2. UIT DE PERSMAP VAN 1999
Volgende documenten dienden tot bron voor onze
persmap. We verwijzen telkens naar de
bron met een waardebeoordeling.
1. WIE IS PATER PIO? (Padre Pio Da Pietrelcina)
We baseren ons op het artikel:
-
Padre Pio de Pietrelcina. Uit Notre-Dame de
la Trinité - Revue Mariale et Franciscaine,
Nr. 1064, septembere 1998. "Padre Pio -Numéro spécial", p.2-3-4
- Beoordeling van deze
bron.
In dit sober relaas van
de bewogen levensgeschiedenis van Pater Pio worden wel zijn uitzonderlijke gaven
vermeld, maar tevens zijn absolute gehoorzaamheid aan de wil van de oversten en
zijn trouw aan het lijdensgeheim waaraan Christus hem heeft deelgemaakt.Een puur
hysterisch mens kan dergelijke beproevingen niet uithouden. Pater Pio heeft
vanuit een andere bron, zijn gebedsrelatie met God.
Een buitengewoon mens zoals God er af en toe een naar de
aarde stuurt om de mensen te bekeren. (Benedictus XV).
1887 - Op
25 mei wordt Francesco Forgione geboren als achtste kind in een nederig
boerengezin van Pietrelcina, in de heuvelachtige en ruige maar door de olijf- en
amandelbomen getemperde streek tussen de Vesuvius en de Apennijnen. Het gezin
Forgione beleeft waardig zijn armoede in een geest van diep geloof, dag na dag.
Francesco hoedt der de schapen met de kinderen van zijn leeftijd, maar hij is de
enige die de Rozenkrans in zijn hand houdt. Vanaf zijn vijfde jaar ziet hij de
Onzichtbare in zijn gebed; maar hij
denkt dat deze verschijningen iedereen te beurt vallen en hij ontvangt de genade
zijn engelbewaarder daadwerkelijk naast zich te voelen. Op zeer jonge leeftijd
wordt hij een modelmisdienaar en draagt hij veel verstervingen op aan Jezus. Hij
legt zich toe op een strenge ascese en zijn moeder betrapt hem op zijn kamer
slapend op de grond met een steen als hoofdkussen. Het valt te begrijpen dat
Satan het op hem gemunt heeft met een voorbarige hardnekkigheid door zijn
vriendjes aan te zetten tot plagerijen en laster; toch wil hij ‘iedereens
vriend’ zijn. Reeds als kind beleeft Francesco ten volle zijn roeping, want de
oproep klinkt luid.
1933 – Op 15 jaar en half verlaat hij zijn familie en
zijn heuvels en trekt hij naar het noviciaat. In een visioen krijgt hij zijn
zending: hij moet de geest van het kwaad bevechten als moedig soldaat van Jezus
Christus zelf. Hij ontvangt de novicepij in het kapucijnenklooster van Morcone
en een paar jaar later wordt hij Frater Pio da Pietrelcina. Stipt in het naleven
van de regel zet hij zijn vorming als ‘voorbeeldige novice’.
1907 – Op 27 januari spreekt hij zijn eeuwige geloften
uit en zet hij zijn priesterstudies verder. De Verleider dwarsboomt dit plan
door hem te laten vallen. Hij wordt ziek en moet regelmatig naar zijn familie in
de deugddoende berglucht. Zo beslissen zijn Oversten aan wie hij zich steeds
onderwerpt in volle nederigheid en
stille gelatenheid. Maar God blijft zijn meester: Pio beleeft de grote vreugde
van zijn priesterwijding op 10 augustus 1910 in de kathedraal van Benevento.
“Jezus, mocht ik voor u een heilige priester worden en een volmaakt offerlam.”
Toch mag hij in het klooster niet blijven, want zijn luchtpijpaandoening roept
hem terug te keren naar Pietrelcina waar hij de pastoor bijstaat.
Waarom wordt hij dan geroepen naar het klooster van
Venfro waar hij slechts anderhalve maand blijft, precies voldoende tijd voor
zijn medebroeders om getuige te zijn van zijn extases en zijn duivelse
kwellingen!
De ziekte overstelpt hem, hij mag niet uit bed daar de
Eucharistie zijn enig voedsel is en moet terug naar Pietrelcina. Tijdens een
verschijning van Sint-Franciscus doet hij hem zijn beklag: hij begrijpt niet
waarom hij moet leven als “banneling in dit werelds verbanningsoord”. Hij viert
eucharistie maar krijgt de toelating niet om biecht te horen, hoewel velen hem
om geestelijke leiding vragen. Tijdens de oorlog begint hij zijn legerdienst
maar wordt afgekeurd. Hij biedt zich aan als “slachtoffer”.
Pater Agostino, zijn geestelijke leider, benadrukt dat
zijn plaats in het klooster is. En na bijna zeven jaar verbanning brengt hij hem
naar het klooster van de grote stad Foggia. Padre Pio begeleidt er de ziel van
een edele dame die over hem gezegd had: “Laat hem terugkeren en biechthoren, zo
zal hij veel goed doen.” Padre Pio is er “gelukkig in de Heer” bij “deze massa
zielen die dorsten naar Jezus.” Maar zijn ziekte verergert onder de hitte van
Foggia en hij moet verhuizen naar het hoger gelegen San Giovanni Rotondo genaamd
“het klooster van de troosteloosheid.”
1918 – Dan begint hij aan vijftig jaar “deelname met
Jezus aan de verlossing van de wereld door het offeren van zijn vlees en het
vergieten van zijn bloed”. Op 5 augustus start zijn kruisweg: “een liefdevuur”
kwetst fysisch zijn hart (transverberatie). Op 20 september, na een extase,
krijgt hij de stigmata van de gekruisigde Christus. Zijn hart brandt in zijn
borst en op het einde van het visioen ontdekt hij zijn wonden. Elke dag bloeden
ze, vooral van donderdag tot zaterdag. Roepend tot de Heer vraagt hij niet om
zijn lijden te verzachten maar om deze stigmata uit te wissen die voor hem “een
schande en een onbeschrijflijke en onverdraaglijke vernedering” betekenen,
gevoelens die Jezus zelf heeft beleefd. De boetelingen stromen toe en bij het
fysisch lijden komt nog de bekoring tegen het geloof en de hoop, middenin het
verdrukkend klimaat van massabijeenkomsten en de zware medische check-ups die de
prikkelende maar voorzichtige kerkelijke overheden hem opleggen. Bovendien
worden ze verontrust door een reeks charisma’ s van de Padre, die weliswaar de
zondaars ten goede komen: een enig parfum; een enige geur die iemand tussen hem
plots waarneemt, die zijn aandacht treft en zijn in gevaar verkerende ziel
leidt, soms ook de stem van de Padre die, ver van San Giovanni, de onmisbare
raad geeft in een cruciaal moment. Sommigen hebben ook getuigd dat hij
lichamelijk bij hen aanwezig was in een noodsituatie, alhoewel ze ver verwijderd
waren van het klooster waar hij verbleef op hetzelfde ogenblik: duidelijk een
bilocatie. Tijdens zijn leven bekwam Padre Pio reeds buitengewone genezingen,
mirakelen vastgelegd door de artsen en hun apparatuur.
