Provinciebestuur

 Startpagina Vorige

1. Provinciebestuur
2. Gardiaans en locale oversten
3. Generaal bestuur
4. Provinciaal bestuur van de Nederlandse provincie
5. Provinciaal bestuur van de Franse provincie
6. CENOC

 

1. Provinciebestuur

Op het provinciaal kapittel, gehouden te Ranst van 2 tot 5 maart 2009 werd onder het voorzitterschap van br. Peter Rodgers, definitor generaal,
op 5 maart 2009 het nieuw bestuur gekozen.

 

Br. Adri Geerts Minister provinciaal

Br. Gust Koyen Vicaris-provinciaal
Br. Hugo Gerard 2° definitor
Br. Kenny Brack  3° definitor
Br. Theofiel Van der Steen 4°definitor.

 

 

Van links naar rechts op de foto:
Adri Geerts (Provinciaal) –Kenny Brack (derde definitor)  -  Br.  Theofiel Van der Steen (vierde definitor - Gust Koyen  (vicaris-provinciaal) – Hugo Gerard (tweede definitor)
   

Het  nieuwe bestuur

Adri Geerts (Provinciaal) –Kenny Brack (derde definitor)  -  Br.  Theofiel Van der Steen (vierde definitor - Gust Koyen  (vicaris-provinciaal) –
Hugo Gerard (tweede definitor)

samen met de generale definitor: Peter Rodgers (links op de foto)

 

2. Gardiaans en huisoversten

Aanstelling van de gardiaans en huisoversten op dinsdag 5 mei 2009 te Antwerpen.

 I.  GARDIAANS EN HUISOVERSTEN

     Plaats                             Gardiaan                                  Vicaris 

    Antwerpen                       Jan De Vleeshouwer                Patrick Annaert
    Brugge                             Klaas Blijlevens                       Hugo Gerard
    Herentals                          Fil Van der Steen                    Paul Paternoster
    Meersel-Dreef                   Frans Wouters                        Jan Geerts
    Izegem                             Norbert Maertens                    Piet Debusschere

     Schaarbeek                 huisoverste: Walbert Defoort

    Ieper                           huisoverste: Boni Van Looveren

Ondertussen werd het klooster van Aalst opgeheven en br. Pascal Teuns.
De foto's hieronder dateren van de aanstelling 5 mei 2009

             In voorbereiding op de aanstelling

       

            Aanstelling

           Broeder Adri Geerts, provinciaal, ging voor in de aanstellingsviering

   

Br. Adri Geerts, provinciaal, richt zich tot zijn medebroeders gardiaans en huisoversten in het licht van de paaskaars, geïnspireerd door het woord uit de schrift en vanuit de bezieling van Franciscus van Assisi.

       Officiële  groepsfoto

   
1) Vóór het maken van de foto stellen de gardiaans en huisoversten zich op:  

       
           
     

           2) En dan nu...  de officiële foto:

  

 

          van links naar rechts

                Fil Van der Steen (gardiaan Herentals) – Boni Van Looveren (huisoverste Ieper) – Norbert Maertens (gardiaan Izegem) –
              Jan devleeshouwer (gardiaan Antwerpen) – Hugo Gerard (definitor) – Adri Geerts (minister provinciaal) – Jozef Teuns (gardiaan Aalst) –
               Klaas Blijlevens (gardiaan Brugge) – Frans Wouters (gardiaan Meersel-Dreef) en Walbert Defoort (huisoverste Brussel)

II.  AANSTELLINGSVIERING

 

1. Welkom en Inleiding

2. Lied: (ZJ 402) Zingt voor de Heer een nieuw gezang

3. Gebed (samen)
God, die woont
in het ontoegankelijk licht,
verdrijf de duisternis uit ons hart. Geef ons een eerlijk geloof,
een sterk vertrouwen
en een consequente liefde.
Geef ons dat fijne zintuig
waardoor wij kunnen onderscheiden wat Gij ten diepste van ons verlangt.Amen

4. Woorden van Franciscus :
                                      
Vermaning 18,1:
Gelukkig die mens die zijn naaste in al diens broosheid draagt,
     zoals hij door hem gedragen zou willen worden,
     als hij in eenzelfde toestand zou verkeren.

(moment van stilte)

   en daarna: Ubi caritas.. .Deus ibi est ( gezongen)

Vermaning 19:
Gelukkig de dienaar die zich niet beter vindt,
wanneer hij door de mensen geprezen en verheven wordt,
dan wanneer zij hem waardeloos, eenvoudig

en verachtelijk vinden.
Want zoveel als een mens in de ogen van God is, zoveel is hij en niet meer.
Wee die religieus die door anderen hoog geplaatst is
en uit zijn eigen wil niet wil neerdalen.

En gelukkig die dienaar die niet uit eigen wil hoog geplaatst is. en altijd verlangt onder de voeten van anderen te zijn.

(moment stilte) en daarna: Ubi caritas

 

5. Psalm 63 (alternerend)

antifoon:

Het water dat Ik hem zal geven zal in hem een waterbron worden

         opborrelend tot eeuwig leven.

 

God, mijn God zijt Gij,

ik zoek U met groot verlangen.
Naar u dorst mijn ziel en hunkert mijn hart als dorre akkers naar regen.

Zo zie ik omhoog naar de plaats waar Gij woont, beschouw ik uw macht en uw glorie.

Meer waarde dan het leven is mij uw genade, mijn mond verkondigt uw lof

Mijn ziel wordt verzadigd met voedzame spijs, mijn mond zal Ujubelend danken.

Als ik in de nacht op mijn bed aan U denk dan houd ik U stil in gedachte.

Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest, ik koester mij onder uw vleugels.

Met heel mijn hart houd ik vast aan U, het is uw hand die mij steunt.
Maar zij die mijn leven bedreigen gaan zelf naar het dodenrijk.

Zij zullen vergaan door het zwaard, een prooi voor de jakhalzen worden;

De koning vinde in God zijn geluk,

al wie hem trouw is moge geëerd zijn, maar wie hem weerstaat moet verstommen.

 

6. Lezing uit "Ons broederlijk leven in minoritas"

                                                                         (Zevende ordesraad) 21

(...) De rol van de broederlijke dienst van leiding bestaat hierin: zorgen dat de broeders in het leven van de gemeenschap hun per­soonlijke verantwoordelijk-heid kunnen opnemen en ontwikkelen; ondersteunen en bevorderen van de eenheid en de eensgezindheid van de broeders; onderkennen en ernstig nemen van de talenten die onder ons aanwezig zijn; het stimuleren van de onderlinge en inc/u­sieve liefde voor allen die wij ontmoeten; en het ondersteunen van de broeders in hun zoektocht naar de gelijkvormigheid met de nede­rige en arme Christus.

Met dit alles voor ogen bevorderen de ministers met alle middelen het gemeen-schappelijk zoeken naar de wil van God, het opnemen van medeverantwoorde-lijkheid, de broederlijke dialoog, de ge­meenschappelijke planning en bepaling van doelstellingen, de subsi­diariteit en de solidariteit. Een essentieel en onont-beerlijk instru­ment hiervoor is het huiskapittel. Daarenboven moeten de broe­ders die leiding geven een luisterend oor verlenen aan iedere afzon­

delijke broe-der en de persoonlijke weg van elkeen met respect er­

kennen. Ze zullen daarbij aan de woorden denken waarmee Fran­ciscus de broederlijke dienst van leiding heeft omschreven: bezoe­ken, opbeuren en terechtwijzen ( 2 RegMB, 10, 1) "


7. Woord


8. Voorbeden: Gelegenheid tot het inbrengen van een bede

9. Lied: (ZJ 410) De Geest des Heren

10. Aanstelling en zegen

 Beste medebroeders,

 Het bestuur heeft in u zijn vertrouwen gesteld. Het vertrouwt aan uw zorgen, uw genegenheid en uw bekwaamheden en talenten een aantal van de broeders toe, om er samen ter plaatse broeder­schap mee te beleven en verder uit te bouwen. Draag uw broeders in het hart, wie ofwat ze ook zijn: van uw broederlijke ge­negenheid hangt het voor een zeer groot deel af 0 f zij gelukkig en tevreden zul-Ien zijn en elkaar zullen blijven vinden als lot- en tochtgenoten, als de naaste naasten.

