|

1. FIER OM WAT WE ZIJN
EN WAT WE DOEN
| Uit HANDDRUK, jg. 37, nr. 3 - 4 december 2007
Ik praat er in feite niet zo graag over. Maar
als men de onverschilligheid en zelfs de minachting in de media hoort of
leest over religieuzen dan bekruipt me toch de bekoring eens wat te
schrijven over wat wij, kapucijnen, (nog) doen. - En als ik dan over
kapucijnen schrijf, dan mag je daar gerust bij denken dat dit in haast
alle religieuze orden en congregaties ook nog zo verloopt. – Ja, wij
doén eigenlijk nog veel! In acht genomen dat in het burgerlijk leven de
mensen op 65 op pensioen gaan…religieuzen gaan nooit op pensioen! Al
gaan we soms met een stok en al is ons ritme vertraagd, wij blijven ons
inzetten voor het Godsrijk. Misschien komt dit wat ‘stoeferig’ over,maar
ik schud het toch even uit de mouw.
Zo hebben we nog heel wat
medebroeders werkzaam in de ‘klassieke’ pastoraal. Ik denk nu aan
het werk in de ‘overzeese landen’. In Pakistan zijn nog
vier Vlaamse kapucijnen actief. In Congo ook nog drie. In Canada
verrichten nog twee (hoog)bejaarden hand-en span-diensten.
|
Ik denk ook aan
de parochiepastoraal in ons eigen land waar medebroeders
vaak meerdere parochies leiden.(Ieper, Westouter, Aalst,
Herentals, Meersel-Dreef, Brugge St. Jozef, Spiere-Halkijn,
Sint-Pieters-Kapelle, Pepingen, Schaarbeek, Mortsel). Of
assisteren anderen in te zwaar beladen parochiediensten.
Ik denk ook aan
aalmoezeniersdiensten: bij de schippers, de
foorreizigers, de zigeuners, of aan assistentie in
Europese aangelegenheden. Of aan medebroeders die helpen in
klinieken, rustoorden, bedevaartplaatsen, verenigingen,
zangkoren, enz. Om onze retraitepredikanten niet te vergeten!
En meerdere confraters doen aan kloosterpastoraat.
Er zijn medebroeders die Hebreeuwse lessen geven (in Herentals,
Gooreind, …). Anderen dragen het franciscaans charisma uit. Ik
denk nu aan de FLO, en aan de FLV. Of aan initiatieven als
Cappuccino, Het Leerhuis, Franciscaanse leesgroepen, aan
Franciscaans Avondgebed, enz. Sommigen doen nog aan studiewerk (Ricoeur,
Europa, franciscanisme…)
|
 |
Ook binnen de orde
wordt er hard gewerkt. Ik noem nu de fulltime-dienst als provinciaal
(die ook verantwoordelijkheid draagt in Pakistan en betrokken wordt bij
de orde in Sri Lanka, Congo, de wereldorde…). Ik noem ook een
part-time-dienst als bestuurslid, of diensten als secretaris,
archivaris, missiesecretariaat, het verzorgen van een webstek van de
provincie, …En het vele handwerk in de kloosters, en het verzorgen van
biechtpastoraal, spreekkamer, begeleiding van individuele personen, het
gardiaan-zijn… In onze kloosters gonst het soms als in een bijenkorf.
En dan hebben we de ‘werkgroepen
ter animatie naar binnen en naar buiten toe:
Zo hebben we een ‘Werkgroep
Franciscaanse Spiritualiteit’ (13 personen) die maandelijks
samenkomt en waar initiatieven besproken en uitgewerkt worden i.v.m. het
doorgeven of verbeteren van de franciscaanse spiritualiteit onder de
medebroeders en onder de gelovigen buiten onze kloosters.
We hebben een
‘Werkgroep Permanente Vorming’ (7 personen), die de ‘geest’ wakker
houdt van de medebroeders, initiatieven neemt en steunt tot algemeen
menselijke en religieuze vorming. Hij zorgt o.a. voor de halfjaarlijkse
‘provinciedag’, en de trimestriële ‘regionale dag’.
Een andere groep heet
‘Werkgroep Inleidende Vorming’ (5 personen). Daar we
momenteel geen kandidaten hebben is deze werkgroep technisch werkloos.
Maar hij staat wel op waakvlam.
Een groep die wčl veel
werk heeft is de ‘Werkgroep vrede, gerechtigheid en heelheid van de
schepping’ (9 personen). Zij houden de medebroeders op de hoogte van
initiatieven waaraan ze kunnen meedoen en gaan af en toe zelf tot actie
over, o.a. door aansluiting bij bestaande organisaties.
Een groep die zich als
groep uitsluitend met studie bezig houdt is de ‘Lees- en
studiegroep’. (tien personen). Zij komen om de drie maanden
samen om een boek of artikel te bespreken, met de bedoeling zelf te
blijven studeren. Een korte inhoud van hun gesprekken vinden de andere
medebroeders telkens terug in ons provincieblad ‘Vox Minorum’, zodat ook
zij zich op de hoogte kunnen blijven houden van een (bij voorkeur
hedendaags) theologisch, filosofisch of wetenschappelijk werk.
We hebben ook een
‘Werkgroep Pater Pio’ (5 personen) die een gezonde devotie tot onze
medebroeder Pater Pio levendig houdt door eigen P.Pio-groepen en door
een jaarlijkse organisatie van de P.Pio-bedevaart te Meersel-Dreef.
De ‘Commissie Archief
en Cultureel Patrimonium’ (3 personen) waakt over – de naam spreekt
voor zichzelf – ons cultureel patrimonium en ons archief. Dit houdt ook
in dat zij alles wat dit behelst in goede staat onderhoudt.
Nieuw is de ‘Werkgroep
Redactieraad’ (7 personen) die een oogje in het zeil houdt in
verband met onze webstek
www.kapucijnen-vlaanderen.be, Vox Minorum (ons provincieblad voor
inwendig gebruik) en Handdruk (tijdschrift voor de familieleden,
vrienden en geďnteresseerden van de kapucijnen).
Tenslotte zijn er nog
medebroeders gedeeltelijk vrijgesteld met speciale opdrachten, zoals:
assistent voor onze zusters kapucinessen, contactpersonen met de
franciscaanse familie, nationale en plaatselijke lekenbeweging (F.L.O.
en F.L.V.) en voor het Werk Kapucijnenmissies.
Om maar te zeggen: Dŕt
doen wij, onder andere, nog.
En vergeten we vooral niet de medebroeders die het als hun bijzondere
opdracht nemen onze contemplatieve dimensie meer uitdrukkelijk te
beleven.
Br.
Jan Wouters. |

2.
TENTOONSTELLING n.a.v. 85 JAAR KAPUCIJNEN TE IEPER
|
Kapucijnententoonstelling
van 14 tot 17 november 2008
ter gelegenheid van 85 jaar Kapucijnen te Ieper 1923 - 2008

Stigmatisatie van Franciscus van Assisi.
Kopergravure op de titelbladzijde van de eerste Nederlandse tekst van de
Konstituties
van de Minderbroeders-Kapucijnen, Antwerpen, Plantijn, 1622.
De
tentoonstelling bestaat uit vier delen: 1) Afbeeldingen van
Franicuscus, aangezien de kapucijnen echte volgelingen zijn van
Franciscus
2) Het Zonnelied van Franciscus, geschilder door Paul Cremie.
3) De Kapucijnen te Ieper.
4) Het dagelijksleven van de Kapucijnen vroeger.
Afbeeldingen van Franciscus. Korte levensbeschrijving
van Franciscus:
Franciscus werd in 1182 in
Assisi geboren als zoon van een lakenhandelaar. In zijn jeugd kende hij
alleen rijkdom en plezier. Toch werd hij langzaam maar zeker een ander
mens. Het cruciaal moment van zijn bekering was een mystieke ervaring
voor het kruisbeeld van San Damiano in 1206. Daar hoorde hij een stem:
‘Franciscus, ziet gij niet dat mijn huis instort! Ga en bouw het terug
op!’. De innerlijke ommekeer van de jonge Franciscus voltrok zich in
een tijdspanne van een drietal jaren. Zijn bekering uitte zich vooral
in uiterlijke tekens. Hij verzaakte openbaar aan alle aards bezit. Hij
verzorgde melaatsen en armen. Hij verrichtte handenarbeid door enkele
vervallen kerken in de buurt van Assisi te herstellen. Al die
uiterlijkheden waren echter slechts een aarzelend zoeken naar zijn
eigenlijke bestemming en religieuze toekomst.
Die roeping openbaarde zich in 1209 in de
Portiuncula-kapel. Hij hoorde toen het evangelie voorlezen over de
uitzending van de apostelen. Franciscus heeft dit voorval aan het einde
van zijn leven in zijn testament zo beschreven: ‘Niemand heeft me
verteld wat ik moest doen, maar de Allerhoogste zelf openbaarde mij dat
ik volgens het heilig evangelie moest leven’. Al spoedig sloten
gelijkgezinde mannen zich bij hem aan om zijn wijze van leven te delen.
Het ontstaan van deze gemeenschap en haar ontwikkeling werden volledig
bepaald door de manier van leven en de persoonlijkheid van Franciscus
zelf. De franciscaanse broederschap is niet ontstaan uit een
vooropgezet plan of een idee. Door zijn evangelische levenswijze en
verkondiging verzamelde hij velen rond zich. Dat leven als broeder
betekende ‘het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus onderhouden
en leven in gehoorzaamheid, zonder eigendom en in kuisheid’. In 1210
schreef hij voor zijn broeders in eenvoudige woorden een levensregel.
Deze regel werd – zij het na enige aarzeling – door Paus Innocentius
III mondeling goedgekeurd. Door die pauselijke bekrachtiging was de
gemeenschap rond Franciscus een orde in de Kerk geworden. Die eerste
regeltekst is verloren gegaan.
1.1.
Mindere
broeders
Ook al was de eerste regel
voor tegenwoordige en toekomstige broeders geschreven, toch was hij niet
het resultaat van een vast omlijnd plan. Naarmate de broederschap zich
uitbreidde, groeide ook de regel. Goede en slechte ervaringen kregen
hun neerslag. De organisatorische reglementering werd strakker. Deze
tendens komt duidelijk tot uiting in de ‘regel van 1221’. Die regel
bevat waardevolle informatie over de groei van de broederschap en over
haar oorspronkelijke idealen en doelstellingen. Slechts in 1223 werd
een herwerkte en meer juridische regel door Rome goedgekeurd. Tijdens
zijn laatste levensjaren werd Franciscus door heel wat lichamelijk en
psychisch leed gekweld. Zware oog-, maag-, milt- en leverziekten en
waarschijnlijk malaria, berokkenden hem ondraaglijke kwellingen. De
orde telde in 1221 al enkele duizenden broeders. Velen werden ontrouw
aan hun oorspronkelijke roeping en sloegen eigen wegen in. Dat deed
Franciscus nog meer pijn. Hij ging aan deze lichamelijke en geestelijke
kwellingen niet ten onder. Hij groeide naar een steeds inniger
verbondenheid met de gekruisigde Christus. Dat kwam tot uiting in het
verkrijgen van de stigmata (september 1224). Uitgerekend in die donkere
tijden na zijn stigmatisatie schreef hij zijn Zonnelied. Dat loflied
prees de schoonheid en de goedheid van God. Hij stierf op de avond van
3 oktober 1226 bij de Portiuncula-kapel waar hij ooit zijn leven in
boete begonnen was.
Paus Urbanus VIII (paus van
1623 tot 1644) schreef: “de kapucijnen zijn ware zonen van Franciscus”.
Daarom beginnen wij de tentoonstelling met enkele mooie schilderijen en
afbeeldingen van Franciscus, oude en moderne, alsook met het Kruis van
San Damiano, dat Franciscus aanspoorde de Kerk te herstellen.
|
1.
Franciscus in gebed.
In de regel laat Franciscus
toe dat zijn Broeders “met de zegen van God” hun kleed lappen met zakken
en andere stukken stof die ze kunnen vinden. Om aan deze zegen
deelachtig te worden, droegen de Kapucijnen geen gewaad zonder lappen;
dat gold ook voor nieuwe kleren, die pas waren gemaakt. Aldus wilden ze
zich ook aanpassen aan de confraters die wellicht niets dan een slechts
herhaaldelijk hersteld habijt droegen.
Op het schilderij zien we Franciscus afgebeeld in zo’n kapucijnenhabijt
met lappen.
Bewaarplaats: provincialaat Antwerpen
|
|
 |
| |
|
|
|
2. Franciscus ontvangt de Stigmata
Franciscus met kapucijnenhabijt,volle baard en
gespreide armen, kijkt naar de gekruisigde Serafijn, die vergezeld van
engelen, hem zojuist de stigmata heeft ingedrukt. Hij was aan het
bidden voor het houten kruis en in een open boek, dat deels op de rots,
deels op een schedel rust. Er naast ligt een ander gesloten boek. In
zijn aanwezigheid een slapende medebroeder, leunend op een rotsblok.
Herkomst: klooster Edingen
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
|
|
 |
| |
|
|
|
3 . De
Stigmatisatie van Franciscus
Een geknielde Franciscus in grijze pij en met kap van de franciscanen ontvangt de
wondetekenen van de Serafijn.
Vijf stralen gaan naar handen, voeten
en rechterzij.
De auteur van het schilderij is niet bekend. Volgens C Leegenhoek, leraar aan de Brugse academie,
is het werk een kopie naar Pieter Pourbus (ca 1523-1584),terwijl W. Savelsberg het eerder als een
kopie naar een Italiaans voorbeeld ziet.
Bewaarplaats:
klooster Brugge Boeverie.
|
|
 |
| |
|
|
|
4.
Franciscus van Assisi ontvangt de Stigmata.
Basreliëf in eikenhout, 18de
eeuw.
Op een rotsachtige bodem knielt Franciscus van Assisi gekleed in
kapucijnenpij. Hij heeft een volle baard e tonsuur en is op blote
voeten.
Zijn handen en armen zijn wijd open gespreid. Zijn hoofd is gewend naar
de gekruisigde Serafijn, terwijl hij de tigmata ontvangt
Links zit een jonge broeder , die het gebeuren aanschouwt.
Op de achtergrond de stadsmuren en -torens van de stad Assisi.
Herkomst: Kapucijnenkerk van Menen gekocht door E.H.J.Vanderhaegen (Beernem,
parochie Moeder Gods),
bij testament geschonken aan pater Firmin- Omer Stael, kapucijn.
Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie.
|
|
 |
| |
|
|
|
5.
Schilderij van de Miraculeuse Staninghe van Sint
Franciscus’ lichaam.
Het schilderij stelt
het volgende voor: Paus Nicolaus V (1447-1455) was eens in Assisi
en wilde het lichaam van Franciscus zien. Van de gardiaan mocht hij
slechts met drie gezellen de crypte binnen gaan en eveneens drie
broeders mochten aanwezig zijn. De paus ging als eerste binnen,
viel onmiddellijk op zijn knieën en wat zag hij? Na meer dan
tweehonderd jaar sinds zijn dood stond het ongeschonden lichaam van
Franciscus daar op een marmeren zuil, alsof het daar net geplaatst
was. Ook het lichaam van Sint Dominicus stond daar. De paus heft even
de zoon van het kleed van Franciscus op en ziet in zijn voet een verse
wonde. Ook de handen waren doorboord en er was vers bloed te
zien. (Uit de brief van Francisci de Bautio Hertoch van Andrien, totten
Bisschop van Andriens, van de wonderlijcke staninghe van S. Franciscus
Lichaam).
Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie
|
|
 |
| |
|
|
|
6. Kruis van San Damiano
In zijn korte
levensbeschrijving vermeldden we reeds het kruis van San Damiano. Dit
is een kleinere kopie ervan, geschilderd door f. Juliaan (Piet
Debusschere 1935- ) in 1956. Het originele kruis dat zich thans in
Assisi bevindt in dekerk van het Heilige Clara, is een van de
mooistevoorbeelden van een geschilderd kruis.Het gaat hier niet om een
lijdende Christus, Hij staat als het ware rechtop en achter zijn
uitgespreide armen is een donkere ruimte te zien, die zijn lege graf
voorstelt. Er zijn ook engelen aanwezig die schijnen te zeggen: Hij is
niet hier, Hij is verrezen! We zien hem in het bovenste medaillon
opstijgen ten hemel, voorgesteld door de engelen en de hand van de
Vader, die Hem zal ontvangen. Links van Hem staan zijn Moeder Maria en
Sint Jan en links Maria Magdalena, Maria Jacobi, de honderdman en we
zien tevens het kleine hoofd van een vierde persoon, waarschijnlijk – op
het oorspronkelijke kruis althans – dat van de schilder. Links en
rechts nog twee kleinere personen, Longinus (lans) en Stephanus
(spons).
Herkomst: klooster Izegem

|
|
 |
| |
|
|
|
7. Gestigmatiseerde Franciscus
Franciscus wordt hier
afgebeeld zonder kap, zonder baard, met een roodachtig kleed zonder
gordel. Men merkt vlammende wonden in handen en voeten.
Niet gesigneerd, maar geschilderd door f. Vital (Paul Cremie 1935-1995).
Herkomst: klooster Izegem
|
|
 |
| |
|
|
|
8.
Franciscus ontvangt de Stigmata
Een gevleugelde Serafijn verschijnt aan Franciscus,
die half gezeten, half liggend op de grond, hem de stigmata indrukt.
Getekend 1961 f. Vital (Paul Cremie 1935-1995)
Herkomst: klooster Izegem
|
|
 |
| |
|
|
|
9. Franciscus met boek
Franciscus draagt een kapucijnenhabijt, (alhoewel in
moderne kleuren) heeft zijn kap op het hoofd, een rood boek in de hand.
Op een tafeltje staan een bord en een kommetje, liggen twee vissen en
een citroen.
Gesigneerd: f Vital ’62 (= Paul Cremie
1935-1995)
Herkomst: klooster Izegem
|
|
 |
| |
|
|
II.
Het Zonnelied van Franciscus.
1.
Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegening. |
|
|
| |
|
|
|
2.
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe
en geen mens is waardig U te noemen. |
|
|
| |
|
|
3. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, met al uw schepselen,
vooral heer broeder zon, die de dag is,
en door wie Gij ons verlicht. |
|
 |
| |
|
|
4. En hij is mooi en stralend met grote luister.
Van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld. |
|
|
| |
|
|
5. Geloofd zijt Gij, mijn Heer,
door zuster maan en de sterren.
Aan de hemel hebt Gij ze gemaakt,
schitterend, kostbaar en mooi. |
|
 |
| |
|
|
6. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder wind,
en door de lucht en de wolken,
het helder weer en ieder jaargetijde,
waardoor Gij uw schepselen in leven houdt. |
|
 |
| |
|
|
7. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster water,
die heel nuttig is, nederig, kostbaar en kuis. |
|
 |
| |
|
|
8. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder vuur,
door wie Gij voor ons de nacht verlicht.
En hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk. |
|
 |
| |
|
|
9. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster aarde,
onze moeder
die ons in leven houdt en leidt.
en allerlei gewassen met kleurige bloemen
en kruiden voortbrengt. |
|
 |
| |
|
|
10.Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door hen
die vergiffenis schenken door uw liefde
en ziekte en verdrukking dragen. |
|
 |
| |
|
|
11.Gelukkig zij die dat dragen in vrede,
want door U, Allerhoogste, zullen zij worden
gekroond. |
|
|
| |
|
|
12.Geloofd zijt Gij, mijn Heer,
door onze zuster de lichamelijke dood,
waaraan geen levend mens ontsnappen kan. |
|
 |
| |
|
|
13.Wee hen die sterven in doodzonde.
Gelukkig wie zij aantreft in uw allerheiligste wil,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen. |
|
|
| |
|
|
14.Loof en zegen mijn Heer
en dank en dien Hem met grote nederigheid. |
|
|
| |
|
|
De traditie van de dertiende en veertiende eeuw laat
er geen twijfel over bestaan dat Franciscus de dichter is van het
zonnelied. In zijn tweede levensbeschrijving schetst Celano de
omstandigheden waaronder het zonnelied is ontstaan. Toen Franciscus
zich op een nacht zieker en meer uitgeput voelde dan anders, begon hij
medelijden te krijgen met zichzelf. En in zijn angst bad hij tot de
Heer. En zo, biddend en vechtend met zichzelf, kreeg hij van de Heer de
belofte dat zijn ziekte onderpand was voor het Rijk Gods dat hij als
erfenis zou ontvangen. ‘Toen componeerde hij de lofzang van de
schepselen en spoorde hij deze aan op hun eigen manier de Schepper te
loven.’ Tevens vermeldt Thomas dat Franciscus, toen hij ging sterven,
‘alle schepselen uitnodigde tot lof aan God en door de woorden die hij
vroeger had gedicht, spoorde hij hen aan tot goddelijke liefde.’
Uitdrukkelijk zegt Thomas dat Franciscus zelfs de dood opriep in te
stemmen met deze lof aan God. Uit “De Geschriften van Franciscus van
Assisi”, Uitgeverij J.H. Gottmer - Haarlem, blz. 220-225.
In acht schilderijen (1962) heeft f. Vital (Paul
Cremie 1935-1995) getracht dit Zonnelied van Franciscus weer te geven.
Herkomst: klooster Izegem
II.
De kapucijnen te Ieper
In een viertal glazen tafelkasten kan je
allerlei archiefstukken van het kapucijnenklooster te Ieper zien.
In de kasten zelf ligt een korte verwijzing naar wat er allemaal te
zien is, o.a.. Het archiefboek van het klooster. Het archiefboek
van de Derde Orde. Veel prentkaarten. Veel foto’s en het
doodsprentje van de stichter van het klooster Ildefons Peeters
(1886-1929). Wat reeds in het verleden over Ieper werd gepubliceerd.
Aan de wanden van deze ruimte hangt een portret van Ildefons Peeters
(1886-1929) (pasteltekening), de stichter van het klooster en twee
schilderijen van E. De Craene, die het klooster van Ieper voorstellen.
Derde Orde
Franciscus van Assisi inspireerde niet alleen mannen en vrouwen die hem
radicaal wilden navolgen als mindere broeders of arme vrouwen. Hij
bezielde ook de bestaande broederschappen van boetvaardigheid, bestemd
voor vrome leken, zowel mannen als vrouwen. Een eigen leken-beweging
heeft Franciscus nooit gesticht.
Pas in 1289 gaf Paus Nicolaas IV met de bulle Supra
montem een juridische structuur aan de franciscaans geďnspireerde
lekenbeweging. Ze zal een eigen leven leiden als derde orde van
Franciscus van Assisi, onder jurisdictie van de eerste orde.
