|
1.
Jubielumviering Kapucijnen te Antwerpen
|
Op
dinsdag 3 oktober vierde men
150 jaar Kapucijnen aan de Ossenmarkt 14 te Antwerpen.
1)
Verwelkoming door br. Jan De Vleeshouwer
Een goede middag,
Wij, de kapucijnen van de Antwerpse fraterniteit, heten ieder van u van
harte welkom op deze jubileum van onze kapucijnengemeenschap.
In de eerste plaats begroeten wij onze bisschop van Antwerpen, Mgr. Paul
Van den Berghe en zijn secretaris, die zich heeft vrij gemaakt om in
ons midden te zijn bij dit feest.
Wij zijn vervolgens onze genodigden dankbaar, die zich voor deze viering
hebben kunnen vrijmaken en het hoeft niet herhaald te worden, dat
wij hen dankbaar welkom heten.
Onze medebroeders van de verschillende fraterniteiten in Vlaanderen
verwelkomen wij ook zeer broederlijk zoals het in de franciscaanse
familie past.
Met fierheid en dankbaarheid willen wij – samen met u allen – in
deze feestelijke bijeenkomst terugblikken op een rijke geschiedenis
van de Vlaamse Kapucijnen, die hier in Antwerpen begon in het jaar
1585, en waaraan onze medebroeder Guido Tireliren zijn boek heeft
gewijd: Antwerpen en de Kapucijnen. Tevens kijken wij even naar
hetgeen in onze gebouwen hier vandaag gebeurt.
Wij hopen dat deze academische zitting een aangename herinnering mag
worden aan de zovele jaren kapucijnenaanwezigheid in Antwerpen.
2)
Gebed bij de opening
|
|
Eeuwige God,
die
wij - naar het voorbeeld van Franciscus van Assisi –
Vader, in de hemel noemen,
wij
loven,
prijzen en danken U voor
al het goede
dat
Gij gezegd en bewerkt hebt door onze medebroeders,
die
hier in
Antwerpen geleefd hebben.
Wij
loven, prijzen en
danken U
voor
de mensen
van Antwerpen
met
wij zij mochten leven.
Wij loven, prijzen en danken U
dat wij in deze stad mogen leven
opdat Gij het goede voor de mensen van deze stad
kunt zeggen en bewerken door ons, uw dienaren.
Zo bidden wij U
door de kracht van de heilige Geest
met Jezus Christus, Uw Zoon. Amen
3)
Lezing uit het Testament van Franciscus
en uit de Constituties van de
minderbroeders
kapucijnen
Uit
het Testament van
Franciscus, 1-3 :
“ De Heer heeft mij,
broeder Franciscus,
op de volgende manier het begin gegeven
van een boetvaardig leven:
toen ik in zonde leefde,
leek het me te bitter om melaatsen te zien
en de Heer zelf heeft mij tussen hen gebracht
en ik heb hun barmhartigheid bewezen.
En toen ik bij hen wegging,
was wat me bitter leek
voor mij veranderd in zoetheid naar ziel en lichaam
en ik was er daarna nog een tijdje vol van
en heb de wereld verlaten.”
Uit
de Constituties van de minderbroeders kapucijnen :
De heilige Franciscus was een ware leerling van Christus en een lichtend
voorbeeld van christelijk leven. Hij leerde de zijnen blijmoedig de
voetstappen van de arme en nederige Christus te volgen om door Hem,
in de heilige Geest, naar de Vader geleid te worden.
( Constit.2,1)
Toen de heilige Franciscus het verhaal van de uitzending van de
leerlingen gehoord had, stichtte hij de broederschap van de orde der
minderbroeders,die door gemeenschap van leven zou getuigen van het
rijk Gods en door voorbeeld
en woord bekering en vrede zou verkondigen.
Om een ware leerling van Christus te worden, zoals Franciscus dat op
bewonderenswaardige wijze was, proberen wij Hem na te volgen, zijn
geestelijk erfgoed in ons leven en werken zorgvuldig te bewaren en
het aan alle mensen van alle tijden door te geven.
(Constit.3, 1-2)
Als minderbroeders kapucijnen moeten wij de aard en de doelstelling van
onze broederschap kennen. Dan kan ons leven op de juiste wijze
aangepast zijn aan de
tijdsomstandigheden en geïnspireerd door de gezonde traditie van
onze broeders.
(..)In het voetspoor van onze broeders trachtten wij voorrang te
verlenen aan het gebedsleven, vooral het contemplatieve gebed; in
een geest van minoritas zowel persoonlijk als gemeenschappelijk de
radicale armoede te beoefenen, en uit liefde tot het kruis van
Christus een leven te leiden
van gestrengheid en blijmoedige boete. Ook zorgen wij ervoor dat in
onze levenswijze, aangepast aan de tekenen van de tijd, nieuwe
vormen gezocht worden, die door de wettige oversten moeten worden
goedgekeurd.
Onder elkaar willen wij ongedwongen als broeders leven. Wij gaan
blijmoedig om met armen, zwakken en zieken door hun leven te delen;
en wij bewaren onze bijzondere verbondenheid met het volk.
In de geest van dienstbaarheid beoefenen wij een dynamisch apostolaat in
verschillende vormen, vooral door de evangelieverkondiging.
(Constit.4,1;3-5)
4)
Lezing uit het Evangelie: de uitzending van de twaalf
“Jezus trok
rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de
synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas
iedere ziekte en elke kwaal.
Toen hij de
mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er
uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder. Hij zei
tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig
arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil
sturen om de oogst binnen te halen.’
Daarop riep
hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine
geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen.
Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die
Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van
Zebedeüs, en zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas
en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs,
en ten slotte Simon Kananeüs en Judas Iskariot, die hem zou
uitleveren.
Deze twaalf
zond Jezus uit, en hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet
de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga
liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël.
Ga op weg en
verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees
zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en
drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten
jullie geven! Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen
munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra
kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard
dat er in zijn onderhoud wordt voorzien. In elke stad en in elk dorp
waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen;
blijf daar dan tot je weer verder gaat. Groet de bewoners van het
huis dat je binnengaat.” (Mt 9:35-10:12 NBV)
|
|
5)
Verwelkomingswoord door br. provinciaal Adri Geerts
1. Wie enigszins vertrouwd is met het
leven van Franciscus van Assisi zal niet verwonderd zijn over de keuze van
de zendingsrede in deze viering. Toen
Franciscus al een hele weg had afgelegd in het heroriënteren van zijn
leven – het was voor hem al duidelijk dat hij
zou geen succesvol zakenman zou worden zoals zijn vader, hij zou
geen ridder worden ; hij had de melaatse medemens reeds als een naaste
mens, als een broer ontmoet en hem als mens opgericht ; hij had de stem
gehoord die hem zegde ‘herstel mijn kerk’
en herstelde kerkjes en
leefde ondertussen van wat de mensen hem toestopten
- toen , na al
deze stappen en het zich terugtrekken in de stilte,
hoorde hij op een bepaalde dag deze zendingsrede voorlezen. Toen
leek voor hem alles duidelijk te worden. Enthousiast riep hij uit : dàt
is het wat ik zoek!! Zo wil ik leven !!
Zo wil ik leven. Rondtrekken,
geen vaste woonplaats hebben. Vertrouwend op en mij toevertrouwend aan de
gastvrijheid van mensen en hen de blijde boodschap verkondigen over Gods
liefde voor ieder en over het Rijk Gods !
En dat niet alleen met woorden maar met
heel zijn persoon en heel zijn leven.
Hen ontmoeten als een broer , hen vriendschap aanbieden en hen
concreet nabij zijn waar ze naar lichaam of ziel in nood zijn !
2. Daarin
zit tot op vandaag - zoals we
zojuist hoorden in de tekst uit de Constituties van de minderbroeders
kapucijnen - nog altijd het
leven van de broeders van Franciscus, en dus van de minderbroeders
kapucijnen verwoord.
Een evangelische broederschap vormen die
niet gebonden is aan één plaats, maar zich overal thuis voelt – want
heel de wereld is ons huis -, een evangelische broederschap van broeders
die zich niet willen verheffen boven anderen maar hen nabij zijn en in
woord en daad de blijde boodschap verkondigen, telkens weer aangepast aan
de tijd en de cultuur waarin ze leven.
3. Maar
als dat zo is, bevat die opdracht dan eigenlijk
geen kritiek op het vieren – hoe bescheiden ook – van een
aanwezigheid van 150 jaar op één plaats?
Vermits we niet aan één plaats gebonden mogen zijn….
