|

|
ANDRE MENNEN (P. Anacleet)
83 jaar oud - 65 jaar kapucijn - 60 jaar priester - 49 jaar
missionaris in Canada
Geboren in Ault (Frankrijk) op 1 april 1917
Overleden in Herentals op 6 september 2000
Na zijn theologische studies werd André eerst predikant in
verschillende kloosters van Vlaandeen. In 1947 is hij naar Canada
vertrokken waar hij zich het lot aantrok van de immigranten. Hij was er
pastoor in St. Boniface en in Blenheim. In 1996 kwam hij definitief naar
België terug en verbleef in het klooster te Herentals waar hij vier jaar
later overleed.
|
|

|
LEO VANDIERENDONCK (Br. Marinus)
87 jaar oud - 68 jaar kapucijn
Geboren in Sint-Andries Brugge op 8 september 1913
Overleden in Izegem op 21 januari 2001
Leo verbleef in verschillende kloosters, nu eens als ziekendiener, dan als
koster en kleermaker of als hulpkok. Leuven was zijn laatste
verblijfplaats waar hij als portier werkzaam was. Leo was steeds gereed om
dienst te bewijzen. Hij verhuisde van Leuven naar 't Pandje te Izegem waar
hij op rust ging en ook overleden is.
|
|

|
ALEXANDER VAN BALEN (P. Gilbert)
84 jaar oud - 63 jaar kapucijn - 58 jaar priester
Geboren te Aalst op 1 januari 1912
Ovrleden te Herentals op 3 maart 2001
Alexander was begaafd met een letterkundige aanleg. Na zij studies werd
hij predikant maar ook leraar godsdienst in een staatsschool. Later heeft
hij zich ingezet voor de foorreizigers en de zigeuners en deed op
parochies de weekenddiensten. Hij werd ziek in 1995 en ging op rust naar
het klooster te Herentals waar hij zes jaar later is overleden.
|
|

|
ANDRE BOEVE (P. Feliciaan)
83 jaar oud - 63 jaar kapucijn - 56 jaar priester
Geboren in Castelnau-Fayrac (Frankrijk) op 11 september 1917
Overleden te Veurne op 11 maart 2001
André is twaalf jaar directeur geweest van het St.-Laurentiuscollege te
Aalst. Twaalf jaar was hij provinciale overste van de Vlaamse kapucijnen.
Nadien werd hij pastoor benoemd van onze parochie te Brussel. Hij ijverde
veel voor de Franciscaanse lekenorde. Hij gaf conferenties en schreef veel
artikelen over Franciscus van Assisi. Hij is tamelijk onverwacht overleden
in de St.-Augustinuskliniek te Veurde.
|
|

|
GASPAR VAN LOOY (P. Erwin)
65 jaar oud - 36 jaar kapucijn - 31 jaar priester
Geboren in Turnhout op 3 september 1936
Overleden te Herentals op 21 november 2001
Gaspar was eerst buschauffeur vóór hj intrad bij de kapucijnen in 1963.
Na zijn priesterwijding in 1970 werd hij benoemd tot onderpastoor op de
St.-Antoniusparochie te Herentals. Later werd hij lid van de
roepingencommissie en van de vormingsfraterniteit te Antwerpen. Het bisdom
Antwerpen benoemde hem tot visitator van vrouwelijke religieuzen, een
functie die hij zeven jaar vervulde. Hij overleed onverwacht te
Herentals op 21 november 2001.
|
|

|
MARCEL GODEFROY (P. Jeroom)
79 jaar oud- 60 jaar kapucijn - 53 jaar priester - 50 jaar
missionaris in Pakistan.
Geboren te Opwijk op 18 december 1922
Overleden te Turnhout op 30 januari 2002
In 1950 is Marcel als missionaris vertrokken naar Pakistan. Hij was er
verantwoordelijk voor het parochiewerk en later ook voor de pastorale zorg
van christenen in de dorpen. Tussen de mensen wonen, leven en werken was
zijn ideaal en hij is een voorvechter geweest voor de uitgestotenen. Na 50
jaar hard werken is hij in 2000 op rust naar Meersel-Dreef teruggekeerd.
Hij overleed in de kliniek te Turnhout.
|
|

|
ALFONS LEFEBURE (P. Honoré)
94 jaar oud - 74 jaar kapucijn - 68 jaar priester
Geboren te Elversele op 17 augustus 1907
Overleden te Herentals op 7 februari 2002.
Alfons werd in 1936 leraar aan het St.-Laurentiuscollege te Aalst. In 1940
werd hij directeur benoemd van het seminarie voor Filosofie te Brugge en
gaf er ook les tot in 1963. Hij werd directeur van de zusters Clarissen te
Aalst en hield contact met de mensen langs de biechtstoel en het
ziekenbezoek op de parochie. Na veel jaren dienst ging hij op rust naar
Herentals waar hij nog zes jaar leefde en waar de medebroeders mochten
genieten van zijn vriendschap en aanstekelijk enthousiasme.
|
|

|
PAUL GONNISSEN (P. Stanislas)
74 jaar oud - 55 jaar kapucijn - 50 jaar priester - 40 jaar
missionaris in Pakistan
Geboren te Stokkem op 4 november 1927
Overleden te Herentals op 7 februari 2002.
Paul is in december 1953 als missionaris vertrokken naar Pakistan. De taal
leren was zijn eerste bekommernis en dan aan het werk gaan in de pastoraal
op de parochie en in de dorpen. Hafizabad was het dorp dat hij gebouwd
heeft, huizen voor de christenen, scholen voor de kinderen. Hij kwam terug
naar België als een ziek man, suikerziekte en een hartziekte verplichtten
hem rust te nemen te Herentals.
|
|

|
KAREL VERLEYE (P. Antonius)
81 jaar oud - 64 jaar kapucijn - 58 jaar priester
Geboren te Mechelen op 17 april 1920
Overleden te Sijsele (Damme) op 27 februari 2002.
Karel werd in 1945 lector benoemd aan het seminarie voor filosofie te
Brugge. Hij toonde veel belangstelling voor de Europese volken en wilde
streven naar een verenigd Europa. Hij gaf conferenties en was bekend als
voordrachtgever en schrijver. In 1949 was hij medestichter van het
Europacollege te Brugge als een postuniversitair centrum voor studenten
uit heel Europa, en stichtte later het centrum Ryckevelde te Damme
Sijsele. Hij ontving talrijke onderscheidingen.
|
|

|
FRANS VAN ELSACKER (P. JUVENALIS)
85 j. oud; 66 j. kapucijn; 59 j. priester
Geboren te Zoersel op 20 oktober 1917
Overleden te Antwerpen op 22 december 2002
Na zijn middelbare sudies te Hoogstraten werd hij kapucijn. Na zijn
theologische studies en zijn priesterwijding werd hij aalmoezenier in het
interneringskamp te Beverlo, was tuchtprefect aan het
Sint-Laurentiuscollege te Aalst, was meerdere keren gardiaan in
verschillende kloosters en pastoor te Balen-Gerheide. In 1992, na zijn
ontslag als pastoor, is hij tot aan zijn dood biechtvader geweest in de
kloostrkerk van de kapucijnen te Antwerpen. |
|

|
WILLY VAN DEN BROUCKE (P. Henri)
72 jaar oud, 51 jaar kapucijn, 45 jaar priester
Missionaris in Pakistan
Geboren in Egem op 17 december 1930
Overleden in 't Pandje te Izegem op 11 februari 2003
Na zijn theologische studies werd P. Henri in 1958 benoemd als
missionaris voor Pakistan. In voorbereiding studeerde hij oostersche talen
aan de universiteit van Oxford. Vertrok op 29 augustus 1961 voor het eerst
naar Pakistan. Hij is er meer dan 40 jaar werkzaam geweest.
Aanvankelijk was hij directeur van S. Mary's High School in Lahore. Hij
bouwde veel scholen en kerkjes. Hij zette zich in met hart en ziel voor de
opvoeding van arme kinderen. Ziek geworden kwam hij definitief naar
België terug in 2002.
|
|

|
Pater BERTIEN (Antoon Hoste)
Geboren te Izegem op 1 juni 1914
Geprofest op 17 september 1934
Priester gewijd op 18 augustus 1940
Overleden te Herentals op 27 februari 2003
Na een lang en bedrijvig leven als aalmoezenier van de scouts, als
dirigent en proost van het Franciscuskoor, maar ook als bekwaam restaurateur
van houten beelden te Edingen, heeft P. Bertien vandaag de voltooiing
gekregen van zijn diepste wens: thuis komen bij de Vader.
P. Bertien was als volgeling van Franciscus een onthecht man en toch kon hij
van het leven genieten. Hij was met weinig tevreden en toch een opgeruimd en
blij iemand. Dat was wellicht de aantrekkingskrkacht in hem die vele mensen,
soms van heel ver, naar zich trok. Ze kwamen om raad, om een gebed en
zegeningen vragen. |
|

|
Pater Venantius (Alfons Quanten)
Geboren te Eksel op 19 mei 1922
Ingetreden in de Orde op 15 september 1941
Priester gewijd op 25 juli 1948
Overleden te Hamme op 27 maart 2003
Gewezen missionaris in Ubangi (Kongo) waar hij Reguliere Overste was.
Aalmoezenier van het M.P.I. te Viane bij de Zusters van Deftinge. |
|

|
Pater Theofiel (Henri Heyvaert)
Geboren te Mollem (Bollebeek) op 15 september 1921
Ingetreden in de Orde op 15 september 1940
Priester gewijd op 25 juli 1948
Overleden te Hamme op 27 maart 2003
Gewezen missionaris in Ubangi (Kongo)
in de Comoren.
in de Seychellen.
Geestelijke assistent van de F.L.O. te Aalst. |
|

|
Broeder Beda
Emiel Maurits DELAERE
Minderbroeder-Kaucijn
Hij werd geboren te Gullegem op 11 mei 1991
Trad in de Orde op 30 mei 1931.
Sprak zijn eenvoudige geloften uit op 17 september 1933
en zijn plechtige geloften op 17 september 1936.
Hij was missionaris in Congo-Zaire
en overleed zachtjes in 't Pandje te Izegem op 2 mei 2003
gesterkt door de ziekenzalving. |
|

|
Broeder Ansfried
Marijn Geerts
Geboren te Weelde op 30 december 1926
Overleden te Turnhout op 06 september 2003
Ingetreden in de Orde op 7 september 1947
Priester gewijd te Izegem op 2 augustus 1953
Missionaris in Kongo 1955-1972 |
|

|
Broeder Frans Celis
1938 - 2003
Geboren te Lisp (Lier) op 31 maart 1938
Overleden op 24 oktober 2003
Ingetreden op 10 september1960
12 september 1961 tijdelijke professie
Priester gewijd op 8 juli 1967 |
|

|
Pater Gorgonius
Jef Geys
Geboren te Balen op 5 februari 1927
Overlelden op 22 december 2003
Ingetreden in de orde op 15 september 1950
Priester gewijd te Izegem op 5 augustus 1956
|
|

|
Broeder Fidentiaan
Valère Van Den Broucke
Geboren te Egem op 13 augustus 1916
Gestorven te Izegem op 12 september 2004
|
|

|
Broeder Melchior
Geboren te Bovekerke op 04-05-1914
Gestorven te Izegem op 30-09-2004 |
|

