk wat hij op een heel intense
wijze doet in een eucharistieviering: Jezus ontvangen, in zich dragen en
ter wereld brengen ten bate van de medemensen.
Eigenlijk verwacht
Franciscus deze manier van leven van elke gedoopte, van elke christen
dus. Maar voor de priester geldt dit meer dan voor anderen.
Franciscus wordt
vaak een ‘eucharistische heilige’ genoemd.
Ik las onlangs dat
alle grote periodes van de Kerk, periodes waren van vurigheid voor de
eucharistie. En dat alle periodes van verval en moeilijkheden, periodes
waren waarin men de eucharistie vergat.
Welnu, Franciscus
leefde in een tijd waarin de aandacht voor de eucharistie volop in
ontwikkeling kwam. Er werd een concilie over gehouden (waar Franciscus
waarschijnlijk aanwezig was), en er waren heiligen die vooral gekend
waren voor hun eucharistische vroomheid. Ik noem slechts enkele
tijdgenoten van hem: Juliana van Cornillon, Lutgardis, Clara. Zij
legden, zoals Franciscus zelf, in hun religieus leven de klemtoon op de
innerlijke beleving, op de omgang met Jezus in de eucharistie.
Dit bracht een
nieuw élan mee in de mystiek en de beschouwing.
Franciscus zal deze
weg van persoonlijk omgaan met God, met Christus, zelf ten diepste
beleven. Hij zal die ook aanprijzen bij zijn broeders. Het gezamenlijk
gebed bleef belangrijk in zijn broederschap. Maar de innerlijke beleving
was noodzakelijk. Want in het dagelijks spreken met de Heer kon de
blijde boodschap groeien die de priester (en elke broeder en christen)
moest verkondigen in zijn daden. Wij lezen over hem dat hij tijdens de
eucharistieviering zich heel verbonden voelde met wat er gebeurde op het
altaar. En na de mis zat of liep hij dan biddend na te denken over wat
hij daarin gehoord en gezien had, uren lang, heel de dag door soms. Heel
zijn dag werd dan één uitgesponnen eucharistieviering. Zo beleefde hij
het.
Zijn verkondiging
ontsproot op die manier uit een diepe en stille beleving van een grote
vriendschap met de Heer.
Maar Franciscus
zocht daarin geen groot vertoon. Ook hierin was hij mariaal. Zoals Maria
zei ook hij: ‘Zie de dienstmaagd des Heren’. In dienende liefde wilde
hij op de eerste plaats het evangelie verkondigen door zijn daden.
Op deze manier bracht hij Jezus bij de mensen.
Wij lezen dat hij
melaatsen ging wassen in de leprozerieën. Dat hij de bijbel van de
gemeenschap verkocht om eten te geven aan een uitgehongerde vrouw. Dat
hij zijn mantel weggaf aan een schaars geklede man in de sneeuw… Dàt was
zijn eerste manier om de Jezus van het evangelie bij de mensen te
brengen. Dat had meer effect dan mooie woorden. Niet dat hij daardoor
wilde opvallen. Maar deze daden waren het natuurlijk gevolg van zijn
innerlijke omgang met de Heer. Het brood van de eucharistie maakte
hem meer gelijkvormig aan Jezus en hielp hem om te leven zoals Jezus het
heeft voorgedaan.
En die levenswijze
prees Franciscus aan bij de priesters. Hij verwachtte van hen dat zij
niet alleen ‘broeder’ waren van hun medemensen. Maar tevens ‘moeder’,
zoals Maria. D.w.z. dat hij met liefde, en zorg, en tederheid, de ander
draagt en tot nieuw leven brengt.
En ‘die ander’ is
dan op de eerste plaats: Jezus. En tegelijkertijd is die ander:
de medemens.
Broeder Gerard, dit
zijn enkele trekken uit de franciscaanse spiritualiteit die inspiratie
kunnen geven aan de priester, - maar ook aan alle christenen, - om onder
vele vormen het priester-zijn vruchtbaar te beleven.
Ik denk, ik ben er
zeker van, dat jij ook in alle stilte zulk leven betracht.
Moge Franciscus u,
op deze jubileumdag van uw priesterschap, willen zegenen met de zegen
die Clara zo lief was, en die luidt: Moge de Heer altijd bij u zijn,
en gij altijd bij Hem.
Uit VOX Minorum
jg. 65, nr. 3, juli - september 2011