|
|
In deze rubriek bezoeken we onze fraterniteiten: ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. Geschiedenis van klooster, kerk en provincialaat Toen in oktober 1585 de kapucijnen naar de Nederlanden kwamen, vestigden zij zich eerst op de Paardemarkt te Antwerpen. Hun voornaamste apostolaat was toen het bestrijden van het protestantisme. Hiervoor predikten zij op markten en pleinen. In de tweede helft van de 17de eeuw werd het klooster vergroot, zodat het 65 "cellen" en 18 ziekenkamertjes telde. Op het einde van de 18de eeuw werden de religieuzen door de Franse omwentelaars verdreven. Daarna werd de kloosterkerk een parochiekerk. In 1906 werd plechtig de eerste steen van de huidige Sint-Antoniuskerk gelegd. Enkele ruimten uit vroegere tijden zijn hierbij bewaard gebleven, o.m. de sacristie. In 1856 kwamen de kapucijnen terug naar Antwerpen.
Na moeizame onderhandelingen kochten zij het gewezen klooster der Oostmallen,
kanunnikessen van Sint-Augustinus. Het was gelegen aan de Korte Winkelstraat,
een smalle doorgang tussen de Vesten en de Ossenmarkt. Het kerkje was intussen
een pakhuis geworden, met enkele verdiepingen. Het klooster was naast de kerk.
De inrijpoort gaf toegang tot een bleekplaats, een deel van de huidige tuin.
Wegens huurovereen- Tijdens de volgende jaren werden talrijke verbouwingen uitgevoerd. Op de eerste plaats voor de bewoners. Zo werden in 1907 de kamers en de ramen vergroot. In 1929 werd aan het klooster een tweede verdieping toegevoegd, ten dienste van het provinciaal bestuur. Dit bestuur zal in 1955 verhuizen naar een heel nieuw gebouw aan de Ossenmarkt. In deze jaren telde de fraterniteit ongeveer 25 religieuzen. Zij maakten zich op vele gebieden, pastoraal en sociaal, verdienstelijk. Ook de kerk werd intussen uitgebreid. Na enkele schuchtere pogingen werd ze in 1892 definiteif vergroot en verhoogd. Met de steun van milde weldoeners werden ook de meubilering en de altaren vernieuwd. De "paterskerk" werd een druk bezochte bidplaats, zowel voor de Antwerpenaars als voor de mensen uit de Kempen. Op de eerste plaats voor het biechten. Ook de Antoniusverering kende een hoge bloei. In 1929 telde de Antoniusbond 5.500 leden. Jaarlijks trokken grote groepen met speciale trams op bedevaart naar Meersel-Dreef en Herentals. De dertien dinsdagen voor het patroonsfeest op 13 juni zorgden telkens voor een bomvolle kerk. De muren van de Antoniuskapel zijn tot vandaag bekleed met dankbetuigingen. Een sociale dimensie van deze verering was het Antoniusbrood: mensen gaven brood of geld voor de armen. Zo werden in 1936 aan de kloosterdeur 22.000 broden uitgereikt. Dit gebruik bestaat tot heden, maar wel in mindere mate. Ook het kerkgebeuren is vandaag minder druk geworden. Met vieringen op de weekdagen 's morgens, én tijdens het week-end. De kerk blijft elke dag open voor biechtgelegenheid, of voor een moment van bezinning en gebed. De laatste, grote verandering gebeurde in de jaren 1984-1985. Het aantal roepingen was drastisch teruggevallen; onze kloosters waren te groot geworden. De fraterniteit kreeg na enkele aanpassingen een nieuwe leefruimte. Het eigenlijke klooster werd overgedragen aan Pax Christi, aan de Bouworde, aan het buurtwerk Kauwenberg. 2. Samenstelling van de fraterniteit
Uitwonend: - Provinciale diensten, missiesecretariaat, archief, redactie Vox Minorum - De fraterniteit woont in een deel van het klooster, in hoofdzaak het
provincialaat. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2. Samenstelling van de fraterniteit - Klaas Blijlevens, gardiaan. Uitwonend : - Silveer Vermeulen,
actief in de pastoraal van de binnenschippers
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. Beknopte geschiedenis: huis en kerk Het klooster werd gebouwd in 1896 op aanvraag van Frans Wouters, pastoor van het begijnhof te Herentals. Deze had bij testament van de Heer Judovicus Heylen een vrij belangrijke som ter beschikking gekregen om te besteden aan 'een of meerdere goede werken'. De heer Frans Wouters, in overleg met Catharina Heylen, zus van Judovicus, besloot – vooral met het oog op de werkende klasse -, tot het bouwen van een klooster voor mannelijke religieuzen. Om het te bevolken werd een beroep gedaan op de Kapucijnen. Het Provinciaal bestuur te Antwerpen ging op het aanbod in. De eerste steenlegging gebeurde in 1896. Eind mei 1897 waren kerk en klooster klaar. De 9 eerste broeders kwamen er in juni 1897. Aangezien de nieuwe stichting samenviel met het 7de eeuwfeest van de geboorte van St.