Wat voorbij is

 Startpagina Vorige

1. Fier om wat we zijn  en wat we doen
2. Tentoonstelling: 85 jaar Kapucijnen te Ieper
3. Inzegening en opening van Rivo Torto
4. Verslag vergadering CENOC
5. Provinciedag 26 januari 2011
6. BOOM: Renovatiewerken zijn begonnen
7. Klooster te Aalst
8. Franciscaanse jongeren uit Heuvelland
9. Pax et Bonumdagen te Megen
10. Het Schippersapostolaat
11. De Poolse gemeenschap vindt de weg naar Meersel-Dreef
12. Uit de laatste bestuursvergaderingen.
13. Ontmoeting met de zusters Clarissen op vooravond feest van de H. Clara
14. Dierenzegeging in dierenasiel te Ieper
15. Een interview met medebroeder Rafal Chwedoruk
16. Provinciedag 14 september 2011
17. De kapucijnen uit West-Vlaanderen vierden het Sint Franciscusfeest in het klooster van Brugge
18. Bezoek aan de kapucijnententoonstelling te Bourbourg
19. Indrukken Assisi-reis van 1 - 8 september 2011
20. Daaag pater Walbert, het ga je goed.
21. De fraterniteit van Schaarbeek verhuist
22. Interview mat pater provinciaal Adri Geerts
23. "Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is..."
24. Musical kamp van het Fiorettikoor
25. Herdenking van pater Ladislas Segers uit Zondereigen
26. Ieper: Nieuw pleintje voor de kerk - nieuwe Capucienenstraat
27. Provinciaal kapittel 2012
28. Franciscus, Clara en Tinne
29. Pieter, Alexander en br. Kenny bereidden jongerentocht voor te Assisi en omstreken.
30. Interview Jan Geerts
31. Uit de annalen van de kapucijnen: Een kapucijn bierbrouwer.
32. Jubileumviering van broeder Luc Vansina

1.  FIER OM WAT WE ZIJN EN WAT WE DOEN

Uit HANDDRUK, jg. 37, nr. 3 - 4 december 2007

Ik praat er in feite niet zo graag over. Maar als men de onverschilligheid en zelfs de minachting in de media hoort of leest over religieuzen dan bekruipt me toch de bekoring eens wat te schrijven over wat wij, kapucijnen, (nog) doen. - En als ik dan over kapucijnen schrijf, dan mag je daar gerust bij denken dat dit in haast alle religieuze orden en congregaties ook nog zo verloopt. – Ja,  wij doén eigenlijk nog veel! In acht genomen dat in het burgerlijk leven de mensen op 65 op pensioen gaan…religieuzen gaan nooit op pensioen! Al gaan we soms met een stok en al is ons ritme vertraagd, wij blijven ons inzetten voor het Godsrijk. Misschien komt dit wat ‘stoeferig’ over,maar ik schud het toch even uit de mouw.

Zo hebben we nog heel wat medebroeders werkzaam in de ‘klassieke’ pastoraal. Ik denk nu aan het werk in de ‘overzeese landen’. In Pakistan zijn nog vier Vlaamse kapucijnen actief. In Congo ook nog drie. In Canada verrichten nog twee (hoog)bejaarden hand-en span-diensten. 

Ik denk ook aan de parochiepastoraal in ons eigen land waar medebroeders vaak meerdere parochies leiden.(Ieper, Westouter, Aalst, Herentals, Meersel-Dreef, Brugge St. Jozef, Spiere-Halkijn, Sint-Pieters-Kapelle, Pepingen, Schaarbeek, Mortsel).  Of assisteren anderen in te zwaar beladen parochiediensten.  

Ik denk ook aan aalmoezeniersdiensten: bij de schippers, de foorreizigers, de zigeuners, of aan assistentie in Europese aangelegenheden. Of aan medebroeders die helpen in klinieken, rustoorden, bedevaartplaatsen, verenigingen, zangkoren, enz. Om onze retraitepredikanten niet te vergeten! 

En meerdere  confraters doen aan kloosterpastoraat.
Er zijn medebroeders die Hebreeuwse lessen geven (in Herentals, Gooreind, …). Anderen dragen het franciscaans charisma uit. Ik denk nu aan de FLO, en aan de FLV. Of aan initiatieven als Cappuccino, Het Leerhuis, Franciscaanse leesgroepen, aan Franciscaans Avondgebed, enz. Sommigen doen nog aan studiewerk (Ricoeur, Europa, franciscanisme…) 

 

Ook binnen de orde wordt er hard gewerkt. Ik noem nu de fulltime-dienst als provinciaal (die ook verantwoordelijkheid draagt in Pakistan en betrokken wordt bij de orde in Sri Lanka, Congo, de wereldorde…). Ik noem ook een part-time-dienst als bestuurslid, of diensten als secretaris, archivaris, missiesecretariaat, het verzorgen van een webstek van de provincie, …En het vele handwerk in de kloosters, en het verzorgen van biechtpastoraal, spreekkamer, begeleiding van individuele personen, het gardiaan-zijn… In onze kloosters gonst het soms als in een bijenkorf.  

En dan hebben we de ‘werkgroepen ter animatie naar binnen en naar buiten toe:

Zo hebben we een ‘Werkgroep Franciscaanse Spiritualiteit’ (13 personen) die maandelijks samenkomt en waar initiatieven besproken en uitgewerkt worden i.v.m. het doorgeven of verbeteren van de franciscaanse spiritualiteit onder de medebroeders en onder de gelovigen buiten onze kloosters. 

We hebben een ‘Werkgroep Permanente Vorming’ (7 personen), die de ‘geest’ wakker houdt van de medebroeders, initiatieven neemt en steunt tot algemeen menselijke en religieuze vorming. Hij zorgt o.a. voor de halfjaarlijkse ‘provinciedag’, en de trimestriële ‘regionale dag’. 

Een andere groep heet ‘Werkgroep Inleidende Vorming’ (5 personen). Daar we momenteel geen kandidaten hebben is deze werkgroep technisch werkloos. Maar hij staat wel op waakvlam. 

Een groep die wčl veel werk heeft is de ‘Werkgroep vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping’ (9 personen). Zij houden de medebroeders op de hoogte van initiatieven waaraan ze kunnen meedoen en gaan af en toe zelf tot actie over, o.a. door aansluiting bij bestaande organisaties. 

Een groep die zich als groep uitsluitend met studie bezig houdt is de ‘Lees- en studiegroep’.  (tien personen). Zij komen om de drie maanden samen om een boek of artikel te bespreken, met de bedoeling zelf te blijven studeren. Een korte inhoud van hun gesprekken vinden de andere medebroeders telkens terug in ons provincieblad ‘Vox Minorum’, zodat ook zij zich op de hoogte kunnen blijven houden van een (bij voorkeur hedendaags) theologisch, filosofisch of wetenschappelijk werk.  

We hebben ook een ‘Werkgroep Pater Pio’ (5 personen) die een gezonde devotie tot onze medebroeder Pater Pio levendig houdt door eigen P.Pio-groepen en door een jaarlijkse organisatie van de P.Pio-bedevaart te Meersel-Dreef. 

De ‘Commissie Archief en Cultureel Patrimonium’ (3 personen) waakt over – de naam spreekt voor zichzelf – ons cultureel patrimonium en ons archief. Dit houdt ook in dat zij alles wat dit behelst in goede staat onderhoudt. 

Nieuw is de ‘Werkgroep Redactieraad’ (7 personen) die een oogje in het zeil houdt in verband met onze webstek www.kapucijnen-vlaanderen.be, Vox Minorum (ons provincieblad voor inwendig gebruik) en Handdruk (tijdschrift voor de familieleden, vrienden en geďnteresseerden van de kapucijnen).

Tenslotte zijn er nog medebroeders gedeeltelijk vrijgesteld met speciale opdrachten, zoals: assistent voor onze zusters kapucinessen, contactpersonen met de franciscaanse familie, nationale en plaatselijke lekenbeweging (F.L.O. en F.L.V.) en voor het Werk Kapucijnenmissies.

Om maar te zeggen: Dŕt doen wij, onder andere, nog.
En vergeten we vooral niet de medebroeders die het als hun bijzondere opdracht nemen onze contemplatieve dimensie meer uitdrukkelijk te beleven.

                                                                                                              Br. Jan Wouters.

 

2. TENTOONSTELLING n.a.v. 85 JAAR KAPUCIJNEN TE IEPER

 Kapucijnententoonstelling van 14 tot 17 november 2008
ter gelegenheid van 85 jaar Kapucijnen te Ieper 1923 - 2008

 

  

Stigmatisatie van Franciscus van Assisi.
Kopergravure op de titelbladzijde van de eerste Nederlandse tekst van de Konstituties

 van de Minderbroeders-Kapucijnen, Antwerpen, Plantijn, 1622.
  

De tentoonstelling bestaat uit vier delen:   1) Afbeeldingen van Franicuscus, aangezien de kapucijnen echte volgelingen zijn van Franciscus
                                                              2) Het Zonnelied van Franciscus, geschilder door Paul Cremie.
                                                              3) De Kapucijnen te Ieper.
                                                              4) Het dagelijksleven van de Kapucijnen vroeger.

                 Afbeeldingen van Franciscus.   Korte levensbeschrijving van Franciscus: 

Franciscus werd in 1182 in Assisi geboren als zoon van een lakenhandelaar.  In zijn jeugd kende hij alleen rijkdom en plezier.  Toch werd hij langzaam maar zeker een ander mens.  Het cruciaal moment van zijn bekering was een mystieke ervaring voor het kruisbeeld van San Damiano in 1206.  Daar hoorde hij een stem: ‘Franciscus, ziet gij niet dat mijn huis instort!  Ga en bouw het terug op!’.  De innerlijke ommekeer van de jonge Franciscus voltrok zich in een tijdspanne van een drietal jaren.  Zijn bekering uitte zich vooral in uiterlijke tekens.  Hij verzaakte openbaar aan alle aards bezit.  Hij verzorgde melaatsen en armen.  Hij verrichtte handenarbeid door enkele vervallen kerken in de buurt van Assisi te herstellen.  Al die uiterlijkheden waren echter slechts een aarzelend zoeken naar zijn eigenlijke bestemming en religieuze toekomst.

Die roeping openbaarde zich in 1209 in de Portiuncula-kapel.  Hij hoorde toen het evangelie voorlezen over de uitzending van de apostelen.  Franciscus heeft dit voorval aan het einde van zijn leven in zijn testament zo beschreven: ‘Niemand heeft me verteld wat ik moest doen, maar de Allerhoogste zelf openbaarde mij dat ik volgens het heilig evangelie moest leven’.  Al spoedig sloten gelijkgezinde mannen zich bij hem aan om zijn wijze van leven te delen.  Het ontstaan van deze gemeenschap en haar ontwikkeling werden volledig bepaald door de manier van leven en de persoonlijkheid van Franciscus zelf.  De franciscaanse broederschap is niet ontstaan uit een vooropgezet plan of een idee.  Door zijn evangelische levenswijze en verkondiging verzamelde hij velen rond zich.  Dat leven als broeder betekende ‘het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus onderhouden en leven in gehoorzaamheid, zonder eigendom en in kuisheid’.  In 1210 schreef hij voor zijn broeders in eenvoudige woorden een levensregel.  Deze regel werd – zij het na enige aarzeling – door Paus Innocentius III mondeling goedgekeurd.  Door die pauselijke bekrachtiging was de gemeenschap rond Franciscus een orde in de Kerk geworden.  Die eerste regeltekst is verloren gegaan.

1.1.           Mindere broeders 

Ook al was de eerste regel voor tegenwoordige en toekomstige broeders geschreven, toch was hij niet het resultaat van een vast omlijnd plan.  Naarmate de broederschap zich uitbreidde, groeide ook de regel.  Goede en slechte ervaringen kregen hun neerslag.  De organisatorische reglementering werd strakker.  Deze tendens komt duidelijk tot uiting in de ‘regel van 1221’.  Die regel bevat waardevolle informatie over de groei van de broederschap en over haar oorspronkelijke idealen en doelstellingen.  Slechts in 1223 werd een herwerkte en meer juridische regel door Rome goedgekeurd.  Tijdens zijn laatste levensjaren werd Franciscus door heel wat lichamelijk en psychisch leed gekweld.  Zware oog-, maag-, milt- en leverziekten en waarschijnlijk malaria, berokkenden hem ondraaglijke kwellingen.  De orde telde in 1221 al enkele duizenden broeders.  Velen werden ontrouw aan hun oorspronkelijke roeping en sloegen eigen wegen in.  Dat deed Franciscus nog meer pijn.  Hij ging aan deze lichamelijke en geestelijke kwellingen niet ten onder.  Hij groeide naar een steeds inniger verbondenheid met de gekruisigde Christus.  Dat kwam tot uiting in het verkrijgen van de stigmata (september 1224).  Uitgerekend in die donkere tijden na zijn stigmatisatie schreef hij zijn Zonnelied.  Dat loflied prees de schoonheid en de goedheid van God.  Hij stierf op de avond van 3 oktober 1226 bij de Portiuncula-kapel waar hij ooit zijn leven in boete begonnen was. 

Paus Urbanus VIII (paus van 1623 tot 1644) schreef: “de kapucijnen zijn ware zonen van Franciscus”.  Daarom beginnen wij de tentoonstelling met enkele mooie schilderijen en afbeeldingen van Franciscus, oude en moderne, alsook met het Kruis van San Damiano, dat Franciscus aanspoorde de Kerk te herstellen.  

1.      Franciscus in gebed.   

In de regel laat Franciscus toe dat zijn Broeders “met de zegen van God” hun kleed lappen met zakken en andere stukken stof die ze kunnen vinden.  Om aan deze zegen deelachtig te worden, droegen de Kapucijnen geen gewaad zonder lappen; dat gold ook voor nieuwe kleren, die pas waren gemaakt.  Aldus wilden ze zich ook aanpassen aan de confraters die wellicht niets dan een slechts herhaaldelijk hersteld habijt droegen. 
Op het schilderij zien we Franciscus afgebeeld in zo’n kapucijnenhabijt met lappen.
Bewaarplaats: provincialaat Antwerpen
 

 

 
     

2. Franciscus ontvangt de Stigmata 

Franciscus met kapucijnenhabijt,volle baard en gespreide armen, kijkt naar de gekruisigde Serafijn, die vergezeld van engelen, hem zojuist de stigmata heeft ingedrukt.  Hij was aan het bidden voor het houten kruis en in een open boek, dat deels op de rots, deels op een schedel rust.  Er naast ligt een ander gesloten boek.  In zijn aanwezigheid een slapende medebroeder, leunend op een rotsblok.
Herkomst: klooster Edingen
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen

 

 
     

 3 . De Stigmatisatie van Franciscus  

Een geknielde Franciscus in grijze pij en met kap van de franciscanen ontvangt de wondetekenen van de Serafijn. 
Vijf stralen gaan naar handen, voeten en rechterzij. 
De auteur van het schilderij is niet bekend.  Volgens C  Leegenhoek, leraar aan de Brugse academie,
is het werk een kopie naar Pieter Pourbus (ca 1523-1584),terwijl W. Savelsberg het eerder als een kopie naar een Italiaans voorbeeld ziet. 

        Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie. 

 

 
     

4. Franciscus van Assisi ontvangt de Stigmata.

 Basreliëf in eikenhout, 18de eeuw.
 Op een rotsachtige bodem knielt Franciscus van Assisi gekleed in kapucijnenpij.  Hij  heeft een volle baard e tonsuur en is op blote voeten. 
Zijn handen en armen zijn wijd open gespreid.  Zijn hoofd is gewend naar de   gekruisigde Serafijn, terwijl hij de tigmata ontvangt  
Links zit een jonge broeder , die het gebeuren  aanschouwt. 
Op de achtergrond de stadsmuren  en   -torens van de stad Assisi.  
Herkomst: Kapucijnenkerk van Menen gekocht door  E.H.J.Vanderhaegen (Beernem, parochie Moeder Gods),
bij testament geschonken aan pater Firmin-   Omer Stael, kapucijn.
   Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie. 

 

 

 
     

5.   Schilderij van de Miraculeuse Staninghe van Sint Franciscus’ lichaam. 

       Het schilderij stelt het volgende voor:    Paus Nicolaus V (1447-1455) was eens in Assisi en  wilde het lichaam van Franciscus zien.  Van de gardiaan mocht hij slechts met drie gezellen de crypte binnen gaan en eveneens drie broeders mochten  aanwezig zijn.  De paus ging als eerste binnen, viel onmiddellijk op zijn knieën en wat zag hij?  Na meer dan tweehonderd jaar sinds zijn dood stond  het ongeschonden lichaam van Franciscus daar op een marmeren zuil, alsof het daar net geplaatst was.  Ook het lichaam van Sint Dominicus stond daar.  De  paus heft even de zoon van het kleed van Franciscus op en ziet in zijn voet een verse wonde.  Ook de handen waren doorboord en er was vers bloed te zien.  (Uit de brief van Francisci de Bautio Hertoch van Andrien, totten Bisschop van Andriens, van de wonderlijcke staninghe van S. Franciscus Lichaam).      
Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie
 

 

 

     

6.  Kruis van San Damiano

   In zijn korte levensbeschrijving vermeldden we reeds  het kruis van San Damiano.  Dit is een kleinere kopie  ervan, geschilderd door f. Juliaan (Piet Debusschere  1935- ) in 1956. Het originele kruis dat zich thans in Assisi bevindt in dekerk van het Heilige Clara, is een van de mooistevoorbeelden van een geschilderd kruis.Het gaat hier niet om een lijdende Christus, Hij staat als het ware rechtop en achter zijn uitgespreide armen is een donkere ruimte te zien, die zijn lege graf voorstelt.  Er zijn ook engelen aanwezig die schijnen te zeggen: Hij is niet hier, Hij is verrezen!  We zien hem in het bovenste medaillon opstijgen ten hemel, voorgesteld door de engelen en de hand van de Vader, die Hem zal ontvangen.  Links van Hem staan zijn Moeder Maria en Sint Jan en links Maria Magdalena, Maria Jacobi, de honderdman en we zien tevens het kleine hoofd van een vierde persoon, waarschijnlijk – op het oorspronkelijke kruis althans – dat van de schilder.   Links en rechts nog twee kleinere personen, Longinus (lans) en Stephanus (spons). 
Herkomst: klooster Izegem

 

 
     

7. Gestigmatiseerde Franciscus

 Franciscus wordt hier afgebeeld zonder kap, zonder baard, met een roodachtig kleed zonder gordel.  Men merkt vlammende wonden in handen en voeten.
Niet gesigneerd, maar geschilderd door f. Vital (Paul Cremie 1935-1995).
Herkomst: klooster Izegem
 

 

 

     

8.      Franciscus ontvangt de Stigmata 

Een gevleugelde Serafijn verschijnt aan Franciscus, die half gezeten, half liggend op de grond, hem de stigmata indrukt.
Getekend 1961 f. Vital (Paul Cremie 1935-1995)
Herkomst: klooster Izegem  

 

 
     

9. Franciscus met boek 

Franciscus draagt een kapucijnenhabijt, (alhoewel in moderne kleuren) heeft zijn kap op het hoofd, een rood boek in de hand.  Op een tafeltje staan een bord en een kommetje, liggen twee vissen en een citroen.       
Gesigneerd: f Vital ’62 (= Paul Cremie 1935-1995)       
Herkomst: klooster Izegem    

 

 
     

               II.                Het Zonnelied van Franciscus. 

1.      Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
         van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegening.
   
     

2.      U alleen, Allerhoogste, komen zij toe
en geen mens is waardig U te noemen.

   
     
   3. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, met al uw schepselen,
          vooral heer broeder zon, die de dag is,
          en door wie Gij ons verlicht.
 

     
  4. En hij is mooi en stralend met grote luister.
      Van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld.
   
     
  5. Geloofd zijt Gij, mijn Heer,
      door zuster maan en de sterren.
      Aan de hemel hebt Gij ze gemaakt,
      schitterend, kostbaar en mooi.
 

     
  6. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder wind,
      en door de lucht en de wolken,
      het helder weer en ieder jaargetijde,
      waardoor Gij uw schepselen in leven houdt.
 

     
 7. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster water,
     die heel nuttig is, nederig, kostbaar en kuis.
 

     
8. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder vuur,
     door wie Gij voor ons de nacht verlicht.
     En hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.
 

     
9. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster aarde,
     onze moeder
     die ons in leven houdt en leidt.
     en allerlei gewassen met kleurige bloemen
     en kruiden voortbrengt.
 

     
10.Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door hen
    die vergiffenis schenken door uw liefde
     en ziekte en verdrukking dragen.
 

     
11.Gelukkig zij die dat dragen in vrede,
     want door U, Allerhoogste, zullen zij worden gekroond.
   
     
12.Geloofd zijt Gij, mijn Heer,
     door onze zuster de lichamelijke dood,
     waaraan geen levend mens ontsnappen kan.
 

     
13.Wee hen die sterven in doodzonde.
     Gelukkig wie zij aantreft in uw allerheiligste wil,
     want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.
   
     
14.Loof en zegen mijn Heer
     en dank en dien Hem met grote nederigheid. 
   
     

  De traditie van de dertiende en veertiende eeuw laat er geen twijfel over bestaan dat Franciscus de dichter is van het zonnelied.  In zijn tweede levensbeschrijving schetst Celano de omstandigheden waaronder het zonnelied is ontstaan.  Toen Franciscus zich op een nacht zieker en meer uitgeput voelde dan anders, begon hij medelijden te krijgen met zichzelf.  En in zijn angst bad hij tot de Heer.  En zo, biddend en vechtend met zichzelf, kreeg hij van de Heer de belofte dat zijn ziekte onderpand was voor het Rijk Gods dat hij als erfenis zou ontvangen.  ‘Toen componeerde hij de lofzang van de schepselen en spoorde hij deze aan op hun eigen manier de Schepper te loven.’  Tevens vermeldt Thomas dat Franciscus, toen hij ging sterven, ‘alle schepselen uitnodigde tot lof aan God en door de woorden die hij vroeger had gedicht, spoorde hij hen aan tot goddelijke liefde.’  Uitdrukkelijk zegt Thomas dat Franciscus zelfs de dood opriep in te stemmen met deze lof aan God.  Uit “De Geschriften van Franciscus van Assisi”, Uitgeverij J.H. Gottmer - Haarlem, blz. 220-225.   

In acht schilderijen (1962) heeft f. Vital (Paul Cremie 1935-1995) getracht dit Zonnelied van Franciscus weer te geven.