|
Antoon De Graeve
Geboren te Brugge op 3 december 1912
Gestorven te Brugge op 28 september 2005 |
|
 |
Cyriel Noyez
Geboren te Poelkapelle op 18 juni 1928
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 29 juni 2006 |
|
“Tot het
laatste toe wilde ik leven
mijn geest behield altijd zijn kracht
door volhardende wil voortgedreven…
maar ’t lichaam ontsnapt aan mijn macht.”
Dat zijn de laatste woorden die pater Cyriel, broeder
Raymond, op een onooglijk papiervelletje noteerde en voor ons klaar had
gelegd, samen met een uiterst sobere terugblik op zijn leven. “Doorheen
verschillende functies en situaties”, zo schreef hij, “heb ik in alle
stilte geprobeerd, als mens, als priester en als religieus waar te maken
wat ik op het gedachtenisprentje van mijn priesterwijding als een gebed
noteerde: ‘Vader Franciscus, met u
bid ik, wil mij gebruiken om uw vrede te brengen aan de mensen’ Wie
mij van naderbij kende weet dat ik eronder geleden heb als ik geen
verzoening en vrede kon bewerken.”
En zo zullen wij hem in onze herinnering meedragen.
Hij was een man uit één stuk. Zijn woord was doordacht, helder en kort.
Hij liet zijn gevoelens en emoties zelden zien, maar hij had een groot
hart voor de mensen die met hem samenleefden of die aan zijn zorgen waren
toevertrouwd. Ook al heeft hij van meet af aan, van zodra hij uit Rome als
doctor in kerkelijk recht terugkeerde, in zijn orde leidende functies
vervuld, eerst als directeur van het seminarie voor theologie, daarna als
provinciaal raadslid en driemaal als minister provinciaal, toch bleef hij
steeds een bescheiden en eenvoudig kapucijnenbroeder, gemakkelijk
toegankelijk en dienstvaardig.
Na een half leven als voorganger van zijn
medebroeders ontpopte hij zich als een pastoraal sterk bewogen priester,
eerst als aalmoezenier van het schippersvolk te Gent, nadien als
aalmoezenier van het psychiatrisch instituut St.-Amandus te Beernem. Zijn
rustige aanpak, zijn beginselvastheid, zijn wijsheid en zijn bezorgdheid
laten een blijvende indruk na. Eenmaal op rust gesteld, bleef hij zich als
bekwame kerkjurist inzetten om een oplossing te vinden in vastgelopen
gezinssituaties. Velen zullen meet dankbaarheid aan hem terugdenken. |
| Gouden priesterjubileum, omringd door zijn beide
klasgenoten: (links) br. Paul Patertonster, br. Arnold Stalpaert en de
gewezen provinciaal Gust Koyen. |
 |
|