-Antonius lag het voor de hand de kerk en het klooster toe te wijden aan St.-Antonius. Naast de zielzorg voor de werkende klasse zou het klooster en de kerk een centrum worden van franciscaans leven. De Antoniusverering met zijn Antoniusdagen, zijn triduüms en bedevaarten waren zo intens dat men in 1914 besloot de Antoniusgrotten te bouwen op een smalle strook naast het klooster. Ze stelden verschillende episodes voor uit het leven van St.-Antonius. De grotten boden een heilzame verpozing na de soms lange oefeningen in de kerk. In 1934 brandde het klooster af. De kerk bleef gespaard. De broeders huurden een burgerhuis in de stad, en velen bleven overnachten in de gehavende kamers. Al heel vlug werd de heropbouw georganiseerd en de werkzaamheden begonnen reeds in hetzelfde jaar. Een jaar later namen de broeders hun intrek in het vernieuwd gebouw. In 1937 werd het klooster van Herentals ook aangewezen als plaats voor de 'Eloquentia'. De jong gewijden die voor de predikatie hier te lande bestemd waren kregen hier een opleiding als predikant gedurende een jaar. De 'Eloquentia' werd opgeheven in 1962. Op 12 juni 1965 werd de kloosterkerk onder de titel van de H. Antonius opgericht als kapelanij, afhankelijk van de hoofdparochie St.-Waldetrudis. Op 12 oktober 1965 werd de kapelanij opgericht als parochie. In 1991 werd besloten tot de nieuwbouw van een rusthuis te Herentals voor eigen medebroeders. Plaats van inplanting was de tuin achter het oude klooster. Het nieuwe rusthuis met een capaciteit van 23 goed ingerichte kamers was klaar in juni 1993. De bewoners van het oude klooster namen er hun intrek op 23 juni 1993. Het oude klooster werd dan voor een groot deel afgebroken. Een stuk van de voorgevel werd behouden als verblijfplaats van de pastoor. Op het ogenblik (2001) functioneert het rusthuis met 3 bejaardenhelpsters voor een 20-tal inwoners. 2. Eigenheid van de gemeenschap Het klooster van Herentals is een rusthuis voor eigen medebroeders waarvan ook actieve medebroeders met eigen activiteiten deel van uitmaken. 3. Gewone en bijzondere activiteiten Als gemeenschap verlenen we assistentie: - Aan verschillende kloostercongregaties in de omtrek voor eucharistie en
biecht. 4. Andere gegevens Wie uitgebreide informatie wenst over de geschiedenis van het klooster van Herentals kan het boek consulteren: "KAPUCIJNEN-HERENTALS – 100 JAAR" Auteur: G. Tireliren, Het boek kan besteld worden bij: Kapucijnen, Kapucijnenstraat 9, 2200 Herentals aan de prijs van 2,50 euro verzendingskosten.
1. Een stukje geschiedenis, de kerk en het klooster In 1593 is er sprake van dat de Paters Kapucijnen zich in Ieper komen vestigen. De Spaanse bezetting heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. Later kwam men onder het bewind van Oostenrijk. Vooral in de periode 1780-1790, ten tijde van keizer Jozef II, voelt de Kerk weinig steun. De verschillende bisschoppelijke seminaries worden gesloten en vervangen door keizerlijke seminaries te Leuven en Luxemburg. Kerkelijke goederen en kloosters komen onder staatscontrole: ieder klooster moet een inventaris opmaken van zijn bezit. Bij de Ieperse kapucijnen vindt men het volgende document: "Op 16 november 1797 werd het kapucijnenklooster van Ieper publiek verkocht ". Na wereldoorlog I wordt Ieper herbouwd. Pastoor Denijs van de Sint Niklaasparochie gaat aankloppen bij de paters kapucijnen om een klooster en kerk te bouwen om zo de dienst voor het volk op te nemen, gezien er over het spoor heel wat volk woont: arbeiders en spoorwegbedienden. Op 13 maart 1923 wordt pater Ildefons tot overste benoemd van de nieuwe stichting te Ieper. . De nodige fondsen worden ingezameld. De heer Coomans uit Ieper is uitgekozen als bouwmeester. De heer Van Eeghem uit Brugge wordt de aannemer. Het werk zal in drie fases verlopen. ** De kerk en hospitium, dit is het huidige klooster, tot aan de gang die kerk en klooster verbindt, wordt eerst afgewerkt. De aanbesteding gebeurt op 19 februari 1924 en reeds op 21 september worden kerk en hospitium ingewijd. O.L.Vrouw MARIA MIDDELARES wordt de patrones van de kerk. ** De tweede fase gebeurt in 1925: de verdere voltooiing van het klooster zoals het er nu nog staat. ** De derde fase en de