|
1.
Kapittel van 2 tot 5 maart 2009
Fotoreportage "Kapittel
2009"
Van 2 tot 5 maart 2009
hielden de Vlaamse Minderbroeders Kapucijnen hun driejaarlijks kapittel te Ranst
in “Hof Zevenbergen”.
In de vorm van een fotoreportage volgt hier het verloop
van het kapittel.
1. Domein.
We verbleven er in het prachtige domein “ HofZevenbergen”. In een architecturaal midden waar verleden en heden
harmonisch samengingen getuigde dit domein van een rijk verleden en
ademde er een geest van geloof en hoop in de toekomst. Een plaats van
gebed, bezinning en diep menselijke ontmoeting. In een contemplatieve
rust nam de prachtige natuur ons mee in de overtuiging dat ook uit oude
stronken nieuw leven kan geboren worden. |
 |
 |
|
2. Verblijf en vergaderruimtes
In een ruime, praktische en fijn verlichte
vergaderruimte hebben we meerdere uren doorgebracht om de verslagen en
werkstukken door te nemen. In een broederlijke geest en een open gesprek
hebben we de voorbije drie jaar geëvalueerd en hoopvol wegen gebaand om
het franciscaans –kapucijnercharisma gedurfd verder te beleven en uit te
dragen. Onze medebroeder Jan Geerts die in en door zijn bloemschikken
mensen gevoelig wil maken voor een spirituele boodschap had voor een
pracht van een bloemstukje gezorgd. Iedere kapittelbroeder legde zijn
eigen gevoelens in dit zo geslaagde bloemstuk. Voor mij verwijst de
prachtige oude tak naar het Franciscaans Tauteken dat al eeuwen de
seizoenen trotseert. Onder en in de kracht van dit Franciscaans Tauteken
bloeien en groeien de vele loten van nieuw leven. De kapucijnerkoord met
de drie knopen duiden de levenskrachtige boodschap van wat armoede,
gehoorzaamheid en zuiverheid inhouden. In de opeenvolgende foto’s zie je
hoe het bloemstukje groeide in de loop van de kapitteldagen. Ja, er is
leven ……. |
| |
|
3. Werkzaamheden.
1. Organisatie
Eerst mogen we zeggen dat op de organisatie, de materiële
voorbereiding niets viel op te merken.
Een grote proficiat aan onze provinciale secretaris die ook
kapittelsecretaris was. |
| |
|
2. Verwijderde voorbereiding.
Op de laatste twee provinciedagen hadden we de situatie van
de provincie en het bestuursverslag al eens grondig doorgenomen. en
besproken. Dit was een ideale voorbereiding op het kapittel.
3. Moderator.
In broeder Klaas Blijlevens hadden we de geknipte moderator
van het kapittel. Met een grote dossierkennis, kalm, rustig en
doelgericht leidde hij de gesprekken, formuleerde aanbevelingen en
stond open voor het aanbrengen van nodige correcties |
|
|
|
7. De gebedsmomenten
*
Gedachtenisviering.
Op maandag 2 maart hielden we een gedachtenisviering van onze achttien
overleden medebroeders die in deze drie voorbije jaren overleden zijn.
Broeder Kamiel Teuns en Jan De Vleeshouwer hadden een prachtige
PowerPoint gemaakt met de beeltenis van elke medebroeder.
(Zie website:
www.kapucijnen-Vlaanderen.be klikt bij “ Wij gedenken”). |
Gedachtenis van onze overleden
medebroeders.
Voor elk moment waarop gij mij hebt blij gemaakt,
Voor elk verdriet waarvan gij mij hebt vrij gemaakt,
Voor elke keer dat gij bij mij vertrouwen zocht,
Voor elke schakel die ons nauwer binden mocht,
Zeg ik U dank.
Voor elk goed woord dat eerlijk over uwe lippen kwam,
Voor al dat kwaad dat gij mij uit mijn hart ontnam,
Voor elke gunst waarvoor gij stil gebeden hebt,
Voor al die moed waarmee gij soms geleden hebt,
Voor elke pijn die gij voor mij vermeden hebt,
Zeg ik U dank.
Voor alles wat gij mij vergeven hebt,
Voor elke dag die gij aan mij gegeven hebt,
Voor elke blijk van trouwen van genegenheid,
Voor elk geheim geheiligd door verzwegenheid,
Zeg ik U dank.