Ons vertrouwen, de zegen van de gehoorzaamheid, en een die­pe vrede van het hart die de Heer u kan schenken, mogen de pas­munt zijn gedurende dit triënnium.

Geefhoop en vertrouwen, waar angst en twijfel is. Breng vrede en eenheid, waar afstand, onbegrip en spanning heerst. Breng leven en vruchtbaarheid waar slordigheid, onverschilligheid en dorheid is.

De Heer zegene u en beware u. Hij tone u zijn aanschijn en ontferme zich over u, Hij kere zijn gelaat naar u toe en geve u zijn vrede.

 

 

III.  WOORDJE VAN PROVINCIAAL ADRI GEERTS

 

1. Ik wil jullie allereerst danken omdat jullie de taak van gardiaan of huisoverste aanvaard hebben. Ik zie onder jullie niemand die echt zat te wachten op die benoeming. Het is aantrekkelijker om je ten volle aan één pastorale of andere taak te kunnen wijden en binnen de fraterniteit een goede medebroeder proberen te zijn, dan de leiding van en zorg voor een (in de meeste gevallen oude) fraterniteit op je te nemen, met alle verspreide aandacht en uiteenlopende taken die dat vaak meebrengt.

Voor sommigen onder jullie is het aanvaarden van het gardiaan zijn nog een grotere stap dan voor de anderen.

Van harte dank er voor!

 

2. Ik hoop voor ieder van jullie dat je ook vreugde in deze taak mag beleven. Datje mag beleven dat het goed is watje in je taak voor het geluk van je medebroeders, voor je fraterniteit en voor mensen die bij ons aankloppen, mag zijn en doen.

 

3. We hebben tijdens de vergaderingen van de gardiaans in de voorbije drie jaar (en ook voordien) weer ten volle ervaren - wat we natuurlijk wel wéten- hoe verschillend de gemeenschappen zijn en hoe verschillend de opgaven voor de oversten. Schaarbeek is Herentals niet en Izegem is Antwerpen niet...

En 'de' kloosters en 'de fraterniteit' bestaan niet in onze provincie!

En ook heel veel van wat vanuit Rome geschreven wordt en aanbevolen wordt, is bestemd voor jonge vitale gemeenschappen, en sluit niet direct aan bij onze situatie, hoe graag we ook zouden hebben dat dit wel zo is.

Toch hoop ik dat jullie aan elkaar en aan het bestuur steun zullen hebben (en ook dat het bestuur aan jullie steun mag hebben) bij het zorgen voor het welzijn van de provincie-fraterniteit en voor het realiseren van wat het laatste kapittel heeft aanbevolen.

Het hangt heel veel van de gardiaan of overste af of berichten en uitnodigingen tot deelname aan dit of dat, vanuit het provincialaat, werkelijk doordringen tot in de gemeenschap en of er al of niet gehoor aan gegeven wordt!

 

4. Kijkend naar de taak van gardiaan vanuit het laatste kapittel.

Tijdens het laatste kapittel heeft br. Jan Wouters een paper ingebracht over de zending van onze broederschap vandaag. En hij heeft onderstreept - veelvuldig verwijzend naar de zevende ordesraad waaraan hijzelf deelnam - dat de eerste zending van de minderbroeders het intens beleven van de broederschap is en hij onderstreepte daarbij het belang van de taak die de gardiaan daarin heeft.

Ik nodig jullie uit om de tekst van Jan Wouters in het kapittelverslag nog eens te herlezen.
 

Zojuist hebben we ook een tekst uit die zevende ordesraad gelezen die veel aandachtspunten voor onze taak bevat en die daarom voor onszelf nog kunnen overwegen.

 

5. Enkele overwegingen en aandachtspunten bij de taak van de gardiaan

 

Drie jaar geleden heb ik bij de aanstelling van de gardiaans een aantal zaken gezegd over de taak van de gardiaan. Ik sta daar nog achter en ik voel niet de behoefte om nu absoluut iets anders te zeggen.

Ik herhaal daarom een aantal zaken

 

5.1. Veelzijdige taak

'Bij ons heeft de gardiaan een zeer veelzijdige taak. Er is enerzijds de zorg voor het onderhoud (klein en groot) van het huis en van de kerk, de zorg voor de bevoorrading, voor de administratie en correspondentie, voor de financies, de zorg voor iedere medebroeder, en op een eigen wijze voor oude en zieke medebroeders en alles wat bij deze zorg ook aan administratie bij komt kijken. En vandaag komt er meer en meer bij dat men het werk van personeel moet regelen en aandacht moet hebben voor hun werk en werksituatie.

In veel religieuze families is voor de hier opgesomde taken een afzonderlijke persoon belast.

Daarnaast is er de aandacht voor de concrete broeders, voor hun werk en hun ervaringen, voor hun noden en welzijn, voor het klimaat en de relaties en de dialoog binnen de fraterniteit, de medeverantwoordelijkheid van ieder enz. Er is de aandacht voor de liturgie en het gebed in de fraterniteit, voor de pastorale taken van de fraterniteit en de zending in bredere zin.

De gardiaan is bovendien de verbindingspersoon met de ruimere provincie­fraterniteit en dat in de twee richtingen.

Hij is ook het aanspreekpunt ter plaatse, hij heeft een representatiefunctie enz.

 

Deze opsomming volstaat waarschijnlijk voor sommigen onder jullie om het even benauwd te krijgen, als je daarbij ook denkt aan het pastoraal en ander werk dat je al hebt en dat je nog graag verder zou kunnen behartigen.. ..

 

Het is daarom belangrijk om te kijken wat kan en niet kan, en om te zien hoe de taak kan verlicht worden.

 

5.2. Spanningsvelden

De opsomming van zojuist illustreert dat je als overste in een reeks spanningsvelden terecht komt. Ik noem er enkelen. De zorg voor de gemeenschap en de andere taken die je hebt; de ruimte voor de individuele medebroeder en de aandacht voor het welzijn van de fraterniteit; de spanning tussen droom en plannen(en watje graag zou zien tot stand komen) en de

grenzen van de realiteit; de spanning tussen echt iemand de verantwoordelijkheid kunnen geven wanneer je taken delegeert, en het willen ingrijpen wanneer je ziet dat ze niet opgenomen worden zoals je zou wensen; de spanning tussen je totale inzet en de zorg voor jezelf;

de spanning tussen de verwachtingen van mensen en de antwoorden die je kan geven; de spanningen binnen een gemeenschap; de spanning tussen gewoon een broeder naast en tussen de anderen willen zijn, en toch je eigen plaats hebben die je wat alleen zet, en ook het toch moeten verantwoordelijkheid nemen. 

5.3. Een taak met veel aspecten die ons niet allemaal even goed liggen

Ieder van ons heeft verschillende bekwaamheden. Sommige van de opgenoemde facetten liggen ons beter dan anderen. Dat kan niet anders.