In het laatste kwart van de 19de eeuw
kende de verspreiding en uitbreiding van de derde orde van Franciscus
een ongehoord succes dank zij de pausen Leo XIII en Pius X. Leo XIII
zag de derde orde als het ‘maatschappelijk redmiddel’ tegen alle kwalen
van de tijd (atheďsme, socialisme, vrijmetselarij, liberalisme) en het
probate middel tot herkerstening van de samenleving. Pius X gaf de
derde orde een duidelijke opdracht: zij is voor alles een school van
christelijke volmaaktheid met als belangrijkste levenshoudingen
boetvaardigheid, soberheid, naastenliefde en een zich afkeren van de
wereld. Dank zij die pauselijke steun, maar ook dank zij de verhoogde
inspanningen van de religieuzen van de eerste orde, werd de derde orde
een massabeweging tot ver in de 20ste eeuw.
In alle kloosters bestond dan ook een bloeiende Derde
Orde.
-
Het Archiefboek van de Derde Orde van Ieper bevindt zich in
een van de glazen kasten.
- Op
de kast, aan de linkerkant als je binnenkomt, staat een reliekhouder
met Franciscus die het scapulier van de Derde Orde overhandigt aan
Elisabeth van Thüringen(patrones van de Derde Orde) in
aanwezigheid van Lodewijk, koning van Frankrijk (patroon van de Derde
Orde). |
|
 |
| |
|
|
|
- Op diezelfde kast staan nog twee houten
kandelaars.
Te Rome verbood men in 1650 alles wat goud of zilver,
verguld of verzilverd was, vandaar dat men bij de kapucijnen in de
eredienst enkel nog houten kandelaars gebruikte.
|
|
 |
| |
|
|
IV.
De Kapucijnen.
Inleiding: hervorming van de
Minderbroeders-Kapucijnen.
De kapucijnen, zo genoemd door het volk omwille van
hun lange spitse kap, ontstonden in 1525 bij de observanten van de
Marken (Midden Italië). Zij wilden een strenger, meer teruggetrokken
en contemplatief leven leiden. De regel wilden zij ‘eenvoudig en
zuiver, zonder aantekeningen’ onderhouden zoals Franciscus in zijn
testament bepaald had; in die zin bleven zij observanten. Het feit
echter dat zij Franciscus zelf als regel, norm en voorbeeld namen voor
hun leven, onderscheidt hen van de andere hervormingen in de
minderbroedersorde. In de constituties lezen we: “Omdat zij in zoverre
kinderen van de H. Franciscus zijn, als zij zijn leven en leer volgen,
zoals Christus tot de Hebreeën zei: “Als gij Abrahams kinderen zijt, doe
dan Abrahams werken”; daarom vermanen wij de broeders om Franciscus na
te volgen. Hij toch is ons geroepen als leidsman, richtsnoer en
voorbeeld, niet alleen in de regel en het testament, maar ook in al zijn
vurige uitspraken en heilige werken. De kapucijnenhervorming kende
echter een bewogen begin.
Mattheüs van Bascio.
Bij de observanten van de
Marken zochten verschillende broeders naar een leven dat sterker
aansloot bij de authentieke levenswijze van Franciscus. Onder hen was
Mattheüs van Bascio. Hij vroeg aan zijn provinciaal om als rondtrekkend
prediker een meer radicaal franciscaans leven te mogen leiden. De
provinciaal, Johannes van Fano, weigerde zijn toestemming. Daarop trok
Mattheüs op eigen initiatief naar Clemens VII. De paus gaf hem de
toelating op voorwaarde zich eenmaal per jaar bij zijn provinciaal te
presenteren. Hij deed zoals hem was opgedragen en begaf zich in 1525
naar Johannes van Fano. Die vond hem echter schuldig op twee punten:
hij had zonder toestemming het klooster verlaten en hij had een ander
habijt aangetrokken dan in de orde was voorgeschreven. Mattheüs werd
opgesloten in de kloostergevangenis.
1.2.
Ludovicus van
Fossombrone
Mogelijk geďnspireerd door
Mattheüs, maar zeker in reactie op een negatieve beslissing van hun
provinciaal verlieten Ludovicus en zijn broer Rafaël in de zomer van
1525 het klooster van Fossombrone. Zij hadden gevraagd in een arm en
afgelegen huis te mogen leven samen met andere broeders om de regel
zuiver en trouw te onderhouden. Dat verlangen werd door velen gedeeld
en dit verontrustte de leiding van de orde.
De overste weigerde en besliste dat iedereen desnoods
met geweld naar het klooster teruggebracht moest worden. De twee
broeders Fossombrone zochten bescherming bij de camaldulenzen (1526).
Zij bezochten Mattheüs van Bascio. Toen deze hun duidelijk maakte dat
zijn verlof persoonlijk was, besloten ze naar Rome te gaan. Met
pauselijke goedkeuring betrokken zij in mei 1526 de kluizenarij San
Cristoforo bij Camerino. Twee jaar lang leefden zij daar als
kluizenaars. Gebed en handenarbeid vulden hun leven totdat de pest het
hertogdom Camerino teisterde. Heldhaftig zetten zij zich in voor de
verzorging van de zieken. Intussen bleef de crisis bij de observanten
aanhouden. Broeders zochten contact met Ludovicus. Zij konden hem
overtuigen een hervorming op gang te brengen. Ludovicus en Rafaël
richtten, door bemiddeling van Catharina Cibo, een verzoekschrift aan
haar oom paus Clemens VII. Na lang beraad vaardigde de paus op 3 juli
1528 de bulle ‘Religionis Zelus’ uit. Deze gaf de nieuwe broederschap
het juridisch bestaan. De kapucijnenorde was geboren. De bulle bevatte
volgende punten: verlof om een kluizenaarsleven te leiden en de regel
van Franciscus te onderhouden, een baard te dragen en een pij met spitse
kap en om voor het volk te preken.
-
Het Kapucijnenkruis
Het
eerste wat de kapucijnen deden, bij de bouw van een nieuw klooster, was
het plaatsen van het kapucijnenkruis op het terrein. Dit kruis bestond
uit het kruishout zonder corpus maar met de arma Christi (belangrijkste
lijdenswerktuigen): lans en spons, zweep doornenkroon, hamer en nagels.
Na de bouw van het klooster bleef het kruis ter plaatse, meestal op het
voorplein of bij de ingangsdeur, als een oproep tot boete en inkeer.
Als er een processie in de stad gehouden werd, stapten de religieuzen
stoetsgewijs achter dit processiekruis.
Bewaarplaats: klooster Ieper
|
|
 |
Twee kaarten met de
kapucijnenkloosters in onze contreien vóór en na de Franse Revolutie.
Deze kaarten werden gemaakt
in 1958 – 1959 te Brugge door de Fraters Otto (= Hugo Gerard, de huidige
vicaris-provinciaal van de Vlaamse kapucijnenprovincie) en Juliaan (=
Piet Debusschere). De kaarten werden geschilderd voor het 50-jarig
jubileum van het kapucijnenklooster te Aalst in 1959.
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
Verdere evolutie van onze kapucijnenkloosters vind je in het
Kapucijnenhoekje rechts achter in de kerk van het klooster te
Ieper.
-
Dagelijks leven van de vroegere kapucijnen
1.
Klederdracht 
Kapucijnenhabijt, mantel, sandalen, paternoster
-
Bij het begin van hun hervorming kregen de Kapucijnen het recht
om een kleed te dragen met eigen snit, volgens hen de primitieve vorm
die Sint Franciscus voor zijn gewaad had verkozen. De kleur van dit
gewaad, ook in de Nederlanden, was eerst grijs, niet bruin zoals thans.
-
De kap was hoegenaamd geen eenvoudig aanhangsel of nutteloos
sieraad van het habijt; maar ze beschermde de religieus tegen zon en
regen, wind en koude. Dikwijls worden de Kapucijnen afgebeeld met dit
hoofddeksel op, (Zie prent met kapucijn in zijn typische klederdracht).
-
De Franciscaanse koord is overal bekend en iedereen weet dat men
ze als singel of lendengordel gebruikte. In de koord liggen drie knopen
en deze betekenen de drie kloosterlijke geloften (gehoorzaamheid,
armoede en kuisheid). In 1595 wijst men erop, dat de knopen eenvoudig
moeten zijn, niet dubbel of driedubbel, zoals de Observanten ze dragen.
-
Aan de linkerzijde draagt de kapucijn een rozenkrans, met een
stukje stof of leer wordt dit aan de koord vastgemaakt. Er hing een
houten kruis aan zonder Christus.
-
Sandalen: het schoeisel van de Kapucijnen bestaat uit leren
sandalen, wat uitlegt dat ze ook leer en vellen bedelen. Dit schoeisel
mocht ten hoogste uit drie zolen bestaan, met een hiel eronder. Er zijn
weinig voorschriften aangaande het schoeisel uitgevaardigd. Men schijnt
een uiterst zuinig gebruik te hebben gemaakt van het verlof, in de Regel
gegeven, om waar het nodig bleek schoenen te dragen.
-
Mantel: behalve het habijt, dragen de Kapucijnen veelal een
mantel.
3. Het koorofficie 
Het breviergebed was het hoogtepunt van het gebedsleven
van de broederschap. Het werd steeds in het koor in gemeenschap
gebeden. In het midden van het koor stond een hoge,
draaiende lezenaar, waarop langs beide kanten één van de twee delen
van het psalterium open lag. Alle religieuzen volgden de psalmen in
dit psalterium. Met een groot houten mes werden de bladen door de
acoliet omgedraaid. Het geheel werd door een grote lantaarn verlicht.
Op de bijhorende lithografie wordt zeer goed weergegeven dat de luiken,
die de verbinding tussen kerk en koor vormen, open staan om de gelovigen
gelegenheid te bieden het officie vanuit de kerk te volgen. Bewaarplaats
van de lithografie: klooster Brugge Boeverie. In 1853
werden voor gans de kapucijnenordenieuwe koorpsalteria gedrukt. Dit is
een exemplaar van 1853.
Herkomst: klooster Hazebroek (1856)
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
-
Paramenten voor de eredienst
|
Dit liturgisch stel gewaden bestaat uit een kazuifel,
een dalmatiek en een koorkap. De ikonografie, aangebracht op de
paramenten, geeft niet alleen de belangrijke ervaringen uit het leven
van Franciscus van Assisi, maar ook de voornaamste heiligen van de
kapucijnen.
|
|
|
|
Kazuifel (19de eeuw)
Het kruis bestaat uit een verfijnd speels decorum van
bloem- en bladmotieven met twee medaillons: Franciscus omhelst de
gekruisigde Christus en onderaan het Franciscus symbool, twee gekruiste
armen over het kruishout (= signum conformitatis). De aurifries
(=strook geborduurde stof) heeft dezelfde bloem- en bladmotieven met
twee medaillons: Franciscus ontvangt de wondetekenen en Christus en
Maria verschijnen aan Franciscus met links Christus, die de regel aan
Franciscus overhandigt.
|
|
 |
| |
|
|
|
Dalmatiek (19de eeuw)
Voor- en achteraan zijn twee aurifriezen met bloem-
en bladmotieven en telkens twee medaillons per sierband:
Vooraan: Bernardus van Corleone en Felix van Nicosia.
Seraphinus van Montegranario en Crispinus van Viterbo.
Achteraan: Antonius van Padua en Felix van Cantalice.
Laurentius van Brindisi en Angelus van Acri.
|
|
 |
| |
|
|
|
Koorkap (19de eeuw)
Het rugschild stelt de verering van de Maagd Maria
met het kind Jezus voor door Franciscus van Assisi, Jozef, Elisabeth van
Thüringen en Lodewijk, koning van Frankrijk: de patroon en de patrones
van de Derde Orde. De twee aurifriezen, met bloem- en bladmotieven,
hebben elk twee medaillons: enerzijds de boodschap van de engel aan
Maria en het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth en anderzijds de
Tenhemelopneming van Maria en de geboorte van Christus.
Herkomst: klooster Brussel, geschenk van de
mannelijke en vrouwelijke Derde-Ordelingen van Brussel.
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
|
|
 |
| |
|
|
-
Eiken tafel met allerlei eetgerief
De kapucijnen zaten aan eiken tafels en gebruikten
geen tafellinnen, enkel een servet. Aan tafel bediende men zich in veel
gevallen met de handen, zoals buiten het klooster de leken ook deden.
Het Vlaamse Caeremoniale van 1759 kent reeds het gebruik van eetgerief.
Alle eetgerief was eerst in hout, zelfs de kroezen waaruit men dronk.
Bij zijn visitatie in 1602, schreef Laurentius van Brindisi echter voor,
alles door aardewerk te vervangen.
Op tafel is dus enkel aardewerk te zien.
Bewaarplaats: tafel: klooster Ieper
aardewerk: Kapucijnenarchief Antwerpen
|
|
 |
| |
|
|
-
Eiken tafel met allerlei keukengerief
Op deze tafel bevindt zich allerlei oud keukengerief,
hier en daar nog in onze kloosters gevonden:
-
een koperen vergiet (Izegem)
-
een koperen koffieketel (Leuven)
-
een oude koffiemolen (Leuven)
-
een houten vergiet (Kapucijnenarchief Antwerpen)
-
een houten schotel (Kapucijnenarchief Antwerpen)
6. Mariadevotie
In het koor, op de dormter, in de ziekenkapel, in de
gangen enz. hingen overal schilderijen of stonden Mariabeelden.
Enkele van die beelden worden hier tentoongesteld:
|
-
Onze Lieve Vrouw van de Refter
Maria staat op de maansikkel en op het serpent, die
op de wereldbol ligt. Het Kindje Jezus, op haar linkerarm gezeten,
steekt met een kruis het serpent.
De H. Geest, onder de gedaante van een duif, is bovenaan in een
stralenbundel afgebeeld.
Beneden wordt de wereldbol ondersteund door een gevleugelde engel,
Links en rechts van de wereldbol zijn nog eens twee gevleugelde engelen.
Het beeld symboliseert de Onbevlekte Ontvangenis en was in een of andere
vorm aanwezig in de refter van de kapucijnenkloosters.
Bewaarplaats: klooster Izegem
|
|
 |
| |
|
|
|
-
Onze Lieve Vrouw van Smarten
In verschillende kerken en kloosters vereerden
de Kapucijnen beelden en schilderijen van O.L.V. van Smarten.
Hier kan je een van die gerestaureerde houten beelden bewonderen.
Herkomst: onbekend
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
|
|
 |
| |
|
|
|
-
Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel
De eik waaraan het beeld van de Moedermaagd te
Scherpenheuvel was bevestigd geweest, werd in 1602 geveld. Uit het hout
werden allerlei beeldjes gesneden en over gans de aardbodem verspreid en
vereerd.
Te Menen werd zo’n beeldje van O.L.V. van
Scherpenheuvel ook vereerd, afkomstig van hertogin Isabella. Het kwam
in de handen van Thomas van Dendermonde, die het aan Felicissimus van
Douai afstond, toen deze in 1648 naar Kongo vertrok, doch de pater moest
uit Spanje terugkeren en nu kwam het beeldje te Menen. Bij de opheffing
van dit kapucijnenklooster bleef het “voorlopig” bij de Benediktinessen,
die het eindelijk in 1939 aan Pater Hildebrand van Hooglede
terugschonken. Dan werd het vereerd in de kapucijnenkerk te Izegem.
Het beeldje is vastgemaakt aan de stam van een boom,
die bovenaan een grote takkenkroon vertoont.
(Cfr. Hildebrand.IX,blz. 714 en 716).
Na een tijd van verering in de kapucijnenkerk te
Izegem, kwam het terecht in het oratorium van de kapucijnengemeenschap
aldaar en nu rust het op de kamer van de broeder gardiaan van Izegem.
|
|
 |
7.
Verering van Sint Antonius
Heden ten dage is de Minderbroeder Antonius van Padua
een algemene noodpatroon. Speciaal wordt zijn voorspraak ingeroepen
voor het terugvinden van verloren zaken.
Het is toch eerst na het einde van de Middeleeuwen
dat de Heilige zijn grote populariteit in onze gewesten heeft
verworven. In 1585 was hij reeds één van de Heiligen op wiens feest in
de Kapucijnenkerken van heel de wereld een volle aflaat was te verdienen
en in 1594 vastten sommige ijverige Nederlandse religieuzen uit vrije
godsvrucht daags vóór zijn feest.
De wijze om de Heilige af te beelden kende ook een
grote ontwikkeling. Vroeger zag men hem gewoonlijk zonder baard, doch
de Kapucijnen gunden hem gaarne dit mannelijk attribuut, dat ze zelf zo
op prijs stelden. Als kenmerken gaf men hem meestal een lelie in de
hand, althans in Vlaanderen, droeg hij een boek, waar het Goddelijk
Kindje op knielde, zat of stond.
(cfr.
Hildebrand.IX, blz.723-725).
Hier staan drie voorstellingen van Antonius.
- Houten beeld, zoals hierboven beschreven, de lelie
is echter gebroken.
Bewaarplaats:
Kapucijnenarchief Antwerpen
-
Antoniusbeeldje onder glazen stolp.
Hier draagt hij een rekolettenhabijt en superplie, draagt geen baard.
Bewaarplaats: Izegem |
|
|
|
-
Antonius geeft les aan enkele broeders.
Door Franciscus zelf was hij aangesteld om theologie
te onderrichten aan zijn medebroeders en toen hij van 1226 tot 1227
custos was van Limoges was zijn voornaamste taak de geestelijke
begeleiding van zijn medebroeders. In deze periode had hij zich
teruggetrokken uit de strijd tegen de ketters. Zo kon Antonius zich
geheel wijden aan de belangen van zijn orde. Hij gaf theologische
scholing aan zijn medebroeders. In deze hoedanigheid zien wij hem hier
afgebeeld.
Herkomst: was een onderdeel van het neo-gothische
hoogaltaar van de kapucijnenkerk te Izegem, verwijderd in het begin van
de zestiger jaren van de vorige eeuw. Het werd door Broeder Polydoor
van zijn polychromie ontdaan en wordt nu bewaard in Izegem.
|
|
 |
8. Kerststal
Deze beeldengroep bestaat uit het kind Jezus,
gewikkeld in doeken en liggende in de kribbe, geknielde Maria,
rechtstaande Jozef met staf in de hand, rechtstaande os en ezel en
geknielde herder met staf en hoed in de hand.
De clerici en paters zonder jurisdictie hielden zich
soms bezig met het vervaardigen van kerstkribben, die op het feest van
Kerstmis in de eigen kerken geplaatst werden.
Het kerstgebeuren was voor Franciscus veel meer dan
een liturgische hoogdag van het kerkelijk jaar. Het was de dag waarop
Christus, God en mens, het levenslicht had aanschouwd in alle tederheid
en armoede. Dat gebeuren was voor Franciscus de bevestiging van zijn
eigen levenskeuze en –weg. De kribbe van Greccio (waar de eerste
levendige voorstelling plaatsvond) was niet zomaar een bevlieging. Het
was de bevestiging en uitdrukking van de vermenselijking van de God-mens
Jezus Christus. Jezus leerde meer door zijn voorbeeld dan door zijn
woord, ook in het kerstgebeuren. Ook Franciscus begreep de waarde van
het voorbeeld. Daarom wilde hij het kerstgebeuren zo levendig mogelijk
voorstellen, de mensen moesten de nederigheid en armoede van Jezus
zien. Zo werd de kerstkribbe een geliefd thema bij de minderbroeders.
Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie
|
9. Felix van Cantalice
Felix van Cantalice was de eerste
kapucijn die heiligverklaard werd in 1712. Hij was als voorbeeld
van nederigheid en eenvoud zeer populair. Veertig jaar lang
bedelde hij te Rome en stond er bekend als broeder Deo Gratias omwille
van zijn levensvreugde. Zijn heiligverklaring werd in onze streken
met veel luister plechtig gevierd. Bijna alle kapucijnenkloosters
hadden beelden of schilderijen van de heilige.
Het hier tentoongestelde beeld is afkomstig uit de Kapucijnenkerk van
Edingen.
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
|
|
 |
10.Reliekhouders
Het was de gewoonte bij de kapucijnen veel waarde te
hechten aan relieken.
In de tentoonstelling zie je twee reliekhouders:
-
De eerste neogotische reliekhouder heeft een zeslobbige voet, met
zes gekleurde stenen op de welving, die een zeszijdige stam draagt. In
het midden bevindt zich een gedrukte knoop met bladeren. Het verticale
cylindrisch glas, waarin een grote relikwie van de mantel van Franciscus
van Assisi geplaatst is, wordt beschermd door vier steunberen, eindigend
in een dier met staart tegen een torentje. Een kegelvormig dak met zes
zijvlakken en bovenaan een kruisje, sluit het geheel af.
Het is de grootste relikwie (qua omvang) van Franciscus
van Assisi in bezit van de Vlaamse kapucijnen.
Herkomst: klooster Brussel
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
-
Reliekmonstrans.
Deze neogotische reliekhouder van 14 heiligen uit
de kapucijnenwereld rust op een vierlobbige voet met vier oplopende
panden,versierd met ranken en bladeren. De stam is voorzien van een
geringde knoop, versierd met lelies, en getopt met een kroon. Uit de
kroon komt een cirkelvormige reliekhouder met vier leliekruisen met
ring.Herkomst: klooster BrusselBewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
|
11. Sicut advenae et peregrini.
Het dagelijks leven van de Kapucijnen. In een heuvelachtig landschap,
met rotsen, worden enkele taferelen uit het leven van de
kapucijnen weergegeven. Links onder vindt een gesprek
plaats tussen een zittende kapucijn en een pelgrim met Sint Jacobsschelpen
en twee zwaarden als pelgrimstekens op de mantel. In de linkerhand
houdt de kapucijn een brief terwijl hij zijn rechterhand omhoog heft.
Onder een rood baldakijn draagt een pater de H. Mis op.
Een medebroeder volgt geknield het gebeuren samen met een familie,
bestaande uit vader, moeder en twee kinderen, en een rechtstaande man,
de hoed in de handen. Een andere pater staat, naar het volk
gekeerd, op de trappen voor het altaar en draagt de superplie. De
preekstoel is leeg maar de deur ervan staat wagenwijd open.
Beneden nodigt een pater een edelman, met sabel en sporen, uit de H. Mis
te volgen. Verder in een rotshol staan twee kapucijnen bij het
vuur, waarboven potten hangen. Het verbeeldt de keuken.
Op de voorgrond is een medebroeder aan een tafel bezig zeevis
schoon te maken om naar de keuken te brengen. Naast hem liggen op
de grond en in een kruiwagen allerlei groenten zoals kolen, rapen, prei
en wortelen. De bedelpater is met zijn ezel terug van een
bedeltocht. Het ingezamelde zal hij uit de manden op de rug van de
ezel halen. In de rechterhoek laat een broeder een kruik vol lopen
met water, die via een pijp uit de rotsen komt. Er is geen enkel gebouw
of ander referentiepunt om het gebeuren te lokaliseren. Eerder is
het schilderij een mooie fantasie om het leven van de kapucijnen
in één groot geheel samen te brengen
Bewaarplaats: klooster Antwerpen |
|
 |
| |
|
|
|
12. Sterven en
begrafenis
Kapucijnen werden zonder kist begraven en onder de dienst werd
het lijk in de kerk tentoongesteld. Het lijk werd op een plank gelegd,
om het gemakkelijker in het graf te kunnen neerlaten. De begraafplaats
zelf werd in de loop der eeuwen op verschillende plaatsen ingericht. In
de uitgave van de Constituties, die in 1609 verscheen, werd de wens
uitgedrukt dat zo mogelijk een kapel naast de kerk als begraafplaats zou
dienen. -
Houten katafalk waarop het lijk van een gestorven kapucijn werd
opgebaard.