Voor elke hoop die ik in U heb uitgedoofd,
Voor elke vreugd' die ik van U heb weg geroofd,
Voor elk verwijt door mij dat U heeft pijn gedaan,
Voor elke smart die gij door mij hebt uitgestaan,
Voel ik nu spijt.
(naar W. Ferdy, Belijdenis)
Laten wij ons nu zingend en biddend tot
God richten:
0 God, die leeft van voor de tijd
En die de bron des levens zijt,
Gedoemd ten dode zijn wij, Heer,
Om onze schuld zie op ons neer.
Wij zijn geschapen naar uw beeld,
Gij hebt uw Geest ons meegedeeld,
Uw levensadem als een zaad
Dat eeuwig is, dat niet vergaat.
Laat hen die al zijn heengegaan,
Nu in uw heerlijkheid bestaan,
Want Christus is hun hoop geweest,
Hun heil: de zalving van de Geest.
Laat ons uw glorie binnengaan
Als 't aardse leven is gedaan,
Dan zetten wij het loflied in
Voor U, ons einde, ons begin.
(uit Getijden voor de overledenen, Lezingendienst)
Laten wij nu samen bidden:
God, Vader van ons allen,
ieder van ons hebt Gij geroepen
om op een eigen wijze mee te bouwen aan uw Rijk op aarde.
Daartoe hebt Gij ons bij elkaar gebracht
in de orde der Minderbroeders-Kapucijnen.
Zo hebt Gij ons als broeders aan elkaar gegeven.
Wij bevelen onze overleden medebroeders bij U aan.
Samen met ons hebben zij onze provincie gevormd
tot wat zij nu is.
Zo hebben zij ons en andere mensen geholpen
de weg te gaan naar U en naar elkaar.
Wij vragen U:
Geef hen die liefde en die vrede die Gij hen schenken kunt.
Geef dat zij U kunnen eren, U aanbidden, U zegenen, U verheerlijken,
U prijzen en danken, U Allerhoogste,
die leeft in eeuwigheid.
Amen.
Zegen:
De Heer zegene en beware ons
De Heer tone ons zijn aanschijn en ontferme zich over ons.
De Heer wende zijn gelaat naar ons toe en geve ons zijn vrede. |
Eucharistievieringen
In de dagelijkse eucharistievieringen luisterden we naar het
Woord van God, sterkten we ons in de tekenen van Brood en Wijn en
groeiden we in het samen zijn rond de Heer. |
|
* Stil gebed.
In stil gebed groeiden we in vertrouwen en verbondenheid met de
Heer. |
|
Inhoudelijk sterke en zeer muzikale vieringen
Een hartelijk dank aan Broeder Jan Geerts die het organiseren van de
gebedsmomenten ter harte nam en aan pater Kenny Brack voor het muzikaal
verzorgen van de vieringen |
|
 |
| 4.
Samen aan tafel. De maaltijden waren zeer lekker. Dankjewel aan het keukenpersoneel.
De maaltijden waren gemeenschapsvormend. De afwas nemen we graag voor onze
rekening. |
|
|
|
|
Groepsfoto |
| |
|
5.
Zwaartepunt van het kapittel.
I. In het
bespreken van het bestuursverslag, de andere verslagen van werkgroepen,
raden en commissies.
** Het bestuursverslag bevatte de volgende grote
hoofddingen
1.
Bij wijze van inleiding.
2.
Aandacht voor de individuele broeders.
3. De
provinciefraterniteit
3.1
De evolutie van de provincie en de huidige toestand
3.2
De animatie van de provincie.
3.2.1. Spiritualiteit en gebed
3.2.2 Interne communicatie
3.2.3. Studie, bezinning.
3.3 De inleidende vorming
3.4 Een veelzijdige inzet.
3.5
De zorg voor rustende en zorgbehoevende medebroeders.
3.6.
Zorg voor ons cultureel erfgoed.
3.7. Het bekendmaken
van ons leven en het doorgeven van de franciscaanse spiritualiteit. .
3.8. Het financieel
beleid.
3.9 Personele
Solidariteit.
3.10. Huizenbeleid.
4. Lokale
fraterniteiten.
4.1 Grote
verscheidenheid
4.2. Enkele
vaststellingen: grote inzet, verzwakkende draagkracht en overbelasting.
4.3. Taak van de
gardiaan
4.4. Broederlijk
samenleven in franciscaanse spiritualiteit.
4.5. Toekomst.
5. Internationale
solidariteit.
5.1 De vice
provincie van Pakistan
5.2. Kongo
5.3.
Financiële solidariteit in Ordesverband.