Het is natuurlijk maar een schijnbare
contradictie. Want diezelfde
Franciscus zegde tegen zijn
broeders dat ze o.m. Portiuncula, dat kleine plekje waar zoveel begonnen
was, nooit mochten verlaten want
het was een plaats zo vol van genadevolle gebeurtenissen, een plaats van
genade.
Ook al moeten de broeders van Franciscus
bereid zijn verder te trekken, als dat gewenst is, toch mogen ze als
gemeenschap ook plaatsen koesteren…., plaatsen die voor hen en hopelijk
voor velen, plaatsen van genade zijn.
4. Als wij kapucijnen vandaag graag even
stil staan bij het feit dat we
, na reeds van
1585 in
Antwerpen te zijn,
nu 150 op deze plek wonen, dan is dat niet zozeer omdat het nu
eenmaal past dat dit gevierd wordt, maar wel omdat er alle reden is om
dankbaar te zijn voor die 150 jaar. En om al het goede dat we ontvingen,
terug te geven aan God.
Volksverbonden hebben onze medebroeders
hier geleefd, en ze hebben hier veel
activiteiten ontplooid en heel
veel goed mogen doen op pastoraal, cultureel en sociaal vlak. Doorheen de
jaren zijn op deze plek ook de administratieve diensten van de eigen
provincie gevestigd, en ook de missieprokuur.
In vroegere tijden zijn vanuit de haven van Antwerpen veel
medebroeders afgereisd naar Congo en Pakistan ..Maar ook vandaag komen
missionarissen en medebroeders uit jonge provincies hier nog graag langs
omdat hier het missiesecretariaat is..
Onze
medebroeder Guido Tireliren heeft – naar aanleiding van dit jubileum -
veel boeiende bladzijden geschreven over
de pastorale en sociale
en culturele inzet van onze medebroeders hier in Antwerpen en van
Antwerpse medebroeders.
5. Vandaag is het stiller geworden rond
onze gemeenschap dan het voorheen geweest is.
De diepgaande
veranderingen in en de crisis van
het religieuze leven in het algemeen gaan aan ons niet voorbij. Terwijl de
orde in Afrika, Azië en Zuid- Amerika groeit en nu aanwezig is in 101
landen, vormen wij Vlaamse
kapucijnen, nu een groep met
een hoge gemiddelde leeftijd. Ons
aantal is drastisch geslonken, ook hier in Antwerpen.
6. Een zeer groot gedeelte van de gebouwen
hier hebben we twintig jaar geleden ter
beschikking gesteld van initiatieven die we in een franciscaanse geest
een warm hart kunnen toedragen.. Het is niet moeilijk om Centrum
Kauwenberg, Bouworde en de vredesbeweging in verband te brengen met
belangrijke accenten in het leven van Franciscus en de franciscaanse
spiritualiteit !
7. De toekomst kennen wij niet. Wij hopen wel dat
hier nog lang een bakermat van franciscaans leven zou mogen
blijven. In een stad zoals Antwerpen anno 2006 is er zeker plaats en veel
werk voor franciscaanse mensen.
Ondertussen mogen wij vandaag dankbaar
vieren dat er hier veel goeds mocht gebeuren.
En al het goede dat mocht gebeuren mogen we ons niet toe-eigenen
zoals Franciscus dat graag
benadrukt maar we geven het
terug aan God.
En we zijn jullie , mijnheer de bisschop , medebroeders
en jullie allen dankbaar
dat jullie met ons vandaag willen meevieren en mee danken!
Goede mensen,
bij het einde van deze viering wil
ik graag enkele dankwoorden uitspreken.
Dank aan u allen die gekomen zijt
Dank aan monseigneur
Dank aan Jo Hanssens
Dank aan de mensen van de mediatheek voor
de powerpointvoorstelling
dank aan Arpa-cordeon en orgelist Kenny
dank voor de extra versiering
Ik nodig jullie graag uit voor de receptie
en ondertussen kunnen jullie gerust eens rondkijken…
En op weg naar de receptie krijgen jullie het boek aangeboden dat onze
medebroeder Guido Tireliren schreef naar aanleiding van de 150 jaar
aanwezigheid hier aan de Korte Winkelstraat en de Ossenmarkt:“Antwerpen
en de Kapucijnen
|
|

|
Het beeld van br. Franciscus kreeg een centrale
plaats,
mooi versierd door br. Jan Geerts. |
|
Verwelkoming door br. Jan De Vleeshouwer,
gardiaan van de fraterniteit Antwerpen |

|
|

|

|
|
De muziek werd gebracht door Arpa-cordeon en br. Kenny
Brack |
|

|
Toespraak door br. provinciaal, Adri Geerts |
|

|

|
Jo-Hanssens, Pax Christi, dankt de broeders
kapucijnen voor het gedeelte van het huis afgestaan aan Pax Christi.
Hij dankte ook in naam van de andere entiteiten die in het voormalige
klooster gehuisvest zijn. |
Mgr. Paul Van den Berghe, bisschop van
Antwerpen,
had een bemoedigend woordje. |

|
| Dit alles werd beluisterd en
bekeken door zeer velen die van dichtbij en van ver gekomen waren. Na de
feestzitting werd aan iedereen het boek “Antwerpen en de Kapucijnen”
van broeder Guido Tireliren aangeboden. |
|

|

|
In de gezellige receptie en bij de
broodmaaltijd,
niets anders dan gelukkige gezichten. |

|
|

|

|
2.
Prijs Karel Verleye
|
Vijftigste
verjaardag van het Centrum Ryckevelde
1)
Op zaterdag 21 oktober vierden men in de stadsschouwburg te
Brugge dit gouden jubileum.
2)
Onder de genodigden: Gouverneur Paul Breyne, Minister-president
Yves Leterme, Mgr. Roger Vangheluwe, br. provinicaal Adri Geerts en andere
vooraanstaanden.
3)
Broeder Hugo Gerard, medewerker stichting Ryckevelde, hield zich
heel bescheiden op de achtergrond. Langs onze website willen we toch hulde
brengen aan onze gedreven medebroeder die jaren lang de rechterarm van
medebroeder Karel Verleyen is geweest en nu als een drijvende kracht heel
het gebeuren van “stichting Ryckevelde” gaande houdt.
| Hugo Gerard op
de foto heel bescheiden in het midden. |
 |
4) Onze minister-president,
Yves Leterme, gaf een toespraak:
Hij onderlijnde dat een
waardevol Europa ook best waarden-vol Europa zou zijn.
5) Sinds
1956 is Ryckevelde actief als Europees vormingscentrum
 |
Sinds 1956 is Ryckevelde actief als Europees
vormingscentrum.
Daarmee zijn we één van de oudste organisaties in ons land (en in
Europa) die de bevolking in het algemeen en de jeugd in het
bijzonder ‘op mensenmaat’ informeren en sensibiliseren rond de
Europese eenwording.
KAREL VERLEYE was de founding father van
Ryckevelde.
Hij stelde de mens in het Europese verhaal centraal: “Op
Ryckevelde kom je Europa binnen zonder pasje. Europa hoort op de
eerste plaats een zaak van mensen te zijn en niet een
bureaucratische, economische boaconstrictor. Overigens, niemand kan
verliefd worden op een gemeenschappelijke markt. De menselijke kant,
de vergeten aspecten in het Europese debat, moeten aan bod gebracht
worden. En dat hebben we met Ryckevelde gedaan.”
Naar aanleiding van de VIJFTIGSTE VERJAARDAG
VAN RYCKEVELDE (1956-2006), werd besloten het gedachtegoed van
Ryckevelde te bundelen in vijftig citaten. Deze zijn één voor
één afkomstig uit het rijke oeuvre van Karel Verleye. Zijn teksten
geven een tijdsbeeld van de afgelopen vijftig jaar Europese
samenwerking, maar hun ACTUELE WAARDE is opmerkelijk. Ze worden
bovendien gekenmerkt door zijn geloof in het belang van een
ééngemaakt Europa en zijn aandacht voor de ‘vergeten factoren’
van het Europese integratieproces.
Dit citatenboekje is niet bedoeld als terugblik
op de voorbije vijftig jaar. Het is eerder een handboekje, een
bundeling van een rijk gedachtegoed voor de toekomst van Ryckevelde
en Europa. |
6)
Tezelfdertijd werden voor de derde maal werd de prijs Karel Verleyen
uitgereikt. De laureaten zijn:
1) Anna Van Cauwenberge, Universiteit Gent met "Audiovisuele
media in de beeldvorming en communicatiestrategie van de Eurpese Unie"
2) Peter Meirsschaut, Universiteit Gent met "Het
cultuurbeleid van de Europese Unie - een drieluik over culturele
activiteiten van de Europese Unie".
