Publicaties

 Startpagina Boeken Artikels Gedichten Handdruk

Boeken

Artikels

Gedichten

Handdruk

Het studie- en documentatiecentrum “Capuchins in the Low Countries” aan de KU Leuven

 

horizontal rule

1.  Brief aan broeder Franciscus

 

 
 

 

2. Franciscus en de wereld

 

 
 

 

3. WAARDERING VOOR ROMANS GUIDO TIRELIREN

 

 
 

Het studie- en documentatiecentrum “Capuchins in the Low Countries” aan de KU Leuven

 Uit Vox Minorum,  Jaargang 66, nr. 1   januari - maart 2012

Frans Titelmans

Niet lang nadat de Vlaamse kapucijnenprovincie besloten had om een groot deel van haar provinciale bibliotheek en archief (ACB: “Archivum Capucinorum Belgii”) over te dragen aan de KU Leuven en het Kadoc, om er bewaard en bestudeerd te worden, rijpte door toedoen van Dr. Ernest Persoons, voormalig rijksarchivaris, en Mathijs Lamberigts, professor aan de Faculteit van Theologie en Religiewetenschappen (KU Leuven), de idee om een studie- en documentatiecentrum op te richten, vertrekkend van dit aangeleverde materiaal. Op deze manier zou het onderzoek hierover extra gestimuleerd kunnen worden, niet alleen binnen de KU Leuven maar ook internationaal. Mede dankzij de steun van de Vlaamse kapucijnenprovincie zag het studie- en documentatiecentrum “Capuchins in the Low Countries” in 2011 het levenslicht. De bedoeling van dit Centrum is om het wetenschappelijk onderzoek naar de boeiende geschiedenis van de kapucijnerorde hier bij ons in de Lage Landen, - haar spiritualiteit, gewoontes, missies alsook haar leden, zoals o.m. Carolus van Arenberg, Frans Titelmans (van Hasselt), Albertus van ’s-Hertogenbosch, Joannes Evangelista van ’s-Hertogenbosch, Auxilius van Moorslede, en Fulgentius van Maaseik, beter bekend te maken, te ondersteunen en te stimuleren.

 1.      Het ontsluiten van het onderzoeksmateriaal

a)      De publicaties

Om al het aangeleverde materiaal zo goed mogelijk te ontsluiten en beschikbaar te stellen, werd allereerst werk gemaakt van het catalogeren van de overgekomen collectie. De oude drukken kwamen hierbij het eerst aan de beurt. Deze vaak zeldzame exemplaren werden zo volledig en gedetailleerd mogelijk beschreven. Daarna volgden de moderne publicaties. Ook dit werk is zo goed als voltooid, mede dankzij de enthousiaste hulp van een groep vrijwilligers (Hilda Jaubin, Emmy Stegen, Lina Mathys, Isabelle Corthouts, pater Daniël De Rycke, en Francine Vanderveken). Een speciale vermelding verdienen de publicaties uit de missies (Pakistan en Kongo). Zij vormen een uitzonderlijke collectie op zich, en het is dankzij de hulp- en taalvaardigheid van pater Daniel Suply dat we de werkjes die in Urdu-taal (Pakistan) waren opgesteld, toch een (Engelse) beschrijving konden meegeven in onze catalogus. De tijdschriften vormen momenteel de hoofdmoot van het laatste nog te verwerken deel van de collectie.

Dit betekent dat nu reeds een enorme schat aan informatie van en over de kapucijnen in de Lage Landen kan geraadpleegd worden in de Maurits Sabbebibliotheek van KU Leuven, terwijl men op het internet relevante bibliografische referenties kan opzoeken via de universiteitscatalogus (hetzij via de Libisnet-catalogus, hetzij via de nieuwere, overkoepelende interface Limo). 

