|

|
ANDRE MENNEN (P. Anacleet)
83 jaar oud - 65 jaar kapucijn - 60 jaar priester - 49 jaar
missionaris in Canada
Geboren in Ault (Frankrijk) op 1 april 1917
Overleden in Herentals op 6 september 2000
Na zijn theologische studies werd André eerst predikant in
verschillende kloosters van Vlaandeen. In 1947 is hij naar Canada
vertrokken waar hij zich het lot aantrok van de immigranten. Hij was er
pastoor in St. Boniface en in Blenheim. In 1996 kwam hij definitief naar
België terug en verbleef in het klooster te Herentals waar hij vier jaar
later overleed.
|
|

|
LEO VANDIERENDONCK (Br. Marinus)
87 jaar oud - 68 jaar kapucijn
Geboren in Sint-Andries Brugge op 8 september 1913
Overleden in Izegem op 21 januari 2001
Leo verbleef in verschillende kloosters, nu eens als ziekendiener, dan als
koster en kleermaker of als hulpkok. Leuven was zijn laatste
verblijfplaats waar hij als portier werkzaam was. Leo was steeds gereed om
dienst te bewijzen. Hij verhuisde van Leuven naar 't Pandje te Izegem waar
hij op rust ging en ook overleden is.
|
|

|
ALEXANDER VAN BALEN (P. Gilbert)
84 jaar oud - 63 jaar kapucijn - 58 jaar priester
Geboren te Aalst op 1 januari 1912
Ovrleden te Herentals op 3 maart 2001
Alexander was begaafd met een letterkundige aanleg. Na zij studies werd
hij predikant maar ook leraar godsdienst in een staatsschool. Later heeft
hij zich ingezet voor de foorreizigers en de zigeuners en deed op
parochies de weekenddiensten. Hij werd ziek in 1995 en ging op rust naar
het klooster te Herentals waar hij zes jaar later is overleden.
|
|

|
ANDRE BOEVE (P. Feliciaan)
83 jaar oud - 63 jaar kapucijn - 56 jaar priester
Geboren in Castelnau-Fayrac (Frankrijk) op 11 september 1917
Overleden te Veurne op 11 maart 2001
André is twaalf jaar directeur geweest van het St.-Laurentiuscollege te
Aalst. Twaalf jaar was hij provinciale overste van de Vlaamse kapucijnen.
Nadien werd hij pastoor benoemd van onze parochie te Brussel. Hij ijverde
veel voor de Franciscaanse lekenorde. Hij gaf conferenties en schreef veel
artikelen over Franciscus van Assisi. Hij is tamelijk onverwacht overleden
in de St.-Augustinuskliniek te Veurde.
|
|

|
GASPAR VAN LOOY (P. Erwin)
65 jaar oud - 36 jaar kapucijn - 31 jaar priester
Geboren in Turnhout op 3 september 1936
Overleden te Herentals op 21 november 2001
Gaspar was eerst buschauffeur vóór hj intrad bij de kapucijnen in 1963.
Na zijn priesterwijding in 1970 werd hij benoemd tot onderpastoor op de
St.-Antoniusparochie te Herentals. Later werd hij lid van de
roepingencommissie en van de vormingsfraterniteit te Antwerpen. Het bisdom
Antwerpen benoemde hem tot visitator van vrouwelijke religieuzen, een
functie die hij zeven jaar vervulde. Hij overleed onverwacht te
Herentals op 21 november 2001.
|
|

|
MARCEL GODEFROY (P. Jeroom)
79 jaar oud- 60 jaar kapucijn - 53 jaar priester - 50 jaar
missionaris in Pakistan.
Geboren te Opwijk op 18 december 1922
Overleden te Turnhout op 30 januari 2002
In 1950 is Marcel als missionaris vertrokken naar Pakistan. Hij was er
verantwoordelijk voor het parochiewerk en later ook voor de pastorale zorg
van christenen in de dorpen. Tussen de mensen wonen, leven en werken was
zijn ideaal en hij is een voorvechter geweest voor de uitgestotenen. Na 50
jaar hard werken is hij in 2000 op rust naar Meersel-Dreef teruggekeerd.
Hij overleed in de kliniek te Turnhout.
|
|

|
ALFONS LEFEBURE (P. Honoré)
94 jaar oud - 74 jaar kapucijn - 68 jaar priester
Geboren te Elversele op 17 augustus 1907
Overleden te Herentals op 7 februari 2002.
Alfons werd in 1936 leraar aan het St.-Laurentiuscollege te Aalst. In 1940
werd hij directeur benoemd van het seminarie voor Filosofie te Brugge en
gaf er ook les tot in 1963. Hij werd directeur van de zusters Clarissen te
Aalst en hield contact met de mensen langs de biechtstoel en het
ziekenbezoek op de parochie. Na veel jaren dienst ging hij op rust naar
Herentals waar hij nog zes jaar leefde en waar de medebroeders mochten
genieten van zijn vriendschap en aanstekelijk enthousiasme.
|
|

|
PAUL GONNISSEN (P. Stanislas)
74 jaar oud - 55 jaar kapucijn - 50 jaar priester - 40 jaar
missionaris in Pakistan
Geboren te Stokkem op 4 november 1927
Overleden te Herentals op 7 februari 2002.
Paul is in december 1953 als missionaris vertrokken naar Pakistan. De taal
leren was zijn eerste bekommernis en dan aan het werk gaan in de pastoraal
op de parochie en in de dorpen. Hafizabad was het dorp dat hij gebouwd
heeft, huizen voor de christenen, scholen voor de kinderen. Hij kwam terug
naar België als een ziek man, suikerziekte en een hartziekte verplichtten
hem rust te nemen te Herentals.
|
|

|
KAREL VERLEYE (P. Antonius)
81 jaar oud - 64 jaar kapucijn - 58 jaar priester
Geboren te Mechelen op 17 april 1920
Overleden te Sijsele (Damme) op 27 februari 2002.
Karel werd in 1945 lector benoemd aan het seminarie voor filosofie te
Brugge. Hij toonde veel belangstelling voor de Europese volken en wilde
streven naar een verenigd Europa. Hij gaf conferenties en was bekend als
voordrachtgever en schrijver. In 1949 was hij medestichter van het
Europacollege te Brugge als een postuniversitair centrum voor studenten
uit heel Europa, en stichtte later het centrum Ryckevelde te Damme
Sijsele. Hij ontving talrijke onderscheidingen.
|
|

|
FRANS VAN ELSACKER (P. JUVENALIS)
85 j. oud; 66 j. kapucijn; 59 j. priester
Geboren te Zoersel op 20 oktober 1917
Overleden te Antwerpen op 22 december 2002
Na zijn middelbare sudies te Hoogstraten werd hij kapucijn. Na zijn
theologische studies en zijn priesterwijding werd hij aalmoezenier in het
interneringskamp te Beverlo, was tuchtprefect aan het
Sint-Laurentiuscollege te Aalst, was meerdere keren gardiaan in
verschillende kloosters en pastoor te Balen-Gerheide. In 1992, na zijn
ontslag als pastoor, is hij tot aan zijn dood biechtvader geweest in de
kloostrkerk van de kapucijnen te Antwerpen. |
|

|
WILLY VAN DEN BROUCKE (P. Henri)
72 jaar oud, 51 jaar kapucijn, 45 jaar priester
Missionaris in Pakistan
Geboren in Egem op 17 december 1930
Overleden in 't Pandje te Izegem op 11 februari 2003
Na zijn theologische studies werd P. Henri in 1958 benoemd als
missionaris voor Pakistan. In voorbereiding studeerde hij oostersche talen
aan de universiteit van Oxford. Vertrok op 29 augustus 1961 voor het eerst
naar Pakistan. Hij is er meer dan 40 jaar werkzaam geweest.
Aanvankelijk was hij directeur van S. Mary's High School in Lahore. Hij
bouwde veel scholen en kerkjes. Hij zette zich in met hart en ziel voor de
opvoeding van arme kinderen. Ziek geworden kwam hij definitief naar
België terug in 2002.
|
|