3) Arnout Justaert, Katholieke Universiteit Leuven met "Meerlagige
besluitvorming in het Europese immigratie- en asielbeleid."
De derde prijsuitreiking vond plaats tijdens de
viering van vijftig jaar Ryckevelde in het Concertgebouw te Brugge op 21
oktober 2006.
|
 |
|
" We
kunnen op Europa het woord van Leo Trotzld toepassen,wanneer hij beweerde:
"Een idee kan slechts dan geslaagd heten,wanneer ze niet alleen
economische en sOcÏale veranderingenin de maatschappij heeft weten te
verwezenlijken, maar ook bij de bevolking een mentalÏteitswijziging heeft
verwekten inspiratÏe heeft geboden .aan kunst en cultuur." (Karel
Verleye)
Deze tekst lees ik in een boekje met vijftig citaten uit
het oeuvre van onzemedebroeder Karel Verleye ofm.cap., stichter van het
Europees VormingscentrumRyckeveldein Sysele. Het werd ter gelegenheid van
de viering van het vijftigjarig bestaan van
het Centrum uitgegeven en bij de viering op zaterdag 21 oktober
aangeboden.
Het is nu zondagavond en ik
ben in Antwerpen. De viering van gisteren heeft mij aangesproken
en mij ervan bewust gemaakt hoe eenzijdig Europa benaderd wordt en hoe
concreet de Europese realiteit ook mijnleven
beïnvloedt. Ik mijmer nog graag wat na.
Ik was blij dat in de viering recht werd
gedaan aan onze medebroeder Karel, wiens leven
door één grote idee bezield was en die er helemaal voor ging om samen
met anderen die droom waar te maken.
Hij heeft zich met hart en ziel ingezet voor een verenigd Europa. Maar
dan één Europa dat véél meer is dan een Europese vrijhandelszone,
méér dan een Europa van staten. Hij
heeft onvermoeid geijverdvoor een federaal Europa van de volkeren, met
een culturele, morele en spirituele dimensie, een Europa dat zich voedt
aan de rijke waarden van de eigen
culturele en religieuze geschiedenisen zich vernieuwt, een Europa met
een internationale orde, gebaseerd op
gerechtigheiden solidariteit dat meebouwt aan een rechtvaardige
wereldorde en dat als een sterke vredesfactor in de wereld functioneert.
Een Europa waarvoor men kan warm lopen.
Deze Europese droom trachtte Karel, samen met de medewerkers, te doen
overslaan, ook op jongeren, zodat deze
droom een meritaliteitswijziging kon verwekken, ja ook inspiratie
bieden aan kunst en cultuur. Deze droom drijft de medewerkers van het
Centrum Ryckevelde ook vandaag.
Terwijl ik hier over nog zit te mijmeren op mijn kamer die
uitgeeft op de Ossenmarkt, dicht bij
een studentenbuurt, hoor ik op het voetpad beneden mijn venster de stemmen
van studenten en het geluid van
voortgetrokken valiezen, op weg van het Centraal Station naar hun'
studentenkot' . Veel van deze studenten zullen wellicht een tijd in een
ander Europees land studeren.
Dezejongeren zullen er deze avondwellicht niet bij stilstaan dat zij
ouders hebben die, dankzijde
realiteitvan een verenigd Europa, gedurende gans hun leven nog geen
oorlog gekend hebben, zoals Hugo Gerard, de naaste medewerker en opvolger
van Karel, verleden week in een
interview opmerkte. Zoals we er ook zelden bij stilstaan dat ons dagelijks
leven diepgaand beïnvloed is door de realiteit van een éénwordend
Europa.
Zondagavond. Morgenvroeg
zullen er over datzelfde voetpad, beneden mijn venster, honderden
jongere scholieren voorbijkomen waarvan er héél veel Marokkaanse of
Turkse of Afrikaanse 'roots' hebben.
En ook dat is de realiteit, de samenstelling van de Europese samenleving
verandert razend snel. Economische maatregelen en bureaucratie volstaan
niet. Ook hier is een inspirerende visie nodig.
Mensen met een visie, met een droom
en die alles doen om die droom waar te maken,
zijn er zo nodig!
Adri Geerts
(Uit "Leven" 31ste jaargang, nr. 7,oktober -
november 2006.)
SIJSELE
Stichting Ryckevelde vertaalt Europa al halve eeuw op
mensenmaat
"Wij
vertellen een positief Europees verhaal"
In het kasteel Ryckevelde huist de Stichting
Ryckevelde die al vijftig jaar de droom van haar stichter pater Karel
Verleye uitvoert: de Europese gedachte in de harten en de geesten van de
gewone mens brengen.
Bert Gilté:
Vijftig jaar geleden
wandelde pater Karel Verleye in Ryckevelde bos toen hij betoverd
werd door het kasteel
Ryckevelde. Sindsdien werd die charmante plek het hoofdkwartier van zijn
Stichting Ryckevelde. Vandaag wordt dat werk er nog steeds verder gezet.
Pater Karel Verleye had
in het centrum van Brugge net zijn intussen befaamde Europacollege opgericht.
Toch was zijn taak niet af. De priester-kapucijn wou de menselijke kant
en de vergeten aspecten van die Europese eenmaking in simpele woorden
vertalen. In de bossen tussen Sijsele en Assebroek vond hij in 1956 de
perfecte plek om aan iedereen duidelijk maken waarom het Europees project
voor hem zo belangrijk is. Als Europeaan van het eerste uur had pater
Verleye immers twee roepingen: het religieuze leven en dat verenigde
Europa.
"Pater Verleye wou
het positieve verhaal van Europa vertellen", beaamt Ines Verplancke,
vandaag samen met Maartje Braeckman aan de slag voor Stichting
Ryckevelde. “Dat was gegroeid vanuit de wereldoorlog, het
schoolvoorbeeld van waar extreem nationalisme toe kan leiden. Of zoals
pater Verleye dat zei: hier' in Ryckevelde moet je Europa zonder
paspoort binnen komen.” Het kasteel van Ryckevelde groeide uit tot een
gerenommeerd vormingscentrum over Europa, tienduizenden leerlingen
kwamen er over de vloer. Ryckevelde werd een kwaliteitslabel.
"We werken als
enige in België op deze manier met de Europese materie", knikt
Verplancke trots. "Met onze traditie van 50 jaar zijn we intussen erg
goed ingewerkt in de materie."
Pater Hugo-otto Gerard,
opvolger van pater Karel Verleye en al sinds het begin actief in
Ryckevelde, weet waarom het centrum ook vandaag belangrijk blijft.
"Wie nu achttien
is, beseft niet dat zijn ouders tot de eerste generatie zonder oorlog
behoren. Ook voor de problemen van vandaag is dat verenigd Europa uiterst
belangrijk. Ik denk maar aan het terrorisme, de invoer van goedkope kleren
uit China of de immigratieproblematiek van Spanje."
Sinds 1992 wordt de
kasteelvloer in Sijsele niet langer platgelopen door jongeren en
volwassenen die iets meer over dat Europa willen leren. Het gebouw was
niet langer brandveilig voor groepen. Het centrum is geëvolueerd naar
dienstverlening en trekt zelf naar scholen of verenigingen. Ryckevelde
viert vandaag haar gouden jubileum vanaf 10.30 uur in het Concertgebouw
van Brugge op 't Zand. Daar komt onder meer Yves Leterme, Vlaams
minister-president, spreken en wordt de Prijs Karel Verleye uitgereikt.
Bron:
Het Volk, 21-10-2006
|
3. HET
SCHIPPERSWERK
DER MINDERBROEDERS-KAPUCIJNEN TE BRUGGE
|
Sinds meer dan honderd jaar hebben de kapucijnen
zich ingezet voor de schippersfamilies en hun kinderen.
Dat werk is begonnen te Brugge in het jaar 1889. In het jaar 1989 werd
het honderdjarig jubileum uitgebreid gevierd met een tentoonstelling en
allerhande feestelijkheden in de Schippersschool aan de Komvest te
Brugge met een academische zitting in het stadhuis. Ook werd door P.
Rochus Schellinck een speciaal nummer van Vox Minorum uitgegeven waar
het gehele verhaal van honderd jaar Schipperswerk in detail werd
uiteengezet. Het is een boeiend relaas geworden, maar soms toch ook
pijnlijk om de vele moeilijkheden die er moesten overwonnen worden. Er
was de sociale en politieke strijd om de rechten van de achtergestelde
bevolkingsklassen te bekomen. Er waren ook de moeilijke tijden van de
beide wereldoorlogen. Wij vinden er namen van alle kapucijnen die er, in
de loop der jaren, hun beste krachten aan hebben gewijd.