Gelukkig kunnen we heel wat taken door medebroeders laten doen. Daarbij is het dan belangrijk dat we én ten volle de verantwoordelijkheid die we iemand geven, respecteren én anderzijds toch eindverantwoordelijkheid blijven dragen. Het is belangrijk dat medebroeders zich verantwoordelijk mogen weten en zich daarin au serieux genomen voelen en vertrouwen krijgen. Het is ook belangrijk dat we heel duidelijke afspraken maken rond de taakverdeling enz.

 

5.4. Een taak die je confronteert met je zelf

 

Wij hebben allen ons karakter en onze grenzen en we mogen die ook hebben. Hoe eerlijker we met onszelf omgaan, hoe beter wij onze grenzen durven onder ogen zien en erkennen en op de goede plaats ook kunnen uitspreken, hoe beter we er naar anderen ook mee kunnen omgaan.

Soms kunnen situaties of medebroeders ons te hoog zitten. En het kan gebeuren dat wij ons hart daarover graag eens luchten. Het is dan wel belangrijk dat wij het bij de goede persoon doen. En best niet bij iemand die ons ongenoegen versterkt, bij iemand die deze kans aangrijpt om er de eigen grieven en frustraties bij te leggen. Best dus bij iemand die ons in onze beleving goed beluistert en ze verstaat en ze voor ons verheldert.

 

Het is goed dat we hierbij onszelf goed leren kennen. En dat we aan zelfreflectie doen.. Waarom irriteren ons sommige houdingen of gedragingen van sommige medebroeders ? Waarom durven we naar de ene medebroeder wel toestappen om iets te zeggen of iets te vragen? Waarom doen we dat naar een andere veel moeilijker? En luchten we misschien ons onbehagen of misnoegd­heid alleen tegen anderen en niet tegen die medebroeder zelf, of alleen maar als we erg kwaad zijn? Waarom zijn we voor opmerkingen heel gevoelig, of voelen we ons meteen aangevallen als die of die iets zegt of voorstelt? Het is goed dat we bij onszelf onderkennen wat er dan bij ons leeft of gebeurt. Wij steken op een bepaalde manier in elkaar en de eerste stap is dit te onderkennen en te aanvaarden en te weten dat wij er zo mogen zijn, dat we met de nodige humor naar onszelf kijken en onszelf aanvaarden. Dan kunnen we er gemakkelijker op een goede wijze mee omgaan.

Af en toe wat afstand nemen, reflecteren op onze taak, op onze fraterniteit en ook de nodige ontspanning nemen, is heilzaam.

* Je taak goed doen en beseffen datje eigen beleven van onze roeping invloed heeft op de anderen.

En toch ookje taak niet' te goed' willen doen. Je bent niet verantwoordelijk voor alles, niet verantwoordelijk voor de wijze waarop de andere broeders hun roeping beleven.

* je mag je eigen fouten hebben. En tegelijk moetje je daar niet te vlug achter verschuilen.

Het is erg weldadig wanneer wij onze grenzen kennen en aanvaarden en daar ook durven voor uit komen.

* Omgaan met grenzen, met machteloosheid ook. Wij zelf zijn niet voor alles verantwoordelijk, niet voor alle mistoestanden, niet voor alle spanningen; We moeten niet denken dat wij die eigenJijk allemaal zouden moeten oplossen. En anderzijds is het belangrijk dat we mogelijkheden blijven zien!

 5.5. Ons omgaan met onze medebroeders

Het treft me soms dat mensen die ons toch goed kennen, niet door hebben wat het voor ons betekent tot deze gemeenschap te zijn toegetreden, dat wij broeders van elkaar willen zijn, dat wij niet zelf over financies beschikken maar alles in een gezamenlijke pot doen, dat wij bij de keuze van werk enz. dit mee afhankelijk stellen van de noden van de gemeenschap, dat wij niet denken in termen van promotie enz. Onze keuze om in een broederschap te leven is geen vanzelfsprekende keuze. Het is belangrijk dat we af en toe stil staan bij de wijze waarop wij trachten met elkaar te leven.

Mag ik hier even de aandacht vragen voor enkele houdingen die we nooit helemaal bezitten.

* De eerbied, het respect voor iedere medebroeder.

Zoals alle mensen voelen we ons allemaal graag gerespecteerd. Als we geen respect, geen 'eerbied' ervaren sluiten we ons, moeten we ons innerlijk afsluiten en gaan we een beetje dood. Eerbied heeft niets met ont-zag te maken of met onderdanig ons buigen voor. Maar wel met 'deze mens, deze medebroeder' in zijn mens-zijn, zijn medebroeder zijn erkennen en hem dus niet achteloos voorbijlopen of kleinerend behandelen. Eerbied is een heel mooi woord. Het is eer bieden aan een medemens door deze te erkennen in zijn waarde en zijn uniciteit en deze niet te schaden maar te bevorderen.

Dit heeft te maken met het aanvaarden van de ander (wat niet wil zeggen alles wat hij doet of niet doet maar goedkeuren)., met de manier van spreken, de manier van plagen, de manier van op dingen wijzen, de manier van iemand maar aan zijn lot overlaten of hem behulpzaam zijn enz.

 * De innerlijke gastvrijheid voor iedere broeder.

Het is belangrijk, niet alleen voor de gardiaan, maar ook voor hem, om innerlijk gast-vrij te zijn. Mag de ander bij ons binnenkomen, hebben wij aandacht en tijd. Dat hoeft geen kwestie van lange gesprekken te zijn. Maar 'merken we de ander op', hebben we zulk gedrag dat de ander geen te grote stap moet zetten om iets te kunnen zeggen, hebben we oog en hart voor hoe het met iemand gaat. En dat wat gezondheid betreft maar ook voor de rest. Heeft de ander bij ons een plaats.

Ik zeg nu iets dat ikzelf niet altijd gemakkelijk weet te beleven. Ik kan erg gespannen zijn in verband met wat ik te doen heb, en dan wordt een onverwach­te vraag voor dit of dat, vlug een onwelgekomen obstakel. . .En ik mocht ervaren dat sommige medebroeders me daarin kenden en begrepen. Maar dat wil niet zeggen dat het goed is dat ik zo handel, leef. Het zijn heerlijke mensen bij wie je op ieder moment het gevoel hebt datje kan 'binnenkomen' in hun aandacht, en die wanneer het echt niet kan, het ook duidelijk zeggen.

 Met die innerlijke gastvrijheid hangt ook de positieve blik samen. . In de Rogeriaanse therapie spreekt men van de onvoorwaardelijke positieve blik als een houding die gunstig is om de ander te doen groeien. Dat is natuurlijk gemakkelijker te doen tijdens een gesprek van een uur met iemand die verder niet in je leven aanwezig is, dan in het dagelijks samenleven.

Maar toch. Je kan de ander met een blik bekijken van 'ik ben op alles voorbereid, jij gaat mij niet liggen hebben, wat nu weer enz. of: hoe kan ik de ander te slim af zijn, enz. of met een blik die de ander vernietigt, of die de ander puur observeert en probeert 'door te hebben', of die de ander veroordeelt,of die niets van de ander verwacht. Maar er is ook de blik die de mens die gelukkig wil zijn, ziet in de ander en weet dat - ook al is het onder zware blokkades en in een verwrongen gedrag - een medemens aanwezig is.

De blik die eigenlijk op het beste in de ander appelleert. We kunnen daarbij denken aan de zeer vaak geciteerde tekst van Eloi Lerc1erc op de laatste bladzijde van 'De Nacht van de Poverello’.