Bewaarplaats: Izegem |
|
 |
-
Schilderij van een opgebaarde kapucijn.
De overleden broeder ligt op een mat op een plank.
Het uiteinde van de mat is opgerold en dient om het hoofd te
ondersteunen. Hij draagt de kap op het hoofd en in zijn samengevouwen
handen houdt hij een kruisbeeld, regel en discipline (=instrument voor
zelfkastijding), zoals de constituties voorschreven.
Aan een tafel, waarop een gesloten boek, doodshoofd,
kruisbeeld, wijwatervat en kwispel liggen, houdt een jonge medebroeder
de dodenwake.
Herkomst: gift van de familie Soetemans aan het
klooster van Leuven in 1925.
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
Br. Dominiek Arnold Desplentere, kapucijn
Izegem, oktober 2008 |
3. RIVO TORTO
|
Inzegening en Opening van “ Rivo Torto “.
I. Korte voorgeschiedenis.
De jongerenwerking van Heuvelland bestaat nu al 3.5 jaar. Men voelde de
nood naar een eigen locatie. Heel wat wegen werden bewandeld om te waar
te maken.
Dankzij een particulier legaat van een overleden parochiaan aan de
Lokerse kerkfabriek en veel administratie, verkopen en kopen en
erfpachtregelingen beschikt de parochiefederatie nu over een eigen
catechetisch en pastoraal centrum; dat vooral zal gebruikt worden door
en voor de jongerenwerking. We hebben het de naam “Rivo Torto” gegeven,
omdat het de geest zou uitademen van een jonge franciscaanse groep
mensen die geënt wil leven op de oude franciscaanse stam die de
franciscaanse beweging is. Rivo Torto is in Italië een plaatsje waar
Franciscus met zijn eerste broeders een poging deed om samen
‘gemeenschap’ te vormen. Ze kwamen er ‘thuis’.
II. Plechtige viering in de kerk.
De openingsviering waarin Pieter Pecceu, Alexander Vanhoutte en P.
Kenny Brack (de stafploeg jeugd- en jongerenpastoraal) voorgingen had
plaats in de kerk van Loker op vrijdag 17 september 2010.
|
1) Bij de opening van de viering zette Pieter Pecceu meteen de
toon.
Beste allemaal, op welk een manier jullie ook zijn uitgenodigd….
Misschien ben je hier wel als sponsor van onze jongerenwerking.
Of je hebt er enkele uren, of heel veel uren of zo ;… of misschien wel
DAGEN voor gewerkt.
Sommigen onder jullie zijn lid van onze jongerenwerking, of
sympathisant. Of je bent leidinggevend in de jongerenwerking.
Sommigen onder jullie zijn pater, priester of zuster, of je werkt op de
één of andere manier mee in de parochiefederatie.
Dit geeft ons tegelijk de gelegenheid om bisschoppelijk vicaris Filip
Debruyne te verwelkomen.
Wij zijn blij, vicaris Filip, dat jij vanavond met ons mee wil vieren
en we zien in jouw aanwezigheid een erkenning en een steun voor het
jongerenwerk.
Dat wij hier in onze parochies willen verrichten . Van harte welkom!
Sommige mensen gaan hier misschien zijn omdat ook de CD van onze aller
Flor vanavond gelanceerd wordt. Of je bent verliefd geworden op de
schilderijen van Jenny Heyman en je hebt gehoord dat het nieuwe boek
daarover deze avond voor het eerst kan aangeschaft worden.
Het kan ook zijn dat je hier bent, omdat je wel eens zou willen zien wat
wij met al de spullen hebben gedaan, die we van jou hebben gekregen en
of ze werkelijk de ‘door jou gedroomde’ plaats hebben gekregen in huize
Rivo Torto.
Hoe dan ook…. Wie je ook bent, en vanwaar je ook komt. Wij hopen dat
deze avond voor jullie een ‘dankavond’ van formaat kan zijn en dat het
een lichtpunt mag zijn in de moeilijke periode die onze kerk nu
doormaakt. Nogmaals: we heten jullie allemaal van harte welkom! |
 |
2) Vergevingsmoment
Daar we bewust zijn van onze kleinheid en broosheid en niet altijd een
thuis voor en met elkaar zijn hebben we ons gekeerd naar God, naar
elkaar,
naar het diepste van onszelf en oprecht vergiffenis
gevraagd over onze fouten en tekortkomingen.
|
 |
God voelt zich nog het beste thuis, daar waar mensen elkaar vergeving
willen schenken.
Hij is telkens opnieuw bereid om tussen mensen te komen wonen.
Daar waar mensen begrip tonen voor elkaar.
En daarom willen wij bidden tot onze inwonende God.
Er is de weg van de kleine goedheid van mens tot mens: geduld,
luisterbereidheid, een lieve attentie.
Een weg die wij soms vergeten te gaan, en daardoor waren er omwille
van onze tekorten daarbij, minder gelukkige mensen…
Ontferm U over ons Heer…
Er is de weg van de dagelijkse taak: doen wat gewoon moet gedaan
worden.
En daar hoort ook bij: eerlijkheid in tijd en taak, een weg die wij
niet altijd begaan,
en daardoor is er minder gerealiseerd ….
Terwijl er toch op ons gerekend werd. Wij bouwden niet op…. Wij braken
af.
Ontferm U over ons Heer….
Er is ook de weg naar de grote wereld, een vorm van inzet voor de
brede
samenleving en onze kerkgemeenschap.
Een doordachte inzet, is opbouwend het is als een fundament voor wie dan
ook die op ons wil bouwen.
We houden niet altijd vol, de stenen van onze inzet zijn vlug
verpulverd en onze verf die een feestelijke tint kan geven is eerder een
dun en flauw waterverfje.
Ontferm U over ons Heer….
En moge dan de barmhartige God met zijn vergeving onder ons komen wonen,
moge Hij woorden spreken van aanvaarding en erbarming.
Moge Hij barmhartigheid in ons hart leggen voor allen die wonen in ons
huis
en in de kamers van onze dromen, door Christus onze Heer. Amen.
3) In het openingsgebed keerden we ons als
één grote gemeenschap tot de God van het leven en die mensen voor elkaar
als een thuis laat zijn.
Jij bent Vader en Moeder van ons leven,
Jij, ondoorgrondelijke God.
Van in de moederschoot kende Jij ons al,
en Jij kent onze gedachten, ons gaan en staan.
Op deze avond vragen wij U.
Zegen al de mensen die Jij kent.
Wees zegenend nabij …. Al de jonge mensen
Die over de drempel zullen komen van huize Rivo Torto.
Wees zegenend aanwezig in de woorden die wij spreken,
dat onze stem, mensen tot rust brengt en dichter bij Jou.
Waak zo over ons, en doe het niet anders.
Wij vragen en bidden het Je, in Jezus’ naam , Amen.
4) In de DIENST VAN HET WOORD plaatsen wij
ons onder de woorden van de profeet Zacharia,
van de bouwende en verbouwende
Franciscus van Assisi en de zendingsrede van Jezus uit Lucas 10.
|
a) Uit de profeet Zacharia
Ik sloeg mijn ogen op en had een visioen.
Ik zag een man passeren met een meetlint in de hand.
Ik vroeg: Waar ga je naartoe?
Hij antwoordde:
Oh, ik ga Jeruzalem opmeten en kijken hoe lang en hoe breed de
stadsmuren gaan worden…
Toen keek ik veelbetekenend naar de engel die met mij placht te praten
maar zag nog een andere hem tegemoet snellen en roepen:
Vlug! Vlug! Zeg aan die kerel daar dat Jeruzalem moet open blijven,
zonder muren, vanwege de vele mensen en dieren die er verblijven!
Want, zo heeft God gezegd:
Ikzelf zal voor de stad een lichtende muur zijn en er prachtig middenin
gaan wonen.
|
 |
| |
|
|
b) Thuiskomen bij de bouwende en verbouwende Franciscus
In het jaar 1205 moet het geweest zijn. Franciscus komt thuis uit
Spoleto en vanaf dan trok hij zich regelmatig terug om te bidden. Tegen
het einde van dat jaar arriveert hij in het kerkje van San Damiano, in
een visioen hoort hij het kruisbeeld tot hem spreken: “Franciscus, ga
en herstel mijn huis, je ziet dat het in puin valt.”
Hij vat het letterlijk op en…. Hij begint werkelijk kerkjes te
herstellen. Op dat moment woonde hij al niet meer thuis en leefde heel
erg armoedig. Hij bedelde om rond te komen en om de kerk te
herstellen. Rond het jaar 1208 , toen was er ondertussen al heel wat
gebeurd, komt Franciscus aan in het kerkje van Porziuncula, waaraan hij
ook herstellingswerken uitvoerde….
|
 |
| |
|
|
c) Jezus toont ons hoe we door de wereld mogen gaan.
Uit Lukas 10
Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! Neem in
je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor
onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen
stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt
voorzien. In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken
wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder
gaat. Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie
vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet
waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren
|
 |
| |
|
|
5) In de voorbeden brachten we alles bij
God wat ons ter harte ging.
Vandaag doen allerlei soorten mensen beroep op onze parochiewerking.
Onze levensweg blijkt te inspireren.
Daarom bidden wij tot God.:
Om geloof in eigen kracht en mogelijkheidheden.
Om vertrouwen en energie voor kinderen en jongeren,
die
ontgoocheld zijn,
dat zij met steun in een nieuwe toekomst kunnen geloven.
Laat ons bidden….
Wij
bidden voor de Minderbroeders kapucijnen van Vlaanderen,
die vandaag het feest van hun provinciefraterniteit vieren.
Dat ze inspirerend mogen blijven voor hun omgeving.
Wij bidden tegelijk om jonge mensen voor de orde,
jonge mensen die ontdekken dat Franciscaans leven in broederschap iets
voor hen is.
Laat ons bidden….
Wij bidden voor iedereen die zich ooit heeft ingezet voor de
Jongerenwerking hier in Heuvelland.
En voor de mensen die dit nu doen:
dat hun liefde voor kinderen en jongeren verder mag groeien
in onbaatzuchtige inzet voor iedereen die het nodig heeft.
Laat ons bidden…
Dit waren onze gebeden God, wij vragen U, neem ze aan en draag ze met Je
mee. Dat wij het mogen gewaarworden in ons leven van elke dag, maar
vooral deze avond, waarin wij het leven extra vieren. Wij vragen het
Je, in Jezus’ naam; Amen.
|
 |
|
6) Zoals tijdens de lezingendienst de zegen werd
uitgesproken over het kruis van San Damiano, zo werd nu de zegen
uitgesproken over het tenttabernakel, over het beeld van Franciscus en
Clara.
Zegeningsgebed over het tabernakel:
Jij bent een meetrekkende God
wij zijn mensen die op weg zijn.
Soms leven we in een dorre woestijn,
soms komen we aan in een oase.
Jij bent in ons midden, waar we ook gaan.
Zegen deze tent, waarin Jij zal wonen.
Laat jouw aanwezigheid als gebroken Brood zijn.
Brood van eeuwig leven.
In Jezus’ naam. Amen.
|
 |
|
Zegeningsgebed over het beeldje van FR. En Clara:
Jij bent een oproepende God
wij zijn mensen die nood hebben aan voorbeelden.
Soms zoeken we en vinden we niet
soms zoeken we en we vinden wel.
Aan Franciscus heb Jij je laten vinden.
Jouw taal is een taal van openheid en klaarheid.
Zegen dit beeldje, dat ook wij zo mogen zijn.
In openheid het gesprek aangaan.
Wees zo in ons midden God
Wij vragen het U in Jezus’ naam.
|
 |
| |
|
|
III. Opening en inzegening van het huis.
In processie bracht men het kruis van San Damiano, het beeld van
Franciscus en Clara en het tenttabernakel naar het huis Rivo Torto.
Zegenende woorden galmden door de Dikkebusstraat toen de menigte zich
naar het huis begaf. Na het zegengebed over het huis werden de
deurposten gezegend en de gevelplaat onthuld. Dit gebeurde door E.H.
Filip Debruyne, die bisschoppelijk vicaris voor de jeugd is van bisdom
Brugge en door Alexander Vanhoutte, de voorzitter van de
jongerenwerking, staflid en tevens de ontwerper van de gevelplaat.
|
 |
|
a) Zegengebed over het huis
Ik zegen dit huis:
Dat het jullie meer zou mogen bieden dan enkel onderdak
Ik zegen dit huis:
Dat het jullie grotere lichaam mag zijn waarin je graag thuiskomt.
Ik zegen dit huis:
Dat er veel in mag gelachen worden en weinig geweend.
Ik zegen die huis:
Dat het je koelte mag bieden wanneer je verhit bent
en warmte wanneer je het koud hebt.
Ik zegen dit huis dat het je tot kalmte mag brengen:
wanneer je opgejaagd bent en tot rust wanneer je uitgeput bent
Ik zeg dit huis:
Dat je er niet enkel in kan thuiskomen van de hectische buitenwereld
maar dat je er ook van kan bekomen en je vrienden in rust en kalmte kan
ontmoeten.
Ik zegen dit huis:
Dat het niet door water geteisterd
of door vuur verwoest zou worden.
Maar dat het water erin alleen maar verkwikkend
en het vuur alleen maar verwarmend mag zijn.
Ik zegen dit huis:
Dat je er je dorst mag lessen.
Dat je er je honger kan stillen.
Dat je er vergiffenis mag ontvangen als je kwaad hebt gedaan.
Verzoening mag heersen wanneer er onenigheid was.
Ik zegen dit huis:
Met zijn tafel en stoelen
Met zijn schabben en kasten
Met zijn vensters en deuren
Met zijn meubelen en snuisterijen
Met zijn toestellen en apparaten
Met zijn straatnaam en zijn huisnummer
Met al zijn hoekjes en kantjes
Dat het nog lang ‘Huize Rivo Torto’ mag zijn
De naam van het nieuwe begin van Franciscus’ zijn broeders.
De naam van het nieuwe begin van deze Franciscaanse jongerenwerking,
Een warme thuis voor al zijn bezoekers. |
 |
|
b) Onthulling van de voordeurplaat |
 |
| |
|
|
c) H. Sacrament, tent, boek en kruis van San
Daminao kregen een plaats in huis Rivo Torto.
|
 |
|
De opening was een hart verwarmend gebeuren en een stimulans voor
twijfelende gelovige mensen om er volop voor te gaan. Voor de raad van
bestuur die aan Rivo Torto gekoppeld is, de algemene vergadering, de
animatiegroep van de jongerenwerking en de stafploeg ‘jeugd- en
jongerenpastoraal Heuvelland’ …. Voor die vele geëngageerde mensen was
het een topdag om nog lang op terug te blikken. Want het was een
bekroning van vele dromen en hard realistisch werken . Uiteindelijk
gaat het over een totaal woonhuis waar een oude dame haar eigen leven
leidde dat omgebouwd is tot een franciscaans jongerenhuis; met binnenin
een multimediale ruimte die tegelijk de ontmoetingsruimte is, een keuken
en een sanitair blok. Een stille ruimte, een catecheselokaal en 2
zithoeken om een rustig gesprek te houden. Buiten strekt zich een mooie
tuin uit en rondom de oude Lourdesgrot legden we een terras aan om ook
daar iets te kunnen doen.
Tijdens een fantastische receptie mochten de 150 genodigden alle hoekjes
en kantjes van het huis bewandelen, besnuffelen en bekijken.
Ondertussen zaten Jenny Heyman, Flor Busschaert en Eva Storme klaar om
hun boek of CD te signeren voor wie wou kopen.
Sedert dit moment kunnen de jongeren die naar de activiteiten komen, of
zaterdag na de avondmis gezellig samen zijn, ervaren hoe aangenaam het
voor hen is om te kunnen thuiskomen in zulk een huis. Het ademt
werkelijk Franciscus’ geest in en uit.
|
 |
IV. Verdere fotoreportage.
In de kerk:
Op weg naar het huis Rivo Torto |
Receptie:
) VERSLAG VERGADERING CENOC
Vergadering van de CENOC in
St.Maurice (Zwitserland) 27-31 oktober 2010
De
halfjaarlijkse vergadering van de provinciaals van de conferentie
waartoe onze provincie behoort, de CENOC, ging ditmaal door in Saint
Maurice in Zwitserland. Omdat de voorjaarsvergadering die in
Brixen moest doorgaan, op het laatste ogenblik nog afgelast werd
omwille van het as van de IJslandse vulkaan, was het een jaar geleden
dat we samen vergaderden. Er waren dan ook enkele nieuwe
provinciaals: Emmanuel Barbara (Malta), Desmond McNaboe (Ierland)
en Lech Siebert (Oostenrijk). En omdat de twee Duitse provincies nu één
provincie zijn, was er een provinciaal minder.
De plaats waar we vergaderden, Foyer
Franciscain, in St.Maurice, was bijzonder geschikt. Een goede
accommodatie en een huis waar een franciscaanse spirit voelbaar is.
Ephrem Bucher, provinciaal van Zwitserland, zegde ons dat dit huis het
centrum is voor de franciscaanse beweging in Franssprekend Zwitserland.
Hier komen, zo zegde hij, heel wat franciscaans bewogen mensen in
verschillende groepen bijeen. En inderdaad , we waren nooit alleen. Er
vergaderden heel wat groepjes en vooral, ook ‘le trimestre franciscain’
ging er door. Die ‘trimestre franciscain’ brengt gedurende drie maanden
franciscaanse mensen (religieuzen en anderen) uit diverse landen
samen voor een franciscaanse vorming. Ik moest denken aan onze
medebroeder Jan Wouters die deze trimester volgde en er bijzonder goede
herinneringen aan heeft en die met de hier meegemaakte vorming heel veel
gedaan heeft en nog doet. Het stadje Saint Maurice is heel mooi gelegen.
We keken tegen begroeid berghellingen aan met rijke kleurschakeringen
van de herfst en hier en daar in de hoogte vlekken sneeuw.
Ik had gekozen om met de auto naar
Saint Maurice te rijden in de hoop onderweg te kunnen genieten van de
natuur. Woensdagmorgen was ik in alle vroegte (5.30uur) vertrokken. Dat
betekende natuurlijk dat er aanvankelijk nog niet veel ‘te zien’ was.
Maar dat veranderde en mijn verwachtingen werden ruimschoots ingelost.
Ik had maar één probleempje. Ik wilde me helemaal op mijn GSP verlaten,
maar toen ik in Zwitserland kwam – waar ik absoluut niets van de weg ken
– zweeg mijn GSP in alle talen. Gelukkig vond ik op een parking iemand
die me hielp om de GPS terug aan de praat te krijgen. De auto gaf me ook
de gelegenheid om vroeger terug te keren dan voorzien. De bijeenkomst
duurt altijd tot het ontbijt op zondagmorgen. Maar het programma
van zaterdagnamiddag kondigde zich als heel licht aan. Omdat er ‘hoog’
bezoek op komst was in onze provincie en ook omdat ik aan redacteur Paul
nog een verslagje beloofd had van deze vergadering voor hun nummer van
de Vox dat eind oktober verschijnt, ben ik zaterdagnamiddag nog ‘in
sneltreinvaart’ huiswaarts gekeerd.
Ik overloop
hier een aantal punten van de agenda, zonder volledig te willen zijn.
1.
Nieuws uit de
provincies en conferenties
De vergadering begon
weer, zoals gewoonlijk met nieuws uit de provincies en de subgroepen van
de CENOC Ik heb eigenlijk niet zoveel nieuws gehoord. Ik vermeld
een aantal losse gegevens.
-
De ene Duitse
provincie vordert snel in de integratie van de twee vroegere provincies.
De eenmaking was ook grondig voorbereid en wordt
blijkbaar door de medebroeders goed aanvaard.
-
In het
voorjaar 2011 zal de provincie van Brixen (Zuid-Tirol) fusioneren met de
Oostenrijke provincie.
-
De (nieuwe )
Oostenrijkse provinciaal (die zoals de vorige ook een Pool is) vertelde
dat op het kapittel een toekomstplan ter bespreking werd aangeboden.
Het plan vroeg aandacht voor de realiteit dat ze binnen
een beperkt aantal jaren nog met een zeer kleine groep zullen
zijn. Het legde er de nadruk op dat ze enkele attractieve
projecten moeten trachten te behouden en dat ze
anderzijds verschillende kloosters zullen moeten sluiten.
Blijkbaar konden de broeders dit perspectief nog niet aan en ze
verwierpen het plan.
-
De
Engelssprekende provincies waren verleden jaar met een gezamenlijk
noviciaat van start gegaan. Het eerste jaar is erg goed verlopen en
wordt als heel positief ervaren.
Maar jammer genoeg is er voor het nieuwe jaar dat in
september moest starten, maar één kandidaat-novice voor de drie
provincies.
Men heeft afgesproken dat er minstens twee
novicen moeten zijn. En bijgevolg zendt Ierland deze ene novice naar het
gezamenlijk noviciaat van de provincies in de VS.
-
Het beperkte
aantal kandidaten is uiteraard een refrein dat terugkeert. Maar
de radicale afwezigheid van zelfs maar enkele jongeren in vorming is
toch eigen aan de Vlaamse
en de Nederlandse provincie. De Nederlandse
provincie heeft nu wel een novice die zijn noviciaat in Tilburg doet.
Omdat hij de vijftig jaar voorbij is, kon hij niet meer terecht in
het Duitse of Franse noviciaat, en dus heeft Nederland
zelf een noviciaatsjaar opgezet.
-
Zoals reeds
meegedeeld zullen volgend jaar drie Spaanse provincies fusioneren.
Catalonië gaat wel alleen verder.
-
Peter Rodgers
deelt mee dat hij pas in Indië was en dat daar nog wel provincies
gesplitst worden alhoewel men ook al vaststelt dat het aantal kandidaten
vermindert. Eén van de redenen daarvoor is dat de gezinnen weinig
kinderen hebben.
-
In de
verslagen van de provinciaals van Ierland, Engeland, Duitsland en
Frankrijk, Nederland (en van mij) komen de problemen van de kerk
in verband met het seksueel misbruik
ook aan bod. Sommige provincies zijn er ernstig
mee geconfronteerd geweest of zijn er nog mee geconfronteerd.
-
In verband
met ons zoeken naar een aangepaste zorgstructuur heb ik met
belangstelling geluisterd naar wat de Franse provinciaal die vertelde.