Het Schipperswerk was meer dan een schippersinternaat en –school. Ook de
verschillende Bonden – waaronder de Bond van de Eigenschippers – hebben
heel wat sociaal werk verzet.
In 1994 werd een merkwaardige viering op het getouw gezet om het
veertigjarig bestaan van de Bond van de Eigenschippers te vieren.
Dus naast het onderwijs voor schipperskinderen werd er ook veel aandacht
besteed aan de sociale werking. Daarom werd de Bond van Eigenschippers
gesticht en werden heel wat activiteiten verwezenlijkt.
In het jaar 2004 moest het vijftigjarig bestaan van de vereniging
herdacht worden. Maar ongelukkig genoeg, is dat niet kunnen gebeuren
omwille van het plotse afsterven van P. Rochus op 9 maart 2004.
Intussen is er veel gebeurd en is zich alles in versnelling gaan
ontwikkelen.
De schipperskapel werd gesloten en het gebouw waar de Bond van
Eigenschippers huis, werd verkocht. Eerst dacht men de rest van het
schippershuis te kunnen overnemen. Maar dat kon niet doorgaan. Het
gebouw was te groot en niet geschikt.
Dan werd maar uitgezien nar een andere plaats.
Die werd gevonden op de St.-Pieterskaai in de onmiddellijke omgeving.
Op zaterdag 18 februari 2006 was er een bijeenkomst
van de Raad van Bestuur van de VZW Bond van Eigenschippers. Het
merkwaardige was dat dit voor de laatst maal gebeurde in de vergaderzaal
van de ‘Schippersschool’ aan de Komvest 38. In die zin was het een
historische gebeurtenis daar de volgende vergaderingen en activiteiten
zullen plaats hebben in de nieuwe burelen aan de Sint-Pieterskaai 47.
Daarmee is toch een belangrijk hoofdstuk van het ‘Schipperswerk’ te
Brugge afgesloten en gaat het nu een nieuwe richting uit.
Inderdaad, sinds het overlijden van P. Rochus is
alles in een versneld tempo gegaan. Zoals gezegd werd de schipperskapel
gesloten en werd de zondagsmis daar afgeschaft. Reeds vroeger werd het
jongensinternaat overgenomen door de technische school de ‘Groene Poorte’.
Nu werd onlangs ook het gebouw van het meisjesinternaat en de voormalige
feestzaal van de school van de hand gedaan. In dat gebouw zetelde de
administratie van de Bond van Eigenschippers en het Nieuwe Roer.
Omwille van de verhuis en de inrichting van de nieuwe lokalen was het
bureel van de Komvest enkele dagen gesloten. Heel wat vrijwilligers van
de Vriendenkring rond het schippershuis hebben veel inspanningen
geleverd om alles klaar te krijgen en ook een vergaderzaal voor de
Vriendenkring in te richten. Intussen werd op zaterdag 2 april de nieuwe
locatie ingehuldigd en ingezegend. Op donderdag 6 april was er een
opendeurdag voor alle leden van de Vriendenkring. Er was heel wat volk
op afgekomen om de nieuwe lokalen te komen bewonderen. De harde werkers
kregen een gepaste hulde en werden in de bloemetjes gezet! En het was
verdiend!
Daarmee komt aan de nauwe samenwerking van het
Schipperswerk te Brugge met de paters kapucijnen een einde!
Wat begonnen was in de jaren 1889 en ontwikkelde tot een bloeiende
schippersschool, was intussen al verschillende jaren verdwenen als
gevolg van de ontwikkeling van de binnenscheepvaart en de vermindering
van het aantal kinderen. Nu is ook het sociale luik van het
schipperswerk geschiedenis geworden!
Maar verdere resultaten rond de Bond van Eigenschippers en het Nieuwe
roer blijven succesvol verder werken ten dienste van de schippers, maar
los van de minderbroeders kapucijnen.
Wij kunnen treuren om wat verdwenen is, maar ons
des te meer verheugen over alles wat in al die jaren gerealiseerd is en
opgebouwd tot een formidabele ontwikkeling die de binnenscheepvaart in
de huidige tijd kent.
De namen van pater Tillo en pater Didac zullen
blijven leven, daar tenslotte hun inspanningen en enthousiasme geleid
hebben tot wat nu de binnenscheepvaart geworden is. En dit vooral
omwille van de school en de inzet van de Zusters van Maria van Pittem en
het onderwijzend personeel die jarenlang het beste van zichzelf hebben
gegeven voor de opvoeding en opleiding van de schipperskinderen zovele
jaren lang.
Bij velen leeft nog de nostalgie naar al het mooie
en het vormende dat er gebeurd is.
Wij wensen de Bond van Eigenschippers en het Nieuwe Roer alle succes
toe. En mogen zij het geluk beleven eens hun honderdjarig bestaan te
mogen vieren zoals dat gebeurd is met het Schipperswerk te Brugge in
1989.
Wij hebben alle redenen om God te danken voor al het mooie en het
verdienstelijke dat werd geleverd ten bate van onze schippersfamilies.
Schippersaalmoezenier Silveer Vermeulen.
|
4.
FOORWERKING:
GESPREK MET KERMIS-AALMOEZENIER
|
Achtenzeventig jaar is hij. Maar hij blijft even
levendig als in zijn jongensjaren. Pater Kristiaan uit Wiekevorst. Een
tijdgenoot van hem, even kwiek en werkzaam nog, ging hem namens
tijdschrift Handdruk interviewen: Silveer Vermeulen (Werner) bij Georges
Van der Linden (Kristiaan).
S.V. – Kris, eindelijk hebben we eens tijd
gevonden voor een babbel… We hebben u al zo dikwijls op TV en in de
krant gezien, zodat ge stilaan een echte B.V. geworden zijnt. Wilt ge
onze lezers eens wat vertellen over uw taak als aalmoezenier van de
Belgische Kermis- en Circusmensen?
Kr. – Iedereen heeft zo een gedacht over wat
kermis- en circusmensen zijn. Maar ik heb ondervonden dat weinigen weten
wat voor mensen dat eigenlijk zijn.
Kermismensen zijn op de eerste plaats families die ons blij maken en elk
jaar op een vooraf bepaalde datum en op een juist bekende plaats zorgen
dat ge kermis kunt vieren en naar het circus kunt gaan.
Ik ben in België hun pastoor, d.w.z. de verantwoordelijke voor de
pastorale zorg en de begeleiding van allen die op de kermis staan, voor
België en Nederlands Zeeland.
Maar er is nog meer. Mijn parochianen zijn ook alle woonwagenbewoners,
circusartiesten, kermismensen met hun kinderen en familieleden. Zij
vormen een wereld op zich zelfs een wat 'gesloten' wereld. Zij zijn
eigenlijk geen 'gewone' mensen. En dat weten zij zelf ook. Zij hebben
ook een eigen levenswijze en géén vaste woonplaats. En daarom zijn ze
niet aan een gemeenschap verbonden en zeker niet aan een bepaalde
parochie. Want elke dag kunnen ze ergens elders verblijven omwille van
hun 'beroep'. Zij hebben een andere 'woonvorm' … en daar kijkt de
gevestigde maatschappij tegenop.
Bij die families zijn er veel gelovige christenen.
En die hebben recht op een christelijke begeleiding vooral wat betreft
het doopsel van hun kinderen, de eerste en plechtige communie en het
vormsel. Ook het sacrament van het huwelijk heeft een plaats in hun
leven. En ook de christelijke begrafenisdienst. Ook de liturgische
diensten zoals de eucharistievieringen en andere vieringen schatten ze
hoog in hun leven. Alhoewel zij daaraan niet zo dikwijls deelnemen als
andere christenen op een parochie. De zwaarste periode – en de schoonste
– is de voorbereiding 'catechese aan huis'. Het vereist veel kilometers
maar echt tof.
S.V. – Hoelang doet gij dat al?
Kr. – Al 47 jaar! Ik ben eigenlijk toevallig in dat
wereldje verzeild geraakt. Want ik had altijd gedroomd om missionaris te
worden in Pakistan waar wij als kapucijnen toch nog altijd
missionarissen hebben hé. Maar er kwam een plaats open als aalmoezenier
voor kermismensen en de provinciaal dacht dat ik daar de juiste man voor
was. Een dergelijk werk gelijkt op het missionarisleven. Dus zei hij:
"Je zult rondrijdend pastoor worden: kermis en circus zijn ook een
jungle." Ik ben gewoon in een echte kapucijnentraditie gestapt! Het werk
bestond al sinds 1868.