Herkomst: klooster Izegem 

II.             De kapucijnen te Ieper

     In een viertal glazen tafelkasten kan je allerlei archiefstukken van het kapucijnenklooster te Ieper zien.  In  de kasten zelf ligt een korte verwijzing naar wat er    allemaal te zien is, o.a..    Het archiefboek van het klooster.   Het archiefboek van de Derde Orde.   Veel prentkaarten.   Veel foto’s en het doodsprentje  van de stichter van het  klooster Ildefons Peeters (1886-1929).   Wat reeds in het verleden over Ieper werd gepubliceerd.   Aan de wanden van deze ruimte hangt een portret van  Ildefons Peeters (1886-1929) (pasteltekening), de stichter    van het klooster en  twee schilderijen van E. De Craene, die het klooster van Ieper voorstellen.
 

   
         
   
         
     

   Derde Orde

Franciscus van Assisi inspireerde niet alleen mannen en vrouwen die hem radicaal wilden navolgen als mindere broeders of arme vrouwen.  Hij bezielde ook de bestaande broederschappen van boetvaardigheid, bestemd voor vrome leken, zowel mannen als vrouwen.  Een eigen leken-beweging heeft Franciscus nooit gesticht.

Pas in 1289 gaf Paus Nicolaas IV met de bulle Supra montem een juridische structuur aan de franciscaans geďnspireerde lekenbeweging.  Ze zal een eigen leven leiden als derde orde van Franciscus van Assisi, onder jurisdictie van de eerste orde.

In het laatste kwart van de 19de eeuw kende de verspreiding en uitbreiding van de derde orde van Franciscus een ongehoord succes dank zij de pausen Leo XIII en Pius X.  Leo XIII zag de derde orde als het ‘maatschappelijk redmiddel’ tegen alle kwalen van de tijd (atheďsme, socialisme, vrijmetselarij, liberalisme) en het probate middel tot herkerstening van de samenleving.  Pius X gaf de derde orde een duidelijke opdracht: zij is voor alles een school van christelijke volmaaktheid met als belangrijkste levenshoudingen boetvaardigheid, soberheid, naastenliefde en een zich afkeren van de wereld.  Dank zij die pauselijke steun, maar ook dank zij de verhoogde inspanningen van de religieuzen van de eerste orde, werd de derde orde een massabeweging tot ver in de 20ste eeuw.

In alle kloosters bestond dan ook een bloeiende Derde Orde.     

-           Het Archiefboek van de Derde Orde van Ieper bevindt zich   in een van de glazen kasten.
-         Op de kast, aan de linkerkant als je binnenkomt, staat   een reliekhouder met Franciscus die het scapulier van de  Derde Orde overhandigt aan
     Elisabeth van Thüringen(patrones van de Derde Orde) in aanwezigheid van Lodewijk, koning van Frankrijk (patroon van de Derde Orde). 
 
     

 -  Op diezelfde kast staan nog twee houten kandelaars.

Te Rome verbood men in 1650 alles wat goud of zilver, verguld of verzilverd was, vandaar dat men bij de kapucijnen in de eredienst enkel nog houten kandelaars gebruikte.   

 

 
     

   IV. De Kapucijnen.

 Inleiding: hervorming van de Minderbroeders-Kapucijnen.

De kapucijnen, zo genoemd door het volk omwille van hun lange spitse kap, ontstonden in 1525 bij de observanten van de Marken (Midden Italië).  Zij wilden  een strenger, meer teruggetrokken en contemplatief leven leiden.  De regel wilden zij ‘eenvoudig en zuiver, zonder aantekeningen’ onderhouden zoals Franciscus in zijn testament bepaald had;  in die zin bleven zij observanten.  Het feit echter dat zij Franciscus zelf als regel, norm en voorbeeld namen voor hun leven, onderscheidt hen van de andere hervormingen in de minderbroedersorde.  In de constituties lezen we: “Omdat zij in zoverre kinderen van de H. Franciscus zijn, als zij zijn leven en leer volgen, zoals Christus tot de Hebreeën zei: “Als gij Abrahams kinderen zijt, doe dan Abrahams werken”; daarom vermanen wij de broeders om Franciscus na te volgen.  Hij toch is ons geroepen als leidsman, richtsnoer en voorbeeld, niet alleen in de regel en het testament, maar ook in al zijn vurige uitspraken en heilige werken.  De kapucijnenhervorming kende echter een bewogen begin.

Mattheüs van Bascio.

Bij de observanten van de Marken zochten verschillende broeders naar een leven dat sterker aansloot bij de authentieke levenswijze van Franciscus.  Onder hen was Mattheüs van Bascio.  Hij vroeg aan zijn provinciaal om als rondtrekkend prediker een meer radicaal franciscaans leven te mogen leiden.  De provinciaal, Johannes van Fano, weigerde zijn toestemming.  Daarop trok Mattheüs op eigen initiatief naar Clemens VII.  De paus gaf hem de toelating op voorwaarde zich eenmaal per jaar bij zijn provinciaal te presenteren.  Hij deed zoals hem was opgedragen en begaf zich in 1525 naar Johannes van Fano.  Die vond hem echter schuldig op twee punten: hij had zonder toestemming het klooster verlaten en hij had een ander habijt aangetrokken dan in de orde was voorgeschreven.  Mattheüs werd opgesloten in de kloostergevangenis.

1.2.           Ludovicus van Fossombrone

Mogelijk geďnspireerd door Mattheüs, maar zeker in reactie op een negatieve beslissing van hun provinciaal verlieten Ludovicus en zijn broer Rafaël in de zomer van 1525 het klooster van Fossombrone.  Zij hadden gevraagd in een arm en afgelegen huis te mogen leven samen met andere broeders om de regel zuiver en trouw te onderhouden.  Dat verlangen werd door velen gedeeld en dit verontrustte de leiding van de orde.

De overste weigerde en besliste dat iedereen desnoods met geweld naar het klooster teruggebracht moest worden.  De twee broeders Fossombrone zochten bescherming bij de camaldulenzen (1526).  Zij bezochten Mattheüs van Bascio.  Toen deze hun duidelijk maakte dat zijn verlof persoonlijk was, besloten ze naar Rome te gaan.  Met pauselijke goedkeuring betrokken zij in mei 1526 de kluizenarij San Cristoforo bij Camerino.  Twee jaar lang leefden zij daar als kluizenaars.  Gebed en handenarbeid vulden hun leven totdat de pest het hertogdom Camerino teisterde.  Heldhaftig zetten zij zich in voor de verzorging van de zieken.  Intussen bleef de crisis bij de observanten aanhouden.  Broeders zochten contact met Ludovicus.  Zij konden hem overtuigen een hervorming op gang te brengen.  Ludovicus en Rafaël richtten, door bemiddeling van Catharina Cibo, een verzoekschrift aan haar oom paus Clemens VII.  Na lang beraad vaardigde de paus op 3 juli 1528 de bulle ‘Religionis Zelus’ uit.  Deze gaf de nieuwe broederschap het juridisch bestaan.  De kapucijnenorde was geboren.  De bulle bevatte volgende punten: verlof om een kluizenaarsleven te leiden en de regel van Franciscus te onderhouden, een baard te dragen en een pij met spitse kap en om voor het volk te preken. 

  1. Het Kapucijnenkruis

 Het eerste wat de kapucijnen deden, bij de bouw van een nieuw klooster, was het plaatsen van het kapucijnenkruis op het terrein.  Dit kruis bestond uit het kruishout zonder corpus maar met de arma Christi (belangrijkste lijdenswerktuigen): lans en spons, zweep doornenkroon, hamer en nagels.  Na de bouw van het klooster bleef het kruis ter plaatse, meestal op het voorplein of bij de ingangsdeur, als een oproep tot boete en inkeer.  Als er een processie in de stad gehouden werd, stapten de religieuzen stoetsgewijs achter dit processiekruis.

Bewaarplaats: klooster Ieper  

 

 

Twee kaarten met de kapucijnenkloosters in onze contreien vóór en na de Franse Revolutie.

Deze kaarten werden gemaakt in 1958 – 1959 te Brugge door de Fraters Otto (= Hugo Gerard, de huidige vicaris-provinciaal van de Vlaamse kapucijnenprovincie) en Juliaan (= Piet Debusschere). De kaarten werden geschilderd voor het 50-jarig jubileum van het kapucijnenklooster te Aalst in 1959.

        Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen  

        Verdere evolutie van onze kapucijnenkloosters vind je in  het Kapucijnenhoekje rechts achter in de kerk van het  klooster te Ieper.  

  1. Dagelijks leven van de vroegere kapucijnen

1.      Klederdracht 

Kapucijnenhabijt, mantel, sandalen, paternoster

-         Bij het begin van hun hervorming kregen de Kapucijnen het recht om een kleed te dragen met eigen snit, volgens hen de primitieve vorm die Sint Franciscus  voor zijn gewaad had verkozen.  De kleur van dit gewaad, ook in de Nederlanden, was eerst grijs, niet bruin zoals thans. 

-         De kap was hoegenaamd geen eenvoudig aanhangsel of nutteloos sieraad van het habijt; maar ze beschermde de religieus tegen zon en regen, wind en koude.  Dikwijls worden de Kapucijnen afgebeeld met dit hoofddeksel op, (Zie prent met kapucijn in zijn typische klederdracht). 

-         De Franciscaanse koord is overal bekend en iedereen weet dat men ze als singel of lendengordel gebruikte.  In de koord liggen drie knopen en deze betekenen de drie kloosterlijke geloften (gehoorzaamheid, armoede en kuisheid).  In 1595 wijst men erop, dat de knopen eenvoudig moeten zijn, niet dubbel of driedubbel, zoals de Observanten ze dragen.

-         Aan de linkerzijde draagt de kapucijn een rozenkrans, met een stukje stof of leer wordt dit aan de koord vastgemaakt.  Er hing een houten kruis aan zonder Christus.

-         Sandalen: het schoeisel van de Kapucijnen bestaat uit leren sandalen, wat uitlegt dat ze ook leer en vellen bedelen.  Dit schoeisel mocht ten hoogste uit drie zolen bestaan, met een hiel eronder.  Er zijn weinig voorschriften aangaande het schoeisel uitgevaardigd.  Men schijnt een uiterst zuinig gebruik te hebben gemaakt van het verlof, in de Regel gegeven, om waar het nodig bleek schoenen te dragen.

-         Mantel: behalve het habijt, dragen de Kapucijnen veelal een mantel.   

      3. Het koorofficie 

               Het breviergebed was het hoogtepunt van het  gebedsleven van de broederschap.  Het werd steeds in het koor in gemeenschap gebeden.  In het midden van het koor stond een hoge, draaiende lezenaar,  waarop langs beide kanten één van de twee delen van  het psalterium open lag.  Alle religieuzen volgden de psalmen in dit psalterium.  Met een groot houten mes werden de bladen door de acoliet omgedraaid.  Het geheel werd door een grote lantaarn verlicht.  Op de bijhorende lithografie wordt zeer goed weergegeven dat de luiken, die de verbinding tussen kerk en koor vormen, open staan om de gelovigen gelegenheid te bieden het officie vanuit de kerk te volgen. Bewaarplaats van de lithografie: klooster Brugge Boeverie.                 In 1853 werden voor gans de kapucijnenordenieuwe koorpsalteria gedrukt.  Dit is een exemplaar van 1853.               
 Herkomst: klooster Hazebroek (1856)              
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen 

  1. Paramenten voor de eredienst

Dit liturgisch stel gewaden bestaat uit een kazuifel, een  dalmatiek en een koorkap.  De ikonografie, aangebracht op de paramenten, geeft niet alleen de belangrijke ervaringen uit het leven van Franciscus van Assisi, maar ook de voornaamste heiligen van de kapucijnen.

 

   

Kazuifel (19de eeuw)

Het kruis bestaat uit een verfijnd speels decorum van bloem- en bladmotieven met twee  medaillons: Franciscus omhelst de gekruisigde Christus en onderaan het Franciscus symbool, twee gekruiste armen over het kruishout (= signum conformitatis).  De aurifries (=strook geborduurde stof) heeft dezelfde bloem- en bladmotieven met twee medaillons: Franciscus ontvangt de wondetekenen en Christus en Maria verschijnen aan Franciscus met links Christus, die de regel aan Franciscus overhandigt. 

 

 
     

Dalmatiek (19de eeuw)

Voor- en achteraan zijn twee aurifriezen met bloem- en bladmotieven en telkens twee medaillons per sierband:

Vooraan: Bernardus van Corleone en Felix van Nicosia.
                Seraphinus van Montegranario en Crispinus van Viterbo.

Achteraan: Antonius van Padua en Felix van Cantalice.
                  Laurentius van Brindisi en Angelus van Acri.

 

 
     

Koorkap (19de eeuw)

Het rugschild stelt de verering van de Maagd Maria met het kind Jezus voor door Franciscus van Assisi, Jozef, Elisabeth van Thüringen en Lodewijk, koning van Frankrijk: de patroon en de patrones van de Derde Orde.  De twee aurifriezen, met bloem- en bladmotieven, hebben elk twee medaillons: enerzijds de boodschap van de engel aan Maria en het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth en anderzijds de Tenhemelopneming van Maria en de geboorte van Christus.

Herkomst: klooster Brussel, geschenk van de mannelijke en vrouwelijke Derde-Ordelingen van Brussel.
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
 

 

 
     
  1. Eiken tafel met allerlei eetgerief 

De kapucijnen zaten aan eiken tafels en gebruikten geen tafellinnen, enkel een servet. Aan tafel bediende men zich in veel gevallen met de handen, zoals buiten het klooster de leken ook deden. Het Vlaamse Caeremoniale van 1759 kent reeds het gebruik van eetgerief.  Alle eetgerief was eerst in hout, zelfs de kroezen waaruit men dronk.  Bij zijn visitatie in 1602, schreef Laurentius van Brindisi echter voor, alles door aardewerk te vervangen.

Op tafel is dus enkel aardewerk te zien.
Bewaarplaats: tafel: klooster Ieper
                        aardewerk: Kapucijnenarchief Antwerpen                    

 

 
     
  1. Eiken tafel met allerlei keukengerief

Op deze tafel bevindt zich allerlei oud keukengerief, hier en daar nog in onze kloosters gevonden:

-          een koperen vergiet (Izegem)

-         een koperen koffieketel (Leuven)

-         een oude koffiemolen (Leuven)

-         een houten vergiet (Kapucijnenarchief Antwerpen)

-          een houten schotel (Kapucijnenarchief Antwerpen)  

 6.   Mariadevotie 

In het koor, op de dormter, in de ziekenkapel, in de gangen enz. hingen overal schilderijen of stonden Mariabeelden.
Enkele van die beelden worden hier tentoongesteld:

 

-         Onze Lieve Vrouw van de Refter

Maria staat op de maansikkel en op het serpent, die op de wereldbol ligt.  Het Kindje Jezus, op haar linkerarm gezeten, steekt met een kruis het serpent.
De H. Geest, onder de gedaante van een duif, is bovenaan in een stralenbundel afgebeeld.
Beneden wordt de wereldbol ondersteund door een gevleugelde engel,  Links en rechts van de wereldbol zijn nog eens twee gevleugelde engelen.
Het beeld symboliseert de Onbevlekte Ontvangenis en was in een of andere vorm  aanwezig in de refter van de kapucijnenkloosters.

Bewaarplaats: klooster Izegem
 

 

 
     

-         Onze Lieve Vrouw van Smarten

    In verschillende kerken en kloosters vereerden de     Kapucijnen beelden en schilderijen van O.L.V. van Smarten.
Hier kan je een van die gerestaureerde houten beelden bewonderen.
Herkomst: onbekend
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen

 

 
     

-         Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel

De eik waaraan het beeld van de Moedermaagd te Scherpenheuvel was bevestigd geweest, werd in 1602 geveld.  Uit het hout werden allerlei beeldjes gesneden en over gans de aardbodem verspreid en vereerd.

Te Menen werd zo’n beeldje van O.L.V. van Scherpenheuvel ook vereerd, afkomstig van hertogin Isabella.  Het kwam in de handen van Thomas van Dendermonde, die het aan Felicissimus van Douai afstond, toen deze in 1648 naar Kongo vertrok, doch de pater moest uit Spanje terugkeren en nu kwam het beeldje te Menen.  Bij de opheffing van dit kapucijnenklooster bleef het “voorlopig” bij de Benediktinessen, die het eindelijk in 1939 aan Pater Hildebrand van Hooglede terugschonken.  Dan werd het vereerd in de kapucijnenkerk te Izegem.

Het beeldje is vastgemaakt aan de stam van een boom, die bovenaan een grote takkenkroon vertoont.

(Cfr. Hildebrand.IX,blz. 714 en 716).

Na een tijd van verering in de kapucijnenkerk te Izegem, kwam het terecht in het oratorium van de kapucijnengemeenschap aldaar en nu rust het op de kamer van de broeder gardiaan van Izegem. 

 

 

   7.   Verering van Sint Antonius 

Heden ten dage is de Minderbroeder Antonius van Padua een algemene noodpatroon.  Speciaal wordt zijn voorspraak ingeroepen voor het terugvinden van verloren zaken.

Het is toch eerst na het einde van de Middeleeuwen dat de Heilige zijn grote populariteit in onze gewesten heeft verworven.  In 1585 was hij reeds één van de Heiligen op wiens feest in de Kapucijnenkerken van heel de wereld een volle aflaat was te verdienen en in 1594 vastten sommige ijverige Nederlandse religieuzen uit vrije godsvrucht daags vóór zijn feest. 

De wijze om de Heilige af te beelden kende ook een grote ontwikkeling.  Vroeger zag men hem gewoonlijk zonder baard, doch de Kapucijnen gunden hem gaarne dit mannelijk attribuut, dat ze zelf zo op prijs stelden.  Als kenmerken gaf men hem meestal een lelie in de hand, althans in Vlaanderen, droeg hij een boek, waar het Goddelijk Kindje op knielde, zat of stond.

(cfr. Hildebrand.IX, blz.723-725).

Hier staan drie voorstellingen van Antonius.

-  Houten beeld, zoals hierboven beschreven, de lelie is echter gebroken.

    Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen  

-         Antoniusbeeldje onder glazen stolp.
Hier draagt hij een rekolettenhabijt en superplie, draagt geen baard.
Bewaarplaats: Izegem
 
   

-         Antonius geeft les aan enkele broeders.

Door Franciscus zelf was hij aangesteld om theologie te onderrichten aan zijn medebroeders en toen hij van 1226 tot 1227 custos was van Limoges was zijn voornaamste taak de geestelijke begeleiding van zijn medebroeders.  In deze periode had hij zich teruggetrokken uit de strijd tegen de ketters.  Zo kon Antonius zich geheel wijden aan de belangen van zijn orde.  Hij gaf theologische scholing aan zijn medebroeders.  In deze hoedanigheid zien wij hem hier afgebeeld.

Herkomst: was een onderdeel van het neo-gothische hoogaltaar van de kapucijnenkerk te Izegem, verwijderd in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw.  Het werd door Broeder Polydoor van zijn polychromie ontdaan en wordt nu bewaard in Izegem. 

 

 

 

8.   Kerststal

Deze beeldengroep bestaat uit het kind Jezus, gewikkeld in doeken en liggende in de kribbe, geknielde Maria, rechtstaande Jozef met staf in de hand, rechtstaande os en ezel en geknielde herder met staf en hoed in de hand.

De clerici en paters zonder jurisdictie hielden zich soms bezig met het vervaardigen van kerstkribben, die op het feest van Kerstmis in de eigen kerken geplaatst werden.

Het kerstgebeuren was voor Franciscus veel meer dan een liturgische hoogdag van het kerkelijk jaar.  Het was de dag waarop Christus, God en mens, het levenslicht had aanschouwd in alle tederheid en armoede.  Dat gebeuren was voor Franciscus de bevestiging van zijn eigen levenskeuze en –weg.  De kribbe van Greccio (waar de eerste levendige voorstelling plaatsvond) was niet zomaar een bevlieging.  Het was de bevestiging en uitdrukking van de vermenselijking van de God-mens Jezus Christus.  Jezus leerde meer door zijn voorbeeld dan door zijn woord, ook in het kerstgebeuren.  Ook Franciscus begreep de waarde van het voorbeeld.  Daarom wilde hij het kerstgebeuren zo levendig mogelijk voorstellen, de mensen moesten de nederigheid en armoede van Jezus zien.  Zo werd de kerstkribbe een geliefd thema bij de minderbroeders.

Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie 

9. Felix van Cantalice

    Felix van Cantalice was de eerste kapucijn die heiligverklaard werd in 1712.  Hij was als voorbeeld van nederigheid en eenvoud zeer populair. Veertig jaar lang    bedelde hij te Rome en stond er bekend als broeder Deo Gratias omwille van zijn levensvreugde.  Zijn heiligverklaring werd in onze streken met veel luister plechtig gevierd.  Bijna alle kapucijnenkloosters hadden beelden of schilderijen van de heilige.   
Het hier tentoongestelde beeld is afkomstig uit de Kapucijnenkerk van Edingen.
   
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen

 

 

10.Reliekhouders

Het was de gewoonte bij de kapucijnen veel waarde te hechten aan relieken.
In de tentoonstelling zie je twee reliekhouders:

-         De eerste neogotische reliekhouder heeft een zeslobbige voet, met zes gekleurde stenen op de welving, die een zeszijdige stam draagt.  In het midden bevindt zich een gedrukte knoop met bladeren.  Het verticale cylindrisch glas, waarin een grote relikwie van de mantel van Franciscus van Assisi geplaatst is, wordt beschermd door vier steunberen, eindigend in een dier met staart tegen een torentje.  Een kegelvormig dak met zes zijvlakken en bovenaan een kruisje, sluit het geheel af. 

    Het is de grootste relikwie (qua omvang) van  Franciscus van Assisi in bezit van de Vlaamse kapucijnen.
Herkomst: klooster Brussel
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen

-         Reliekmonstrans.