 

b)      Het archief

Zoals reeds vermeld werd ook het grootste deel van het reeds goed georganiseerde archief ter bewaring gegeven (ACB: Archivum Capucinorum Belgii). Hierdoor kan een grote hoeveelheid belangrijk onderzoeksmateriaal gemakkelijker geraadpleegd worden. Nodeloos te vermelden dat dit archief een primaire bron van informatie vormt voor het onderzoek naar de kapucijnen in de Lage Landen. Dit werd in het verleden trouwens overvloedig aangetoond door het pionierswerk van pater Hildebrand (van Hooglede), oud-archivaris van de Vlaamse kapucijnen. De bewaarde, uitvoerige inventaris zal binnen afzienbare tijd op de website van het Centrum geplaatst worden. In principe mogen alle documenten vrij geraadpleegd worden. Sommige documenten van na 1914 mogen echter wegens de privacy-gevoeligheid enkel met toelating van de provinciaal geconsulteerd worden. Deze gevoelige documenten worden natuurlijk ook niet gedigitaliseerd (bv. de Acta van de provinciale kapittels van na 1914).

2.      2.  Een ambitieus project : digitalisering van relevant onderzoeksmateriaal

Om al dit materiaal zo vlot mogelijk beschikbaar te stellen aan geïnteresseerden over de gehele wereld, werd tevens besloten om de belangrijkste en relevantste stukken uit de collectie (publicaties zowel als archiefmateriaal) te digitaliseren.

De recente aankoop door de Faculteit van een degelijke boekscanner (Zeutschel S 12000), die kwalitatief hoogstaande kleurenscans aflevert, bood een ideale gelegenheid om deze - weliswaar arbeidsintensieve - stap te zetten. Bovendien zorgt een kwaliteitsvolle digitale versie van een oud, fragiel document voor een betere bewaring van het origineel, aangezien dit laatste nog nauwelijks hoeft bovengehaald en gemanipuleerd te worden. Vooral bij het unieke archiefmateriaal levert digitalisering enorme voordelen op: de vaak handgeschreven teksten kunnen immers naar believen worden vergroot of bewerkt om een zo leesbaar mogelijk eindbeeld te verkrijgen. Daarnaast bevinden er zich in de collectie ook prachtige afbeeldingen.

Denken we maar aan de oude atlassen zoals de Chorographica descriptio provinciarum, et conventuum fratrum minorum S. Francisci Capucinorum (1649 en 1721), die kaarten van de verschillende kapucijnenprovincies uit die tijd bevatten; de befaamde Effigies (et elogia ministrorum generalium et aliorum), een verzameling portretten van verscheidene ministri generales, en andere bekende kapucijnen (ook uit de Lage Landen); de twee interessante, handgeschreven boekjes van Michael van Wersbeek, Corte beschrijvinge van verscheijde / vele steden, met hun reeks van minutieus getekende en ingekleurde stedelijke skylines, die gedomineerd worden door talloze spitse torens van religieuze gebouwen; dan zijn er natuurlijk ook nog de prachtige gravures uit de oude drukken. Dankzij digitalisering (en hier is een kleurenscan van onschatbare waarde) kan iedere geïnteresseerde bezoeker dit onderzoeksmateriaal tot in de kleinste details bestuderen. Vermeldenswaard is ook de uitgebreide verzameling handgeschreven werken van Carolus van Arenberg, waaronder zijn driedelig werk Clypeus seraphicum, en zijn De barba; De nuditate pedum et sandaliorum usu. Voorts biedt een handgeschreven keukenboekje uit het archief (ACB, III.7062) niet alleen de mogelijkheid te weten te komen wat de kapucijnen toentertijd aten, maar ook hoe zij deze maaltijden bereidden!