S.V. – Waar zijn uw mensen zoal te vinden?
Kr. – Overal in België. Van Oostende tot Arlon.
Mijn parochie is tussen Maas en zee. (Op dat ogenblik belt zijn GSM:
… Het is één van zijn parochianen. "Kan je zondag ons kind komen
dopen?…" Zo zie je maar… Ik heb gemiddeld een paar doopfeesten per week.
Zoals nu weer bij Lindsey Pfaff. Jean-Marie Pfaff komt uit een
woonwagenfamilie, moeder Carmen en 'den bompa' waren kermisvolk! En dat
dopen gebeurt ook tijdens de kermis. Het leven gaat voort. Ik doe
regelmatig in de parochies de mis op scooter (botsauto) en wel ter
gelegenheid van het patroonfeest van de parochie. Vroeger heette die dag
kerkmis en zo zijn we tot kerkmis gekomen. De plechtigheid heeft dan
plaats in de arena van de 'botsauto-tent'. De foorkramers zitten op
stoeltjes en de kinderen op de vloer of zelfs in de botsauto's
achteraan. Ik breng gepaste religieuze muziek mee om door de
luidsprekers af te spelen. Van zodra ik 'amen' heb gezegd beginnen de
botsauto's weer te rijden…
Het gebeurt dat, ter gelegenheid van de dorpskermis, de 'foormis' plaats
heeft in de kerk. Mijn mensen zijn zeker heel gelovig, maar eigenlijk
weinig kerkelijk. – Misschien is dat met uw schippersvolk ook zo? –
Daarom moeten we hen op een speciale manier aanspreken om hun aandacht
te trekken. Ik moet niet véél zeggen, maar wàt ik zeg moeten ze
verstaan, denk ik dan!
S.V. – Zijn 'zigeuners' ook uw parochianen? Wie
zijn dat eigenlijk?
Kr. – Het zijn woonwagenbewoners. Dat zijn Belgen
die generaties lang textielleurders, tapijtverkopers of scharensliep
waren. Maar in de préhistorie kwamen ze uit Pakistan en Afghanistan.
rond het jaar 1000 werden ze daar verjaagd en zijn nu Belgen geworden.
Velen wonen nu wel in huizen en werken in fabrieken, maar toch voelen
zij zich nog een bijzondere bevolkingsgroep. Bij hen voel ik mij nog het
meest missionaris!
S.V. – Hoe kunt gij al die mensen blijven
volgen?
Kr. – Mijn geheim is dat ik een goed geheugen heb.
Daar dank ik elke dag de Heer nog voor. Het is voor mij als een
'toverformule' en dat was nodig om stilaan in hun gesloten en argwanende
kring binnen te geraken. Ik ken bijna elk lid van de 2000 Vlaamse
kermisfamilies bij naam. Ook een groot deel van de 1.100 Waalse
families. Aan het gezichtje van een peuter heb ik genoeg om te zien uit
welke clan hij komt.
De zigeuners geloofden zelfs dat het toverij was. Zij hadden schrik van
mij omdat ik al hun namen en al hun familiebanden kon onthouden. Ik heb
intussen een paar duizend foorkinderen gedoopt ener evenveel getrouwd en
heb er 1700 begraven! Maar ik ben niet alleen hun 'praatpaal' en
vertrouwensman, maar ook soms de bemiddelaar bij de politie. Maar nu
veel minder. Als er iemand opgepakt wordt kunnen zij meestal geen
advocaat betalen en moet ik er ter hulp schieten!
Het is van groot belang je mensen goed te kennen. Er zijn om te beginnen
vier groepen: kermiskramers, circusartiesten, woonwagenbewoners en
zigeuners. Je mag nooit de vier meet elkaar verwarren. Het zijn vier
totaal verschillende werelden en ze zijn er alle vier even gevoelig
voor. Als iemand zich vergist dan roepen zij: "Ik ben geen kotjakker!"
en de ander zal zeggen: "Ik ben geen foor-aap!"
S.V. – Circusartiesten zijn dus geen andere
groep?
Kr. – Uiteraard. Circusmensen zijn de kleinste
groep. Maximum 7 families, waaronder de Malters, de Wieners, de
Ronaldo's en de Piccolini's, Monelly Magic. Samen zijn ze maar met 30
personen. In het hoogseizoen huren ze artiesten uit heel Europa. Die
laatsten zijn de eenzaamste mensen. Waarom zouden ze vriendschap zoeken
als ze morgen in Tsjechië. Spanje of Denemarken staan? Op hun 35ste
jaar zijn ze al afgeschreven. Want schoonheid, fysieke kracht en een
aantrekkelijke babyface zijn dé vereisten. Nadien worden het vaak
vrachtwagenchauffeurs of kermismannen.
De circusartiesten zijn ook het meest bijgelovig. Ik heb geleerd dat je
bijvoorbeeld nooit van achter de bühne-gordijnen mag loeren terwijl de
act bezig is. En je mag nooit op de rand van de piste gaan zetten, want
dat brengt ongeluk… Zo zie je maar!
S.V. – Hoelang kunt ge dat werk nog doen
Kristiaan?
Kr. – Ik heb me al wat beperkt in mijn apostolaat.
Omwille van mijn ouderdom werd het mij al wat te veel.
Ik kan me niet meer verantwoordelijk voelen voor de woonwagenbewoners en
de zigeuners. Ze vroegen mij ook heel veel administratie om bijvoorbeeld
hun kindergeld te regelen. Elk jaar vulde ik honderden belastingsbrieven
in. Ik heb sinds 1960 een 205 families aangesloten bij de
zelfstandigenkas. Ik schoot regelmatig de zelfstandigenbijdrage voor …
maar ben ook regelmatig gefopt. Kwaad werd ik nooit. Maar ik zat vooral
met ethische bezwaren. Ik moest in de belastingsbrieven liegen dat het
kletterde! En dan werd ik op het matje geroepen bij de
belastinginspecteur. En dat knaagde. Ik vind ge moet serieus blijven. Ze
kunnen niet gekleed gaan als een prins en mooie en chique auto's kopen
en bijna geen inkomsten aangeven. Daarom ben ik er mee gestopt. En heb
alle papieren van vroeger verbrand.
S.V. – Hebben uw mensen niet de naam van ruw en
hard te zijn?
Kr. – Inderdaad zo kunnen ze bij de 'burgers' wel
over. Ze hebben een ruwe schors, ja, maar toch – en dat moet gezegd –
zij hebben een gouden hart! Zo mogen bijvoorbeeld gehandicapten een dag
van alle kermisattracties gratis profiteren! Dan staan zware
kermismannen echt in hun kraam te janken. Sic!
S.V. – Gij hebt enorm veel verplaatsingen. Komt
gij rond met uw inkomen?
Kr. – Ik heb een inkomen van een 'pastoor' denk ik:
een 1000 euro. Wel, de helft ervan gaat natuurlijk naar benzine voor
mijn verplaatsingen. Daar komt ook de huishuur bij (250 euro) en ik moet
ook veel telefonisch werk afwerken. Maar ik kom rond. Wikken en wegen om
er te komen is heel tof. Als ik thuis ben steek ik mijn voeten onder
tafel bij mijn medebroeders in Hasselt. En nog voor de rest moet ik
zeggen dat mijn volk me goed voorziet. Onlangs kreeg ik nog een mooi
zwart hemd en een trui van Carmen Pfaff. Ik draag dat dan natuurlijk op
de doop van het kind van Debby Pfaff, maar nadien geef ik het weg. Zo
kreeg ik ook op 75ste verjaardag van de kermisfamilies een
prachtige bestelwagen! Zo zie je maar! Ik kan daar gemakkelijker een
matras inleggen om zo in mijn auto te slapen tussen de woonwagens…
Intussen ben ik ook een nachtmens geworden. Soms zit ik tot half drie 's
nachts nog met hen koffie te drinken. Ik moet dan wel zorgen dat ik om 7
uur aan het altaar sta bij de gasthuiszusters en in het bejaardentehuis
'De Sterrewijzer' in Olen daarna.
S.V. - Hoe ziet gij de toekomst in Kris? Want
wij hebben nog weinig medebroeders die uw taak kunnen overnemen!