    Deze neogotische reliekhouder van 14 heiligen uit de kapucijnenwereld rust op een vierlobbige voet met vier oplopende panden,versierd met ranken en bladeren.  De stam is voorzien van een geringde knoop, versierd  met lelies, en getopt met een kroon. Uit de kroon komt een cirkelvormige reliekhouder met vier leliekruisen met ring.Herkomst: klooster BrusselBewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen  

11. Sicut advenae et peregrini. 

Het dagelijks leven van de Kapucijnen. In een heuvelachtig landschap, met rotsen, worden enkele taferelen uit het leven van de kapucijnen weergegeven.  Links onder vindt een gesprek plaats tussen een zittende kapucijn en een pelgrim met Sint Jacobsschelpen en twee zwaarden als pelgrimstekens op de mantel.  In de linkerhand houdt de kapucijn een brief terwijl hij zijn rechterhand omhoog heft.  Onder een rood baldakijn draagt een pater de H. Mis op.  Een medebroeder volgt geknield het gebeuren samen met een familie, bestaande uit vader, moeder en twee kinderen, en een rechtstaande man, de hoed in de handen.  Een andere pater staat, naar het volk gekeerd, op de trappen voor het altaar en draagt de superplie.  De preekstoel is leeg maar de deur ervan staat wagenwijd open.  Beneden nodigt een pater een edelman, met sabel en sporen, uit de H. Mis te volgen. Verder in een rotshol staan twee kapucijnen bij het vuur, waarboven potten hangen.  Het verbeeldt de keuken.  Op  de voorgrond is een medebroeder aan een tafel bezig  zeevis schoon te maken om naar de keuken te brengen.  Naast hem liggen op de grond en in een kruiwagen allerlei groenten zoals kolen, rapen, prei en wortelen.  De bedelpater is met zijn ezel terug van een bedeltocht.  Het ingezamelde zal hij uit de manden op de rug van de ezel halen.  In de rechterhoek laat een broeder een kruik vol lopen met water, die via een pijp uit de rotsen komt. Er is geen enkel gebouw of ander referentiepunt om het  gebeuren te lokaliseren.  Eerder is het schilderij een mooie fantasie  om het leven van de kapucijnen in één groot geheel samen te brengen

 Bewaarplaats: klooster Antwerpen

     

 12. Sterven en begrafenis 

       Kapucijnen werden zonder kist begraven en onder de  dienst werd het lijk in de kerk tentoongesteld. Het lijk werd op een plank gelegd, om het gemakkelijker in het graf te kunnen neerlaten.  De begraafplaats zelf werd in de loop der eeuwen op verschillende plaatsen ingericht. In de uitgave van de Constituties, die in 1609 verscheen, werd de wens uitgedrukt dat zo mogelijk een kapel naast de kerk als begraafplaats zou dienen. -          
Houten katafalk waarop het lijk van een gestorven kapucijn werd opgebaard.

Bewaarplaats: Izegem

 

-          Schilderij van een opgebaarde kapucijn.

De overleden broeder ligt op een mat op een plank. Het uiteinde van de mat is opgerold en dient om het hoofd te ondersteunen.  Hij draagt de kap op het hoofd en in zijn samengevouwen handen houdt hij een kruisbeeld, regel en discipline (=instrument voor zelfkastijding), zoals de constituties voorschreven.

Aan een tafel, waarop een gesloten boek, doodshoofd, kruisbeeld, wijwatervat en kwispel liggen, houdt een jonge medebroeder de dodenwake.

Herkomst: gift van de familie Soetemans aan het klooster van Leuven in 1925.
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen

            Br. Dominiek Arnold Desplentere, kapucijn

Izegem, oktober 2008 


 

                               3.  RIVO TORTO

Inzegening en Opening van “ Rivo Torto “.

 

I. Korte voorgeschiedenis.

De jongerenwerking van Heuvelland bestaat nu al 3.5 jaar. Men voelde de nood naar een eigen locatie. Heel wat wegen werden bewandeld om te waar te maken.
Dankzij een particulier legaat van een overleden parochiaan aan de Lokerse kerkfabriek en veel administratie, verkopen en kopen en erfpachtregelingen beschikt de parochiefederatie nu over een eigen catechetisch en pastoraal centrum; dat vooral zal gebruikt worden door en voor de jongerenwerking.  We hebben het de naam “Rivo Torto” gegeven, omdat het de geest zou uitademen van een jonge franciscaanse groep mensen die geënt wil leven op de oude franciscaanse stam die de franciscaanse beweging is.   Rivo Torto is in Italië een plaatsje waar Franciscus met zijn eerste broeders een poging deed om samen ‘gemeenschap’ te vormen.  Ze kwamen er ‘thuis’. 

 II. Plechtige viering in de kerk.  

De openingsviering waarin Pieter Pecceu,  Alexander Vanhoutte en  P. Kenny Brack (de stafploeg jeugd- en jongerenpastoraal) voorgingen had plaats in de kerk van Loker op vrijdag 17 september 2010.    

1) Bij de opening van de viering zette Pieter Pecceu meteen de toon. 

Beste allemaal,  op welk een manier jullie ook zijn uitgenodigd….
Misschien ben je hier wel als sponsor van onze jongerenwerking.
Of je hebt er enkele uren, of heel veel uren of zo ;… of misschien wel DAGEN voor gewerkt. 
Sommigen onder jullie zijn lid van onze jongerenwerking, of sympathisant.  Of je bent leidinggevend in de jongerenwerking. 
Sommigen onder jullie zijn pater, priester of zuster, of je werkt op de één of andere manier mee in de parochiefederatie.
Dit geeft ons tegelijk de gelegenheid om bisschoppelijk vicaris Filip Debruyne te verwelkomen. 
Wij zijn blij, vicaris Filip, dat jij vanavond met ons mee wil vieren en we zien in jouw aanwezigheid een erkenning en een steun voor het jongerenwerk.
Dat wij hier in onze parochies willen verrichten .  Van harte welkom!  
Sommige mensen gaan hier misschien zijn omdat ook de CD van onze aller Flor vanavond gelanceerd wordt.  Of je bent verliefd geworden op de schilderijen van Jenny Heyman en je hebt gehoord dat het nieuwe boek daarover deze avond voor het eerst kan aangeschaft worden. 
Het kan ook zijn dat je hier bent, omdat je wel eens zou willen zien wat wij met al de spullen hebben gedaan, die we van jou hebben gekregen en of ze werkelijk de ‘door jou gedroomde’ plaats hebben gekregen in huize Rivo Torto.  

Hoe dan ook…. Wie je ook bent, en vanwaar je ook komt.  Wij hopen dat deze avond voor jullie een ‘dankavond’ van formaat kan zijn en dat het een lichtpunt mag zijn in de moeilijke periode die onze kerk nu doormaakt.   Nogmaals:  we heten jullie allemaal van harte welkom!

 2) Vergevingsmoment
 Daar we bewust zijn van onze kleinheid en broosheid en niet altijd een thuis voor en met elkaar zijn hebben we ons gekeerd naar God, naar elkaar,
     naar het diepste van onszelf en oprecht vergiffenis gevraagd over onze fouten en tekortkomingen. 

 God voelt zich nog het beste thuis, daar waar mensen elkaar vergeving willen schenken. 
Hij is telkens opnieuw bereid om tussen mensen te komen wonen.  
Daar waar mensen begrip tonen voor elkaar.
En daarom willen wij bidden tot onze inwonende God. 

Er is de weg van de kleine goedheid van mens tot mens:  geduld,
luisterbereidheid, een lieve attentie.
Een weg die wij soms vergeten te gaan, en daardoor waren er omwille
van onze tekorten daarbij, minder gelukkige mensen…
Ontferm U over ons Heer…
 

Er is de weg van de dagelijkse taak: doen wat gewoon moet gedaan worden. 
En daar hoort ook bij:  eerlijkheid in tijd en taak, een weg die wij niet altijd begaan,
en daardoor is er minder gerealiseerd ….
Terwijl er toch op ons gerekend werd.  Wij bouwden niet op…. Wij braken af.
Ontferm U over ons Heer…. 

Er is ook de weg naar de grote wereld, een vorm van inzet voor de brede
samenleving en onze kerkgemeenschap. 
 Een doordachte inzet, is opbouwend het is als een fundament voor wie dan ook die op ons wil bouwen. 
We houden niet altijd vol, de stenen van onze inzet zijn vlug
verpulverd en onze verf die een feestelijke tint kan geven is eerder een dun en flauw waterverfje. 
Ontferm U over ons Heer….
 

En moge dan de barmhartige God met zijn vergeving onder ons komen wonen,
moge Hij woorden spreken van aanvaarding en erbarming. 
Moge Hij barmhartigheid in ons hart leggen voor allen die wonen in ons huis
en in de kamers van onze dromen, door Christus onze Heer.  Amen. 
 

3) In het openingsgebed keerden we ons als één grote gemeenschap tot de God van het leven en die mensen voor elkaar als een thuis laat zijn.

 Jij bent Vader en Moeder van ons leven,
Jij, ondoorgrondelijke God.
Van in de moederschoot kende Jij ons al,
en Jij kent onze gedachten, ons gaan en staan.
Op deze avond vragen wij U.
Zegen al de mensen die Jij kent.
Wees zegenend nabij …. Al de jonge mensen
Die over de drempel zullen komen van huize Rivo Torto.
Wees zegenend aanwezig in de woorden die wij spreken,
dat onze stem, mensen tot rust brengt en dichter bij Jou.
Waak zo over ons, en doe het niet anders.
Wij vragen en bidden het Je, in Jezus’ naam , Amen. 

 4) In de DIENST VAN HET WOORD plaatsen wij ons onder de woorden van de profeet Zacharia,
        van de bouwende en verbouwende Franciscus van Assisi en de zendingsrede van Jezus uit Lucas 10.

a)  Uit de profeet Zacharia           

Ik sloeg mijn ogen op en had een visioen.
Ik zag een man passeren met een meetlint in de hand.
Ik vroeg:  Waar ga je naartoe?
Hij antwoordde:
Oh, ik ga Jeruzalem opmeten en kijken hoe lang  en hoe breed de stadsmuren gaan worden…
Toen keek ik veelbetekenend naar de engel die met mij placht te praten maar zag nog een andere hem tegemoet snellen en roepen:
Vlug!  Vlug!  Zeg aan die kerel daar dat Jeruzalem moet open blijven,
zonder muren, vanwege de vele mensen en dieren die er verblijven!
Want, zo heeft God gezegd:
Ikzelf zal voor de stad een lichtende muur zijn en er prachtig middenin gaan wonen.   

 

   

b)  Thuiskomen bij de bouwende en verbouwende Franciscus 

In het jaar 1205 moet het geweest zijn.   Franciscus komt thuis uit Spoleto en vanaf dan trok hij zich regelmatig terug om te bidden.  Tegen het einde van dat jaar arriveert hij in het kerkje van San Damiano, in een visioen hoort hij het kruisbeeld tot hem spreken:  “Franciscus, ga en herstel mijn huis, je ziet dat het in puin valt.”
Hij vat het letterlijk op en…. Hij begint werkelijk kerkjes te herstellen.  Op dat moment woonde hij al niet meer thuis en leefde heel erg armoedig.  Hij bedelde om rond te komen en om de kerk te herstellen.  Rond het  jaar 1208 , toen was er ondertussen al heel wat gebeurd, komt Franciscus aan in het kerkje van Porziuncula, waaraan hij ook herstellingswerken uitvoerde….

 

   

c) Jezus toont ons hoe we door de wereld mogen gaan.    Uit Lukas 10 

 Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien. In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat. Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren 

 

   

5) In de voorbeden brachten we alles bij God wat ons ter harte ging. 

Vandaag doen allerlei soorten mensen beroep op onze parochiewerking.  Onze levensweg blijkt te inspireren. 
Daarom bidden wij tot God.: 

Om geloof in eigen kracht en mogelijkheidheden.
Om vertrouwen en energie voor kinderen en jongeren,
die ontgoocheld zijn, 
dat zij met steun in een nieuwe toekomst kunnen geloven. 

Laat ons bidden….

 Wij bidden voor de Minderbroeders kapucijnen van Vlaanderen,
die vandaag het feest van hun provinciefraterniteit vieren.
Dat ze inspirerend mogen blijven voor hun omgeving.
Wij bidden tegelijk om jonge mensen voor de orde,
jonge mensen die ontdekken dat Franciscaans leven in broederschap iets voor hen is. 

Laat ons bidden…. 

Wij bidden voor iedereen die zich ooit heeft ingezet voor de Jongerenwerking hier in Heuvelland. 
En voor de mensen die dit nu doen:
dat hun liefde voor kinderen en jongeren verder mag groeien
in onbaatzuchtige inzet voor iedereen die het nodig heeft.

Laat ons bidden… 

Dit waren onze gebeden God, wij vragen U, neem ze aan en draag ze met Je mee.  Dat wij het mogen gewaarworden in ons leven van elke dag, maar vooral deze avond, waarin wij het leven extra vieren.  Wij vragen het Je, in Jezus’ naam; Amen.   

 

6) Zoals tijdens de lezingendienst de zegen werd uitgesproken over het kruis van San Damiano, zo werd nu de zegen uitgesproken over het tenttabernakel, over het beeld van Franciscus en Clara. 

Zegeningsgebed over het tabernakel: 

Jij bent een meetrekkende God
wij zijn mensen die op weg zijn.
Soms leven we in een dorre woestijn,
soms komen we aan in een oase.
Jij bent in ons midden, waar we ook gaan. 
Zegen deze tent, waarin Jij zal wonen.
Laat jouw aanwezigheid als gebroken Brood zijn.
Brood van eeuwig leven.
In Jezus’ naam.  Amen. 

 

Zegeningsgebed over het beeldje van FR. En Clara: 

Jij bent een oproepende God
wij zijn mensen die nood hebben aan voorbeelden.
Soms zoeken we en vinden we niet
soms zoeken we en we vinden wel.
Aan Franciscus heb Jij je laten vinden.
Jouw taal is een taal van openheid en klaarheid.
Zegen dit beeldje, dat ook wij zo mogen zijn.
In openheid het gesprek aangaan.
Wees zo in ons midden God
Wij vragen het U in Jezus’ naam.
  

 

   

III. Opening en inzegening van het huis.  

In processie bracht men het kruis van San Damiano, het beeld van Franciscus en Clara en het tenttabernakel naar het huis Rivo Torto.  Zegenende woorden galmden door de Dikkebusstraat toen de menigte zich naar het huis begaf.  Na het zegengebed over het huis werden de deurposten gezegend en de gevelplaat onthuld.  Dit gebeurde door E.H. Filip Debruyne, die bisschoppelijk vicaris voor de jeugd is van bisdom Brugge en door Alexander Vanhoutte, de voorzitter van de jongerenwerking, staflid en tevens de ontwerper van de gevelplaat. 

 

a) Zegengebed over het huis 

Ik zegen dit huis:
Dat het jullie meer zou mogen bieden dan enkel onderdak

Ik zegen dit huis:
Dat het jullie grotere lichaam mag zijn waarin je graag thuiskomt.

Ik zegen dit huis:
Dat er veel in mag gelachen worden en weinig geweend.

Ik zegen die huis:
Dat het je koelte mag bieden wanneer je verhit bent
en warmte wanneer je het koud hebt.

Ik zegen dit huis dat het je tot kalmte mag brengen:
wanneer je opgejaagd bent en tot rust wanneer je uitgeput bent

Ik zeg dit huis:
Dat je er niet enkel in kan thuiskomen van de hectische buitenwereld
maar dat je er ook van kan bekomen en je vrienden in rust en kalmte kan ontmoeten.

Ik zegen dit huis:
Dat het niet door water geteisterd
of door vuur verwoest zou worden.
Maar dat het water erin alleen maar verkwikkend
en het vuur alleen maar verwarmend mag zijn. 

Ik zegen dit huis:
Dat je er je dorst mag lessen.
Dat je er je honger kan stillen.
Dat je er vergiffenis mag ontvangen als je kwaad hebt gedaan.
Verzoening mag heersen wanneer er onenigheid was. 

Ik zegen dit huis:
Met zijn tafel en stoelen
Met zijn schabben en kasten
Met zijn vensters en deuren
Met zijn meubelen en snuisterijen
Met zijn toestellen en apparaten
Met zijn straatnaam en zijn huisnummer
Met al zijn hoekjes en kantjes
Dat het nog lang ‘Huize Rivo Torto’ mag zijn
De naam van het nieuwe begin van Franciscus’ zijn broeders.
De naam van het nieuwe begin van deze Franciscaanse jongerenwerking,
Een warme thuis voor al zijn bezoekers.

b) Onthulling van de voordeurplaat
   

c) H. Sacrament, tent, boek en kruis van San Daminao kregen een plaats in huis Rivo Torto.

 

De opening was een hart verwarmend gebeuren en een stimulans voor twijfelende gelovige mensen om er volop voor te gaan.  Voor de raad van bestuur die aan Rivo Torto gekoppeld is, de algemene vergadering, de animatiegroep van de jongerenwerking en de stafploeg ‘jeugd- en jongerenpastoraal Heuvelland’  …. Voor die vele geëngageerde mensen was het een topdag om nog lang op terug te blikken.   Want het was een bekroning van vele dromen en hard realistisch werken .  Uiteindelijk gaat het over een totaal woonhuis waar een oude dame haar eigen leven leidde dat omgebouwd is tot een franciscaans jongerenhuis; met binnenin een multimediale ruimte die tegelijk de ontmoetingsruimte is, een keuken en een sanitair blok.  Een stille ruimte, een catecheselokaal en 2 zithoeken om een rustig gesprek te houden.  Buiten strekt zich een mooie tuin uit en rondom de oude Lourdesgrot legden we een terras aan om ook daar iets te kunnen doen.   

Tijdens een fantastische receptie mochten de 150 genodigden alle hoekjes en kantjes van het huis bewandelen, besnuffelen en bekijken.  Ondertussen zaten Jenny Heyman, Flor Busschaert en Eva Storme klaar om hun boek of CD te signeren voor wie wou kopen. 

Sedert dit moment kunnen de jongeren die naar de activiteiten komen, of zaterdag na de avondmis gezellig samen zijn, ervaren hoe aangenaam het voor hen is om te kunnen thuiskomen in zulk een huis.  Het ademt werkelijk Franciscus’ geest in en uit.   

 

 IV. Verdere fotoreportage.

In de kerk:

   
         
   

Op weg naar het huis Rivo Torto
 
     

Receptie:

   
         
   
         
   
         
     
       
       

                                             

)  VERSLAG VERGADERING CENOC

Vergadering van de CENOC in  St.Maurice (Zwitserland) 27-31 oktober 2010

 De halfjaarlijkse vergadering van  de provinciaals van de conferentie waartoe onze provincie behoort, de CENOC, ging ditmaal door in Saint Maurice in Zwitserland.  Omdat de voorjaarsvergadering die in Brixen moest doorgaan, op het laatste ogenblik nog afgelast werd  omwille van het as van de IJslandse vulkaan, was het een jaar geleden dat we samen vergaderden.  Er waren dan ook enkele nieuwe  provinciaals:  Emmanuel Barbara (Malta), Desmond McNaboe (Ierland)  en Lech Siebert (Oostenrijk). En omdat de twee Duitse provincies nu één provincie zijn, was er een provinciaal minder.

De plaats waar we vergaderden, Foyer Franciscain, in St.Maurice, was bijzonder geschikt. Een goede accommodatie en een huis waar een franciscaanse spirit voelbaar is. Ephrem Bucher, provinciaal van Zwitserland, zegde ons dat dit huis het centrum is voor de franciscaanse beweging in Franssprekend Zwitserland. Hier komen, zo zegde hij, heel wat franciscaans bewogen mensen in verschillende groepen bijeen. En inderdaad , we waren nooit alleen. Er vergaderden heel wat groepjes en vooral, ook ‘le trimestre franciscain’ ging er door. Die ‘trimestre franciscain’ brengt gedurende drie maanden franciscaanse mensen (religieuzen en anderen) uit diverse landen  samen voor een franciscaanse vorming. Ik moest denken aan onze medebroeder Jan Wouters die deze trimester volgde en er bijzonder goede herinneringen aan heeft en die met de hier meegemaakte vorming heel veel gedaan heeft en nog doet. Het stadje Saint Maurice is heel mooi gelegen. We keken tegen begroeid berghellingen aan met rijke kleurschakeringen van de herfst en hier en daar in de hoogte vlekken sneeuw.

Ik had gekozen om met de auto naar Saint Maurice te rijden in de hoop onderweg te kunnen genieten van de natuur. Woensdagmorgen was ik in alle vroegte (5.30uur) vertrokken. Dat betekende natuurlijk dat er aanvankelijk nog niet veel ‘te zien’ was. Maar dat veranderde en mijn verwachtingen werden ruimschoots ingelost. Ik had maar één probleempje. Ik wilde me helemaal op mijn GSP verlaten, maar toen ik in Zwitserland kwam – waar ik absoluut niets van de weg ken – zweeg mijn GSP in alle talen. Gelukkig vond ik op een parking iemand die me hielp om de GPS terug aan de praat te krijgen. De auto gaf me ook de gelegenheid om vroeger terug te keren dan voorzien. De bijeenkomst duurt altijd tot het ontbijt op zondagmorgen. Maar het programma  van zaterdagnamiddag kondigde zich als heel licht aan. Omdat er ‘hoog’ bezoek op komst was in onze provincie en ook omdat ik aan redacteur Paul nog een verslagje beloofd had van deze vergadering voor hun nummer van de Vox dat eind oktober verschijnt, ben ik zaterdagnamiddag nog ‘in sneltreinvaart’ huiswaarts gekeerd. 

 Ik overloop hier een aantal punten van de agenda, zonder volledig te willen zijn.

 1.      Nieuws uit de provincies en conferenties

De vergadering begon weer, zoals gewoonlijk met nieuws uit de provincies en de subgroepen van de CENOC Ik heb eigenlijk niet zoveel  nieuws gehoord. Ik vermeld een aantal losse gegevens.

-          De ene Duitse provincie vordert snel in de integratie van de twee vroegere provincies.
     De eenmaking was ook grondig voorbereid en wordt blijkbaar door de medebroeders goed aanvaard.

-          In het voorjaar 2011 zal de provincie van Brixen (Zuid-Tirol) fusioneren met de Oostenrijke provincie.

-          De (nieuwe ) Oostenrijkse provinciaal (die zoals de vorige ook een Pool is) vertelde dat op het kapittel een toekomstplan ter bespreking werd aangeboden. 
     Het plan vroeg aandacht voor de realiteit dat ze binnen een beperkt aantal jaren nog met  een zeer kleine groep zullen zijn. Het legde er de nadruk op dat ze enkele attractieve
     projecten moeten trachten te behouden en dat ze anderzijds verschillende kloosters zullen moeten sluiten.  Blijkbaar konden de broeders dit perspectief nog niet aan en ze
     verwierpen het plan.

-          De Engelssprekende provincies waren verleden jaar met een gezamenlijk noviciaat van start gegaan. Het eerste jaar is erg goed verlopen en wordt als heel positief ervaren. 
     Maar jammer genoeg is er voor het nieuwe jaar dat in september moest starten,  maar één kandidaat-novice voor de drie provincies. 
      Men heeft afgesproken dat er minstens twee novicen moeten zijn. En bijgevolg zendt Ierland deze ene novice naar het gezamenlijk noviciaat van de provincies in de VS.