1923 – Bij decreet verplicht het Heilig Officie hem tot
afzondering in het klooster. Paus Benedictus XV verdedigt hem maar overlijdt
plots. Het Heilig Officie beveelt tot zijn onmiddellijke overplaatsing, maar
deze wordt definitief verhinderd door het volk dat het klooster omsingelt.
1931 – Elke bediening wordt hem ontzegd behalve de
Eucharistie die hij helemaal alleen mag opdragen in een oratorium in het
klooster. Dit alles beleeft hij in volle overgave aan Gods wil. “Ik ben bereid,
zo schrijft hij, gehoor te geven aan ieder bevel van mijn Oversten. Hun wil is
voor mij Gods wil.” In 1933 wordt hij terug in de gemeenschap opgenomen nadat de
medische verslagen zijn geval als “mysterie” hebben bestempeld. De gelovigen
beginnen opnieuw toe te stromen.
1940 – Op 9 januari ’s avonds in zijn cel ontstaat het
plan van een “groots hospitaal”. De
verwezenlijking van La Cas Sollievo de la Sofferenza wordt opgeschort door de
oorlog, maar het plan blijft overeind. Op 5 mei 1956 worden de eerste 300 bedden
plechtig in gebruik genomen.
1968 – 20/22 september: de door Padre Pio gestichte en
in alle landen verspreide gebedsgroepen komen samen te San Giovanni voor de
vijftigste verjaardag van zijn stigmata. Hoewel hij zich helemaal “ontredderd”
voelt door zijn nierkrampen en astmacrisissen, ontvangt hij de ziekenzalving en
geeft hij rustig de geest met de woorden “Jezus, Maria” op de lippen.
1983 – Begin van het bisschoppelijk
zaligverklaringsproces dat beëindigd wordt in 1990.
1997 – Erkenning van de heldhaftige deugden van de
“Eerbiedwaardige Padre Pio” en van het vereiste mirakel. De zaligverklaring is
nakend.
2. DE STIGMATA: WOORDBETEKENIS, GESTIGMATISEERDE.
WAT EROVER TE DENKEN, WELKE BETEKENIS.
We baseren
ons op het artikel:
- Uit
Notre-Dame de lat Trinité - Revue Mariale et Franciscaine, Nr. 1064, septembre
1998.
"Padre Pio - Numéro spécial", p.9
- Beoordeling van deze bron.
Zeer kort maar heel juist wordt op
deze bladzijde inzicht gegeven in een van de wonderlijke verschijnselen in het
leven van Pater Pio.
Merk op, dag hij niet de enige is in de lange Kerkgeschiedenis en dat
stigmata een bewijs voor heiligheid zijn. Het is een pure gave die God een
gelovige schenkt. Het gaar om een zeer verregaande identificatie met de lijdende
Heer zodat het Kruisgeheim in deze mens voor deze tijd tenvolle actualiteit is.
DE STIGMATA
“Ik was in het koor na de eucharistieviering toen ik
verrast werd door een gevoel van vrede dat op een zachte slaap leek. Mijn geest,
maar ook mijn inwendige en uitwendige zintuigen ondergingen een onbeschrijflijke
vrede…
Dit alles gebeurde bliksemsnel. Ik zag voor mij een
geheimzinnig Personage gelijkend op wie ik gezien had op de avond van 5
augustus, met als enig verschil dat zijn handen en zijn zijde bloedden. Zijn
blik sloeg me neer; ik kan niet zeggen wat ik voelde op dit moment en ik zou
gestorven zijn als de Heer niet tussengekomen was om mijn hart te ondersteunen
dat bonsde in mijn borst. Het Personage verdween en toen zag ik dat mijn handen,
mijn voeten en mijn zijde bloedden…”(P. Pio tot P. Benedetto op 22 oktober 1918)
De geschiedenis
van het woord “stigma”
Het komt van het brandmerk met roodgloeiend ijzer om de
dieren te indentificeren en van de verplichte tatoeage voor dieven en slaven…
Maar na Franciscus van Assisi, de eerste gestigmatiseerde uit de
geschiedenis, duidt het de wonden aan van de gekruisigde Christus die spontaan
ontstaan op het lichaam van een goede sterveling.
Wie zijn de
gestigmatiseerden?
Er waren er 330 na Sint-Franciscus, waarvan 93 in de
XXste eeuw. Slechts 60 werden heiligverklaard, maar nooit om deze reden. De Kerk
is steeds zeer voorzicht daaromtrent. Onder hen meer vrouwen dan mannen,
kloosterzusters en enkele gehuwde vrouwen en moeders. Padre Pio en Marthe Robin
zijn momenteel in de actualiteit.
Wat erover te
denken?
Psychologen, artsen en theologen bespreken de kwestie.
Om de verdenkingen van hysterie te ontzenuwen hebben ze de gevallen van grof
bedrog afgekeurd, want “bij strenge controle weren er geen stigmata te zien”. De
artsen vinden er geen uitleg voor. De theologen beschouwen ze als
bovennatuurlijke feiten van goddelijke oorsprong waarvan “de verklaring te
zoeken is op een hoger werkelijkheidsniveau, zodat het interpretatiedebat als
kunstmatig overkomt”. ‘(P. Marie-Eugène, karmeliet).
Welke betekenis
eraan te hechten?