Kr. – Inderdaad, wellicht ben ik de laatste
kermispastoor bij de kapucijnen. Maar ge weet nooit! Maar àls ik de
laatste ben dan zullen de kermismensen zich moeten wenden tot de gewone
parochiekerken. En waarom niet? Stilaan is er toch een ontwikkeling waar
te nemen in de samenleving waar de kermismensen meet een goodwill
bekeken worden. Hun kinderen worden beter geschoold. En zij zelf zijn
technisch zeer goed gevormd. Dit kan nu niet anders meer want de
kermis-attracties eisen hoog technologische kennis! Trouwens de
kermisaalmoezeniers hebben hun mensen steeds gestimuleerd om een betere
sociale plaats in te nemen in de maatschappij. Evenals bij u in de
'schipperswereld'. En zij beantwoorden deze stimulans meer en meer. Ook
op godsdienstig gebied.
S.V. – Goed, Kris, dan wil ik het hier bij
laten. Bedankt voor deze interessante babbel. Als we volgende keer naar
de kermis gaan zullen wij naar uw mensen heel anders kijken. |
9.
Overbrenging van overleden medebroeders
begraven te Hoogboom naar Meersel – Dreef
|
1.
Relaas
Op
23 januari 2007 werd de nieuwe begraafplaats voor onze medebroeders
ingezegend.
Zestien medebroeders die in ons klooster te Antwerpen overleden
zijn tussen 1942 en 1964, werden begraven in Hoogboom:
| |
P.
Franciscus Laroy |
1878-1942. |
| |
P.
Omer Roose |
1899-1943. |
| |
P.
Florimond Luyten |
1883-1944. |
| |
P.
Kapistraan Miroen |
1880-1945. |
| |
P.
Augustien Van Den Eynde |
1873-1958 |
| |
Br.
Humilis Ceulemans |
1876-1949. |
| |
P.
Bonifaas Fierens |
1873-1955. |
| |
P.
Hugo Pyck |
1877-1956. |
| |
P.
Oswald Delaere |
1881-1957. |
| |
P.
Georgius Castelijn |
1877-1957. |
| |
P.
Alex Salaerts. |
1889-1958. |
| |
P.
Bartholomeus Van Passen |
1884-1960. |
| |
P.
Koenraad Thys |
1882-1960. |
| |
P.
Macarius De Blanger |
1986-1960. |
| |
Br. Frederik De Jonckheere |
1899-1062. |
| |
P.
Samuel Lenaerts |
1870-1964. |
Bij het heraanleggen van
dit laatste kerkhof vroeg het gemeentebestuur wat ze moesten doen met
onze overleden medebroeders die daar begraven lagen. Het antwoord lag
voor de hand:overbrengen naar Meersel-Dreef. In acht grote kisten
werd het stoffelijk overschot van onze medebroeders overgebracht door de
begrafenisondernemer. Op 5 en 6 december werden ze in acht grote kisten
overgebracht naar Meersel-Dreef. Op donderdagmorgen, 7 december, werd
met een kraan een diepe kuil gegraven en één voor één werden de kisten
zachtjes op hun nieuwe rustplaats neergelaten.
We
hielden er aan om hen niet zo maar een nieuwe rustplaats te geven. Op 23
januari 2007 werd tijdens een samenkomst van de medebroeders uit de
naburige kloosters, Antwerpen en Herentals, een zinvol gebedmoment
gehouden bij dit nieuwe graf. Wij mochten ons verheugen op een goede
opkomst. Met 23 medebroeders hebben wij bij hun nieuw graf gebeden
en gezongen. De gebeden bij het nieuwe graf werden alternatief
voorgelezen door één van de Dreefse medebroeders. Op het koude kerkhof
werd het even stil terwijl de namen van onze medebroeders gelezen
werden. P. Jan Van Boxel, gardiaan, ging voor in dit gebedsmoment
terwijl de gebeden om de beurt door één van de Dreefse medebroeders
gelezen werden en door alle aanwezigen beantwoord werden. Met de
zegen van St. Franciscus werd dit gebedsmoment afgesloten. Het was een
mooi en heel zinvol gebedsmoment. De namen van oudste medebroeders in
dit graf waren voor de meeste van ons onbekend terwijl deze van latere
datum bij sommigen nog herinneringen opriepen. Toch mogen we zeggen dat
we met hen, gekend of ongekend, een band van eerbied en
franciscaanse verbondenheid voelden niet alleen met hen maar ook met
alle medebroeders die ons zijn voorgegaan. Dat ze rusten in de eeuwige
vreugde bij de Heer.
P.Luk.
|
|
5.
Gemeenschappelijke provinciedag te Tilburg op woensdag 23 mei 2007.
|
125 jaar geleden zijn de
Belgische en de Nederlandse kapucijnenprovincies twee zelfstandige
provincies geworden. Voorheen vormden zij één provincie.
Het klooster te Tilburg was het eerste klooster dat na de scheiding werd
opgericht, nu 125 jaar geleden.
Dit was de aanleiding om een
interprovinciale dag te organiseren. Broeders vanuit beide provincies
waren zeer talrijk aanwezig. Het werd een dag van bezinning, dankbaar
naar het verleden kijken en hoopvol naar de toekomst zien.
A) Vormings- en bezinningsmomenten.
1)
Toespraak
In de voormiddag werd er een toespraak gehouden door mevr. Hilde Kieboom
uit de Sint-Egidiusgemeenschap van Antwerpen. In grote lijnen
vertrouwde ze ons het volgende toe: Een boodschap die we dankbaar
meedragen en gestalte willen geven naar morgen toe.
Grote lijnen uit de toespraak
van Mevr. Hilde Kieboom.
Ze getuigde van haar christelijk
engagement in de Sint-Egidiusgemeenschap. Het evangelie heel concreet
beleven in onze tijd. Onze tijd die een verwarde en complexe tijd is. De
grote uitdaging van het westen dat oud wordt: de noord-zuid verhouding,
het terrorisme met al zijn geweld en oorlogen, en een tekort aan
solidariteit waarbij de armen uit de boot vallen. Het evangelie met
zijn joods-christelijke wortels is een inspiratiebron voor deze tijd.
Wat doen we met armen die uit de
boot vallen?
Wat doen we met de verharding in onze maatschappij?
Ons huis moet open staan en ook ons hart.. In Antwerpen hebben we een
restaurant voor danklozen. Het gaat dan niet alleen om eten maar vooral
de honger van het hart dat voedsel krijgt in een grote
luisterbereidheid. Er is een grote spirituele honger.
Drie grote uitdagingen voor
onze tijd:
|
1) |
Liefdevolle omgang met armen,
zwakken en ouderen. |
|
2) |
De groeiende kloof tussen noord en
zuid. |
|
3) |
Interreligieuze dialoog: leren
leven in diversiteit. Franciscus van Assisi heeft daar een
voorbeeld van gegeven door een bezoek van de
Sultan in Damiëtte. |
Alles kaderen in een gebed dat
uitmondt in vrede en dialoog. Ieder jaar zijn er bijeenkomsten tussen
christenen, joden en moslims in Antwerpen.
Naar het einde van haar
uiteenzetting gaf ze ons op deze jubileumdag drie overwegingen:
1)
Omgaan met oudere medebroeders.
Zij hebben meer tijd voor gebed
en kunnen daardoor de wereld helpen.
Bij het ouder worden groeit een bijzondere gevoeligheid naar familie.
Onze oudere medebroeders nodigen ons uit tot een grotere
verantwoordelijkheid voor elkaar.
2) Kerk-zijn als
beweging.
Naast het institutionele zijn in de kerkgemeenschap nieuwe bewegingen
van uiterst groot belang. Zij zorgen voor de vitaliteit van ons
kerk-zijn. Dat doen de nieuwe bewgingen in onze tijd zoals Franciscus
het deed in zijn tijd.
3)
Universele verbondenheid.
Kapucijnen zijn een wereldorde en daardoor verbonden met alle
continenten. Ieder continent heeft zijn eigen rijkdom. Deze wereldwijde
verbondenheid is een kracht tegen het pessimisme en een teken van hoop
in onze wereld.
2)
Presentaties
In de namiddag stonden er twee sessies op het programma:
* Een PowerPoint over 125 jaar
kapucijnen te Tilburg. Deze PowerPoint begon met Sint-Franciscus van
Assisi te situeren in zijn tijd en als grote inspirator voor een nieuwe
beweging in de kerk. Vervolgens toonde men het ontstaan van de
kapucijnen en de vestiging van de kapucijnen in onze streken. Om in een
laatste deel stil te staan bij 125 jaar kapucijnen te Tilburg.
* Een websitepresentatie
Oriëntatiebeweging in Nederland die al meer dan 25 jaar bestaat, met
centra te Velp, Breda, Klarissen Nijmegen. Meer informatie:
www.kapucijnen.com
3)
Dankviering
De dag werd afgesloten met een dankviering waarbij de beide provinciaals
voorgingen.