|
Pater BERTIEN (Antoon Hoste)
Geboren te Izegem op 1 juni 1914
Geprofest op 17 september 1934
Priester gewijd op 18 augustus 1940
Overleden te Herentals op 27 februari 2003
Na een lang en bedrijvig leven als aalmoezenier van de scouts, als
dirigent en proost van het Franciscuskoor, maar ook als bekwaam restaurateur
van houten beelden te Edingen, heeft P. Bertien vandaag de voltooiing
gekregen van zijn diepste wens: thuis komen bij de Vader.
P. Bertien was als volgeling van Franciscus een onthecht man en toch kon hij
van het leven genieten. Hij was met weinig tevreden en toch een opgeruimd en
blij iemand. Dat was wellicht de aantrekkingskrkacht in hem die vele mensen,
soms van heel ver, naar zich trok. Ze kwamen om raad, om een gebed en
zegeningen vragen. |
|

|
Pater Venantius (Alfons Quanten)
Geboren te Eksel op 19 mei 1922
Ingetreden in de Orde op 15 september 1941
Priester gewijd op 25 juli 1948
Overleden te Hamme op 27 maart 2003
Gewezen missionaris in Ubangi (Kongo) waar hij Reguliere Overste was.
Aalmoezenier van het M.P.I. te Viane bij de Zusters van Deftinge. |
|

|
Pater Theofiel (Henri Heyvaert)
Geboren te Mollem (Bollebeek) op 15 september 1921
Ingetreden in de Orde op 15 september 1940
Priester gewijd op 25 juli 1948
Overleden te Hamme op 27 maart 2003
Gewezen missionaris in Ubangi (Kongo)
in de Comoren.
in de Seychellen.
Geestelijke assistent van de F.L.O. te Aalst. |
|

|
Broeder Beda
Emiel Maurits DELAERE
Minderbroeder-Kaucijn
Hij werd geboren te Gullegem op 11 mei 1991
Trad in de Orde op 30 mei 1931.
Sprak zijn eenvoudige geloften uit op 17 september 1933
en zijn plechtige geloften op 17 september 1936.
Hij was missionaris in Congo-Zaire
en overleed zachtjes in 't Pandje te Izegem op 2 mei 2003
gesterkt door de ziekenzalving. |
|

|
Broeder Ansfried
Marijn Geerts
Geboren te Weelde op 30 december 1926
Overleden te Turnhout op 06 september 2003
Ingetreden in de Orde op 7 september 1947
Priester gewijd te Izegem op 2 augustus 1953
Missionaris in Kongo 1955-1972 |
|

|
Broeder Frans Celis
1938 - 2003
Geboren te Lisp (Lier) op 31 maart 1938
Overleden op 24 oktober 2003
Ingetreden op 10 september1960
12 september 1961 tijdelijke professie
Priester gewijd op 8 juli 1967 |
|

|
Pater Gorgonius
Jef Geys
Geboren te Balen op 5 februari 1927
Overlelden op 22 december 2003
Ingetreden in de orde op 15 september 1950
Priester gewijd te Izegem op 5 augustus 1956
|
|

|
Broeder Fidentiaan
Valère Van Den Broucke
Geboren te Egem op 13 augustus 1916
Gestorven te Izegem op 12 september 2004
|
|

|
Broeder Melchior
Geboren te Bovekerke op 04-05-1914
Gestorven te Izegem op 30-09-2004 |
|

|
Antoon De Graeve
Geboren te Brugge op 3 december 1912
Gestorven te Brugge op 28 september 2005 |
|
 |
Cyriel Noyez
Geboren te Poelkapelle op 18 juni 1928
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 29 juni 2006 |
|