|
Jos Bouwens
Geboren te Herentals op 13 februari 1939
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 20 juli 2006
Kapucijn geworden op 12 september 1959
Priester gewijd op 10 juli 1965
|
|
Jos
was een begaafde studax en een zeer wilskrachtig man. Met zijn talenten
heeft hij gewoekerd in het apostolaat, als predikant, raadgever,
godsdienstleraar aan diverse scholen en colleges. Omwille van zijn
talenten hebben de oversten dikwijls op hem een beroep gedaan als
verantwoordelijke voor onze kloostergemeenschappen. Hij werd ook raadsman
van de provinciale overste en was, begin van de jaren 1980, zelfs 13
maanden Provinciaal ad interim. Heel veel mensen kwamen bij hem met hun
moeilijkheden, omdat Jos kon ‘luisteren’ en hen wijze raad geven.
Rond zijn 45ste levensjaar begon echter een langzame en
pijnlijke aftakeling door Multiple Sclerose. Maar Jos had een ijzeren
wilskracht, en wàt hij nog kon bleef hij doen. Zover het enigszins kon
weigerde hij alle hulp: hij wilde zich niet afhankelijk voelen. Geen
geklaag of gemor. Wel noodzakelijke aanpassingen.
Einde schooljaar 1991 moest hij, met veel spijt, afzien van het onderwijs
dat hem zo nauw aan het hart lag. Maar hij beet zich vast in wat hij nog wél
kon: gebed, studie, raadgeven, administratie. Hij wijdde zich, nu nog meer
dan vroeger, aan zijn passie: het bestuderen en doen begrijpen van het
Jodendom.
Halfweg
2001 werd de fysieke onmacht en afhankelijkheid dan toch te groot en ging
hij naar ons RVT ’t Pandje. Mentaal bleef hij sterk: hij bleef bezorgd
om mensen en dingen rondom hem en interesseerde zich voor alles wat hij
belangrijk vond.
De laatste maanden moest hij alles uit handen geven en zich volledig
toevertrouwen aan de mensen die hem liefdevol verzorgden. Op 20 juli begaf
zijn weerstand, zijn strijd was gestreden, en even voor middernacht is hij
stilletjes in vrede ingeslapen.
Wij blijven Jos gedenken als een wijze, karaktervolle en dankbare
religieus, die goed wilde doen aan zijn medemensen, maar zelf niemand
opzettelijk last wilde berokkenen. Moge de Heer van alle goeds hem nu bij
Zich opnemen met de woorden: “Kom nu eens mee… en rust wat uit”
(Mc6,31).
|
|
 |
Gaston-Willibald Scherpereel
Geboren te Eggewaartskapelle op 5 juni 1920
Gestorven te Izegem op 21 janauri 2007
Kapucijn geworden op 15 september 1940
Priester gewijd op 3 augustus 1947
Eerste afreis naar Congo op 2 oktober 1951 |
|
Een ontmoeting met Gaston was telkens weer
hartverwarmend. Hij keek je echt in de ogen en er straalde levensmoed en
levensvreugde uit zijn gelaat. En dat beeld van hem zullen we blijven
meedragen. Hij was een lieve en toegankelijke man. En tegelijkertijd een
beginselvaste, vrome en voorbeeldige minderbroeder kapucijn. Twintig
jaar was hij toen hij onder de naam van Willibald van Eggewaartskapelle
in 1940 te Edingen aan zijn kloosterroeping gestalte gaf. Hij werd in
1947 priester gewijd. En hij was een priesterlijke man: een enthousiaste
voorganger, een wijze raadsman en bezorgde begeleider van mensen in
nood.
Orde en levensdiscipline, verantwoordelijkheidszin en plichtsbewustzijn
had hij van thuis uit meegekregen. Hij heeft zijn hele leven lang
kaarsrecht gelopen en toegewijd, zorgvuldig en professioneel de hem
toevertrouwde taken behartigd. Er is veel van hem gevraagd geworden. Na
een bijscholing in de hogere normaalschool te Antwerpen werd hij in 1951
naar Congo gezonden als missionaris met de bijzondere opdracht het
onderwijs in de Ubangi-missie te reorganiseren en verder uit te bouwen
samen met zijn medbroeder Walter. Na 33 jaar werd het schitterend
onderwijswerk door de politieke evolutie van Zaïre onderuit gehaald en
keerde hij in 1984 definitief terug naar Vlaanderen.
Ongebroken aanvaardde hij de benoeming tot medepastoor in de
Sint-Franciscusparochie te Menen, waar hij op handen werd gedragen.
Nauwelijks vier jaar later, in 1988, deden zijn medebroeders een beroep
op hem om te Antwerpen de leiding op te nemen van de lokale
broederschap, en nog in hetzelfde jaar werd hij benoemd tot secretaris
provinciaal. Deze delicate en arbeidsintensieve opdracht vervulde hij
vijftien jaar lang en wist die nog te combineren met de pastorale zorg
voor de plaatselijke kapucijnenkerk, de lokale afdeling van de
Franssprekende Franciscaanse lekenorde, de geestelijke begeleiding van
de zusters kapucinessen en de liturgische diensten in een
bejaardentehuis.
Na deze indrukwekkende staat van dienst heeft hij in 2005 zelf gevraagd
om zijn laatste levensjaren in het rusthuis ’t Pandje door te brengen.
Hij wou er zich vredig voorbereiden op het definitief afscheid van het
aardse leven. Zijn toch nog onverwacht en haastig overlijden laat een
grote leemte na, want waar hij ook het beste van zijn krachten en
talenten heeft gegeven, daar heeft hij een blijvende indruk en heel
vrienden nagelaten. Velen zullen met dankbaarheid en weemoed aan hem
terugdenken.
|
|
 |
Gelegenheid tot groeten van onze
medebroeder Gaston Scherpereel.
We bieden onze christelijke deelneming aan
en groeten de familie en medebroeders van de fraterniteit van Izegem.
|
|
Broeder Adri Geerts, minister
provinciaal,
ging voor in de viering en hield ook de homilie.
|
 |
|
 |
Zeer velen hebben eraan gehouden de begrafenisplechtigheid bij te
wonen. Op de foto bidden de medebroeders die hem dankbaar omringen.
|
|
Op het einde van
de viering omringen medebroeders broeder Gaston en bij het zingen van
“De Heer zegene u”
wensen ze hem vrede voor altijd en dat hij geborgen mag zijn in de
liefde van God.
|
|
 |
 |
|
Homilie bij de
afscheidsviering van Gaston Scherpereel
(Joh.15,9-17)
Nog maar heel onlangs
was Gaston -
op vraag
-
begonnen om zijn levensverhaal neer te schrijven.
Enkele vellen gelijnd papier waren reeds beschreven, met de pen, in
mooi geschrift, nog steeds met vaste hand. Hij begint met deze spreuk'
Van het Concert des levens heeft niemand een programma' en gaat
dan verder: "Iedere mens moet werken aan zijn eigen programma in
opdracht van God die iedere mens liefheeft en in liefde ook van de mens
verlangt dat ook hij in liefde iets teruggeeft. Zo gaf God aan
mij het leven in Eggewaartskapelle op 5 juni
1920."
Op een ander blad
schreef hij enkele persoonlijke gedachten over het bidden die hij
eindigde met deze zin:: "Ik leef van Gods barmhartigheid en geloof
sterk in de voltooiing en de grote ontmoeting, hoe dan ook. "
Wat steekt er veel
rijkdom in deze enkele zinnen die in zekere zin zijn leven omvatten! Wat
verwoorden ze veel van zijn diepe gelovige overtuiging en rijke
bewogenheid! En mag ik er aan toevoegen: Gelukkig de mens die leeft naar
deze woorden zoals Gaston het deed...
Gaston had zelf vooraf geen programma van zijn leven, dat, zoals het
leven van ieder, door onverwachte voorvallen en door vragen en
uitdagingen die op zijn weg kwamen en door de wijze waarop hij er mee
omging, getekend werd. Hij heeft wel vol overgave en energiek aan zijn
programma gewerkt en beleefde dit als een opdracht van God.
Na het lager onderwijs dacht hij er aanvankelijk aan om in het spoor
van zijn vader, de stap naar het leger te zetten. Hij was al aanvaard
voor de militaire school in Sint Truiden, toen een pater vanuit ons
klooster hier in Izegem - getipt door een 'wakkere kloosterzuster' die
in de voorbeeldige misdienaar een mogelijke toekomstige priester zag
-
een bezoekje bracht aan
het gezin Scherpereel. Zo werd niet de militaire school maar het college
van de kapucijnen in Aalst de volgende stap... En zo koos hij na het
college voor het kapucijnenleven.
Jammer voor de militaire school en het leger. Want met zijn orde en
discipline, zijn
verantwoordelijkheidszin en plichtsbesef, zijn energie en enthousiasme,
en met zijn kaarsrechte houding, zou hij een heel goed militair geweest
zijn.
Gelukkig voor de
kapucijnen! Want met de genoemde talenten en vele andere gaven van hart
en geest is hij voor zijn medebroeders en voor heel veel mensen in Congo
en in Vlaanderen een zegen geworden!
Gaston heeft zijn roeping als minderbroederkapucijn ten volle beleefd.
Eerst als missionaris in Congo. Gedurende 33 jaar heeft hij zich in verschillende functies
totaal ingezet voor het onderwijs in de Ubangi. Hij heeft ontzettend
hard gewerkt voor de organisatie en verbetering van het onderwijs. En
hoewel zijn eigen werk veel van hem vroeg, was hij altijd graag bereid
zijn medebroeders bij te springen in hun werk, als het maar enigszins
kon.. Hij was een héél goede medebroeder.
Terug in België
vond
hij als medepastoor
in de Sint
Franciscusparochie in Menen een pastoraal werkterrein waar hij vlug met
zijn warm hart en grote bezieling veel betekende voor de mensen van de
parochie en op handen gedragen werd.
Na enkele jaren vroeg
de provinciaal hem om naar Antwerpen te komen en de taak van
gardiaan
en kort daarna de taak
van secretaris provinciaal
op zich te nemen. Een delicate taak die hij met grote
discretie, uiterst nauwgezet en deskundig volbracht en die hij nog wist
te combineren met heel wat pastorale taken.
Toen zijn krachten waarmee hij zoveeL jaren gewoekerd had, op waren,
vroeg hij zelf om naar hier, naar het 't Pandje te komen om te rusten
en, met de beste zorgen omringd, zich op de grote ontmoeting - zoals hij
het noemde - voor te bereiden.
Hij had zich, om het met het evangelie van deze viering te zeggen, in
liefde geroepen geweten om op tocht te gaan en vruchten voor te brengen
die blijvend mogen zijn. En die tocht was nu stilaan voltooid.
Vandaag nemen we
afscheid van Gaston. Een lieve medebroeder met een warm hart en
authentieke vroomheid. Een lieve medebroeder bij wie plichtsbesef en
discipline samengingen met een aanstekelijke opgewektheid en
enthousiasme.
En die daarom, hoewel zijn leven echt voltooid is, toch nog een leemte
nalaat.
Gelukkig de mens die zoals Gaston
op hoge ouderdom
mag zeggen: ik heb mijn taak volbracht. En die zich bewust voorbereidt
op de grote ontmoeting.
En die daarbij, zoals
Gaston ter gelegenheid van Kerstmis schreef, ook mag zeggen: mijn
bidden groeit met het ouder worden. Nu kan alles rustiger en bewuster
verlopen. Gelukkig de mens die zoals Gaston in de levensavond kan
zeggen: ik leef van Gods barmhartigheid; en ik geloof sterk in de
voltooiing van alles en in de grote ontmoeting,hoe dan ook.
En ik zou er - vanuit het evangelie parafraserend op zijn eigen
woorden -
willen aan toevoegen:
*Ik kan daarom nu in vertrouwen alles teruggeven aan God.
"
Al mijn zwoegen en werken, overal waar ik gevraagd werd te gaan, ik leg
het met vertrouwen in Gods handen. Hij zal het voltooien.
* En ik leef toe naar
de grote ontmoeting met Hem die mij in liefde het leven gaf en mij vroeg
zijn liefde te beantwoorden.
* Ik leef toe naar de
grote ontmoeting met Hem die me vroeg in zijn liefde te blijven door
mijn medemensen heel concreet lief te hebben.
* Ik leef toe naar de
grote ontmoeting met Hem die ons geen dienaren maar vrienden heeft
genoemd en die vroeg om Zijn liefde onder elkaar te beleven.
* Ik leef toe naar de grote ontmoeting
en in mijn bidden breng ik ondertussen het kerk- en
wereldgebeuren en de nood en het verdriet van mensen die het moeilijk
hebben voor God
Zeker, ik kwam soms
tekort, maar dat hoeft me niet bevreesd te maken, ik leef uit zijn