 * Het bevestigen en bemoedigen en waarderen. Vaak leeft dat wellicht in ons maar spreken we het niet uit. Terwijl het toch ons allemaal goed doet wanneer we het ook mogen horen. Ook als we niet achter bevestiging zitten te hengelen. De spreuk van de BZN geldt waarschijnlijk ook voor ons: 'geef iemand een pluim en hij krijgt vleugels' Het moet dan natuurlijk wel gemeend zijn. Ook de interesse voor wat we gedaan hebben, meegemaakt hebben, doet ons vaak goed.

* Elkaar dragen in broosheid. Het is vlug gezegd maar dit woord van Franciscus blijft uiterst kostbaar en actueel. En het krijgt in onze hoogbejaarde gemeenschapapen een steeds grotere actualiteit.

 * De waarachtigheid tegenover de medebroeder

Het is gemakkelijker om iemand in zijn gezicht niets te zeggen, mee te praten, te zeggen dat alles o.k. is maar hem achter zijn rug af te breken of ons onbehagen alleen tegenover anderen te uiten. Maar de medebroeder en wijzelf zijn er het meest mee gebaat wanneer we 'in eerbied' met de betreffende medebroeder zaken ter sprake brengen die we menen te moeten zeggen.

 * Het is goed van medebroeders te bevestigen in hun eigen verantwoordelijk­heid voor welbepaalde taken. Als ze die verantwoordelijkheid hebben, is het goed dat we die ook respecteren en zo maar niet ingrijpen en die verantwoordelijkheid in feite negeren.

* Een tactvolle aandacht voor de gezondheid, voor 'hoe het gaat met een medebroeder' is belangrijk.


Besluitend:

Dit zijn maar enkele aandachtspunten. Er zou nog heel veel te zeggen zijn. Ik wil nog graag zeggen: neem gerust contact op met het provincialaat, trek de aandacht op zaken die moeten behartigd worden, communiceer met je medebroeders en met het bestuur.

Ik wil jullie graag nogmaals danken en ik wens jullie graag toe dat jullie zelf in je taak ook voldoening mogen vinden.

 

3.  Generaal bestuur

Tijdens het generaal kapittel gehouden te Rome van september 2006 werd het volgende generaal bestuur verkozen :

fr. Mauro Jöhri (Zwitserland) minister-generaal
Felice Cangelosi (Italië), vikaris-generaal
Vicente Kiaziku (Angola)
John Antony (Indië)
Peter Rodgers (Ierland)
Mark Schenk (VS)
Carlos Novoa (Argentinië)
José Gislon (Brazilie)
Jure Sarcevic (Kroatië)

4. Provinciaal bestuur van de Nederlandse provincie

Het bestuur van de Nederlandse kapucijnenprovincie 2008 - 2011:

 

MP: Piet Hein van der Veer (confirmé)
VP: Antoon Mars
2D Jan Snijders

Verkiezing: 16.09.2011
Plaats: Friary of s'Hertogenbosch
Président: Peter Rodgers, Déf. gén.

 
De vijf laatste Nederlandse provinciale oversten van de kapucijnen zijn:
 
bulletKees van den Muijsenberg
bulletAntoon Mars
bulletWerenfried van Venrooij
bulletPiet Leenhouwers
bulletAlfred van de Weijer

Het bestuur wordt geadviseerd door administrateur B. de Veer met zijn staf en door de commissies en werkgroepen voor financiën, vormingsraad, missieprocuur, kunst, financiële fondsen en projecten, hervorming constituties, bibliotheek en oriëntatie.

Nederland-Vlaanderen: Er bestaan levendige contacten tussen de Nederlandse en Vlaamse kapucijnen. In ieder geval komen de besturen van beide provincies twee maal per jaar bij elkaar.
De ontmoeting tussen de Vlaamse en Nederlandse besturen van de kapucijnen, franciscanen en conventuelen vindt twee maal per jaar plaats. De provinciaals komen elkaar vaker tegen.

Nederland - Europa: De provinciaals van de Europese kapucijnen kwamen elkaar vroeger tegen in de Duitssprekende, de Franssprekende of de Engelssprekende groep.In 2007 kwamen deze voor het laatst bijeen. Ze zijn daarna een commissie geworden binnen de CENOC.
De CENOC is sinds 2007 versterkt. De provinciaals concentreren zich op de aanpak van specifiek Europese problemen.
 

5. Provinciaal bestuur van de Franse Provincie

Frères Mineurs Capucins
Province de France

 CHAPITRE PROVINCIAL 2009
RÉSULTAT DES ÉLECTIONS

 Au cours du chapitre provincial qui s'est tenu au Foyer Notre-Dame de la Trinité à Blois
du 9 au 13 février 2009  ont été élus :

 

Ministre provincial :                  Fr. Pio Murat (50 ans)

 Vicaire provincial :                  Fr. Hubert Calas (69)

Conseillers :                             Fr. Dominique Lebon (54)

                                               Fr. Joseph Dossmann (36)

                                               Fr. Lucas Lourdusamy (34)

Blois, le 11 février 2009.

                                                Fr. Joseph Sitterlé,

                                                secrétaire du chapitre.

 6.  CENOC

a) CENOC-vergadering Jeruzalem 27 april - 1 mei 2011

b) OPRICHTING VAN DE (FUSIE)PROVINCIE OOSTENRIJK ZUIDTIROL

c) CEN0C-meeting van 26 tot 30 oktober in Zell am Harmersbach

Het Generaal Bestuur in Rome ziet al langere tijd onder ogen dat de grootste kapucijnenlanden zich niet meer in Europa bevinden, maar in Zuid-Amerika en Azië.
Het richtte daarom in 2004 een samenwerkingsverband op van oude Europese provincies, CENOC genaamd, wat de afkorting is van Conferentia Europea Nordico Occidentale Cappuccinorum (Noord-West Europese Kapucijnen Conferentie).


Samenstelling van de Conferentie?

 De vroegere volgende Europese Kapucijnenconferenties maken er deel van uit:

-         de Konferenz Deutschsprachiger Provinziale: (KDP)

-         de Assemblée des Provinciaux d’Expression Française (APEF)

-         de European English-Speaking Capuchin Provinces (EE-CC)

-   de Provincies van Nederland en Vlaams-België: (PNVB)

 In totaal zijn er nu 12 provinciale oversten lid van.

 Lijst van de provincies die er nu deel van uitmaken: 

    * 1. De provincie van Rijnland-Westfalen met provincialaat in Koblenz.*
    * 2.
De provincie van Beieren met provincialaat in München*
      3. De provincie van Noord-Tirool met provincialaat in Innsbruck
      4. De Oostenrijkse provincie met provincialaat in Wenen
      5. De provincie van Zuid-Tirool  met provincialaat in  Bressanone/Brixen
      6. De provincie van Zwitserland met provincialaat in Luzern
      7. De provincie van Nederland met provincialaat in  ‘s Hertogenbosch
      8. De provincie van Vlaams-België met provincialaat in Antwerpen
      9. De Franse Provincie met provincialaat in Parijs
     10. De provincie van Groot-Brittannië met provincialaat in Londen
     11. De provincie van Ierland met provincialaat in Dublin
     12. De provincie van Malta met provincialaat in Floriana

   * Noot: De provincies 1. en 2. zijn nu samengevoegd tot één provincie: de provincie DUITSLAND met bestuur in Munchen.

Statuten van de Conferentie. 

De statuten van de Conferentie werden na consultatie van de Hogere Oversten op 23 september 2003 door de Presidenten  van de EE-CC, KDP, PNVB en de Minister Provinciaal van de Franse Provincie en de beide voor deze gebieden verantwoordelijke Definitoren Generaal, goedgekeurd.