God herschept het beeld van zijn gekruisigde Zoon in een
eenvoudige sterveling. Het gaat om een bijzondere genade die God schenkt aan
sommige zielen die leven in een vergevorderde contemplatie van de goddelijke
liefde van de lijdende Dienaar die op het kruis gestorven is om de zonden van de
wereld uit te boeten. De genade van deze “liefdesverwonding” wordt eerst aan de
ziel gegeven en ze wordt onmiddellijk gevolgd door een pijnlijke overgang in het
vlees. De in dat hoogtepunt van liefde en smart gestigmatiseerde kan zo de
volmaakte vreugde beleven (Franciscus van Assisi, Catharina van Siena). De
stigmata worden dan teken van de omvorming van de ziel in de goddelijke liefde.
Ze zijn nooit een sensationeel uiterlijk verschijnsel met theatraal vertoon. De
gestigmatiseerden zijn de levende getuigen van de Verlosser. Ze herinneren ons
eraan dat “Jezus Christus in doodstrijd verkeert tot aan het einde van de
wereld”.
3. De duivel en de engelen, uit de geschriften van Pater Pio.
We baseren ons op het artikel:
-
Uit Notre-Dame de la Trinité -
Revue Mariale et Franciscaine, Nr. 1064, septembre 1998 "Padre Pio - Numéro
spécial", p. 11
- Beoordeling van zijn zienswijze.
Duivels en engelen zijn
voor de moderne mens naar het rijk van de fabels en de mythen verwezen. De
integriteit van de levenswijze van Pater Pio doet ons minstens verwonderd staan,
dat deze verschijnselen voor hem in de jaren rond de Eerste Wereldoorlog (want
dan spelen zich deze taferelen in zijn leven af) een werkelijke betekenis
hadden. Pater Pio betrekt ze op zijn trouw blijven aan zijn roeping, waartegen
de duivel strijdt en waarin de engel hem beschermt. Hoe men ook moge denken over
de ‘fysische’ aanwezigheid van duivels en engelen in het leven van Pater Pio,
duidelijk is dat zijn roeping hem ook een vinnige strijd heeft gekost om daaraan
tenvolle te beantwoorden.
DE DUIVEL EN DE
ENGELEN
"Blauwbaard (de duivel) wil zich niet gewonnen geven.
Hij neemt bijna alle gedaanten aan. Sinds enkele dagen zoekt hij me op met
enkele gezellen, gewapend met stokken en ijzeren staven en, wat nog erger is, in
hun eigen verschijning. Hoeveel maal heeft hij me uit het bed geworpen en door
de kamer gesleurd. Geduld! Jezus, de Heilige Maagd, de kleine engel, Sint-Jozef
en Sint-Franciscus zijn steeds bij me..."(P.
Pio tot P. Agostino)
"Aanroep vaak deze engelbewaarder, deze weldoende engel.
Herhaal vaak dit mooi gebed: Engel van God, die door een weldaad van de
Goddelijke Voorzienigheid mijn beschermer zijt, verlicht mij, bescherm mij en
leid mij, nu en altijd! Wat een troost, mijn beste Raffaelina, wanneer uw ziel,
in het uur van de dood, deze goede engel zal zien die u heeft vergezeld tijdens
uw ganse leven en die uw omringd heeft met zijn moederlijke bezorgdheid."
(P. Pio tot Donna Raffaelina Cerase)
4. De vruchtbare wijnrank.
We baseren
ons op het artikel:
- Uit
Notre-Dame de la Trinité -
Revue Mariale et Franciscaine, Nr. 1064, septembre 1998 "Padre Pio - Numéro
spécial" p. 30-31
- Beoordeling van deze bron.
Aan de wijnrank die Pater Pio is,
zijn twee druiventrossen gegroeid van heel concreet dienstbetoon en verdiept
gebedsleven. Men kan zeer sceptisch staan tegenover al die wonderlijke
verschijnselen in het leven van Pater Pio, maar iemand die zo realistisch denkt
en alle giften besteedt voor een groot internationaal ziekenhuis, kan geen
charlatan of bedrieger zijn. Zijn gebedsgroepen wijzen ons weer terug naar de
levende bron of de levengevende wijnstof van ons leven als christenmens in deze
wereld: ons biddend contact met de levende God.
DE VRUCHTBARE
WIJNRANK
"De gebedsgroepen van Padre Pio" en de "Casa" Sollievo
della Sofferenza" zijn de vruchten van het werk van Padre Pio. Ze beantwoorden
uitdrukkelijk aan het dubbel gebod van de liefde tot God en de naaste.
"CASA
SOLLIEVO DELLA SOFFERENZA"
Op 5 maart 1956 wordt de Casa Sollievo della Sofferenza
(letterlijk vertaald: thuis tot vertroosting van het lijden) ingehuldigd te San
Giovanni Rotondo. Dit werk is ontsproten uit het verlangen van een eenvoudige
Kapucijnenbroeder, Padre Pio, en uit zijn diep medelijden met de zieken. Na
korte tijd volstaan de tweehonderd vijftig bedden niet meer en wordt het totaal
gebracht op duizend tweehonderd bedden. In 1957 bepaalt Padre Pio dat dit
hospitaal tevens een internationaal studiecentrum wordt waar het verzorgend
personeel een grotere beroepsbekwaamheid zal opdoen maar ook zijn christelijke
vorming zal verdiepen. De zieken zullen er wetenschappelijke hulp krijgen, maar
ook de troost van het gebed van de gebedsgroepen van Padre Pio. In 1991 wordt er
een rusthuis voor oudere mensen ingehuldigd. Dit gebouwencomplex omvat alle
medische afdelingen, pediatrie, geriatrie, chirurgie, neurologie, farmacie en
onderzoekslaboratoria. Dit werk behelst ook een kapel waar dagelijkse meerdere
missen worden opgedragen, een onthaalhuis, een bezinningsruimte, een
bedevaartplaats, een tijdschrift. Een landbouwuitbating voorziet in vlees,
groenten, fruit, kaas, melk, olie en verzekert zo de dagelijkse voedselvoorraad.
Op 5 maart 1966, naar aanleiding van de tiende
verjaardag van de "casa" verklaart Padre Pio: "Bid veel, mijn kinderen, bid
zonder ophouden, want aan uw gebed vertrouw ik dit werk toe dat God gewild heeft
en dat verder zal bloeien met de hulp van de Goddelijke Voorzienigheid en van de
welwillende geestelijke bijdrage van alle biddende zielen."
5. Pater Pio: Een ongewone, populaire en 'zalige' mebroeder.
- We baseren
ons op het schrijven l
- Beoordeling van deze bron.