6. Relaties met de
Orde, de franciscaanse wereld, de Kerk.
6.1.
Relaties met het generaal bestuur en de generale curie
6.2 Canada
6.3 PNVB
6.4.CENOC
6.5.
Interprovinciaal overleg
6.6.
Kapucinessen en Clarissen.
6.7. FLO en
FLV
6.8 Samenwerking
en ontmoeting met andere religieuzen in Vlaanderen.
Slotbeschouwingen
Bijlage: Data en Gebeurtenissen
Nawoord.
Met heel veel aandacht, inbreng en openhartige interventies werd dit
alles in de grote groep besproken.
** Verslagen van de werkgroepen,
raden en commissies.
- Werkgroep Franciscaanse
spiritualiteit
- Werkgroep Permanente Vorming
- Werkgroep Vrede, gerechtigheid en
heelheid van de Schepping.
- Franciscaanse Lekenorde Vlaanderen
2006 – 2009
- Franciscaanse Levensverdieping (
FLV )
- Gebeds- en spiritualiteitsgroep (
GE-SP)
- Werkgroep Pater Pio.
- Economische raad.
- Verslag ABC-Commissie Triennium 2006-2009.
 |
Op de foto zien we Kamiel Teuns en Jan Van
Hoeck
het economisch verslag toelichten. |
 |
| |
|
|
*** Enkele zeer belangrijke thema’s
Enkele zeer belangrijke thema’s werden op vraag van het bestuur heel
nadrukkelijk ter sprake gebracht.
De thema’s vinden jullie hier zoals voor ons op het bord aangebracht.
|
 |
|
|
II De
keuze van het nieuwe bestuur.
1. Nieuw bestuur.
|
 |
De kapittelsecreatris, Paul Fremau, leest de officiële
uitslag die door de generale definitor bevestigd wordt. |
 |
Deze officiële bevestiging had plaats tijdens de
installatieviering. waarin br. provinciaal voorging. |
|
|
 |
Nieuwe bestuur. Van links naar rechts:
Br. Adri Geerts, provinciaal; Br. Kenny Brack, derde definitor;
Br. Theofiel Van der Steen, vierde definitor;
Br. Gust Koyen, vicaris provinciaal en Br. Hugo Gerard, tweede
definitor. |
|
2. Namen als stemgerechtigden deel aan
het kapittel:
Gelukkig konden we van tijd tot tijd eens bijtanken: |
|
 |
|
| |
|
2. 85 JAAR
KAPUCIJNEN OP DE KRUISSTRAAT TE IEPER |
|
1) Uit "Leven" - 33ste jaargang, nummer 4, juni 2008
Graag doe ik hier verslag van de
prachtige jubeldag die wij hebben meegemaakt op zondag 1 juni: in onze
bloemrijke versierde kerk voor de dankviering, in de Familiekring voor
de receptie en in Franciscushuyze voor de maaltijd. Met velen herdachten
wij dat de kapucijnen sinds 1923 op de Kruisstraat (oude naam voor onze
wijk, 'bachten de statie') wonen: 85 jaar dus, en dat in 1958 de
toenmalige bisschop Mgr. De Smedt de kloosterkerk tot parochiekerk
verhief en daarmee de parochie O.-L.- Vrouw Middelares instelde. Pater
Herman werd toen de eerste pastoor en na hem kwam Pater Jan Scheerlinck
(in 1967) en toen Pater Luc Hessel van 1979 tot 1982. Op 11 maart 1982
volgde Pater Boni Van Looveren hem op als vierde in de rij: dat is
alweer 26 jaar geleden.
Allemaal redenen om er een bijzonder
jaar van te maken. Boni nam daarvoor het initiatief en riep een comité
in het leven met Herman Verbeke als voorzitter en Ghislain Lacante als
secretaris, die in januari 2008 een prachtig naslagwerk schreef over “85
jaar Kapucijnen en 50 jaar parochie”. Gedurende het hele jaar, vanaf
Kerstmis 2007 tot einde dit jaar 2008, wordt er op de parochie op
allerlei tijdstippen en op verschillende locaties iets gedaan om deze
twee heuglijke feiten in herinnering te roepen. Door Hilde Herpelinck
werd een bijzonder fijnzinnig logo ontworpen.