barmhartigheid.
Ik leef toe naar de grote ontmoeting 'hoe dan ook' Hoe dan ook. Ik heb
er geen woorden voor en geen voorstelling is bevredigend, maar die
ontmoeting in liefde zal alles te boven gaan en alles voltooien.
Delend in dit rijke geloof mogen we als medebroeder, onze broer of
familielid, als medebewoner of personeelslid, als vriend of bekende,
God danken om Gaston. Wij mogen samen de eucharistie vieren waarin hij
heel vaak met diep geloof en enthousiasme is voorgegaan.
Izegem,
27 januari 2007
Br. Adri Geerts
|
|
 |
Wim Guillaume Dewinter
Geboren te Melsbroek op 26 april 1939
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 12 maart 2007 |
|
Wim begon zijn actieve leven als paswerker in een
toeleveringsbedrijf van de vliegtuigindustrie en kende zo het
arbeidersmilieu van binnenuit. Reeds toen ijverde hij als Kajotter voor
een betere en rechtvaardiger wereld. Van die drang, die roeping, besloot
hij zijn levenswerk te maken als priesterkapucijn in 1966.
Op het gedachtenisprentje van zijn priesterwijding omschreef hij
duidelijk zijn ideaal (met een tekst van F. Cromphout): “Ik zal niet
geloven in ras of rijkdom, in voorrechten, in de gevestigde orde. Maar
ik wil geloven dat àlle mensen mènsen zijn; dat de orde van de macht en
van het onrecht wanorde is. ik durf geloven in Gods droom: een nieuwe
hemel, een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal wonen.”
Wie dat stelt als zijn levensmotto maakt het zich niet gemakkelijk in de
samenleving. Zoiets roept weerstanden op.
Consequent heeft Wim geprobeerd zijn ideaal in zijn pastorale leven te
verwezenlijken. Drie jaar was hij missionaris in onze Zaïre-missie.
Verder heeft hij zich op tal van plaatsen ingezet voor de
parochiepastoraal.
Rond zijn 45ste levensjaar kreeg hij een hersenbloeding en
hield er voorgoed een eenzijdige spastische verlamming aan over. Maar
Wim was een vechter. Hij wilde zich niet gewonnen geven: nog twaalf jaar
heeft zijn koppige wilskracht hem rechtgehouden als aalmoezenier van het
Aalsters Stedelijk Ziekenhuis, waar hij door zijn zieken en zijn
omgeving gewaardeerd werd voor zijn nooit-aflatende inzet.
Toen het niet langer ging en hij afhankelijk werd van een rolstoel, ging
hij op rust naar ons klooster te Meersel-Dreef. De aftakeling brak
stilaan de veer van zijn weerstand en een zestal jaren geleden werd hij
overgeplaatst naar ’t Pandje, waar hem de nodige zorgen konden geboden
worden.
Moge de Heer van alle goeds – in wiens dienst hij zijn leven heeft
gesteld – Wim nu opnemen in zijn eeuwige vrede. |
|
 |
Ingetogen bracht men een groet aan pater Wim |
|
Bij de offergang ontving men een prachtige foto en
herinnering aan pater Wim |
 |
|
 |
Requiem aeternam
werd hem toegezongen door het zangkoor |
|
Directie en medebewoners uit 't Pandje
nemen afscheid van pater Wim |
 |
|
 |
Medebroeders wensen hem al zingend Gods zegen toe. |
|
Broeders begeleiden hem naar zijn laatste rustplaats. |
 |
| |
|
Eubert is missionaris gewest met hart en ziel. In 1949 vertrok hij
per boot naar Pakistan en reeds in 1954 stichtte hij de missiepost van
Jamke Cheema. Deze missiepost heeft hij letterlijk uit de grond gestampt
met zijn noeste arbeid en met alle mogelijke fondsen die hij
bijeenbracht. Naar zijn mening had de missionering zonder onderwijs geen
stevige basis. Het duurde dan ook niet lang of hij begon met een school
en een internaat en bracht deze tot hoge bloei. Eubert was iemand met
ambitie en deze ambitie kwam de mensen van Jamke en omgeving ten goede.
Toen de stichter van het Bethania Hospitaal in Sialkot, pater Ligorius,
wegens ziekte naar België moest terugkeren nam hij de taak van directeur
van het ziekenhuis over. Ook hier heeft hij zijn beste krachten
gegeven. Hij was een bekwaam administrator en kon goed omgaan met
mensen, zowel met moslims als christenen. Hij was dienstbaar en gastvrij
en hij maakte veel vrienden, ook in invloedrijke middens. Deze contacten
wendde hij aan ten bate van het hospitaal en van de onbemiddelde
christenen.
Toen zijn medebroeders hem tot hun vice-provinciaal kozen, deed hij in
die 6 jaar veel voor de goede verstandhouding en werd door de
Pakistaanse medebroeders als een goede 'baba' - een goede vader -
gewaardeerd. De medebroeders in Pakistan waarderen hem als een groot
missionaris, die het volk liefhad en er alles voor deed.
Ook aan het bisdom Lahore heeft hij veel diensten bewezen. Hij was lid
van veel commissies en van de raad van het bisdom Lahore. Het welzijn
van het bisdom dat het kind is van het werk van de kapucijnen, ging hem
ter harte.
Negen jaar geleden dwong zijn gezondheid hem definitief naar België
terug te keren. Ook hier bleef hij met zijn hart in Pakistan. En hier
maakte hij zich nog dienstbaar voor het werk van de kapucijnenmissies.
Tot zijn gezondheid ook dat niet meer toeliet. Eubert hield zich graag
kranig maar zijn hart was vermoeid en op 28 maart is hij ongemerkt in
alle rust overleden. Zijn levensschip is opnieuw uitgevaren, nu niet
voor een lange tocht naar Pakistan maar voor een overtocht naar de
oceaan van Gods oneindige liefde. Eubert heeft hard gewerkt, hij heeft
de mensen van Pakistan en zijn medebroeders, zijn familie en vele mensen
graag gezien. Zij allen, en heel in het bijzonder de Pakistaanse
medebroeders, zullen met dankbaarheid aan hem terugdenken. |
Bijna twee jaar geleden is onze medebroeder André naar 't Pandje
overgekomen vanuit ons klooster te Brugge, waar hij jarenlang verbleven
had. Door ziekte en ouderdom was zijn leven als verstild. De
communicatie was moeilijk geworden en de beweeglijkheid beperkt.
Maar van deze stille levensavond is een lange periode van druk
apostolaat als predikant voorafgegaan. Op het college te Lommel en te
Aalst, kwam reeds tot uiting in wat later zijn predikatie zou kenmerken.
Hij kaapte de eerste prijzen weg in declamatiewedstrijden en vertolkte
hoofdrollen in toneelopvoeringen. Het jaar Eloquentia Sacra te Herentals
na zijn priesterwijding, werd de aanvang van zijn levensapostolaat. Hij
doorkruiste het Vlaamse land om volksmissies te preken,
kloosterretraites te geven en heel veel bezinningsdagen te leiden op
colleges.
Hij verkondigde ook met de pen. Hij schreef veel graag gelezen artikels
en verschillende boekjes (o.a. Geluk zonder Geld)die een ruime
verspreiding kenden. Hij wist de mensen op een eigen en originele wijze
te boeien en te begeesteren en gevoelig te maken voor de Blijde
Boodschap. Hij had het talent om met héél eenvoudige woorden en beelden
uit het dagelijks leven het evangelie door te geven. Vanuit een eigen
ervaring of beleven, legde hij een link naar een zin, een woord, een
'vonk' uit het evangelie. Hij voelde diep aan wat er leefde onder de
mensen en liet gemakkelijk zijn gevoelens de vrije loop, zowel wanneer
hij ontroerd of blij was, als wanneer hij verontwaardigd was.
Hij kon ook de jongeren boeien, zelfs als hij reeds méér dan 70 was. Hij
was een goed verteller en sprak graag over de rijkdom van het leven, je
'zomaar' als geschenk geven.
Hij was een medebroeder met een groot en zeer gevoelig hart dankbaar om
een attentie, kon hij vol vreugde genieten van het samenzijn in
gemeenschap, om kort daarna zich neerslachtig op zichzelf terug te
plooien. Maar dan brak de zon weer door...
Zijn vruchtbaar leven is nu voltooid. De Heer zal nu tot hem zeggen:
"Goede vriend, tijdens je leven heb je het Woord gezaaid. Je hebt dat
gedaan met hart en ziel. Je hebt je krachten niet gespaard. Kom nu
binnen in de eeuwige wijngaard. Daar zal je de vrede en de rust vinden,
die je op aarde niet vond." |
|
 |
Leonard Van Baelen
Geboren te Hasselt op 25 november 1932
Gestorven te Herentals op 7 juli 2007 |
|
IOnze medebroeder Leonard was
verstandelijk zeer begaafd en hij was sociaal bewogen. Dit had hij
meegekregen van zijn hard werkende, ondernemende en sociaal voelende
ouders. Zijn doctoraatsthesis had de voor zijn verder leven veelzeggende
titel 'Het probleem van de ontwikkelingslanden. Een theologische
stellingsname. ' Slechts twee jaar gaf hij les aan zijn jonge
medebroeders in Brugge en daarna vertrok hij - overigens tot hun grote
spijt - in 1965 naar Kinshasa om aan de katholieke universiteit Lovanium
te doceren. Tot aan zijn emeritaat heeft hij graag en met grote
bekwaamheid moraaltheologie gedoceerd.
Toen hij nog maar pas in Congo was,
bezocht hij - het was na de eerste grote rebellie - de medebroeders in
de Evenaarsprovincie. De moelijke omstandigheden waarin de mensen rondom
Bwamanda leefden - er waren geen dokters meer, geen wegen, geen scholen
- maakten indruk op hem. In Kinshasa sociale ethiek doceren en niets
trachten te veranderen aan de levensomstandigheden van deze bevolking,
dat kon volgens hem niet.Samen met dokter Jan Van Mullem en andere
docenten aan de universiteit, samen met medebroeders in de
Evenaarsprovincie en pater Gaston Spillebeen op het thuisfront, en vele
anderen werd een project voor integrale ontwikkeling opgezet dat C.D.I.-Bwamanda
zou heten. Het werd een project met een economisch, medisch en cultureel
luik. Het project werd een zegen voor een groot gedeelte van de
Evenaarsprovincie. En ondanks het feit dat het veel politiek woelige
tijden moest doorstaan, is het tot op vandaag een zegen voor
honderdduizenden mensen. Alsof zijn lesopdracht in Kinshasa en zijn
bezielende inzet voor C.D.I.-Bwamanda nog niet genoeg waren, was hij ook
nog geruime tijd overste van de medebroeders in Congo. Hij werd de
eerste vice provincaal van de generale vice provincie van de kapucijnen
in Congo die in 1994 opgericht werd. En na het vervullen van die
opdracht bleef hij mee instaan voor de vorming van jonge medebroeders en
verdiepte hij zich in de franciscaanse spiritualiteit.
Tot hij, door ziekte geveld. naar België moest terugkeren. Klagen over
zijn ziekte en de verergerende pijn, deed hij niet. Zolang hij ook maar
enigszins kon, studeerde hij, volgde met belangstelling wat er in de
samenleving en de kerk en de kapucijnenorde gebeurde, hielp jonge
medebroeders die voor hun licentie- of doctoraatsthesis in Rome op hem
een beroep deden, probeerde nog een studie over het contemplatieve gebed
te schrijven, en had aandacht en zorg voor heel concrete mensen en voor
zijn dierbare moeder en dierbare zus.
In het diepe vertrouwen dat hij zou thuiskomen bij God die alles
voltooit. heeft hij zijn leven uit handen gegeven. Zeer velen zullen hem
dankbaar blijven gedenken.
Uit het woord van Jean Bertin Nadonye, Vice
provinciaal in Congo.
Pater Van Baelen was er van overtuigd dat de
evangelisatie nauw verbonden is met de ontwikkeling. Op het moeilijk
moment van onbegrip voor dit huwelijk, was het citaat uit de brief van
de generale minister pater Pascal Rywalski voor hem een grote troost en
steun. “Het komt voor dat door de oproep die opstijgt uit de concrete
situatie waarin de broeders zich bevinden de gehoorzaamheid hen dwingt
grote sociale werken te ondernemen om aan een gebied een levensniveau te
geven waardig voor een mens en een zoon van God. Deze religieuzen
ondervinden dan de zorgen, de vermoeienissen, de gevaren, het onbegrip,
de kritieken, maar ook de vreugde van het daadwerkelijk hulpverlenen. De