Dit zeer boeiende artikel van onze
toenmalige Broeder Provinciaal probeert zeer invoelend een band te leggen tussen
het huidig geloofsaanvoelen en de geloofspraktijken zoals die in het leven van
Pater Pio naar voren komen. Van een aanvankelijke bevreemding, een gelovige
verwondering naar een oproep om ook gevoelig te worden voor Gods aanwezigheid in
ons leven. Hier krijgen wij een gelovige duiding van vele wonderlijke facetten
uit het leven van Pater Pio. Dit artikel is een zeer goede leesbril om met deze
achtergrondkennis opnieuw de feiten uit de levensbeschrijving hun eigen plaats
te geven.
De zoveelste zaligverklaring?
Op 2 mei wordt onze medebroeder, Francesco Forgione van
Pietrelcina, "pater Pio", in Rome zalig verklaard. Op het eerste gezicht niet
meteen een wereldschokkend nieuws. Tijdens het pontificaat van Johannes
Paulus II is een zaligverklaring allerminst een zeldzaam gebeuren. Bovendien is
Pater Pio lang niet de eerste kapucijn die zalig verklaard wordt. Hij zal
evenmin de laatste zijn. Toch zal zich op 2 mei in Rome zéér veel volk
verzamelen om de zaligverklaring bij te wonen. Ook buiten Rome zal deze
zaligverklaring niet ongemerkt voorbijgaan. De bekendheid en populariteit van
pater Pio is immers zeer groot. Dat was reeds zo tijdens zijn leven. Dat is zo
gebleven sedert zijn dood in 1968. De officiële zaligverklaring is voor
miljoenen gelovigen de bevestiging van hun eigen overtuiging dat " pater Pio"
een heilige is. Verleden jaar bezochten 7 miljoen pelgrims San Giovanni Rotondo,
de plaats waar hij ruim vijftig jaar leefde en waar hij begraven is!
Populair ondanks de kapucijnen?
Deze bekendheid en populariteit van Pio van Pietrelcina
is geenszins het resultaat van een handig gevoerde promotiecampagne door onze
orde. En in Vlaanderen is pater Pio bij velen gekend en geliefd zonder dat wij,
zijn medebroeders, zijn verering bevorderd hebben. Met een lichte overdrijving
zou ik kunnen zeggen dat hij haast ondanks
de kapucijnen een plaats heeft ingenomen in de volksvroomheid. Zo bestaan er
b.v. in Vlaanderen heel wat gebedsgroepen van pater Pio maar ik denk niet dat er
daarvan veel door een kapucijn zijn opgericht. Hoe komt dit? Dit heeft enerzijds
te maken met onze nuchterheid en met het feit dat het geen kwaad kan om wat
reserve te behouden tegenover een soms te snelle 'heiligverklaring' door
enthousiaste vereerders. Maar er zijn ook nog wel andere redenen.
Ik zou op deze redenen kort willen ingaan. Daarna sta ik stil bij enkele
facetten van deze uiterst merkwaardige Italiaanse kapucijn die ik vooraf even
wil typeren.
Een robotfoto
Pater Pio was een medebroeder met een zwakke gezondheid
maar sterke persoonlijkheid. Iemand die inwendig echt 'brandde' van liefde voor
God en voor de medemens en die van daaruit een scherp aanvoelen had van het
mysterie van het kwaad. Hij heeft een indrukwekkende pastorale activiteit
ontplooid en heeft zich bovendien sterk ingezet voor arme en lijdende
medemensen. Zijn dagelijks religieus leven leefde hij in grote nederigheid,
eenvoud en broederlijkheid en zijn leven was een voortdurend gebed.
Een 'ongewone' broeder
Waarom dan toch die reserve waarover ik sprak?
Oudere medebroeders vertellen soms dat zij vroeger een verbod kregen om San
Giovanni Rotondo aan te doen bij een bezoek aan Italië. Dat wekte de indruk dat
er iets 'niet pluis' was met Pater Pio. Naast diegenen die meteen onder de
indruk komen van de buitengewone gaven van Pio, zijn er ook veel mensen die daar
eerder argwanend en sceptisch tegenover staan. We zijn daarin kinderen van de
moderne tijd met zijn soms te groot wantrouwen tegenover hetgeen niet
onmiddellijk wetenschappelijk verklaarbaar is. En zelfs als we daarvan
vrijgekomen zijn, kan de veelheid
bijzondere gaven die pater Pio had, nog ‘van het goede te veel’ lijken. Zo
had hij al zeer vroeg in zijn leven
visioenen
en hij moest met de schijnbaar haast fysiek aanwezige
duivel
kapen. Pio droeg vanaf 1918 de
stigmata
in zijn lichaam en had hij ook de gave van
bilocatie
(gelijktijdig op twee verschillende plaatsen zijn), van
heldereziendheid
en genas hij veel mensen op een
miraculeuze manier.
Waar deze en nog andere buitengewone verschijnselen voor
veel mensen meteen een overtuigend bewijs zijn van heiligheid,
zijn ze voor anderen juist een reden om op hun hoede te zijn voor
inbeelding en bedrog. Terecht merken ze op dat de buitengewone gaven op zich
geen bewijs van heiligheid zijn en dat de menswetenschappen voor veel fenomenen
wellicht een wetenschappelijke verklaring kunnen aanreiken.
Tenslotten, en in niet in het minst, is er de
geloofsbeleving van pater Pio die zich héél sterk concentreert op het
verlossende lijden van Jezus waaraan hij zich geroepen voelt deel te nemen. De
verlossingsopvatting en kruisspiritualiteit van pater Pio is ook vandaag voor
sommige kringen niet vreemd maar is voor
anderen erg bevreemdend en moeilijk inleefbaar. Zij concentreren zich lang niet
uitsluitend op het lijden van Jezus en verbinden het heil dat Jezus bracht niet
zo uitsluitend met zijn lijden en kruisdood.
Met een boodschap
Nu Pio zalig verklaard wordt, moeten we die
moeilijkheden en vragen – als ze ook de onze zouden zijn – niet ijlings
opbergen. Wel is het goed dat we proberen ons onbevangen open te stellen voor
wat Pio ons te zeggen heeft.