Enkel de Generale Minister, met toestemming van zijn Definitorium, kan ze afschaffen.

 

Opgaven van de Conferentie

-         Het bevorderen van de samenwerking tussen de verschillende provincies van de Conferentie en in zover mogelijk ook met de Bisschoppenconferenties en de verenigingen van Hogere religieuze Oversten, zowel mannen als vrouwen.

-         Vragen behandelen die in het gebied van de Conferentie leven en werken van de Orde betreffen.

-         Bezorgd zijn voor het algemeen welzijn van de Orde.

-         De solidariteit bevorderen tussen de verschillende provincies van de Conferentie en van geheel de orde.  De broeders helpen de eigen roeping als kapucijn te beleven.  Meewerken aan de vernieuwing van het christelijk leven door eigentijdse getuigenisvormen als profetisch teken te stellen en als bevordering van Vrede Gerechtigheid en Heelheid van de schepping.

-         De verwezenlijking van ons charisma bevorderen in het veranderde Europa.

-         Gemeenschappelijke intitiatieven nemen en desnoods daarvoor de nodige instellingen oprichten en gemeenschappelijk dragen (bv. op gebied van de Vorming)

-         De uitwisseling van broeders in de ordensgebieden bevorderen.

 Praktische werking:

 President en Vicepresident:
De leden van de conferentie kiezen uit hun midden een president en een vicepresident voor de duur van twee jaar.

Secretaris:
Er wordt een secretaris gekozen voor de duur van drie jaar.  Hij houdt ook het archief bij en is econoom van de Conferentie.

Commissies:
Voor bepaalde opdrachten kan de Conferentie commissies oprichten.
In zijn geheel komt de conferentie éénmaal per jaar samen in de eerste volle week van mei van woensdagavond tot zondagmorgen.

 Overzicht van reeds gehouden vergaderingen:

1.      De eerste vergadering had plaats te Saint-Maurice (CH) van 5 tot 9 mei 2004.

2.      De tweede vergadering had plaats te Amersfoort (NL) van 4 tot 8 mei 2005.

3.      De derde vergadering had plaats te Rabat (Malta) van 3 tot 7 mei 2006.

 In de vergaderingen worden drie talen gesproken: Duits, Engels en Frans.  Vertalers zorgen voor de nodige vertalingen in deze drie talen.

Het verslag van de vergadering wordt  in dezelfde drie talen geschreven.

 Subgroepen van de Conferentie

 DK (Arbeidsgruppe der Deutschsprachigen Kapuziner), deze groep komt tweemaal per jaar samen voor enkele dagen en elk jaar verandert de groep van president.  De vergadering gaat door in het land van de president.  Op deze vergadering zijn ook de vicarissen provinciaal uitgenodigd.

 FEEC (French and English speaking European Capucins), deze groep komt eenmaal per jaar voor twee dagen samen in een van de landen die ertoe behoren.  Ook de vicarissen provinciaal zijn aanwezig.

 PNVB (Provincies van Nederland en Vlaams-België), deze groep komt met het hele definitorium van beide provincies tweemaal per jaar samen voor een volle dag.

 Huidige president, vice-president en secretaris: 

Conférence :
CENOC voorzitter: Pio Murat, Frankrijk
Ondervoorzitter: Piet Hein van der Veer, Nederland 
Econoom: Bernd Beermann Circ.: Duitsland
Secretaris: Bernd Beermann Circ.: Duitsland

Verkiezingsdatum: 27/10/2011

   

CENOC-vergadering Jeruzalem 27 april - 1 mei 2011

 
Genomenem uit Vox Minorum, jg 65, nr. 2, juni:  

CENOC-vergadering Jeruzalem 27 april- 1 mei 2011

  1. Plaats:

De voorjaarsbijkomst van de CENOC ging ditmaal door in Jeruzalem. Waarom het zo ver gaan zoeken? In Jeruzalem heeft de orde een huis dat helemaal opgeknapt is en dat onlangs geopend werd. Het adres: Franciscan Capuchin Friary, Disraeli Street 18 Jeruzalem-Talbiye.

Het huis is goed gelegen. Te voet kan men de oude stad gemakkelijk op een kwartiertje bereiken. Het huis is mooi ingericht en heeft comfortabele kamers. Een aanrader voor wie Jeruzalem wil bezoeken. De unanieme bemerking was dat het belangrijk zal zijn dat het generaal bestuur een goed management vindt voor dit huis. Maar of dit gemakkelijk zal te vinden zijn, is een andere vraag.

Omdat we het voor deze vergadering zo waren gaan zoeken en omdat het in Jeruzalem was, waren Piet Hein van der Veer en ik - onafhankelijk van elkaar - een dag vroeger vertrokken en bleven we ook een dag langer. Bij aankomst bleek dat de meeste provinciaals het Paasfeest in Jeruzalem hadden gevierd.

 

  1. Een kleine greep uit het nieuws uit de provincies en conferenties

* De provinciaal van de eengemaakte Duitse provincie zegt dat de eenmaking van de twee provincies goed verloopt. Wel stelt hij vast dat hij veel meer afstanden moet afleggen en het werk op veel punten verdubbeld is.

* De provinciaal van de ene Franse provincie zegt dat de integratie van de vijf provincies na 6 jaar haar voltooiing nadert. De afstanden spelen ook hem parten. Hij ziet voortaan af van het aanwezig zijn bij begrafenissen, jubilea.

* De ééngemaakte Oostenrijkse provincie en de provincie van Brixen zitten in de laatste rechte lijn naar de eenmaking. Die zal half mei een feit zijn.

* In de Zwitserse provincies zijn de regio’s opgeheven. Er moet nu veel gedelegeerd worden door de provinciaal. Men wil het klooster van Luzern grondig renoveren en herbestemmen. Het zal een kostbare aangelegenheid worden.

*De kleine Engelse provincie telt 30 broeders. Er zijn drie Poolse medebroeders en een vierde is op komst. Op vraag van de Engelse provincie zullen er gesprekken starten met de Ierse provincie met de bedoeling één provincie te worden. Wanneer men naar de geschiedenis van deze twee landen kijkt, is dit op zijn zachtst uitgedrukt, heel merkwaardig!

* De Nederlandse provincie staat vlak voor het kapittel. De bestuurbaarheid van de provincie en de plaatselijke gemeenschappen, evenals de toekomst van Velp zullen belangrijke aandachtspunten zijn. Op het eerste punt komen we terug.

 * De initiële vorming binnen de CENOC

*FEEC: Er is een akkoord om het post-noviciaat op te vatten als een periode van twee jaar zonder academische studies.

*ADK: Het gezamenlijk noviciaat is nu zonder novicen en daarom heeft het noviciaatshuis een nieuwe oriëntatie nodig.

* Van Adrian Currian krijgen we een verslag van de bijeenkomsten van vormingsverantwoordelijken.

Vormingsverantwoordelijke zijn in interprovinciale vormingshuizen met slechts enkele kandidaten is in deze tijd geen eenvoudige zaak en soms een eenzaam engagement. Het samenkomen van de vormingsverantwoordelijken doet hen dan ook duidelijk goed. Het onderscheiden van roeping, persoonlijke begeleiding, de ‘conservatieve’ en ‘klerikale’ tendensen bij jonge medebroeders houdt hen bezig.

 4.De CECOC houdt van 7 tot 9 september een mattenkapittel in Krakau over nieuwe evangelisatie. Er worden broeders van de CENOC uitgenodigd (maximum 10). Voor eind mei moeten de namen binnen zijn op het secretariaat van de CENOC. (Walbert Defoort is bereid om namens onze provincie er aan deel te nemen).