De Franse provincie heeft de
leiding (voor de zorg) in de gemeenschap voor
zieke en oude medebroeders in Angers toever-trouwd aan een
gerontoloog. In het aangepast huis wonen 30
medebroeders.
Het huis voldoet aan alle vereisten van de staat en zo
is er ook heel wat subsidie. Deze gerontoloog die ter plaatse
verantwoordelijk is voor de zorg, bezoekt ook de
zorgbehoevende medebroeders in andere
fraterniteiten en op basis van zijn bevindingen wordt beslist waar ze
naar toe gaan.
2.Verslag van de
vergadering van presidenten van de conferenties met het generaal bestuur
James Boner (vice-president) was naar de bijeenkomst van de
presidenten van de conferenties geweest en bracht daar verslag over uit.
Heel wat aandacht was daar naar de agenda voor het komend generaal
kapittel gegaan.
Uiteraard zal het komend generaal kapittel (2012) veel tijd moeten
besteden aan de herziening van de Constituties. Er is nog niet
beslist of het kapittel langer zal moeten duren. Dit is een schrikbeeld
voor veel deelnemers maar of het anders zal kunnen?
Ook de personele
solidariteit zal weer een hoofdthema zijn. Ze wordt meer en meer
als een zending gezien, en ze valt daarom onder het missiesecretariaat.
Bovendien worden internationaal samengestelde fraterniteiten nu als
betekenisvol op zich gezien.
Bij het opnoemen
van de onderwerpen die zeker op de agenda van het generaal
kapittel zullen staan, bekroop mij de vrees dat het generaal kapittel te
veel naar binnen gericht zal zijn (zoals naar mijn mening het
vorige generaal kapittel ook was), alleen bezig met de problemen van de
orde zelf. Die problemen moeten natuurlijk besproken worden,
maar belangrijk is ook te kijken naar de uitdagingen voor kapucijnen in
deze ongelijke en conflictrijke wereld.
We vernamen ook dat
de nieuwe aartsbisschop van het bisdom waarin San Giovandi Rotondo ligt,
vraagt dat de kapucijnen van de provincies waar gebedsgroepen van pater
Pio zijn, iemand zouden aanduiden die in de provincie deze gebedsgroepen
opvolgt en begeleidt. Of dit bij de gebedsgroepen die hun
eigen organisatie hebben, in goede aarde zal vallen en te rijmen is met
hun structuur, is natuurlijk een andere zaak. Wellicht zijn er
achtergronden bij dit verzoek die wij niet kennen
In verband met de renovatie van het huis van de Curia Generale staat nu
vast dat men in de Via Piemonte zal blijven en niet meer aan een andere
locatie denkt. Het generaal bestuur heeft aan drie architecten gevraagd
om een plan te maken voor de renovatie en herinrichting. Eén is
weerhouden (diegene die ook architect was van het huis in
Jeruzalem ) Wanneer zijn plannen opnieuw besproken en aangepast worden
en aanvaard zijn en de kostenraming bekend, zal de vraag naar steun voor
deze renovatie opnieuw aan ons gericht worden.
De secretaris van
de CENOC, Bernd Beerman, die ook voorzitter is van de
commissie Justitia et Pax et Ecologia , bekloeg zich in zijn
relaas over de werking van zijn commissie, over het gebrek aan
belangstelling voor de grote vragen die betrekking hebben op de
toekomst van onze planeet en op de grote ongelijkheid tussen de mensen
en de grote vragen van de migratie. We zijn als orde wellicht te
veel op onszelf gericht.
Toen iemand
verwoordde dat er ten opzichte van de grote wereldproblemen ook een
gevoel van onmacht leeft om hieraan iets te kunnen veranderen, merkte
Pio Murrat ,de Franse provinciaal op, dat het initiatief in Frankrijk om
‘cercles de silence’ te vormen(mensen die een tijd in stilte samenzijn
als protest tegen de migratiepolitiek van de regering) is uitgegaan van
de franciscaanse familie en veel weerklank heeft gekregen.
3.Een hermitage
binnen de CENOC?
In de vorige
vergaderingen was de vraag gesteld of er interesse was voor een
hermitage binnen de CENOC, bestemd voor broeders van de CENOC.
Hierop is weinig of geen respons gekomen. Het denken
aan een gezamenlijke hermitage wordt hiermee afgevoerd.
Wel signaleerde de
Franse provinciaal dat er in zijn provincie, in Cré , een huis is
opgericht waar broeders kunnen verblijven die voor een beperkte tijd het
kluizenaarsleven willen leiden. En er nogal wat broeders die
te kennen geven een beperkte tijd in Cré te willen verblijven.
4.De
wereldjongerendagen in Madri d in 2011
De Spaanse
franciscanen hebben al meegedeeld dat ze op de wereldjongerendagen
willen aanwezig zijn met een franciscaans dorp. Ze nodigen alle
minderbroeders uit om hieraan mee te werken. Misschien een tip
voor sommigen van ons die met jongeren bezig zijn ?
5. De initiële
vorming binnen de CENOC en de vormingsraad
Adrian Curan, de
voorzitter van de vormingsraad, bracht verslag uit over de organisatie
en werking van de raad en over de vormen van samenwerking die mogelijk
en wenselijk zijn.
Op dit ogenblik is
het zo dat de Engelssprekende provincies samenwerken voor de
noviciaatsvorming. Maar zoals boven gezegd, kan er dit jaar geen
noviciaat starten. Voor de andere fasen is er wel overleg en eventueel
ook samenwerking. De Duitssprekende provincies hebben een
gezamenlijk noviciaat (en postulaat?) Voor het post-noviciaat wordt er
ook samengewerkt maar zit niet ieder op dezelfde lijn. De Franse
provincie heeft –noodgedwongen- een eigen noviciaat terwijl men vroeger
de wens had uitgesproken om samen te werken. Maar de taal is hier
een barričre en ook is niet ieder binnen de provincie een even grote
voorstander voor samenwerking op alle vlakken.
In vorige
vergaderingen is het perspectief verwoord om tot één noviciaat voor de
CENOC te komen. Maar dan zou men ook tot één voertaal binnen
de CENOC moeten komen, en dat is een gevoelig punt. Zover is men
niet. Bovendien zijn ook niet alle kandidaten even goed in staat
om zich een tweede taal heel goed eigen te maken. Iets wat wel een
vereiste is in het geval van een gezamenlijk noviciaat.
Er wordt heel veel
energie en tijd gestoken in de organisatie van de vorming en
samenwerking op dit vlak terwijl het helaas maar over enkele kandidaten
gaat. Toch denk ik dat het moeilijk anders kan. Ik meende ook aan te
voelen dat diegenen die in de vorming staan, zich vaak eenzaam voelen en
dat samenkomsten voor hen echt wel welkom zijn.
6. Financiële
solidariteit binnen de orde
Piotr
Komornicz gaf met grafieken een overzicht van de inkomsten en
bestedingen van het geld dat binnen de orde naar financiële solidariteit
gaat.
Zijn relaas
bevestigde dat de inkomsten voor solidariteit vooral van de
provincies van Noord-Amerika en de CENOC komen. En daar zit meteen
ook het probleem voor de toekomst, want deze twee conferenties
verzwakken in snel tempo. Een plan om dit met verloop van tijd op te
vangen is er (nog?)niet.
In de bespreking
klonk er een pleidooi om alle bilaterale financiële hulp aan
Rome te melden. Nu heeft de commissie in Rome vooral weet
van de steun die gaat naar projecten die zij hebben goedgekeurd en van
de vaste solidariteitsbijdragen. Maar veel rechtstreekse hulp wordt niet
aan Rome gemeld. Om meer dan één reden is dit wel gewenst.
De provinciaals van
de CENOC hebben zich dan ook verbonden om dit voortaan nauwgezetter te
doen.
Er komen in Rome veel meer vragen om hulp toe dan kunnen beantwoord
worden. En het is voor Rome niet altijd gemakkelijk om de juiste
prioriteiten vast te stellen. In de bespreking vertelde Peter Rodgers
dat in de ontmoeting van het generaal bestuur met de Indische provincies
de generaal op een bepaald moment suggereerde om een globaal
bedrag voor vorming en projecten aan de Indische conferentie te geven
en zij dit onder elkaar zouden verdelen. Daarop kwam hevig protest
Binnen de kortste tijd , zo voorzag men zelf, zullen de provinciaals dan
niet meer met elkaar spreken….
7.Keuze van een
nieuwe voorzitter en vice-voorzitter.
Christophorus Godereis heeft als voorzitter twee termijnen van 2 jaar
achter de rug. Hij vervulde zijn taak met grote bekwaamheid en
vaste hand. Hij wist vergaderingen te leiden en voorstellen te
formuleren. Het symposium in Madrid over de secularisatie
zou er zonder hem zeker niet gekomen zijn.
Even gingen er stemmen op om hem nog opnieuw te kiezen, hij is nu immers
provinciaal van de ene Duitse provincie en geen provinciaal van
Rijnland-Westfalen. Maar dat bleek van het goede te veel…De
niet-Duitssprekende provinciaals wilden nu wel iemand uit hun rangen. Ze
zaten wel met het probleem dat de provinciaals van Ierland en Malta
totaal nieuw waren en deze van Engeland zijn termijn bijna voorbij
is. Bij de verkiezing van een nieuwe voorzitter kwam Emmanuel
Barbara (Malta) die naast het Engels ook het Duits en Italiaans
machtig is, uit de bus. De nieuwe vice voorzitter is Pio Murrat,
procinciaal van de Franse provincie.
8. Bezoek aan
Franciscan International (Genčve)
Het is
een traditie geworden dat tijdens de bijeenkomst er ook een uitstap is
op vrijdagnamiddag. Ephrem Bucher had een afspraak gemaakt met de
equipe van Franciscan International in Genčve. Deze franciscaanse
NGO heeft een zetel in New York en in Genčve.
Het is een van de
NGO’s die grote waardering geniet bij de VN en er ook
spreekrecht heeft. Hij wordt gewaardeerd als onafhankelijke NGO die
voeling heeft met een breed netwerk van groepen aan de basis en
die heel concrete informatie over prangende problemen (bv over de
schendingen van de mensenrechten enz.) op het terrein verzamelt
en doorspeelt. De verschillende medewerkers verdiepen zich in hun
toegewezen thema’s en stellen betrouwbare info ter beschikking van die
mensen van de UNO die mee beslissingen nemen.
Zij zetten ook in
verschillende landen vormingsprogramma’s op. We hadden het geluk
dat er juist twee medewerkers toekwamen die in Ethiopië en Oeganda een
vormingsprogramma hadden geleid. Ik was getroffen door het
enthousiasme van de hele equipe en ik geloof erg in hun werk.
Zij verdienen onze steun.
8.Tot slot.
-
+ Omdat
ik vroeger vertrokken ben, heb ik de bespreking van
zaterdagnamiddag gemist. Ik hoop dat daar de tekst besproken is die Piet
Hein van der Veer had ingediend.
Daarin vraagt
hij aandacht voor het feit dat de oude provincie straks geen mensen meer
vinden die het bestuur van de provincie en van de plaatselijke
gemeenschappen
kunnen
behartigen. Hij pleit er voor dat ook juridisch zou voorzien worden dat
wij niet-kapucijnen in de leiding kunnen opnemen.
Toch wel benieuwd
hoe anderen daarop gereageerd hebben. Zelf denk ik dat dit in hun
beleving een probleem is dat nog héél ver af staat. Zij hebben
immers nog een
jongere
generatie, hoe klein die ook is.
-
+ Het
programma voor deze bijeenkomst was niet indrukwekkend zwaar. En de
vraag die vroeger wel geklonken heeft : wie zijn straks de
kapucijnen in Europa?
Wat is hun opdracht? En tot welke kapucijnen vormen we
jongeren ? werd nu niet opnieuw gesteld.
De vraag komt dan op
hoe nuttig zo’n bijeenkomst is en of de tijd en het geld (want zo’n
bijeenkomst kost toch wel heel wat ) goed besteed zijn.
Zelf denk ik dat
nauwere samenwerking in de toekomst onvermijdelijk is, en dat
persoonlijke contacten hierin hun eigen waarde hebben en moeilijk te
vervangen zijn.
Misschien kan er
zulke dagen wel meer gehaald worden wanneer de deelnemers vooraf
al meer werk verricht hebben (bv meer documenten vooraf
toesturen).
-
+ De volgende
bijeenkomst gaat door van 27 tot 31 april 2011 in…(ik durf
het haast niet te zeggen) Jeruzalem. De orde heeft daar een huis dat
helemaal onder handen genomen is.
En men vond het een goed gedacht om daar te vergaderen. Ik
heb niet geprotesteerd.
Adri
Geerts
|
5.
PROVINCIEDAG OP WOENSDAG 26 JANUARI 2011 TE BRUGGE BOEVERIE
Een provinciedag
staat altijd in het teken van bezinning en verdieping en broederlijke
ontmoeting.
Deze provinciedag werd getekend door een auto-ongeval dat vier medebroeders uit
Herentals overkwam:
Jan Wouters, Frans Vansina, Karel Hamels en Achiel De Pauw.
Heel dit gebeuren hield ons de ganse dag bezig.
We waren blij dat tijdens het middagmaal Jan en Karel ons konden vervoegen.
Onze vreugde was groot toen Frans bij de aanvang van de namiddagconferentie
aanwezig was in het klooster.
We droegen Achiel mee in ons gebed die in de intensieve zorgen werd opgenomen.
De
gebedsdiensten werden geleid door broeder Jan Geerts.
In
de voormiddag luisterden we naar priester en psycholoog Frans Van Steenbergen.
Hij sprak ons over “Pedofilie, de beleving van slachtoffer en dader en over de
celibataire beleving van seksualiteit.
Hier volgt het verslag opgesteld door de broeders Klaas Blijlevens en Hugo
Gerard.
| Toespraak van Frans Van Steenbergen:
Over pedofilie en celibaat. (Provinciedag 26 jan 2011, Brugge)
1. Profiel van pedofiele dader
Door welke drie constante factoren wordt het gedrag van een pedofiele
dader meestal gekenmerkt?
a) door de afwezigheid van de vaderfiguur in de jeugdjaren van de
dader, hetzij fysisch, hetzij relationeel in gezin heeft dit bij de
dader tot gevolg gehad: 1. normloosheid: verminderd of afwezig besef
over een goed of slecht gedrag of 2. vaagheid in normbesef (grenzen
tussen goed en kwaad vervagen). De vorming van normen/wet is in zijn
jeugdjaren niet meer op een normale manier verlopen.
b) door de afwezigheid van agressie: deze daders worden nooit kwaad.
Ze zijn in hun ontwikkeling blijven stilstaan vóór de drempel van het
uiten van woede, ze vermijden elke confrontatie met agressie. Ze zijn
bang voor agressie en kunnen daar niet mee omgaan. Daarom zijn het zeer
vaak lieve en zachtaardige mensen, meegaand en begrijpend: hun gedrag is
non-agressief.
c) door de rouwgevoelens en vage gevoelens van gemis in hun
affectieve ontwikkeling. Ze hebben het sterven van een ander kind
(broertje, zusje, klasgenoot) meegemaakt en hebben dit gemis nooit echt
verwerkt. Daarom compenseren ze deze verwerking in hun later gedrag door
een relatie aan te gaan met niet agressieve kinderen, maar in
geheimhouding, een confrontatie met buitenwereld ontlopend.
Deze drie factoren beletten een schuldgevoel bij de dader: hij is
zich van geen kwaad bewust, hij wil enkel goed doen. Daarom zal hij zijn
verantwoordelijkheid van de ‘misstap’ minimaliseren. Geconfronteerd met
reacties van de buitenwereld duurt het wel 2 jaar voor enig schuldbesef
tot de pedofiel doordringt. Zijn pedofiele daad is geen uiting van
machtsmisbruik (wat meestal wel het geval is bij incest), maar in de
beleving van de dader is het een daad van liefde. Toch is het wel
‘verdacht’, want het kind moet er over zwijgen: het is dus geen normaal
gedrag
2. Gevolgen voor de beleving bij de slachtoffers.
Deze zijn verschillend naar gelang de leeftijd waarop ze misbruikt
werden: 0-3 / 3-5 / 6-11 / 12-15 / 16-18. Hoe jonger hoe kleiner de
gevolgen. Ongeveer een derde ondervinden geen gevolgen in het verdere
leven. Een derde kent wel gevolgen, maar ze zijn draagbaar in het
verdere leven: maar die verborgen last dragen ze wel mee. Een derde is
zwaar geschonden en zijn psychisch gekwetst, ondervinden ernstige
relatiemoeilijkheden en zijn aangewezen op therapeutische bijstand in
het verwoest leven.
Hoe groot is de schade en kan men die meten?
Seksualiteit is integraal deel van het mensenleven. Daaruit zijn we
ooit geboren, het ontwikkelt zich en wij geven het als volwassene verder
door. In die ontwikkeling is het belangrijk te leren seksualiteit
onbevangen als deel van het mens zijn te zien en te aanvaarden, maar
tevens de verantwoordelijkheid ervan en ervoor te leren beseffen en te
nemen. Slachtoffers van pedofilie worden in deze beide kenmerken van
onbevangenheid en verantwoordelijkheid geschonden en geschaad. Vooral de
leeftijdscategorie van 11-15 jaar, waar de seksualiteitsbeleving bewust
wordt en de sociale spelregels daaromtrent moeten aangeleerd worden is
bijzonder kwetsbaar voor pedofiele benaderingen: de integriteit van de
persoon wordt aangetast.
3. Over de moeilijkheden bij het beleven van celibaat.
(de woordspeling ‘Celi, baat het niet dan schaadt het ook niet’
getuigt niet van levenswijsheid)
Wie op volwassen leeftijd voor een celibatair leven kiest, zal van de
fundamentele vragen rond celibaat weinig hinder ondervinden. Maar we
moeten wel goed beseffen dat in de voorbije jaren de keuze voor een
celibatair leven in verband met religieuze opties genomen werd in de
zeer belangrijke leeftijdsperiode van 12-15 jaar, waarin seksualiteit
naar een volwassen vorm moet groeien en ontwikkelen. Het celibatair
leven begon dus voor velen zeer vroeg, zo niet al te vroeg. Voor deze
jongeren ‘met roeping’ (vaak sinds hun 12de jaar) verloopt de
ontwikkeling op seksueel vlak anders dan normaal: het werd een
onafgewerkte evolutie. En eenmaal priester of kloosterling werd er niet
meer over het seksuele gesproken: dat was een taboe.
Wij kunnen drie categorieën onderscheiden van moeilijkheden in de
beleving van de eigen seksualiteit, die allemaal zich situeren op het
vlak van een niet uitgegroeide seksualiteitsbeleving.
1. Deze celibatairen leerden geen lichaamstaal: ze bleven ‘houten
clowns’, ze werden ‘stenen beelden’.
2. Ze hebben nooit hun kwetsbaarheid hoeven tonen. Dat doen gehuwden
wel die zich naakt aan elkaar tonen in het spel van geven en nemen. In
de meest intieme menselijke relatie wordt men (graag) gezien.
Celibatairen zoeken vanwege dit gemis dan later compensatie in het
kijken naar porno of worden exhibitionist: men wil ‘zien’ en ‘gezien
worden’.
3. Celibatairen zullen driemaal een rouwproces doormaken. Rond de 30
jaar mis je een levenspartner. Je voelt je maar een ‘halve’ mens. De
aanvulling tot het ‘hele’ mens zijn (man én vrouw) ontbreekt. Rond de 45
jaar mis je eigen kinderen. Je kunt gevoelens van eenzaamheid en dorheid
krijgen, een pijn die je moet uithouden. Rond de 60 jaar is er de rouw
om het gemis van kleinkinderen: je krijgt nooit het woord ‘opa’ te
horen. In de laatste levensfase sta je er helemaal alleen voor: je bent
en blijft alleen tot aan je sterven.
Het leven in celibaat kan dus een ernstige handicap zijn in de
persoonsontwikkeling en dat wreekt zich op latere leeftijd. Het blijft
een kunst om te leren leven met eenzaamheid, dorheid en verlatenheid.
Maar het positieve van een rijpe uitgroei als celibatair laat zich
voelen in een onbaatzuchtige zorg voor mensen. Hoewel het gezinsleven
een grote menselijke waarde is, is een harmonisch leven in celibaat een
levend teken van evangelische waarden. Immers, het geloof zet de dingen
op zijn kop.
Hugo Gerard
Klaas Blijlevens |
|
|
 |
|
 |
|
In de namiddag werd het
document over de permanente vorming: “Sta op en wandel” ons toegezonden door
br. Genernaal Mauro,
belicht door twee medebroeders: Fil Van Der Steen en Guido Travers. Ook Jan
Wouters was aangesproken om zijn visie over deze tekst te geven.
Gezien zijn ongeval kon hij dit uiteraard niet doen.
Na deze uiteenzettingen
gaf broeder provinciaal, Adri Geerts, de traditionele mededelingen. De dag werd
afgesloten met een eucharistieviering.

6 BOOM: RENOVATIEWERKEN
ZIJN BEGONNEN
|
Artikel genomen uit Vox Minorum
jg 65, nr. 1-2 januari-mei 2011
Lofts in Paterskerk
In Boom zijn de
werkzaamhedenvoor
de verbouwing van de Paterskerk
volop
aan de gang. Die
wordt samen
met een deel van
het klooster omgevormd tot negentien
lofts.
VAN ONZE MEDEWERKSTER
LIESBETH BOEL
BOOM:
De plannen om de
mooie Paterskerk, die dateert uit
1946, en een deel van de gebouwen
van het vroegere klooster die
grenzen aan de kerk om te vormen
tot kerkloften en duplexen liggen al langer op tafel.
Projectontwikkelaars Ibo en Investpro
uit Heffen hadden het gebouw al in mei 2008 gekocht van
doveninstelling De Klinkaard,
maar op de daadwerkelijke uitvoering
van de verbouwingen was
het wachten. Die renovatie- en
verbouwingswerken zijn enkele
weken geleden dan toch begonnen.
Ibo en Investpro 'willen de bestaande
gebouwen zoveel mogelijk
bewaren. Daar hebben ze ervaring
mee onder meer bij de renovatie
van de vroegere Minderbroederskerk
in Mechelen die
werd omgebouwd tot hotel.
De bestaande
gebouwen
worden zoveel
mogelijk -bewaard
`Intussen werden in de kerk alle
funderingen van de bogen blootgelegd,
klinkt het bij Investpro.
We kunnen beginnen met de opbouw
van de stalen constructies
binnenin. Het buitenaanzicht
van de kerk zal weinig veranderingen
ondergaan. De kerk ver
keert immers nog in goede staat.
Enkele
gevels van de kerk zullen wel worden
opengemaakt voor ramen:
In totaal zullen er negentien
woongelegenheden worden gecreëerd
met één, twee of drie
slaapkamers. Daarvoor worden
er in de
kerk tussenverdiepingen geplaatst.