Persoonlijk vind ik dat dit beknopt maar rijk verwoord
is op het gebedsprentje dat door een
werkgroepje van de Vlaamse kapucijnen gemaakt werd ter gelegenheid van de
zaligverklaring. Het wordt uitgebreider verwoord in de brochure: Gekruisigd met Christus. Pater Pio van Pietrelina, een man van
God en van de mensen. Het gebedsprentje en de brochure zijn in onze huizen
verkrijgbaar.
Een echte kapucijn
In het vervolg van deze brief ga ik in op enkele
facetten van het leven van pater Pio. Francesco Forgione werd
minderbroeder-kapucijn. Hij beleefde het kapucijnenleven, volgens de visie en
richtlijnen van zijn tijd, in alle nederigheid en eenvoud maar uiterst
consequent. Wanneer de wondertekenen die hij in 1918 ontvangt, veel
polemieken uitlokken, is de hogere kerkelijke overheid terughoudend. Ze verbiedt
hem vanaf 1923 tot 1933 alle briefwisseling en ook het biechthoren en openbaar
eucharistievieren.
pater Pio lijdt erg onder deze
strenge maatregelen omwille van de mensen die hij nu niet kan helpen. Maar hij
is gehoorzaam aan zijn oversten en aan de hogere kerkelijke overheid omdat het
voor hem geen twijfel lijdt dat het Gods wil is dat hij gehoorzaamt, zelfs aan
deze harde maatregelen.
Francesco Forgione is kapucijn geworden en beleeft als kapucijn, als ‘pater
Pio’, zijn heel bijzondere roeping. Toch zijn een aantal opvallende accenten in
zijn roeping helemaal niet vreemd aan de geschiedenis van onze vrede. Ik som er
enkele op.
Pio was een man van voortdurend gebed met een heel bijzondere beleving van de
eucharistie, hij had een grote liefde voor Maria. Hij was een over heel de
wereld bekende en gezochte biechtvader en een vermaard geestelijke leider. Hij
had een warm hart en een grote zorg voor mensen in lichamelijke psychische en
materiële nood.
MYSTIEK BEGENADIGD
Pio was een
mystiek
begenadigde man van gebed. Nog zeer
jong voelt hij zich reeds aangetrokken om veel te bidden. Uit de gepubliceerde
briefwisseling van Pio (tot 1923) komt overduidelijk naar voren dat hij de gave
van het mystieke gebed al vroeg in zijn leven ontvangen heeft. Omdat zijn
geestelijke leider er hem nadrukkelijk om verzoekt, schrijft hij met schroom
over de groei in zijn vereniging
met God, over zijn bijzondere begenadiging en zijn antwoord er op. Wanneer hij
herhaaldelijk schrijft dat hij ‘brandt van liefde voor God,’ is dit geen
grootspraak.
Zoals reeds aangegeven, is hij in zijn overwegingen en
gebed met een totale overgave gericht op
de lijdende Christus. Hij ziet het als zijn roeping om te delen in het
verlossende lijden van Jezus en zo mee te
verlossen en mee te strijden tegen het mysterie van het kwaad
waarvan hij en zeer scherp aanvoelen heeft. In de gepubliceerde
briefwisseling verwoordt hij dit herhaaldelijk. Eén citaat om zijn visie op zijn
medeverlossende roeping te illustreren:
“Jezus kiest zielen uit, en onder hen heeft Hij ook, ondanks zijn onwaardigheid,
mijn ziel uitgekozen om Hem te helpen in het grote werk van de verlossing van de
mens. En hjoe meer deze zielen lijden zonder de minste troost, des te meer
worden de smarten van de goede Jezus verlicht. Dat is de reden, waarom ik
verlang altijd meer en meer te lijden, en te lijden zonder vertroosting. Daarin
vind ik al mijn vreugde. (sept. 1912). Boven schreef ik reeds dat zo’n taal
vandaag bij velen vreemd en onbegrijpelijk overkomt. Verlangen om veel te
lijden! Het lijkt een vreemde en haast ongezonde ingesteldheid! Het wordt al
iets minder vreemd als we weten dat Pio hiermee niet alleen staat maar hierin
sterk beïnvloed is door de Franse 19de-eeuwse offermystiek. Zoals wij
kinderen van onze tijd en opleiding zijn, was Pio het ook. Zijn aspiraties en
belevingen krijgen gestalte in de taal en de denkkaders die hij leerde kennen.
En het is goed om daarbij te realiseren dat we niet eerst iets ervaren of denken
en er dan woorden voor zoeken, neen, we denken en ervaren
in
een bestaande taal en in
denkkaders. En deze bepalen echt mee de wijze waarop we denken en ervaren. Als
we daar rekening mee houden, is na een eerste bevreemding, het spreken van Pio
voor een ‘buitenstaander’ van vandaag toch al minder ongewoon. Bovendien, ook
vandaag zijn er gelovigen die veelvuldig het lijden van Jezus overwegen en die
met een grote gevoeligheid en liefde spontaan bij Jezus willen zijn in zijn
lijden en sterven. En die in hun intense beleving eigenlijk geen afstand in
eeuwen ervaren, maar hier en nu met Jezus verlangen mee te lijden en zijn lijden
zouden willen verlichten en die, zoals Pio het uitdrukt, Simon van Cyrene willen
zijn. In hun beleving lijdt Jezus nu en zijn ze nu met Hem verbonden, ze willen
nu mee lijden en mee ‘het’ kwaad bestrijden en zich daarvoor totaal geven. Ook
vandaag is het voor heel wat christenen een kracht dat ze hun lijden kunnen
voegen bij het lijden van Jezus.