Het hoogtepunt van al die festiviteiten
was ongetwijfeld zondag 1 juni. Onze bisschop Mgr. Roger Vangheluwe ging
voor in een plechtige eucharistieviering die werd opgeluisterd door het
Sint Franciscus-jongerenkoor o.l.v. Stijn Decramer en door het
parochiale zangkoor o.l.v. Ludo Geloen, die voor deze gelegenheid een
bijzondere 'Missa Cinquanta (50)' had gecomponeerd: Jubilate Deo,
Magnificat, Ave Verum, Ecce Panis en Ite missa est, op de viool begeleid
door Hendrik Caron.
.Het voltallige bestuur van de
kapucijnen was aanwezig: Adri Geerts, Jan Wouters, Hugo Gerard, Walbert
Defoort, Boni Van Looveren en Paul Fremau. Uitgenodigd waren ook die
medebroeders die ooit in Ieper hadden gewoond: Firmin Stael, Guido
Travers, Michel Dewulf en Kenny Brack. Meevierders waren ook Klaas
Blijlevens, Norbert Maertens, de deken van Ieper Roland Hemeryck en Noë
Clarysse. In predikant Erik Libbrecht werd de Protestantse
kerkgemeenschap begroet, in Reverend Canon Father Ray Jones de
Anglicaanse en de Orthodoxe kerkgemeenschap in Vader Pius Pauwelijn, die
helaas niet aanwezig kon zijn.
Na de plechtige misviering was er
receptie. Kort en bondig waren de toespraken van Herman Verbeke namens
de werkgroep, van Raf Verstraete namens de kerkfabriek, van Frans
Ligneel, eerste schepen, namens het stadsbestuur, van br Adri Geerts, de provinciale minister van de
Minderbroeders-Kapucijnen van Vlaanderen, wiens toespraak je hierna kunt
lezen en van deken Roland Hemeryck. Aan het slot kreeg Boni een prachtig geschenk aangeboden: een keramieken beeld van Franciscus, gemaakt door Marc Maes. Met een
feestelijke maaltijd werd deze heuglijke dag afgesloten.
Klaas Blijlevens |
|
2)
Toespraak br Adri Geerts.
provinciaal van de Minderbroeders-Kapuciinen
De minderbroeders kapucijnen, ontstaan
in de l6de eeuw als een hervormingsbeweging binnen de toenmalige
Franciscaanse familie, zijn voor wat hun inzet betreft, niet zo maar in
één vakje onder te brengen. De kapucijnen zijn met van alles bezig. Er
is altijd ruimte geweest voor veel vormen van pastoraal, voor veel
vormen van wetenschappelijk, cultureel, sociaal en missionair werk. Dat
is hun rijkdom én hun ondefinieerbaarheid.
Al zijn ze steeds, als het goed zit, eenvoudige broeders in het spoor van
Franciscus van Assisi, broeders van mensen, geboeid door het evangelie
en Jezus en door Franciscus en Clara, volksverbonden en eenvoudig.
De geschiedenis van onze Vlaamse
kapucijnenprovincie die ondertussen al meer dan vier eeuwen omvat,
levert daarvan ten overvloede het bewijs. Heel veel medebroeders hebben
zich in alle eenvoud ten dienste gesteld binnen de eigen gemeenschap en
in de eigen kloosterkerk of trokken de baan op als bedelbroeders. Heel
veel medebroeders stelden zich als predikant, biechtvader en voorganger
ten dienste van parochies in de omgeving. Ze waren en zijn soms nog
gewaardeerde predikanten en geestelijke leiders, aalmoezeniers in
gevangenissen, in ziekenhuizen, sociale en culturele bewegingen,
professoren en leraars. Maar in vroegere tijden waren de kapucijnen ook
verzorgers van pestlijders, ze waren zelfs pompiers.
En er zijn grote sociale voorvechters geweest zoals Valerius Claes, en
medebroeders die hun strepen verdienden in het schipperswerk, in de
pastoraal voor zigeuners, woonwagenmensen, marktkramers.
Er zijn onder hen ook - en ik denk nu aan de recente geschiedenis -
cultuurfilosofen zoals Max. Wildiers, Europeanen zoals Karel Verleye en
Hugo Gerard.
En evengoed vinden we onder hen schilders, schrijvers, sterrenkundigen en
plantenkenners naast grote juristen, mystieke schrijvers, promotors van
de oecumene enz. enz.
En er is een rijke traditie van markante missionarissen in Congo,
Pakistan en Canada die zich een leven lang voor evangelisatie én
ontwikkeling hebben ingezet. Als het goed zat, altijd in franciscaanse
geest, eenvoudig, volksnabij.