4)
Een dubbel mooi geschenk om van te leven
Na de dankdienst ontving elke medebroeder een geschenk
* een
speciaal nummer van “Kap en Koord”
|
 |
* en
een boek over Francesco, pentekeningen van Jan Philippus,
Het leven van
Franciscus van Assisi van wieg tot graf in beeld.
(Dit jubileumboek is te bestellen bij: Provincialaat van de
Kapucijnen, Van der Does de Willeboissingel 12,
te 521 CB ’s-Hertogenbosch, prijs € 10, verzendingskosten € 2,64.
Telefoon vanuit België: 0031736130949)
B) Momenten van broederlijk en gezellig samenzijn.
De sfeer was opperbest. De
maaltijd was lekker en overvloedig. Het worstenbroodje met koffie viel
best in de smaak. |
C. FOTOREPORTAGE
Hartelijke begroeting bij de aankomst.
| |
|
| In gedachten en gevoelens waren we bij alle medebroeders
die in de loop van 125 jaar Tilburg van ons zijn heengegaan.
|

|
Kees van de Muijsenberg verwelkomt ons allen en in het
bijzonder mevrouw Hilde Kieboom
 |
 |
 |
| Kees van den Muijsenberg |
Hilde Kieboom |
Tijdens de toespraak |
| Even tot bezinning komen
en alles op je laten inwerken |
 |
6. Broeder
Generaal Mauro Jöhri op bezoek in Antwerpen
| Op de foto: Kamiel Teuns - Patriok Annaert, vicaris van
Antwerpen - Br. Generaal en Br. Provinciaal Adri Geerts |
.jpg) |
7. Ontmoeting zusters Kapucinessen "MORGENSTER"
en paters Kapucijnen van Brugge Boeverie
|
Op 18
juli 2007 was het warme ontmoeting tussen de zusters kapucinessen van
Morgenster en de broeders kapucijnen vanuit het Brugse met pater Boni
van uit Ieper.
De namiddagontmoeting bestond uit drie delen: |
1) We waren
te gast bij de zusters. Benedictinessen van de St.-Godelieveabdij,
Boeveriestraat, Brugge. Moeder abdis zuster Sabine
leidde ons rond. Zij bracht ons bij de kunstwerken van beeldhouwer Toni Zenz
(Duitsland) en kunstschilder Michel Ciry (Frankrijk),
twee kunstenaars die de barmhartige ontmoeting van God met de mensen zeer scherp
lieten aanvoelen. Alsook de ontmoeting
van mensen onderling. Franciscus van Assisi kreeg een bijzondere vermelding
De zusters kapucinessen van Brugge: Moeder Ancilla, zusters. Angela, Mirjam,
Bernadette, Gertrudis, Cecilia, Francisca
en de broeders kapucijnen Guido Travers en Silveer Vermeulen. Frans De Bouck,
André Debusschere, Bart Decleir,
Omer Stael, Willy Van Samang, Jan Wouters en Boni Van Looveren.
2) Broeder
Willy Van Samang nam ons mee naar de Pater Piogebedsplaats in de kerk van de
Boeverie. Samen hadden we
onder zijn leiding een pracht van een viering.
3) De
namiddag werd afgesloten met een gezellige en smakelijke koffietafel.
8.
Broeder Jan Geerts over heiligen
in het park van Meersel-Dreef
|
In het Mariapark van
Meersel-Dreef staan er vele kapelletjes en beelden. Ik heb ze
allemaal eens geteld: 36 stellen gebeurtenissen voor uit het leven van
Jezus en van Maria, twee een visioen van een heilige. En dan nog 25
standbeelden van een gekende of minder gekende heilige.
Bij een van deze laatste vroeg iemand mij: "Zeg, waarvoor dient die?"
Hij bedoelde natuurlijk: waarvoor aanroept men die? Ik gaf het
antwoord. Meer moest hij niet weten.
Zijn heiligen maar interessant als men er iets kan aan vragen? In dat
geval zal dit bidden steeds enkel een vraaggebed zijn: om er iets van
gedaan te krijgen. Maar gelukkig beperkt het zich daar toch niet steeds
toe. Dikwijls heeft men ook een warme genegenheid voor haar of hem.
Iemand verraste mij ook
eens met een andere uitdrukking: "Hier kom ik wel eens om wat met hem te
redeneren". "Hoe bedoelt gij dat?" vroeg ik geïnteresseerd. Uit wat zij
toen begon te vertellen bleek dat zij veel over hem wist. En zij scheen
hem echt te verstaan, zoals je dat kunt hebben met iemand die dezelfde
dingen heeft meegemaakt als jijzelf. Daardoor ontstaat er een band. Je
herkent u goed in hem of haar. Deze heilige was zo iemand voor haar: een
herkenningsfiguur: iemand aan wie zij zich optrekt, bij wie zij
bevestiging vindt. Bij hem komt ze 'redeneren' over een keuze die ze nu
moet maken. Bidden is voor haar: onder zijn ogen alle aspecten eerlijk
bekijken en dan edelmoedig
beslissen. Hij is er
bij.
Op de centrale plaats
in het park staat het beeld van Onze Lieve Vrouw. Het is een uitbeelding
van Maria zoals Bernadette Soubirous haar 18 keren in een grot te
Lourdes zag. Bijna altijd tref je er mensen aan, van 's morgens tot 's
avonds. Zowel jongeren als ouderen. Sommigen steken een kaarsje aan en
gaan meteen weer weg. Anderen gaan zitten, op een van de voorste banken,
of achteraan wat op afstand, of wat weggedoken. Of men blijft liever
gewoon staan kijken naar het beeld. Iemand zit zijn tranen weg te vegen.
Wat gaat er allemaal in mensen om? De ene zit gewoon graag bij Maria.
Een andere komt om iets te vragen. En dan zijn er die met haar komen
redeneren. Alle categorieën komen hier samen. En de manier van bidden?
Met een offerkaars, met hun ogen, met hun tranen doen allen dit volgens
en vanuit hun eigen geloofshouding.
Heiligenverering is
altijd belangrijk geweest in het christendom, zeker in het katholicisme.
In de eerste eeuwen - toen ze vervolgd werden - vereerde men vooral
martelaren. Men zag hen als voorbeeld om niet toe te geven aan de druk
van buitenaf. Hun heldhaftigheid werkte wervend voor de Kerk.
In latere tijden ging
men meer opkijken naar profetische figuren, zoals o.a. Franciscus van
Assisi. Zij gaven een nieuwe glans aan en brachten een nieuwe dynamiek
in de geloofsbeleving. Zij hernieuwden de Kerk. Je vindt er nu nog
inspiratie bij.
En er waren ook altijd
heiligen die in hun persoonlijkheid of in hun levensgeschiedenis iets
hadden dat aanleiding gaf om mensen aan te spreken als beschermheilige,
als patroon.
Niet iedere gelovige
voelt zich aangetrokken tot hen, noch tot hun verering. Dat moet ook
niet. Maar voor heel veel mensen blijkt het wel een goede bedding te
zijn. "In het huis van Mijn Vader is ruimte
voor velen" zei Jezus.
In dit park is ruimte voor velen, ook voor hen die er niets komen
zoeken.
Bij het verlaten ervan
steken velen de straat over om ook de kerk in te gaan. Dikwijls zo maar
uit nieuwsgierigheid. Of misschien heeft het verblijf bij Maria of een
andere heilige hen op het idee gebracht om een stap verder te zetten:
naar Jezus. Hij is het toch die deze heiligen zo heeft geïnspireerd. Hun
vraag was: Heer, waarvoor kan ik dienen?
Br. Jan Geerts |
|
9.
Overbrenging van overleden medebroeders
begraven te Hoogboom naar Meersel – Dreef
|
1.
Relaas
Op
23 januari 2007 werd de nieuwe begraafplaats voor onze medebroeders
ingezegend.
Zestien medebroeders die in ons klooster te Antwerpen overleden
zijn tussen 1942 en 1964, werden begraven in Hoogboom:
| |
P.
Franciscus Laroy |
1878-1942. |
| |
P.
Omer Roose |
1899-1943. |
| |
P.
Florimond Luyten |
1883-1944. |
| |
P.
Kapistraan Miroen |
1880-1945. |
| |
P.
Augustien Van Den Eynde |
1873-1958 |
| |
Br.
Humilis Ceulemans |
1876-1949. |
| |
P.
Bonifaas Fierens |
1873-1955. |
| |
P.
Hugo Pyck |
1877-1956. |
| |
P.
Oswald Delaere |
1881-1957. |
| |
P.