GESTIGMATISEERD
Onnodig te zeggen dat de
stigmata
die pater Pio in 1918 ontving, een uitdrukking zijn van zijn grote aandacht voor
de lijdende en gekruisigde Christus en zijn verlangen om met Hem verenigd te
zijn in zijn lijden. Dat wil helemaal niet zeggen dat hij verlangde naar deze
zichtbare stigmata! Integendeel, hij schrijft aan zijn geestelijke begeleider:
“Mijn God, wat voel ik een schaamte en vernedering als ik bekend moet maken wat
U hebt gedaan in dit ellendig schepsel” (22-10-1918). Ik wees er reeds op dat
deze stigmata voor velen meteen een onmiskenbaar teken van ‘heiligheid’ zijn
terwijl ze door anderen met een groot wantrouwen en ook ongeloof benaderd
worden. De stigmata van pater Pio zijn herhaaldelijk voorwerp geweest van een
uitvoerig medisch onderzoek. De onbevooroordeelde onderzoekers hebben moeten
erkennen dat hier geen vervalsing in het spel was en dat men medisch gezien,
voor een raadsel stond. Te meer omdat men bij Pio niet van een onevenwichtige
persoonlijkheid kan spreken. Persoonlijk lijkt het mij helemaal niet uitgesloten
dat bij bepaalde gelovige personen het ontstaan van de stigmata in grote mate
kan verklaard worden als de weerslag in het lichaam van een uiterste
concentratie op, meeleven met en gegrepen zijn door het lijden van Jezus. Een
dergelijke benadering hoeft geenszins een ontkenning in te houden van een heel
specifiek initiatief van God. Wat er ook van zij, ik onderschrijf helemaal de
visie van Giorgio Chruchon, s.j. professor in pastoraal psychologie, die zegt:
"De realiteit van de stigmata (van pater Pio) is vooral zeker omdat zij
geïntegreerd zijn in een leven dat gehel gewijd is aan God en het gebed, aan de
dienst aan de naaste (en niet in de beslotenheid van louter contemplatie), in
een leven van onvoorwaardelijke trouw, zonder neurotische verschijnselen, in een
leven van geduld en heldhaftige gehoorzaamheid, ook ten aanzien van de
disciplinaire maatregelen die tegen hem genomen werden, in een leven van
voorbeeldige en algemene liefde die niemand wilde kwetsen."
DE DAGELIJKSE EUCHARISTIE
n het licht van het voorgaande kan het geen verwondering
wekken dat het vieren van de eucharistie – voor Pio een intense beleving van het
levensoffer van Jezus Christus – een uiterst centrale plaats innam in zijn
leven. Hij vierde de eucharistie met een diepe concentratie op een verzonken
zijn in het lijden van Jezus en in Gods liefde. Hij droeg bij de offerande ook
de intenties op van alle mensen die hij in de biechtstoel ontmoette, van de
mensen die hem daarom verzochten via de vele duizenden brieven die hem dagelijks
van over de hele wereld gezonden werden. Het bijwonen van een eucharistieviering
van pater Pio maakte telkens een diepe indruk op de aanwezigen.
WERELDWIJD VERMAARD BIECHT VADER
Naast het vieren van de eucharistie was het sacrament
van de verzoening een tweede pool in het beleven van zijn roeping van 'mee
verlossen'. Pater Pio werd als biechtvader wereldwijd bekend. Van 's morgens
vroeg schoven lange rijen mensen aan, mensen die soms al dagen hun beurt
afwachten. De getuigenissen over zijn helder inzicht (dat met verstomming kon
slaan) in het hart van de biechtelingen, zijn trefzekerheid, zijn soms harde en
doortastende aanpak, maar ook zijn grote hartelijkheid en warme bekommernis zijn
bekend. Deze biechten waren vaak het begin van een heilzame ommekeer in het
leven. De stroom van mensen die van overal hun zonde en hun pijn aandroegen
in de hoop vergeving en barmhartigheid te ontmoeten, inzicht te
ontvangen, bemoediging te krijgen, zijn een sterk teken van de nood aan
bevrijding die leeft bij veel mensen.
EN GEESTELIJKE LEIDER
Pio was niet alleen een zeer druk benomen biechtvader
maar gaf ook geestelijke leiding aan zeer veel mensen. Hij begon daarmee vrijwel
onmiddellijk na zijn aankomst in San Giovanni Rotondo. Opvallend was zijn
uitgebreide schriftelijke geestelijke begeleiding.
CONCRETE NAASTENLIEFDE
De lijdensspiritualiteit van Pio heeft als belangrijk
kenmerk dat hij veel aandacht heeft voor de lijdend medemens. Terecht schrijft
hij "Ik word verteerd door liefde tot God en tot de naaste."
In 1914 schrijft hij dat hij ervaart dat 'God hem de genade van het
medelijden met de ellende van anderen' heeft gegeven. "Bij het zien van een arme
voel ik diep in het middelpunt van mijn ziel een onmetelijk verlangen opkomen om
hem ter hulp te snellen, en als ik de neiging van mijn hart zou volgen, zou ik
zelfs mijn kleren uittrekken om die arme te kleden." (26-03-1914). Hij wil een
Simon van Cyrene zijn die niet alleen het kruis van Jezus helpt dragen maar die
ook het lijden van veel mensen helpt dragen en verlichten.
Hij doet dit in de biechtstoel, de geestelijke begeleiding en zijn gebed, maar
ook door het bevorderen van een hele reeks sociale projecten. Het meest bekende
is het grote ziekenhuis, de 'Casa Sollievo della Sofferenza', 'Huis tot
Verlichting van het Lijden.' Hij staat echter ook aan de wieg van een aantal
andere sociale projecten. De christelijke naastenliefde is immers maar volledig
als zij 'de liefde beoefent als sociale rechtvaardigheid'.
EEN BEZINNING WAARD
Met deze enkele woorden wordt natuurlijk nog weinig uitgedrukt van de
kracht en de omvang van de weldoende invloed die van Pater Pio is uitgegaan en
nog uitgaat. Bij zo'n leven kunnen we verrast zijn en veel onbegrijpelijk
vinden, maar we kunnen ook blij en dankbaar zijn om de weg die God met sommige
mensen gaat. Zo'n leven nodigt ons uit om ook gevoelig te zijn voor Gods
aanwezigheid in ons leven, ook al is dat een minder opvallend leven. Het leven
van pater Pio nodigt ons ook uit om onze aandacht te verscherpen voor de
realiteit van het kwaad en van de zonde en voor de nood aan bevrijding. En zoals
reeds herhaald, zijn de overvloedige buitengewone gaven niet het
allevoornaamste. Hijzelf roemde er geenszins op en kon ze met humor relativeren.
Zijn uitzonderlijke eigenschappen zijn op zich trouwens geen 'bewijs van
heiligheid'. Ze waren voor hem wel hulpmiddelen om in dienst te staan van Gods
barmhartige en bevrijdende liefde.
En tenslotte nog dit: Hoewel pater Pio maar enkele uren per dag slietp en
nauwelijks iets at, schoten er waarschijnlijk niet zoveel uren over om met
medebroeders ontspannen samen te zijn. Het doet goed te lezen dat hij dan een
aangename medebroeder was met veel zin voor humor...