Wat je
in het algemeen kan zeggen van de kapucijnen en van de kapucijnen in
Vlaanderen, kan je ook zeggen van de kapucijnen die hier in Ieper
woonden en wonen... Ze hebben zich onderscheiden door de predikatie,
door hun sociale gevoeligheid, ze hebben zich onderscheiden als
aalmoezenier en leraar, en vanaf 1958 door hun
parochiepastoraal.
En vanaf 1979 is daaraan toegevoegd een eigen vorm van fraterniteitsleven
in een open huis met een lage drempel. Veel mensen hebben daar een
tijdelijke opvang gevonden die hen goed deed; veel mensen lopen er
spontaan even binnen, tot in de keuken bij Jesje of verder.
Vandaag mogen we
dankbaar terugblikken op 85 jaar aanwezigheid. We hoeven als kapucijnen
niet te roemen op alles wat gedaan werd en tot stand kwam, we moeten ons
alles wat gebeurde niet toe-eigenen, maar we mogen het in dank aan God
teruggeven.
Vandaag vieren we ook 50 jaar parochie
op de Kruisstraat. We denken aan de medebroeders die hier als pastoor en
medepastoor verantwoordelijkheid droegen. En we realiseren ons dat van
die 50 jaar Boni al 26 jaar aan het roer staat. En nog steeds is hij
onvermoeibaar in het animeren en bemoedigen, het voorgaan, het preken,
het dopen, het inzegenen van huwelijken, het voorgaan in
afscheidsvieringen, onvermoeibaar ook als supporter van Cercle Brugge.
En we denken even sterk aan al die mensen die de parochie mee gemaakt en
bezield en uitgebouwd hebben, vroeger en tot op vandaag.
Vijfentwintig jaar geleden sprak de
toenmalige bisschop met lof over de franciscaanse geest waarin op de
parochie gewerkt wordt en over de actieve medewerking op deze parochie.
Hij hoopte ook dat de kapucijnen nog lang hier op de parochie zouden
blijven. Die actieve medewerking en die franciscaanse geest zijn vandaag
onverminderd aanwezig en daarvoor wil ik alle actieve parochianen, het
parochieteam en pater Boni en Klaas en Kenny heel gemeend en van harte
feliciteren! Hoelang de kapucijnen op de parochie kunnen blijven, is
natuurlijk een andere vraag. Als de droom van Boni gerealiseerd wordt,
dan nog heel lang!! Dan zullen er ook na hem nog kapucijnen zijn, al
moeten ze van andere landen komen!
Mag ik eindigen met mijn en onze
waardering uit te spreken voor deze parochie en allen die er
verantwoordelijkheid dragen! En ik hoop met jullie dat deze parochie mag
blijven groeien en bloeien als een vitale geloofsgemeenschap. Ik hoop
met jullie dat Franciscushuyze nog lang dat open, gastvrije huis mag
blijven waar onderdak en ontmoetingskans voor velen is, een
gemeenschapsstichtend huis, een spirituele oase in de parochie en de
stad.
Adri Geerts |
|
|
3) ENKELE
SFEERBEELDEN VAN DE EUCHARISTIEVIERING, DE ACADEMISCHE ZITTING MET RECEPTIE, DE
MAALTIJD
3)
Een glasraam voor Pater Ladislas in de kerk van Zondereigen.
|
|
Op 5 september 2009 werd in de
kerk van Zondereigen een glasraam ter ere van onze medebroeder, Pater
Ladislas, ingewijd. Die zaterdag was de kerk vanaf 15 u 15 open. Van
half vier tot vier uur werd in een diamontage het leven van pater
Ladislas verteld. Deze reportage toonde foto’s en authentieke documenten
in een chronologische orde. Het was een mooie voorstelling. Om half vijf
volgde de plechtige misviering met inwijding van het brandglasraam.
Pastoor Gaston Belmans ging voor in de dienst, terwijl Eerwaarde Heer
Frans Janssen en ikzelf concelebreerden. Eerwaarde heer Janssen, neef
van onze pater Ladislas, leidde de inzegening. Na deze
eucharistieviering werden wij uitgenodigd voor een koffietafel,
aangeboden op het landgoed De Schaluinen in Baarle-Nassau. Het was een
prachtige dag, niet alleen door het uitstekende weer, maar ook door
alles wat er geboden werd.