-          Het beperkte aantal kandidaten is uiteraard een refrein dat terugkeert.  Maar  de radicale afwezigheid van zelfs maar enkele jongeren in vorming is toch eigen aan de Vlaamse
     en de Nederlandse provincie.  De Nederlandse provincie heeft nu wel een novice die zijn noviciaat in Tilburg doet.  Omdat hij de vijftig jaar voorbij is,  kon hij niet meer terecht in
     het Duitse of Franse noviciaat, en dus heeft Nederland zelf een noviciaatsjaar opgezet.

-          Zoals reeds meegedeeld zullen volgend jaar drie Spaanse provincies fusioneren.  Catalonië gaat wel alleen verder.

-          Peter Rodgers  deelt mee dat hij pas in Indië was en dat daar nog wel provincies gesplitst worden alhoewel men ook al vaststelt dat het aantal kandidaten vermindert.  Eén van de redenen daarvoor is dat de gezinnen weinig kinderen hebben.

-          In de verslagen van de provinciaals van Ierland, Engeland, Duitsland  en Frankrijk, Nederland  (en van mij) komen de problemen van de kerk in verband met het seksueel misbruik
     ook aan bod.  Sommige provincies zijn er ernstig mee geconfronteerd geweest of zijn er nog mee geconfronteerd.

-          In verband met ons zoeken naar een aangepaste zorgstructuur heb ik met belangstelling geluisterd naar wat de Franse provinciaal die vertelde.  De Franse provincie  heeft de
     leiding (voor de zorg) in de  gemeenschap voor zieke en oude medebroeders in Angers  toever-trouwd aan een gerontoloog.   In  het aangepast huis wonen 30 medebroeders. 
     Het huis voldoet aan alle vereisten van de staat en zo is er ook heel wat subsidie.  Deze gerontoloog die ter plaatse verantwoordelijk is voor de zorg, bezoekt ook de
      zorgbehoevende medebroeders in andere fraterniteiten en op basis van zijn bevindingen wordt beslist waar ze naar toe gaan.  

2.Verslag van de vergadering van presidenten van de conferenties met het generaal bestuur

James Boner (vice-president)  was naar de bijeenkomst van de presidenten van de conferenties geweest en bracht daar verslag over uit. Heel wat aandacht was daar naar de agenda voor het komend generaal kapittel gegaan.

Uiteraard zal het komend generaal kapittel (2012) veel tijd moeten besteden aan de herziening van de Constituties.  Er is nog niet beslist of het kapittel langer zal moeten duren. Dit is een schrikbeeld voor veel deelnemers  maar of het anders zal kunnen?

Ook de personele solidariteit zal weer een hoofdthema zijn.  Ze wordt meer en meer  als een zending gezien, en ze valt daarom onder het missiesecretariaat.  Bovendien worden internationaal samengestelde fraterniteiten nu als betekenisvol op zich gezien.

 Bij het opnoemen van de onderwerpen die zeker  op de agenda van het generaal kapittel zullen staan, bekroop mij de vrees dat het generaal kapittel te veel naar binnen gericht zal zijn  (zoals naar mijn mening het vorige generaal kapittel ook was), alleen bezig met de problemen van de orde zelf.   Die problemen moeten natuurlijk besproken worden, maar belangrijk is ook te kijken naar de uitdagingen voor kapucijnen in deze ongelijke en conflictrijke wereld.

 We vernamen ook dat de nieuwe aartsbisschop van het bisdom waarin San Giovandi Rotondo ligt, vraagt dat de kapucijnen van de provincies waar gebedsgroepen van pater Pio zijn, iemand zouden aanduiden die in de provincie deze gebedsgroepen opvolgt en begeleidt.   Of dit bij de gebedsgroepen die hun eigen organisatie hebben, in goede aarde zal vallen en te rijmen is met hun structuur, is natuurlijk een andere zaak.  Wellicht zijn er achtergronden bij dit verzoek die wij niet kennen

In verband met de renovatie van het huis van de Curia Generale staat nu vast dat men in de Via Piemonte zal blijven en niet meer aan een andere locatie denkt. Het generaal bestuur heeft aan drie architecten gevraagd om een plan te maken voor de renovatie en herinrichting. Eén is weerhouden (diegene die ook architect was van  het huis in Jeruzalem ) Wanneer zijn plannen opnieuw besproken en aangepast worden  en aanvaard zijn en de kostenraming bekend, zal de vraag naar steun voor deze renovatie opnieuw aan ons gericht worden.

 De secretaris van de CENOC, Bernd Beerman,  die ook voorzitter is  van de commissie Justitia et Pax et Ecologia , bekloeg zich in zijn  relaas over de werking van zijn commissie, over het gebrek aan belangstelling voor  de grote vragen die betrekking hebben op de toekomst van onze planeet en op de grote ongelijkheid tussen de mensen en de grote vragen van de migratie.  We zijn als orde wellicht te veel op onszelf gericht.

Toen iemand verwoordde dat er ten opzichte van de grote wereldproblemen ook een gevoel van onmacht leeft om hieraan iets te kunnen veranderen, merkte  Pio Murrat ,de Franse provinciaal op, dat het initiatief in Frankrijk om ‘cercles de silence’ te vormen(mensen die een tijd in stilte samenzijn als protest tegen de migratiepolitiek van de regering) is uitgegaan van de franciscaanse familie en veel weerklank heeft gekregen.

3.Een hermitage binnen de CENOC?

In de vorige vergaderingen was de vraag gesteld of er interesse was voor een hermitage binnen de CENOC, bestemd voor broeders van de CENOC.  Hierop is weinig of geen respons gekomen.    Het denken aan een gezamenlijke hermitage wordt hiermee afgevoerd.

Wel signaleerde de Franse provinciaal dat er in zijn provincie, in Cré ,  een huis is opgericht waar broeders kunnen verblijven die voor een beperkte tijd het kluizenaarsleven willen leiden.  En  er nogal wat broeders die te kennen geven een beperkte tijd in Cré te willen verblijven.

 4.De wereldjongerendagen in Madri d in 2011

De Spaanse franciscanen hebben al meegedeeld dat ze op de wereldjongerendagen willen aanwezig zijn met een franciscaans dorp. Ze nodigen alle minderbroeders uit om hieraan mee te werken.  Misschien een tip voor sommigen van ons die met jongeren bezig zijn ?

 5. De initiële vorming binnen de CENOC en de vormingsraad

Adrian Curan, de voorzitter van de vormingsraad, bracht verslag uit over de organisatie en werking van de raad en over de vormen van samenwerking die mogelijk en wenselijk zijn.

Op dit ogenblik is het zo dat de Engelssprekende provincies samenwerken voor  de noviciaatsvorming. Maar zoals boven gezegd, kan er dit jaar geen noviciaat starten. Voor de andere fasen is er wel overleg en eventueel ook samenwerking.  De Duitssprekende provincies hebben een gezamenlijk noviciaat (en postulaat?) Voor het post-noviciaat wordt er ook samengewerkt maar zit niet ieder op dezelfde lijn.  De Franse provincie heeft –noodgedwongen- een eigen noviciaat terwijl men vroeger de wens had uitgesproken om samen te werken.  Maar de taal is hier een barričre en ook is niet ieder binnen de provincie een even grote voorstander voor samenwerking op alle vlakken.

 In vorige vergaderingen is het perspectief verwoord om tot één noviciaat voor de CENOC te komen.  Maar  dan zou men ook tot één voertaal binnen de CENOC moeten komen, en dat is een gevoelig punt.  Zover is men niet.  Bovendien zijn ook niet alle kandidaten even goed in staat om zich een tweede taal heel goed eigen te maken.  Iets wat wel een vereiste is in het geval van een gezamenlijk noviciaat.

 Er wordt heel veel energie en tijd gestoken in  de organisatie van de vorming  en samenwerking op dit vlak terwijl het helaas maar over enkele kandidaten gaat. Toch denk ik dat het moeilijk anders kan. Ik meende ook aan te voelen dat diegenen die in de vorming staan, zich vaak eenzaam voelen en dat samenkomsten voor hen echt wel welkom zijn. 

 6. Financiële solidariteit binnen de orde 

Piotr Komornicz gaf met grafieken een overzicht van de inkomsten en bestedingen van het geld dat binnen de orde naar financiële solidariteit gaat.

Zijn relaas bevestigde dat de inkomsten voor  solidariteit vooral van de provincies van  Noord-Amerika en de CENOC komen. En daar zit meteen ook het probleem voor de toekomst, want deze twee conferenties verzwakken in snel tempo. Een plan om dit met verloop van tijd op te vangen is er (nog?)niet.

In de bespreking klonk er een pleidooi om  alle bilaterale  financiële hulp aan Rome te melden.   Nu heeft de commissie in Rome vooral weet van de steun die gaat naar projecten die zij hebben goedgekeurd en van de vaste solidariteitsbijdragen. Maar veel rechtstreekse hulp wordt niet aan Rome gemeld. Om meer dan één reden is dit wel gewenst.

De provinciaals van de CENOC hebben zich dan ook verbonden om dit voortaan nauwgezetter te doen.
Er komen in Rome veel meer vragen om hulp toe dan kunnen beantwoord worden. En het is voor Rome niet altijd gemakkelijk om de juiste prioriteiten vast te stellen. In de bespreking vertelde Peter Rodgers dat in de ontmoeting van het generaal bestuur met de Indische provincies de generaal op een bepaald moment  suggereerde om een globaal bedrag voor vorming en projecten aan de Indische conferentie te geven  en zij dit onder elkaar zouden verdelen. Daarop kwam hevig protest Binnen de kortste tijd , zo voorzag men zelf, zullen de provinciaals dan niet meer met elkaar spreken…. 

7.Keuze van een nieuwe voorzitter en vice-voorzitter.

Christophorus Godereis heeft als voorzitter twee termijnen van 2 jaar achter de rug.  Hij vervulde zijn taak met grote bekwaamheid en vaste hand. Hij wist vergaderingen te leiden en voorstellen te formuleren.   Het symposium in Madrid over de secularisatie zou er zonder hem zeker niet gekomen zijn.

Even gingen er stemmen op om hem nog opnieuw te kiezen, hij is nu immers provinciaal van de ene Duitse provincie en geen provinciaal van Rijnland-Westfalen.  Maar dat bleek van het goede te veel…De niet-Duitssprekende provinciaals wilden nu wel iemand uit hun rangen. Ze zaten wel met het probleem dat de provinciaals van Ierland en Malta totaal nieuw waren en deze van Engeland zijn termijn bijna  voorbij is.  Bij de verkiezing van een nieuwe voorzitter kwam Emmanuel Barbara  (Malta) die naast het Engels ook het Duits en Italiaans machtig is,  uit de bus. De nieuwe vice voorzitter is Pio Murrat, procinciaal van de Franse provincie.

8. Bezoek aan Franciscan International (Genčve)

Het is een traditie geworden dat tijdens de bijeenkomst er ook een uitstap is op vrijdagnamiddag.  Ephrem Bucher had een afspraak gemaakt met de equipe van Franciscan International in Genčve.  Deze franciscaanse NGO heeft een zetel in New York en in Genčve.

Het is een van de NGO’s die  grote waardering geniet bij de VN  en er ook spreekrecht heeft. Hij wordt gewaardeerd als onafhankelijke NGO die voeling heeft met een breed netwerk van groepen aan de basis  en die heel concrete informatie over prangende problemen (bv over de schendingen van de  mensenrechten enz.) op het terrein verzamelt  en doorspeelt.  De verschillende medewerkers verdiepen zich in hun toegewezen thema’s en stellen betrouwbare info ter beschikking van die mensen van de UNO die mee beslissingen nemen.

Zij zetten ook in verschillende landen vormingsprogramma’s op.  We hadden het geluk dat er juist twee medewerkers toekwamen die in Ethiopië en Oeganda een vormingsprogramma hadden geleid.   Ik was getroffen door het enthousiasme van de hele equipe en ik geloof erg in hun werk.   Zij verdienen onze steun.

 8.Tot slot.

 -          +  Omdat ik vroeger vertrokken ben, heb ik de  bespreking van zaterdagnamiddag gemist. Ik hoop dat daar de tekst besproken is die Piet Hein van der Veer had ingediend.
            Daarin vraagt hij aandacht voor het feit dat de oude provincie straks geen mensen meer vinden die het bestuur van de provincie en van de plaatselijke gemeenschappen
            kunnen behartigen. Hij pleit er voor dat ook juridisch zou voorzien worden dat wij niet-kapucijnen in de leiding kunnen opnemen.      
           Toch wel benieuwd hoe anderen daarop gereageerd hebben.  Zelf denk ik dat dit in hun beleving een probleem is dat nog héél ver af staat.  Zij hebben immers nog een
            jongere generatie, hoe klein die ook is.  

-          +  Het programma voor deze bijeenkomst was niet indrukwekkend zwaar. En de vraag die vroeger wel geklonken heeft :  wie zijn straks de kapucijnen in Europa?
     Wat is hun opdracht? En tot welke kapucijnen vormen we jongeren ?  werd nu niet opnieuw gesteld.

De vraag komt dan op  hoe nuttig zo’n bijeenkomst is en of de tijd en het geld (want zo’n bijeenkomst kost toch wel heel wat ) goed besteed zijn.

Zelf denk ik dat nauwere samenwerking in de toekomst onvermijdelijk is, en dat persoonlijke contacten hierin hun eigen waarde hebben en moeilijk te vervangen zijn.

Misschien kan er zulke dagen wel meer gehaald worden wanneer de deelnemers  vooraf al meer werk verricht hebben (bv  meer documenten vooraf toesturen). 

-          + De volgende bijeenkomst gaat door van  27 tot 31 april 2011  in…(ik durf het haast niet te zeggen) Jeruzalem. De orde heeft daar een huis dat helemaal onder handen genomen is.
   En men vond het een goed gedacht om daar te vergaderen.  Ik heb niet geprotesteerd.

 Adri Geerts

 

5. PROVINCIEDAG OP WOENSDAG 26 JANUARI 2011 TE BRUGGE BOEVERIE

Een provinciedag staat altijd in het teken van bezinning en verdieping en broederlijke ontmoeting.

   

Deze provinciedag werd getekend door een auto-ongeval dat vier medebroeders uit Herentals overkwam:
Jan Wouters, Frans Vansina, Karel Hamels en Achiel De Pauw.
Heel dit gebeuren hield ons de ganse dag bezig.
We waren blij dat tijdens het middagmaal Jan en Karel ons konden vervoegen.
Onze vreugde was groot toen Frans bij de aanvang van de namiddagconferentie aanwezig was in het klooster.
We droegen Achiel mee in ons gebed die in de intensieve zorgen werd opgenomen
.

   

De gebedsdiensten werden geleid door broeder Jan Geerts.

   

In de voormiddag luisterden we naar priester en psycholoog Frans Van Steenbergen.
Hij sprak ons over “Pedofilie, de beleving van slachtoffer en dader en over de celibataire beleving van seksualiteit.
Hier volgt het verslag opgesteld door de broeders Klaas Blijlevens en Hugo Gerard.

Toespraak van Frans Van Steenbergen:

Over pedofilie en celibaat.   (Provinciedag 26 jan 2011, Brugge) 

1. Profiel van pedofiele dader 

Door welke drie constante factoren wordt het gedrag van een pedofiele dader meestal gekenmerkt?

a) door de afwezigheid van de vaderfiguur in de jeugdjaren van de dader, hetzij fysisch, hetzij relationeel in gezin heeft dit bij de dader tot gevolg gehad: 1. normloosheid: verminderd of afwezig besef over een goed of slecht gedrag of 2. vaagheid in normbesef (grenzen tussen goed en kwaad vervagen). De vorming van normen/wet is in zijn jeugdjaren niet meer op een normale manier verlopen.

b) door de afwezigheid van agressie: deze daders worden nooit kwaad. Ze zijn in hun ontwikkeling blijven stilstaan vóór de drempel van het uiten van woede, ze vermijden elke confrontatie met agressie. Ze zijn bang voor agressie en kunnen daar niet mee omgaan. Daarom zijn het zeer vaak lieve en zachtaardige mensen, meegaand en begrijpend: hun gedrag is non-agressief.

c) door de rouwgevoelens en vage gevoelens van gemis in hun affectieve ontwikkeling. Ze hebben het sterven van een ander kind (broertje, zusje, klasgenoot) meegemaakt en hebben dit gemis nooit echt verwerkt. Daarom compenseren ze deze verwerking in hun later gedrag door een relatie aan te gaan met niet agressieve kinderen,  maar in geheimhouding, een confrontatie met buitenwereld ontlopend. 

Deze drie factoren beletten een schuldgevoel bij de dader: hij is zich van geen kwaad bewust, hij wil enkel goed doen. Daarom zal hij zijn verantwoordelijkheid van de ‘misstap’ minimaliseren. Geconfronteerd met reacties van de buitenwereld duurt het wel 2 jaar voor enig schuldbesef tot de pedofiel doordringt.  Zijn pedofiele daad is geen uiting van machtsmisbruik (wat meestal wel het geval is bij incest), maar in de beleving van de dader is het een daad van liefde. Toch is het wel ‘verdacht’, want het kind moet er over zwijgen: het is dus geen normaal gedrag 

2. Gevolgen voor de beleving bij de slachtoffers. 

Deze zijn verschillend naar gelang de leeftijd waarop ze misbruikt werden: 0-3 / 3-5 / 6-11 / 12-15 / 16-18. Hoe jonger hoe kleiner de gevolgen. Ongeveer een derde ondervinden geen gevolgen in het verdere leven. Een derde kent wel gevolgen, maar ze zijn draagbaar in het verdere leven: maar die verborgen last dragen ze wel mee. Een derde is zwaar geschonden en zijn psychisch gekwetst, ondervinden ernstige relatiemoeilijkheden en zijn aangewezen op therapeutische bijstand in het verwoest leven. 

Hoe groot is de schade en kan men die meten?

Seksualiteit is integraal deel van het mensenleven. Daaruit zijn we ooit geboren, het ontwikkelt zich en wij geven het als volwassene verder door. In die ontwikkeling is het belangrijk te leren seksualiteit onbevangen als deel van het mens zijn te zien en te aanvaarden, maar tevens de verantwoordelijkheid ervan en ervoor te leren beseffen en te nemen. Slachtoffers van pedofilie worden in deze beide kenmerken van onbevangenheid en verantwoordelijkheid geschonden en geschaad. Vooral de leeftijdscategorie van 11-15 jaar, waar de seksualiteitsbeleving bewust wordt en de sociale spelregels daaromtrent moeten aangeleerd worden is bijzonder kwetsbaar voor pedofiele benaderingen: de integriteit van de persoon wordt aangetast. 

3. Over de moeilijkheden bij het beleven van celibaat. 

(de woordspeling ‘Celi, baat het niet dan schaadt het ook niet’ getuigt niet van levenswijsheid) 

Wie op volwassen leeftijd voor een celibatair leven kiest, zal van de fundamentele vragen rond celibaat weinig hinder ondervinden. Maar we moeten wel goed beseffen dat in de voorbije jaren de keuze voor een celibatair leven in verband met religieuze opties genomen werd in de zeer belangrijke leeftijdsperiode van 12-15 jaar, waarin seksualiteit naar een volwassen vorm moet groeien en ontwikkelen. Het celibatair leven begon dus voor velen zeer vroeg, zo niet al te vroeg. Voor deze jongeren ‘met roeping’ (vaak sinds hun 12de jaar) verloopt de ontwikkeling op seksueel vlak anders dan normaal: het werd een onafgewerkte evolutie. En eenmaal priester of kloosterling werd er niet meer over het seksuele gesproken: dat was een taboe. 

Wij kunnen drie categorieën onderscheiden van moeilijkheden in de beleving van de eigen seksualiteit, die allemaal zich situeren op het vlak van een niet uitgegroeide seksualiteitsbeleving.

1. Deze celibatairen leerden geen lichaamstaal: ze bleven ‘houten clowns’, ze werden ‘stenen beelden’.

2. Ze hebben nooit hun kwetsbaarheid hoeven tonen. Dat doen gehuwden wel die zich naakt aan elkaar tonen in het spel van geven en nemen. In de meest intieme menselijke relatie wordt men (graag) gezien. Celibatairen zoeken vanwege dit gemis dan later compensatie in het kijken naar porno of worden exhibitionist: men wil ‘zien’ en ‘gezien worden’.

3. Celibatairen zullen driemaal een rouwproces doormaken. Rond de 30 jaar mis je een levenspartner. Je voelt je maar een ‘halve’ mens. De aanvulling tot het ‘hele’ mens zijn (man én vrouw) ontbreekt. Rond de 45 jaar mis je eigen kinderen. Je kunt gevoelens van eenzaamheid en dorheid krijgen, een pijn die je moet uithouden. Rond de 60 jaar is er de rouw om het gemis van kleinkinderen: je krijgt nooit het woord ‘opa’ te horen. In de laatste levensfase sta je er helemaal alleen voor: je bent en blijft alleen tot aan je sterven.

 Het leven in celibaat kan dus een ernstige handicap zijn in de persoonsontwikkeling en dat wreekt zich op latere leeftijd. Het blijft een kunst om te leren leven met eenzaamheid, dorheid en verlatenheid.

Maar het positieve van een rijpe uitgroei als celibatair laat zich voelen in een onbaatzuchtige zorg voor mensen. Hoewel het gezinsleven een grote menselijke waarde is, is een harmonisch leven in celibaat een levend teken van evangelische waarden. Immers, het geloof zet de dingen op zijn kop. 

 Hugo Gerard
Klaas Blijlevens 

   

 

   

In de namiddag werd het document over de permanente vorming: “Sta op en wandel”  ons toegezonden door br. Genernaal Mauro,
belicht door twee medebroeders: Fil Van Der Steen en Guido Travers. Ook Jan Wouters was aangesproken om zijn visie over deze tekst te geven.
Gezien zijn ongeval kon hij dit uiteraard niet doen.
 

 

Na deze uiteenzettingen gaf broeder provinciaal, Adri Geerts, de traditionele mededelingen. De dag werd afgesloten met een eucharistieviering.

6  BOOM: RENOVATIEWERKEN ZIJN BEGONNEN

Artikel genomen uit Vox Minorum jg 65, nr. 1-2  januari-mei 2011

 

Lofts in Paterskerk 

In Boom zijn de werkzaamhedenvoor de verbouwing van de Paterskerk volop aan de gang. Die wordt samen met een deel van het klooster omgevormd tot negentien lofts.  