6. Padre Pio van Pietrelcina.
We baseren
ons op het artikel:
-
Uit Dictionnaire de Spiritualité: Isodoro de Villapadierna, Pio de Pietrelcina,
fasc. 80-82, col.. 1443-1445 (1985).
- Beoordeling van deze
bron.
Deze tekst van enkele
bladzijden staat in schrille tegenstelling tot de veelvuldige lectuur die er
over Pater Pio verschenen is en waarin haast uitsluitend op de wonderbaarlijke
fenomenen nadruk wordt gelegd.
Hier krijgen wij objectieve informatie. Wij mogen binnenkijken bij de
geestelijke mens die Pater Pio is en hoe hij zijn roeping heeft beleefd. Zijn
Godsverbondenheid en zijn opdracht om een ‘getekende vertegenwoordiger’ van Onze
Heer te zijn, zijn de ware sleutel om zijn leven goed te verstaan.
"Padre Pio" (Francesco Forgione) werd geboren te Pietrelcina (Benevento) op 25
mei 1887. Hij werd ingekleed bij de Kapucijnen van de provincie Foggia op 22
januari 1903 en deed zijn eenvoudige geloften op 22 januari 1904.
Na zijn middelbare studies en zijn filosofie in het klooster van Saint'Elia, te
Pisani (Campobasso), deed hij zijn plechtige geloften op 27 januari 1907. Hij
begon zijn studie van de theologie te Serracapriola (Foggia), vrvolgens te
Montefusco (Avellino), en tenslotte privaat te Pietrelcina waar hij, om
gezondheidsredenen, leefde bij zijn ouders van 1909 tot 1915 en ingelijft bij de
gezondheidsdienst.
Gedemobiliseerd op 16 maart 1918, kwam hij naar het klooster van San Giovannie
Rotondo (Foggia) dat hij niet meer zou verlaten. In datzelfde jaar 1918, ontving
hij op 20 september, de stigmata. Door de weerklank van dit feit, breed
uitgesmeerd in de pers, vroeg het Heilige Officie aan de oversten een
voorzichtige houding aan te nemen en verbood in het bijzonder P. Pio nog verder
contact te hebben met zijn geestelijke leider, Benedetto van S. Marco in Lamis.
Op 31 mei 1923, verbood het Heilige Officie aan P. Pio elk contact en
briefwisseling, en bepaald bedieningen. Tien jaar later werd hem toegestaan de
eucharistie te vieren in de kerk en opnieuw biecht te horen, een bediening die
hij tot aan zijn dood uitoefende.
Inmei 1947, liet P. Pio, met hulp van giften van de gelovigen, de werkgen
beginnenvoor de bouw van de "Casa Sollievo della Sofferenza", ingehuldigd op 5
mei 1956. Niettegenstaande zijn wankele gezondheid en verbijsterende medische
onderzoeken, bereikte hij de leeftijd van 81 jaar. Uitgeput door zijn
biechtpraktijk stierf hij op 23 september 1968.
In november 1969 begon men het verzamelen van de informatie met het oog op zijn
zaligverklaring. De verzamelde documenten werden op 16 januari 1973 overgemaakt
aan de Congregatie voor de zaligverklaringen en het diocesaan proces begon te
Manfredonia op 20 maart 1983. In 1998 verscheen het Decreet over de
heldhaftigheid van zijn leven en zijn zaligverklaring zal plaatshebben op 2 mei
1999.
GESCHRIFTEN
Niettegenstaande P. Pio zijn theologische studies deed in speciale
omstandigheden, met behulp van handboeken, geeft hij blijk van een goede kennis
van de ascese en de mystiek. Men kan het nagaan in de vele brieven die hij
schreef aan zijn geestelijke leiders Benedetto en Agosltino van San Marco in
Lamis, en aan de mensen die hij begeleidde. De brieven aan zijn geestelijke
leiders werden geschreven van 1910 tot 1923, het jaar waarin hem alle
briefwisseling werd verboden. Ze zijn verschenen in een kritische editie,
voorzien van uitstekende inleidingen en verklarende nota's. Van deze
briefwisseling verscheen een Nederlandse vertaling door Ch. Niederer s.j. en in
1993 uitgegeven door de Stichting De stem van Pater Pio, Torenstraat 2, NL-5259
ET Berlicum.
SPIRITUALITEIT
Padre Pio was vóór alles een mystieker. De buitengewone verschijnselen die hij
ondervond, in het bijzonder de stigmata, komen meerdere malen in de levens van
de heiligen. De originaliteit van P. Pio bestaat in het feit dat hij deze
verschijnselen niet heeft beleefd in de stilte en de contemplatie die hij zozeer
liefhad maar in de dienst aan de mensen in de biechtstoel. Zijn programma van
geestelijk leven was: "zichzelf heiligen en anderen heiligen". De sleutelwoorden
van zijn actieve en passieve zuivering zijn het gebed, de strijd tegen de zonde
en de duivel, het lijden, de donkere macht van de geest, de liefde tot God en de
naaste, tot de Maagd Maria en de Eucharistie, het mysterie van de dood. De
traditionele leer van de christelijke volmaaktheid vindt men terug in zijn
geestelijke leiding. Zijn theologie is goed gefundeerd, zijn ascetisch
onderricht praktisch en doeltreffend, in de lijn van de theologische deugden,
het christocentrisme, de godsvrucht tot Maria, het gebed, alles onder de schaduw
van het kruis.
Zijn geestelijk leven bereikte zijn hoogtepunt met de gave van de doorboring van
zijn hart op 5 augustus 1918 en op 20 september daaropvolgend van de stigmata.
Vanaf dan kreeg zijn leven een definitieve wending, oefende hij een
onweerstaanbare aantrekking uit op de massa en stortte zich in een intens
apostolisch leven.
De verklaring van het Heilig Officie van 31 mei 1923 (dat er niets
bovennatuurlijks te vinden is in de zaken die aan pater Pio worden
toegeschreven) was noch absoluut, noch onherroepelijk. Paulus VI stelde op 20
februari 1971 P. Pio voor als een "rappressentante stampato" (een getekende
vertegenwoordiger) van Onze Heer, een man van gebed en lijden. Voor P. Pio waren
zijn stigmata een getuigenis door God gewild, die hem de zekerheid gaven van
zijn deelname aan het lijden van Christus en van zijn zending om aan de mensen
het heil door Christus verworven door te geven. Men moet eveneens opmerken dat
geen enkel van de maatregelen van het Heilig Officie van persoonlijke aard
waren: P. Pio was altijd onberispelijk als religieus, priester en apostel.