Georgius Castelijn |
1877-1957. |
| |
P.
Alex Salaerts. |
1889-1958. |
| |
P.
Bartholomeus Van Passen |
1884-1960. |
| |
P.
Koenraad Thys |
1882-1960. |
| |
P.
Macarius De Blanger |
1986-1960. |
| |
Br. Frederik De Jonckheere |
1899-1062. |
| |
P.
Samuel Lenaerts |
1870-1964. |
Bij het heraanleggen van
dit laatste kerkhof vroeg het gemeentebestuur wat ze moesten doen met
onze overleden medebroeders die daar begraven lagen. Het antwoord lag
voor de hand:overbrengen naar Meersel-Dreef. In acht grote kisten
werd het stoffelijk overschot van onze medebroeders overgebracht door de
begrafenisondernemer. Op 5 en 6 december werden ze in acht grote kisten
overgebracht naar Meersel-Dreef. Op donderdagmorgen, 7 december, werd
met een kraan een diepe kuil gegraven en één voor één werden de kisten
zachtjes op hun nieuwe rustplaats neergelaten.
We
hielden er aan om hen niet zo maar een nieuwe rustplaats te geven. Op 23
januari 2007 werd tijdens een samenkomst van de medebroeders uit de
naburige kloosters, Antwerpen en Herentals, een zinvol gebedmoment
gehouden bij dit nieuwe graf. Wij mochten ons verheugen op een goede
opkomst. Met 23 medebroeders hebben wij bij hun nieuw graf gebeden
en gezongen. De gebeden bij het nieuwe graf werden alternatief
voorgelezen door één van de Dreefse medebroeders. Op het koude kerkhof
werd het even stil terwijl de namen van onze medebroeders gelezen
werden. P. Jan Van Boxel, gardiaan, ging voor in dit gebedsmoment
terwijl de gebeden om de beurt door één van de Dreefse medebroeders
gelezen werden en door alle aanwezigen beantwoord werden. Met de
zegen van St. Franciscus werd dit gebedsmoment afgesloten. Het was een
mooi en heel zinvol gebedsmoment. De namen van oudste medebroeders in
dit graf waren voor de meeste van ons onbekend terwijl deze van latere
datum bij sommigen nog herinneringen opriepen. Toch mogen we zeggen dat
we met hen, gekend of ongekend, een band van eerbied en
franciscaanse verbondenheid voelden niet alleen met hen maar ook met
alle medebroeders die ons zijn voorgegaan. Dat ze rusten in de eeuwige
vreugde bij de Heer.
P.Luk.
|
|
10. Overbrenging van overleden medebroeders begraven te Lommel Werkplaatsen
naar Meersel-Dreef (op 7 juni 2007)
|
Op vrijdag 2 november hield men
te Meersel-Dreef een gedachtenisviering voor de medebroeders die te
Lommel begraven waren en naar het kerkhof van Meersel-Dreef werden
overgebracht.
Broeder Luk Wouters schrijft ons
het volgende:
“In het begin van vorig
jaar mochten we onze overleden medebroeders, begraven in Hoogboom,
verwelkomen op ons kerkhof te Meersel-Dreef. Dit jaar werd het kerkhof
te Lommel Werkplaatsen vernieuwd daarom werd, dank zij ons bestuur en
met toelating van het gemeentebestuur uit Lommel en Hoogstraten het
stoffelijk overschot van onze medebroeders overgebracht naar
Meersel-Dreef. We hebben lang moeten wachten op de gedenkstenen maar nu
is het nieuwe graf mooi afgewerkt met de namen van onze medebroeders op
de gedenkplaat.
Om hen ook hier in gewijde grond te laten rusten, houden we een
nadienst en zegening van de nieuwe rustplaats op het feest van
Allerzielen, 2 november.
De namen van onze overleden medebroeders willen we blijven gedenken.
We geven hier de
volledige lijst van de 43 medebroeders die te Hoogboom begraven werden:
.Van de Perck Petrus, (Antoninus van
Antwerpen), overl in 1977.
.De Voghel Eduard, (Venantius van Stavele), overl. in 1878.
.Dubois Joseph, (Desiderius van Edingen), overl. in 1879.
.Wincq Louis, (Beda van Everbeek), overl. in 1880.
.Van Oorschot Jacob, (Petrus van Hoge-Zwaluwe – NL.), overl.in 1881.
.Van den Haute Philippus, (Eleutherius van Everbeek), overl. 1883.
.De Corte Fredericus, (Gabriël van Zedelgem), overl. in 1889.
.Follet Augustin, (Adjutus van Wortegem), overl. in 1891.
.Spierings Gerardus, (Augustinus van Uden – Nl..), overl. in 1892
Van den Berg Joannes, (Bernardinus van Goenlo – Nl.), overl. in 1894.
.Daubresse Felix, (Celestinus van Wervik), overl. in 1896.
.De Clercq Victor, (Agathangelus van Geraardsbergen), overl. in 1896.
.De Beukelaer Jacobus (Cyprianus van Antwerpen), overl. in 1897.
.Van Peteghem Aemilius, (Leonardus van Lokeren), overl. in 1903.
.Vandersleyen Franciscus, (Eusebius van Edingen), overl. 1905.
.Verhoeven Ludovicus, (Alexander van Wijnegem), overl. in 1911.
.Bossyns Joannes, (Hilarius van Antwerpen), overl. in 1916.
.De Houwer Josephus, (Thomas van Halle-Kempen), overl. in 1917.
.Maes Carolus, (Liberatus van Turnhout), overl. in 1920.
.Rutten Petrus, (Jan Baptist van Meerle, overl. in 1923.
.Dierinck Ivo, (Marcus van Zeveneken), overl. in 1926.
Van Opdorp Joannes, (Antoninus van Essen), overl. in 1928.
.Van Ginneken Franciscus, (Honorius van Essen), overl. in 1935.
.Dobbeleers Edmundus, (Antonius van Antwerpen), overl. in 1936.
.Van Lanen Gulielmus, (Stanislaus van Uden – Nl.), overl. in 1939.
.Janssens Joannes-Baptista, (Germanus van Rijmenam), overl. in 1941.
.Baert Victor, (Paschalis van Beveren-Roeselare), overl. in 1942.
.Laroy Antonius, (Franciscus van Sint-Gillis), overl. in 1942.
.Roose Josephus, (Omer van Brugge), overl. in 1943.
.Luyten Edmundus, (Florimundus van Zoerle-Parwijs), overl. in 1944.
.Miroen Aemilius, (Capistranus van Antwerpen), overl. in 1946.
.Van den Eynde Eduardus, (Augustinus van Antwerpen), overl. in 1948.
.Ceulemans Franciscus, (Humilis van ’s Gravenwezel), overl. in 1949.
.Vanneste Constantinus, (Bonifacius van Beernem), overl. in 1955.
.Pyck Ludovicus, (Hugo van Eernegem), overl. in 1956.
.Delaere Hector, (Oswald van Gullegem), overl. in 1957.
.Casteleijn Cornelius, (Georgius van Antwerpen), overl. in 1957.
.Sallaerts Franciscus, (Alexius van Begijnendijk), overl. in 1958
.Van Passen Gustavus, (Batholomeus van Merksem, overl. in 1960.
.Thys Gustavus, (Conradus van Antwerpen), overl. in 1960.
.De Blanger Alphonsus, (Macarius van Nieuwkerken-Waas), overl. in 1960.
.De Jonckheere Victor, (Fredericus van Staden), overl. in 1962.
.Lenaerts Vitalis, (Samuel van Emblem), overl. in 1964.
Lommel-Werkplaatsen: medebroeders die op 7 juni werden
overgebracht naar Meersel-Dreef en op 9 juni aldaar herbegraven werden: |
| |
|
|
 |
Broeder Jan Wouters die vele
jaren in Lommel Werkplaats werkzaam was heeft eraan gehouden om voor
zijn geliefde medebroeders mee voor te gaan in de viering.
|
| Broeder gardiaan Jan Van Boxel hield een indrukwekkende
en bemoedigende homilie |
 |
| |
|
 |
 |
| |
|
 |
 |
|
Na de dienst in de kerk trok men naar het kerkhof |
Het
gemeenschappelijk graf van onze medebroeders.
Hun namen staan gegrift niet alleen in de arduinen steen maar ook in ons hart en
nog meer in Gods liefde.
Met medebroeders en een achttal mensen
die uit Lommel waren gekomen stonden we biddend bij het graf.
We riepen bij God in herinnering al het mooie en het schone dat ze ons hebben
voorgeleefd. Dat ze mogen rusten in de vrede van God.
|