|
Jos Bouwens
Geboren te Herentals op 13 februari 1939
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 20 juli 2006
Kapucijn geworden op 12 september 1959
Priester gewijd op 10 juli 1965
|
|
 |
Gaston-Willibald Scherpereel
Geboren te Eggewaartskapelle op 5 juni 1920
Gestorven te Izegem op 21 janauri 2007
Kapucijn geworden op 15 september 1940
Priester gewijd op 3 augustus 1947
Eerste afreis naar Congo op 2 oktober 1951 |
|
 |
Wim Guillaume Dewinter
Geboren te Melsbroek op 26 april 1939
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 12 maart 2007 |
|
 |
Leonard Van Baelen
Geboren te Hasselt op 25 november 1932
Gestorven te Herentals op 7 juli 2007 |
|
 |
Broeder Clovis
August Peeters
Geboren te Herentals op 23 oktober 1915
Gestorven te Herentals op 24 juli 2007 |
|
 |
HUBERT
STALPAERT
Geboren 7/2/1929 te Vollezele
Ingetreden 15/9/1948
Priesterwijding 2/10/1956
Vertrokken naar de missie 30/12/1956 |
|
 |
WALTER TRUDO
Geboren 12/01/1917 te Beveren-Roeselare
Ingetreden 15/9/1935
Priesterwijding 2/05/1943
Missionaris in Ubangi - Kongo van 1947 tot 1993
Overleden in 't Pandje te Izegem op 23/01/2009 |
|
 |
ROBERT HERTE
Geboren te Aalst op 11 november 1930
Kapucijn geworden op 15 september 1949
Priesterwijding 7 oktober 1956
Aalmoezenier van het Centraal Observatiegesticht
Overleden in 't Pandje te Izegem op 17 februari 2009 |
|
 |
Frank Van der Linden
Geboren te
Booischot op 31 augustus 1935
Kapucijn geworden op 31 augustus1956
Priesterwijding 14 juli 1963
Overleden in het A.Z. Sint-Elisabeth te Herentals op 18 mei 2009 |
|
 |
Frans Van de Venne
Broeder Jef
Geboren te
Herentals op 14 maart 1919
Trad in de orde op 3 juli 1937
In de Heer ontslapen in het Klooster te Herentals op 12 augustus 2009 |
|
 |
Pater Gaston Spillebeen
Geboren te
Izegem op 26 september 1924
Ingetreden in het noviciaat in 1943
Priester gewijd op 1 oktober 1950
In de Heer ontslapen in het St.-Dymphnaziekenhuis
te Geel op 11 september 2009 |
|
 |
Marcel De
Bie
Geboren te
Heist-op-den-Berg op 24 juli 1923
werd minderbroeder-kapucijn op 14 september 1941
Priester gewijd op 13 februari 1949
Na een lange geduldig gedragen ziekte
overleed hij op 21 maart 2010
in het WZC Herdershove te Brugge |
|
Toen Marcel bijna tien jaar geleden door
een hersenbloeding getroffen werd, kwam er noodgedwongen een einde aan
een zeer druk en veelzijdig leven waarin hij woekerde met zijn vele
talenten. Zéér veel mensen hebben van zijn groot hart, zijn
enthousiasme, zijn scherp psychologisch doorzicht en zijn vriendschap
mogen genieten. Zijn familie, zijn medebroeders en eindeloos veel
andere mensen.
Zijn medebroeders zullen hem herinneren
als een gedreven en dynamische medebroeder met een scherp verstand en
een open geest. Hij werd lector en directeur in de eigen
filosofieopleiding van de kapucijnen in Brugge. Zijn open geest en zijn
gevoeligheid voor wat er leefde in de samenleving was weldadig. Hij
werd ook gevraagd om directeur te zijn van het college van de kapucijnen
in Aalst. En gedurende vele jaren was hij lid van het bestuur van de
Vlaamse kapucijnen.
Marcel stond aan de wieg van het MPI
Mariënhove dat later Het Anker werd en bouwde het uit met enthousiasme
en veel inzet. Hij had een groot hart voor jongeren met gedrags- en/of
emotionele problemen en verwierf een grote deskundigheid in het omgaan
met autisme. Van overal werd op hem beroep gedaan, nooit tevergeefs.
Het bereiken van de pensioen leeftijd
betekende niet dat hij het rustiger aan ging doen. Daarvoor had hij een
te ruime belangstelling, te veel energie en een te grote bekommernis
voor zijn medemensen. Hij werd
aalmoezenier in de Sint-Jozefkliniek,
bezocht zeer veel zieken, had heel veel contacten met mensen met allerlei
problemen en werd ook een heel geliefde proost van het Fiorettikoor. Ook
op hogere leeftijd wist hij zijn enthousiasme, zijn geloof en
vertrouwen over te brengen op veel jonge mensen en ook de ouders konden
met hun vrag~n bij hem terecht. Zijn ziekte maakte plots veel
onmogelijk. Maar de beperkingen droeg hij moedig en hij keek naar wat
hij nog wél kon. Gelukkig had hij in de jaren dat zijn mogelijkheden
steeds beperkter werden, een goede engelbewaarder aan zijn zijde en dat
tot aan zijn zacht en vredevol inslapen bij de overgang van de winter
naar de lente. Zijn familie, zijn medebroeders, zijn vrienden, zoveel
jongeren en mensen van alle leeftijden zijn dankbaar omdat ze hem
mochten ontmoeten in hun leven. Hij was een 'paas-mens'. Hij nodigde
mensen met het woord uit om 'op te staan en te leven' en hielp hen
daarbij met al zijn mogelijkheden. Zijn leven is nu voltooid. Hij heeft
werkelijk zijn taak vervuld. Wij mogen vertrouwen en bidden dat God hem
zijn vriendschapen zijn liefde zal geven. |
|
|
|
 |
Ivo
Tommeleyn
Geboren te
Ieper op 2oktober 1927
werd minderbroeder-kapucijn op 15september 1948
Geprofest op 17 september 1949
Priester gewijd op 17 augustus 1955
Overleden te Blenheim (Canada) op 7 juni 2010
|
Op zondag 4 augustus 2010 had te
Ieper een herdenkingsviering plaats waarin Pater Boni voorging met de
concelebranten:
Pater Boni ging voor in de
viering.
Concelbranten: Broeder Adri Geerts, provinciaal
Broeder Kamiel Teuns, missieprocurator
Broeder Hugo Gerard
Broeder Klaas Blijlevens
Broeder Norbert Maertens
Tijdens deze herdenkingsviering
werd de hieronder gepubliceerde tekst uitgesproken.
Beste Familieleden,
Zoals wij in het verleden zo menig keer bijeen zijn gekomen als één grote
familie om onze nonkel Ivo uit het verre grote Canada welkom te heten,
zo ook zijn wij hier vandaag in gebed verenigd om hem een laatste groet te
brengen en hem figuurlijk te begeleiden naar ons aller vaderhuis.
Ivo is er niet meer.
Hij was voor ons de verre nonkel die om de zoveel jaar voor enkele weken bij ons
was en er meteen ook voor zorgde dat wij de familiebanden steviger konden
aanhalen.
Hij was karig van woorden, geduldig en vredelievend en stond steeds klaar om
onze grieven, onze klachten en onze vreugde te aanhoren en te delen, en waar het
kon
ook de nodige steun en verlichting te brengen.
Hij was geen groot schrijver. Geen literaire hoogvlieger en zijn
nieuwjaarswensen waren dan ook steeds kort en bondig, van weinig woorden
gespijsd,
doch geschreven vanuit een warm en gevoelig hart.
Vele keren hebben we met hem eucharistie gevierd, samen aan de feesttafel
gezeten en het glas van de vriendschap geheven.
Het was feest als Ivo overkwam. Wij waren elke keer gelukkig hem in ons midden
te hebben en wij keken uit naar zijn komst.
Nu komt Ivo niet meer.
Nooit meer zullen wij met hem eucharistie vieren. Onze fles whisky zal
onaangeroerd blijven en wij zullen voorgoed zijn geheimzinnige glimlacht moeten
missen.
Ivo, wij danken jou om wat je voor ons bent geweest. Wij danken jou voor jouw
gebeden die je ons telkenmaal in jouw nieuwjaarsbrief beloofde en wij bidden
thans
voor jou opdat je in vrede moge rusten bij de Heer.
Ivo is niet meer maar hij is nog steeds bij ons.
Hij zit in deze eucharistieviering naast elk van ons. Hij zal nadien ook met ons
aan tafel gaan en met ons het brood delen.
En Ivo, als wij later op deze dag van elkaar afscheid zullen nemen dan dragen
wij jou mee in ons hart.
Wees voor ons daarboven de geduldige en de vredelievende en ook de onvermoeibare
voorspreker bij ons aller Vader in het hemelhuis.
(Schoonbroer Wilfried Vermeersch)
|
 |
Roger Van Vaerenbergh
Geboren te Aalst op 5
augustus 1933
Ingetreden in het noviciaat op 3 september 1953
Plechtige Geloften te Bwamanda, Congo, op 17 september 1957
Overleden in klooster te Herentals op 8 mei 2011
|
|
|
|
Broeder Roger was veeleer een mens van praktijk dan
van theorie. Als duidelijk werd dat de studie van filosofie en theologie
hem niet aansprak, koos hij vastbesloten om als broeder missionaris in
Congo zijn diensten aan te bieden.
Hij heeft zich dan ook daar op verschillende plaatsen zeer
verdienstelijk gemaakt. Hij was bouwmeester, mecanicien en ook was hij
leraar en prefect van een technische school. op verschillende
missieposten, waar er moest gebouwd of andere praktische problemen
moesten opgelost worden, werd Roger gevraagd. hij heeft de woelige tijd
na de onafhankelijkheid in Congo meegemaakt. Hij was zelfs twee maanden
onder huisarrest. Eenmaal hing hem de dreiging boven het hoofd van uit
het land gezet te worden. Tussen 1956 en 1988 reisde hij 14 maal af naar
Congo. Suikerziekte ondermijnde zijn sterk gestel en geleidelijk werd
duidelijk dat hij naar België moest terugkeren. Na zijn terugkomst uit
Congo in 1990 maakt hij zich nog dienstbaar in onze gemeenschappen van
Antwerpen en Aalst. In Aalst wordt hij regelmatig opgenomen in de
kliniek voor behandeling van suikerziekte. Wanneer dan zijn been afgezet
wordt en hij een prothese krijgt, komt hij in 2004 naar Herentals. Hier
heeft hij zich nog dienstbaar gemaakt om de telefoonoproepen voor