Alle lofts zijn tussen de 100
tot 215 vierkante meter groot.
Zeven lofts op de gelijkvloerse
verdieping hebben een eigen
tuin. 'Het terrein achter de
kerk wordt aangelegd met groen
en parkeerplaatsen. Elke
woonentiteit zou op die
manier over een
autostaanplaats achter de kerk beschikken:
Vanaf begin mei begint de officiële
verkoop. Er zijn nog geen definitieve
verkoopsprijzen vastgesteld..`Het
is de bedoeling om de
appartementen klaar te hebben
tegen eind februari 2012. Eigenaars
kunnen zelf hun loft indelen
en een keuken kiezen:
 |
| |
|
7. KLOOSTER TE AALST |
| Overgenomen uit HANDDRUK Jg. 41, Nr. 2 |
 |
 |
 |
|
Uit
HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41:
|
|
8. FRANCISCAANSE JONGEREN UIT
HEUVELLAND |
| Overgenomen uit HANDDRUK Jg. 41, Nr. 2 |
 |
 |
 |
 |
| |
|
9. PAX ET BONUMDAGEN TE MEGEN |
|
Pax et Bonumdagen te Megen
Bijeenkomst
van Franciscaanse broeders en zusters ingetreden na 1980
Zoals
het al enkele jaren het geval is, was het ook nu weer een ‘treffen’ waar
ieder die zich had ingeschreven, met volle teugen naar uitkeek.
Op zondagavond van 26 juni kwamen we toe en op woensdagmiddag van 29
juni sloten we de dagen af. En de evaluatie loog er niet om…
Het waren dagen die ieder “aan den lijve kon ervaren”. Dat was
tenslotte ook het thema: “God aan den lijve ervaren”.
Eigenlijk spreek je dat nogal vlug uit, maar wanneer je dan bij jezelf
probeert te overwegen wat het kan betekenen voor je dan denk je al vlug
2 keer na vooraleer je die woorden in de mond neemt. Zo gemakkelijker
ervaar je God niet aan den lijve omdat we met zoveel bezig zijn dat
volgens ons even belangrijk is.
Gelukkig was Willem Marie van het Franciscaans studiecentrum weer paraat
om ons daar maandag en dinsdag over te onderhouden.
Eén van zijn eerste zinnen klonken als: “God wil mens worden …. Goed,
maar dat kan je pas toelaten als wij zelf eerst mens willen worden!
Franciscus en Clara gaan ons daarin voor en ondervonden het aan den
lijve… zij werden ‘penitenten’, ze deden boete….” Dat klinkt als een
hele boterham om te verorberen, en dat was het ook, maar stapje per
stapje, met de nodige bewegingsvormen, ervaringsgerichte activiteiten en
theoretische stukken die bij wijze van dataprojectie schematisch werden
aangeboden paste alles zoals een puzzel in elkaar. Schematisch en heel
kort gezegd overliepen we de stappen: het lijf als locus, het lijf als
medium en het lijf als image. Wie er meer over wil weten dient zich
dringend in te schrijven bij één of andere cursus van Willem Marie aan
het Franciscaans studiecentrum Tilburg/Utrecht; je moeite word zeker
beloond.
Met zo’n thema dat kadert in een groter studieaanbod met de naam
“Lichamelijkheid als basis voor reflectie” heb je uiteindelijk een zeer
aangenaam uitgangspunt om de resterende tijd op te vullen. Je lacht je
ten eerste af en toe te pletter bij de bijhorende oefeningen en dan is
de sfeer onmiddellijk gezet.
En dat waren deze dagen heel zeker. Het waren weer opkikkers van de
bovenste plank die ons samen lieten ontdekken wat ‘zuster’ en ‘broeder’
zijn is van elkaar in Franciscaans perspectief. De uitstekende locatie
van het minderbroedersklooster van Megen doet daar natuurlijk heel veel
aan. Wanneer de broeder kokjes zich eens uitleven in de keuken en de
gastenbroeder en de gardiaan zorgen dat de kamers in orde zijn en er een
geestige recreatietijd geboden wordt in de avonduren dan springen de
vreugdevonken er vanaf. Het uitje naar de zusters Clarissen om de
dinsdagavond samen eucharistie te vieren is steeds een vaste waarde waar
je dankbaar op terugkijkt. De gezamenlijke gebedsmomenten in de
eeuwenoude gebedsplaats van de broeders zijn ook telkens momenten van
doordrongen rust en aanwezigheid bij het goddelijke in ons leven.
Kortom, op deze dagen kijkt ieder van ons met vreugde terug. Ze deden
ons deugd en we verlangen al naar volgend jaar. Dan is het van 24 tem
27 juni 2012 en weerom in…. Tja wat dacht je…. In Megen natuurlijk.
|
|
 |
| |
|
10. HET SCHIPPERSAPOSTOLAAT |
| |
|
( We nodigden onze
medebroeder Sylveer Vermeulen - die ondanks zijn leeftijd nog steeds
bezig is met het schippersapostolaat in Gent- uit om iets te schrijven
over het reilen en zeilen in de wereld van de binnenschippers op de dag
van vandaag. Hij aanvaardde dit maar wil wel eerst even terugblikken)
Wellicht is het goed
eens terug te keren in de geschiedenis om over het
binnenschipperapostolaat van vandaag te spreken.
We moeten het u niet
uitleggen: “varen-op-het-water” wordt beoefend zolang de mensheid
bestaat…maar uiteraard evolueerde deze activiteit doorheen de eeuwen.
Eeuwen en eeuwen gebeurde het varen op het water op een “primitieve”
manier: met zeilen en rooispanen, en waar het over binnenwateren ging,
met boten die met mankracht voorgetrokken werden op rivieren en kanalen!
Er kwam een grote verandering door de economische ontwikkeling in de
moderne tijd
en meer bepaald met de uitvindingen van de mechanische
machines in de 18de en 19de eeuw. Die
ontwikkelingen brachten ook grote sociale problemen mee. De werkende
mens werd uitgebuit. De eenvoudige families en hun kinderen die
ongeletterd bleven, kenden veel problemen. Ze moesten zwoegen vanaf heel
jonge leeftijd en dat voor een armenloon. In de binnenscheepvaart was
dat niet anders. Want de scheepvaart bestond uit individuele kleinere
schepen in handen van een echtpaar en kinderen. Het werd zeer dringend
dat er in die tijd aandacht gevraagd werd voor hulp bij schrijnende
wantoestanden. Dat gebeurde op verscheidene plaatsen door de kerk en de
religieuzen maar ook door sociale en politieke verenigingen. Ook in de
haven en omgeving van de stad Brugge.
In het tijdschrift
“Ons Roer” (mei 2011, nr 5)
, uitgegeven door de aalmoezeniers van de
binnenvaart en hun redactieraad, was een
artikel te lezen met als
titel:” Een lied voor Pater Luciaan” toen hij aangesteld werd om zich in
te zetten voor binnenschippers en
dokwerkers en hun familie en kinderen.
Eigenlijk begon het
schipperswerk echt in het jaar 1896. Er werden verschillende
medebroeders aangesteld om zich voor het sociaal werk van de
binnenschippers en hun families en kinderen in te zetten. Op die manier
groeide stilaan het schipperswerk tot een zeer sterke hulp bij de
verdediging van de binnenschippers en bij de christelijke opvoeding en
het onderwijs van de kinderen.
In het jaar 1907
volgde pater Luciaan pater Gregorius op. Pater Luciaan Vens was
afkomstig van Bouwel (1872°) en woonde op dit moment in de Clarastraat
in Brugge. Hij werd een van de grondleggers van de Brugse
schippersvereniging en van het onderwijs voor schipperskinderen; een
actie die later uitgroeide tot de eerste schippersschool in Brugge. In
1908 richtte hij de “Vrije Schippersbond” op met als hoofddoel de
verbetering van het lot van de varende schippers en de verdediging van
hun rechten. Want tot dan waren zij ongeletterd en overgeleverd aan de
willekeur van de bevrachters en andere personen die misbruik maakten van
hun machteloosheid en onwetendheid. Want niemand hielp hen en stond voor
hen in. Zo ontstond ook de strijd tussen de verschillende politieke en
sociale partijen. De liberale partij ging o.a. wild tekeer tegen de
initiatieven van pater Luciaan. Vooral hun dagblad “Journal de Bruges”
deed zijn uiterste best om de pater(s) in een slecht daglicht te
stellen. Maar pater Luciaan was geen katje om zonder handschoenen aan te
pakken en hij beet flink van zich af. De (figuurlijke) vonken vlogen dan
ook meermaals in het rond.
In 1911 kwam het
langverwachte schippershuis er op de Sint Pieterskaai 70 te Brugge met
de uitdrukkelijke opdracht om er de schippersbond, een
bevrachtingskantoor en een school voor schipperskinderen in onder te
brengen. Op 2 februari 1912 was de beroepsschool een feit en vanaf 26
februari werd er onderwijs gegeven aan 26schipperskinderen. Op 1
september van datzelfde jaar waren er reeds 40 kinderen die les volgden.
Er werd een bijzondere zorg bestaan aan het godsdienstonderricht en de
voorbereiding op de eerste H. Communie.
Op minder dan één
jaar zorgde pater Luciaan ervoor dat de schippersschool erkend werd door
het ministerie van Arbeid en Nijverheid als vrije beroepsschool.
De eerste
wereldoorlog van 1914-18 remde echter de groei van de school en het
schippersapostolaat. Het schippershuis met de school werd door de Duitse
bezetter in beslag genomen zodat er geen activiteiten meer konden plaats
vinden. De school werd verplaatst naar een voorlopig gebouw in de
Walleynstraat en de lessenvoor de kinderen konden hernomen worden.
Na de wapenstilstand
in 1918 konden de gebouwen op de Sint Pieterskaai echter niet meer in
gebruik genomen worden omdat zij onbruikbaar waren geworden door de
bezetter.
En toch vond men een
oplossing. Achter de muur van de tuin van het klooster van de kapucijnen
in de Clarastraat hadden de Duitsers een barak laten staan. Met
toelating van de stedelijke autoriteiten deed pater Luciaan de barak
inrichten als school voor de schipperskinderen met daaraan verbonden een
bureel en een zaal voor de vergaderingen. De sociale strijd ging verder.
Voor de socialisten was pater Luciaan een geduchte tegenstander. In de
haven van Brugge speelden de socialisten de baas, zij verdeelden het
werk en wie niet aangesloten was bij hun bond kreeg geen werk.
Door zijn inzet was
pater Luciaan de grote zondebok in de ogen van de “roden”. Hij werd
publiekelijk aangevallen met grote plakkaten ( een soort affiches die
werden opgehangen aan de kerk in de Clarastraat) en ook beschreven en
vernoemd in dagbladartikels. Op een bepaald moment diende hij klacht in
bij het gerecht. Hij werd in het gelijk gesteld en kreeg een
schadevergoeding toegewezen.
Kort na de oorlog
werd pater Luciaan op grootse gehuldigd in het bijzijn van allerlei
wereldlijke en geestelijke personaliteiten en een massa dokwerkers en
schippersmensen. Bij deze gelegenheid werd er een lied gecomponeerd. De
tekst was van een zekere heer Noterdaeme en de muziek van een mijnheer
De Graeve.
Hier volgt de tekst
van “Het lied van Pater Luciaan”:
1.Wij zijn, Gij Pater
weet het wel, Gods kinderen uitverkoren,
niet zoals d’andren
hier op aard maar in een schip geboren.
En vader zal met tijd
en stond, als betere dagen keeren,
ons op rivier, kanaal
en stroom ’t bedrijf van schipper leren.
2.Maar Gij, gij leert
ons kindren nog op ’s werelds woeste baren,
om zonder schipbreuk
d’haven in, van de eeuwigheid te varen.
Gij wijst in school
en onderricht op ’t groot gevaar der rotsen
waarop de golven van
de zeee met ’t mensenschuitje klotsen.
3.Gij toont de bake
die haar licht verspreidt op zee vol klaarte
en op de weg die
volgen moet het zwankend schipgevaarte.
Heb dank! Eerwaarde
Pater, voor uw werken ongemeten.
Dat zullen en dat
kunnen wij, noch nu, noch nooit vergeten.
In de maand augustus
van het jaar 1919 werd pater Luciaan verplaatste naar het klooster van
Aalst. Niemand begreep waarom en er was bij de schippers en dokwerkers
groot protest. Het mocht niet baten en de oversten kwamen niet terug op
het genomen besluit. Zo verdween één van de belangrijkste sociale
strijders die als één van de eersten opkwam voor de belangen van de
binnenschippers.
Pater Luciaan is uit
de orde getreden op 2 april 1920. Zijn overlijdensdatum is niet bekend.
Verschillende paters
volgden pater Luciaan op. Tot in 1924 pater Tillo en pater Didac werden
benoemd. Zij zijn de bouwers geweest van de definitieve schippersschool
en de schippersbond op de Komvest 40 in Brugge. Maar dat is een verhaal
op zich.
We willen toch
vermeldden dat op andere plaatsen ook aan schippersapostolaat gewerkt
werd. In 1894 ontstond in Gent het Werk van de Schippers onder leiding
van de paters Jezuďeten. Er waren toen in België al meer dan 50.000
mensen die op vaartuigen leefden het land doorkruisten met hun schepen.
Wel werd in Gent sinds enkele jaren aan de schipperskinderen
godsdienstles gegeven door toegewijde juffrouwen, en deze waren het die
in 1893 aan pater overste van de Jezuďeten van Gent vroegen om een werk
voor de schippers te organiseren. Het voorstel werd aanvaard en aan de
schippers werd voorgsteld om iedere maand voor een religieuze dienst
samen te komen. De laatste zondag van elke maand was er een bijeenkomst
met ene godsdienstige onderrichting waarna ook voor de tijdelijke
belangen van de leden werd gezorgd. Men besloot dan ook voor de
schippers een vergaderplaats te bouwen in de nabijheid van de haven.
Graaf Jozef de Hemptinne kocht hiervoor bij de dokken de nodige grond en
liet er het schippershuis optrekken in de straat die nu heet Dok Noord.
De schippers vonden er een kapel, een vergaderaal, gezond verzet,
dagbladen en leesboeken. Er was een bureau aan toegevoegd voor
inlichtingen en raadgevingen, en zelfs een voor het huren en bevrachten
van schepen. In de kapel was er elke zondag een H. Mis. Er was een
schoollokaal en een patronagezaal aan verbonden voor de kinderen. Er was
wel geen schippersinternaat. Na de tweede oorlog werd het apostolaat van
de schippers overgelaten aan de paters kapucijnen, waarbij pater
Philogoon benoemd werd als bestuurder van het schipperswerk in Gent. Dit
werk bleef gevestigd in het schippershuis tot 26 oktober 1977. Er waren
grote herstellingen nodig aan het schippershuis en de onkosten waren te
groot. Het huis werd verkocht aan de stad Gent en later weer verkocht
aan privépersonen die er twee woningen van maakten. Het werd grondig
gerestaureerd en het werd een beschermd gebouw, zodat het er nu uitziet
zoals het schippershuis 35 jaar geleden.
De
schippersaalmoezenier werd onderpastoor van de parochie H. Kerst en kon
aldus zijn werk voortzetten. De kerk van het H. Kerst werd de
schipperskerk. Nog steeds zijn de meeste pratikerende parochianen
oud-schippers en nog steeds worden doopsels, huwelijken en uitvaarten
van schippersmensen in die kerk gehouden.
In de loop van de
jaren werd ook op andere plaatsen, rond nationale en internationale
havens en binnenhavens aan schippersapostolaat gedaan; Zoals in de haven
van Antwerpen waar er een groot kerkschip ‘Sint Jozef’ ligt. De
aalmoezenier –vandaag is het Jos Van Hoof – is verantwoordelijk voor de
schippers en voor Stella Maris. Ook in Luik wordt er aan
schippersapostolaat gedaan en ligt er een kerkschip “Emmaüs” op de Maas.
Hetzelfde geldt voor Marchienne-au-Pont waar er een kerkschip “Spes Mea”
op de Samber ligt. Hetzelfde geldt voor het buitenland. In Nederland is
er een kerkschip in Nijmegen. In Frankrijk zijn er verschillende
schipperscentra. Er is één kerkschip “Je sers”, gelegen op de Seine te
Conflans ste Honorine.
Dit maar om te zeggen
dat er in de loop der tijden véél gedaan werd in de verschillende havens
om de achterstand van de schippersfamilies in te lopen en er voor te
zorgen dat de kinderen kansen kregen om in schippersinternaten een
voldoende opleiding te volgen om hun man te kunnen staan in de
economische wereld van vandaag. De kinderen konden in vier jaar de
lagere school volgen, van hun 10de tot hun 14de
jaar, met een programma van een volledige lagere school. Dit soort
scholen voor schipperskinderen en voor kinderen van foorkramers heeft
bestaan tot minister Coens in het jaar 1965 het onderwijs gelijk gemaakt
heeft voor iedereen. Voor alle kinderen werd het verplichtend vanaf 7
jaar tot 18 jaar.
Daarom zou ik durven
zeggen dat het DOEL waarvoor het schippersapostolaat gesticht werd,
bereikt is. Eeuwen lang zijn de schippers en de foormensen een categorie
van mensen en families geweest die op hun eigen manier leefden en een
andere maatschappij vormden die helemaal verschillend was van de gewone
mensen…En toch, ik geef het toe, het verschil bestaat nog enigszins maar
toch niet meer zo sterk als vroeger.
Maar de allergrootste
verandering en evolutie in de scheepvaart moest nog komen en die is
gebeurd in 1998 op 27 november. Dat was de dag van de LAATSTE
SCHIPPERSBEURS.
Maar dat is een lang
verhaal!
(vervolgt)
Gent. Sylveer Vermeulen.
Overgenomen uit VOX
MINORUM jg. 65 nr. 2
Deel 2
Het vorig
artikel over het scheepvaartsapostolaat eindigde met de belofte van een
vervolg! En dit om aan te
tonen dat er in de binnenscheepvaart heel wat veranderd is en dat die
verandering ook meteen een grote invloed gehad heeft op het apostolaat
van de aalmoezeniers onder de schippersbevolking.
Het tijdstip van de grote verandering is
heel precies aan te geven, nl. 27 november 1998! Op die dag is de
Schippersbeurs ( D.R.B. = Dienst Regeling Binnenvaart) afgeschaft op
bevel van de Europese Unie!
De manier
waarop een schippersbeurs gehouden werd strookte niet meer met de regels
van de vrijheid van handel. Dat was de reden!
Er was al een hele tijd sprake van die
afschaffing. Meteen was er een protest vanwege verscheidene kanten,
vooral vanwege de binnenschippers zelf, maar ook vanwege de
schippersverenigingen, zoals " Ons Recht - Notre Droit", I.T.B. (=
Instituut voor transport over de binnenwateren vzw.), de B.V.E.( = de
Bond van Eigenschippers)...enz. "
Wat was de functie van de D.R.B.?
De D.R.B. bestond enkel in de grote
binnenhavens van België en West-Europa.
In België
was dit te Brugge, Gent, Antwerpen, Luik en Charleroi.
Te Brugge was dat maar eens per dag. In
de andere havens tweemaal, in de voor- en namiddag.
Een schipper die een reis volbracht had
en op zoek was naar een nieuwe reis, moest zich aanmelden op de D.R.B.
in één van die havens.
De naam
van de schipper werd opgeschreven op een lijst met de naam van het
schip.
De D.R.B. was een Staatsdienst met
personeelsleden die contact hadden met de bevrachters en. de bedrijven.
De bevrachters moesten het “ vervoerwerk" dat de bedrijven aanboden
doorgeven aan de D.R.B. die dan het vervoerwerk samen met alle nodige
inlichtingen aanbood aan de schippers op de dag van de schippersbeurs...
Elke
weekdag ( de zaterdag éénmaal ) ging het bureel van de D.R.E. open om 9
uur. Op de borden bracht men de beschikbare " vracht-reizen" aan en de
schippers konden reeds zien wdk soort " werk " er hen te wachten stond.
Daarbij waren alle " détails " aangegeven: de materie die moest
verplaatst worden, de hoeveelheid ( hoeveel tonnemaat ), de dag en de
plaats van de lading van het schip, met datum van vertrek en aankomst
van de bestemming. De prijs die ervoor betaald werd.
Voor de schippers was dat heel
interessant omdat zij, die boven op de lijst stonden, reeds konden onder
mekaar overeenkomen en dan bepalen wie de reizen zou uitvoeren of hoe te
wisselen met een collega.
Op een bepaald uur werd stilte gevraagd
en werden de reizen aangeboden en riep men de namen af van de schippers
die op de lijst stonden. Bij elke oproep volgde dan een antwoord en dan
was de reis aangenomen. Voor de schippers was die manier van handelen
zeer gemakkelijk want men kon al onmiddellijk bevestigen welk reis men
wilde uitvoeren. Nog een ander sympathiek gegeven was dat iedereen op de
D.R.B. welkom was. Ook oud-schippers konden er hun (oud)-collega’s
ontmoeten of konden er hun zoon of een ander familielid of vriend, die
belet was, vervangen en in overleg met hen, in hun plaats de reis kiezen
en bevestigen.
Oud-schippers volgden intussen de
ontwikkeling in de scheepvaart en zij konden vrij hun commentaar geven.
Ouders en familieleden en vrienden wisten steeds waar de varende naartoe
ging en intussen wist men waar elke schipper zich bevond, want alles
werd publiek afgeroepen en men wist ook waar iedereen naartoe aan 't
varen was en voor hoelang hij onderweg was." Zo wist men ALTIJD en van
IEDEREEN en WAAR elke schipper zich bevond." Zelfs voor de
schippersaalmoezenier was dat een nuttig gegeven. Hij kon er iedereen
begroeten en ook vragen waar elk familielid of collega zich bevond. Dat
was soms nodig, b.v. wanneer een familielid ziek was of bij een
overlijden, een aanstaand huwelijk of doop enz. of om een of andere
reden...Men kon er ook iedereen groeten en een luisterend oor zijn voor
ieder van hen.
... Om even vooruit te lopen op de
gevolgen van de AFSCHAFFING van de DRB : NU weet men NOOIT meer WAAR en
WELKE reis een schipper aan het ondernemen is! Want de D.R.B. ( Dienst
Regeling Binnenvaart ) bestaat niet meer sinds 27 november 1998.
Voor we vertellen wie NU de Regeling van
de Binnenvaart in handen heeft, willen we eerst de vraag stellen:
Wanneer is de D.R.B. eigenlijk begonnen? Want "de scheepvaart " en het
vervoer van goederen met binnenschepen bestond al eeuwen! Wie was de
uitvinder van de D.R.B.? Het antwoord is heel eenvoudig.