VAN ONZE MEDEWERKSTER LIESBETH BOEL

BOOM: De plannen om de mooie Paterskerk, die dateert uit 1946, en een deel van de gebouwen van het vroegere klooster die grenzen aan de kerk om te vor­men tot kerkloften en duplexen liggen al langer op tafel.

Projectontwikkelaars Ibo en Investpro uit Heffen hadden het gebouw al in mei 2008 gekocht van doveninstelling De Klinkaard, maar op de daadwerkelijke uit­voering van de verbouwingen was het wachten. Die renovatie- en verbouwingswerken zijn enkele weken geleden dan toch begon­nen.

Ibo en Investpro 'willen de bestaande gebouwen zoveel mogelijk bewaren. Daar hebben ze ervaring mee onder meer bij de re­novatie van de vroegere Minderbroederskerk in Mechelen die werd omgebouwd tot hotel.

De bestaande gebouwen worden zoveel mogelijk -bewaard

`Intussen werden in de kerk alle funderingen van de bogen blootgelegd, klinkt het bij Investpro. We kunnen beginnen met de op­bouw van de stalen constructies binnenin. Het buitenaanzicht van de kerk zal weinig veranderingen ondergaan. De kerk ver keert immers nog in goede staat.

Enkele gevels van de kerk zullen wel worden opengemaakt voor ramen:

In totaal zullen er negentien woongelegenheden worden ge­creëerd met één, twee of drie slaapkamers. Daarvoor worden er in de kerk tussenverdiepingen geplaatst. Alle lofts zijn tussen de 100 tot 215 vierkante meter groot. Zeven lofts op de gelijkvloerse verdieping hebben een eigen tuin. 'Het terrein achter de kerk wordt aangelegd met groen en parkeerplaatsen. Elke woonenti­teit zou op die manier over een autostaanplaats achter de kerk beschikken:

Vanaf begin mei begint de officiële verkoop. Er zijn nog geen definitieve verkoopsprijzen vastge­steld..`Het is de bedoeling om de appartementen klaar te hebben tegen eind februari 2012. Eigenaars kunnen zelf hun loft indelen en een keuken kiezen:

 

7.  KLOOSTER TE AALST

Overgenomen uit HANDDRUK Jg. 41, Nr. 2

Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41:

8.  FRANCISCAANSE JONGEREN UIT HEUVELLAND

Overgenomen uit HANDDRUK Jg. 41, Nr. 2
 

9. PAX ET BONUMDAGEN TE MEGEN

Pax et Bonumdagen te Megen

 Bijeenkomst van Franciscaanse broeders en zusters ingetreden na 1980

 Zoals het al enkele jaren het geval is, was het ook nu weer een ‘treffen’ waar ieder die zich had ingeschreven, met volle teugen naar uitkeek.
Op zondagavond van 26 juni kwamen we toe en op woensdagmiddag van 29 juni sloten we de dagen af.   En de evaluatie loog er niet om… 

Het waren dagen die ieder “aan den lijve kon ervaren”.  Dat was tenslotte ook het thema:  “God aan den lijve ervaren”.
Eigenlijk spreek je dat nogal vlug uit, maar wanneer je dan bij jezelf probeert te overwegen wat het kan betekenen voor je dan denk je al vlug 2 keer na vooraleer je die woorden in de mond neemt.  Zo gemakkelijker ervaar je God niet aan den lijve omdat we met zoveel bezig zijn dat volgens ons even belangrijk is.

Gelukkig was Willem Marie van het Franciscaans studiecentrum weer paraat om ons daar maandag en dinsdag over te onderhouden. 
Eén van zijn eerste zinnen klonken als:  “God wil mens worden ….  Goed, maar dat kan je pas toelaten als wij zelf eerst mens willen worden!  Franciscus en Clara gaan ons daarin voor en ondervonden het aan den lijve… zij werden ‘penitenten’, ze deden boete….”   Dat klinkt als een hele boterham om te verorberen, en dat was het ook, maar stapje per stapje, met de nodige bewegingsvormen, ervaringsgerichte activiteiten en theoretische stukken die bij wijze van dataprojectie schematisch werden aangeboden paste alles zoals een puzzel in elkaar.  Schematisch en heel kort gezegd overliepen we de stappen:  het lijf als locus, het lijf als medium en het lijf als image.  Wie er meer over wil weten dient zich dringend in te schrijven bij één of andere cursus van Willem Marie aan het Franciscaans studiecentrum Tilburg/Utrecht; je moeite word zeker beloond. 

Met zo’n thema dat kadert in een groter studieaanbod met de naam “Lichamelijkheid als basis voor reflectie”  heb je uiteindelijk een zeer aangenaam uitgangspunt om de resterende tijd op te vullen.  Je lacht je ten eerste af en toe te pletter bij de bijhorende oefeningen en dan is de sfeer onmiddellijk gezet. 

En dat waren deze dagen heel zeker.  Het waren weer opkikkers van de bovenste plank die ons samen lieten ontdekken wat ‘zuster’ en ‘broeder’ zijn is van elkaar in Franciscaans perspectief.   De uitstekende locatie van het minderbroedersklooster van Megen doet daar natuurlijk heel veel aan.  Wanneer de broeder kokjes zich eens uitleven in de keuken en de gastenbroeder en de gardiaan zorgen dat de kamers in orde zijn en er een geestige recreatietijd geboden wordt in de avonduren dan springen de vreugdevonken er vanaf.  Het uitje naar de zusters Clarissen om de dinsdagavond samen eucharistie te vieren is steeds een vaste waarde waar je dankbaar op terugkijkt.  De gezamenlijke gebedsmomenten in de eeuwenoude gebedsplaats van de broeders zijn ook telkens momenten van doordrongen rust en aanwezigheid bij het goddelijke in ons leven. 

Kortom, op deze dagen kijkt ieder van ons met vreugde terug.  Ze deden ons deugd en we verlangen al naar volgend jaar.  Dan is het van 24 tem 27 juni 2012 en weerom in…. Tja wat dacht je…. In Megen natuurlijk.

 

 

10. HET SCHIPPERSAPOSTOLAAT

 

( We nodigden onze medebroeder Sylveer Vermeulen - die ondanks zijn leeftijd nog steeds bezig is met het schippersapostolaat in Gent- uit om iets te schrijven over het reilen en zeilen in de wereld van de binnenschippers op de dag van vandaag. Hij aanvaardde dit maar wil wel eerst even terugblikken)

Wellicht is het goed eens terug te keren in de geschiedenis om over het binnenschipperapostolaat van vandaag te spreken.

We moeten het u niet uitleggen: “varen-op-het-water” wordt beoefend zolang de mensheid bestaat…maar uiteraard evolueerde deze activiteit doorheen de eeuwen. Eeuwen en eeuwen gebeurde het varen op het water op een “primitieve” manier: met zeilen en rooispanen, en waar het over binnenwateren ging, met boten die met mankracht voorgetrokken werden op rivieren en kanalen!
Er kwam een grote verandering door de economische ontwikkeling in de moderne tijd
en meer bepaald met de uitvindingen van de mechanische machines in de 18de en 19de eeuw. Die ontwikkelingen brachten ook grote sociale problemen mee. De werkende mens werd uitgebuit. De eenvoudige families en hun kinderen die ongeletterd bleven, kenden veel problemen. Ze moesten zwoegen vanaf heel jonge leeftijd en dat voor een armenloon. In de binnenscheepvaart was dat niet anders. Want de scheepvaart bestond uit individuele kleinere schepen in handen van een echtpaar en kinderen. Het werd zeer dringend dat er in die tijd aandacht gevraagd werd voor hulp bij schrijnende wantoestanden. Dat gebeurde op verscheidene plaatsen door de kerk en de religieuzen maar ook door sociale en politieke verenigingen. Ook in de haven en omgeving van de stad Brugge.

In het tijdschrift “Ons Roer” (mei 2011, nr 5) [1], uitgegeven door de aalmoezeniers van de binnenvaart en hun redactieraad, was een
 

 artikel te lezen met als titel:” Een lied voor Pater Luciaan” toen hij aangesteld werd om zich in te zetten voor binnenschippers en

 dokwerkers en hun familie en kinderen.

Eigenlijk begon het schipperswerk echt in het jaar 1896. Er werden verschillende medebroeders aangesteld om zich voor het sociaal werk van de binnenschippers en hun families en kinderen in te zetten. Op die manier groeide stilaan het schipperswerk tot een zeer sterke hulp bij de verdediging van de binnenschippers en bij de christelijke opvoeding en het onderwijs van de kinderen.

In het jaar 1907 volgde pater Luciaan pater Gregorius op. Pater Luciaan Vens was afkomstig van Bouwel (1872°) en woonde op dit moment in de Clarastraat in Brugge. Hij werd een van de grondleggers van de Brugse schippersvereniging en van het onderwijs voor schipperskinderen; een actie die later uitgroeide tot de eerste schippersschool in Brugge. In 1908 richtte hij de “Vrije Schippersbond” op met als hoofddoel de verbetering van het lot van de varende schippers en de verdediging van hun rechten. Want tot dan waren zij ongeletterd en overgeleverd aan de willekeur van de bevrachters en andere personen die misbruik maakten van hun machteloosheid en onwetendheid. Want niemand hielp hen en stond voor hen in. Zo ontstond ook de strijd tussen de verschillende politieke en sociale partijen. De liberale partij ging o.a. wild tekeer tegen de initiatieven van pater Luciaan. Vooral hun dagblad “Journal de Bruges” deed zijn uiterste best om de pater(s) in een slecht daglicht te stellen. Maar pater Luciaan was geen katje om zonder handschoenen aan te pakken en hij beet flink van zich af. De (figuurlijke) vonken vlogen dan ook meermaals in het rond.

In 1911 kwam het langverwachte schippershuis er op de Sint Pieterskaai 70 te Brugge met de uitdrukkelijke opdracht om er de schippersbond, een bevrachtingskantoor en een school voor schipperskinderen in onder te brengen. Op 2 februari 1912 was de beroepsschool een feit en vanaf 26 februari werd er onderwijs gegeven aan 26schipperskinderen. Op 1 september van datzelfde jaar waren er reeds 40 kinderen die les volgden. Er werd een bijzondere zorg bestaan aan het godsdienstonderricht en de voorbereiding op de eerste H. Communie.

Op minder dan één jaar zorgde pater Luciaan ervoor dat de schippersschool erkend werd door het ministerie van Arbeid en Nijverheid als vrije beroepsschool.

De eerste wereldoorlog van 1914-18 remde echter de groei van de school en het schippersapostolaat. Het schippershuis met de school werd door de Duitse bezetter in beslag genomen zodat er geen activiteiten meer konden plaats vinden. De school werd verplaatst naar een voorlopig gebouw in de Walleynstraat en de lessenvoor de kinderen konden hernomen worden.

Na de wapenstilstand in 1918 konden de gebouwen op de Sint Pieterskaai echter niet meer in gebruik genomen worden omdat zij onbruikbaar waren geworden door de bezetter.

En toch vond men een oplossing. Achter de muur van de tuin van het klooster van de kapucijnen in de Clarastraat hadden de Duitsers een barak laten staan. Met toelating van de stedelijke autoriteiten deed pater Luciaan de barak inrichten als school voor de schipperskinderen met daaraan verbonden een bureel en een zaal voor de vergaderingen. De sociale strijd ging verder. Voor de socialisten was pater Luciaan een geduchte tegenstander. In de haven van Brugge speelden de socialisten de baas, zij verdeelden het werk en wie niet aangesloten was bij hun bond kreeg geen werk.

Door zijn inzet was pater Luciaan de grote zondebok in de ogen van de “roden”. Hij werd publiekelijk aangevallen met grote plakkaten ( een soort affiches die werden opgehangen aan de kerk in de Clarastraat) en ook beschreven en vernoemd in dagbladartikels. Op een bepaald moment diende hij klacht in bij het gerecht. Hij werd in het gelijk gesteld en kreeg een schadevergoeding toegewezen.

Kort na de oorlog werd pater Luciaan op grootse gehuldigd in het bijzijn van allerlei wereldlijke en geestelijke personaliteiten en een massa dokwerkers en schippersmensen. Bij deze gelegenheid werd er een lied gecomponeerd. De tekst was van een zekere heer Noterdaeme en de muziek van een mijnheer De Graeve.

Hier volgt de tekst van “Het lied van Pater Luciaan”:

1.Wij zijn, Gij Pater weet het wel, Gods kinderen uitverkoren,

niet zoals d’andren hier op aard maar in een schip geboren.

En vader zal met tijd en stond, als betere dagen keeren,

ons op rivier, kanaal en stroom ’t bedrijf van schipper leren.

2.Maar Gij, gij leert ons kindren nog op ’s werelds woeste baren,

om zonder schipbreuk d’haven in, van de eeuwigheid te varen.

Gij wijst in school en onderricht op ’t groot gevaar der rotsen

waarop de golven van de zeee met ’t mensenschuitje klotsen.

3.Gij toont de bake die haar licht verspreidt op zee vol klaarte

en op de weg die volgen moet het zwankend schipgevaarte.

Heb dank! Eerwaarde Pater, voor uw werken ongemeten.

Dat zullen en dat kunnen wij, noch nu, noch nooit vergeten.

In de maand augustus van het jaar 1919 werd pater Luciaan verplaatste naar het klooster van Aalst. Niemand begreep waarom en er was bij de schippers en dokwerkers groot protest. Het mocht niet baten en de oversten kwamen niet terug op het genomen besluit. Zo verdween één van de belangrijkste sociale strijders die als één van de eersten opkwam voor de belangen van de binnenschippers.

Pater Luciaan is uit de orde getreden op 2 april 1920. Zijn overlijdensdatum is niet bekend.

Verschillende paters volgden pater Luciaan op. Tot in 1924 pater Tillo en pater Didac werden benoemd. Zij zijn de bouwers geweest van de definitieve schippersschool en de schippersbond op de Komvest 40 in Brugge. Maar dat is een verhaal op zich.

We willen toch vermeldden dat op andere plaatsen ook aan schippersapostolaat gewerkt werd. In 1894 ontstond in Gent het Werk van de Schippers onder leiding van de paters Jezuďeten. Er waren toen in België al meer dan 50.000 mensen die op vaartuigen leefden het land doorkruisten met hun schepen. Wel werd in Gent sinds enkele jaren aan de schipperskinderen godsdienstles gegeven door toegewijde juffrouwen, en deze waren het die in 1893 aan pater overste van de Jezuďeten van Gent vroegen om een werk voor de schippers te organiseren. Het voorstel werd aanvaard en aan de schippers werd voorgsteld om iedere maand voor een religieuze dienst samen te komen. De laatste zondag van elke maand was er een bijeenkomst met ene godsdienstige onderrichting waarna ook voor de tijdelijke belangen van de leden werd gezorgd. Men besloot dan ook voor de schippers een vergaderplaats te bouwen in de nabijheid van de haven. Graaf Jozef de Hemptinne kocht hiervoor bij de dokken de nodige grond en liet er het schippershuis optrekken in de straat die nu heet Dok Noord. De schippers vonden er een kapel, een vergaderaal, gezond verzet, dagbladen en leesboeken. Er was een bureau aan toegevoegd voor inlichtingen en raadgevingen, en zelfs een voor het huren en bevrachten van schepen. In de kapel was er elke zondag een H. Mis. Er was een schoollokaal en een patronagezaal aan verbonden voor de kinderen. Er was wel geen schippersinternaat. Na de tweede oorlog werd het apostolaat van de schippers overgelaten aan de paters kapucijnen, waarbij pater Philogoon benoemd werd als bestuurder van het schipperswerk in Gent. Dit werk bleef gevestigd in het schippershuis tot 26 oktober 1977. Er waren grote herstellingen nodig aan het schippershuis en de onkosten waren te groot. Het huis werd verkocht aan de stad Gent en later weer verkocht aan privépersonen die er twee woningen van maakten. Het werd grondig gerestaureerd en het werd een beschermd gebouw, zodat het er nu uitziet zoals het schippershuis 35 jaar geleden.

De schippersaalmoezenier werd onderpastoor van de parochie H. Kerst en kon aldus zijn werk voortzetten. De kerk van het H. Kerst werd de schipperskerk. Nog steeds zijn de meeste pratikerende parochianen oud-schippers en nog steeds worden doopsels, huwelijken en uitvaarten van schippersmensen in die kerk gehouden.

In de loop van de jaren werd ook op andere plaatsen, rond nationale en internationale havens en binnenhavens aan schippersapostolaat gedaan; Zoals in de haven van Antwerpen waar er een groot kerkschip ‘Sint Jozef’ ligt. De aalmoezenier –vandaag is het Jos Van Hoof – is verantwoordelijk voor de schippers en voor Stella Maris. Ook in Luik wordt er aan schippersapostolaat gedaan en ligt er een kerkschip “Emmaüs” op de Maas. Hetzelfde geldt voor Marchienne-au-Pont waar er een kerkschip “Spes Mea” op de Samber ligt. Hetzelfde geldt voor het buitenland. In Nederland is er een kerkschip in Nijmegen. In Frankrijk zijn er verschillende schipperscentra. Er is één kerkschip “Je sers”, gelegen op de Seine te Conflans ste Honorine.

Dit maar om te zeggen dat er in de loop der tijden véél gedaan werd in de verschillende havens om de achterstand van de schippersfamilies in te lopen en er voor te zorgen dat de kinderen kansen kregen om in schippersinternaten een voldoende opleiding te volgen om hun man te kunnen staan in de economische wereld van vandaag. De kinderen konden in vier jaar de lagere school volgen, van hun 10de tot hun 14de jaar, met een programma van een volledige lagere school. Dit soort scholen voor schipperskinderen en voor kinderen van foorkramers heeft bestaan tot minister Coens in het jaar 1965 het onderwijs gelijk gemaakt heeft voor iedereen. Voor alle kinderen werd het verplichtend vanaf 7 jaar tot 18 jaar.

Daarom zou ik durven zeggen dat het DOEL waarvoor het schippersapostolaat gesticht werd, bereikt is. Eeuwen lang zijn de schippers en de foormensen een categorie van mensen en families geweest die op hun eigen manier leefden en een andere maatschappij vormden die helemaal verschillend was van de gewone mensen…En toch, ik geef het toe, het verschil bestaat nog enigszins maar toch niet meer zo sterk als vroeger.

Maar de allergrootste verandering en evolutie in de scheepvaart moest nog komen en die is gebeurd in 1998 op 27 november. Dat was de dag van de LAATSTE SCHIPPERSBEURS.

Maar dat is een lang verhaal!

(vervolgt)

Gent. Sylveer Vermeulen.

Overgenomen uit VOX MINORUM  jg. 65 nr. 2

Deel 2

SCHIPPERSAPOSTOLA AT (2)

Het vorig artikel over het scheepvaartsapostolaat eindigde met de belofte van een vervolg! En dit om aan te tonen dat er in de binnenscheepvaart heel wat veranderd is en dat die verandering ook meteen een grote invloed gehad heeft op het apostolaat van de aalmoezeniers onder de schippersbevolking.

Het tijdstip van de grote verandering is heel precies aan te geven, nl. 27 november 1998! Op die dag is de Schippersbeurs ( D.R.B. = Dienst Regeling Binnenvaart) afgeschaft op bevel van de Europese Unie!

De manier waarop een schippersbeurs gehouden werd strookte niet meer met de regels van de vrijheid van handel. Dat was de reden!

Er was al een hele tijd sprake van die afschaffing. Meteen was er een protest vanwege verscheidene kanten, vooral vanwege de binnenschippers zelf, maar ook vanwege de schippersverenigingen, zoals " Ons Recht - Notre Droit", I.T.B. (= Instituut voor transport over de binnenwateren vzw.), de B.V.E.( = de Bond van Eigenschippers)...enz. "

Wat was de functie van de D.R.B.?

De D.R.B. bestond enkel in de grote binnenhavens van België en West-Europa.

In België was dit te Brugge, Gent, Antwerpen, Luik en Charleroi.

Te Brugge was dat maar eens per dag. In de andere havens tweemaal, in de voor- en namiddag.

Een schipper die een reis volbracht had en op zoek was naar een nieuwe reis, moest zich aanmelden op de D.R.B. in één van die havens.

De naam van de schipper werd opgeschreven op een lijst met de naam van het schip.

De D.R.B. was een Staatsdienst met personeelsleden die contact hadden met de bevrachters en. de bedrijven. De bevrachters moesten het “ vervoerwerk" dat de bedrijven aanboden doorgeven aan de D.R.B. die dan het vervoerwerk samen met alle nodige inlichtingen aanbood aan de schippers op de dag van de schippersbeurs...

Elke weekdag ( de zaterdag éénmaal ) ging het bureel van de D.R.E. open om 9 uur. Op de borden bracht men de beschikbare " vracht-reizen" aan en de schippers konden reeds zien wdk soort " werk " er hen te wachten stond. Daarbij waren alle " détails " aangegeven: de materie die moest verplaatst worden, de hoeveelheid ( hoeveel tonnemaat ), de dag en de plaats van de lading van het schip, met datum van vertrek en aankomst van de bestemming. De prijs die ervoor betaald werd.

Voor de schippers was dat heel interessant omdat zij, die boven op de lijst stonden, reeds konden onder mekaar overeenkomen en dan bepalen wie de reizen zou uitvoeren of hoe te wisselen met een collega.

Op een bepaald uur werd stilte gevraagd en werden de reizen aangeboden en riep men de namen af van de schippers die op de lijst stonden. Bij elke oproep volgde dan een antwoord en dan was de reis aangenomen. Voor de schippers was die manier van handelen zeer gemakkelijk want men kon al onmiddellijk bevestigen welk reis men wilde uitvoeren. Nog een ander sympathiek gegeven was dat iedereen op de D.R.B. welkom was. Ook oud-schippers konden er hun (oud)-collega’s ontmoeten of konden er hun zoon of een ander familielid of vriend, die belet was, vervangen en in overleg met hen, in hun plaats de reis kiezen en bevestigen.

Oud-schippers volgden intussen de ontwikkeling in de scheepvaart en zij konden vrij hun commentaar geven. Ouders en familieleden en vrienden wisten steeds waar de varende naartoe ging en intussen wist men waar elke schipper zich bevond, want alles werd publiek afgeroepen en men wist ook waar iedereen naartoe aan 't varen was en voor hoelang hij onderweg was." Zo wist men ALTIJD en van IEDEREEN en WAAR elke schipper zich bevond." Zelfs voor de schippersaalmoezenier was dat een nuttig gegeven. Hij kon er iedereen begroeten en ook vragen waar elk familielid of collega zich bevond. Dat was soms nodig, b.v. wanneer een familielid ziek was of bij een overlijden, een aanstaand huwelijk of doop enz. of om een of andere reden...Men kon er ook iedereen groeten en een luisterend oor zijn voor ieder van hen.