gemeenschap en medebroeders op te vangen.
Broeder Roger, uw onverwachts heengaan heeft ons allen diep getroffen.
Wij zijn u dankbaar en vergeten u niet. Rust maar in vrede bij de Heer. |
|
| |
|
|
In de vroege morgen
van 8 mei overleed onverwacht onze medebroeder Roger Van Vaerenbergh. Op
zaterdag 14 mei namen medebroeders, familieleden en vrienden in een
mooie viering, die voorgegaan werd door br. Fil Van der Steen, gardiaan,
afscheid van hem.
We geven hier de
homilie weer die br. Fil uitsprak tijdens de viering en ook een
getuigenis van Paul Paternoster op het einde van de viering. Paul leefde
en werkte lang samen met br. Roger in Congo.
Homilie
Broeder Roger kwam
reeds als kind in contact met de kapucijnen in Aalst. Zijn vader werd
regelmatig gevraagd om allerlei klusjes op te knappen in het klooster.
Roger vergezelde hem dan regelmatig. Het was dan ook niet te verwonderen
dat hij zich door het leven van de kapucijnen aangesproken voelde.
Van huis uit was hij
sociaal bewogen en had hij geleerd te helpen waar hij kon.
In de eerste lezing
(Uit de Zevende Ordesraad, nr 47) hebben wij het volgende gehoord: “Onze
prediking van het Rijk Gods mag niet beperkt blijven tot verbale
verkondiging van het Woord: zij vraagt dat wij aan het proces van de
samenleving deelnemen en onze bijdrage leveren tot haar verandering en
verbetering.” Zo wilde Roger zich ten volle inzetten als broeder
missionaris in Congo. In 1953 trad hij toe tot onze orde. En het was
alsof hij geen tijd wilde verliezen. Want hij vertrok reeds naar Congo
vooraleer hij zijn plechtige geloften had afgelegd. Hij vertrok in
november 1956 en sprak zijn plechtige geloften uit in september 1967 in
Bwamanda.
Roger die zeer
praktisch was aangelegd en, zoals we zeggen, ‘handen aan zijn lijf had’,
heeft scholen, kerken en missiehuizen gebouwd. Maar daarvoor was er ook
nood machines. Hij leerde mechaniek en werd een bekwame mechanieker. Hij
wilde al die praktische kennis niet voor zichzelf alleen bewaren maar
deelde die mee als leraar en prefect in een technische school. Hij heeft
de woelige tijden van na de onafhankelijkheid van Congo meegemaakt en is
een paar maal in een gevaarlijke situatie terecht gekomen. Goddank is
hij iedere keer ongedeerd gebleven. Gedurende zijn vierendertigjarige
aanwezigheid in Congo was hij vooral op drie missieposten werkzaam:
Bwamanda, Yakoma en Kota-Koli. Spijtig genoeg werd zijn gezondheid
ondermijnd door suikerziekte. Voor een goede verzorging en behandeling
van de ziekte werd hij gedwongen om naar België terug te keren. Na veel
vruchtbaar werk en volle inzet, kwam hij definitief terug in 1990. Ook
in België heeft hij zich nog verdienstelijk gemaakt als portier en
koster in Antwerpen en later, wanneer hij regelmatig de
O.L.Vrouw-kliniek in Aalst moest bezoeken, werd hij overgeplaatst naar
onze gemeenschap in Aalst. Spijtig genoeg verergerde zijn suikerziekte
zozeer dat niet alleen zijn zicht verminderde maar dat ook een been
moest afgezet worden en hij aangewezen was op een prothese. Zijn ziekte
heeft hij zonder klagen moedig gedragen. Hij nam deel aan al onze
oefeningen in de gemeenschap. Zijn onverwacht overlijden op zondag in de
heel vroege morgen heeft ons allen diep getroffen.
In het evangelie
hebben we zojuist gehoord dat het graf leeg was en dat Jezus uit de
doden was opgestaan.
Wat betekent dat voor
ons, hier bij het afscheid nemen van onze broeder Roger? Durven wij
geloven dat we Roger nu ook bij de levenden moeten zoeken en niet bij de
doden? Wij kunnen niet ontkennen dat hij gestorven is. De dokter heeft
zijn lichamelijke dood komen vaststellen en wij zullen zijn lichaam
straks aan moeder aarde toevertrouwen. Maar is onze broeder Roger niet
veel meer dan een dood lichaam?
Wij weten heel zeker
dat onze herinneringen aan wie Roger geweest is en wat hij gedaan heeft,
in ons zullen verder leven. De liefde en de genegenheid die hij met zijn
broers en zusters, met zijn vrienden gedeeld heeft, kunnen niet
weggenomen worden; Maar als gelovige mensen willen wij nog verder denken
en durven wij vertrouwen dat de God van het leven, die zijn Zoon niet in
de dood heeft achtergelaten, ook onze medebroeder Roger over de dood
heen, in zijn tegenwoordigheid heeft opgenomen en hem daar verder laat
leven.
Broeder Roger kan
terugblikken op een rijk gevuld leven en heeft zijn talenten ten volle
gebruikt in dienst van de armen in Congo.
Het is onze stellige
hoop dat hij nu de woorden van zijn Meester mag horen:
“ Uitstekend, goede
en trouwe dienaar. Over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u
aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw Heer.”
Getuigenis
over br. Roger
Ongeveer 2/3 van mijn
missionarisleven (25 jaar) in Congo heb ik samengewoond met br. Roger (br.
Florentien) op drie verschillende missieposten: Kota-Koli, Yakoma en
Bwamanda. We waren tocht- en lotgenoten in blijde en droeve dagen.
Ziehier een kort getuigenis over Roger!
Br. Roger was een
sociaal man: hij was graag onder mensen, maakte graag plezier, hij was
een levensgenieter. Ge zijn van Aalst of ge zijt het niet! En toch zeer
plichtsbewust toen hij verantwoordelijk was voor een opgedragen werk.
Hij had een klare kijken op de zaken, doorzettingsvermogen om alles tot
een goed einde te brengen.
In de beginperiode
werd hij als bouwer benoemd te Kota-Koli. Bouwer zijn in Congo is geen
bouwheer, die enkel maar moet controleren; ge staat voor alles zelf in.
Ge moet een klare kop hebben, armen en voeten aan uw lijf en soms breder
ellebogen! Te Kota-Koli waar het klein seminarie gevestigd was, kreeg
hij de opdracht alle oude gebouwen, die talrijk waren, opgetrokken in
plaatselijk materiaal (poto-kpot en stro) te herbouwen in duurzaam
materiaal. Hij is er in geslaagd en toen alles klaar was en als het ware
een nieuwe post herrees, werd Kota-koli overgedragen aan de inlandse
clerus.
Daarna, poyvalent als
hij was, werd aan Roger een nieuw werkterrein toegewezen. Hij kreeg de
opdracht in Yakoma een technische school (automechanica) te starten in
het kader van het C.D.I-project. Overtuigd als hij was dat onderwijs, en
zeker technisch, een van de voornaamste pijlers van ontwikkeling is,
heeft hij er zich met enthousiasme voor ingezet. De beginperiode was
moeilijk om al het nodige materiaal bijeen te krijgen. Dank zij de C.D.I.
en zijn vele andere relaties heeft hij alles tot een goed einde
gebracht. De school functioneert nog en is een zegen voor de streek.
Op de 3de
post waren we samen in Bwamanda. Roger werd verantwoordelijk voor het
onthaalcentrum “Lendisa”, opnieuw in het kader van het C.D.I.-project.
Het was een opvangplaats met slaap- en eetgelegenheid voor leden, blank
en zwart, van het project en talrijke bezoekers. Met de aangeboren
gastvrijheid van Roger werd de opvang in het onthaalcentrum geprezen.
Soms moest hij hard optreden. Toen hij eens op lange tenen trapte, heeft
hij daarvoor de prijs moeten betalen met een uitwijzing door de
officiële instanties naar Kinshasa. Daar had hij huisarrest en werd
bedreigd met uitwijzing uit het land. Toen de zaak zijn beslag kreeg,
keerde hij naar zijn post terug en deed zijn werk gewoon verder alsof er
niets gebeurd was…
Om te besluiten wil
ik nog even terugkeren naar de beginperiode in Kota-koli! We leefden er
afgezonderd maar mooi, sober en rustig tot…tot op een zaterdagnamiddag
gans onverwacht een Belgische luitenant, para-commandant uit
Marche-les-Dames, samen met enkele Congolese officieren zijn jeep voor
het gebouw van de missie stopte, uitstapte en op de trappen van ons huis
bleef staan, ons opwachtte en zei: “ ik kom hier op vraag van Mobutu een
commando-kamp oprichten! Er is hier niets, wij rekenen op uw hulp en die
zullen we goed kunnen gebruiken. “
In de missie
verschiet ge niet zo vlug…we hadden juist daarvoor de rebellie
meegemaakt en voor problemen zijn er oplossingen. Br. Roger werd de
verbindingspersoon.
In het begin hebben
we geholpen, in de mate van het mogelijke, maar toen de militairen,
Belgen en Congolezen, te Kota-koli zelf vaste voet aan de grond kregen,
en het kamp was opgebouwd, hebben wij het honderdvoudig teruggekregen.
Meer nog, we zijn boven de verschillende gezindheden heen een echte
familie geworden: zij waren thuis op de missie, wij waren thuis bij hen.
Enkelen zijn hier
aanwezig, alsook verschillende mensen uit het C.D.I.-project. In naam
van br. Roger wil hen bedanken voor hun aanwezigheid, maar ook voor wat
we in vriendschap samen hebben mogen beleven.
br. Paul Paternoster |
|
| |
|
|
 |
Jan Van
Boxel
Geboren te
Meerle op 1 - 5 - 1929
in de orde getreden te Edingen op 15 - 9 -1949
Priester gewijd te Izegem op 5 - 8
-1956
Gekend Predikant van MIssies en Retraites
Gardiaan te Izegem, Edingen en Meersel-Dreef
Na een slepende ziekte zacht en rustig overlecen
in de Kapucijnenfraterniteit Herentals op 18 - 6 - 2011
|
|
 |
|
 |
|