laatste volgt onmiddellijk op de tweede: buitenwerk met de stenen dammen, omheining, serres en hof. Alles is kant en klaar op 1 mei 1926. In 1958 begint een nieuwe fase in de geschiedenis van de kapucijnen te Ieper. Op 15 oktober 1956 had Mgr. De Smedt, bisschop van Brugge, zich gewend tot Z.E.P. Provinciaal met het voorstel de zielzorg van de parochianen van de St-Niklaasparochie die over de oude vaart wonen, rechterlijk aan de paters kapucijnen toe te vertrouwen. De paters oefenden immers op zeer verdienstelijke wijze in deze omgeving apostolaatswerk uit. Vermits de Orde der kapucijnen in principe geen parochies aanvaarden, verwijst de provinciaal naar het hoogste bestuur der kapucijnen in Rome. Op 7 april 1957 verleent de congregatie voor religieuzen op haar beurt, aan de Vlaamse kapucijnen de toelating om in die buurt van Ieper parochiewerk te aanvaarden. Op 21 april 1958 keurt het generaal bestuur van de orde, die intussen alle voorwaarden en overeenkomsten heeft onderzocht, de uitvoering goed. Op 26 april 1958 wordt Mgr. De Smedt op de hoogte gebracht van die goedkeuring en bij decreet van 24 mei bepaalt hij dat met ingang van 1 juni 1958 de kloosterkerk van de paters kapucijnen te Ieper tot parochiekerk onder de titel O.L.V.-Middelares. Enkele dagen later benoemt de bisschop, op voordracht van het provinciaal bestuur der kapucijnen, Frans Vandewalle, pater Herman, tot eerste pastoor. In 1969 werd hij opgevolgd als pastoor door pater Jan Scheerlinck die in 1979 wordt opgevolgd door pater Luc Hessel. Sedert 1982 is pater Boni Van Looveren er pastoor. In 2000 werd de parochie opgenomen in de Federatie Ieper- Stad. Onze dankbaarheid gaat uit naar alle kapucijnen die hier gewoond hebben en nog wonen. Door gebed, door broederlijke genegenheid, door dienstbaarheid in het dagdagelijkse leven, hebben zij getuigenis afgelegd van de Blijde Boodschap. In hun spoor mag de parochie verder werken en oogst ze nu de vruchten van toegewijde inzet al die jaren. Uit het jaarwerk van " Onze Lieve Vrouw Middelares " van Saar Deroo en Miet Durnez noteren we het volgende over stijl, architectuur, kunstvoorwerpen en decoratie: "Deze kerk heeft een voorgeplaatst westportaal, een beuk van twee brede traveeën en een koor van een brede travee met twee kleine zijkoren met rechte sluiting. De vierkante noordoosttoren is deels vrijstaand. Het is een georiënteerd eclectisch kerkgebouw waarvan de architecturale uitwerking aanleunt bij het "school neoromaans". Kenmerkend is de uitwerking die overheerst, de vensters en deuren met rondbogen en de vrij sobere bouwzijde. de gevel is uitgewerkt met steunberen, de muurvlakken zijn afgelijnd door tandlijsten die onder meer klimmen bij de westelijke en oostelijke puntgevels met bijkomend boogfries en/of casementen. De toren heeft op elkaar gestelde hoeksteunberen en een tentdak. De kerk daarentegen heeft een leien zadeldak. Wanneer je recht voor de kerk staat zie je dat ze ook zeer symmetrisch gebouwd is. De vier vensters, twee grote in het midden ingesloten door twee kleinere, komen telkens terug, niet alleen vooraan maar ook achteraan en in de zijmuren. Ook de kleine, ronde glas-in-loodramen ( oculi ) vinden we meerdere keren terug. De kerk is gebouwd met gele bakstenen en heeft een parament van arduin. Wanneer je even binnen kijkt, zie je dat de bepleisterde en grijsbeschilderde zaalkerk enkele neobyzantijnse kenmerken vertoont namelijk de drie pseudo-koepels, ingebouwd in het zadeldak. Er wordt ook veelvuldig gebruik gemaakt van vierkante pijlers en ronde of achthoekige zuilen. Deze achthoekige zuilen hebben een kapiteel versierd met druiventrossen.
Verklaring. In de oostelijke muur in de kerk zitten vier glas-in-loodramen met afbeeldingen van franciscaanse heiligen: de heilige Bonaventura, de heilige Lodewijk, de heilige Clara en de heilige Elisabeth. De glasramen hebben felle kleuren zoals scharlakenrood en indigoblauw. Rond de figuren is er een omlijsting van groene bladen. Helemaal bovenaan, ingebouwd in de koepel, heb je een rond glasraam die het Lam Gods afbeeldt. De andere glas-in-loodramen zijn niet beschilderd, behalve een groen-blauwe omlijsting. Ze hebben een visnetmotief. Boven de vier gebrandschilderde ramen achteraan, hangt een groot zwart kruis. Op een rand onder de vensters staan, links en rechts de beelden van Moeder Maria en de Apostel Johannes.