De
eucharistieviering was zeer franciscaans opgevat. De teksten waren van
de gewone zondag, maar alle liederen waren franciscaans: Almachtig
verheven Heer… Gebed van Sint Franciscus… Loflied van de
schepselen…Zegen van Sint Franciscus. In haar verwelkoming schetste
mevrouw Hilde Segers nog eens het leven van pater Ladislas (Jef Segers
bij zijn geboorte). Ingrid Meyvaert, ontwerpster en realisator van het
glasraam, verklaarde de symboliek van de figuren en de kleuren in dit
kunstwerk. Ikzelf mocht in een homilie spreken over onze medebroeder als
persoon, als brancardier en als missionaris in Canada. Bij het einde
sprak mevrouw Hilde Segers nog een slotwoord, waarmee deze sfeervolle
viering in een nokvolle kerk eindigde.
Een
woordje over het glasram zelf en de plaatsing in de kerk. De doopkapel,
achteraan in de kerk, werd omgebouwd tot inforuimte ter nagedachtenis
aan Pater Ladislas Segers. Het glasraam werd in deze kapel geplaatst. In
dit nieuwe glasraam zijn drie thema’s uit het leven van pater Ladislas
uitgebeeld: de grote liefde voor zijn geboortedorp, zijn taak als
brancardier tijdens WO 1 en zijn pionierswerk voor de kapucijnen in
Canada
.Rechtsboven in het glasraam staat de Vossenberg afgebeeld, zoals pater
Ladislas hem tekende op de voorpagina van zijn “Gelmellied”, een legende
in dichtvorm. Pater Ladislas werd in Zondereigen op 2 oktober 1890 als
Jef Segers geboren. De Ginshovense Vossenberg was zijn favoriete plekje.
Als kind speelde hij vaak op die heuvel. Later ontdekte hij dat daar de
oorsprong van het dorp lag. Ooit stond er een versterkte burcht van de
Noorman Gelmel, de eerste Heer van Zondereigen. In 1903 vertrok Jef
Segers naar het Klein Seminarie in Brugge en zes jaar later trad hij
onder de kloosternaam “Ladislas” binnen in de orde der minderbroeders
Kapucijnen. Hij schreef vier verhalen in dichtvorm en vele honderden
columns in de “Gazette van Detroit”, altijd onder de pseudoniem
“Vossenberg”. In zijn werk spreekt de ziel van de romanticus, die zijn
geboortedorp in het hart draagt. De Vossenberg symboliseert zijn
droomwereld.
Onderaan links zien we pater Ladislas Segers als brancardier tijdens WO
1 (1914 – 1918). Hij draagt een armband van het Rode Kruis en staat op
een loopbrug die naar een vooruitgeschoven post leidt. Meermaals toonde
hij zijn heldenmoed in het belang van zijn medesoldaten. In 1915 werd
hij door Koning Albert persoonlijk hiervoor onderscheiden. Op de
achtergrond herkennen wij een draagberrie op wielen, een bunker van het
Ronde Kruis, met zand gevulde, opeengestapelde zakjes van de loopgraven
en een knotwilg in de overstroomde IJzervlakte. Dromerig staart Ladislas
in de richting van zijn kloosterkerk in Izegem. In 1909 was hij daar
ingetreden. In 1920 werd hij er tot priester gewijd, waarna hij als
leraar naar Brugge vertrok.
In
1927 vertrok pater Ladislas Segers met een vrachtschip als eerste
kapucijn naar Canada. In Zuid Ontario behartigde hij als pastoor, leraar
of missionaris drieëndertig jaar de geestelijke belangen van de
immigranten. Linksboven in het raam zien we het houten kerkje van
Toutes-Aides, waar hij vier jaar hoofdzakelijk bij de Indianen als
kerkbouwer werkzaam was. Pater Ladislas was een bescheiden, bij het volk
geliefde man, goedlachs en een echte avonturier. Comfort was aan hem
niet besteed. Verplaatsingen deed hij te voet of met een slee, getrokken
door twee paarden. Op zijn bed lag een harde, strooien matras. Hij had
maar één kapucijnenpij, die hij dag en nacht droeg. Nieuwe kledij, door
parochianen geschonken, gaf hij discreet aan de armen. Van 1940 tot 1946
was pater Ladislas overste van de kapucijnen in Canada. De laatste vijf
jaren van zijn leven bracht hij in grote eenzaamheid op Pelee Island
door. Hij overleed op 19 augustus 1961 en werd in Blenheim begraven.