Minderbroeder Kapucijn
Geboren te Meerle op 1 - 5 – 1929
In de orde getreden te Edingen op 15 - 9 -1949
Priester gewijd te Izegem op 5 - 8 – 1956
Gekend Predikant van Missies en Retraites
Gardiaan te Izegem, Edingen en Meersel-Dreef
Na een slepende ziekte zacht en rustig overleden
in de Kapucijnenfraterniteit Herentals op 18 - 6 - 2011
Op zaterdag 25 juni namen medebroeders, familieleden en vrienden
afscheid van onze medebroeder, Jan Van Boxel in een goed verzorgde
viering. Wij geven hier de homilie die door br. Jozef (Pascal) Teuns,
zijn neef, werd uitgesproken.
BESTE MEDEBROEDRS, GEACHTE FAMILIE VAN JAN VAN BOXEL en BESTE VRIENDEN,
Op de
eerste plaats willen we onze oprechte deelneming aanbieden bij het
heengaan van Jan van Boxel aan zijn familie aan al onze medebroeders en
zijn vrienden.
Van de tientallen kapucijnen afkomstig van Meersel-Dreef nemen we
vandaag afscheid van Jan en blijven er nog 7 kapucijnen Dreveniers op
dit ogenblik over.
Hier werd hij geboren en heeft hij zijn jeugd doorgebracht om daarna, na
zijn studies in Lommel en Aalst, binnen te treden bij de Kapucijnen. In
1956 werd hij priester gewijd in Izegem door Mgr. Catry, om na 1
jaar eloquentie in Herentals enkele jaren door te brengen in ons college
te Aalst, als surveillant. Daarna werd hij predikant in Aalst waar hij
voor de eerste keer gardiaan werd benoemd in 1970. Later werd hij nog
verschillende keren gardiaan onder andere in Edingen, Izegem en hier te
Meersel‑Dreef.
In
die vele jaren als Gardiaan en predikant van missies en retraites,
vooral voor zusters, is hij vooral priester geweest. Als alles voorbij
is, wat telt er dan nog in het mensenleven? Christus zegt het ons in
zijn evangelie: alleen het goede dat wij gedaan hebben aan onze
medemensen. De Heer zegt: "Het minste dat gedaan de mijne hebt
gedaan, dat hebt gedaan Mijzelf gedaan Jan was een graag beluisterde
predikant. Over heel het Vlaamse land heeft hij de boodschap van Kristus,
het evangelie uitgedragen, vroeger als missiepredikant en later als
retraite predikant, vooral voor zusters.
Als predikant heeft hij de mensen verteld hoe God de tochtgenoot van
zijn volk is geweest en nog is. Hij heeft aan velen het verhaal
verteld van Jezus van Nazareth, die door God is opgewekt uit de dood en
die thans nog leeft Hij is Gods en Jezus getuige geweest,'in woord en
sacrament. Als predikant was hij een profeet die verkondigde dat het
leven zinvol is. Hij heeft verkondigd dat de mens zijn geluk en
zijn vervulling vindt in de navolging van Jezus.
Daarin is hij voorgegaan om ons de weg te wijzen als gids door zijn
predicatie. Hij heeft de mensen samen geroepen om het brood te breken in
en door de eucharistie en naar Gods woord te luisteren. Als verteller
van het verhaal van Jezus, door zijn woord en het toedienen van de
sacramenten, en het breken van het brood. De laatste 3 jaren van zijn
leven heeft hij heel wat tegenslagen te verwerken gekregen. Toch
probeerde hij dat alles te boven te komen. Stilletjes aan ging hij
achteruit. Enkele maanden verbleef hij in de kliniek te Turnhout,
afgewisseld met enkele weken verblijf in Herentals. Klagen deed hij
nooit. We zagen hem achteruitgaan tot hij rustig zijn ziel in de handen
van God legde.
We
gaan nu de EUCHARISTIEVIERING verder zetten.
Eucharistie komt van het Grieks: eu xaroon: dank zeggen.
Laten we God danken voor het mooi
vruchtbare leven dat Jan heeft geleefd en moge hij voor eeuwig leven bij
de Heer.
(Zijn klasgenoot Pater Arnold van Gemert)
Onze medebroeder Pater Jan Van Boxel werd op 1 mei 1929 geboren in het
gezin van Jozef Van Boxel en Maria Teuns, een gezin van zes kinderen,
waarvan hij de tweede oudste was en een echte Drevenier. In navolging
van de broers van zijn moeder werd hij Kapucijn en begon op 15 sept.
1949 zijn noviciaat te Edingen samen met 13 andere flinke jongemannen,
die allen op 17 sept. 1950 hun Eerste Geloften uitspraken, waarna op 17
sept. 1953 in Brugge zijn Eeuwige Geloften volgden. Op 5 aug. 1956 werd
hij in Izegem priester gewijd en na zijn laatste jaar theologie aldaar
vertrok hij op 29 juli 1957 naar Herentals voor een jaar vorming als
predikant. In 1958 ging hij nog 3 jaar als surveillant naar ons college
en in 1961 werd hij in Aalst voltijds predikant.
In 1963 ging hij vandaar als predikant naar Izegem, waar hij zich samen
met een flinke ploeg missiepredikanten toelegde op de bekende
“volksmissies”, waarbij Pater Paschaas zijn goede vriend en mentor was
en van hem tevens een vurig supporter maakte van Cercle Brugge.
Ondertussen was hij in Izegem bestuurder van het Priesteruurgebed en
scoutsaalmoezenier. In 1970 werd hij daar Gardiaan en was ondertussen
overgeschakeld van missiepredikant naar bekend predikant van retraites
en conferenties vooral voor zusters o.a in Herkenrode, St-Niklaas en
Halle. In 1972 was hij ook een jaar godsdienstleraar van de Vrije
Middelbare School van de Broeders van de Christelijke Scholen in
Roeselare en in 1976 werd hij in Izegem Vicaris en propagandist van de
Kapucijnenmissies. Van verschillende kloosters was hij afgevaardigde
voor de provinciale kapittels en jarenlang heeft hij onze medebroeder
Pater Vigiel zondags geholpen op zijn parochie. In oktober 1977 werd hij
benoemd tot medepastoor van onze parochie te Ieper en tevens Vicaris van
het klooster. In 1979 ging hij naar Edingen als predikant en werd er in
1982 Vicaris en in 1991 Gardiaan, wat hij bleef tot aan de sluiting van
dit klooster in 1996. Toen kreeg hij zijn benoeming als predikant in
Meersel-Dreef en werd daar van 2003 tot en met 2009 Gardiaan. In 2000,
het jaar van zijn Gouden Kloosterjubileum, maakte hij samen met drie
klasgenoten, Pater Luk en Broeder Karel een bedevaart naar de H. Pater
Pio via Luzern, Rome en Assisi. Zij overnachtten bij onze medebroeders
en werden overal uitstekend ontvangen: een prachtige reis samen!
Ondertussen was hij druk bezig met retraites en conferenties tot hij
enkele jaren geleden plotseling ziek werd en zijn retraites door moest
geven aan verschillende medebroeders, in de stille hoop nog altijd te