Onder het rechtergangetje (5) staat het beeld van de Heilige Antonius met kind. Vooraan in de kerk, onder de zuilengalerij (2) staan links en rechts nog twee beelden. Links staat het nieuwe beeldje van Pater Pio. Rechts staat het beeld van de heilige Jozef met kind. Men voelt zich ook aangesproken door de kruisweg. In de kerk vinden we vier biechtstoelen (8) uit hout. Ze zijn versierd met bas-reliëfs. Wat zeker moet vermeld worden is de kunstvolle wijze waarop altaar, lezenaars, evangeliestaander en decoratie achter en naast het altaar vervaardigd is geworden uit de preekstoel en biechtstoelen van de vorige Sint Niklaaskerk. 2. Opdrachtverklaring Franciscushuyze. Zo noemen wij ons huis
3. De bewoners Br. Boni Van Looveren In 1981 vervoegde Br. Boni na vijftien jaar missionaris in Congo zich bij de fraterniteit. Vanaf die tijd tot in juni 2000 gaf hij catechese aan de lagere school op de parochie. Vanaf 1982 is hij pastoor van de parochie. Vanaf 2000 werd de parochie opgenomen in de Federatie Zalige Margareta van Ieper. Al vele jaren is hij gardiaan van Franciscushuyze. Het reilen en zeilen van dit huis is zijn eerste zorg. Samen met een parochiaal team en vele anderen weet hij de parochiegemeenschap uit te bouwen tot een dynamische en levend geheel. Niet alleen in een sociaal menselijk contact maar ook in een liturgisch-sacramenteel handelen brengt hij Christus dicht bij mensen. Uitwonend lid: Br. Kenny Brack In 2000 kwam hij onze fraterniteit
versterken. Op maandag 10 juli 2006 werd hij door Mgr. Roger Vangheluwe tot
pastoor benoemd in de federatie Heuvelland. Hij werd aangesteld op zaterdag 26
augustus 2006. Hij verblijft te Hellegatstraat 2, 8954 Westouter. Hij heeft de
pastorale zorg over de parochies Westouter en Loker. Op zondag gaat hij
voor in de eucharistievieringen te Wijtschate. Sinds 1982 behoort Agnes Coopman tot de bewoners van Franciscushuyze. Zij verzorgt het huishouden en is de gastvrouw in huis. In Franciscushuyze is ze voor bewoners en gasten een goede moeder. 4. Activiteiten Ons huis is een open huis. De drempel aan de voordeur ligt niet hoog, die van de zijdeur eveneens. Langs het achterpoortje is men zo binnen en voelt men zich onmiddellijk thuis. De kerk is over dag altijd open om te zeggen: kom binnen en verwijl een poosje bij de Heer en zijn geliefden. Deze gebedsruimte nodigt tot rust en bezinning. Parochiale werkgroepen en verenigingen, onze koren en jongeren, een gebedsgroep en een leesgroep mogen er zich thuis voelen in Franciscushuyze. Mensen uit Ieper en omgeving ervaren Franciscushuyze als een plaats van gebed en geloofsbezinning. Velen vinden steun, bemoediging, kracht en troost bij Moeder Maria, de H.Antonius en Pater Pio. Voor een gezellige babbel, een goede raad, een woord van troost en opbeuring vinden veel mensen de weg naar Agnes en de drie broeders.
1. Beknopte geschiedenis: Huis, Kerk, Park …………: Het klooster werd opgericht in 1900 naar plans, getekend door onze medebroeders Stanilas uit Brugge en Simon uit Ingelmunster. Op 28 september 1901 werd de nieuwe kloostergemeenschap samengesteld en kwamen de eerste 9 paters en een 30-tal fratertheologen uit Brugge naar Izegem. De Derde Orde, die sinds lang bestond op de St. Tilloparochie, kwam in december 1901 naar de Paterskerk. In maart 1902 volgde de vrouwelijke tak. Uit deze Derde Orde ontsproten tal van sociaal-godsdienstige werken. Augustus 1914: ons land werd overrompeld door de Duitsers. Spontaan bood de Provinciaal al de kloosters aan als hospitaal voor het Belgisch leger. Drie jonge paters en vier broeders van het klooster te Izegem vervoegden als brancardier het leger. Op 12 september 1914 vielen de Duitsers het klooster binnen. De paters Hugo en Benedict werden als gijzelaars meegenomen, maar werden ’s anderendaags bevrijd door een Belgisch vrijwilligerskorps. Er volgde een lange sliert van ellende en onzekerheid voor de kloostergemeenschap. Vanaf 12 november 1914, tot aan het einde van de bezetting, was het ganse gebouw een Duits lazaret. De paters waren ondertussen zieke en ondergedoken pastoors gaan vervangen in de omtrek. Van 19 augustus 1917 tot 20 januari 1919 deed de kloosterkerk dienst als parochiekerk, ter vervanging van de H.Hartkerk, die door de bezetter was opgeëist. Tijdens het laatste offensief, op 14 oktober 1918, werd heel wat schade aangericht aan de kloostergebouwen door een 20-tal obussen die op en rond het klooster terecht kwamen. Daarbovenop sloegen 3 vliegtuigbommen in op het klooster op 1 november. Van 12 november 1918 tot 20 maart 1919 kreeg het klooster dan nog een 200-tal Franse soldaten te herbergen. Maar het leven gaat voort. De beschadigde gebouwen werden hersteld en de zielzorg ging voort: de nasleep van de oorlog, zoals verzwakte godsdienstzin, verval van zeden en moraal werd krachtig aangepakt. Het apostolaat werd op een nieuwe leest geschoeid met " Geestelijke Voordrachten ". Tijdens de 2° Wereldoorlog werd de noodlijdende bevolking geholpen door allerlei liefdadige werken die in het leven werden geroepen, en de kloosterkerk met haar diensten zorgde voor geestelijke steun. Op dat ogenblik verbleven er 60 Kapucijnen te Izegem. Op 8 september 1944 was Izegem bevrijd. Tengevolge van de V-bommen, waardoor Antwerpen geteisterd werd, werden 40 Antwerpse zee-scouts in het klooster opgenomen van 11 november 1944 tot 2 april 1945. In augustus 1945 werd een week lang gefeest: de vrouwen-afdeling van de Derde Orde bestond 100 jaar, de mannen-afdeling 50 jaar en de priester-afdeling 25 jaar! In oktober 1945 kwamen 13 Poolse fraters-kapucijnen te Izegem hun priesterstudies voltooien, nadat ze daar 5 jaar lang in het folterkamp van Dachau hadden doorgebracht ( en 18 van hun medebroeders hadden weten omkomen). Ze werden na hun studies hier priester gewijd en keerden naar hun land terug. In 1950 werd luisterrijk de 50° verjaring gevierd van onze vestiging te Izegem. DE DANKKAPEL Pater Theodoor had op 8 maart 1944, in naam van de Izegemse bevolking, beloofd dat Izegem na de oorlog en na een gelukkige bevrijding een kapel zou bouwen als dank en hulde aan de heilige Maagd der Armen. Met een minimum aan mensenlevens en met zeer weinig stoffelijke schade werd Izegem op 8 september 1944 door de Canadezen bevrijd. De Dankkapel werd gebouwd op een stuk grond van de kloostertuin, maar het grootste stuk van de grond diende aangekocht van Juffr. Irene De Brabandere uit Aarsele. Ze wilde alleen verkopen als de betaling zou geschieden in gouden ponden! De Dankkapel werd ingehuldigd op 8 september 1946, en wordt tot op vandaag nog dagelijks door heel wat mensen bezocht, om er te bidden voor hun intenties. 1950 TOT HEDEN De predikanten begonnen weer volop aan de prediking van "Missies", talrijke H. Hartbonden, biddagen, retraites en triduüms. In 1959 kregen in onze kerk 29 missionarissen hun zending en missiekruis. In 1951 werd de Sint-Kristoffelgilde opgericht voor de autowijding. De opbrengst van de lidgelden diende tot onderhoud en verfraaiing van de kloosterkerk, iets wat tot op heden nog gebeurt. In 1961 werd de kerk herschilderd en herschikt naar de normen van de nieuwe liturgie. Er werd gestreefd naar soberheid. Het hoogkoor kreeg een imposant kruis van 7,80 m. et een Christus van 3 meter. In 1965 vulden ongeveer 1000 gelovigen –met betaalde toegangskaart- de middernachtmis op Kerstmis. De schola "Cantemus Domino" verzorgde het proprium en het gregoriaans; in de daaropvolgende gelezen missen speelde het blokfluitenensemble van de Zonnemeisjes. Vanaf 1967 fungeerde het Izegems klooster niet meer als seminarie voor theologie. de theologiestudenten gingen op 5 september 1967 over naar het "Centrum voor Kerkelijke Studies" te Leuven. Zo ging ons klooster over van "studiehuis" naar "gewoon klooster". Het maximaal aantal kapucijnen dat ooit gelijktijdig te Izegem verbleef was 97. Na die tijd is er heel wat gebeurd in en met het klooster, wat wij hier trachten te resumeren. In 1978 werd het ganse kloosterdomein te koop gesteld en verhuisde de kapucijnenfraterniteit naar een burgerhuis aan de andere kant van de kerk. Van daaruit bleven ze de kerk bedienen en hun andere activiteiten uitoefenen. Toen er uiteindelijk geen kopers te vinden waren nam het toenmalige bestuur van de Vlaamse Kapucijnen het initiatief om aan het ganse domein een nieuwe bestemming te geven. Vanaf 1983 begonnen de verschillende nieuwe projecten. In de leegstaande gebouwen ontstond door verbouwingen en aanpassingen "De Harp", als Franciscaans Centrum voor Levensverdieping (nu gesloten).’t Pandje zag het levenslicht in 1984 en is thans uitgegroeid tot een zelfstandige RVT met 70 bedden voor demente en zorgbehoevende mensen. Eveneens in 1984 werd het grootste gedeelte van de kloostertuin opengepeuterd voor het publiek, in ruil voor het groenonderhoud door de stad Izegem. In 1985 keerde de kapucijnenfraterniteit terug naar de heraangepaste voorvleugel van het klooster. In 1986 ontstond "De Vierstee", een initiatief voor Beschut Wonen, en gehuisvest in een deel van het vroegere seminarie. ‘De Lochting’ biedt sinds 1993 een arbeidszorgcentrum in de biologische landbouw aan mensen die niet terecht kunnen in het gewone arbeidscircuit of in beschutte werkplaatsen. Verder kwamen stilaan kleinere initiatieven bij zoals ‘De Tau’, als religieuze boekhandel (nu gesloten). ‘De 3 Gezellen"’ als cafetaria. 2. Samenstelling van de Fraterniteit - Eigenheid van de fraterniteit: ° Broederschap - Eigenheid van de afzonderlijke broeders
° P. Norbert Maertens, gardiaan 't Pandje: ° bediening kloosterkerk
Fraterniteit: Meersel-Dreef, Hoogstraten