5. Hoe verder werken na het symposium in Madrid over secularisering?

Bernd Beerman bepleit de oprichting van een internationale fraterniteit binnen de CENOC in een geseculariseerde agglomeratie.

Een eerste stap zou er in bestaan dat een aantal broeders (2 per provincie) samenkomen om hierover na te denken. Het zouden broeders moeten zijn die ofwel zelf actief leven en werken in een geseculariseerd midden of die er theologisch mee bezig zijn. De namen van mogelijke deelnemers moeten voor einde juli aan het secretariaat van de CENOC meegedeeld worden.

Dan zal een bijeenkomst van twee werkdagen voor deze mensen georganiseerd worden.

8. Een ‘Memorandum’

De Nederlandse provinciaal, Piet Hein, had vooraf aan iedereen een tekst bezorgd, een Memorandum. De Nederlandse provincie stond op het ogenblik van de vergadering voor het driejaarlijks keuzekapittel. Het uittredend bestuur was van mening dat het moeilijk wordt, zo niet onmogelijk, om nog voldoende medebroeders te vinden voor een krachtig en voldoende deskundig bestuur. Het wil aan het kapittel voorstellen om een provinciaal en twee medebroeders-definitoren te kiezen en dit driemanschap aan te vullen met twee bestuursleden die geen kapucijn zijn. Op dit ogenblik voorzien onze Constituties – die meer oog hebben voor groeiende dan voor slinkende provincies – dit niet. Het Nederlands bestuur zou graag hebben dat de Constituties daar in de toekomst wel in voorzien. En ook dat de mogelijkheid geboden wordt dat een niet-kapucijn de leiding zou toevertrouwd worden van een plaatselijke gemeenschap.

Hoewel deze voorstellen voor velen ‘ongehoord’ klinken, werd het memorandum ernstig genomen en na de toelichting door Piet Hein volgde een open gedachtewisseling. De meesten kunnen er inkomen dat er op een bepaald moment geopteerd wordt voor een beperkt bestuur en dat voor bepaalde zaken beroep doet op de adviezen van deskundigen. Niet-kapucijnen echt opnemen in het bestuur, ziet men niet zitten. Peter Rodgers liet verstaan dat het generaal bestuur voor de mogelijkheid van een beperkt bestuur open staat, maar een voorstel om niet-kapucijnen tot volwaardige bestuursleden te maken, niet zal steunen.

*Wat de leiding van een gemeenschap door een leek betreft: Pio Murra haalt het voorbeeld aan van Angers waar een gerontoloog samen met een medebroeder de dagelijkse leiding heeft van een gemeenschap voor zorgbehoevende medebroeders.

*Wat de leiding van een provincie betreft. Op een bepaald moment werd de provincie van Haut Savoy een custodie met slechts twee definitoren naast de provinciaal.

*Men is van mening dat deze thematiek, gesteld dat hij op een generaal kapittel gebracht wordt, door veel leden niet zal begrepen worden. En dat het dus niet vruchtbaar is om hem daar te bespreken.

*Er zijn ook broeders die zeggen: regel dit praktisch maar vraag niet dat de wetgeving aangepast wordt!

*De generaal, Mauro, wil de CENOC wel uitnodigen om over het bestuur van oude provincies onder elkaar en met het generaal bestuur te overleggen.

 9. De voorbereiding van het generaal kapittel.

9.1. De Constituties

* Er werd weer kritiek geuit op de voorgestelde tekst. Veel ingevoegde citaten maar geen vernieuwde kijk op ons leven, aangepast aan deze tijd.

* Er is nog geen methodiek vastgesteld om de besprekingen over de herziening van de Constituties tijdens het generaal kapittel te houden. Men beseft dat de methode van kapitaal belang zal zijn.

9.2. Andere thema’s die voor het generaal kapittel worden voorgesteld zijn onder meer:

* Personele solidariteit

* Juridisch statuut van de conferenties

* Clericalisatie

*Economische solidariteit

* Waar de orde in sommige regio’s verdwijnt:

Hoe de franciscaanse spiritualiteit doorgeven? Hoe delen met nieuwe franciscaanse gemeenschappen? Het verdwijnen van de derde orde.

 10. Onderwerpen voor volgende bijeenkomst:

* De situatie van de provincies van de CENOC binnen 10 jaar en hoe daar structureel mee omgaan.

* Een methodologie voor eenmaking van provincies uitwerken.

* Hoe verder na het symposium over secularisatie?

 Adri 

 

OPRICHTING VAN DE (FUSIE)PROVINCIE OOSTENRIJK ZUIDTIROL

Uit Vox Minorum jg 65, nr. 2, juni 2011
Van 9 tot 11 mei kwamen 68 medebroeders uit Oostenrijk en Zuid-Tirol samen om de verering van de beide provincies te vieren.
.
De nieuwe provincie telt 123 broeders ( 73 in Oostenrijk en 50 in Zuid-Tirol.
Zoals dat gebruikelijk is bij een vereniging van twee (of meer) provincies benoemt het generaal bestuur het bestuur. De benoemde provinciaal, Lech Siebert, kreeg 6 definitoren
 
     

Een kleine voetnoot:

 Wie de drie bovenstaande mededelingen vergelijkt, kan vaststellen dat het drie verschillende antwoorden zijn op de inkrimping van de provincies: zelfstandig blijven maar opteren voor een bestuur van medebroeders en niet-kapucijnen; een custodie worden van een andere provincie; fusie van provincies.

 

 
 

CEN0C-meeting van 26 tot 30 oktober in Zell am Harmersbach

 

1.Plaats van bijeenkomst:

We vergaderden in Duitsland en meer bepaald in een kapucijnenklooster in Zell am Harmersbach. Een klein dorpje dat nauwelijks aangeduid staat op de landkaart. Het ligt een flink stuk zuidwaarts van Offenburg in het Zwarte Woud

De kapucijnen hebben er een kerk en een klooster en ze bedienen verschillende parochies in de omgeving. De kerk is een bedevaartplaatsje ‘Onze lieve Vrouw am Kettel.’ Het klooster is zeer netjes ingericht. Aan het klooster is een bezinningshuis verbonden. Een folder geeft een hele reeks activiteiten aan.

Bij aankomst trof ik enkele nieuwe medebroeders aan. De nieuwe provinciaal van Malta ( de vorige is bisschop benoemd in Kenia) had zich door een definitor laten vertegenwoordigen. De nieuwe provinciaal van Engeland oogt heel anders dan James Boner, zijn Schotse voorganger. Hij heeft een totaal andere outfit, nl. lange baard en pij en hij spreekt verstaanbaar Engels.

 

2.Nieuws uit de provincies

Naar gewoonte begint de bijeenkomst met nieuws uit de provincies.

Ik pik er een aantal zaken uit.

 

De ene Franse provincie telt op dit ogenblik 173 broeders waarvan er 11 in het kader van personele solidariteit aanwezig zijn. Ze wonen in 16 fraterniteiten waarvan één in Algerie. Er zijn nu contacten gelegd met de provincie van Rio Grande du Sul (Brazilië) om een fraterniteit in de voorsteden van Parijs mogelijk te maken. Men denkt in de richting van personele solidariteit met broeders uit meerdere landen.

Men wil ook meer samenwerken met de hele franciscaanse familie. Zo heeft men beslist van een franciscaanse universitaire faculteit te starten. En men denkt er ook in om in het zuiden samen met de franciscanen nog een fraterniteit te behouden ipv beiden zich genoodzaakt te zien om weg te gaan.