kunnen herbeginnen. Zijn zwakkere gezondheid nam af en toen hij begin
december 2009 naar het ziekenhuis in Turnhout moest, ging hij daarna
voor verdere verzorging naar ons klooster in Herentals, waar hij de
nodige en beste zorgen kreeg van de verpleegsters, van zijn medebroeders
en vooral van Broeder Karel. Na enkele periodes in het ziekenhuis van
Turnhout, ging zijn gezondheid verder achteruit en op 18 juni is hij
rustig en kalm in Herentals overleden. Op 25 juni kreeg hij een druk
bijgewoonde begrafenis en werd op ons kerkhof in ons Mariapark begraven.
Dat hij ruste in vrede!
Uit VOX Minorum
jg. 65, nr. 3, juli - september 2011
|
|
 |
Achiel De Pauw Geboren te
Lede op 7 - 9 - 1936
in de orde getreden op 11 - 9 -1956
Priester gewijd te Izegem op 14 - 7
-1963
In de Heer ontslapen in het UZA te Edegem op zondag 21 augustus 2011 |
|
Pater
Achiel
is
van
in
zijn
vroege
jeugd
een
harde werker
en
een
toegewijde
mens
geweest.
In
de studies,
college,
filosofie
en
theologie
werkte
hij met
volle
inzet.
Dat
deed hij ook wanneer
hij
als
priester
zijn
taak
vervulde.
Hij
zocht
zichzelf
niet,
maar
naar
het
voorbeeld
van
Zijn
Meester
kwam
ook
hij
om
te
dienen
en
niet
om
gediend
te worden.
Na
zijn
theologische
studies
volgde
hij
negen
maanden
pastorale
voorbereiding
en lessen
in Loppem.
In
september
1965
vertrok
hij naar
de
missie
in
Congo,
waar
hij
voor
een
zevental
jaren
werkzaam
was.
In
1972
kwam
hij
omwille
van
ziekte
terug
uit
de missie.
Dan
volgden
enkele
jaren
als
godsdienstleraar
in Ieper
en Herentals
en onderpastoor
in Ieper
en Herentals.
Maar
zijn
echte
roeping en
werk
vond
hij in de zieke
pastoraal.
Achiel
was altijd
iemand
geweest,
wiens
aandacht en bezorgdheid
uitging
naar
zieke
en
zwakke
mensen.
In 1983
werd hij benoemd
rot aalmoezenier
van de MS
kliniek
in Melsbroek.
Daar
heeft
hij het
beste
van
zichzelf
gegeven.
Hij stond
de zieken
niet alleen
bij in
hun geestelijke
nood,
maar
was
er op uit om hen
op
alle
gebied
bij
te staan en
te
helpen.
Hij had
een
sterk
gestel
en was altijd
gereed
om hen
te
helpen
opheffen
en in een rolstoel
te
plaatsen.
Niets
was
voor hem te
moeilijk.
Maar
in 1991
werd
hij
met
hartklachten
in het
O.L.Vr.-ziekenhuis
van
Aalst
opgenomen.
Na
overbruggingen
en
revalidatie
in
Ter
Duinen,
Nieuwpoort
moest
hij het
veel
kalmer
aan
doen.
Maar toch
bleef
hij
zich
zeer
verdienstelijk
maken
in ons
klooster
van Leuven
met
kleinere
werkjes.
Hij hield
van
bloemen
en
verzorgde
die
met
liefde.
Waar
hij gevraagd
werd
om voor
te gaan
in de eucharistie,
deed hij dat
gaarne.
In 2003
kwam
hij naar
Herentals.
Ook
hier zocht
hij naar
werk
dat
hij
nog
aankon.
Het
waren
weer
de
zieken
en
ouderen
van
dagen
die zijn
volle
aandacht
kregen.
Als
pastor
van
het
St.-Annarusthuis
bezocht
hij de
mensen
drie keer in de week.
Ook
drie
maal
in de
week droeg
hij daar
de heilige
eucharistie
op. Hij
kende al de
mensen
bij naam
en was er
door
iedereen
gekend
en geliefd.
Met
spijt
in het
hart
moest
hij die
taak
opgeven
omwille
van
zijn
zwakke
gezondheid.
Pater
Achiel
heeft zijn
brood
niet
in ledigheid
gegeten.
Hij heeft
de
Heer
gediend in de kleinen,
de
zwakke
en
zieke
mensen.
Hij mag
nu
zijn
welverdiende
loon
ontvangen
bij de Heer.
Achiel
,
moge
nu de
eeuwige
rust
en
vrede,
in
Gods
tegenwoordigheid,
uw
deel
zijn.
Br.
Adri Ceerts,
provinciaal
van
de Vlaams
Kapucijnen.
Zijn medebroeders
van
Hereritals.
Zijn
dierbare
familie De
Pauwen
Vennassen.
|
We namen afscheid van br. Achiel De Pauw
Toen br. Achiel De Pauw op 26 januari 2011 slachtoffer
werd van een ongeval, samen met drie medebroeders, had hij nog maar
enkele weken voordien zijn werk in het rusthuis in Herentals moeten
opgeven omdat het te vermoeiend werd voor hem. Zijn longen werden steeds
zwakker.
Bij het ongeval werden enkele halswervels gebroken en het
was vlug duidelijk dat Achiel een lange revalidatietijd tegemoet ging.
De eerste maand verbleef hij in de St.Lukaskliniek in Brugge (Assebroek)
Handen en voeten waren aanvankelijk heel sterk verlamd en het ademen was
moeilijk. Na een maand verhuisde br.Achiel naar het
revalidatieziekenhuis Hof Ter Schelde op de linkeroever in Antwerpen.
Het werden lange maanden van revalidatie. Oefenen in de voormiddag.
Oefenen in de namiddag. En ondertussen met diverse ongemakken worstelen.
Achiel was echter moedig en maakte vorderingen.
Het betekende veel voor hem toen hij in juli op een dag op
en neer kon naar Herentals, naar de medebroeders van Herentals en naar
zijn eigen kamer. En zeker toen hij veertien dagen later van zaterdag op
zondag weer naar Herentals kon. Enkele dagen later moest hij echter
opgenomen worden in het universitair ziekenhuis in Wilrijk. Hij zou het
niet meer verlaten. Een zware longontsteking werd hem fataal. Op 21
augustus overleed hij.
Op zaterdag 27 augustus namen de medebroeders, samen met
de familie en vele vrienden en bekenden afscheid van hem in Herentals.
Br. Fil Van der Steen ging voor in de dienst en sprak volgende homilie
uit:
“Allen die zich laten leiden door de Geest van God, zijn
kinderen van God” (Rom.8). Hij die zich uitsluitend heeft laten leiden
door de Geest van God, is Jezus. Hij is dan ook bij uitstek de Zoon van
God. En die Jezus heeft ons gezegd en geleerd dat wij God Vader mogen
noemen. Dat wil dus zeggen dat wij bij God mogen thuiskomen.
Ook onze dierbare overledene, pater Achiel, heeft zich
laten leiden door de Geest van God. Wij kunnen nu met vertrouwen zeggen
dat Achiel bij God is mogen thuiskomen.
Gedurende zijn leven heeft hij Jezus mogen volgen, meer
nog, hij heeft het leven van Jezus mogen delen. Maar we weten: als we
Jezus volgen en zijn leven delen, dat we dan niet van het lijden zullen
gespaard blijven. Jezus heeft ons verwittigd en gezegd: Als je mij wil
volgen, moet je jezelf verloochenen, je moet je kruis opnemen om mij te
volgen.
Ook dit heeft pater Achiel moeten ondervinden. Lijden is
ook een deel van zijn leven geweest. Maar hij heeft altijd gezocht om
zijn lijden moedig en zinvol te dragen.
Bovendien heeft het dragen van zijn eigen lijden hem
aangemoedigd en geïnspireerd om aandacht te hebben voor de miserie en