1. Beknopte geschiedenis: kerk, huis en park Om de aanwezigheid van de Kapucijnen te Meersel-Dreef goed te verstaan is het niet onbelangrijk te melden dat de dertigjarige oorlog, 1618 – 1648 een merkwaardige periode inluidt. Deze godsdienstoorlog tussen de katholieken en protestanten, werd een politieke aangelegenheid met Frankrijk en Holland aan de ene kant en Spanje aan de andere kant. Op 30 januari 1648 werd uiteindelijk de "Vrede van Munster" getekend. De stad en baronie van Breda werden na dit akkoord aan de Hollanders gegeven die toen overwegend calvinist waren. De calvinisten hadden gezworen het katholicisme volledig uit te roeien. De kapucijnen, in 1637 verdreven uit Breda, bleven als missionarissen werken in deze streek. In het begin van 1686 werd beslist om in Meersel een hulppost voor de katholieken op te richten, in de nabijheid van de grens, om de katholieken uit Chaam, Rijsbergen, Ulicoten, Ulvenhout, Breda enz. te bedienen. Pater Franciscus van Breda, kapucijn en halfbroer van de toen machtige heer Jan de Wyse, had vernomen dat deze zinnens was een groot deel van zijn vermogen te gebruiken voor een "geestelijke stichting". Hij had ook vernomen dat de grond die Jan de Wyse op het oog had, behoorde aan Maria Gabriëlla de Lalaing, echtgenote van de Rijngraaf van Salm en Graaf van Hoogstraten. Na allerlei onderhandelingen liet de gravin schriftelijk weten dat de kapucijnen op haar grondgebied een klooster mochten stichten ( 15.06.1686). Dit werd dan Meersel-Dreef. Op 10 september 1686 bekwam de toenmalige provinciale overste, P. Michael Otgens van Oudenbosch, in samenwerking met de Nuntius Mgr. Chigi hiervoor de nodige toestemming van Koning Karel II van Spanje en de Nederlanden. Deze bevestigde dat de bisschop van Antwerpen, Mgr. J.F. van Beughem zijn toestemming gegeven had. Aanvankelijk kwamen slechts twee of drie paters, maar de druk en de belangstelling van de bevolking waren zo groot dat grotere plannen gesmeed werden. Op 21.05.1687 werden de kapucijnen door Jan de Wyse en de ganse bevolking plechtig verwelkomd. Ze namen hun intrek in de "Blauwe Hoeve". Op de oever van de Mark bouwden de kapucijnen hun voorlopige verblijfplaats: het schuurtje met drie celletjes en de nodige ruimte om te bidden en te werken. Op 25.06.1687 werd de eerste steen gelegd voor het definitieve klooster. eenmaal de bouw voltrokken namen zeven paters en vijf broeders hun intrek in het nieuwe klooster. De kerk werd ingezegend in 1690. Hetzelfde jaar besloot men onder impuls van pater gardiaan met de medewerking van de ganse gemeenschap, een lange dreef aan te leggen die 1100 m. lang was. Aan de ene kant groeide en bloeide het park met zijn kruisweg en andere volksdevoties en aan de andere kant breidde het klooster zich gestadig uit. Tot tweemaal toe werd de kerk vergroot: in 1726 en 1750. Ook het klooster werd aangepast en in 1739 telde het klooster 33 celletjes. Op 17.04.1794 werden de Oostenrijkers door de Fransen overwonnen. Dit had voor gevolg dat op 01.09.1794 alle kloosters werden afgeschaft en hun goederen verbeurd verklaard. Op 19.08.1796 werden de paters bedreigd met verbanning naar het eiland Ré of Oléron of de kusten van Nieuw Guinea indien ze het klooster niet zouden verlaten. Tussen 1838 en 1844, wanneer de tijden verbeterd waren, werd er heel wat naar het bisdom geschreven enerzijds door de kapucijnen, die hun eigendommen zagen verloren gaan, en anderzijds door de trappisten die in Meersel-Dreef een nieuwe stichting op het oog hadden. Op 03.05.1838 vierden de trappisten hun stichtingsdag. Het klooster heette voortaan " Benedictusheem". In 1846 vertrokken de trappisten naar Achel. In 1864 krijgen de kapucijnen de toelating om terug naar Meersel-Dreef te gaan. De gevolgen van de Franse Revolutie bleven naslepen tot 1879, vooral omdat de eigendom verbeurd verklaard en verkocht was. De verenigingen herleefden, met aan de top de franciscaanse Derde Orde. De Kapucijnen waren erg gewaardeerd door de mensen om hun eenvoudige levenswijze, hun volkse aanpak en hun toewijding; door de parochies uit de omtrek om hun predikaties. Overal waar er nood was, waren de kapucijnen op post, zowel ten tijde van de pest als om zieken te verzorgen of op te beuren. Maar eveneens bij een brand waren de kapucijnen de eersten om een handje toe te steken. Het klooster van Meersel-Dreef groeide uit tot een centrum van druk apostolaat, een voorpost van de contrareformatie. Die zending ten bate van de Baronie Breda mocht werkelijk geslaagd genoemd worden. Na de Franse Revolutie zou ook nog een nieuwe vorm van apostolaat de banden met Nederland weer gaan verstevigen; Deze band was de Mariaverering. Zoals reeds hoger gemeld was aan de ene zijde van de lange dreef het park met zijn kruisweg en volksdevoties. Eind september 1895 werd in dit park de grot ter ere van Maria voltooid, het was een belofte van Pater Jan Baptist. In de loop van de jaren werd dit park verrijkt met vele en mooie beelden. Het laatste beeld dateert van 1999: de Zalige Pater Pio. Het Mariapark a) De beeldentuin
1896: H. Antonius van Padua, de grote volksheilige, ook vandaag nog.