arme bevolking heeft recht op een gerechtvaardigd welzijn in het
levensonderhoud te kunnen voorzien. De toewijding van deze religieuzen,
die sober leven en in geest van geloof hun krachten en hun gezondheid
voor het welzijn van het volk geven is – dat moet gezegd worden – in
overeenstemming met het evangelie en de geest van Sint Franciscus.” Dit
citaat is voor ons, zonder ons te vergissen, zijn testament dat hij
nalaat aan zijn medebroeders in de missie…
Uit het in memoriam van Ngaleko Baranga,
voorzitter van de Raad van bestuur van CDI-Bwamanda.
…Maar bovenal is het werk van zijn missionaris- en
wetenschappelijk leven in R.D. Congo bekroond heeft het “Centrum voor
integrale ontwikkeling” C.D.I. Bwamanda dat hij, samen met zijn
Belgische landgenoten, oud missionarissen en leken hier onder ons tot
stand gebracht heeft.
Dit werk met een naam die tot de verbeelding
spreekt, opgericht in 1969, blijft en zal het cement van de actie
blijven van de volkse, sociale en economische ontwikkeling van een volk
dat op 1 miljoen inwoners in Ubangi, Kinshasa en de Provincie Bandundu
geschat wordt.
Door de sociale activiteiten harmonieus te
verbinden met het leven van de bevolking wat betreft de behuizing, het
milieu en de toegang tot drinbaar water, de economische activiteiten met
het doel om aan de bevolking door zijn werk een onmisbaar inkomen te
bezorgen om aan haar basisbehoeften te voldoen, draagt het C.D.I. bij om
aan de bevolking een integrale ontwikkeling te verzekeren niet alleen
voor de mens als geheel, maar voor alle mensen zonder onderscheid.
De verwezenlijking van dit begrip in concrete
acties heeft geleid tot het ontstaan van hospitalen, scholen,
waterputten, wegen en een economische infrastructuur ten bate van de
landelijke bevolking van de evenaarsprovincie en Bandundu, maar ook voor
die van Kinshasa die zich overvloedig voedt met de landbouwproducten die
uit deze provincies komen.
Pater Leonard vertrekt in zijn hoedanigheid als
Adminstrator-Directeur van CDI Bwamanda, maar hij zal in het collectief
geheugen en de Ubangi blijven leven als een groot missionaris, de vader
van “de ontwikkeling van het volk” en als geleerde.
|
|
 |
Broeder Clovis
August Peeters
Geboren te Herentals op 23 oktober 1915
Gestorven te Herentals op 24 juli 2007 |
|
Geboren in de parel van de
kempen, als jongste in een diep christelijk gezin, was hij echt de
leveling van iedereen. Het kon dan ook niet anders of hij wist iedereen
door lieve woordjes en charmes voor zich te winnen. Dat is hem dan ook
gans zijn leven bijgebleven.
Hij is altijd een volksmens geweest en hij hield veel van onze volkse
manier om zijn geloof te beleven. Zijn kamer was daar een sprekend
voorbeeld van. Hij was werkelijk omgeven door engeltjes. Van op iedere
muur lachte hem een engeltje toe. Heel veel lieve heiligen waren bij hem
te gast: Franciscus, Clara, P. Pio. Maar ook Vlaamse voorbeelden van
heilig levend waren zijn lievelingen zoals priester Poppe, zuster
Rumolda en broeder Isidoor. Maar Onze Lieve Vrouwe was toch wel in alle
verschijningen aanwezig. Zijn lievelingswoord was: “Ave Maria” darmee
werd alles opgelost.
Als kapucijner broeder wist hij zich in alle mogelijke situaties
dienstbaar te maken. Zo was hij, nu eens kleermaker, dan koster of
zorgde hij voor huishoudelijk werk. Bedelbroeder dat ging hem nog het
best af. Hij was zo graag onder mensen en de charmes van zijn
kinderjaren heeft hij nooit verleerd. In de meeste van onze kloosters
heeft hij gewoond, overal had hij zijn vrienden, want hij deed met
vreugd en charme zijn ronde en hij was gaarne gezien want voor iedereen
had hij een gezegend woordje. Onze broeder Clovis is oud mogen worden,
in zijn geliefd Herentals heeft hij afscheid genomen van ons allen, om
ons eenmaal te kunnen verwelkomen in Gods Vaderhuis. |
|
Werd Kapucijn op
26-08-1944
Was 42 jaar missionaris in Congo van 1956 tot 1998.
Sinds 1998 verbleef hij
te Herentals.
Op 13 december 2007
ontving hij het sacrament van de zieken.
In de Heer ontslapen te
Herentals op 15 december 2007.
Broeder Jules was een mensenvriend.
Hij had de gave de harten van mensen te veroveren door ieder intens
nabij te zijn en door zijn eenvoudig diep geloof. Hij had een
verrijzenisgeloof dat zich uitte in zijn sterke verbondenheid met zijn
overleden zus Maria. Met alles in zijn leven ging hij naar haar toe. Ze
was zijn beschermengel en zijn raadsvrouw, Juist voor zijn inslapen,
waarin zuster dood hem zou komen halen zei hij nog:
“Ze roept mij”.
Dit verrijzenisgeloof was
zeker het
geheim van zijn sterke levenskracht en zijn onverwoestbaar optimisme.
Zijn
grote levenswerk is zeker in Congo geweest. 42 jaar heeft hij er
gewerkt. Jeugdbeweging uit de grond gestampt en geleid. garagewerk.
zelfs enkele boorputten gemaakt maar vooral tuinwerk. Dit was ook zijn
lievelingswerk want hij bleef voor goede zaaigranen voor groenten
zorgen, wanneer hij door zijn handicap niet meer terug naar zijn geliefd
Congo kan gaan. .
Jules
was een echte volgeling van Franciscus. Zoals Vader Franciscus het
gelovig hart van mensen kon raken, zo kon Jules dit ook. Zoals onze
Vlaamse dichter Guido Gezelle het zo mooi wist te vertolken:
“Het eerste dat
mijn moeder vragen leerde,
als ik hakkelde
ongeriefd nog van woorden:
Vader, moeder geef
mij een kruisje a.u.b.
'k Heb een kruisje
toen gekregen, menig keer...”
Ja, hij gaf zo graag als
groet een kruisje aan zijn vrienden; en vroeg ook aan hen een kruisje.
Dat was ook zijn sterkte en zijn vreugde op zijn ziekbed. Hij vroeg het
zelf aan zijn zus die hem opwachtte in Gods Vaderhuis.
Nu is Jules
thuisgekomen. Met Sint Franciscus bidden wij:
“Jules. de Heer
zegene en beware u. Hij wende zijn gelaat naar u toe
en geve u zijn
vrede.”
|
|
Broeder Janus, voor de mensen die hem
allang kenden was het broeder Gentil, de naam die hij bij zijn professie
had gekregen. Hij belichaamde werkelijk de woorden van Jezus: 'Als je
niet wordt als kinderen, zul je het rijk der hemelen niet binnentreden.'
Het was zo een eenvoudige, gelovige ziel. Kinderlijk blij kon hij zijn
voor een kleine attentie en zelf, kon hij met engelengeduld de mensen
aan de kloosterpoort ontvangen. Portier zijn dat heeft hij ook jaren
lang gedaan. Je krijgt aan zo een kloosterpoort mensen van alle slag en
om de meest uiteenlopende zaken. Maar vooral voor medebroeders die niet
thuis zijn en dan moet je soms geduld beoefenen; en dat had onze Janus:
heel veel geduld.
Naast zijn portier zijn is hij ook jaren
koster geweest. Dat deed hij met hart en ziel, en zelfs als zijn lichaam
niet goed meewilde, schoof hij nog door de kerk met slepende voeten en
gebogen rug.
Hij heeft nooit een stralende gezondheid
gehad, maar zijn rustig geduld heeft hem toch een mooie ouderdom
gegeven.
Tergend langzaam bleef zijn laatste
ziekte hem kwellen, maar klagen, dat woord kende hij niet. Blij als een
kind telde hij de bezoekers en wist hij stralend te vertellen hoeveel en
wie er geweest was. Dat was ook zijn manier om zijn dankbaarheid uit te
spreken. Zijn verbondenheid met zijn familie was zo sprekend mooi, want
na het bezoek wist hij ons te vertellen wie er geweest was, en dagen
voor het bezoek was hij al aan het speculeren wie er ging komen.
Het was als een trouwe voetbalfan die
met zijn pronostiek de toekomst wilde bepalen. Vijf maanden ziekenhuis
en nooit klagen. Maanden van pijn en zonder vooruitzicht, maar eenvoudig
kinderlijk dankbaar voor allen die hem verzorgden. Het was zijn manier
om zijn waardering te uiten voor de zorgende aanwezigheid van dokters en
verpleging. Nu is onze geliefde medebroeder mogen thuiskomen bij zovelen
die hem zijn voorgegaan.
|
| Begon zijn noviciaat
te Edingen op 17 maart 1952.
Hij legde zijn eenvoudige geloften af op 17 september 1953
en zijn eeuwige geloften op 17 september 1956.
Broeder Paul was niet een man van veel woorden; hij
nam maar echt het woord als hij anderen kon verrassen met een anekdote
die een blije lach kon opwekken. Maar zo was hij ook in zijn werk:
anderen blij en gelukkig maken. Zo is hij vele jaren kok geweest in
verschillende kloosters. Hij wist er iets van te maken, juist om anderen
tevreden en blij te maken. `Een prima kok en je hebt een goede
verstandhouding binnen het kloooter' dat was zijn leuze en de grondslag
van zijn kunst.
17 jaar geleden kwam hij naar Herentals. Het werd
ons klooster voor oude en dan ook voor vele zieke medebroeders en dan is
zijn wonder talent naar boven gekomen. Steeds bereid, steeds in de weer,
het mocht zelfs midden in de nacht zijn. Niets was hem te veel, 11 jaar
is hij zo trouw een invalide medebroeder nabij geweest met zijn zorg,
zijn leuke anekdoten, zijn pientere oogjes. Aan zichzelf dacht hij niet.
Medebroeders moesten hem erop wijzen dat er toch iets mis was met zijn
keel, zo meer en meer gezwollen, vooraleer hij er aan dacht om naar de
dokter te gaan. Nooit klagen, maar liever een kwinkslag bedenken zo wist
hij de pijn te verbijten.
Nu is hij mogen thuiskomen bij ons aller lieve
Vader en Hemelmoeder. Het rozenhoedje bad hij zo graag voor in de
meimaand en in de rozenkransmaand, tot hij last kreeg met zijn stem,
maar hijzelf en niemand dacht er aan dat er een ziekte achter kon
verscholen zitten.
Paul, in het wegschenken van jezelf vond je
vreugde; je kon zoveel loslaten voor anderen, je vond er vreugde in
omdat anderen gelukkig waren.
Dat
sterven in `t klein was al vruchtbaar voor anderen maar ook voor jezelf,
zo moet alles afgeven, sterven, leven voortbrengen in eeuwigheid.
Zo is je sterven geen afscheid maar een vaarwel tot binnenkort bij de
Vader. |
| |
|
|
 |
Pater Lambert Evens
Geboren te
Meeuwen op 2 februari 1924
Gestorven te
Herentals op 23 augustus 2008
|
| |
|
|
Pater Lambert was iemand met een
ongekend doorzettingsvermogen; wat hij inzag als goed en
wenselijk, daar zette hij zich ook voor honderd procent voor in.
Zo kon zijn 36 jaar missionaris
leven in Pakistan niet ongemerkt voorbijgaan. Vanuit de
verschillende missieposten waar hij gewoond heeft trok hij met
grote ijver naar de dorpen. Met de moto of met de fiets, hij was
op weg naar zijn mensen. Daar leerde hij hun noden kennen.
De armoede onder de christenen was ook uit de laagste kaste, en
het indische kaste was sinds de Pakistaanse onafhankelijkheid in
1947 nog in niets veranderd.
De enige mogelijkheid om de christenen uit hun ellende weg te
halen was: scholing. Zo is hij met twee lagere scholen begonnen
in twee grotere centra: Pasrur en Sangla-Hill.
Met de zusters in Mariabad heeft hij dan nog een
internaat-middelbaar opgericht voor meisjes.
Wat hij en vele van onze missionarissen zo juist hebben
ingeschat is een verrassende werkelijkheid geworden: 'de sociale
promotie van onze christenen in een moslimwereld moet gebeuren
door de school’.
Zijn terugkeer uit Pakistan was niet het einde van zijn
werkkracht, want al onmiddellijk wist hij zich dienstbaar te
maken in het parochiewerk en het jaar daarop was hij al overste
in het klooster hier in Herentals, waar hij zes jaar die taak op
zich zal nemen.
Toen zijn gezondheid begon achteruit te gaan kende hij maar één
verlangen meer: 'de grote ontmoeting met God'. Telkens bij het
breviergebed psalm 63 gebeden werd: 'God, mijn God zijt Gij, ik