De Franse provincie telt 1 postulant, 1 novice en 2 post-novicen.

 

De eengemaakte Duitse provincie telt 157 broeders die in 18 fraterniteiten wonen. De provincie telt 2 postulanten, 3 novicen en 7 post-novicen. De provincie schijnt het proces van eenmaking al goed verteerd te hebben. Het klimaat is goed. Twee huizen werden gesloten maar daar zal het niet bij blijven. Alle projecten kunnen niet aangehouden worden. En wanneer men ruimte wil geven aan nieuwe projecten van jongere medebroeders, zal er langs de andere kant nog snel moeten afgebouwd worden. De kapittels zullen in de toekomst open staan voor alle medebroeders.

De vroegere Beierse provincie was in zee gegaan met een aantal broeders uit Indië. De eengemaakte provincie gaat daar natuurlijk mee verder maar wil toch wel enkele andere accenten leggen. Voordien was de optie eerder dat de Indische broeders de hele provincie versterkten en hier en daar lege plaatsen invulden;    Nu wil men duidelijker opteren voor het oprichten van een of twee internationale gemeenschappen. En men zou daarbij graag naast de broeders uit Indië nog broeders uit één of meer andere landen betrekken.

 

De Zwitserse provincie telt nog 185 broeders waaronder 5 post-novicen. Er zijn ook een vijftal kandidaten. De provincie heeft 17 huizen. Er zullen er verschillende moeten afgestoten worden. Men is bezig met herstructurering en de provinciaal voorziet dat de provincie binnen 20 jaar nog met een zestigtal broeders zal zijn. Men houdt een mattenkapittel met de vraag: waar willen we naartoe gaan? hoe gaan we de provincie herstructureren.

Luzern is het centrum van de provincie, maar de vraag stelt zich wel: wat zullen we met het huis en de tuin doen wanneer het veel te groot is geworden voor ons alleen? Men denkt aan een sociaal engagement, aan het omvormen van de tuin (één hectare) tot een hof van meditatie (voor belangstellenden)en aan een project voor permanente vorming.

De Engelse provincie telt 33 broeders waaronder 1 novce. De provincie heeft in september een nieuw bestuur gekozen. Eén van de 4 Poolse broeders is in het bestuur gekozen. De provinciaal van Warschau is bereid nog twee broeders te zenden. Maar hij zegt er bij dat in Polen het aantal kandidaten daalt en hij kan dus niet verzekeren dat zijn provincie blijvend de Engelse provincie kan versterken.

De Engelse provincie zoekt meer samenwerking met Ierland, en wil zelfs verder gaan dan samenwerking…Maar de liefde is tot heden nog niet echt wederkerig( althans die indruk heb ik).

Zij zetten erg in op roepingenpastoraal. En ze denken er sterk aan om een ‘discerning community’ op te zetten naar het voorbeeld van de Augustijnen in Engeland. Een gemeenschap waar mensen die geboeid zijn door religieus leven of zich afvragen of daar hen weg ligt, een tijd kunnen meeleven.

 

De definitor van de Malteese provincie (91 broeders waarvan 4 eenvoudig geprofesten) zegde onder meer dat een van de bekommernissen van het nieuwe bestuur is om de afstand tussen de inleidende vorming en de permanente vorming te verkleinen. En hij doelde daarbij onder meer op het feit dat tijdens de inleidende vorming de broeders meer met elkaar delen over hun ervaringen en vragen wat leven in gemeenschap, ons charisma en wat gebed voor hen is. Maar dat dit nadien veel minder gebeurt. Ze zijn gestart met het vormen van kleine groepjes van elk drie broeders, uiteraard op vrijwillige basis, die wel meer delen met elkaar. Dit blijkt aan een nood tegemoet te komen, en ze willen hier mee verder gaan.

 

In mei van dit jaar had de eenmaking plaats van de provincies van Oostenrijk en Zuid-Tirol. De nieuwe provincie telt 125 broeders die in 16 fraterniteiten wonen. De (Poolse) provinciaal Lech verwoordt zijn aanvoelen dat de samenvoeging niet al te veel moeilijkheden oplevert en dat ze goed bezig zijn. Wel worden ze met een aantal uittredingen geconfronteerd. Op het vlak van de personele solidariteit leeft bij hem de vraag of het niet goed zou zijn dat er naast de Poolse medebroeder ook broeders uit andere provincies naar hen zouden komen.

 

De Ierse provinciaal vermeldt ook de samenwerking met de Engelse provincie, voornamelijk op het vlak van de initiële vorming, maar ik hoor geen verlangen om tot een fusie te komen. De provincie is nu 80 jaar in Zambia werkzaam en de provinciaal kijkt positief naar de jonge Zambiaanse gemeenschap. In Korea zijn ze 25 jaar aan het werk. In een recent rapport van de regering over het kindermisbruik in het bisdom Dublin werden verschillende medebroeders genoemd. Toch schijnen de medebroeders die in de pastoraal actief zijn, niet al te veel negatieve reacties te krijgen.

 

De Nederlandse provinciaal, Piet Hein, vertelt hoe ze nu een bestuur hebben van drie kapucijnen dat binnenkort met twee adviseurs versterkt wordt. De provincie heeft één novice (54 jaar) die na de eerste twaalf maanden van zijn noviciaat in Tilburg meegeleefd te hebben nu nog zes maanden in Zwitserland verblijft. In de gemeenschap van Den Bosch is er sedert augustus een communiteitsleidster. Ze is halftijds aan de slag. Ze is zeer goed aanvaard door de medebroeders. Men moet op zoek gaan om iemand te vinden die in de grote gemeenschap van Tilburg( 35 broeders en heel wat personeel) de leiding kan nemen. Het kapittel wordt gehouden met een beperkte groep bestaande uit het uitttredend bestuur en tien gekozenen. Men wil echter tweemaal per jaar alle broeders consulteren.

 

3.Verkiezing van een president en vice- president

Vermits de vorige president die nog maar pas in functie was, bisschop werd benoemd in Kenia, moest er een nieuwe gekozen worden. De Franse provinciaal Pio Murrat, die vice president was, werd gekozen. En Piet Hein van der Veer, de Nederlandse provinciaal werd tot zijn eigen verrassing als vice president gekozen. Ze zullen een goed duo vormen! En Pio leidt deze vergadering alvast op een ontspannen en humoristische én efficiënte manier.

4.Nieuws uit de generale curie

*Er blijken in de diensten van de generale curie regelmatig broeders te gaan en anderen komen; Zo zal Charles Serignat, ons allen wel bekend, die vertaler was voor het Engels, de curie te verlaten na het generaal kapittel en naar zijn provincie terug te keren.

*De tijdelijke verhuis van de generale curie naar het Internationaal College moet op 1 november voltooid zijn.

(Het adres is voortaan:   Curia Generale OFMCap.
                                        C.P. 18382
                                        00163 ROMA – ITALIA

                                 Tel: 00 39 06.6605.     Fax  00 39 06.4828.267

* Zoals we elders in dit nummer van de Vox berichten werd het huis in Jeruzalem beter bestaft met een nieuwe gardiaan en een directeur. Zusters kapucinessen zullen er ook meewerken. De gemeenschap van Boser (Enzo Bianchi) was op zoek naar een huis in Jeruzalem. Zij zal enkele appartementen betrekken die bij het huis horen.

*In september kwamen de kapucijnen die bisschop zijn, samen in Rome. Het blijkt dat ze meestal in arme bisdommen benoemd zijn. En ook dat ze zich daar vaak behoorlijk eenzaam voelen. Ze zijn daarom blij wanneer de orde zich nog over hen ontfermt.