1949: H. Michael.
Op de tiende verjaardag van de grot vierde P. Jan-Baptist Rutten zijn zilveren priesterjubileum. Uit dank lieten de Antonius vrienden van Antwerpen een mooie kapel bouwen t.e.v. deze volksheilige. In 1920 was het groot feest: 25 jaar bestaan van de grot en 50 jaar van de terugkeer van de kapucijnen op de Dreef. Men hield het bij drie grootse vieringen:
Op 5 december 1945 kregen de kapucijnen de goedkeuring om hun eigen begraafplaats aan te leggen. Aanvankelijk versierde een typisch kapucijnenkruis dit kerkhof, doch werd in 1966 vervangen dor een beeld van St. Franciscus met wijd opengespreide armen om zijn medebroeders te ontvangen in de hemelse vreugde. 1995: Honderdjarig bestaan van de grot werd met grote luister gevierd. Mgr. P. Van Den Berghe gaat voor in de openingsliturgie en Mgr. Muskens sluit het jubileumjaar. 1998: Zalige pater Pio. Duizend mensen komen op de dag van de zaligverklaring naar Meersel-Dreef om de inzegening van dit bronzen beeld van Pater Pio bij te wonen. Terecht wordt door velen het Mariapark de "Beeldentuin" genoemd. Toch blijft de rust, eerbied en devotie de grote aantrekkingskracht van Het Lourdes van de Noorderkempen. b) Het Lourdes van de Noorderkempen De kapucijnen zijn van bij hun ontstaan, vurige vereerders geweest van Maria. Niet te verwonderen dat P. Antonius van Tienen in 1722 reeds, in het bos tegenover het klooster, een gebedsplaats aanlegde in nabootsing van het Mariale heiligdom te Loreto in Italië. P. Honorius Schoonbeek van Megen (gardiaan in 1882 – 1885) liet in datzelfde bos de Lourdesgrot uitbeelden. P. Jan-Baptist Rutten uit Meerle wordt de eigenlijke grondlegger van de huidige Lourdesgrot en het Mariapark. Op 11 december 1894 vertrekt hij naar de Punjab (Engels-Indië) waar de Vlaamse Kapucijnen op aanvraag van de paus, in 1888 de missie hebben aanvaard. Het is de gewoonte dat P. Provinciaal regelmatig de medebroeders in de missielanden een pastoraal bezoek brengt. In de Middellandse Zee tussen Italië en Kreta steekt een hevige storm op. Na drie dagen vrezen de opvarenden dat ze met man en muis zullen vergaan in het kolkende water. P. Jan-Baptist, een vurig vereerder van Maria, belooft een grot te bouwen t.e.v. O.L.Vrouw van Lourdes. Veilig aangeland in de Punjab, wil hij terstond met de bouw beginnen te Dalhousie aan de voet van het Himalaya gebergte. Omwille van de godsdienstige bezwaren van en uit respect tegenover de plaatselijke bewoners moet hij van zijn plan afzien. Daarom beslist hij zijn belofte gestalte te geven en uit te voeren in zijn geboortestreek. Het bos bij het klooster te Meersel-Dreef lijkt voor hem de uitgelezen plaats. Op 11 mei 1895 komt hij veilig aan wal in België. Nog diezelfde maand begint hij met het voorbereidend werk. De bevolking van Meersel-Dreef, Galder en Strijkbeek begroet het plan met veel geestdrift. Met paard en kar brengen de boeren aarde en stenen aan. Werklieden leggen een brede laan aan tussen de oude beuken en eiken. De steengroeve van Bierk levert de rotsblokken. P. Jan-Baptist komt persoonlijk de eerste steen leggen. Het werk vlot niet zoals het moet en tot tweemaal toe stort de grot in. Eind september is ze voltooid. In de schoot van de Derde Orde ontstaat de O.L.Vrouw gilde. De mannen hebben
de opdracht de bedevaarten af te halen terwijl de vrouwen de taak van het
onderhoud op zich nemen. Hun mooi gilde-vaandel uit 1906 wordt nog steeds in het
klooster bewaard. Op zondag 20 oktober komt Mgr. G. Pelckmans, bisschop van de
Kapucijnenmissie in Lahore, om deze grot plechtig in te wijden. Een nieuwe zending van het klooster en de gemeenschap is gestart:
Meersel-Dreef wordt het Maria-oord waar velen uit België en Nederland hun
godsvrucht tot de onbevlekte Moeder kunnen beleven. Een groot bewonderaar van de
Mariale godsvrucht vinden we in P. Benedictus van Hees uit Essen die tot
driemaal toe benoemd wordt tot gardiaan. Hij is de grote organisator van de
bedevaarten, die hij steeds hartelijk ontvangt en toespreekt. Kort na zijn
eerste benoeming op Het Lourdes van de Noorderkempen is sindsdien niet meer weg te denken uit de regio. 2. Samenstelling van de fraterniteit ** Eigenheid van de fraterniteit De fraterniteit in zijn geheel heeft een hele waaier van activiteiten waar de ganse gemeenschap zich voor inzet, elk op zijn manier en volgens zijn capaciteiten. De fraterniteit bestaat uit 6 medebroeders, 5 medebroeders-priesters en