zoek U reeds bij ochtendgloren. Naar U dorst mijn ziel en
hunkert mijn hart als dorre akkers naar regen.’ Was Lambert voor
ons een levende meditatie over sterven en thuiskomen bij de
Vader. "Ik ben gereed" was zijn ovneranderd woord. Nu is zijn
jarenlang verlangen een blijde werkelijheid geworden.
Lambert, de goede God is nu uw
eeuwige vreugde.
|
| |
|
|
 |
Broeder
Maurinus Albert Vandierendonck
Geboren te
Meeuwen op 2 februari 1924
Gestorven int 't
Pandje te Izegem op 23 augustus 2008
|
| |
|
|
Kapucijn geworden op 15 september 1937
Priester gewijd op 3 juni 1944
Missionaris in Pakistan van 1949 tot 1999
Gesterkt door het sacrament van de zieken
God was zeer goed voor mij,
Hij gaf mij lengte van dagen
En Hij gaf er bij
Veel meer dan ik dierf vragen.
'k Mocht diep in mijn hart
Zijn liefde ervaren
En in tijden van smart
De vrede bewaren.
Hij heeft mij steeds bemind,
Juist zoals ik ben.
Dank U, lieve God.
(Br. Maurin Albert Vandierendonck)
|
| |
|
|
|
Geboren te Brugge op 3 mei 1916 Kapucijn geworden op 15 september
1934 Priester gewijd op 12 april 1942 Missionaris in Ubangi-Kongo van
1947 tot 1964
Lid en secretaris van de Diocesane commissie Bisdom Brugge
voor oecumene van 1969 tot 1991
Stichter van de eerste oecumenische kapel te Brugge
Redacteur en uitgever van het Tijdschrift 'Oecumenisch Nieuws' van
1975 tot 1985
Gesterkt door het sacrament van de zieken overleden in 't Pandje
te Izegem op 14 september 2008
In wat hij 'Mijn Testament'
noemt, belicht P.
Berthold voor ons de vele, zeer verscheiden activiteiten van zijn
priester- en kloosterleven.
Geboren en opgegroeid in de schaduw van het kapucijnenklooster te
Brugge, waar hij ook misdienaar was, werd hij begeesterd door Franciscus
van Assisi en zijn volgelingen missionarissen. Daarom trad hij in bij de
kapucijnen. 'Missionaris zijn', dat wou hij!
Na zijn priesterwijding door Mgr.
Lamiroy, werd hij naar Aalst gestuurd als leraar van Poësis aan het St.
Laurentiuscollege. Vier jaar later echter kreeg hij zijn benoeming voor
de Ubangimissie in Conga. Mgr. Tanghe, een Bruggeling, had hem zijn
eerste keuze voor de missie in Pakistan doen wijzigen. In Conga zou hij
17 jaar verblijven (met een onderbreking waarbij hij met grote
onderscheiding Licentiaat in Theologie haalde aan de universiteit van
Freibourg): als broussepater, directeur van het Klein seminarie te
Katakali, novicenmeester en tenslotte als Rector van het Grootseminarie
te Bwamanda. Na de perikelen rond de onafhankelijkheid kwam hij
definitief terug in 1965.
Hij werd benoemd tot aalmoezenier van de
psychiatrische kliniek St. Michiels te Brugge en gaf ook les aan de
verpleegschool daaraan verbonden. Zijn 'missionarisideaal' was niet
dood, maar werd omgevormd tot 'oecumenische dienst', op plaatselijk,
nationaal en internationaal gebied. De internationale bidweek voor
Eenheid was hem niet genoeg. Niet alleen was hij zeer actief in de
diocesane oecumenische commissie, hij werd ook lid van de nationale
katholieke commissie voor relaties met orthodoxe christenen. Gedurende
zes jaar was hij voorzitter van 'International Ecumenical Fellowship' .
De oprichting van de eerste oecumenische kapel van Vlaanderen te Brugge,
daar was hij fier op.
Na een bezoek, samen met protestanten,
aan een tentoonstelling over de ‘Lijkwade van Turijn,’ werd hij een
enthousiast verdediger van de echtheid van dit doek en de waarde ervan
als bindteken van alle christenen met de lijdende Christus.
Ouderdom komt nooit alleen: verschillende opnames in het ziekenhuis,
leidden tot zijn opname in ’t Pandje op 13-08-2001. Het werd een lange
lijdensweg, die eindigde op het feest van de Kruisverheffing. |
Dankbaar om zijn leven onder ons
zullen wij ons hem herinneren.
Br. Adri Geerts, minister provinciaal van de Vlaamse Kapucijnen
en zijn medebroeders van de provincie.
De fraterniteit van Izegem.
|
 |
 |
|
WIJ
GEDENKEN DANKBAAR LEO BAERT (P. Canisius)
Van Leo Baert kennen
wij de geschiedenis van de periode dat hij in België verbleef. Minder
bekend is echter zijn Canadese periode.
Leo werd geboren op 18 april 1914 en in 1939 werd hij priester gewijd.
Ze waren maar liefst met 17 die gewijd weerden in 1939. Hij was de
laatste van deze groep die overleed op 19 november 2008. In Aalst was
hij gedurende 24 jaar leraar, maar toen het college van Aalst gesloten
werd opteerde hij voor Canada. "Daar is geen werk in België" was
zijn uit leg "en ik verkoos Canada boven Congo."
Aanvankelijk werd hij
in 1967 te Blenheim in Ontario geplaatst in het kleinseminarie. Maar,
hoofdwerk in Canada startte in 1971 toen hij pastoor werd in de Sacred
Heartparochie te ~ nipeg, een functie die hij 22 jaar bleef uitoefenen.
Ook werd hij opgenomen bij de Knights Colombus waarvan hij later ook de
"chaplain" werd. In 1993 werd deze parochie gesloten verhuisde Leo naar
de parochie St. Alphonsus waar hij de tot nu toe verbleef. Enkel de
laatste maanden moest hij om gezondheidsredenen de fraterniteit verlaten
en werd hij opgenomen het rusthuis "Taché Centre" waar hij overleed op
19 november.
Zijn liefde voor België was overduidelijk. De Belgische club en zijn
verantwoordelijkheid 'chaplain' lag hem nauw aan het hart
Met zijn overlijden eindigt een hoofdstuk van de Belgische migratie naar
Canada en dit zowelvoor de broeders als voor de bevolking van Winnipeg.
In Manitoba zijn nu geen Vlaamse kapucijnen meer. Enkel in Ontario te
Blenheim woont nog br. Ivo Tommeleyn als laatste Belg!
Op de vooravond van de begrafenis van br. Leo Baert op 25 november was
er een gebedsdienst geleid door de aartsbisschop van St. Boniface, Mgr.
Emile Goulet. Zoals gewoonlijk in Canada stond de kist vooraan in de
kerk open. Na een gebed en de lezingen hield de bisschop een homilie
waarin hij br. Leo prees voor de diensten bewezen aan de kerk van St.
Boniface. Daarna volgden de voorbeden en een slotgebed. Na deze dienst
kon iedereen die wilde getuigenis afleggen van hoe hij of zij Leo
ervaren had. De opkomst hiervoor was groter dan verwacht en de
getuigenissen waren soms indrukwekkend. Leo als mens, als huisgenoot,
als toegewijd leraar, als man met eigen humor, als priester en
vertrouwensman enz.
Op 25 november werd de
begrafenis geleid door Mgr. John Corriveau. Er was een beperkte groep
kapucijnen omwille van de afstanden: Mgr. John Corriveau, Paul Duplessie,
John Juhl, Kamiel Teuns en de medebroeders van de fraterniteit van
Winnipeg: Jorge, Pierre Wood,
Jer ry Graig, Tom. De opkomst was meer dan verwacht. Opmerkelijk was de
aanwezigheid van de diocesane geestelijkheid en van de delegatie van de
Belgische Club. John hield een schitterende homilie over de tekst van
Job uit de eerste lezing. Na de viering reed de stoet naar het Belgisch
kerkhof (Belgian Cemetery) waar Leo te ruste werd gelegd bij de andere
kapucijnen.
Zoals bij de viering
de witte kleuren overheersten, zo rust hij nu in het witte, door sneeuw
bedekte landschap van zijn tweede vaderland Canada.
Moge hij ook rusten bij de Heer! |
| |
|
 |
HUBERT
STALPAERT
Geboren 7/2/1929 te Vollezele
Ingetreden 15/9/1948
Priesterwijding 2/10/1956
Vertrokken naar de missie 30/12/1956 |
| Pater Arnold was met hart en ziel missionaris. Hij kon zijn volk
niet achterlaten. Terminaal ziek droomde hij nog om te kunnen
terugkeren. Zo vol vuur voor zijn opdracht leerde hij met het grootste
gemak on op korte tijd de twee inlandse talen: Penjabi en Urdu. Zijn
eerste opdracht was de christen gemeenschappen in de dorpen bezoeken.
Hij was steeds op weg met de fiets of per moto, soms een week aan een
stuk zonder naar huis te komen, dit om zijn priestertaak te behartigen:
mensen bemoedigen. Zoals al onze missionarissen wist hij de kinderen
op school te krijgen om hen zo van de weg van de armoede weg te houden.
Hij leefde vanuit een diepe verbondenheid met God onze Hemelse Vader.
Dit moet wel door zijn medebroeders vrij vlug opgevallen zijn, want hij
werd de eerste Novicemeester van het pas opgerichte noviciaat voor
Pakistaanse kapucijnen. Die God-Vader verbondenheid hield niets van
krampachtigheid in zich want met een guitige lach kon hij anderen met
zijn woordspelingen verrassen; Maar ook in pijnlijke momenten kwam zijn
God-Vader verbondenheid sterk naar boven; toen enkele maanden geleden
zijn broer stierf en men hem vroeg: 'wat zouden we boven op zijn
gedachtenisprentje zetten,' dan kwam het er onmiddellijk uit: 'sterven
is niet alleen afscheid nemen maar is een vaarwel zeggen en tot
binnenkort bij de Vader'. Hij was toen al sterk getekend door de ziekte.
Dit binnenkort is nu reeds begonnen bij de Vader. Dankbaar om zijn leven
in verbondenheid met de Vader en om zijn sprankelende humor, zullen wij
hem blijven gedenken.
Br. Adri Geerts, provinciaal van de Vlaamse Kapucijnen.
Zijn geliefde Pakistani.
Zijn medebroeders in Herentals.
Zijn dierbare familie Stalpaert en Godderie. |
| |
Hieronder volgt: Tekst uit VOX jg. 62 nr. 6
november-december 2008
Toen hij in
Lahore toekwam werd hij in Sialkot Cantt geplaatst om Urdu en Punjabi te
leren. Zijn eerste benoeming op 26/5/1957 werd Anarkali (Lahore). Hij
stond in voor de dorpen aan de overzijde van de Ravi-rivier.
Bij zijn terugkeer uit verlof (11/9/1968) werd hij benoemd tot assistent
pastoor van de kathedraal en dit voor drie jaar.
Op 13/8/1971 benoemde P. Provinciaal hem als novicemeester te Kot
Lakhpat. Hij werd lid van de eerste canoniek opgerichte communiteit van
de kapucijnen te Kot Lakhpat.
Op 22/8/1973 gaf hij zijn ontslag als novicemeester en werd hij
verplaatst naar Sialkot Cantt. als pastoor van Sialkot-City.
Op 7/11/1978 werd hij overgeplaatst van Sial kot naar Lahore Cantt. als
pastoor en tevens verantwoordelijke voor de dorpen. Twee jaar later
(11/11/1980)
ging hij voor zes maanden naar Manilla om zorg te dragen voor
onze kapucijnen studenten. Bij zijn terugkeer uit Manilla werd hij
pastoor benoemd te Gulberg (Lahore) tot hij de parochie van Lahore Cantt
overnam op 1/11/1987.
In 1994 werd hij dan pastoor benoemd in Sial kot City wat hij gebleven
is tot in 2008 toen hij op 9 mei 2008 wegens ziekte naar België moest
terugkeren.
Hij verbleef sindsdien in ons huis te Herentals waar hij op 24 december
2008 overleed.
Hij werd begraven op het kerkhof te Herentals op 30 december
2008. |
|
 |
WALTER TRUDO
Geboren 12/01/1917 te Beveren-Roeselare
Ingetreden 15/9/1935
Priesterwijding 2/05/1943
Missionaris in Ubangi - Kongo van 1947 tot 1993
Overleden in 't Pandje te Izegem op 23/01/2009 |
|
Op 17 september 1986 vierde P. Walter
samen met zijn koersgenoten zijn Gouden Kloosterjubileum. Als voorganger
in de Eucharistie getuigde hij: 'Wij zijn geroepen geweest om, Jezus en
Franciscus achterna, wegwijzers te zijn voor de mensen op hun tocht naar
God. 50 jaar geleden hebben wij met al de edelmoedigheid van 20-jarigen
onze geloften afgelegd.' Intussen zijn er weer meer dan 20 jaar voor
bij, en is hij nu - verleden week 92 geworden - rustig naar Hem
toegegaan, voor Wie hij geleefd heeft.Op 15 september 1935 deed hij zijn
intrede in de Orde. Hij was toen 18 jaar. Tijdens zijn theoogische
studies werd hij opgeroepen als soldaat-verpleger en op 12 mei 1940 werd
hij krijgsgevangen genomen te Lummen, terwijl hij gewonden uit de