De D.R.B.is begonnen in de maand
augustus 1914 bij het begin van de eerste Wereldoorlog. Door de Duitse
bezetter! Het was een middel om de varende schippers te kunnen oproepen
om een bepaalde vrachtvervoer te realiseren. Want in woelige tijden,
zoals in oorlogstijden, was het interessanter zelf de vervoerreizen uit
te kiezen en te varen waar het veiliger was. Maar de Duitse bezetter
verplichtte iedere varende schipper zich na elke reis ergens op een
D.R.B. aan te melden zodat hij beschikbaar was om hem een reis op te
leggen, ook al was de bestemming niet veilig zoals wanneer er in de
richting van het " oorlogsfront " moest gevaren worden of zelfs naar
Duitsland of bezette oorlogslanden. Maar er was geen keus! Men was
verplicht de lading van goederen te aanvaarden en uit te
voeren. Het is begrijpelijk dat de
D.R.B.in die tijd geen geliefde instelling was.
En het
eerste wat gebeurde na de wapenstilstand op 11 november 1918 was de
D.R.B. afschaffen! Van dan af was de binnenschipper VRIJ! Elke schipper
nam contact op met de " bevrachters " van de bedrijven die lading aan te
bieden hadden om ze ergens te leveren aan de overeengekomen prijs en op
een bepaalde dag de opdracht uit te voeren
Maar dat
wil niet zeggen dat alles nu zonder problemen was. Om te beginnen, ná de
eerste wereldoorlog (1914-18) volgde een moeilijke economische tijd. Er
kwamen ook steeds méér en grotere schepen en de concurrentie onder de
binnenschippers werd steeds groter. De schippers waren ook afhankelijk
van de bevrachters die de prijzen bepaalden en naargelang er minder werk
was en méér schepen, werden de prijzen lager. De historische economische
crisis van de jaren 1930 was dan ook voor veel schippers een heel
moeilijke tijd. Er werd veel armoede geleden en men kon met moeite zijn
boterham verdienen. Kleinere schepen hadden geen motor en werden
"gesleept" door menselijke krachten of paarden of gehuurde "sleepboten'.
Daarbij
kwam nog dat de scheepvaart meer en meer modern werd. Bedrijven schaften
zich hun eigen ( steeds grotere ) motorschepen aan en voeren met
personeel ( zetschippers ) die loontrekkenden waren.
Intussen
stond het apostolaat bij de schippers niet stil. We lazen dat reeds op
het einde van de 19° eeuw ernstig werk werd gemaakt van de verbetering
van de sociale toestand van de schippers en dokwerkers en de bescherming
van hun rechten. Er was aandacht voor de voeding van hun christelijk
leven, voor de opvoeding van de kinderen en voor het scheppen van de
mogelijkheid om deze de mogelijkheid te geven hun H.Communie en Vormsel
voor te bereiden en zelfs de mogelijkheid te scheppen om van het
onderwijs te genieten.
Na de
eerste wereldoorlog kwam die actie volledig op gang. In verschillende
havens werden scholen opgericht, zelfs internaten waar kinderen gans hun
lagere school konden volgen. Ik noem er enkele. Te Brugge op de Komvest,
aanpalend aan het kapucijnerklooster van de Clarastraat,werd een
internaat gebouwd voor jongens en meisjes, geleid door de paters
aalmoezeniers en dank zij de hulp van de zusters van Pittem die
instonden voor het onderwijs en de zorg voor de kinderen. Merk wel op
dat het onderwijs voor schipperskinderen en kinderen van
kermisondernemers nog niet wettelijk verplicht was. Sedert 1919 was
lager onderwijs wettelijk verplicht voor alle kinderen,uitgenomen voor
kinderen van schippers en kermisondememers en dergelijke beroepen. In de
opkomende schippersscholen van die jaren werden daarom de ouders
aangemoedigd om hun kinderen vrijwillig naar de internaatsscholen te
sturen. Er waren ook schippers die hun kinderen naar school stuurden
enkel tijdens de dagen dat ze in de omgeving van een lagere school lagen
en daarvan gebruikt maakten om hun kinderen zo nu en dan eens naar een
school te sturen. Dat was natuurlijk maar een noodoplossing en de
resultaten waren dan ook veel minder. Maar wie de kinderen naar een
internaat stuurde, hadden wel veel onkosten en voor de kinderen ( en de
ouders ) werd het een moeilijke tijd. Want in die beginjaren waren de
kinderen een gans schooljaar op internaat omdat de ouders soms vér
verwijderd aan 't varen waren. Zelfs tijdens de Kerst- en de
Paasvakantie was het voorzien dat de kinderen op het internaat bleven.
Dat was natuurlijk niet gezellig en het zorgde voor veel werk voor de
zusters en het personeel van de internaten. Het was wel voorzien dat de
ouders op bezoek konden komen als ze in de omgeving van een internaat
waren. Vooral trachtte men de zondag een bezoek te brengen...maar dat
lukte niet altijd en sommige kinderen zagen hun ouders een heel lange
tijd niet omdat die altijd op verre afstanden vaarden. Normaal gingen de
kinderen van hun 10° jaar tot hun 14° jaar op internaat. In vier jaar
trachtte men dan de leerlingen de nodige opleiding te geven zodat zij op
hun 14 ° jaar op het schip van hun ouders reeds de volledige hulp konden
bieden. Soms gebeurde het ( in vele gevallen zelfs - want er waren veel
gezinnen met talrijke kinderen ) dat de ouders een tweede schip kochten
om samen met hun kinderen te varen en dezelfde reizen te ondernemen_
Later werd dan dit tweede schip het schip van hun eerste kind dat huwde
en van dan af op eigen krachten door het leven ging varen! " Want
eenmaal schipper, altijd schipper! "
Om terug
te komen op de stichting van de schippersscholen. Te Brugge op de
Komvest opende het internaat zijn deuren op 16 september 1926.Maar de
kinderen kwamen zich maar langzaam inschrijven. Begin januari 1927 waren
er 38 leerlingen. Stilaan kwamen er toch steeds meer kinderen zich
aanbieden. Het schooljaar 1927-1928 begon met 52 kinderen.
Intussen
werden ook op andere plaatsen internaten opgericht. In Oostakker-Dorp
werd in 1930 een internaat opgericht voor jongens en meisjes. Het werd
al direct een succes. De school bestond maar tot 1940, omdat ze door de
bezetter werd in beslag genomen en na de oorlog niet meer kon ingericht
worden.
Intussen
werd in 1927 nog een schippersschool gesticht te Klein-Willebroek door
de pastoor Jules Janssens, geholpen door de zusters van de H.Vincentius
van Dendermonde. Dit werd een groot succes en bestond tot 1988. De
school lag in de dichte omgeving van het zeekanaal Brussel - Antwerpen
en was dus gunstig gelegen voor de binnenscheepvaart.
Zo had men
ook een schippersinternaat bij de Zusters van Hoboken die een van de
grootste scholen was. Maar ze ook al ( als schippersinternaat) rond de
jaren 1985. In Deurne ontstond er een officiële staatsschool die ook een
succes werd en nog bestaat. Ook in Bottelare, een deelgemeente van
Merelbeke, gelegen op de Schelde, was er een druk bezochte school.
Verder werden er in Wallonië ook schipperscholen gesticht die door veel
Vlaamse
kinderen werd bezocht en dat om twee redenen. Ten eerste de Vlaamse
schippers vaarden veel naar Frankrijk en passeerden dan voorbij de
scholen en ten tweede was het absoluut nodig dat de kinderen goed de
Franse taal leerden om hun man te kunnen staan in Wallonië en Frankrijk.
Ik noem de school van St. Ghislain die op een drukke vaarroute lag
tussen het zeekanaal Brussel -Charleroi en via St.Ghislain verbonden was
met de Schelde te Doornik en zo verder naar Frankrijk. Ook te
Mont-sur-Marchienne, gelegen op de Samber, was een er internaat, alsook
te Namen gelegen op de Maas. Dit laatste wordt geleid door een
zustercongregatie die nog regelmatig een oud-leerlingenreünie houdt.
Een bijzondere school was toch ook de schippersschool " Jean Debrucq "
die te Brussel werd ingericht door de provincie Brabant. De school was
tweetalig, en voor jongens en meisjes en wel was gericht op het
voorbereiden van de schipperskinderen op hun schippersberoep. De school
was een groot succes maar verdween toch in de jaren 1990...
Eigenlijk
moeten we zeggen dat de schippersinternaten een groot succes geweest
zijn en dat meeste kinderen de kans hebben gekregen om van het onderwijs
te kunnen genieten. Het is voor hun allen ook zeer nuttig geweest en het
is mede te danken aan deze schippersinternaten dat het schippersberoep
een beroep is geworden dat vlug vooruitging en zijn plaats in de
maatschappij waardig heeft ingenomen. Maar dat wil niet zeggen dat ALLE
kinderen schippers werden. Dank zij de goede opleiding waren vele
kinderen bekwaam om het middelbaar onderwijs aan te pakken en dank zij
hun opleiding andere richtingen in te slaan. Vele gingen in de
Havendiensten van de grote havens zoals Antwerpen, Gent, Luik e. a..
Andere vonden een plaats op de " overzetboten" op de grote stromen en
kanalen zoals de Schelde, het Kanaal Gent -Terneuzen e. a.
Intussen
hadden de schippersaalmoezeniers ook hun taak ernstig opgenomen en
werden in verschillende havens schippershuizen of kerkschepen ingericht.
De samenwerking tussen de verschillende havens werd steeds actiever en
er werd steeds naar gestreefd om de rechten van de beroepsschippers te
verdedigen en te verstevigen door het stichten van
schippersverenigingen.
Alhoewel de jaren, tussen de twee
wereldoorlogen een tijd van economische crisis was, werd er toch erg
hard gewerkt en was er vooruitgang in de binnenscheepvaart.
En toen kwam de 10° mei 1940! De tweede
Duitse wereldoorlog en voor de scheepvaart was dit het tweede signaal
voor een nieuwe D.R.B.... Juist dezelfde regeling zoals in 1914... er
was geen ontkomen aan en men werkte daarom op dezelfde manier als
vroeger. In elke haven was er een D.R.B. en moesten de schippers weer de
reizen uitvoeren die hen werden opgelegd. Het waren in vele gevallen
gevaarlijke ondernemingen omdat ze veel werden gericht naar de zeekusten
van Nederland, Belgje en Frankrijk omwille van de opbouw van de "Atlanta-wal
".
Erg was
het ook voor de schipperskinderen. Bij het begin van de oorlog werden
internaten gesloten. En als ze wat later weer opengingen, bleven veel
kinderen op het schip omdat de ouders verkozen hun kinderen aan boord te
houden in die gevaarlijke tijd. Zo kwam het dat veel kinderen tijdens de
oorlog hun onderwijs hebben gemist, want na vier - vijf jaar oorlog was
de tijd van het naar schoolgaan voorbij...
Eenmaal de oorlog voorbij kwam de
economische wereld tot een grote bloei waarin de binnenscheepvaart een
groot aandeel had. Vooral daar er steeds modernere en grotere schepen
werden gemaakt en de kleine
"
sleepschepen" verdwenen die met menselijke krachten, met paarden en
sleeptractoren werden voortgetrokken.
Alles was
anders dan voor de oorlog '40- '45... zelfs het protest om de D.R.B. af
te schaffen kwam niet ter sprake zoals na de eerste wereldoorlog 14-'
18...De oorlog was voorbij, de vijand was verdreven maar de D.R.B. bleef
bestaan tot 27 november 1998.
Dat is een
ander verhaal... (vervolg 3.)
Uit VOX Minorum
jg. 65, nr. 3, juli - september 2011
Aalmoezenier Sylveer Vermeulen
|
| |
|
11.
DE POOLSE GEMEENSCHAP VINDT DE WEG NAAR MEERSEL-DREEF |
| |
|
Ergens halfweg april,
op de vergadering van het Pastoraal Team gooide een van de leden de
vraag op tafel of het zou mogelijk zijn om in de maand mei een
Eucharistieviering te organiseren voor de Poolse gemeenschap. Deze idee
viel in goed aarde en we prikten hiervoor 8 mei uit. Alle mogelijke
middelen werden ter hand genomen want de tijd was kort en verwachtingen
groot. Onze Poolse medebroeders hadden beloofd in de viering voor te
gaan. Dit kon alleen maar de spanning vergroten.
We keken uit naar 8
mei. De weerman beloofde mooi weer en zo was het ook. Dat was een groot
pluspunt. De viering zal doorgaan om 14.00 uur. Kort na de middag kwamen
de eersten toe en van dan af werd het een stroom van Polen die het Park
inpalmden. Bij de ingang van de grot werden 300 blaadjes uitgedeeld met
Poolse liederen. Te weinig om iedereen een blaadje te geven. Ook vele
Dreveniers mochten we verwelkomen. Iedereen was benieuwd.
Voorgegaan door onze
drie Poolse medebroeders werd het een doorleefde viering. Danusia, een
Poolse dame met een gouden stem trok heel de Poolse gemeenschap op gang.
Allen luisterden aandachtig naar de predikant. Bij de vredewens kon je
de vreugde en genegenheid voor elkaar zien en voelen. Het Marialied om
af te sluiten was als een nationaal lied dat met veel eerbied en
enthousiasme gezongen werd. In de speeltuin kwamen de kinderen aan hun
trekken en voor de Polen werd het een gelegenheid om elkaar te ontmoeten
en elkaar beter te leren kennen.
Weldra kwam er een
nieuwe aanvraag: Zou het mogelijk zijn om op Pinksterdag weer een Poolse
viering op te bouwen? Het nieuws en de uitnodigingen werden verspreid.
Een van onze Poolse medebroeders, P.Marcin, beloofde aanwezig te zijn,
de twee anderen waren belet. Het was weer een schot in de roos! Naar
schatting waren er 450 ŕ 500 Poolse aanwezigen, veel meer dan in de
meiviering. Dus toch wel een invulling van een tekort dat leeft bij de
Poolse gemeenschap. Men had zelfs gevraagd om de gelegenheid tot
biechten te geven. Fr. Marcin stelde zich daarvoor ter beschikking en
tot dat de viering begon maakte men er dankbaar gebruik van. Met een
dankwoordje, dat werd vertaald door Danusia, besloten we deze viering.
Met een daverend applaus betuigden de mensen hun dank voor deze
vieringen.
P.Luk.
Aanvankelijk keken we
met een beetje bezorgdheid uit naar de meimaand met zijn drukte en zijn
bedevaarten. P. Jan van Boxel die nog altijd onze betrokkenheid en
bezorgdheid meedraagt, maar afgewisseld in het ziekenhuis te Turnhout of
in ons klooster te Herentals vertoefd o.w.v. de verzorging die wij te
Meersel-Dreef niet kunnen geven. Anderzijds is onze broeder Xavier nog
niet helemaal zoals vroeger ofschoon hij zijn uiterste best doet. Met
zijn mobieltje snort hij naar het park. Met zijn nummerplaat: “B.X-A-4”
is hij overal herkenbaar. Om hem niet te veel te overlasten spraken we
Wim aan. Deze lieve man heeft enkel maanden geleden afscheid genomen van
zijn lieve vrouw. Samen met br. Xavier hebben zij zorgen voor het altaar
op zich genomen. Dit is wonderwel gelukt, tot vreugde van beiden.
Het kerkelijk leven
vermindert op vele plaatsen maar de toeloop naar de bedevaartplaatsen
vermeerdert. Dit mochten wij in de voorbije meimaand weer ondervinden.
Gedurende de meimaand hebben meer dan 100 groepen Meersel-Dreef bezocht
en gebeden bij de grot.
Bij het begin van de
meimaand maakten wij een lijst van de bedevaarten met dag en uur. Elke
medebroeder mocht zijn naam invullen waar de groep geen priester of
pastorale werk(st)er meebracht. Dit verliep wonderwel. Voor de tweede
helft van mei waren er dit jaar veel groepen die een voorganger
meebrachten, wat het werk voor ons verlichtte. Zo hadden we een drukke,
maar toch een heel mooie meimaand. De bedevaarten zijn nog niet over,
maar in de zomermaanden komen de groepen meer gespreid en met een beetje
geluk redden we het best. Meersel-Dreef blijft als het “Lourdes van de
Noorderkempen” zijn aantrekking behouden. Zowel in Nederland als in heel
België krijgt het meer en meer bekendheid. We kregen zelfs een groep van
ergens uit het Brusselse, van Gent en van Hasselt. Meersel-Dreef leeft
en zal blijven leven!
Overgenomen uit VOX
MINORUM jg. 65 nr. 2 |
| |
|
12. UIT DE LAATSTE
BESTUURSVERGADERINGEN |
|
Overgenomen uit VOX
MINORUM jg. 65 nr. 2 |
|
In de
bestuursvergadering van mei
was mevr. Tine Grolus, de stafmede-werkster uitgenodigd. (meer over haar
kan men lezen in het laatste nummer van Handdruk). Zij heeft toegelicht
waar ze mee bezig is en welk project er aan het groeien is. Het bestuur
had een positief aanvoelen bij haar presentatie.
In de
bestuursvergadering van 21 juni
heeft het bestuur de globale situatie van onze provincie bekeken en zich
afgevraagd welke beslissingen zich zeker opdringen en over welke
onderwerpen het komend kapittel een beslissing zal moeten nemen. Het
beraad zal verder gezet worden in de volgende bestuursvergadering
Even kijken naar de
leeftijd
van de provincie leert al heel veel.
Eind december 2011
zal de leeftijd van de medebroeders er als volgt uitzien
(gesteld dat er
geen medebroeders meer zouden sterven)
85 jaar en ouder
: 8
80 -84 jaar
: 18
75-79 jaar
: 11
70-74jaar
: 15
65-69jaar
: 4
60-64jaar
: 1
55-59jaar
: 0
50-54jaar
: 1
40-49jaar
: 0
35-39jaar
: 1
30-35jaar : de drie Poolse medebroeders
In deze cijfers zijn
de twee medebroeders-missionaris in Pakistan inbegrepen en ook Luc
Vansina die in de vice provincie in Congo werkt.
Deze medebroeders
bewonen 7 huizen:
Antwerpen, Brugge, Herentals, Hoogstraten, Ieper, Izegem en Schaarbeek.
Duidelijk is dat we al deze huizen niet kunnen blijven bewonen.
We hebben nog 7
kerken (Aalst, Antwerpen, Brugge, Herentals, Hoogstraten, Ieper en
Izegem). Die kunnen we niet meer allemaal blijven bedienen. Wat doen we
er mee? Het bestuur zal bv voor de kerken van Izegem en Aalst vragen of
het bisdom voor hen een functie voorziet in het beleid van het bisdom.
Duidelijk is voor het
bestuur alvast dat het belang wil hechten aan het doorgeven van de
franciscaanse spiritualiteit, verder de zorg voor bejaarde medebroeders
op punt wil stellen, niet wil talmen met het overdragen van het archief
aan het KADOC.
Museale functie
klooster Meersel-Dreef.
Archtiect Gerd
Mertens diende een bouwaanvraag in om aan de vleugel van het klooster
die door de VZW De Elegast gebruikt werd, de nodige aanpassingen te
kunnen doen, zodat deze vleugel zelfstandig kan functioneren. Deze
bouwaanvraag werd geweigerd omdat we niet voorafgaandelijk het advies
hadden ingewonnen van de dienst Monumentenzorg. Een vergadering ter
plaatse met iemand van Monumentenzorg leerde ons dat die persoon ook
veel problemen maakte, niet alleen tegen veranderingen aan de
buitenkant, maar ook tegen de interne herschikking van ruimten.
Het bestuur wacht nu
op het geschreven advies van deze ambtenaar, om te beslissen wat er
verder dient te gebeuren.
 |
|
13. ONTMOETING
MET DE ZUSTERS CLARISSEN |
| Ontmoeting met de zusters Cllrissen van Zonnelied Oostende op 10
augustus 2011, de vooravond van het feest van de H. Clara |
|
|
14.
DIERENZEGENING IN
DIERENASIEL TE IEPER |
|
Op zaterdag 27 en zondag 28 augustus 2011 had in
het dierenasiel te Ieper een opendeurdag plaats.
Op zondag 28 augustus mocht pater Boni de honden en
de katten zegenen. Hij deed het in de geest van Franciscus van Assisi.
Hij dankte ook het personeel en de vele vrijwilligers van het
dierenasiel. Hij loofde hun inzet en toewijding. Hij dankte eveneens
alle aanwezigen die met hun dieren gekomen waren.
Hier enkele sfeerfoto’s: |
| |
15. INTERVIEW MET RAFAL CHWEDORUK
Uit HANDDRUK
nr. 3 september 2011, van jg 41
|
 |
|
 |
|
 |
| |
|
16. PROVINCIEDAG 14
SEPTEMBER 2011 |
| |
Op woensdag 14 september 2011, het feest van de Kruisverheffing,
kwamen we samen te Brugge voor onze halfjaarlijkse provinciedag.
Van Palmzondag dit jaar tot 10 augustus volgend jaar, feestdag van
Clara, wordt 800 jaar Clarissen gevierd. Het lag dus voor de hand
dat we in dit jubeljaar onze provinciedag in het teken van Clara van
Assisi plaatsten.Zuster Elisagbeth Schonken, Claris van Sint-Truiden
, sprak ons in de voormiddag over de persoon van Clara. En in de
namiddag gaf ze ons een persoonlijk verhaal over haar roeping en haar
huidig leven als Claris.
Vanaf 9.30 uur hebben we elkaar ontmoet bij
een kopje koffie:
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
| Om 10 uur hadden we het
gebedsmoment: |
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
| |
|
 |
|
|
| |
|
|
|
|
Om 10.30 uur bracht zuster Elisabeth ons de
kennismaking met Clara
Zij belichtte het volgende: CLARA DOORHEEN HAAR GESCHRIFTEN
Korte terugblik op de groei en ontstaan van het
clarissenleven
Franciscus en Clara
Enkele hoofdaccenten bij Clara
Jezus Christus - evangelie
begin van haar regel:
De levensvorm van de orde van de arme zusters, die de zalige Franciscus
heeft ingesteld, is deze:
het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus onderhouden: leven in
gehoorzaamheid,
zonder eigendom en kuisheid. (Reg. Cl, 1-2)
Kijken - schouwen - aanschouwen
Armoede - de binding aan Franciscus en de broeders -
samen als zusters
Judith De Grijs komt in haar scriptie tot de duidelijke vaststelling dat
de "Kern die bij Clara steeds, heel konsekwent op
de voorgrond treedt is:
- de allerhoogste armoede in navolging van de gekruisigde Christus
- de binding aan Franciscus en de broeders
- de gemeenschap van de zusters (het 'samen')
Nederigheid
Liefde
Slot
Samen met Clara bid en wens ik ons allen toe:
Ik zegen u tijdens mijn leven en na mij dood zoveel ik kan en meer dan
ik kan met al de zegeningen waarmee de Vader
van alle barmhartigheid (2 Kor. 1,3) zijn zonen en dochters gezegend
heeft en hen nog zal zegenen in de hemel en op aarde
en waarmee een geestelijke vader en moeder hun geestelijke zonen en
dochters gezegend hebben en nog zullen zegenen.