De
interesse van de Heemkundige Kring van Zondereigen en Merksplas voor
pater Ladislas Segers ontstond vooral in 2003, nadat zij het oorlogsboek
van pater Ladislas ten geschenke kregen. Een jaar later organiseerden
zij een driedaagse busreis naar de Westhoek: “In de voetsporen van pater
Ladislas”. Zij werden ook door pater Gardiaan, Nobert Maertens, heel
hartelijk ontvangen en rondgeleid in het klooster te Izegem. Er volgden
publicaties, tentoonstellingen, lezingen,… kortom: dit onderwerp
verdween niet meer uit de agenda van de Heemkundige Kring.
Dit
hele gebeuren mag wel een plaatsje krijgen in het geheugen van onze
Vlaamse kapucijnenprovincie. Ik meende daarom dat het goed was het
verloop van dit feest op papier vast te leggen. Wij mogen met fierheid
opkijken naar hen die ons zijn voorgaan in het leven als ware
kapucijn.
Vrede en alle goeds,
Gust Koyen.
|
|
 |
Beste
mensen,
Ongeveer twee maanden geleden vroeg mijn provinciale overste, Adri
Geerts, me om hem te vervangen op deze viering, daar hijzelf belet was.
Ik heb toen dadelijk “ja” gezegd, zonder goed te weten wat mij te
wachten stond. Ik wist namelijk bitter weinig over pater Ladislas. Ik
wist alleen dat hij van Zondereigen was en dat hij naar Canada is
getrokken als missionaris, of als “pastorale werker” onder de
Nederlandstalige en vooral Vlaamse immigranten. Tijdens het provinciaal
kapittel der kapucijnen in Canada, in 2002, had ik wel de gelegenheid om
zijn graf in Blenheim te bezoeken. Ik heb toen ook een bezoek gebracht
aan het kerkje in Erieau, waar een glasraam boven de inkom een blijvende
herinnering is aan het leven en werk van mijn medebroeder.
Om
mij op deze viering voor te bereiden heb ik de laatste week veel gelezen
over pater Ladislas. Daarbij kon ik vooral terecht in jullie heemkundig
tijdschrift “Van Wirskaante”. Wat Ladislas allemaal gedaan heeft, waar
hij zich overal heeft ingezet moet ik jullie niet vertellen. Dat konden
jullie vernemen bij andere presentaties tijdens deze viering. Het staat
ook mooi beschreven in de vele publicaties, veel mooier dan ik ooit
vertellen kan. Mij werd gevraagd iets te zeggen over de persoon “Ladislas”,
over Ladislas als missionaris. Dat wil ik dan ook graag doen. |
|
|
|
Ladislas was op de eerste plaats een diep gelovig iemand, een man van
gebed en godsvertrouwen. Hij stamde uit een diep christelijke familie.
Van de negen kinderen kozen er vier voor het kloosterleven. Jef Segers
trad zo binnen bij de minderbroeders kapucijnen. Hij was daar met hart
en ziel, een goed religieus, iemand die graag gezien was door zijn
medebroeders. Jef was immers iemand die met zijn optimisme en met zijn
sociaal karakter onbevangen op iedereen kon toetreden. Als man van gebed
trok hij tijdens zijn mobilisatie tussen 1914 – 1918 tot driemaal toe
naar Lourdes om er te bidden tot Onze Lieve Vrouw. Hij stelde zijn leven
onder haar bescherming. Zelfs in oorlogstijd vond hij de tijd om in een
trappistenabdij op retraite te gaan. Dat hij de oorlog overleeft heeft
dankt hij aan de genade van God. Naast hem zag hij een medebroeder en
medewerkers sterven in die oorlog. In Canada was hij de man die door
zijn conferenties, zijn publicaties en zijn eucharistievieringen mensen
samenbracht en opriep tot een dieper gelovig leven. De laatste jaren van
zijn leven verbleef hij dan ook op een eenzame post, op Pelee Island, om
er te werken in stilte, om zich te bezinnen en om er vooral te bidden.
|
|
 |
 |
Ik
wil Ladislas geen held noemen, toch was hij iemand met een groot gevoel
voor verantwoordelijkheid. Als hij opgeroepen werd om een bepaalde taak
te vervullen dan was hij steeds de eerste die zijn verantwoordelijkheid
opnam. Men vroeg tijdens de mobilisatie vrijwilligers onder de
brancardiers om zich in te zetten op gevaarlijke plaatsen. Ladislas stak
het eerst zijn vinger op. Zijn taak als brancardier was “gewonden
bijstaan” en afvoeren. Dit deed hij dan ook in volle overgave. Niets kon
hem beletten zijn verantwoordelijkheid hierin te nemen. Wat mij bij dit
alles zo trof was zijn ontmoeting met zijn vader in 1914 in Antwerpen.