frontlinie trachtte over te brengen naar het veldhospitaal. Na een lange
voetmars tot Roermond, werden ze daar op goederenwagons geladen en
getransporteerd naar het krijgsgevangenenkamp te Kaisersteinbruch, 45 km
boven Wenen. In zijn nota’s vond ik enkel deze opmerking: 'We gingen er
door de hel'. In februari 1941 kwam hij vrij en kon naar het klooster
terugkeren.
Na zijn studies werd hij priester
gewijd in 1943 en benoemd als leraar in ons St.- Laurentiuscollege te
Aalst. Enkele jaren later deed hij zijn aanvraag voor de missie van de
Ubangi, maar eerst moest hij nog zijn regentaat doen. In oktober 1951
vertrok hij dan voor de eerste keer, en zou missionaris blijven tot
1993. Onmiddellijk werd hij benoemd tot inspecteur van Onderwijs. In die
functie moest hij regelmatig alle missiescholen bezoeken en inspecteren,
verspreid over een oppervlakte van 3 maal België. Hij gaf zich volledig
aan zijn taak, overtuigd als hij was dat onderwijs één van de grote
hefbomen is voor een duurzame ontwikkeling. Hij had de naam streng te
zijn, en dat was hij ook. Hij zette de puntjes op de i. Later was hij
ook nog econoom van het Bisdom en vooral te Gemena hielp hij bij het
pastoraal werk.
Eens definitief terug uit de missie -
maart 1993 - kwam hij naar Izegem. Hij had niet te klagen over zijn
gezondheid. Hij was een trouwe klant van de stadsbibliotheek en de
altijd aanwezige biechtvader in de kerk.
En dan begon de verwarring. Het was een traag, gestadig uitwissen van al
het vertrouwde. Hij die de weg vond in de uitgestrekte brousse van de
Congo, werd als iemand die verdwaald was in een park, en de uitweg niet
meer vond. Niemand weet precies wat dit voor P. Walter moet betekend
hebben, wat er in hem is omgegaan toen de aftakeling steeds maar verder
ging en hij als 'r ware onbereikbaar werd.
Stilaan zijn zijn vele gaven weggeëbd. Zoekend naar woorden keek hij ons
soms aan en glimlachte.In 2003 werd besloten dat een meer
gestructureerde aangepaste levensomgeving nodig was. En zo verhuisde hij
naar 't Pandje (13.10.03). Liefdevolle verzorging is de enige zinvolle
omgang met dementerende medemensen. Dat is mooi uitgedrukt door Isabel
Allende: 'De tijd van doelmatigheid is nu overgegaan in de fase van de
liefde'.
Het bezoek aan een dementerende zou men nooit mogen afwimpelen met de
woorden:'Wat kan ik daar gaan doen?' Zij/Hij kent mij toch niet meer.'
Een dichteres vertolkte wat leeft in het hart van zo'n mens: 'Ik zie je,
en toch zie ik je niet.
Ik hoor je, maar ik versta je niet
altijd.
Blijf met mij praten, al herken ik niet
altijd je stem.
Want ik heb het gevoel:'Ik ben je niet
vergeten'.
De laatste weken hebben we vaak
gedacht:'Zal P. Walter de inzinking weer eens te boven komen?
Wellicht is hij er straks niet meer. Het
straks is nu geworden. De Heer heeft hem geroepen en rustig, zo rustig,
is hij - om het met St. Paulus te zeggen - 'voor eeuwig ingeslapen'.
De Minderbroeders-Kapucijnen
en de families Verbeke – Veryser
danken u voor uw gebed en blijken van deelneming. |
|
 |
ROBERT HERTE
Geboren te Aalst op 11 november 1930
Kapucijn geworden op 15 september 1949
Priesterwijding 7 oktober 1956
Aalmoezenier van het Centraal Observatiegesticht
Overleden in 't Pandje te Izegem op 17 februari 2009 |
|
Homilie voor P.
Robert Herte, begraven op 24/02/09 te Izegem
Franciscus die de
rovers deed opzoeken om hen brood en wijn te geven… Met als resultaat
dat zij uiteindelijk de donkere bossen verlieten om terug tussen de
mensen te gaan wonen.
Jezus in het evangelie die zoveel hield van ‘Zijn schapen’ dat Hij Zijn
leven voor hen heeft gegeven. Hij was en is de Goede Herder die het
verloren schaap opzoekt, het koestert en het terug naar de warme
schaapstal brengt.
Beide grote voorbeelden tonen aan Pater Robert een houding die voor hem
zo geliefd was: in navolging van Jezus en Franciscus wilde hij mensen
die afgeschreven waren door de ‘fatsoenlijke burgers’, met zijn groot
hart terug brengen in de samenleving. Hij vond de invalshoek, de
gevoelige plekken en de taal om jonge mensen die een verkeerde weg waren
ingeslagen, tot juister inzicht en betere gevoelens te brengen, zodat
zij zich weer integreerden in de maatschappij.
De gevoeligheid voor jonge, gekwetste en afgeschreven mensen had Pater
Robert als ‘van nature’.
Hij werd geboren in
1930. Hij was een vrolijke jongen die zijn humaniorastudies deed bij de
kapucijnen in zijn geboortestad Aalst. Tijdens de oorlogsjaren moest hij
niet in het internaat blijven, een gelegenheid waarvan zijn ouders en
zus Denise gebruik maakten om hem thuis te verwennen.
In 1949 werd hij kapucijn te Edingen. Een jaar na zijn priesterwijding
kwam hij, in 1957, aan te Lommel waar hij tot in 2004 verbleef.
Aanvankelijk als verantwoordelijke voor het Serafijns Werk der Missies;
het Roepingenwerk - waarvoor hij heel Limburg afreisde - ; de pastoraal
voor de mensen van de Glasfabriek-wijk; en de zorg voor de jongens van
het internaat van ons Kristus Koningcollege. Maar in 1970 werd hij
aalmoezenier in de drie afdelingen van wat men noemt ‘de Jeugdgevangenis
van Mol’. En dit werd zijn levenswerk. Gedurende 47 jaar leefde hij in
de fraterniteit van Lommel die bij hem de ‘spirit’ en het enthousiasme
warm hield om zijn jongens te begeleiden.
In die
kapucijnengemeenschap van Lommel (en later van Herentals) was hij een
graag geziene figuur. Hij was er een plezante medebroeder die graag
geplaagd werd. De recreaties van de confraters liepen nogal dikwijls
rond zijn persoon.
Ook in de parochies
van Lommel-Werkplaatsen, -Glasfabriek, -Stevensvennen en -Heeserbergen
hield men veel van hem. En men waardeerde hem erg, vooral voor zijn
mooie en krachtige stem waardoor hij veel volk naar zijn
eucharistievieringen trok. Maar ook door zijn volkse omgang met de
mensen was hij er heel geliefd.
In de
jeugdgevangenis van Mol trok hij zowel personeel als jongens aan. Van
Phil Bosmans leerde hij dat de hartelijkheid en de vreugde het geheim
waren van de pastoraal. En die kwaliteiten bezat hij in hoge mate.
“Geloofd zijt Gij, mijn Heer, voor zuster Zon” lag steeds in zijn mond.
Pater Robert hàd
iets met de Zon. Hij zocht ze ook altijd op. En kon hij ze niet vinden
aan het firmament, hij droeg ze steeds in zijn hart en zijn ogen. Zijn
lijflied was “Breng eens een zonnetje onder de mensen…”. Met dit lied
trok hij elke morgen vanuit Lommel naar Mol. Naar ‘zijn jongens’. Naar
het Centraal Opvoedingsgesticht, de Hutten en het
Rijksopvoedingsgesticht, waar hij 35 jaar aalmoezenier is geweest.
Daar gaf hij – met
veel audio-visueel materiaal – zijn godsdienstlessen. Daar verzorgde hij
met zijn jongens de originele en drukbezochte eucharistievieringen.
“Alles op hùn maat” placht hij te zeggen.
Maar vooral was hij
daar hun vader. Bij hem vonden zij in hun gekwetstheid de schouder om
uit te huilen. Zij wisten dat hij hen ernstig nam,dat hij van hen hield
als de Goede Herder. Vooral als zij zich door iedereen verlaten voelden
trokken zij naar de éne die nog in hen geloofde: Pater Robert spràk met
hen en hij leerde hen vaak weer bidden. Als een vader? Méér nog als een
moeder…
Ten gevolge van een
verkeersaccident was hij ernstig gehandicapt. Dit bracht veel kwelling
mee. Rond 2000 werd hij meermaals opgenomen in de kliniek van Lommel,
waar hij liefdevol verzorgd werd. Maar het kon niet baten.
In 2004 verhuisde hij naar de gezellige fraterniteit van Meersel-Dreef.
Daar voelde hij zich zo goed. Maar hoe broederlijk de medebroeders en
zijn vrienden daar met hem ook omgingen, zij konden hem natuurlijk niet
de deskundige verzorging geven die hij toen nodig had. Daarom werd hij
in 2007 naar het ’t Pandje te Izegem over gebracht. Maar zijn ziek-zijn
knaagde aan zijn levenslust. Gelukkig kreeg hij regelmatig bezoek van
familie en heel goede vrienden. Van sommigen elke week, vanuit de
Noorderkempen. Voor iemand waar de trouw steeds heel hoog stond
aangeschreven, was dit een grote troost. Heel zijn leven is hij trouwens
heel dankbaar gebleven voor de mensen die hem met raad en daad
bijstonden en die hem hun vriendschap betoonden.
Op 17 februari (de
sterfdag van zijn vader), overleed hij plots terwijl liefdevolle handen
hem aan ’t verzorgen waren…
Pater Robert zal bij
heel veel mensen in het geheugen blijven als een gelovige lieve man die
steeds het beste van zichzelf gegeven heeft voor zijn medemensen, vooral
voor zwakke en lijdende jongeren.
Moge hij nu de volle vreugde genieten bij de Heer voor Wie hij leefde.
Br. Jan Wouters. |
| Tekst gedachtenisprentje
Robert was een vrolijke jongen, die zijn humaniorastudies deed bij de
kapucijnen in zijn geboortestad Aalst Ondanks de moeilijke
tijdsomstandigheden, kende hij samen met zijn zus Denise een gelukkige
jeugd, In 1949 werd hij kapucijn te Edingen. Een jaar na zijn
priesterwijding kwam hij, in 1957, aan te Lommel, waar hij tot in 2004
verbleef. Aanvankelijk voor een aantal taken, waarvoor hij heel Limburg
afreisde. In 1970 werd hij aalmoezenier in de drie afdelingen van wat
men noemt 'de Jeugdgevangenis van Mol'. Dit werd zijn levenswerk.
In de kapucijnengemeenschap van Lommel was hij een graag geziene figuur.
Ook in zijn parochies (LommelWerkplaatsen, Glasfabriek, Stevensvennen
en Heeserbergen) hield men veel van hem. Men waardeerde hem erg voor
zijn mooie en krachtige stem en vooral voor zijn volkse omgang met de
mensen was hij er heel geliefd.
In de jeugdgevangenis van Mol trok hij zowel personeel als jongens aan.
Hij wist dat hartelijkheid en vreugde het geheim waren van de pastoraal.
En die kwaliteiten bezat hij in grote mate.
Zoals Franciscus, had hij iets met de zon. Hij droeg ze steeds in zijn
hart en in zijn ogen. Zijn lijflied was:"Breng eens een zonne* onder de
mensen...". Elke morgen trok hij naar 'zijn jongens' te Mol, waar hij 35
jaar aalmoezenier is geweest
Daar gaf hij godsdienstles en verzorgde met zijn jongens de
originele en drukbezochte eucharistievieringen. "Alles op hun maat",
placht hij te zeggen. Maar vooral was hij hun vader. Bij hem vonden ze
in hun gekwetstheid de schouder om uit te huilen. Zij wisten dat hij hen
ernstig nam, dat hij van hen hield als een Goede Herder. Als zij zich
door iedereen verlaten voelden, trokken ze naar die ene die nog in hen
geloofde. Hij luisterde naar hen, sprak met hen en leerde hen vaak weer
bidden. Als een vader??? Méér nog als een moeder...
Tengevolge van een verkeersongeval werd hij ernstig gehandicapt. Dit
bracht veel kwelling mee, wat hem meermaals in de kliniek van Lommel
bracht, waar hij liefdevol verzorgd werd. Maar het kon niet baten.
Daarom verhuisde hij in 2004 naar de fraterniteit van Meersel-Dreef.
Daar voelde hij zich zo goed. Hoe broederlijk de medebroeders en zijn
vrienden daar met hem omgingen, toch konden zij de deskundige verzorging
niet geven die hij nodig had. Zo werd hij in 2007 naar 't Pandje
te Izegem overgebracht, waar hij op 17 februari (de sterfdag van zijn
vader in 1970) plots overleed terwijl liefdevolle handen hem aan het
verzorgen waren.
Robert zal bij heel veel mensen in het geheugen blijven als een lieve
man, die steeds het beste van zichzelf gegeven heeft voor medemensen,
vooral voor zwakke en lijdende jongeren.
Moge hij nu de volle vreugde genieten bij de Heer, waarvan hij zoveel