Amen.
Wees mensen die altijd uw ziel en de ziel van uw zusters liefhebben. En
wees er altijd bezorgd voor te onderhouden wat u
aan de Heer hebt beloofd. De Heer zij altijd met u en wees toch altijd
met Hem. Amen (ZegCl 11-16)
Namiddag: GETUIGENIS - WAT BOEIT MIJ BIJ
CLARA - GESPREK |
| |
|
|
|
|
Om 11.30 uur vieren we
samen eucharistie waarin br. pvrovinciaal, Adri Geerts,
voorging.
|
Verwelkoming
Wij zijn hier samengekomen om
een vrouw te gedenken die in al haar
grootheid zo eenvoudig is gebleven dat zij nu bijna vergeten lijkt:
Clara van Assisi,
Zij
was een adellijk meisje uit de
Middeleeuwen. Aangestoken door de
geestdrift van haar stadgenoot Franciscus van Assisi, wijdde de 18-jari-
ge Clara zich in 1212 helemaal aan het ideaal van de volstrekte
armoede; legde zij in zijn handen haar kloostergeloften af en liet zich
door hem met het boetekleed omhangen.
Het klare, heldere licht van
deze vrouw straalde
over de kloostermu-
ren heen tot voorbij de grens
van
Italië. En zelfs nu is haar
glanzende
licht nog niet gedoofd.
Mensen zoals Clara hebben zich
op de wezenlijke uitgangspunten
van
hun leven ten
diepste laten begeesteren door het evangelie: in luiste-
rende stilte ten bate van Gods stem, in vurig gebed om de goede koers
en het kritische volhouden, in solidariteit met heel de schepping.
Openingsgebed
Vader, Uw zoon was de zaaier
van vreugde in het leven van de
Heilige Clara. Wij danken U omdat Gij ons geholpen hebt om stap
voor
stap, onder haar hoede, de weg
te gaan die Uw Zoon in het licht
van de Heilige Geest voor ons uitgestippeld heeft. Laat zoveel liefde
niet tevergeefs aan ons besteed zijn. Open ons hart voor het geloof,
dat niets ons voortaan van U kan scheiden en dat zelfs onze onwil Uw
liefde niet ongedaan maakt, die zo overmachtig verschenen is in Jezus
onze Heer. AMEN.
Eerste lezing:
uit het Testament van de
Heilige Clara.
Ik geef in de Heer Jezus Christus
aan al mijn zusters die er nu
zijn en die zullen komen
de vermaning en aansporing
dat zij er zich altijd op
toeleggen
de weg van de heilige eenvoud,
nederigheid en armoede na te volgen
en ook aan de aard van onze
heilige levenswijze
te beantwoorden.
Zo hebben wij dit vanaf het
begin van onze bekering
van Christus en van onze
zalige vader Franciscus geleerd.
Daardoor zal de Vader van alle barmhartigheid,
niet door onze verdiensten
maar alleen door zijn
barmhartigheid
en de genade van zijn vrijgevigheid,
de geur van onze goede naam
verspreiden
zowel voor hen die veraf zijn
als voor hen die dichtbij
zijn.
En omdat gij door de liefde
van Christus elkaar liefhebt,
zult gij die liefde die gij in u hebt
metterdaad naar buiten toe
tonen;
door dit voorbeeld
aangemoedigd
zullen de zusters voortdurend
groeien
in de liefde van God en in de
wederzijdse liefde.
Opdat de Heer zelf die het goede begin gegeven heeft
de groei zal geven
en Hij ook de uiteindelijke
volharding zal geven.
Dit geschrift laat ik u na,
opdat het beter onderhouden
zal worden.
Het is een teken van de zegen van de Heer
en van onze zalige vader Franciscus
en van de zegen van mij, uw
moeder en dienares.
IN HET SPOOR VAN CLARA,
DE LICHTENDE
"Gezegend
zijt Gij,
Heer,
om
onze
zuster
Clara,
want door
haar straalt uw Licht
in onze
harten"
Paul Saba tier
HEER,
VERVUL
ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA,
DE
LICHTENDE
Schenk ons,
Heer,
een open en zuivere
geest
en maak ons ontvankelijk voor het Woord;
zodat Christus
meer en meer onze weg
mag worden
naar het ware Licht en het Leven.
HEER, VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA, DE LICHTENDE
Schenk
ons,
Heer,
doorheen ons dagdagelijkse leven Christus licht;
zodat
wij mogen zien waar
het in feite op aankomt,
om vol geloof en vervuld van vreugde
te getuigen van Hem
en velen te leiden
naar het ware Licht.
HEER,
VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA,
DE LICHTENDE
Schenk ons,
Heer,
dat wij lichtdraagsters zijn
in de geest van Clara
en Franciscus
zodat we Christus' licht
uitdragen
en Zijn Rijk zich moge
vestigen
onder hen die dichtbij zijn
en bij hen die veraf zijn.
HEER,
VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA,
DE LICHTENDE
Vader
van alle barmhartigheid,
Gij hebt in uw overvloedige
genade
uw licht doen stralen
in het leven van de H.Clara.
Wil ook ons vervullen met uw genade
opdat wij uw licht verspreiden
in de Kerk van onze dagen,
die
-
evenals acht eeuwen geleden
-
verkwikking nodig heeft,
belangeloze liefde en geduld.
Dat
vragen wij
U,
door
Jezus
Christus
uw veelgeliefde Zoon
en
onze
Broeder,
op de weg ten leven.
AMEN.
|
|
 |
|
 |
|
|
| |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
|
| |
|
|
|
|
| Het werd
een aangenaam en smakelijk middagmaal dank zij de kokkin en de
gemeenschap van Brugge: |
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
|
| |
|
|
|
|
In de
namiddag bracht zuster Elisabeth een persoonlijk en sterk
inhoudelijke getuigenis over haar Claris zijn onder de titel:
"Getuigenis - wat boeit mij Clara"
Wij broeders werden door haar uitgenodigd vanuit haar
levensgetuigenis ook ons getuigenis te delen met elkaar. |
| |
|
 |
|
|
| |
|
|
|
|
| Bij de
klassieke taart namen we afscheid van elkaar: |
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
|
|
|
17.
DE KAPUCIJNEN UIT WEST-VLAANDEREN VIERDEN HET SINT-FRANCISCUSFEEST IN
HET KLOOSTER VAN BRUGGE |
|
|
|
18.
BEZOEK AAN DE KAPUCIJNENTENTOONSTELLING TE BOURBOURG
Uit VOX Minorum
jg. 65, nr. 3, juli - september 2011
Kapucijnententoonstelling te Bourbourg

Enkele maanden geleden telefoneerde me Zuster Consolata,
de Ancilla van de Kapucinessen van Bourbourg, of ik wilde meewerken aan
een tentoonstelling van de kapucijnen te
Bourbourg, ter gelegenheid van de
opening van de 'Quai des Capucins', een wooncomplex op het vroegere domein van de Kapucijnen. U
moet weten dat er vóór de Franse Revolutie in
Bourbourg, toen Frans Vlaanderen, een kapucijnenklooster
was nl. van 1621 tot 1791. Op het
domein van de kapucijnen werd
nu een wooncomplex gebouwd en voor de opening van dit complex
werd in de kapel van de Kapucinessen een
kapucijnententoontstelling
georganiseerd. Veel mensen van Bourbourg weten immers niet meer
dat er meer dan twee eeuwen geleden
daar kapucijnen woonden. Om hen
opnieuw daarvan bewust te maken, werd
deze tentoonstelling opgezet.
De grote dag brak aan, 21 mei, en van de burgmeester van
Bourbourg kregen we een vrijgeleide om de auto te parkeren
voor het kapucinessenklooster. Alleen genodigden mochten
die dag daar parkeren! Er waren heel wat genodigden o.a. Pater Michel,
Waalse kapucijn, de Heer Pierre Morachini,
huidige verantwoordelijke voor de
kapucijnenbibliotheek in de
rue Boissonade te Parijs, de Heer F. Bassemon, burgemeester van
Bourbourg, verantwoordelijken van de stedelijke diensten, en zoveel
anderen.
Om
10.30u liep de kapel vol en er werd door de Heer
Tomasek,
doctor in de Kunstgeschiedenis een conferentie gegeven, met enkele
lichtbeelden, over de kapucijnen te
Bourbourg. Zeer interessant! Daarna trok het gezelschap
naar
het wooncomplex voor de officiële opening. Een lint
werd
doorgeknipt. lk kreeg van de burgemeester eveneens
een
stukje lint in de Franse driekleur, en we bezochten op
het
domein twee woningen, een één-familiewoning en een
andere
woning in een groter geheel. Daarna zetten we koers
naar
een splinternieuw zalencomplex voor nog enkele
speechen van bouwsponsors en architecten. We dronken er
de
erewijn en aten een belegd broodje. Daarna waren
enkelen uitgenodigd bij de Kapucinessen voor het
middagmaal: Mgr Delepoulle, priester Leroux, Marcel van de
franciscaanse lekenorde, Pierre Morachini en ikzelf. De
Waalse kapucijn Michel was reeds naar huis vertrokken.
Hoe ziet de tentoonstelling er uit en wat is de bijdrage van
het kapucijnenarchief te Antwerpen?
Voor de bezoekers ligt er een foldertje klaar om beter de
tentoonstelling te kunnen volgen. Langs de zijmuren van de
kapel zijn grote panelen opgesteld met
daarop allerlei gegevens en prenten. Het begint met de voorstelling van
enkele gekende figuren uit de
Franciscaanse geschiedenis: Franciscus van Assisi, Antonius van Padua,
de heilige Clara, Pater Pio,
Madame Maes- de Taffin, de stichteres van de
Zusters van Boetvaardigheid van
Bourbourg, nu Kapucinessen
genoemd. Op een ander paneel vind je de hervormingen van
de Franciscaanse Familie om precies te weten waar de Kapucijnen
thuishoren.
Je vindt er de inplantingen van vóór de Franse Revolutie van
de kapucijnen in Vlaanderen en
Wallonië. Daarna volgt op een
paneel een tekening van het klooster van Bourbourg en
een oud stadsplan met de aanduiding
van de juiste inplanting van
het klooster.
Wat rest er nog van de kapucijnen te Bourbourg?
Dat vind je dan weer op een volgend paneel. In de hoofdkerk
van Bourbourg is er een glasraam waarop kapucijnen staan
afgebeeld. In de omheiningsmuur van
het bejaardentehuis 'Fondation Schadet Vercoustre', vroeger een
stuk omheiningsmuur van het
kapucijnenklooster, staat in een nis
een Heilig Hartbeeld met daarachter
een gedenksteen voor vijf
Kapucijnen, die pestlijders verzorgden en aan die ziekte
overleden.
Het hoofdaltaar, alsook de houten lambrizering van het
presbyterium van de kapucijnenkerk, is bewaard in een
naburig dorp: Craywick. In deze kerk
is ook een levensgrote houten
Serafijn aanwezig. Dan zie je de officiële affiche van
de opening van de 'Quai des Capucins'.
Nu volgt de bijdrage van de Vlaamse Kapucijnen. Op twee oude eiken tafels van
ons klooster te leper zijn allerlei
aarden voorwerpen te zien, die de broeders gebruikten bij de
maaltijden. Op de tweede tafel:
houten, aarden en koperen voorwerpen uit de keuken.
Vooraan tussen de twee eiken tafels
zie je hoe de kapucijnen
gekleed waren: habijt, mantel, sandalen, koord, paternoster.
Er staan ook enkele houten
kandelaars. Je moet weten dat
de kapucijnen, omwille van de armoede, geen metalen kandelaars
mochten gebruiken.
Aan de andere zijde zijn, eveneens op panelen, kopieën van
gravuren te zien, die het dagelijks leven van de kapucijnen voorstellen.
Tussen het eerste en het tweede paneel staat
het Kapucijnenkruis, afkomstig uit
ons klooster van leper. Het is een houten kruis met de
passie-instrumenten, dat geplant werd op het domein, waar een
kapucijnenklooster zou gebouwd worden. Wat verder merk je een ratelaar,
typisch kapucijneninstrument om de
broeders naar het koor te roepen. Daaronder zijn twee
steengravures te zien met
voorstellingen van het koor en de refter te Brugge. Verder
kan je nog een dodenberrie bewonderen met de uitleg erop hoe een
kapucijn begraven werd en je ziet er ook nog een schilderij met de
opgebaarde laatste kapucijn van vóór de Franse Revolutie en een jonge
medebroeder, de eerste van na de
Franse Revolutie, die bij de overledene de dodenwake houdt.
In twee glazen kasten zijn enkele oude documenten tentoongesteld: Regel
en goedgekeurde Constituties met
zegel van Rome en van de bisschop van St. Omer (1614),
Ceremoniales, Toelatingen om het klooster in Bourbourg te
mogen bouwen enz.
De tentoonstelling was open van 24 mei tot 13 juni. Er was
altijd bewaking en de bezoekers kwamen niet in grote
hoeveelheden, maar als de
tentoonstelling open was, was er
wel regelmatig iemand, die kwam
kijken. De geschiedenis van
Bourbourg, met zijn kapucijnenklooster, staat weer in de
belangstelling.
A. Desplentere, kapucijn
|
|
Met 22 minderbroeders en 5
kapucijnen uit Vlaanderen hebben we een verdiepingreis gedaan rond de
oorspronkelijke franciscaanse plekken in Umbrië. We logeerden in Hotel
Franco Antonelli, ongeveer recht tegenover de basiliek in S. Maria del
Angeli. Het was elke dag zeer zonnig weer, het eten was prima en we
hebben er geslapen als rozen.
Vandaar uit hebben we Assisi zelf
bezocht (op 6 km afstand) met de bekende kerken van San Francesco, Santa
Chiara, San Rufino en San Stefano. We hadden in ons gezelschap zeer
goede gidsen die net iets meer vertelden dan wat een toerist wil horen
om er toch iets over te weten. Fresco’s werden grondig uitgelegd, de
historie van gebouwen werd nader verklaard en de betekenis ervan om het
leven van Franciscus (1181-1226) beter te verstaan kwam duidelijk naar
voren. Daardoor hield onze reis het midden tussen een bedevaart en een
kunsthistorische rondleiding.
Rond Assisi bezochten we San
Damiano, de plaats waar Franciscus de stem hoorde om de kerk die op
invallen stond, weer op te bouwen. Nadat hij het eerst letterlijk had
gedaan, mocht hij als leider van vele broeders die in zijn voetspoor het
evangelie wilden beleven, een spirituele beweging vorm geven tot
‘wederopbouw’ van de middeleeuwse kerk. In de Carceri proefden we de
sfeer onder de eerste broeders: een leven in grotten om de geheimen van
God te overwegen en ze dan in alle ootmoed en vrijmoedig te preken aan
de mensen op de marktpleinen van de Umbrische stadjes.
Ten noorden van Assisi bezochten we
La Verna, de berg waar Franciscus tegen het einde van zijn leven de
wondetekenen (stigmata) van Christus kreeg ingedrukt in handen, voeten
en zijde. Dit werd het ultieme teken van zijn grote
Christus-verbondenheid. Daardoor kreeg die verbondenheid een hoogtepunt
in een gelijkvormigheid met de lijdende Heer. In de buurt van La Verna
ligt een oud camaldulenzenkloostertje, Monte Casale. Franciscus kreeg
het en verbleef er vaak. In de 16de eeuw werd het bezit van
de kapucijnen. Het is voor hen het enige klooster waar Franciscus heeft
gewoond en dat nog stamt uit de tijd van Franciscus. Alle andere
‘franciscaanse’ gebouwen in Umbrië worden nu bewoond door minderbroeders
en conventuelen.
In het Rieti-dal bezochten we
Greccio waar Franciscus op en zodanige manier kerstmis vierde dat wij er
onze kerststal aan te danken hebben. In Fonte Colombo (de duivenbron)
schreef Franciscus aan zijn regel die hij ‘levensvorm’ noemde. En in La
Foresta maakten wij kennis met een wellicht nieuwe toekomst voor deze
zeer stijlvolle oude gebouwen. Want het klooster wordt nu gebruikt als
afkickcentrum voor drugsverslaafden.
Voor mij was dit de vijfde keer dat
ik in Assisi en omgeving was. Drie indrukken behoud ik van deze reis.
Allereerst: dat Franciscus en zijn eerste broeders altijd weer grotten
en rotsspleten opzochten om tot levensverdieping te komen, maar meer nog
om hun persoonlijke verbondenheid met God intens te beleven. Latere
generatie hebben er kapelletjes omheen gebouwd en nog later werden het
kloostertjes. Ten tweede: de huidige minderbroeders die al deze plekken
proberen in stand te houden, besteden veel aandacht aan een goede opvang
voor de pelgrims en maken van hun franciscaanse plek een oord van
gastvrijheid en evangelische verkondiging.
Ten derde: in 1997 werd Assisi
getroffen door een aardbeving. Assisi wankelde en werd jarenlang staande
gehouden door ijzeren stellingen. De mensen logeerden in containers in
de vlakte buiten Assisi. De heropbouw heeft Assisi mooier gemaakt. Het
is een wondermooie plekje geworden waar de toerist nog wel zijn gading
vindt in kraampjes en waar vooral de pelgrim Gods schoonheid mag
bewonderen in de vele artistieke werken die de kunstenaars in hun sobere
winkels ten toon spreiden. Franciscus was een levenskunstenaar. Assisi
nu is een stad van de ‘arte’, van de schoonheid van ons geloof.
Klaas Blijlevens
Uit VOX Minorum
jg. 65, nr. 3, juli - september 2011
|
| |
|
Wie de laatste weken in de zondagsvieringen aanwezig was, zal het al wel
weten: pater Walbert krijgt een nieuwe opdracht en verlaat dus
binnenkort onze eenheid Kerkebeek. Hij wordt vanaf 1 september
verantwoordelijke voor de pastoraal in Watermaal-Bosvoorde
en Oudergem, waar hij priester Guido Kayaert opvolgt, die met pensioen
gaat. En vermits hij daar een huis ter beschikking krijgt, gaan zijn
medebroeders met hem
mee. We wensen hem nu reeds het allerbeste toe in zijg' nieuwe
parochiegemeenschap.
En nu, bij ons?
We mogen ons gelukkig prijzen! Ook in Kerkebeek is een opvolger
aangesteld. De nieuwe medeverantwoordelijke voor het Nederlandstalig
pastoraal in de eenheid Kerkebeek is pater Guy Kibete, OMI (ofte pater
Oblaat van Maria). Van in 2005 was pater Guy parochieverantwoordelijke
in Diest. Samen met enkele confraters kwam hij uit Congo naar België om
missiewerk te verrichten in ons land. Gezien het dalende aantal
priesters mogen we dus blij zijn met zijn inzet. We willen hem dan ook
van harte welkom heten in onze eenheid.
Uit VOX Minorum
jg. 65, nr. 3, juli - september 2011
|
| 21.
De fraterniteit van Schaarbeek verhuist
Onze medebroeder Walbert Defoort kreeg vanuit het bisdom
via vicaris Herman Cosyns de vraag of hij de taak wilde aanvaarden om
als verantwoordelijke voor de pastorale eenheid
Oudergem-Watermaal-Bosvoorde te werken.
Dat was natuurlijk niet ‘zomaar’
een vraag. Want ja-zeggen hield veel consequenties is. De kleine
frraterniteit zou met de medebewoners van hun huis, moeten verhuizen
naar Watermaal-Bosvoorde. Een voordeel zou wel zijn dat ze daar gratis
in de pastorij kunnen wonen terwijl ze nu een aanzienlijke huur moeten
betalen.
De vraag werd besproken en Walbert
en Gust hebben besloten om op de vraag in te gaan.
Walbert nam op 28 augustus afscheid
van de pastorale eenheid waar hij nu werkte en zijn aanstelling zal
plaats vinden op zaterdag 3 oktober om 18.00uur in de kerk O.L.Vrouw van
Blankendelle, Heldenlaan 32 in Oudergem.
In de tweede helft van september
verhuizen Walbert en Gust naar hun nieuw adres:
Terugdrift 71
1170 Watermaal-Bosvoorde
We melden hierbij ook dat een
Poolse medebroeder Tomasz Mantyk die een semester in Leuven komt
studeren in het kader van een uitwisselingsprogramma, bij hen zal wonen.
Hij komt aan op 22 september.
Uit VOX Minorum
jg. 65, nr. 3, juli - september 2011
|
|
22.
INTERVIEW MET PATER PROVINCIAAL ADRI GEERTS |
|
Uit HANDDRUK
nr. 3 september 2011, van jg 41




|
|
23. IEDER
VOGELTJE ZINGT ZOALS HET GEBEKT IS... |
|
Uit
HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41


|
|
24. MUSICAL KAMP VAN HET
FIORETTIKOOR |
|
Uit
HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41

 |
| |
| 25.
Herdenking van pater Ladislas Segers uit Zondereigen
Uit VOX Minorum jg. 65, nr. 4
oktober-december 2011
Zondag 13 november
was de afspraak. Een twintigtal mensen uit Zondereigen hadden zich
aangekondigd om de sterfdag te herdenken van onze medebroeder Pater
Ladislaus Segers die 50 jaar geleden in Canada overleden is. In plaats
van twintig mochten we er meer dan het dubbel verwelkomen, tot grote
vreugde van de organisatoren. De organisatie ging uit van de
heemkundekring van Zondereigen, met name Herman Janssen, Monique Segers
en Hild Segers.
Voor een bezoek aan
de kerk en het klooster verzamelden ze eerst in de kerk. Ze hoorden
graag de historische achtergrond van de kapucijnen in ’t algemeen en de
kapucijnengeschiedenis van Meersel-Dreef waar P. Ladislaus thuis mocht
zijn. Vol aandacht luisterden ze naar een stukje franciscaanse
geschiedenis. Met een korte rondleiding in de pandgang sloten we af om
in de grote refter een voorstelling te bekijken over het leven van
P.Ladislaus. Aan de hand van vele foto’s, genomen in Canada op de
plaatsten waar hij geleefd en gewerkt heeft, gepaard met de nodige
uitleg over zijn leven, konden we toch een mooi beeld vormen van onze
confrater, die toch een van de pioniers was in Canada. Op de tafels
rondom lagen allerhande geschriften, foto’s en prenten te kijk. Een
mooie verzameling.
Ter gelegenheid van
deze herdenking had de heemkundekring een herinneringkaart uitgegeven
waarop een foto van een glasraam met zijn afbeelding, in de kerk van
Blenheim, Canada. Een ander foto met P.Lasislaus op de grote slee,
getrokken door twee paarden, geeft een eigen beeld van toen in het koude
besneeuwde Canada. Dit beeld is eveneens uitgewerkt in het glasraam in
de kerk van Zondereigen. Tenslotte het gedachtenisprentje van zijn
overlijden. Hij is zeker een groot missionaris en pionier geweest in
Canada. Nu leeft hij nog voort in de familie en bij vele mensen die hem
nog gekend hebben in Canada. Onder de aanwezigen bij deze herdenking
waren nog drie familieleden voor wie P.Ladislaus de “nonkel pater” was
en nog heel wat anderen die ook nog verdere familiebanden hadden.