a)      a)  Een proefproject: oude kapucijnentheses in de Lage Landen 

In eerste instantie werd voor de digitalisering een proefproject opgestart rond de unieke collectie van oude kapucijnentheses uit de Lage Landen. De theses overgekomen van de Vlaamse provincie werden zorgvuldig ingescand door Tim Denecker; de collectie kapucijnentheses die zich in de bibliotheek bevindt van het kapucijnenklooster van ‘s-Hertogenbosch werd ter plaatse gefotografeerd door Geert Van Reyn (het verschil in kwaliteit is hierbij goed merkbaar, zodat we alsnog hopen toelating te krijgen om deze theses in te scannen met onze professionele boekscanner). Tot nu toe hebben we 59 oude kapucijnentheses ontdekt, afkomstig uit de tweede helft van de 18de eeuw. Van deze 59 theses zijn er drie handgeschreven filosofische theses, en 56 gedrukte theologische theses. Van één exemplaar kennen we enkel de bibliografische gegevens. 48 theses ontstonden in de Vlaamse provincie, de resterende 11 in de Custodie van de Heilige Drievuldigheid. Om al dit digitaal materiaal veilig en duurzaam te bewaren in een toegankelijk systeem, werd beroep gedaan op Lias, het “Leuvens integraal archiveringssysteem” (www.libis.be/lias.php).

Via Digitool kan men zoeken naar specifieke digitale collecties van o.m. de Maurits Sabbebibliotheek, waar de collectie oude kapucijnentheses is ondergebracht onder het item “OFMCapths”. Al deze  theses kregen, zoals alle oude drukken, een zeer gedetailleerde beschrijving mee in de catalogus van de bibliotheek. Bovendien werd binnen deze beschrijving steeds een link gecreëerd naar de digitale versie die bewaard wordt in Lias. Op deze manier is men vanuit de beschrijving in de catalogus slechts een muisklik verwijderd van een volledige weergave van de kapucijnentheses. Tenslotte werd een repertorium van deze 59 theses opgesteld. Deze kan men vrij raadplegen op onze website (zie verder voor het adres).

b)      b) OCR-toepassing : opzoekbaar maken van digitale documenten

De bedoeling is om op deze manier in een eerste fase ca 750 geselecteerde werken, die op één of andere manier belangrijk zijn voor de studie van de kapucijnen in de Lage Landen, digitaal beschikbaar te stellen op het internet. Een groot voordeel van het digitaal aanbieden van publicaties betreft de opzoekbaarheid ervan. Dankzij OCR (“optical character recognition”)-toepassing verandert een statische afbeelding van een ingescand document in een dynamisch, opzoekbaar en bewerkbaar stuk tekst. Waar mogelijk zal van deze software gebruik worden gemaakt, want niet alle documenten lenen zich daartoe.

Voorbeeld van een Latijnse stukje tekst
uit een oude druk

 Alhoewel de accuraatheid van de OCR-software met rasse schreden vooruitgaat, is men er tot nu toe nog niet in geslaagd een bevredigend resultaat te bekomen voor Latijnse teksten uit oude drukken: zowel het Latijn als het oude lettertype bemoeilijken namelijk een geautomatiseerde karakterherkenning: zo is bijvoorbeeld de letter “f” nauwelijks te onderscheiden van de letter “s” (zie afb.). Daarbij komt dan nog dat verschillende oude drukken de tand des tijds niet helemaal ongeschonden doorstaan hebben, wat de leesbaarheid van de overgeleverde tekst zeker niet ten goede komt.

Minder problematisch zijn dan weer de moderne publicaties van pater Hildebrand (van Hooglede). Zijn 10-delig monumentaal werk De kapucijnen in de Nederlanden en het prinsbisdom Luik (Antwerpen, 1945-1956), alsook zijn talloze artikels die door pater Stan Teuns in het jaar 2000 handig werden samengebundeld in vier volumes onder de titel Miscellanea in de reeks Instrumenta Capuccina, zullen dus spoedig digitaal beschikbaar (én opzoekbaar) worden gemaakt. Zij vormen als het ware een gedegen uitvalsbasis voor diegenen die de kapucijnerorde in de Lage Landen beter willen leren kennen en bestuderen. Vele oude, handgeschreven archiefstukken, zoals de Acta capitulorum Provinciae Flandriae, De origine conventum Provinciae Flandriae van Damianus van Bourbourg (ms., Archief ACB, III.7031) staan vooraan in de rij om gedigitaliseerd te worden. Quasi hetzelfde team van vrijwilligers dat helpt bij het catalogeren van publicaties, staat mee in voor het arbeidsintensieve inscannen van deze vaak unieke stukken.