Zijn vader zei toen: “Jef, doe steeds uw plicht, doch zoek het gevaar
niet. Spaar u voor ons.” Zijn inzet vinden wij ook terug als hij in
Canada is. De inzet voor zijn mensen was groot. Niet te verwonderen dat
hij door iedereen graag gezien werd. Op hem kon men immer rekenen. Dit
alles bracht ook mee dat hij tweemaal gekozen werd om de jonge
kapucijnengemeenschap in Canada te leiden: hij werd er voor zes jaar de
eerste Custos. Wat deze zin voor verantwoordelijkheid kan bevestigen is
de uitspraak van pater Mathias Vermang: “Onversaagd was hij zijn jongens
behulpzaam. Altijd welgezind en onverbiddelijk trouw aan God en
Vaderland. Reeds in onze studententijd noemden wij hem soms “den
dappere”.
Heeft
Ladislas gestreden voor vorst en vaderland, toch was hij in hart en
nieren een Vlaming. Reeds in de oorlog vond hij het in feite niet kunnen
dat de soldaten, die voor het merendeel Vlamingen waren, louter in het
Frans werden gecommandeerd. Hij vond het niet eerlijk dat Vlamingen
steeds achteruit werden gesteld, dat zij niet konden of mochten opkomen
voor hun Vlaming zijn. De nederlandstaligen binnen de legerleiding
konden niet op tegen de franstaligen, die in de meerderheid waren. In
Canada bestond zijn taak in het bezoeken, het opmonteren en het
samenbrengen der Vlamingen. Ladislas heeft daar reuzenwerk verzet. Hij
organiseerde er zelf Vlaamse dagen en herdacht de Guldensporenslag. De
kerkelijke overheid, - die in heel België Frans gezind was, de Vlaamse
Bisschoppen incluis, - verbood om op te komen voor de Vlaamse zaak.
Daarom publiceerde Ladislas zijn vele bijdrage in de “Gazette van
Detroit” onder de schuilnaam: “Vossenberg”. Waarmee hij tevens zijn
gehechtheid aan Zondereigen tot uitdrukking bracht; Hij gebruikte ook
vaak de kruisletters: A V V – V V K: Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen
voor Kristus.
|
Tenslotte wil ik nog zeggen dat Ladislas een echte Zondereigenaar is,
gehecht aan familie en dorp. Zijn onbezorgde jeugd en zijn ravotten op
de Vossenberg is hem steeds bij gebleven. Zijn liefde voor dierbaren en
dorp kan ik niet beter uitleggen dan met zijn eigen woorden, die hij
uitriep bij het einde van de oorlog: “Ik beleefde de zo driftig
verlangde dag, de dag die vier jaar lang in mijn dromen had gespeeld. De
dag van mijn zalige huisvaart, naar moeder en al mijn beminden. O die
verrassing, o dat kussen ! En wat een zotternij in ’t lieve heidedorpke
als held weer te keren na een zegenrijke oorlog.” Een mooier lied kan
men niet zingen. Verder heeft Ladislas ook veel bijgedragen aan de
heemkunde van deze streek. Dank zij hem zijn bepaalde verhalen te boek
gesteld geweest en voor de toekomst bewaard gebleven. Als schrijver en
dichter geraakte hij nooit uitgepraat over zijn dorp en zijn
omstreken.Beste mensen,
Ik
was blij dat ik vandaag mocht getuigen over mijn medebroeder, Jef Segers,
pater Ladislas. Was hij geen held, hij was zeker heldhaftig. Was hij een
eenvoudig en nederig kapucijn, hij was een groot man. Heeft hij veel
meegemaakt, veel leed en pijn gezien, de dood in de ogen gekeken, hij
bleef een blije man, iemand die zelf van het leven kon genieten en die
deze vreugde wist te delen met velen. Het zonnelied van Franciscus is
haast op zijn lijf geschreven: God lovend voor alles wat hij mocht
ontvangen, wat hij mocht geven en beleven. Hij was een ware franciscaan,
diep gelovig, een man van gebed, een leven voor eenvoudige en eenzame
mensen, vol vertrouwen op de Heer. Ik wil eindigen met het slot van één
van zijn brieven gericht aan Adolf Spillemaeckers in Canada: “God zegene
u en make u gelukkig en fier.” Moge deze zegen ook van mijnentwege over
jullie allen neerkomen.
Gust
Koyen. |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
|