De tien jaren (1923-33), die hij doorbracht in afzondering waren voor hem jaren
van gebed, van zuivering, van onderwerping aan de wil van God en zijn oversten.
Hij kon in deze periode tenvolle zijn oproep realiseren "corredimere l'umanità
peccatrice" (de zondige mensheid mede verlossen), zoals P. Benedetto zei.
Roeping en charisma beleefde hij op bijzondere wijze door de viering van het
eucharistisch mysterie en het toedienen van het sacrament van de boete. In
feite, vanaf 1934 tot de vooravond van zijn dood, voltrok zich zijn opgang naar
God van dag tot dag op dezelfde wijze: het mysterie van het Kruis beleven,
deelnemen aan het verlossingswerk van Christus en bidden. De uren die hij niet
doorbracht in de biechtstoel wijdde hij aan het gebed, "de sleutel die het hart
van God opent". Gebed dat hij vroeg en aanbeval aan allen. Volgens het
uitdrukkelijk verlangen van Pius XII, stichtte hij in 1947 de "gebedsgroepen"
waarvan er heden ten dage enkele duizenden bestaan over heel de wereld.
Reeds tijdens zijn leven was P. Pio het voorwerp van polemieken, maar boven alle
hypothesen en polemieken staat één feit vast dat garant staat voor zijn
geloofwaardigheid en zijn heilig leven: zijn liefde. Zoals bij alle heiligen is
deze liefde voor de mensen, zowel geestelijk als lichamelijk, het meest concrete
teken - mer nog dat de stigmata - van zijn liefde tot God, van zijn verbond met
Hem, van zijn geleefde inlijving in het mysterie van Christus Verlosser die in
hem geleden heeft en lijdt in al zijn gelovigen.
ENKELE CITATEN UIT DE BRIEVEN VAN PATER PIO
"Ik vind het bijna absoluut onmogelijk om de werking van de Beminde uit te
drukken. De Oneindige Liefde heeft eindelijk in de onmetelijkheid van Zijn
kracht de hardheid van mijn ziel overwonnen, en ik zie mijzelf vernietigd en
teurggebracht tot machteloosheid. Hij stort zichzelf geheel uit in het kleine
vat van dit schepsel, dat een onzegbare kwelling lijdt en zich onbekwaam voelt
het gewicht van deze onmetelijke liefde te dragen. Helaas! Wie komt mij
verlichten? Hoe zal ik de Oneindige dragen in mijn klein hart? Wat moet ik doen
om Hem altijd opgesloten te houden in de enge cel van mijn ziel? Mijn ziel smelt
weg van smart en liefde, van bitterheid en zoetheid tegelijkertijd? Hoe kan ik
zo een immense werking van de Allerhoogste uithouden? Ik bezit Hem in mij en ik
kan er mij niet van waarhouden om met de Allerheiligste Maagd te juichen:
Exultavit spiritus menus in Deo salutari meo: Mijn geest juicht in God, mijn
heil (Lc. 1,47). Ik bezit Hem in mij, en ik voel Hem geheel in mij en ik voel
geheel de kracht om met de bruid van het Hooglied te zeggen: Ik heb Hem gevonden
die mijn ziel bemint... Ik houd Hem vast en laat Hem niet meer gaan (Hoogl.
3,4). Maar dan als ik mij niet in staat zie om het gewicht van die oneindige
liefde te verdragen en Hem geheel op te sluiten in de kleinigheid vaen mijn
bestaan, dan voel ik mij vervuld van schrik dat ik Hem los moet laten door het
onvermogen Hem te kunnen bevatten in het enge huis van mijn hart." (12 januari
1919).
"Ik voel mij als verdronken in de grote oceaan van de liefde van mijn Beminde.
Ik wort der voortdurend mee oververzadigd. Toch is de bitterheid van deze lierde
zoet en is haar last licht, maar dat verhindert mijn ziel niet de onmetelijke
vervoering van deze liefde te voelen. Ik heb geen mogelijkheid haar onmetelijk
gewicht te dragen, zodat ik mijzelf als vernietigd en overwonnen voel. Mijn
klein hart is niet in staat deze onmetelijke liefde te bevatten. Het is waar dat
zij zowel binnen als buiten mij is. Maar, mijn God, als U Uzelf uitstort in het
kleine vat van mijn wezen, lijdt het de doodstrijd niet in staat te zijn U te
bevatten. De binnenzijden van dit hart staan gespannen tot berstens toe, en het
vrwondert mij dat dit nog niet gebeurd is. Het is ook waar, dat wanneer deze
liefde er niet in slaagt geheel indit kleine vat binnen te komen, zij zich
geheel naar buiten stort. Maar hoe kan iemand staande blijven wanneer de
Oneindige zich over hem uitstort? Mijn God, ik voel mij sterven! U ziet dit zwak
wezen uitdoven, dat vergaat van liefde tot U. En U blijft intussen
onverschillig!... Vergeef mij, o God, mijn liefde! Ik ben buiten mijzelf en ik
weet niet meer wat ik zeg. U heeft mij ongeduldig gemaakt, U heeft mij
overwonnen. U heeft mij van binnen geheel in vuur gezet. U heeft een stroom van
vuur in mijn binnenste gevoerd. Wat kan ik anders doen dan mij beklagen als U
zelf mij uitdaagt en mijn broosheid op de proef stelt?... (29 januari 1919).
BOEKEN OVER P. PIO
De opsomming van de geschriften over P. Pio sinds 1919 - dagbladreportages,
essays, voortijdige biografieën - is immens, waarvan de meeste in het Italiaans.
Er bestaat een bibkliografie over hem, verschenen in 1977, die 116 baldzijden
telt. De publicaties van vóór 1968 hebben allen gemeen: verbeelding, ophemeling,
subjectieve en ontspoorde interpretaties van de mystieke verschijnselen,
dikwijls ook vijandigheid ten overstaan van de voorzichtige houding van de
kerkelijke overheid betreffende P. Pio.
Overgenomen uit Dictionarie de Spiritualité: Isodoro de Villapadierna, Pio de
Pietrelcina fasc. 80-82 col. 1443-1445 (1985).
7. Ter gelegenheid van de nakende zaligverklaring stelde broeder Klaas
Blijlevens het volgende gebedsprentje samen. De werkgroep Pater Pio zorgde
voor de verspreiding.