het lijden van anderen.
Het was een geweldige periode!
Pater Achiel,
We ervaren dat het niet enkel belangrijk is de weg die je gaat, maar de
sporen die jij voor ons achter laat!
Namens al onze bewoners, vrijwilligers en personeel BEDANKT VOOR ALLES!
Het ga je goed daar boven . en doe ze daar de groeten van ieder van ons!
Pater Achiel was gewoon om
met volle toewijding en inzet te doen wat hij te doen had. Zo werkte hij
een zevental jaren in de missie van Congo tot hij omwille van ziekte
moest terugkeren. Daarna was het een beetje zoeken naar het juiste werk
op de juiste plaats. Zo was hij voor een korte tijd godsdienst-leraar en
medepastoor in Ieper, en onderpastoor in Herentals en in Ieper. Maar
zijn echte roeping vond hij in de ziekenhuispastoraal waar hij zichzelf
ten volle kon geven. Aandacht en bezorgdheidvoor zieken was het talent
dat hij van de Heer gekregen had. En daar heeft hij mee gewoekerd. In
1983 werd hij benoemd tot aalmoezenier in de MS-kliniek in Melsbroek.
Hij voerde zijn pastorale taak secuur uit, maar daarnaast was hij klaar
om als een hulpverpleger te helpen waar hij kon. Twee dagen geleden
kreeg ik een telefoon van een zuster – die ik niet ken –uit Melsbroek.
Zij het had overlijdensbericht van Achiel in het dagblad gelezen. Ze
zei: ”Er zijn hier nog patiënten die naar pater Achiel vragen”. Want zei
ze, “hij was graag gezien en zeer geliefd.” In 1991 kreeg pater Achiel
hartklachten en er waren overbruggingen nodig. Na een revalidatieperiode
in Ter Duinen in Nieuwpoort hervatte hij zijn werk in Melsbroek. Hij
moest het, zo werd gezegd, wel wat kalmer aandoen. Dat was wel moeilijk
voor hem. Na een paar jaar raadde de dokter hem aan van er mee te
stoppen omdat zijn zwakke gezondheid geen zware inspanningen meer
toeliet. Wanneer hij in 2003 naar Herentals kwam, zocht hij, gezien zijn
zwakke gezondheid, naar een werk dat hij nog aankon. Het waren weer de
zieken en ouden van dagen die zijn volle aandacht kregen. Als pastor van
het St.Anna-rusthuis bezocht hij de mensen driemaal in de week. Hij gaf
de gelegenheid om aan de eucharistieviering deel te nemen. Hij kende de
bewoners allemaal bij naam en was door iedereen gekend en geliefd.
Pater Achiel hield van
mensen maar ook van de natuur, vooral van bloemen. Hij versierde ons
huis. Op alle vensterbanken stonden er geraniums, orchideeën en andere
mooie planten. Nu hij sinds een half jaar niet meer bij ons thuis was,
schijnen zelfs de bloemen te treuren en hebben zijn hun frisheid
verloren.
Eind januari had Achiel
een zware tegenslag toen hij betrokken was in een auto-ongeval. Hij
belandde in de kliniek in Brugge en drie weken later werd hij opgenomen
in het revalidatieziekenhuis Hof ter Schelde in Antwerpen. Wij hebben
hem nog bewonderd voor zijn moed en inzet om door allerlei oefeningen
toch weer terug sterker te worden. Maar zijn zwakke longen hebben het
begeven. Zondag laatst rond 5 uur in de namiddag ontsliep hij zacht in
de Heer.
Beste vrienden, wij en
zoveel anderen missen hem. Maar we danken hem en God voor wie Achiel
voor ons en voor zoveel anderen geweest is en voor en voor het goede en
schone dat hij gedaan heeft. De heilige Schriftteksten die we zojuist
gehoord hebben (Rom.8,14-23 en Mt 25,31-40) zijn voor ons een grote
steun en bemoediging.
In de eerste lezing
hoorden we dat hij die in het leven en het lijden van de Heer deelt, dat
die ook mag delen in zijn verheerlijking, in zijn verrijzenis.
En in het evangelie zegt
Jezus dat zij die aandacht hadden en zorg besteed hebben aan de minsten
van zijn broeders, dat die dat aan Hem besteed hebben.
Allen die pater Achiel
gekend hebben zullen moeten toegeven dat hij één en al aandacht en
bezorgdheid was voor de zieken, de zwakken en ouderen van dagen. Wij
durven er dan ook zeker van zijn dat hij deze woorden van de Heer mogen
horen heeft: “ik was ziek en jij hebt mij bezocht en voor mij gezorgd.
Kom nu, gezegende van mijn Vader. Neem bezit van het koninkrijk dat Hij
voor u hebt bereid.”
Een dankwoordje vanwege
het rusthuis St. Anna te Herentals
Beste medebroeders...
beste familie... beste vrienden van Pater Achiel veraf of dichtbij..
We zijn allemaal
verdrietig om het heen gaan van onze Pater Achiel. Maar... Als we diep
in ons hart kijken dan zien we, voelen we, dat we huilen om een man die
ons heel veel vreugde bracht!
Pater Achiel,
Toen je ons Rust - en
verzorgingshuis "St Anna" binnen stapten als nieuwe aalmoezenier van 90
bewoners waren we allemaal benieuwd wat de tijd ons bracht...
Zowel voor u als voor ons
was het even onwennig en afwachtend...
Al snel mochten we ervaren
dat er een warme man tussen al deze mensen stond! Het mag gezegd worden
Pater Achiel, je optimisme, je lach, je schouderklop, je luisterend oor,
de warmte die je uitstraalde... Je was er altijd voor onze bewoners! Je
hebt ze menigmaal een hart onder de riem gezet! Je bent ze in hun kleine
en grote verdriet dikwijls als steun geweest!
Uit VOX Minorum
jg. 65, nr. 3, juli - september 2011 |
|
 |
Pater Jan
Bosco
Albrecht Vanhove
Geboren te Werken op 12 - 7 - 1922
in de orde getreden op 17 - 9 - 1942
Priester gewijd op 25 - 8 - 1948
Missionaris in Pakistan vanaf 26 - 11 - 1949
In de Heer ontslapen in 't Pandje te Izegem op 17 - 9 - 2011 |
|
De Verrezen Heer heeft P. Jan
Bosco tot zich geroepen. Een
toegewijd en fijngevoelig kloosterling-missionaris was hij.
Door zijn manier van leven
kwam Gods menslievendheid naar ons toe. Een beetje evangelie
was hij geworden, met een vanzelfsprekende eerbied voor en
gehoorzaamheid aan de Kerk en
zijn
Ordesoversten.
Hij was geen kritische zoeker.
Aan wat hij in zijn theologische vorming zich eigen had gemaakt,
hield
hij vast met een rechtlijnigheid die geen enkel compromis duldde. Die
innige overtuiging gaf hij door in een eenvoudige,
kleurrijke taal (al
was het Urdu of Punjabi),
aan ontelbaren in de
dorpen en steden van Pakistan, door verkondiging en catechese. Hij had
een zwak voor armen, die daar nogal eens misbruik van durfden maken.
Vooral droeg hij allen en alles
mee in zijn gebed.
Hij was een man van gebed. En net