... Om even vooruit te lopen op de gevolgen van de AFSCHAFFING van de DRB : NU weet men NOOIT meer WAAR en WELKE reis een schipper aan het ondernemen is! Want de D.R.B. ( Dienst Regeling Binnenvaart ) bestaat niet meer sinds 27 november 1998.

Voor we vertellen wie NU de Regeling van de Binnenvaart in handen heeft, willen we eerst de vraag stellen: Wanneer is de D.R.B. eigenlijk begonnen? Want "de scheepvaart " en het vervoer van goederen met binnenschepen bestond al eeuwen! Wie was de uitvinder van de D.R.B.? Het antwoord is heel eenvoudig.

De D.R.B.is begonnen in de maand augustus 1914 bij het begin van de eerste Wereldoorlog. Door de Duitse bezetter! Het was een middel om de varende schippers te kunnen oproepen om een bepaalde vrachtvervoer te realiseren. Want in woelige tijden, zoals in oorlogstijden, was het interessanter zelf de vervoerreizen uit te kiezen en te varen waar het veiliger was. Maar de Duitse bezetter verplichtte iedere varende schipper zich na elke reis ergens op een D.R.B. aan te melden zodat hij beschikbaar was om hem een reis op te leggen, ook al was de bestemming niet veilig zoals wanneer er in de richting van het " oorlogsfront " moest gevaren worden of zelfs naar Duitsland of bezette oorlogslanden. Maar er was geen keus! Men was verplicht de lading van goederen te aanvaarden en uit te voeren. Het is begrijpelijk dat de D.R.B.in die tijd geen geliefde instelling was.

En het eerste wat gebeurde na de wapenstilstand op 11 november 1918 was de D.R.B. afschaffen! Van dan af was de binnenschipper VRIJ! Elke schipper nam contact op met de " bevrachters " van de bedrijven die lading aan te bieden hadden om ze ergens te leveren aan de overeengekomen prijs en op een bepaalde dag de opdracht uit te voeren

Maar dat wil niet zeggen dat alles nu zonder problemen was. Om te beginnen, ná de eerste wereldoorlog (1914-18) volgde een moeilijke economische tijd. Er kwamen ook steeds méér en grotere schepen en de concurrentie onder de binnenschippers werd steeds groter. De schippers waren ook afhankelijk van de bevrachters die de prijzen bepaalden en naargelang er minder werk was en méér schepen, werden de prijzen lager. De historische economische crisis van de jaren 1930 was dan ook voor veel schippers een heel moeilijke tijd. Er werd veel armoede geleden en men kon met moeite zijn boterham verdienen. Kleinere schepen hadden geen motor en werden "gesleept" door menselijke krachten of paarden of gehuurde "sleepboten'.

Daarbij kwam nog dat de scheepvaart meer en meer modern werd. Bedrijven schaften zich hun eigen ( steeds grotere ) motorschepen aan en voeren met personeel ( zetschippers ) die loontrekkenden waren.

Intussen stond het apostolaat bij de schippers niet stil. We lazen dat reeds op het einde van de 19° eeuw ernstig werk werd gemaakt van de verbetering van de sociale toestand van de schippers en dokwerkers en de bescherming van hun rechten. Er was aandacht voor de voeding van hun christelijk leven, voor de opvoeding van de kinderen en voor het scheppen van de mogelijkheid om deze de mogelijkheid te geven hun H.Communie en Vormsel voor te bereiden en zelfs de mogelijkheid te scheppen om van het onderwijs te genieten.

Na de eerste wereldoorlog kwam die actie volledig op gang. In verschillende havens werden scholen opgericht, zelfs internaten waar kinderen gans hun lagere school konden volgen. Ik noem er enkele. Te Brugge op de Komvest, aanpalend aan het kapucijnerklooster van de Clarastraat,werd een internaat gebouwd voor jongens en meisjes, geleid door de paters aalmoezeniers en dank zij de hulp van de zusters van Pittem die instonden voor het onderwijs en de zorg voor de kinderen. Merk wel op dat het onderwijs voor schipperskinderen en kinderen van kermisondernemers nog niet wettelijk verplicht was. Sedert 1919 was lager onderwijs wettelijk verplicht voor alle kinderen,uitgenomen voor kinderen van schippers en kermisondememers en dergelijke beroepen. In de opkomende schippersscholen van die jaren werden daarom de ouders aangemoedigd om hun kinderen vrijwillig naar de internaatsscholen te sturen. Er waren ook schippers die hun kinderen naar school stuurden enkel tijdens de dagen dat ze in de omgeving van een lagere school lagen en daarvan gebruikt maakten om hun kinderen zo nu en dan eens naar een school te sturen. Dat was natuurlijk maar een noodoplossing en de resultaten waren dan ook veel minder. Maar wie de kinderen naar een internaat stuurde, hadden wel veel onkosten en voor de kinderen ( en de ouders ) werd het een moeilijke tijd. Want in die beginjaren waren de kinderen een gans schooljaar op internaat omdat de ouders soms vér verwijderd aan 't varen waren. Zelfs tijdens de Kerst- en de Paasvakantie was het voorzien dat de kinderen op het internaat bleven. Dat was natuurlijk niet gezellig en het zorgde voor veel werk voor de zusters en het personeel van de internaten. Het was wel voorzien dat de ouders op bezoek konden komen als ze in de omgeving van een internaat waren. Vooral trachtte men de zondag een bezoek te brengen...maar dat lukte niet altijd en sommige kinderen zagen hun ouders een heel lange tijd niet omdat die altijd op verre afstanden vaarden. Normaal gingen de kinderen van hun 10° jaar tot hun 14° jaar op internaat. In vier jaar trachtte men dan de leerlingen de nodige opleiding te geven zodat zij op hun 14 ° jaar op het schip van hun ouders reeds de volledige hulp konden bieden. Soms gebeurde het ( in vele gevallen zelfs - want er waren veel gezinnen met talrijke kinderen ) dat de ouders een tweede schip kochten om samen met hun kinderen te varen en dezelfde reizen te ondernemen_ Later werd dan dit tweede schip het schip van hun eerste kind dat huwde en van dan af op eigen krachten door het leven ging varen! " Want eenmaal schipper, altijd schipper! "

Om terug te komen op de stichting van de schippersscholen. Te Brugge op de Komvest opende het internaat zijn deuren op 16 september 1926.Maar de kinderen kwamen zich maar langzaam inschrijven. Begin januari 1927 waren er 38 leerlingen. Stilaan kwamen er toch steeds meer kinderen zich aanbieden. Het schooljaar 1927-1928 begon met 52 kinderen.

Intussen werden ook op andere plaatsen internaten opgericht. In Oostakker-Dorp werd in 1930 een internaat opgericht voor jongens en meisjes. Het werd al direct een succes. De school bestond maar tot 1940, omdat ze door de bezetter werd in beslag genomen en na de oorlog niet meer kon ingericht worden.

Intussen werd in 1927 nog een schippersschool gesticht te Klein-Willebroek door de pastoor Jules Janssens, geholpen door de zusters van de H.Vincentius van Dendermonde. Dit werd een groot succes en bestond tot 1988. De school lag in de dichte omgeving van het zeekanaal Brussel - Antwerpen en was dus gunstig gelegen voor de binnenscheepvaart.

Zo had men ook een schippersinternaat bij de Zusters van Hoboken die een van de grootste scholen was. Maar ze ook al ( als schippersinternaat) rond de jaren 1985. In Deurne ontstond er een officiële staatsschool die ook een succes werd en nog bestaat. Ook in Bottelare, een deelgemeente van Merelbeke, gelegen op de Schelde, was er een druk bezochte school. Verder werden er in Wallonië ook schipperscholen gesticht die door veel

Vlaamse kinderen werd bezocht en dat om twee redenen. Ten eerste de Vlaamse schippers vaarden veel naar Frankrijk en passeerden dan voorbij de scholen en ten tweede was het absoluut nodig dat de kinderen goed de Franse taal leerden om hun man te kunnen staan in Wallonië en Frankrijk. Ik noem de school van St. Ghislain die op een drukke vaarroute lag tussen het zeekanaal Brussel -Charleroi en via St.Ghislain verbonden was met de Schelde te Doornik en zo verder naar Frankrijk. Ook te Mont-sur-Marchienne, gelegen op de Samber, was een er internaat, alsook te Namen gelegen op de Maas. Dit laatste wordt geleid door een zustercongregatie die nog regelmatig een oud-leerlingen­reünie houdt. Een bijzondere school was toch ook de schippersschool " Jean Debrucq " die te Brussel werd ingericht door de provincie Brabant. De school was tweetalig, en voor jongens en meisjes en wel was gericht op het voorbereiden van de schipperskinderen op hun schippersberoep. De school was een groot succes maar verdween toch in de jaren 1990...

Eigenlijk moeten we zeggen dat de schippersinternaten een groot succes geweest zijn en dat meeste kinderen de kans hebben gekregen om van het onderwijs te kunnen genieten. Het is voor hun allen ook zeer nuttig geweest en het is mede te danken aan deze schippersinternaten dat het schippersberoep een beroep is geworden dat vlug vooruitging en zijn plaats in de maatschappij waardig heeft ingenomen. Maar dat wil niet zeggen dat ALLE kinderen schippers werden. Dank zij de goede opleiding waren vele kinderen bekwaam om het middelbaar onderwijs aan te pakken en dank zij hun opleiding andere richtingen in te slaan. Vele gingen in de Havendiensten van de grote havens zoals Antwerpen, Gent, Luik e. a.. Andere vonden een plaats op de " overzetboten" op de grote stromen en kanalen zoals de Schelde, het Kanaal Gent -Terneuzen e. a.

Intussen hadden de schippersaalmoezeniers ook hun taak ernstig opgenomen en werden in verschillende havens schippershuizen of kerkschepen ingericht. De samenwerking tussen de verschillende havens werd steeds actiever en er werd steeds naar gestreefd om de rechten van de beroepsschippers te verdedigen en te verstevigen door het stichten van schippersverenigingen.

Alhoewel de jaren, tussen de twee wereldoorlogen een tijd van economische crisis was, werd er toch erg hard gewerkt en was er vooruitgang in de binnenscheepvaart.

En toen kwam de 10° mei 1940! De tweede Duitse wereldoorlog en voor de scheepvaart was dit het tweede signaal voor een nieuwe D.R.B.... Juist dezelfde regeling zoals in 1914... er was geen ontkomen aan en men werkte daarom op dezelfde manier als vroeger. In elke haven was er een D.R.B. en moesten de schippers weer de reizen uitvoeren die hen werden opgelegd. Het waren in vele gevallen gevaarlijke ondernemingen omdat ze veel werden gericht naar de zeekusten van Nederland, Belgje en Frankrijk omwille van de opbouw van de "Atlanta-wal ".

Erg was het ook voor de schipperskinderen. Bij het begin van de oorlog werden internaten gesloten. En als ze wat later weer opengingen, bleven veel kinderen op het schip omdat de ouders verkozen hun kinderen aan boord te houden in die gevaarlijke tijd. Zo kwam het dat veel kinderen tijdens de oorlog hun onderwijs hebben gemist, want na vier - vijf jaar oorlog was de tijd van het naar schoolgaan voorbij...

Eenmaal de oorlog voorbij kwam de economische wereld tot een grote bloei waarin de binnenscheepvaart een groot aandeel had. Vooral daar er steeds modernere en grotere schepen werden gemaakt en de kleine

" sleepschepen" verdwenen die met menselijke krachten, met paarden en sleeptractoren werden voortgetrokken.

Alles was anders dan voor de oorlog '40- '45... zelfs het protest om de D.R.B. af te schaffen kwam niet ter sprake zoals na de eerste wereldoorlog 14-' 18...De oorlog was voorbij, de vijand was verdreven maar de D.R.B. bleef bestaan tot 27 november 1998.

Dat is een ander verhaal... (vervolg 3.)

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

Aalmoezenier Sylveer Vermeulen

 

 

11. DE POOLSE GEMEENSCHAP VINDT DE WEG NAAR MEERSEL-DREEF

 

De Poolse gemeenschap vindt de weg naar Meersel-Dreef.

Ergens halfweg april, op de vergadering van het Pastoraal Team gooide een van de leden de vraag op tafel of het zou mogelijk zijn om in de maand mei een Eucharistieviering te organiseren voor de Poolse gemeenschap. Deze idee viel in goed aarde en we prikten hiervoor 8 mei uit. Alle mogelijke middelen werden ter hand genomen want de tijd was kort en verwachtingen groot. Onze Poolse medebroeders hadden beloofd in de viering voor te gaan. Dit kon alleen maar de spanning vergroten.

We keken uit naar 8 mei. De weerman beloofde mooi weer en zo was het ook. Dat was een groot pluspunt. De viering zal doorgaan om 14.00 uur. Kort na de middag kwamen de eersten toe en van dan af werd het een stroom van Polen die het Park inpalmden. Bij de ingang van de grot werden 300 blaadjes uitgedeeld met Poolse liederen. Te weinig om iedereen een blaadje te geven. Ook vele Dreveniers mochten we verwelkomen. Iedereen was benieuwd.

Voorgegaan door onze drie Poolse medebroeders werd het een doorleefde viering. Danusia, een Poolse dame met een gouden stem trok heel de Poolse gemeenschap op gang. Allen luisterden aandachtig naar de predikant. Bij de vredewens kon je de vreugde en genegenheid voor elkaar zien en voelen. Het Marialied om af te sluiten was als een nationaal lied dat met veel eerbied en enthousiasme gezongen werd. In de speeltuin kwamen de kinderen aan hun trekken en voor de Polen werd het een gelegenheid om elkaar te ontmoeten en elkaar beter te leren kennen.

Weldra kwam er een nieuwe aanvraag: Zou het mogelijk zijn om op Pinksterdag weer een Poolse viering op te bouwen? Het nieuws en de uitnodigingen werden verspreid. Een van onze Poolse medebroeders, P.Marcin, beloofde aanwezig te zijn, de twee anderen waren belet. Het was weer een schot in de roos! Naar schatting waren er 450 ŕ 500 Poolse aanwezigen, veel meer dan in de meiviering. Dus toch wel een invulling van een tekort dat leeft bij de Poolse gemeenschap. Men had zelfs gevraagd om de gelegenheid tot biechten te geven. Fr. Marcin stelde zich daarvoor ter beschikking en tot dat de viering begon maakte men er dankbaar gebruik van. Met een dankwoordje, dat werd vertaald door Danusia, besloten we deze viering. Met een daverend applaus betuigden de mensen hun dank voor deze vieringen.

 P.Luk.

Meimaand-Mariamaand-Meerselmaand!

Aanvankelijk keken we met een beetje bezorgdheid uit naar de meimaand met zijn drukte en zijn bedevaarten. P. Jan van Boxel die nog altijd onze betrokkenheid en bezorgdheid meedraagt, maar afgewisseld in het ziekenhuis te Turnhout of in ons klooster te Herentals vertoefd o.w.v. de verzorging die wij te Meersel-Dreef niet kunnen geven. Anderzijds is onze broeder Xavier nog niet helemaal zoals vroeger ofschoon hij zijn uiterste best doet. Met zijn mobieltje snort hij naar het park. Met zijn nummerplaat: “B.X-A-4” is hij overal herkenbaar. Om hem niet te veel te overlasten spraken we Wim aan. Deze lieve man heeft enkel maanden geleden afscheid genomen van zijn lieve vrouw. Samen met br. Xavier hebben zij zorgen voor het altaar op zich genomen. Dit is wonderwel gelukt, tot vreugde van beiden.

Het kerkelijk leven vermindert op vele plaatsen maar de toeloop naar de bedevaartplaatsen vermeerdert. Dit mochten wij in de voorbije meimaand weer ondervinden. Gedurende de meimaand hebben meer dan 100 groepen Meersel-Dreef bezocht en gebeden bij de grot.

Bij het begin van de meimaand maakten wij een lijst van de bedevaarten met dag en uur. Elke medebroeder mocht zijn naam invullen waar de groep geen priester of pastorale werk(st)er meebracht. Dit verliep wonderwel. Voor de tweede helft van mei waren er dit jaar veel groepen die een voorganger meebrachten, wat het werk voor ons verlichtte. Zo hadden we een drukke, maar toch een heel mooie meimaand. De bedevaarten zijn nog niet over, maar in de zomermaanden komen de groepen meer gespreid en met een beetje geluk redden we het best. Meersel-Dreef blijft als het “Lourdes van de Noorderkempen” zijn aantrekking behouden. Zowel in Nederland als in heel België krijgt het meer en meer bekendheid. We kregen zelfs een groep van ergens uit het Brusselse, van Gent en van Hasselt. Meersel-Dreef leeft en zal blijven leven!

Overgenomen uit VOX MINORUM  jg. 65 nr. 2

 

12. UIT DE LAATSTE BESTUURSVERGADERINGEN

Overgenomen uit VOX MINORUM  jg. 65 nr. 2

In de bestuursvergadering van mei was mevr. Tine Grolus, de stafmede-werkster uitgenodigd. (meer over haar kan men lezen in het laatste nummer van Handdruk). Zij heeft toegelicht waar ze mee bezig is en welk project er aan het groeien is. Het bestuur had een positief aanvoelen bij haar presentatie.

In de bestuursvergadering van 21 juni heeft het bestuur de globale situatie van onze provincie bekeken en zich afgevraagd welke beslissingen zich zeker opdringen en over welke onderwerpen het komend kapittel een beslissing zal moeten nemen. Het beraad zal verder gezet worden in de volgende bestuursvergadering

Even kijken naar de leeftijd van de provincie leert al heel veel.

Eind december 2011 zal de leeftijd van de medebroeders er als volgt uitzien

(gesteld dat er geen medebroeders meer zouden sterven)

85 jaar en ouder :                 8

80 -84 jaar           :              18

75-79 jaar            :              11

70-74jaar             :              15

65-69jaar             :               4

60-64jaar             :               1

55-59jaar             :               0

50-54jaar             :               1

40-49jaar             :               0

35-39jaar             :               1

30-35jaar             :           de drie Poolse medebroeders

In deze cijfers zijn de twee medebroeders-missionaris in Pakistan inbegrepen en ook Luc Vansina die in de vice provincie in Congo werkt.

Deze medebroeders bewonen 7 huizen: Antwerpen, Brugge, Herentals, Hoogstraten, Ieper, Izegem en Schaarbeek. Duidelijk is dat we al deze huizen niet kunnen blijven bewonen.

We hebben nog 7 kerken (Aalst, Antwerpen, Brugge, Herentals, Hoogstraten, Ieper en Izegem). Die kunnen we niet meer allemaal blijven bedienen. Wat doen we er mee? Het bestuur zal bv voor de kerken van Izegem en Aalst vragen of het bisdom voor hen een functie voorziet in het beleid van het bisdom.

Duidelijk is voor het bestuur alvast dat het belang wil hechten aan het doorgeven van de franciscaanse spiritualiteit, verder de zorg voor bejaarde medebroeders op punt wil stellen, niet wil talmen met het overdragen van het archief aan het KADOC.

Museale functie klooster Meersel-Dreef. Archtiect Gerd Mertens diende een bouwaanvraag in om aan de vleugel van het klooster die door de VZW De Elegast gebruikt werd, de nodige aanpassingen te kunnen doen, zodat deze vleugel zelfstandig kan functioneren. Deze bouwaanvraag werd geweigerd omdat we niet voorafgaandelijk het advies hadden ingewonnen van de dienst Monumentenzorg. Een vergadering ter plaatse met iemand van Monumentenzorg leerde ons dat die persoon ook veel problemen maakte, niet alleen tegen veranderingen aan de buitenkant, maar ook tegen de interne herschikking van ruimten.

Het bestuur wacht nu op het geschreven advies van deze ambtenaar, om te beslissen wat er verder dient te gebeuren.

 

13.  ONTMOETING MET DE ZUSTERS CLARISSEN

Ontmoeting met de zusters Cllrissen van Zonnelied Oostende op 10 augustus 2011, de vooravond van het feest van de H. Clara

 

 
     
 
     
 
     
 

14.  DIERENZEGENING IN DIERENASIEL TE IEPER

Op zaterdag 27 en zondag 28 augustus 2011 had in het dierenasiel te Ieper een opendeurdag plaats.

Op zondag 28 augustus mocht pater Boni de honden en de katten zegenen. Hij deed het in de geest van Franciscus van Assisi. Hij dankte ook het personeel en de vele vrijwilligers van het dierenasiel. Hij loofde hun inzet en toewijding. Hij dankte eveneens alle aanwezigen die met hun dieren gekomen waren.
Hier enkele sfeerfoto’s:

 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     

15. INTERVIEW MET RAFAL CHWEDORUK
 

Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41

 
16.  PROVINCIEDAG 14 SEPTEMBER 2011
 
Op woensdag 14 september 2011, het feest van de Kruisverheffing, kwamen we samen te Brugge voor onze halfjaarlijkse provinciedag.
Van Palmzondag dit jaar tot 10 augustus volgend jaar, feestdag van Clara, wordt 800 jaar Clarissen gevierd.  Het lag dus voor de hand dat we in dit jubeljaar onze provinciedag in het teken van Clara van Assisi plaatsten.

Zuster Elisagbeth Schonken, Claris van Sint-Truiden , sprak ons in de voormiddag over de persoon van Clara. En in de namiddag gaf ze ons een persoonlijk verhaal over haar roeping en haar huidig leven als Claris.