*De bespreking van de herziening van de Constituties op het generaal kapittel. Belangrijk zal zijn welke methode men hanteert bij de bespreking. De commissie zal in de eerstvolgende vergadering daarover een beslissing nemen.

*In het generalaat stelt men vast dat de bijdragen vanuit de provincies voor financiële solidariteit aanzienlijk verminderd zijn.

*De kapel van het internationaal college in Rome zal op 25 maart officieel geopend worden.

 

5. De toekomst van de provincies in Noord-West Europa

Dit is uiteraard een belangrijk thema. Het is in de vorige vergaderingen wat op de achtergrond geraakt. Nu volgt er een eerste gedachtewisseling, maar er zal systematischer over nagedacht moeten worden.  Ik doe hier een losse greep uit wat ingebracht werd.

*Iemand stelt voor dat een provincie met een gemiddelde leeftijd van meer dan 75 jaar zelf zijn structuren zou mogen bedenken. Daarop het antwoord van Peter Rodgers: de Constituties maken al veel mogelijk. Maar wellicht zou het goed zijn dat er in de Constituties een model wordt opgenomen voor afbouw.

*We zien bij veel andere religieuzen dat veel provincies samengevoegd worden en dat men soms nog één Europese provincie heeft. Er wordt twijfel verwoord of dat wel zo goed werkt. De Franse provinciaal verlangt alvast niet dat het territorium van de provincie nog groter wordt…

*Gaat iedere provincie zijn eigen dood sterven of behouden we enkele sterke punten? Moeten we niet enkele internationale gemeenschappen tot stand brengen?

*Wanneer er voorstellen gedaan worden, hebben we nog steeds de reflex van ‘wat is het effect op onze provincie?’ maar we moeten eerder grensoverschrijdend denken aan onze tegenwoordigheid in Europa.

*Moeten we niet de grenzen tussen de drie takken minderbroeders overschrijden? En moeten we niet meer met de drie takken samenwerken? Er wordt verwezen naar Tsjaad, Turkije en de Golf waar dit blijkbaar goed gaat.

*De structuur van de provincie is zwaar en bevordert niet altijd de opbloei van nieuw leven. Soms is iemand met een boeiend initiatief bezig maar hij wordt provinciaal gekozen of uit een vitale fraterniteit worden twee medebroeders weggenomen omdat ze elders nodig zijn enz.

*We delen Europa nog altijd spontaan op tussen Oost en West, maar moeten we die opdeling niet verlaten?

*Is het niet wenselijk dat fraterniteiten met een specifiek opzet rechtstreeks onder het generalaat zouden ressorteren (zodat ze minder gemakkelijk leeggezogen worden)?

* Over aanpassing van structuren spreken is één zaak. Maar moeten we niet vooral aandacht besteden aan het attractief leven, aan de inhoud van onze aanwezigheid? Wie willen wij zijn? Welke presentie willen we en welke structuren zijn daarvoor nodig? Waarvoor willen wij staan?

*Wanneer we over onze structuren en onze toekomst spreken, mogen we nooit de diepe evoluties in de samenleving die ons bepalen, uit het oog verliezen.

*Het generaal bestuur denkt meer in de richting van associaties tussen provincies dan van unificatie.

 

6.De voorbereiding van het generaal kapittel.

*Op het generaal kapittel zal de personele solidariteit een belangrijk thema zijn. Zoals al bleek uit het nieuws uit de provincies, werd in ons midden gepleit om de bilaterale contacten te doorbreken en tot meer internationale gemeenschappen te komen. Er wordt ook vastgesteld dat de voorbereiding van de komst van broeders uit andere provincies langs de twee kanten nog beter kan voorbereid worden; De begeleiding is belangrijk en er moet een duidelijk doel zijn.

 

7. Komen tot betere structuren voor Justitia et Pax et Ecologia binnen de Cenoc en eventueel tot een internationale gemeenschap.

Bernd Beerman had over dit thema in de vorige vergadering een stevige tekst op tafel gelegd en toegelicht. In de tussentijd zijn drie broeders, Bernd Beerman, Thomas Dienberg en Pascal Aude bijeen gekomen en ze hebben een agenda uitgewerkt voor een driedaagse waarop twee medebroeders uit elke provincie worden uitgenodigd.

Zo vlug mogelijk zouden de provinciaals moeten meedelen wie er aan deelneemt. De vergadering was gepland eind februari maar dan houdt de Vlaamse provincie haar kapittel. Men is bereid een andere datum te zoeken. De kosten van deze bijeenkomst zullen door de CENOC gedragen worden. De drie broeders die de leiding hebben, zullen op de volgende vergadering van de CENOC uitgenodigd worden.

 

8. De inleidende vorming binnen de CENOC

*Adrian Curran, de voorzitter van de raad inleidende vorming CENOC bracht verslag uit over wat er gebeurde sedert onze vorige vergadering. Hij sprak eerst over de zesde vergadering van de internationale vormingsraad van de orde. Er is een vormingssecretariaat en een vormingsraad en komen tot goede statuten is blijkbaar niet eenvoudig. Men moet nu nog komen tot een Ratio Formationis voor de hele orde.

In de voorbije tijd kwamen ook de verantwoordelijken voor de post-noviciaatsvorming van de verschillende provincies van de CENOC samen. Deze broeders ervaren het als weldadig om elkaar te ontmoeten en over hun ervaringen en vragen te kunnen delen met medebroeders die met hetzelfde bezig zijn. Daarom ontmoeten de novicemeesters en de postulantenbegeleiders elkaar ook.

In de voorbije tijd zijn de postnovicen van de CENOC in Straatsburg samen geweest. Deze bijeenkomst werd ook een positieve ervaring. In het verslag verwoordde Adrian heel wat verzuchtingen die door de jongeren verwoord waren.

*Deze verzuchtingen zijn enerzijds ‘van alle tijden’ maar het is toch goed dat we in de toekomst deze bespreken en zien welke verzuchtingen gerechtvaardigd zijn en welke niet.

Op de vraag welke type kandidaten zich aanbieden, was geen eenduidig antwoord te geven. Er zijn heel verschillende types bij. Pio Murrat meende vaak een individuele spiritualiteit vast te stellen bij de kandidaten. En de vraag is dan vaak: hoe daar mee gemeenschap vormen? Voor hem is eenheid het criterium; als men zo individueel wil zijn dat men niet kan samenleven, dan zal men bij ons niet kunnen aansluiten en moet men andere wegen zoeken.

 Christophorus (Duitsland) verwoordde de spanning die hij ervaart tussen de moeilijke systematische afbouw van de provincie die als gevolg van het slinkend aantal broeders onvermijdelijk is én het willen ingaan op de vragen van jongeren. Op die vragen ingaan vraagt nog een snellere afbouw dan nu al nodig is.

 

9.Afspraken

*Even werd de vraag gesteld of eenmaal per jaar samenkomen niet volstaat. Er werd toch gekozen om tweemaal per jaar te blijven samenkomen. Dit om de verbondenheid tussen de deelnemers te behouden en de samenwerking te bevorderen.

*Op de agenda voor volgende keer:

 + Het project van Justitia et Pax et Ecologia

 + De voorbereiding van het generaal kapittel

 + Een visie op de toekomst van de kapucijnen in Europa (inleiding door Peter Rodgers)

 + Uitnodigen van een expert om te spreken over het begeleiden van veranderingen en spiritualiteit.

 + Wie zijn de jonge medebroeders?

 

*De volgende bijeenkomst zal van 25 tot 29 april 2012 doorgaan in Innsbruck, Oostenrijk.

 

 

Adri