Op zijn gedachtenis
prentje lezen we:
-
Eerwaarde
Pater Ladislaus.
-
Geboren te Zondereigen 1890;
-
getreden in de orde van de Minderbroeders-Kapucijnen, 1909;
-
Brancardier in het Belgisch leger 1914-1918;
-
priestergewijd 1920;
-
naar Canada vertrokken 1927;
-
overleden zaterdag 19 augustus 1961. Hij Ruste in vrede
|
|
26. IEPER: NIEUW PLEINTJE VOOR DE KERK - NIEUWE CAPUCIENENSTRAAT |
|
Uit VOX Minorum jg.
65, nr. 4 oktober-december 2011
Uit het parochieblad 21.09.2011
Pleintje voor de
kerk. Het pleintje voor de kerk in de vernieuwde Capucienenstraat
beantwoordt helemaal aan de visie van onze kerkgemeenschap.
1. Het pleintje
voor de kerk ademt openheid. De kerk staat symbool voor
openheid. Geen struiken of muren, niets mag er in de weg staan om mensen
bij God en bij elkaar te brengen. Bij de oprichting van de parochie in
1958 had pater Herman reeds van de hele grote omheiningsmuur een klein
muurtje en struiken overgehouden. Ook dit alles werd nu weggenomen. Het
open pleintje nodigt uit om binnen te treden in een kerk, een open
ruimte waar God mensen tegemoet komt en mensen aan God kunnen
toevertrouwen wat hen bezig houdt: vreugde en pijn. Binnenkomen in die
open ruimte waar heiligen zoals Maria, een H. Antonius, een pater Pio en
anderen teken zijn van betrokkenheid op mensen. Een ruimte waar mensen
tot rust komen, even op adem komen en krachten opdoen om te leven vanuit
de blijde en bevrijdende boodschap van het evangelie.
2. Het pleintje
voor de kerk zoals heel de vernieuwde Capucienenstraat
staat ook symbool voor ontmoeting. Er staan banken om te rusten,
tijd maken voor een babbeltje. De straat en het pleintje helpt ons de
onthaasting te beleven. Als kerkgemeenschap willen we elkaar ontmoeten
als broer en zus. Bidden christenen niet tot God als Vader? Als we God
Vader noemen dan zijn we toch broer en zus voor elkaar. Als
kerkgemeenschap hebben we respect en eerbied voor elkaars overtuiging.
Vanuit ons geloof en beleefde liefde hopen we met allen te kunnen bouwen
aan een gemeenschap waar het heel goed is om samen te wonen.
Verscheidene ondernemingen hebben elk met hun eigenheid letterlijk en
figuurlijk hun steentje bijgedragen tot de vernieuwing van de straat.
Samenwerken doet wonderen. De steentjes voor de kerk werden gelegd door
twee Vlamingen en twee Roemenen in een eerste ploeg en door een Roemeen
en een Vlaming in de afwerkingfase, als dat geen vorm is van
internationale samenwerking. Als wereldkerk mogen we wereldwijd de
Blijde Evangelische Boodschap van Jezus uitdragen als bron van vreugde
en zin van elk mensenleven.
Uit het
parochieblad 05.10.2011
Inhuldiging
“Vernieuwde Capucienenstraat” Op die zaterdag 24 sept. was het een
heerlijke zomerdag in de herfst. Onder een stralende zon werd om 14 u de
straat ingefietst.
Bij de
meer dan tweehonderd fietsende kinderen van onze Capucienenschool
begeleid door ouders, leerkrachten en directeur was de dankbaarheid om
de veilige en mooie straat goed te merken. We danken om hun aanwezigheid
en hun waardering voor het geleverde werk: minister Crevits, de
burgemeester Luc Dehaene, schepen Jef Verschoore, de andere schepenen,
voorzitter van het OCMW, en zeker de politici uit de straat senator Jan
Durnez en Dominique Dehaene. Onze dank gaat heel in het bijzonder uit
naar alle bewoners en zeker de lokale handelaars voor hun groot geduld
tijdens de werken die begonnen zijn in de maand maart 2010. Daniël
Vanhaverbeke werd door het gemeentebestuur een geschenk overhandigd voor
zijn inzet als vertegenwoordiger van de straat. Hij heeft geen enkele
werkvergadering gemist. Ook pater Boni werd bedankt omdat de
werfvergaderingen iedere maandag mochten doorgaan in Franciscushuyse.
Het spreekgestoelte stond opgesteld bij het pleintje aan de kerk.
Tijdens
de toespraken van de burgemeester, pater Boni, schepen Jef Verschoore en
minister Crevits werd er veel gedankt. We sluiten ons graag aan bij de
lof voor alle firma’s en diensten die het hier zo mooi hebben gemaakt.
In naam van de kerkfabriek ook onze dank voor het mooie pleintje voor de
kerk en de vlotte samenwerking. Waar mensen eerbied hebben voor elkaars
overtuiging en bereidheid om samen te werken aan de welvaart en het
welzijn van mensen is het goed om leven.
Na de
toespraken was het echt goed om te vertoeven in de vrijgemaakte
Capucienenstraat. De kinderen konden hun hartje ophalen in het
springkasteel en bij de zoveel andere voorziene spelen. De volwassenen
waren zeer talrijk opgekomen en zaten aan de tafeltjes zomaar geplaatst
midden in de Capucienenstraat. Bewondering en waardering voor de
vernieuwde Capucienenstraat was het hoofdonderwerp van het gesprek.
Restaurant “De Vier Koningen”, bakkerij Willemyns, beenhouwerij Kris
Declercq en café - snack “De Rallye” hebben dank zij drank en eten de
mensen versterkt. Hoe noemen we dat toch weer met christelijke termen:
de dorstigen laven en hongerigen spijzigen is een werk van
barmhartigheid. Dat hebben ze echt gedaan, bedankt.
Nog dit.
Pater Boni was tijdens de inhuldiging gekleed in zijn kapucijnerhabijt.
In dit gebaar wilde hij hulde brengen aan alle Kapucijnen die sedert
1923 hier geleefd hebben en het ideaal van Franciscus van Assisi samen
met de mensen van ter plaatse hebben waargemaakt. De oorspronkelijk naam
van de straat was Posthoornstraat maar sinds het bestaan van het
Capucienenklooster noemden de mensen de straat heel spontaan
Capucienenstraat. Het schepencollege van Ieper heeft op 6 april 1926 de
straatnaam Posthoornstraat officieel veranderd in Capucienenstraat.
Vroeger
sprak men van capucienen maar sinds de nieuwe spelling over kapucijnen.
 
|
|
27. PROVINCIAAL KAPITTEL
2012 |
|
Inhoudelijk:
Van
maandag 27.02.2012 tot donderdag 01.03.2012 ging te Ranst in “Hof
Zevenbergen” ons driejaarlijks kapittel door onder het voorzitterschap
van Peter Rodgers. Het kapittel werd gemodereerd door br. Klaas
Blijlevens, br. Jan De Vleeshouwer, kapittelsecretaris, br. Luc Vansina,
notulist en br. Jan Geerts leidde het gebed.
Namen
aan het kapittel deel:
1. Peter
Rodgers
2. Clarence Hayat
3. Paul Paternoster
4.
Roger Annaert
5. Frans Wouters
6. Louis Van Looveren
7. Norbert Maertens
8. Hugo Gerard
9. Jan Geerts
10. Jan Wouters
11. Klaas Blijlevens
12. Gust Koyen
13. Adri Geerts
14. Jan De Vleeshouweer
15. Guido Debree
16. Walbert Defoort
17. Kenny Brack
18. Premyslaw Kryspin
Tijdens het kapittel mochten we ook de volgende provinciaals
verwelkomen:
-
Marek Prezczewski, provinciaal van de Poolse provincie Warschau.
- Piet Hein van der Veer, provinciaal van de Nederlandse
kapucijnerprovincie.
- Bob Van Laer, provinciaal van de Vlaamse minderbroeders Franciscanen.
- Theo Scholten, Nederlandse Ordesprovincie van de Minderbroeders
Conventuelen.
- Jean-Bertin Nadonye Ndongo,vice provinciaal van de generale vice
provincie Congo.
|
 |
|
 |
 |
|
|
Br. Marek Prezczewski |
|
Br. Piet Hein van der Veer (links op de foto) |
Br. Bob Van Laeer |
|
| |
|
 |
 |
|
| |
|
Tolk: zuster Josée Cleymans |
|
|
Tolk:
zuster Josée Cleymans, zuster van de Jacht, was de tolk voor Peter
Rodgers.
Het
gemeenschappelijk gebed, de broederlijke ontmoeting tijdens de maaltijd,
de koffiebreak, en de ontspanning gaven een grote meerwaarde aan het
kapittel.
Het
kapittel heeft een drievoudige opdracht.
1. De
drie voorbije jaren evalueren.
2.
Toekomst gericht denken.
3.
Een nieuw bestuur kiezen.
I. De drie voorbije jaren evalueren.
Dit
gebeurt aan de hand van het bestuursverslag van de provincie, van het
verslag van de vice provincie van Pakistan en van de verslagen van de
werkgroepen en raden.
A. Het bestuursverslag. Broeder Adri bracht het
bestuursverslag.
1.
Bij wijze van inleiding plaatse hij het bestuursverslag niet alleen in
het kader van een relaas van wat voorbij is maar ook vanuit de situatie
van de provincie.
2.
Hij schetste op een bijna perfecte globale wijze de individuele
broeders.
3. De
provinciefraterniteit werd beschreven in volgende onderdelen:
- de evolutie van de provincie en de huidige toestand.
- Enkele aspecten van ons leven:
* Spiritualiteit en gebed.
* Interne communicatie.
* Studie en bezinning.
* Inleidende vorming
* Permanente vorming.
* Veelzijdige inzet
*
Bekendmaken van ons leven en het doorgeven van de franciscaanse
spiritualiteit
* Financieel en economisch beleid.
* Huizenbeleid.
* Internationale solidariteit
* Financiële solidariteit in Ordesverband
* Relaties met de Orde, de franciscaanse wereld,
de Kerk.
4.
Prioritaire Thema’s
1. Zorgstructuur
2. Personele solidariteit
3.Meersel-Dreef en de memoriale functie.
4.
Andre aspecten van het doorgeven van ons cultureel erfgoed: een
bestemming voor ons archief en onze franciscaanse bibliotheek.
B. Het verslag van de Vice provincie Pakistan.
*. De
br. Vice provinciaal Clarence Hayat sprak ondermeer in zijn inleiding
een dankwoord uit naar de moeder provincie.
*
Statistieken van de vice provincie
*
Vormingsprogramma
*
Economische zelfstandigheid
*
Commissies
*
Apostolaat
*
Visie en doelstellingen.
C. De verslagen van de werkgroepen.
1.
Verslag van de Economische raad.
 |
|
|
2.
Verslag van de Franciscaanse Vormingsraad.
3.Verslag van de Werkgroep: “Vrede en Gerechtigheid, heelheid van de
schepping.
4.Verslag van de ABC-Commissie
5.Verslag van de werkgroep Pater Pio.
6.
Verslag over de werking van de FLO-Vlaanderen
7.
Verslag over de werking van de Franciscaanse Levensverdieping.
II. Toekomstgericht denken.
Bij
het toekomst gericht denken
werd
er uitvoerig van gedachten gewisseld over de prioritaire thema’s.
1.
Hoe zien wij de toekomst van onze provincie?
De
grote vraag was: “Blijven we een zelfstandige provincie of sluiten wij
aan…en onder welke vorm,"
Het kapittel formuleerde het volgende:
“Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur dat het enkele broeders
aanwijst met de speciale opdracht een rapport te schrijven over de vraag
of we een zelfstandige provincie moeten blijven of niet. En zo niet,
welke vorm van aansluiting is dan het meest gewenst.”
2. Het
doorgeven van de Franciscaanse spiritualiteit.
Hier
kwam de opdracht, de initiatieven van onze stafmedewerkster Tinne Grolus
ter sprake.
|
3.
Ons huis te Herentals en de organisatie van de zorg voor onze
zorgbehoevende mede broeders vroeg en kreeg veel aandacht. In de
twee volgende aanbevelingen wordt dit heel duidelijk |
“Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur om voor Herentals zo spoedig
mogelijk te zoeken naar een gemeenschapsleid(st)er
die met en naast de gardiaan instaat voor het welzijn van de
fraterniteit.”
“Het kapittel
vraagt aan het nieuwe bestuur, dat het de mogelijkheid onderzoekt om de
leegstand in Herentals op te vullen met
eigen medebroeders en desnoods met andere bewoners.”
4.
De personele solidariteit en Antwerpen.
“Op
15 september 2010 kwamen drie Poolse medebroeders in Antwerpen aan.
Rafal Chewdoruk, Marcin Derdziuk en Przemyslaw Krispin). Tot heden ging
het grootste gedeelte van hun tijd naar het leren van onze taal. Zij
hebben intussen ook kennis gemaakt met onze provincie. Br. Przemek, een
van de drie Polen, was ook kapitularis en sprak ook in naam van zijn
twee andere medebroeders. Ook de provinciaal Marek Przeczewski van de
Poolse provincie Warschau was ook op het kapittel aanwezig. De personele
solidariteit kreeg grote aandacht. Het kapittel formuleerde ook een
aanbeveling naar het bestuur toe.
“Het kapittel staat achter
het idee om in Antwerpen te komen tot een internationale fraterniteit en
vraagt het nieuwe bestuur al het mogelijke te doen om dit te realiseren.
5.
Het memoriaal te Meersel-Dreef.
Het
memoriaal te Meersel-Dreef kreeg ook heel veel aandacht. In een
openhartig gesprek werd er veel uitgesproken. Het kan niet beter
verwoord worden dan in de aanbeveling van het kapittel.
“Het kapittel vraagt aan het
nieuwe bestuur dat het zorg draagt voor een goede communicatie tussen de
medebroeders van Meersel-Dreef die begaan zijn met de pastoraal ter
plaatse en de broeders die instaan voor de realisering van het project
“’t Memoriaal.”
III. Nieuw bestuur.
Op
donderdag 1 maart 2012 werd het nieuwe bestuur gekozen.
De
namen.
FOTOREPORTAGE
|
| |
Broederlijke ontmoeting
a) bij de koffiebreak |
|
| |
| 2) Kapittelsessies |
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
| 3) Gebed |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
 |
| |
|
28. FRANCISCUS, CLARA EN TINNE: FRANCISCAANSE SPIRITUALITEIT
VANDAAG! |
|
Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012
29. PIETER, ALEXANDER EN br. KENNY BEREIDDEN JONGERENTOCHT VOOR
TE ASSISI EN OMSTREKEN. |
|
Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012 |
| |
 |
|
30. Interview jan
Geerts |
|
Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
|
31.
Uit de annalen van de kapucijnen:EEN KAPUCIJN
BIERBROUWER. |
|
Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012 |
| |
 |
| |
 |
| |
|
32. JUBILEUMVIERING
Br. LUC VANSINA |
|
Uit Vox Minorum, Jaargang 66, nr. 1 januari - maart 2012
|
|

Op zondag 8 januari om 14.00 uur viert broeder Luc
Vansina in zijn vroegere parochiekerk te Kortenaken zijn
25-jarig jubileum als kapucijn, en zijn 20 jaar werken
in Congo. Naar aanleiding hiervan werd Item volgend
interview afgenomen.
Op 8 januari vier je jubileum. Maar je noemde liet ook
al eens hernieuwing van gelofte graag een woordje
uitleg.
Na 25 jaar is goed om even halt te houden en terug te
blikken op een belangrijke periode in je leven. Indien
deze periode niet belangrijk was, zou je er niet hij
stilstaan! Stilstaan en dankbaar mijmeren bij al die
mensen die je in die jaren hebt mogen ontmoeten. Mensen
waarmee je een stuk op weg bent geweest en die je ook
richting hebben gegeven. Ook stil mijmeren en denken aan
alle geliefden die er niet meer zijn.
Dankbaar terugdenken aan hun liefde en vriendschap!
Soms doet dat ook pijn!
Terugdenken ook aan de moeilijke periodes en
werkomstandigheden en daarop aansluitende diepe
werkvreugde en zelfs bekomen resultaten.
Het stil mijmeren naar dat roepingsgevoel dat
ondertussen door lief en leed er totaal anders uitziet
en soms een kille leegte nalaat! Het is tevens een stil
mijmeren en verlangen om dit gevoel levendig te houden
door elke dag een dag verder te gaan.
Ja, het is veel terugblikken en nadenken maar het is
ook hopen en energie verzamelen voor een nieuwe
toekomst waarvan ik zeker ben dat deze niet eenvoudig is
maar zeker even mooi!
Deze viering houden we in de parochie Sint-Amor van
Kortenaken. Waarom eigenlijk?
Daar hen ik als kind opgegroeid.
Ik liep er een paar jaar lager onderwijs, deed er mijn
Eerste Communie, volgde er vormselcatechese en werd er
gevormd.
Maar het is ook de parochie waar ik gepassioneerd heb
geluisterd naar twee missionarissen, namelijk zuster
Alfonsine Stiers en zuster Jeanne Devos. Wanneer zij
kwamen spreken in cle kerk was het stil. Ik voelde me
aangesproken door deze verhalen. Toen heb ik voor het
eerst gedacht: "Waarom zou ik niet naar de
ontwikkelingslanden gaan?"
En
het is ook de parochie waar wij Anneke, Willy en mijn
ouders begraven hebben. Lief en leed hebben we gedeeld.
Mijn zussen huwden in deze kerk zoals verschillende
andere vrienden en kennissen. Het is de parochie waar ik
het enthousiasme van erepastoor Jan Berghmans niet zal
vergeten. Zijn missen en liederen werden gebracht met
een overtuigend enthousiasme je zou het nu niet
zeggen, maar ik heb nog gezongen in het zangkoor o.l.v.
Anny Schepers! Allemaal mooie herinneringen! Ik stond
hier twintig jaar geleden op de dag van mijn eerste
vertrek naar Congo. Twintig jaar later wil ik iedereen
danken voor alles en hopen dat ik mij kan blijven
thuisvoelen in deze parochie!

Congo is een land in evolutie. Zijn er verkiezingen? Wat
staat er op het spel?
Ja, deze dagen zijn spannend omdat er meer onzekerheid
is dan zekerheid. Dan denk ik speciaal aan de
Congolezen zélf en aan allen die op de ene of andere
manier met Congo te maken hebben. Er staat veel op het
spel! Toch wil ik beginnen met een zeer positieve noot
i.v.m. deze verkiezingen: pas de tweede keer na de
onafhankelijkheid dat Congo met als hoofdstad Kinshasa
vrije verkiezingen kent. De verkiezingen hebben plaats
gevonden! Iedere Congolees die kon stemmen heeft kunnen
stemmen, op een paar uitzonderingen na. Iedere Congolees
wou zijn individuele stem uitbrengen en heeft dit dan
ook gedaan
Ondanks de soms grote administratieve tekortkomingen van
de verkiezingen en de hevige typische Congolese verbale
reacties zijn de verkiezingen zeer goed verlopen. Toch
is de toekomst zeer onzeker want blijkbaar is macht
sterker dan de dienstbaarheid! Gelijk wie er president
zal zijn, het zal er op aankomen dat deze de zorgen van
de bevolking weet te begrijpen en te dragen.
Dat het geen president is die al leen maar het land
leegzuigt en de gewone mens in zijn ellendige armoede
laat steken.
Armoede is een wereldwijd fenomeen. Ervaar je nu
minlier' of meer armoede dan vroeger'
Armen
zullen er altijd zijn. Maar dat mensen armer worden door
een economisch systeem is een drama dat ons tot nadenken
moet stemmen: we moeten doorzien welk economisch systeem
de armen nog armer maakt.
Daarvan zijn de gevaarlijke luchtbeloftes van ons
banksysteem een duidelijk voorbeeld. Ik denk dat de
nadruk moet gelegd worden op het werken en eerlijke
handel. Niet op loze beloftes en met wind rijk worden,
want dan gebeurt dit ten nadele van de armen, overal ter
wereld. Armoede bestrijden is ook armen een stem geven
en mens laten zijn in een zeer specifieke situatie als
Congo. Ik denk dat er nog werk aan de winkel is en voor
meer dan 25 jaar!
Wat betekent de figuur van Franciscus voor jou?
Franciscus is als een rode draad die permanent en
resoluut voor de arme en gekwetste mensen kiest. Iedere
mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
Maar hij vraagt ook respect te hebben voor de natuur. En
dat begint met onszelf, zodat wij tevens respect kunnen
hebben voor anderen.
En door naar anderen te kijken en ons ontvankelijk op te
stellen, krijgen we ook zelfrespect. Dan zijn we
dankbaar voor wat we mogen ontvangen. Franciscus is een
man die telkens naar Jezus en naar God verwijst, naar de
Allerhoogste! Soms is Franciscus op zoek naar mensen
die dit ideaal willen uitdragen, ook al is het niet
altijd even eenvoudig of even duidelijk.
Wat is missie voor jou?Wat kan het voor ons westerlingen
betekenen?
Missie is het steeds onderweg zijn. Missie is geen vaste
woonplaats of definitief verblijf hebben. Missie is
uitdagingen aandurven en kijken naar een toekomst voor
mensen. Missie is durven getuigen van God, die liefde
is. Of dit nu in Europa of Afrika is, missie is een
opdracht, een levenshouding met een professionele
benadering en steeds streven naar kwaliteit voor de mens
en de natuur!
Ik ben meer dan aangenaam verrast dat er een
gemeentelijke raad van ontwikkelingssamenwerking is in
de verschillende gemeenten. Het is geen clubje dat kan
genieten van de romantische tropenzon met zijn wuivende
palmbomen. Het is een orgaan, een raad die durft, of zou
moeten durven kijken naar de evoluerende wereld en de
migratie van culturen. Of je daar nu tegen of niet tegen
bent, deze evolutie kan je niet stoppen! Dit wil niet
zeggen dat je je eigen cultuur moet verloochenen, zeker
niet! Het is zelfs durven respect vragen voor je eigen
cultuur. Maar misschien is het ook aandurven om
enerzijds aan andere culturen te vertellen hoe ze
frieten kunnen maken maar anderzijds luisteren hoe zij
hun nationaal gerecht bereiden.
Deze raad heeft de zware taak om culturen elkaar te
leren respecteren en ze (lichter hij elkaar te
brengen! Geen makkelijke opdracht, maar meer dan de
moeite waard! Proficiat voor Kortenaken! Jullie hebben
een stevige opdracht
|
|
|
|