Vanaf 9.30 uur hebben we elkaar ontmoet bij een kopje koffie:
 

   
         
Om 10 uur hadden we het gebedsmoment:
   
         
       
         
Om 10.30 uur bracht zuster Elisabeth ons de kennismaking met Clara
Zij belichtte het volgende:

 CLARA DOORHEEN HAAR GESCHRIFTEN

Korte terugblik op de groei en ontstaan van het clarissenleven

                        Franciscus en Clara

Enkele hoofdaccenten bij Clara                

                       Jezus Christus - evangelie
                       begin van haar regel:
                       De levensvorm van de orde van de arme zusters, die de zalige Franciscus heeft ingesteld, is deze:
                       het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus onderhouden: leven in gehoorzaamheid,
                       zonder eigendom en kuisheid. (Reg. Cl, 1-2)

                       Kijken - schouwen - aanschouwen

                       Armoede - de binding aan Franciscus en de broeders - samen als zusters
                       Judith De Grijs komt in haar scriptie tot de duidelijke vaststelling dat de "Kern die bij Clara steeds, heel konsekwent op
                       de voorgrond treedt  is:
                        - de allerhoogste armoede in navolging van de gekruisigde Christus
                        - de binding aan Franciscus en de broeders
                        - de gemeenschap van de zusters (het 'samen')

                     Nederigheid

                     Liefde

                     Slot
                    Samen met Clara bid en wens ik ons allen toe:
                    Ik zegen u tijdens mijn leven en na mij dood zoveel ik kan en meer dan ik kan met al de zegeningen waarmee de Vader
                    van alle barmhartigheid (2 Kor. 1,3) zijn zonen en dochters gezegend heeft en hen nog zal zegenen in de hemel en op aarde
                    en waarmee een geestelijke vader en moeder hun geestelijke zonen en dochters gezegend hebben en nog zullen zegenen.
                    Amen.
                    Wees mensen die altijd uw ziel en de ziel van uw zusters liefhebben. En wees er altijd bezorgd voor te onderhouden wat u
                    aan de Heer hebt beloofd. De Heer zij altijd met u en wees toch altijd met Hem. Amen (ZegCl 11-16)

Namiddag:    GETUIGENIS - WAT BOEIT MIJ BIJ CLARA - GESPREK

         
Om 11.30 uur vieren we samen eucharistie waarin br. pvrovinciaal, Adri Geerts, voorging.

Verwelkoming

Wij zijn hier samengekomen om een vrouw te gedenken die in al haar
grootheid zo eenvoudig is gebleven dat zij nu bijna vergeten lijkt:

Clara van Assisi,

Zij was een adellijk meisje uit de Middeleeuwen. Aangestoken door de
geestdrift van haar stadgenoot Franciscus van Assisi, wijdde de 18-jari-
ge Clara zich in 1212 helemaal aan het ideaal van de volstrekte
armoede; legde zij in zijn handen haar kloostergeloften af en liet zich
door hem met het boetekleed omhangen.

Het klare, heldere licht van deze vrouw straalde over de kloostermu-
ren heen tot voorbij de grens
van Italië. En zelfs nu is haar glanzende
licht nog niet gedoofd.

Mensen zoals Clara hebben zich op de wezenlijke uitgangspunten van
hun leven ten diepste laten begeesteren door het evangelie: in luiste-
rende stilte ten bate van Gods stem, in vurig gebed om de goede koers
en het kritische volhouden, in solidariteit met heel de schepping.

Openingsgebed

Vader, Uw zoon was de zaaier van vreugde in het leven van de
Heilige Clara. Wij danken U omdat Gij ons geholpen hebt om stap
voor stap, onder haar hoede, de weg te gaan die Uw Zoon in het licht
van de Heilige Geest voor ons uitgestippeld heeft. Laat zoveel liefde
niet tevergeefs aan ons besteed zijn. Open ons hart voor het geloof,
dat niets ons voortaan van U kan scheiden en dat zelfs onze onwil Uw
liefde niet ongedaan maakt, die zo overmachtig verschenen is in Jezus
onze Heer. AMEN.

Eerste lezing: uit het Testament van de Heilige Clara.
Ik geef in de Heer Jezus Christus

aan al mijn zusters die er nu zijn en die zullen komen
de vermaning en aansporing

dat zij er zich altijd op toeleggen

de weg van de heilige eenvoud,
nederigheid en armoede na te volgen

en ook aan de aard van onze heilige levenswijze
te beantwoorden.

Zo hebben wij dit vanaf het begin van onze bekering

van Christus en van onze zalige vader Franciscus geleerd.
Daardoor zal de Vader van alle barmhartigheid,

niet door onze verdiensten

maar alleen door zijn barmhartigheid
en de genade van zijn vrijgevigheid,

de geur van onze goede naam verspreiden
zowel voor hen die veraf zijn

als voor hen die dichtbij zijn.

En omdat gij door de liefde van Christus elkaar liefhebt,
zult gij die liefde die gij in u hebt

metterdaad naar buiten toe tonen;

door dit voorbeeld aangemoedigd

zullen de zusters voortdurend groeien

in de liefde van God en in de wederzijdse liefde.
Opdat de Heer zelf die het goede begin gegeven heeft
de groei zal geven

en Hij ook de uiteindelijke volharding zal geven.
Dit geschrift laat ik u na,

opdat het beter onderhouden zal worden.
Het is een teken van de zegen van de Heer
en van onze zalige vader Franciscus

en van de zegen van mij, uw moeder en dienares.

IN HET SPOOR VAN CLARA, DE LICHTENDE

"Gezegend zijt Gij, Heer,
o
m onze zuster Clara,

want door haar straalt uw Licht
in onz
e harten"

Paul Saba tier

HEER, VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA
, DE LICHTENDE

Schenk ons, Heer,

een open en zuivere geest

en maak ons ontvankelijk voor het Woord;

zodat Christus meer en meer onze weg mag worden
naar het ware Licht en het Leven.

HEER, VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA, DE LICHTENDE

Schenk ons, Heer,

doorheen ons dagdagelijkse leven Christus licht;
zodat wij mogen zien waar het in feite op aankomt,
om vol geloof en vervuld van vreugde

te getuigen van Hem

en velen te leiden naar het ware Licht.
HEER, VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA
, DE LICHTENDE

Schenk ons, Heer,

dat wij lichtdraagsters zijn

in de geest van Clara en Franciscus
zodat we Christus' li
cht uitdragen
en Zijn Rijk zich mo
ge vestigen
onder hen die dichtbij zijn

en bij hen die veraf zijn.

HEER, VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA
, DE LICHTENDE

Vader van alle barmhartigheid,

Gij hebt in uw overvloedige genade
uw licht doen stralen

in het leven van de H.Clara.

Wil ook ons vervullen met uw genade
opdat wij uw licht verspreiden

in de Kerk van onze dagen, die

- evenals acht eeuwen geleden -
verkwikking nodig heeft,

belangeloze liefde en geduld.

Dat vragen wij U, door Jezus Christus
uw veelgeliefde Zoon
en onze Broeder,
op de weg ten leven
.

AMEN.

 

     
         
     
         
Het werd een aangenaam en smakelijk middagmaal dank zij de kokkin en de gemeenschap van Brugge:
 

 
         
     
         
In de namiddag bracht zuster Elisabeth een persoonlijk en sterk inhoudelijke getuigenis over haar Claris zijn onder de titel: "Getuigenis - wat boeit mij Clara"
Wij broeders werden door haar uitgenodigd vanuit haar levensgetuigenis ook ons getuigenis te delen met elkaar.
   

   
         
Bij de klassieke taart namen we afscheid van elkaar:
   
         
     

 

17. DE KAPUCIJNEN UIT WEST-VLAANDEREN VIERDEN HET SINT-FRANCISCUSFEEST IN HET KLOOSTER VAN BRUGGE


Op 4 oktober kwamen de kapucijnen die in West Vlaanderen wonen op uitnodiging van gardiaan Klaas Blijlevens naar Brugge afgezakt om de feestdag van Franciscus te vieren.
Na een gebedsmoment in de gebedsruimte en een aperitiefje ging men dankbaar aan tafel.

 

 
 

18. BEZOEK AAN DE KAPUCIJNENTENTOONSTELLING TE BOURBOURG

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

Kapucijnententoonstelling te Bourbourg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele maanden geleden telefoneerde me Zuster Consolata, de Ancilla van de Kapucinessen van Bourbourg, of ik wilde meewerken aan een tentoonstelling van de kapucijnen te Bourbourg, ter gelegenheid van de opening van de 'Quai des Capucins', een wooncomplex op het vroegere domein van de Kapucijnen. U moet weten dat er vóór de Franse Revolutie in Bourbourg, toen Frans Vlaanderen, een kapucijnenklooster was nl. van 1621 tot 1791. Op het domein van de kapucijnen werd nu een wooncomplex gebouwd en voor de opening van dit complex werd in de kapel van de Kapucinessen een kapucijnententoontstelling georganiseerd. Veel mensen van Bourbourg weten immers niet meer dat er meer dan twee eeuwen geleden daar kapucijnen woonden. Om hen opnieuw daarvan bewust te maken, werd deze tentoonstelling opgezet.

De grote dag brak aan, 21 mei, en van de burgmeester van Bourbourg kregen we een vrijgeleide om de auto te parkeren voor het kapucinessenklooster. Alleen genodigden mochten die dag daar parkeren! Er waren heel wat genodigden o.a. Pater Michel, Waalse kapucijn, de Heer Pierre Morachini, huidige verantwoordelijke voor de kapucijnenbibliotheek in de rue Boissonade te Parijs, de Heer F. Bassemon, burgemeester van Bourbourg, verantwoordelijken van de stedelijke diensten, en zoveel anderen.

Om 10.30u liep de kapel vol en er werd door de Heer Tomasek, doctor in de Kunstgeschiedenis een conferentie gegeven, met enkele lichtbeelden, over de kapucijnen te Bourbourg. Zeer interessant! Daarna trok het gezelschap naar het wooncomplex voor de officiële opening. Een lint werd doorgeknipt. lk kreeg van de burgemeester eveneens een stukje lint in de Franse driekleur, en we bezochten op het domein twee woningen, een één-familiewoning en een andere woning in een groter geheel. Daarna zetten we koers naar een splinternieuw zalencomplex voor nog enkele speechen van bouwsponsors en architecten. We dronken er de erewijn en aten een belegd broodje. Daarna waren enkelen uitgenodigd bij de Kapucinessen voor het middagmaal: Mgr Delepoulle, priester Leroux, Marcel van de franciscaanse lekenorde, Pierre Morachini en ikzelf. De Waalse kapucijn Michel was reeds naar huis vertrokken.

Hoe ziet de tentoonstelling er uit en wat is de bijdrage van het kapucijnenarchief te Antwerpen?

Voor de bezoekers ligt er een foldertje klaar om beter de tentoonstelling te kunnen volgen. Langs de zijmuren van de kapel zijn grote panelen opgesteld met daarop allerlei gegevens en prenten. Het begint met de voorstelling van enkele gekende figuren uit de Franciscaanse geschiedenis: Franciscus van Assisi, Antonius van Padua, de heilige Clara, Pater Pio, Madame Maes- de Taffin, de stichteres van de Zusters van Boetvaardigheid van Bourbourg, nu Kapucinessen genoemd. Op een ander paneel vind je de hervormingen van de Franciscaanse Familie om precies te weten waar de Kapucijnen thuishoren.

Je vindt er de inplantingen van vóór de Franse Revolutie van de kapucijnen in Vlaanderen en Wallonië. Daarna volgt op een paneel een tekening van het klooster van Bourbourg en een oud stadsplan met de aanduiding van de juiste inplanting van het klooster.

Wat rest er nog van de kapucijnen te Bourbourg?

Dat vind je dan weer op een volgend paneel. In de hoofdkerk van Bourbourg is er een glasraam waarop kapucijnen staan afgebeeld. In de omheiningsmuur van het bejaardentehuis 'Fondation Schadet Vercoustre', vroeger een stuk omheiningsmuur van het kapucijnenklooster, staat in een nis een Heilig Hartbeeld met daarachter een gedenksteen voor vijf Kapucijnen, die pestlijders verzorgden en aan die ziekte overleden.

Het hoofdaltaar, alsook de houten lambrizering van het presbyterium van de kapucijnenkerk, is bewaard in een naburig dorp: Craywick. In deze kerk is ook een levensgrote houten Serafijn aanwezig. Dan zie je de officiële affiche van de opening van de 'Quai des Capucins'. Nu volgt de bijdrage van de Vlaamse Kapucijnen. Op twee oude eiken tafels van ons klooster te leper zijn allerlei aarden voorwerpen te zien, die de broeders gebruikten bij de maaltijden. Op de tweede tafel: houten, aarden en koperen voorwerpen uit de keuken. Vooraan tussen de twee eiken tafels zie je hoe de kapucijnen gekleed waren: habijt, mantel, sandalen, koord, paternoster. Er staan ook enkele houten kandelaars. Je moet weten dat de kapucijnen, omwille van de armoede, geen metalen kandelaars mochten gebruiken.

Aan de andere zijde zijn, eveneens op panelen, kopieën van gravuren te zien, die het dagelijks leven van de kapucijnen voorstellen. Tussen het eerste en het tweede paneel staat het Kapucijnenkruis, afkomstig uit ons klooster van leper. Het is een houten kruis met de passie-instrumenten, dat geplant werd op het domein, waar een kapucijnenklooster zou gebouwd worden. Wat verder merk je een ratelaar, typisch kapucijneninstrument om de broeders naar het koor te roepen. Daaronder zijn twee steengravures te zien met voorstellingen van het koor en de refter te Brugge. Verder kan je nog een dodenberrie bewonderen met de uitleg erop hoe een kapucijn begraven werd en je ziet er ook nog een schilderij met de opgebaarde laatste kapucijn van vóór de Franse Revolutie en een jonge medebroeder, de eerste van na de Franse Revolutie, die bij de overledene de dodenwake houdt.

In twee glazen kasten zijn enkele oude documenten tentoongesteld: Regel en goedgekeurde Constituties met zegel van Rome en van de bisschop van St. Omer (1614), Ceremoniales, Toelatingen om het klooster in Bourbourg te mogen bouwen enz.

De tentoonstelling was open van 24 mei tot 13 juni. Er was altijd bewaking en de bezoekers kwamen niet in grote hoeveelheden, maar als de tentoonstelling open was, was er wel regelmatig iemand, die kwam kijken. De geschiedenis van Bourbourg, met zijn kapucijnenklooster, staat weer in de belangstelling.

A. Desplentere, kapucijn

 

 

 19. INDRUKKEN Assisi-reis van 1-8 september 2011.

Met 22 minderbroeders en 5 kapucijnen uit Vlaanderen hebben we een verdiepingreis gedaan rond de oorspronkelijke franciscaanse plekken in Umbrië. We logeerden in Hotel Franco Antonelli, ongeveer recht tegenover de basiliek in S. Maria del Angeli. Het was elke dag zeer zonnig weer, het eten was prima en we hebben er geslapen als rozen.

Vandaar uit hebben we Assisi zelf bezocht (op 6 km afstand) met de bekende kerken van San Francesco, Santa Chiara, San Rufino en San Stefano. We hadden in ons gezelschap zeer goede gidsen die net iets meer vertelden dan wat een toerist wil horen om er toch iets over te weten. Fresco’s werden grondig uitgelegd, de historie van gebouwen werd nader verklaard en de betekenis ervan om het leven van Franciscus (1181-1226) beter te verstaan kwam duidelijk naar voren. Daardoor hield onze reis het midden tussen een bedevaart en een kunsthistorische rondleiding.

Rond Assisi bezochten we San Damiano, de plaats waar Franciscus de stem hoorde om de kerk die op invallen stond, weer op te bouwen. Nadat hij het eerst letterlijk had gedaan, mocht hij als leider van vele broeders die in zijn voetspoor het evangelie wilden beleven, een spirituele beweging vorm geven tot ‘wederopbouw’ van de middeleeuwse kerk. In de Carceri proefden we de sfeer onder de eerste broeders: een leven in grotten om de geheimen van God te overwegen en ze dan in alle ootmoed en vrijmoedig te preken aan de mensen op de marktpleinen van de Umbrische stadjes.

Ten noorden van Assisi bezochten we La Verna, de berg waar Franciscus tegen het einde van zijn leven de wondetekenen (stigmata) van Christus kreeg ingedrukt in handen, voeten en zijde. Dit werd het ultieme teken van zijn grote Christus-verbondenheid. Daardoor kreeg die verbondenheid een hoogtepunt in een gelijkvormigheid met de lijdende Heer. In de buurt van La Verna ligt een oud camaldulenzenkloostertje, Monte Casale. Franciscus kreeg het en verbleef er vaak. In de 16de eeuw werd het bezit van de kapucijnen. Het is voor hen het enige klooster waar Franciscus heeft gewoond en dat nog stamt uit de tijd van Franciscus. Alle andere ‘franciscaanse’ gebouwen in Umbrië worden nu bewoond door minderbroeders en conventuelen.

In het Rieti-dal bezochten we Greccio waar Franciscus op en zodanige manier kerstmis vierde dat wij er onze kerststal aan te danken hebben. In Fonte Colombo (de duivenbron) schreef Franciscus aan zijn regel die hij ‘levensvorm’ noemde. En in La Foresta maakten wij kennis met een wellicht nieuwe toekomst voor deze zeer stijlvolle oude gebouwen. Want het klooster wordt nu gebruikt als afkickcentrum voor drugsverslaafden.

Voor mij was dit de vijfde keer dat ik in Assisi en omgeving was. Drie indrukken behoud ik van deze reis. Allereerst: dat Franciscus en zijn eerste broeders altijd weer grotten en rotsspleten opzochten om tot levensverdieping te komen, maar meer nog om hun persoonlijke verbondenheid met God intens te beleven. Latere generatie hebben er kapelletjes omheen gebouwd en nog later werden het kloostertjes. Ten tweede: de huidige minderbroeders die al deze plekken proberen in stand te houden, besteden veel aandacht aan een goede opvang voor de pelgrims en maken van hun franciscaanse plek een oord van gastvrijheid en evangelische verkondiging.

Ten derde: in 1997 werd Assisi getroffen door een aardbeving. Assisi wankelde en werd jarenlang staande gehouden door ijzeren stellingen. De mensen logeerden in containers in de vlakte buiten Assisi. De heropbouw heeft Assisi mooier gemaakt. Het is een wondermooie plekje geworden waar de toerist nog wel zijn gading vindt in kraampjes en waar vooral de pelgrim Gods schoonheid mag bewonderen in de vele artistieke werken die de kunstenaars in hun sobere winkels ten toon spreiden. Franciscus was een levenskunstenaar. Assisi nu is een stad van de ‘arte’, van de schoonheid van ons geloof.

Klaas Blijlevens

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

 

20. Daag, pater Walbert, het ga je goed!

Wie de laatste weken in de zondagsvieringen aanwezig was, zal het al wel weten: pater Walbert krijgt een nieuwe opdracht en verlaat dus binnenkort onze eenheid Kerkebeek. Hij wordt vanaf 1 september verantwoordelijke voor de pastoraal in Watermaal-Bosvoorde en Oudergem, waar hij priester Guido Kayaert opvolgt, die met pensioen gaat. En vermits hij daar een huis ter beschikking krijgt, gaan zijn medebroeders met hem mee. We wensen hem nu reeds het allerbeste toe in zijg' nieuwe parochiegemeenschap.

En nu, bij ons?

We mogen ons gelukkig prijzen! Ook in Kerkebeek is een opvolger aangesteld. De nieuwe medeverantwoordelijke voor het Nederlandstalig pastoraal in de eenheid Kerkebeek is pater Guy Kibete, OMI (ofte pater Oblaat van Maria). Van in 2005 was pater Guy parochieverantwoordelijke in Diest. Samen met enkele confraters kwam hij uit Congo naar België om missiewerk te verrichten in ons land. Gezien het dalende aantal priesters mogen we dus blij zijn met zijn inzet. We willen hem dan ook van harte welkom heten in onze eenheid.

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

21. De fraterniteit van Schaarbeek verhuist

Onze medebroeder Walbert Defoort kreeg vanuit het bisdom via vicaris Herman Cosyns de vraag of hij de taak wilde aanvaarden om als verantwoordelijke voor de pastorale eenheid Oudergem-Watermaal-Bosvoorde te werken.

Dat was natuurlijk niet ‘zomaar’ een vraag. Want ja-zeggen hield veel consequenties is. De kleine frraterniteit zou met de medebewoners van hun huis, moeten verhuizen naar Watermaal-Bosvoorde. Een voordeel zou wel zijn dat ze daar gratis in de pastorij kunnen wonen terwijl ze nu een aanzienlijke huur moeten betalen.

De vraag werd besproken en Walbert en Gust hebben besloten om op de vraag in te gaan.

Walbert nam op 28 augustus afscheid van de pastorale eenheid waar hij nu werkte en zijn aanstelling zal plaats vinden op zaterdag 3 oktober om 18.00uur in de kerk O.L.Vrouw van Blankendelle, Heldenlaan 32 in Oudergem.

In de tweede helft van september verhuizen Walbert en Gust naar hun nieuw adres:

Terugdrift 71

1170 Watermaal-Bosvoorde 

We melden hierbij ook dat een Poolse medebroeder Tomasz Mantyk die een semester in Leuven komt studeren in het kader van een uitwisselingsprogramma, bij hen zal wonen.

Hij komt aan op 22 september.

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

 

22.  INTERVIEW MET PATER PROVINCIAAL ADRI GEERTS
Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41

 

23. IEDER VOGELTJE ZINGT ZOALS HET GEBEKT IS...

Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41

 

24. MUSICAL KAMP VAN HET FIORETTIKOOR

Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41

 
 25. Herdenking van pater Ladislas Segers uit Zondereigen

Uit VOX Minorum  jg. 65, nr. 4 oktober-december 2011

Zondag 13 november was de afspraak. Een twintigtal mensen uit Zondereigen hadden zich aangekondigd om de sterfdag te herdenken van onze medebroeder Pater Ladislaus Segers die 50 jaar geleden in Canada overleden is. In plaats van twintig mochten we er meer dan het dubbel verwelkomen, tot grote vreugde van de organisatoren. De organisatie ging uit van de heemkundekring van Zondereigen, met name Herman Janssen, Monique Segers en Hild Segers.

Voor een bezoek aan de kerk en het klooster verzamelden ze eerst in de kerk. Ze hoorden graag de historische achtergrond van de kapucijnen in ’t algemeen en de kapucijnengeschiedenis van Meersel-Dreef waar P. Ladislaus thuis mocht zijn. Vol aandacht luisterden ze naar een stukje franciscaanse geschiedenis. Met een korte rondleiding in de pandgang sloten we af om in de grote refter een voorstelling te bekijken over het leven van P.Ladislaus. Aan de hand van vele foto’s, genomen in Canada op de plaatsten waar hij geleefd en gewerkt heeft, gepaard met de nodige uitleg over zijn leven, konden we toch een mooi beeld vormen van onze confrater, die toch een van de pioniers was in Canada. Op de tafels rondom lagen allerhande geschriften, foto’s en prenten te kijk. Een mooie verzameling.