3.      3. Website van het onderzoekscentrum: www.capuchins-in-the-low-countries.org

Elk modern wetenschappelijk centrum heeft tegenwoordig een eigen stek op het internet. Via www.capuchins-in-the-low-countries.org kom je terecht bij de hoofdpagina van onze site binnen KU Leuven, en van hieruit krijg je via de rubrieken een goed overzicht van wat we te bieden hebben. De website is bewust in het Engels opgesteld omwille van het internationale karakter van het studiecentrum.

Deel van de homepage "Capuchins in the Low Countries"

a)      a) Een nieuw kapucijnenlexicon voor de Lage Landen (1585-1845) en België (1845- )

Enkele jaren geleden werd vanuit de kapucijnerorde de idee geopperd om een nieuw lexicon op te stellen. Het vorige lexicon, Lexicon capuccinum: promptuarium historico-bibliographicum ordinis fratrum minorum capuccinorum 1525-1950, dateert reeds van 1951, zodat een actualisering zich opdrong. Dit gigantische werk vordert vrij traag, en het centrum “Capuchins in the Low Countries” heeft de taak op zich genomen om een lexicon samen te stellen voor de kapucijnen in de Lage Landen (1585-1845). Het Centrum kan hierbij gelukkig steunen op het vele voorbereidende werk van dr. Ernest Persoons, die zich met hart en ziel inzet voor het wetenschappelijk centrum in het algemeen. Ook de reeds gedane arbeid van pater Stan Teuns maakt dit werk een stuk lichter. Tegelijkertijd werkt pater Guido Tireliren aan een Lexicon voor België (1845- ). Beide lexica zal men in de nabije toekomst kunnen raadplegen op onze website.

b)     b)  Platform voor wetenschappelijke studies

Verder biedt het Centrum ook de mogelijkheid om artikels over de kapucijnen in de Lage Landen op haar site te publiceren, zodat deze onderzoeksresultaten beter en vlugger bekend raken en gemakkelijk consulteerbaar zijn. We doen dan ook een oproep aan alle geïnteresseerden om hun wetenschappelijke artikels over de kapucijnen in de Lage Landen door te sturen. In deze rubriek worden ook artikels aanvaard die geschreven zijn in een andere taal dan het Engels. 

c)      c) Kenniscentrum over de grenzen heen

Het studie- en documentatiecentrum “Capuchins in the Low Countries” wil ook samenwerken met reeds bestaande internationale onderzoekscentra van de kapucijnen. Ze tracht belangrijk nieuws binnen het onderzoeksveld te melden, zodat de onderzoeker, maar ook de geïnteresseerde bezoeker, op de hoogte blijft van recente ontwikkelingen. Tevens zorgt de oplijsting van interessante links op onze website ervoor dat een poort wordt geopend naar de internationale studie van de kapucijnen in de gehele wereld.

4. Enkele informatie- en contactgegevens van het centrum 

Officiële naam: Study and documentation centre “Capuchins in the Low Countries”

Adres : Maurits Sabbebibliotheek

            Faculteit van Theologie en

Religiewetenschappen, KU Leuven

            Charles de Bériotstraat 26

            3000 Leuven

            België

 

4.      Website : www.capuchins-in-the-low-countries.org

Tel. +32 (0)16/32.38.13

Openingstijden :         dinsdag-donderdag : 9u-16u

                                   Vrijdag: na afspraak

Contactpersoon: Geert Van Reyn (e-mail: Geert.VanReyn@theo.kuleuven.be)

 Geert Van Reyn