1 broeders niet-priester. Misschien is onze kerk nog een van de weinige kerken waar we een keuze aan vieringen hebben op het weekend: zeven eucharistievieringen op het weekend. Niet zo maar vieringen omdat we nog met enkele paters zijn die hiervoor zorg dragen, maar stuk voor stuk vieringen met nog een stevige groep aanwezige gelovigen. Vieringen in onze kerk: Een ander groot aantrekkingspunt is de Mariagrot en het mooie Mariapark met allerlei devotionalia, Kruisweg, Rozenkrans, enz. Tijdens de meimaand en de zomermaanden komen zeer vele bedevaarders naar de grot en het park. Doorheen het jaar vinden eveneens honderden mensen hun weg naar dit "Lourdes van de Noorderkempen". De kloosterkerk is tevens de parochiekerk voor de Dreefse gemeenschap. De kerk is in tegenstelling met vele ander kerken, de ganse dag open en iedereen kan vrij binnen gaan om even te bidden, om even in de stilte tot rust te komen. Achteraan kunnen de mensen hun intentie inschrijven in het intentieboek. En hoe dikwijls wordt er gebeld voor een van de vier biechtvaders, die telkens die oproep beantwoorden. De kapucijnengemeenschap bidt elke dag voor de mensen die ons om een gebed gevraagd hebben. ** Eigenheid van de afzonderlijke broeders De broederschap bestaat uit de overste en verantwoordelijke voor al wat het klooster en de gemeenschap aanbelangt. Deze wordt officieel "gardiaan" genoemd en wordt om de drie jaar benoemd of herbenoemd door het provinciebestuur. Hij wordt bijgestaan door een "vicaris", die de verantwoordelijkheid opneemt bij afwezigheid van de gardiaan. Als derde man in het lokaal bestuur hebben we de "discreet", die door de gemeenschap gekozen wordt. Elk andere medebroeder heeft zijn eigen taak, maar is steeds bereid om andere medebroeders te helpen waar het nodig is. Dat is trouwens een deel van ons broeder-zijn voor mekaar. We geven hier de namen van de medebroeders, hun functie en taak.
- Br. Luk Frans Wouters, pr.:
gardiaan. Kapelaan (pastoor) van de
parochie H. Drievuldigheid, deelparochie van Meerle. Hij is verantwoordelijk
voor alle parochiale activiteiten
zoals verenigingsleven, parochiediensten en zo verder. Staat op de beurtrol voor
predikatie en vieringen. Hij heeft een biechtstoel in de kerk.
- Br. Arnold Van Gemert,
pr. Heeft biechtstoel in de kerk.
Staat op beurtrol voor predikaties en vieringen. Hij helpt bij de opvang van en
de diensten voor de bedevaarten. - Br. Xavier Janssens: hij is koster van de kerk en kapel en ook van de grot. Hij ziet toe dat de priesters en de bedevaarders niets tekort komen bij de vieringen aan de grot. Hij zorgt er voor dat er steeds kaarsen voorhanden zijn. Naast zijn koster zijn in de kerk en de grot is hij de dirigent van het plaatselijk zangkoor.
- Br. Gerard Sergier, pr. Leraar: Hebreeuws in Herentals, Meersel-Dreef en nog een paar andere plaatsen. Hij heeft een biechtstoel in de kerk, staat op de beurtrol voor predikatie en vieringen. Hij staat open voor persoonlijke gesprekken waar velen een beroep op doen.
- Br. Jan Geerts, pr. vicaris. Retraitepredikant en geestelijk assistent van de Franciscaanse Leken Orde. Velen doen een beroep op hem voor persoonlijke gesprekken. Hij is eveneens verantwoordelijk voor de opvang van de bedevaarders. Indien ze geen priester meebrengen voor de diensten neemt hij deze taak ter harte en draagt zorg voor de vieringen. Geeft, op aanvraag, cursussen liturgisch bloemschikken. Hij staat op de beurtrol voor predikatie en vieringen. Hij heeft een biechtstoel in de kerk. Hij is geestelijk directeur van het ziekentriduum der Antwerpse Kempen in Banneux.
3. Activiteiten eigen aan het huis - De Franciscaanse Leken Orde: een vereniging van franciscaans geïnspireerde mensen. Elke eerste vrijdag hebben ze een bijeenkomst die begint met een eucharistieviering, waarna een gezellige avond in het klooster, waar een spreker hen onderhoudt over franciscaanse of andere boeiende onderwerpen. - St. Antonius: een devotie die sterker tot uiting komt tijdens de negen dinsdagen in voorbereiding op zijn feest. St. Antonius is een van de zeldzame heiligen die nog altijd vele mensen blijft aanspreken, zowel in de kerk als in het park. - Bedevaarten: "Het Lourdes van de Noorderkempen", is wijd en zijd bekend om zijn Mariapark. Elk jaar komen duizenden mensen Maria vereren in de mooie Lourdesgrot. - Pater Pio: sinds de zaligverklaring van Pater Pio staat er een levensgroot beeld van onze heilige medebroeder in het park. Vele mensen komen bidden bij zijn beeld. Hij blijft voor velen de moderne heilige. - Buiten deze meer huiselijke en kloostergebonden activiteiten zijn er nog de vele verenigingen van de parochiegemeenschap die aandacht vragen en waarvoor de kapelaan verantwoordelijk is, gesteund door de ganse gemeenschap.
|