Ter gelegenheid van deze herdenking had de heemkundekring een herinneringkaart uitgegeven waarop een foto van een glasraam met zijn afbeelding, in de kerk van Blenheim, Canada. Een ander foto met P.Lasislaus op de grote slee, getrokken door twee paarden, geeft een eigen beeld van toen in het koude besneeuwde Canada. Dit beeld is eveneens uitgewerkt in het glasraam in de kerk van Zondereigen. Tenslotte het gedachtenisprentje van zijn overlijden. Hij is zeker een groot missionaris en pionier geweest in Canada. Nu leeft hij nog voort in de familie en bij vele mensen die hem nog gekend hebben in Canada. Onder de aanwezigen bij deze herdenking waren nog drie familieleden voor wie P.Ladislaus de “nonkel pater” was en nog heel wat anderen die ook nog verdere familiebanden hadden.

Op zijn gedachtenis prentje lezen we:

-          Eerwaarde Pater Ladislaus.

-          Geboren te Zondereigen 1890;

-          getreden in de orde van de Minderbroeders-Kapucijnen, 1909;
-          Brancardier in het Belgisch leger 1914-1918;

-         
priestergewijd 1920;
-         
naar Canada vertrokken 1927;

-          overleden zaterdag 19 augustus 1961. Hij Ruste in vrede

 

26. IEPER: NIEUW PLEINTJE VOOR DE KERK - NIEUWE CAPUCIENENSTRAAT

Uit VOX Minorum  jg. 65, nr. 4 oktober-december 2011

Uit het parochieblad 21.09.2011

Pleintje voor de kerk. Het pleintje voor de kerk in de vernieuwde Capucienenstraat beantwoordt helemaal aan de visie van onze kerkgemeenschap.

1. Het pleintje voor de kerk ademt openheid. De kerk staat symbool voor openheid. Geen struiken of muren, niets mag er in de weg staan om mensen bij God en bij elkaar te brengen. Bij de oprichting van de parochie in 1958 had pater Herman reeds van de hele grote omheiningsmuur een klein muurtje en struiken overgehouden. Ook dit alles werd nu weggenomen. Het open pleintje nodigt uit om binnen te treden in een kerk, een open ruimte waar God mensen tegemoet komt en mensen aan God kunnen toevertrouwen wat hen bezig houdt: vreugde en pijn. Binnenkomen in die open ruimte waar heiligen zoals Maria, een H. Antonius, een pater Pio en anderen teken zijn van betrokkenheid op mensen. Een ruimte waar mensen tot rust komen, even op adem komen en krachten opdoen om te leven vanuit de blijde en bevrijdende boodschap van het evangelie.

2. Het pleintje voor de kerk zoals heel de vernieuwde Capucienenstraat staat ook symbool voor ontmoeting. Er staan banken om te rusten, tijd maken voor een babbeltje. De straat en het pleintje helpt ons de onthaasting te beleven. Als kerkgemeenschap willen we elkaar ontmoeten als broer en zus. Bidden christenen niet tot God als Vader? Als we God Vader noemen dan zijn we toch broer en zus voor elkaar. Als kerkgemeenschap hebben we respect en eerbied voor elkaars overtuiging. Vanuit ons geloof en beleefde liefde hopen we met allen te kunnen bouwen aan een gemeenschap waar het heel goed is om samen te wonen. Verscheidene ondernemingen hebben elk met hun eigenheid letterlijk en figuurlijk hun steentje bijgedragen tot de vernieuwing van de straat. Samenwerken doet wonderen. De steentjes voor de kerk werden gelegd door twee Vlamingen en twee Roemenen in een eerste ploeg en door een Roemeen en een Vlaming in de afwerkingfase, als dat geen vorm is van internationale samenwerking. Als wereldkerk mogen we wereldwijd de Blijde Evangelische Boodschap van Jezus uitdragen als bron van vreugde en zin van elk mensenleven.

 

Uit het parochieblad 05.10.2011

 Inhuldiging “Vernieuwde Capucienenstraat” Op die zaterdag 24 sept. was het een heerlijke zomerdag in de herfst. Onder een stralende zon werd om 14 u de straat ingefietst.

Bij de meer dan tweehonderd fietsende kinderen van onze Capucienenschool begeleid door ouders, leerkrachten en directeur was de dankbaarheid om de veilige en mooie straat goed te merken. We danken om hun aanwezigheid en hun waardering voor het geleverde werk: minister Crevits, de burgemeester Luc Dehaene, schepen Jef Verschoore, de andere schepenen, voorzitter van het OCMW, en zeker de politici uit de straat senator Jan Durnez en Dominique Dehaene. Onze dank gaat heel in het bijzonder uit naar alle bewoners en zeker de lokale handelaars voor hun groot geduld tijdens de werken die begonnen zijn in de maand maart 2010. Daniël Vanhaverbeke werd door het gemeentebestuur een geschenk overhandigd voor zijn inzet als vertegenwoordiger van de straat. Hij heeft geen enkele werkvergadering gemist. Ook pater Boni werd bedankt omdat de werfvergaderingen iedere maandag mochten doorgaan in Franciscushuyse. Het spreekgestoelte stond opgesteld bij het pleintje aan de kerk.

Tijdens de toespraken van de burgemeester, pater Boni, schepen Jef Verschoore en minister Crevits werd er veel gedankt. We sluiten ons graag aan bij de lof voor alle firma’s en diensten die het hier zo mooi hebben gemaakt. In naam van de kerkfabriek ook onze dank voor het mooie pleintje voor de kerk en de vlotte samenwerking. Waar mensen eerbied hebben voor elkaars overtuiging en bereidheid om samen te werken aan de welvaart en het welzijn van mensen is het goed om leven.

Na de toespraken was het echt goed om te vertoeven in de vrijgemaakte Capucienenstraat. De kinderen konden hun hartje ophalen in het springkasteel en bij de zoveel andere voorziene spelen. De volwassenen waren zeer talrijk opgekomen en zaten aan de tafeltjes zomaar geplaatst midden in de Capucienenstraat. Bewondering en waardering voor de vernieuwde Capucienenstraat was het hoofdonderwerp van het gesprek. Restaurant “De Vier Koningen”, bakkerij Willemyns, beenhouwerij Kris Declercq en café - snack “De Rallye” hebben dank zij drank en eten de mensen versterkt. Hoe noemen we dat toch weer met christelijke termen: de dorstigen laven en hongerigen spijzigen is een werk van barmhartigheid. Dat hebben ze echt gedaan, bedankt.

Nog dit. Pater Boni was tijdens de inhuldiging gekleed in zijn kapucijnerhabijt. In dit gebaar wilde hij hulde brengen aan alle Kapucijnen die sedert 1923 hier geleefd hebben en het ideaal van Franciscus van Assisi samen met de mensen van ter plaatse hebben waargemaakt. De oorspronkelijk naam van de straat was Posthoornstraat maar sinds het bestaan van het Capucienenklooster noemden de mensen de straat heel spontaan Capucienenstraat. Het schepencollege van Ieper heeft op 6 april 1926 de straatnaam Posthoornstraat officieel veranderd in Capucienenstraat.

Vroeger sprak men van capucienen maar sinds de nieuwe spelling over kapucijnen.

 

27.  PROVINCIAAL KAPITTEL 2012

 

 

   
     
         

  Inhoudelijk:

Van maandag 27.02.2012 tot donderdag 01.03.2012 ging te Ranst in “Hof Zevenbergen” ons driejaarlijks kapittel door onder het voorzitterschap van Peter Rodgers. Het kapittel werd gemodereerd door br. Klaas Blijlevens, br. Jan De Vleeshouwer, kapittelsecretaris, br. Luc Vansina, notulist en br. Jan Geerts leidde het gebed. 

 
     
 
     

Namen aan het kapittel deel:

  1. Peter Rodgers
  2. Clarence Hayat
  3. Paul Paternoster
 
4. Roger Annaert
  5. Frans Wouters
  6. Louis Van Looveren
  7. Norbert Maertens
  8. Hugo Gerard
  9. Jan Geerts
10. Jan Wouters
11. Klaas Blijlevens
12. Gust Koyen
13. Adri Geerts
14. Jan De Vleeshouweer
15. Guido Debree
16. Walbert Defoort
17. Kenny Brack
18. Premyslaw Kryspin 

Tijdens het kapittel mochten we ook de volgende provinciaals verwelkomen:

- Marek Prezczewski, provinciaal van de Poolse provincie Warschau.
- Piet Hein van der Veer, provinciaal van de Nederlandse kapucijnerprovincie.
- Bob Van Laer, provinciaal van de Vlaamse minderbroeders Franciscanen.
- Theo Scholten, Nederlandse Ordesprovincie van de Minderbroeders Conventuelen.

- Jean-Bertin Nadonye Ndongo,vice provinciaal van de generale vice provincie Congo.  

 

 

Br. Marek Prezczewski

 

Br. Piet Hein van der Veer (links op de foto)

Br. Bob Van Laeer

 

     
   

Tolk: zuster Josée Cleymans

   

Tolk: zuster Josée Cleymans, zuster van de Jacht, was de tolk voor Peter Rodgers.

 Het gemeenschappelijk gebed, de broederlijke ontmoeting tijdens de maaltijd, de koffiebreak, en de ontspanning gaven een grote meerwaarde aan het kapittel.  

Het kapittel heeft een drievoudige opdracht.

1. De drie voorbije jaren evalueren.

2. Toekomst gericht denken.

3. Een nieuw bestuur kiezen.

 

I. De drie voorbije jaren evalueren.

Dit gebeurt aan de hand van het bestuursverslag van de provincie, van het verslag van de vice provincie van Pakistan  en van de verslagen van de werkgroepen en raden.  

A. Het bestuursverslag. Broeder Adri bracht het bestuursverslag.

 1. Bij wijze van inleiding plaatse hij het bestuursverslag niet alleen in het kader van een relaas van wat voorbij is maar ook vanuit de situatie van de provincie.

2. Hij schetste op een bijna perfecte globale wijze de individuele broeders.

3. De provinciefraterniteit werd beschreven in volgende onderdelen:

            - de evolutie van de provincie en de huidige toestand.

            - Enkele aspecten van ons leven:

                        * Spiritualiteit en gebed.

                        * Interne communicatie.

                        * Studie en bezinning.

                        * Inleidende vorming

                        * Permanente vorming.

                        * Veelzijdige inzet

* Bekendmaken van ons leven en het doorgeven van de franciscaanse spiritualiteit

                        * Financieel en economisch beleid.

                        * Huizenbeleid.

                        * Internationale solidariteit

                        * Financiële solidariteit in Ordesverband

                        * Relaties met de Orde, de franciscaanse wereld, de Kerk.

4. Prioritaire Thema’s

                        1. Zorgstructuur

                        2. Personele solidariteit

                        3.Meersel-Dreef en de memoriale functie.

4. Andre aspecten van het doorgeven van ons cultureel erfgoed: een bestemming voor ons archief en onze franciscaanse bibliotheek.

B. Het verslag van de Vice provincie Pakistan.  

*. De br. Vice provinciaal Clarence Hayat sprak ondermeer in zijn inleiding een dankwoord uit naar de moeder provincie.

* Statistieken van de vice provincie

* Vormingsprogramma

* Economische zelfstandigheid

* Commissies

* Apostolaat

* Visie en doelstellingen. 

C. De verslagen van de werkgroepen.

 1. Verslag van de Economische raad.

   

2. Verslag van de Franciscaanse Vormingsraad.

3.Verslag van de Werkgroep: “Vrede en Gerechtigheid, heelheid van de schepping.

4.Verslag van de ABC-Commissie

5.Verslag van de werkgroep Pater Pio.

6. Verslag over de werking van de FLO-Vlaanderen

7. Verslag over de werking van de Franciscaanse Levensverdieping.  

II. Toekomstgericht denken.  

Bij het toekomst gericht denken  werd er uitvoerig van gedachten gewisseld over de prioritaire thema’s.  

1. Hoe zien wij de toekomst van onze provincie?  

De grote vraag was: “Blijven we een zelfstandige provincie of sluiten wij aan…en onder welke vorm,"
Het kapittel formuleerde het volgende:

“Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur dat het enkele broeders aanwijst met de speciale opdracht een rapport te schrijven over de vraag of we een zelfstandige provincie moeten blijven of niet. En zo niet, welke vorm van aansluiting is dan het meest gewenst.”

2. Het doorgeven van de Franciscaanse spiritualiteit.  

Hier kwam de opdracht, de initiatieven van onze stafmedewerkster Tinne Grolus ter sprake.

3. Ons huis te Herentals en de organisatie van de zorg voor onze zorgbehoevende mede broeders vroeg en kreeg veel aandacht. In de twee volgende aanbevelingen  wordt dit heel duidelijk 

    “Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur om voor Herentals zo spoedig mogelijk te zoeken naar een gemeenschapsleid(st)er
   die met en naast de gardiaan instaat voor het welzijn van de fraterniteit.”
 

      “Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur, dat het de mogelijkheid onderzoekt om de leegstand in Herentals op te vullen met
   eigen medebroeders en desnoods met andere bewoners.”
 

4. De personele solidariteit en Antwerpen.  

  “Op 15 september 2010 kwamen drie Poolse medebroeders in Antwerpen aan. Rafal Chewdoruk, Marcin Derdziuk en Przemyslaw Krispin). Tot heden ging het grootste gedeelte van hun tijd naar het leren van onze taal. Zij hebben intussen ook kennis gemaakt met onze provincie. Br. Przemek, een van de drie Polen, was ook kapitularis en sprak ook in naam van zijn twee andere medebroeders. Ook de provinciaal Marek Przeczewski van de Poolse provincie Warschau was ook op het kapittel aanwezig. De personele solidariteit kreeg grote aandacht. Het kapittel formuleerde ook een aanbeveling naar het bestuur toe. 

“Het kapittel staat achter het idee om in Antwerpen te komen tot een internationale fraterniteit en vraagt het nieuwe bestuur al het mogelijke te doen om dit te realiseren.  

5. Het memoriaal te Meersel-Dreef.  

Het memoriaal te Meersel-Dreef kreeg ook heel veel aandacht. In een openhartig gesprek werd er veel uitgesproken. Het kan niet beter verwoord worden dan in de aanbeveling van het kapittel. 

“Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur dat het zorg draagt voor een goede communicatie tussen de medebroeders van Meersel-Dreef die begaan zijn met de pastoraal ter plaatse en de broeders die instaan voor de realisering van het project “’t Memoriaal.”

 

III. Nieuw bestuur.

Op donderdag 1 maart 2012 werd het nieuwe bestuur gekozen.  

De namen.

Br.  Hugo Gerard Vicaris-provinciaal
Br.  Gust Koyen Minister provinciaal
Br.  Kenny Brack 2° definitor
Br. Jan Wouters  3° definitor
Br. Jan Geerts    4°definitor.

   
         
       

     FOTOREPORTAGE                                              

 
Broederlijke ontmoeting
a) bij de koffiebreak
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
b) Bij de maaltijd        
   
         
   
 
2) Kapittelsessies
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
3) Gebed        
   
         
   
 
28. FRANCISCUS, CLARA EN TINNE: FRANCISCAANSE SPIRITUALITEIT VANDAAG!

Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012

   
   
   

29. PIETER, ALEXANDER EN br. KENNY BEREIDDEN JONGERENTOCHT VOOR TE ASSISI EN OMSTREKEN.

Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012

 
30. Interview jan Geerts

Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012

 
 
 
 31. Uit de annalen van de kapucijnen:EEN KAPUCIJN BIERBROUWER.

Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012

 
 
 
32.  JUBILEUMVIERING Br. LUC VANSINA

 

Uit Vox Minorum,  Jaargang 66, nr. 1   januari - maart 2012

 

 

 

 

Op zondag 8 januari om 14.00 uur viert broeder Luc Vansina in zijn vroegere parochiekerk te Kortenaken zijn 25-ja­rig jubileum als kapucijn, en zijn 20 jaar werken in Congo. Naar aanleiding hiervan werd Item volgend interview afgenomen.

Op 8 januari vier je jubileum. Maar je noemde liet ook al eens hernieuwing van gelofte graag een woordje uitleg.

Na 25 jaar is goed om even halt te houden en terug te blikken op een belangrijke periode in je leven. Indien deze periode niet belangrijk was, zou je er niet hij stilstaan! Stilstaan en dankbaar mijmeren bij al die mensen die je in die jaren hebt mogen ontmoeten. Mensen waarmee je een stuk op weg bent geweest en die je ook richting hebben gegeven. Ook stil mijmeren en denken aan alle geliefden die er niet meer zijn. Dankbaar terugdenken aan hun liefde en vriendschap! Soms doet dat ook pijn!

Terugdenken ook aan de moeilijke periodes en werkomstandigheden en daarop aansluitende diepe werkvreugde en zelfs bekomen resultaten.

Het stil mijmeren naar dat roepingsgevoel dat ondertussen door lief en leed er totaal anders uitziet en soms een kille leegte nalaat! Het is tevens een stil mijmeren en verlangen om dit gevoel levendig te houden door elke dag een dag verder te gaan.

Ja, het is veel terugblikken en na­denken maar het is ook hopen en energie verzamelen voor een nieu­we toekomst waarvan ik zeker ben dat deze niet eenvoudig is maar zeker even mooi!

Deze viering houden we in de parochie Sint-Amor van Kortenaken. Waarom eigenlijk?

Daar hen ik als kind opgegroeid. Ik liep er een paar jaar lager onderwijs, deed er mijn Eerste Communie, volgde er vormselcatechese en werd er gevormd.

Maar het is ook de parochie waar ik gepassioneerd heb geluisterd naar twee missionarissen, namelijk zuster Alfonsine Stiers en zuster Jeanne Devos. Wanneer zij kwamen spreken in cle kerk was het stil. Ik voelde me aangesproken door deze verhalen. Toen heb ik voor het eerst gedacht: "Waarom zou ik niet naar de ontwikkelings­landen gaan?"

En het is ook de parochie waar wij Anneke, Willy en mijn ouders begraven hebben. Lief en leed hebben we gedeeld. Mijn zussen huwden in deze kerk zoals verschillende andere vrienden en kennissen. Het is de parochie waar ik het enthousiasme van erepastoor Jan Berghmans niet zal vergeten. Zijn missen en liederen werden gebracht met een overtuigend enthousiasme je zou het nu niet zeggen, maar ik heb nog gezongen in het zangkoor o.l.v. Anny Schepers! Allemaal mooie herinneringen! Ik stond hier twintig jaar geleden op de dag van mijn eerste vertrek naar Congo. Twintig jaar later wil ik iedereen danken voor alles en hopen dat ik mij kan blijven thuisvoelen in deze parochie!

Congo is een land in evolutie. Zijn er verkiezingen? Wat staat er op het spel?

Ja, deze dagen zijn spannend omdat er meer onzekerheid is dan ze­kerheid. Dan denk ik speciaal aan de Congolezen zélf en aan allen die op de ene of andere manier met Congo te maken hebben. Er staat veel op het spel! Toch wil ik beginnen met een zeer positieve noot i.v.m. deze verkiezingen: pas de tweede keer na de onafhankelijkheid dat Congo met als hoofdstad Kinshasa vrije verkiezingen kent. De verkiezingen hebben plaats ge­vonden! Iedere Congolees die kon stemmen heeft kunnen stemmen, op een paar uitzonderingen na. Iedere Congolees wou zijn individuele stem uitbrengen en heeft dit dan ook gedaan

Ondanks de soms grote administratieve tekortkomingen van de verkiezingen en de hevige typische Congolese verbale reacties zijn de verkiezingen zeer goed verlopen. Toch is de toekomst zeer onzeker want blijkbaar is macht sterker dan de dienstbaarheid! Gelijk wie er president zal zijn, het zal er op aankomen dat deze de zorgen van de bevolking weet te begrijpen en te dragen.

Dat het geen president is die al leen maar het land leegzuigt en de gewone mens in zijn ellendige armoede laat steken.

Armoede is een wereldwijd fenomeen. Ervaar je nu minlier' of meer armoede dan vroeger'

Armen zullen er altijd zijn. Maar dat mensen armer worden door een economisch systeem is een drama dat ons tot nadenken moet stemmen: we moeten doorzien welk economisch systeem de armen nog armer maakt.

Daarvan zijn de gevaarlijke luchtbeloftes van ons banksysteem een duidelijk voorbeeld. Ik denk dat de nadruk moet gelegd worden op het werken en eerlijke handel. Niet op loze beloftes en met wind rijk worden, want dan gebeurt dit ten nadele van de armen, overal ter wereld. Armoede bestrijden is ook armen een stem geven en mens laten zijn in een zeer specifieke situatie als Congo. Ik denk dat er nog werk aan de winkel is en voor meer dan 25 jaar!

Wat betekent de figuur van Franciscus voor jou?

Franciscus is als een rode draad die permanent en resoluut voor de arme en gekwetste mensen kiest. Iedere mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.

Maar hij vraagt ook respect te hebben voor de natuur. En dat begint met onszelf, zodat wij tevens respect kunnen hebben voor anderen.

En door naar anderen te kijken en ons ontvankelijk op te stellen, krijgen we ook zelfrespect. Dan zijn we dankbaar voor wat we mo­gen ontvangen. Franciscus is een man die telkens naar Jezus en naar God verwijst, naar de Allerhoog­ste! Soms is Franciscus op zoek naar mensen die dit ideaal willen uitdragen, ook al is het niet altijd even eenvoudig of even duidelijk.

Wat is missie voor jou?Wat kan het voor ons westerlingen betekenen?

Missie is het steeds onderweg zijn. Missie is geen vaste woonplaats of definitief verblijf hebben. Missie is uitdagingen aandurven en kijken naar een toekomst voor mensen. Missie is durven getuigen van God, die liefde is. Of dit nu in Europa of Afrika is, missie is een opdracht, een levenshouding met een professionele benadering en steeds streven naar kwaliteit voor de mens en de natuur!

Ik ben meer dan aangenaam ver­rast dat er een gemeentelijke raad van ontwikkelingssamenwerking is in de verschillende gemeenten. Het is geen clubje dat kan genie­ten van de romantische tropenzon met zijn wuivende palmbomen. Het is een orgaan, een raad die durft, of zou moeten durven kij­ken naar de evoluerende wereld en de migratie van culturen. Of je daar nu tegen of niet tegen bent, deze evolutie kan je niet stoppen! Dit wil niet zeggen dat je je eigen cultuur moet verloochenen, zeker niet! Het is zelfs durven respect vragen voor je eigen cultuur. Maar misschien is het ook aandurven om enerzijds aan andere culturen te vertellen hoe ze frieten kunnen maken maar anderzijds luisteren hoe zij hun nationaal gerecht bereiden.

Deze raad heeft de zware taak om culturen elkaar te leren respecteren en ze (lichter hij elkaar te brengen! Geen makkelijke opdracht, maar meer dan de moeite waard! Proficiat voor Kortenaken! Jullie hebben een stevige opdracht