hield. |
|
 |
Frank Van der Linden
Geboren te
Booischot op 31 augustus 1935
Kapucijn geworden op 31 augustus1956
Priesterwijding 14 juli 1963
Overleden in het A.Z. Sint-Elisabeth te Herentals op 18 mei 2009 |
| Frank,
Op uw gedachtenisprentje van uw Eremis in Wiekvorst schreef je: “Heer
aanvaard m’nj onge wil, en de geestdrift van m’n jeugd om me in te
zetten voor Uw mensen.” Dat was op 4 augustus 1963.
En, je hebt het ook ‘gedaan’. Je deed het op uw eigen manier en met
eigen stijl. Zo was je ook! Heel eigentijds!
Maar voor enkele
maanden zei je zo ineens: "Als Kapucijn heb ik van mijn oversten altijd
mogen doen wat ik graag deed; les geven, scouts aalmoezenier, vieringen
in de kerk. Ik ben daar heel gelukkig mee geweest."
Ja, Frank was
geen pastoor, maar hij zag z'n werk veel breder dan lesgeven of
aalmoezenier... Hij volgde ze allemaal, ook na de les en na het
scoutslokaal Generaties lang kon hij z'n studenten, z'n scouts,z'n
collega's volgen... en z'n parochie werd groter en groter. |
 |
|
Het parool 'Wees
bereid' van de Scouts - (of was het van ons Heer zelf?)- stond bovenaan.
Hij vertaalde dat door voor allen luisterbereid te zijn, en als iemand
aanklopte volgde onmiddellijk een 'Ja!" De 'K' van VVKS is nu wel
verdwenen uit de Verbonds-naam, maar hij zette die 'K' om in de praktijk
en begrijpbaar voor iedereen. Jonge mensen zien heel scherp en gaven hem
de totem-naam 'Eenvoudige Bij’ d.i. Altijd bezig en zo begrijpend voor
iedereen. Ondanks de grote tegenslagen die hij moest meemaken zwaar
ongeluk, hardhorig, en de kamerbrand die zoveel herinneringen
vernietigde, bleef hij toch nog jonge
mensen motiveren en ondersteunen!... Dank U, Frank! En nu mag jijzelf
aan 't woord komen. Maar uwe woordenschat bevat maar één enkel woord:
DANK U ! Je zegde het zelfs met je ogen tegen al die vele, vele lieve
mensen die u op alle mogelijke manier hielpen en weer 'zon' brachten
Frank, je kreeg veelvoudig terug wat je gezaaid hebt en .."Je hebt St.-Franciscus
goed begrepen! Heel goed!" |
| |
|
|
 |
Frans Van de Venne
Broeder Jef
Geboren te
Herentals op 14 maart 1919
Trad in de orde op 3 juli 1937
In de Heer ontslapen in het Klooster te Herentals op 12 augustus 2009 |
Met broeder Jef verliezen wij een zeer
verdienstelijke medebroeder uit onze plaatselijke gemeenschap en uit de
Vlaamse kapucijnenprovincie. Op jonge leeftijd trad hij toe tot onze
orde.
Zijn grote droom was missionaris
worden. Hij had een grote liefde voor de zwarte bevolking van Congo. Hij
sprak graag over zijn zwartjes en kon er niets negatiefs over horen
vertellen.
Drieënvijftig jaar lang heet hij het
beste van zichzelf gegeven in Congo. Als schrijnwerker en elektricien
heeft hij op verschillende missieposten kostbare diensten bewezen.
Hij kon en mocht ook fier zijn op zijn geleverd werk. Hij werd
gewaardeerd door de mensen en de medebroeders. Met fierheid droeg hij
zijn ereteken van Ridder in de Kroonorde.
De laatste negen jaren van zijn leven
mocht hij in zijn eigen Herentals doorbrengen.
Als trouwe kloosterling volgde hij stipt de gebedsvieringen en
gemeenschapsoefeningen. Vroeg in de morgen stond hij op om eerst zijn
private gebed en devoties te doen.
Hij was iemand met een groot
doorzettingsvermogen en sterk hart. Dat werd nog eens duidelijk
gedurende de laatste weken van zijn leven. Maar tegen de dood hebben wij
geen verhaal.
Broeder Jef, gij hebt de goede strijd
gestreden, het geloof uitgedragen en bewaard. Moge de Heer u nu uw
verdiende loon schenken in zijn tegenwoordigheid.
|
|
 |
Pater Gaston Spillebeen
Geboren te
Izegem op 26 september 1924
Ingetreden in het noviciaat in 1943
Priester gewijd op 1 oktober 1950
In de Heer ontslapen in het St.-Dymphnaziekenhuis
te Geel op 11 september 2009 |
|
Dankbaar voor al het goede en
schone uit het leven van pater Gaston, nemen wij afscheid van hem. Hij
was een gekende figuur uit onze kapucijnengemeenschap. Er leefde in hem
een grote sociale bewogenheid. Als propagandist van onze missies, liet
hij zijn aandacht en bezorgdheid uitgaan naar de armen en
minderbedeelden wereldwijd. Ook zijn werk eninzet, met en voor CDI
Bwamanda is daarvan een groot bewijs. Zijn inzet en grote werklust
maakte van hem een rusteloze mens.
Hij was voortdurend op weg en een meester in het leggen en onderhouden
van kontakten. Zijn relaties met mensen waren niet louter zakelijk, maar
hij kon ook diepe, persoonlijke verbondenheid met mensen opbouwen.
Vandaar zijn grote vriendenkring. Dat hij goed met de jeugd omkon,
bewijzen zijn vele kampen, die hij met de jongeren van de CM. hier te
lande en in Zwitserland meemaakte. Hij heeft altijd een bijzondere
aandacht gehad voor zieken en zwakken. En zijn eigen ziekte en handicap
bracht hem nog dichter bij die mensen. Vele jaren was hij aan zijn
rolstoel gebonden. Voor zulk een levendige en actieve persoon was dat
een zware opdracht. Maar hij heeft geleerd om dat geduldig te
aanvaarden. En dat maakte van hem een rustige man, die toch nog graag
onder de mensen kwam. Zijn dagelijks toertje met zijn elektrische
rolstoel in de stad en langs het kanaal maakte van hem een gekende
figuur hier in Herentals. Spijtig genoeg is zijn laatste ri~e op zulk
een ongelukkige manier geëindigd. Gaston heeft met zijn talenten
gewoekerd en een rijk gevuld leven gehad. Zijn ondernemingsgeest, die
hij van zijn familie meekreeg, heeft het hem mogelijk gemaakt om voor
vele mensen iets te betekenen en te doen. Als priester wist hij de
mensen aan te spreken en Gods liefde en bezorgdheid voor zieken,
gehandicapten en ouderen van dagen te laten aanvoelen. Gaston, dank voor
wie en wat je geweest zijt en gedaan hebt. Velen zullen u missen. Wij
geloven dat je nu de volle vreugde en vrede gevonden hebt bij de Heer.
Je hebt het verdiend.
Br. Fil Van Der Steen
en de medebroeders van Herentals |
Gelezen in "De Weekbode" West-Vlaanderen op 18
september 2009:
| |
 |
|
| |
|
| |
Sterven is niet alleen afscheid nemen.
Het is vaarwel zeggen,
tot binnenkort bij de Vader.
Afscheid van pater Gaston Spillebeen
Mijn
kennismaking met pater Gaston dateert van 40 jaar geleden toen ik, na
mijn studies van tropische landbouw, op zoek was naar een job in de
derde wereld. Pater Gaston was tezelfdertijd, als missieanimator voor de
kapucijnermissies in de evenaarprovincie, op zoek naar
lekenpersoneel-ontwikkelingswerkers voor het nog op te starten
Ontwikkelingsproject CDI-Bwa-manda. Tijdens de enkele maanden
voorbereiding op mijn vertrek naar Congo, had ik het genoegen beter
kennis te kunnen maken met pater Gaston. Reeds toen kwam hij over als
een zeer dynamisch en enthousiast persoon die zeer overtuigend
zijn zaak kon overbrengen. Hij was ook constant “onderweg”!
Zo startte CDI-Bwamanda, vanuit het klooster te Antwerpen, waar Pater
Gaston
toentertijd verbleef. Onvermoeibaar ging hij op zoek naar personeel en
naar fondsen om het project in Congo in zijn verdere groei te
ondersteunen. Minstens 150 ontwikkelingshelpers zijn door pater Gaston
gescreend, alvorens uitgezonden te worden naar Congo of naar Pakistan.
Hij was ook een meester in het aanknopen en onderhouden van contacten:
Heel regelmatig bezocht hij de families van de uitgezonden coöperanten
en vormde zo een gewaardeerde schakel tussen thuis en zoon of dochter
overzee. Zowel in de vroege morgen, overdag of in de late uurtjes,
altijd kon hij ergens opduiken.
Hij was altijd “onderweg”: een blijde boodschap hier, een
troostend woord daar; een luisterend oor voor menigeen, een vermanend
gesprek soms.
Hij was ook een crack in het vergaren van fondsen. Aan zijn
overredingskracht konden weinigen weerstaan. Dankzij zijn meestal
succesvolle ondernemingszin heeft CDI-Bwamanda in Congo zijn expansie
kunnen realiseren. Onvermoeibaar was hij onderweg van de ene lokale
organisatie naar de andere overheidsinstelling en dit zowel in België
als elders in Europa tot in Canada en de VS toe, om het project voor te
stellen en de nodige steun te bekomen. Tussendoor vond hij ook nog de
tijd om spreekbeurten en diavoorstellingen te geven in talloze
parochiezalen en scholen over heel het land. De kilometerteller
van zijn wagen bereikte dan ook ongeëvenaarde hoogtes. Hij was altijd
“onderweg”.
Ondertussen was hij, en met hem ook CDI-Bwamanda, in 1975 verhuisd naar
het klooster te Leuven. Bankstraat 71 werd een begrip voor veel
CDI-medewerkers.
Jarenlang werkte hij ook aan sensibilisering en bewustmaking van het
werk van de missionarissen en van de ontwikkelingsproblematiek, eerst
via Mipro (missiepropaganda, samen met pater Bob Monsecour en later via
Moza (missie en ontwikkeling in Zaire - zoals Congo indertijd noemde)
samen met Jan Weetjens.
CDI-Bwamanda –België was sinds 1971 een erkende vzw en ngo
(niet gouvernementele organisatie) geworden, met een kleine staf van
trouwe medewerkers.
Pater Gaston bekleedde achtereenvolgens de functies van
voorzitter, afgevaardigd beheerder en gewoon bestuurder.
Begin jaren 90 was hij weer eens “onderweg”, op de luchthaven van
Zaventem waar hij een coöperant voor Congo kwam uitwuiven. Plots stuikte
hij neer op de grond: zijn fysieke problemen waren begonnen. In de
toekomst zouden zijn bewegingsmogelijkheden beperkt zijn.
Hier begint dan de tweede periode van Gaston’ CDI carrière.
"Hoe moest het nu verder? Hij die altijd onderweg was! Maar,” niet
getreurd, we geven niet af, dixit Gaston: met een rolstoel kan ik mij
behelpen en de telefoon is er ook nog”. Zo bleef hij nog een aantal
jaren actief bezig met CDI-Bwamanda.
Ook
toen hij verhuisde naar het klooster te Herentals verdiepte hij zich nog
in de werking van de computer en het e-mailverkeer om zodoende op de
hoogte te kunnen blijven van het reilen en zeilen van de organisatie.
Voor elke bestuursvergadering (die hij later noodgedwongen niet meer kon
bijwonen), stuurde hij een aanmoedigend berichtje om ons een goede
vergadering te wensen.
De laatste jaren heeft hij heel wat gezondheidsproblemen gekend.
Maar telkens kwam hij er weer bovenop, al moest hij hiervoor soms wel
door het oog van de naald kruipen. “ We geven niet af”, weet u nog wel!
Ondanks al deze ongemakken bleef hij even geïnteresseerd in CDI-Bwamanda.
Zijn regelmatige telefoontjes werden een ritueel op het bureel. Steeds
had hij een aanmoedigend woordje voor ieder van ons. Als geen ander kon
hij iemand opbeuren na een moeilijke periode.
Wat
zullen we hem missen!
CDI-Bwamanda is pater Gaston dan ook onnoemelijk veel dank
verschuldigd voor zijn veertigjarige onvermoeibare inzet en de bezieling
waarmede hij ons begeleidde in ons werk ter bevordering van het welzijn
van de Congolese bevolking. In naam van het bestuur van CDI, van de
huidige en vroegere medewerkers en cooperanten en van onze Congolese
partners, “dank u wel, pater Gaston”.!
Enkele
weken geleden was Pater Gaston nog maar eens ”onderweg”. Helaas,
onverwacht kwam er plots een einde aan de rit. Pater Gaston is nu
definitief aangekomen in een veilige haven. Moge hij van daaruit ons
blijven inspireren om verder te gaan op de weg die hij ons toonde.!
Herentals, 18 september 2009
Jacqueline Van Heers
Overgenomen uit
VOX MINORUM jaargang 63, nr. 5 September-oktober 2009
Informatieblad van de Vlaamse Minderbroeders-kapucijnen |
|