zoals Franciscus
een innerlijke strijd doormaakte rond de roepingsvraag:
'of
God van hem een zuiver contemplatief leven of een leven van verkondiging
verwachtte',
had P. Jan Bosco daar ook vragen
over.
Hij verbleef zelfs twee korte
periodes bij de Trappisten.
Veel
uren van gebed maakten dan ook
zijn
apostolaat zo vruchtbaar. Vanuit deze contemplatieve ingesteldheid
ontstond wellicht zijn stokwoord:
'Als God het wil...'
P. Jan Bosco, lieve medebroeder,
moge God je zegenen,
zoals ook jij zo graag
mensen zalfde
en zegende.
De Verrezen Heer heeft P.
Jan Bosco tot zich geroepen. Een toegewijd en fijngevoelig
kloosterling-missionaris was hij. Door zijn manier van leven kwam Gods
menslievendheid naar ons toe. Een beetje evangelie was hij geworden, met
een vanzelfsprekende eerbied voor en gehoorzaamheid aan de Kerk en zijn
Ordesoversten. Hij was geen kritische zoeker. Aan wat hij in zijn
theologische vorming zich eigen had gemaakt, hield hij vast met een
rechtlijnigheid die geen enkel compromis duldde. Die innige overtuiging
gaf hij door in een eenvoudige, kleurrijke taal (al was het Urdu of
Punjabi), aan ontelbaren in de dorpen en steden van Pakistan, door
verkondiging en catechese. Hij had een zwak voor armen, die daar nogal
eens misbruik van durfden maken.
Vooral droeg hij allen en
alles mee in zijn gebed. Hij was een man van gebed. En net zoals
Franciscus een innerlijke strijd doormaakte rond de roepingsvraag: `of
God van hem een zuiver contemplatief leven of een leven van verkondiging
verwachtte', had P. Jan Bosco daar ook vragen over. Hij verbleef zelfs
twee korte periodes bij de Trappisten. Veel uren van gebed maakten dan
ook zijn apostolaat zo vruchtbaar. Vanuit deze contemplatieve
ingesteldheid ontstond wellicht zijn stokwoord: 'Als God het wil...'
P. Jan Bosco, lieve
medebroeder, moge God je zegenen, zoals ook jij zo graag mensen zalfde
en zegende.
Uit VOX Minorum
jg. 65, nr. 3, juli - september 2011
Naar
aanleiding van het overlijden van onze medebroeder Jan Bosco ontvingen
we van de bisschop van Brugge de brief die we hier afdrukken.
We doen het omdat we deze brief ook mogen lezen als een uiting van
waardering voor het werk van al onze missionarissen in Pakistan.
|
|
JOZEF DE KESEL
BISSCHOP VAN BRUGGE |
Brugge, 26 september 2011
Aan de Provinciaal Overste van de
Minderbroeders-Kapucijnen
Ossenmarkt 14, 2000 ANTWERPEN |
Dierbare
Pater Provinciaal en Medebroeders,
Geachte Familie,
Bij het vernemen van het overlijden van Pater Jan Bosco bied ik u de
betuiging aan van mijn
medeleven, alsook de verzekering van mijn gebed.
De tekst bovenaan op het overlijdensbericht trok mijn aandacht: 'Dat ik
het evangelie
verkondig, is voor mij niets om mij op te beroemen. Ik kan niet anders.
Wee mij als ik het
evangelie niet verkondig.'
Ik kan
niet anders.
Dat
Pauluswoord is inderdaad bijzonder toepasselijk op de dierbare
overledene. Méér dan een halve eeuw missiearbeid in het verre Pakistan.
Rekening gehouden
met de stichtingsdatum van de katholieke missionering in het Oosten van
dat immense
moslimland, bijna de helft van de duur ervan. Het missionarisleven van
Pater Jan Bosco
overspant trouwens de hele, geleidelijke overgang van een missiegebied
tot een volwaardige
plaatselijke kerk, met eigen bisschoppen, diocesane priesters en
religieuzen. Onder invloed van de vernieuwde kerkvisie van Vaticanun II
werd ook hoe langer hoe meer een beroep
gedaan op de actieve medewerking van goed opgeleide leken.
Naast de eerste verkondiging van het evangelie en de daarop volgende
verdieping van het
geloof bij de volwassenen hadden de Kapucijnen in het aartsbisdom Lahore
ook tot doel de
levensvoorwaarden van de plaatselijke bevolking te verbeteren dankzij
een degelijk onderwijs
en een betere gezondheidszorg.
Pater Jan Bosco heeft daar met hart en ziel aan medegewerkt. 'Ik kon
niet anders', zou hij nu zèlf kunnen nazeggen. Maar nog een ander
Pauluswoord is thans op hem toepasselijk: 'Ik heb de goede strijd
gestreden, de wedloop volbracht. Nu wacht mij de krans van de
gerechtigheid
die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote
dag.' Moge de gedachte
dat die grote dag voor hem aangebroken is, voor u allen een troost zijn.
Innig met u verbonden in de verrezen Heer,
+ Jozef DE KESEL
Bisschop van Brugge
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Uit VOX Minorum jg.
65, nr. 4 oktober-december 2011
Op 24 november 2011 werd een Requiemmis opgedragen in de kerk van
Gulberg, Lahore. Fr. Clarence Hayat was de hoofdcelebrant.
Op deze herdenkingsmis waren ook Bisschop Sebastiaan Shaw o.f.m.,priesters,
zusters, broeders, catechisten en leken aanwezig om met deze Requiemmis
de betekenis van onze geliefde broeders Jan Bosco en Agnelo aan te
tonen.
Voor deze gelegenheid hield Fr. Henry Paul o.f.m.cap. een mooie en
treffende homilie. Hij vermeldde dat beide medebroeders ,Jan Bosco en
Agnelo, ware zonen van onze Serafijnse Vader Franciscus van Assisi waren
omdat Br. Jan Bosco zijn eeuwige rust vond op 17 september 2011, het
feest van de stigmata van St. Franciscus, en Br. Agnelo ging naar zijn
eeuwige rust op 4 oktober, het feest van de transitus is van St.
Franciscus van Assisi. Het was zeker en vast geen toeval dat deze datums
samenvallen met een goddelijk plan voor hen.
Daarom toont hun dood aan dat zij als kapucijn zeer in beslag genomen
waren door en toegewijd waren aan de franciscaanse levensweg. Boven
alles was Jan Bosco een groot pastoor, een onvermoeibaar missionaris,
vurig in zijn catechese en een man van gebed. Zo beleefde hij op een
effectieve en indrukwekkende wijze in zijn omgaan en spreken de
evangelische levensweg waar hij ook kwam. Wanneer wij over Agnelo
spreken, dan was dat de man van de lach en van de eenvoud. Een bewogen
pastoor en een enthousiast missionaris, een vurige professor en een man
van gebed. Tot op heden zijn beiden grote symbolen op onze levensweg als
kapucijn. Zij hebben een leven geleid in overeenstemming met de
voetstappen van Jezus Christus en naar het voorbeeld van St. Franciscus
van Assisi.
Op het einde van de eucharistie gaf bisschop Sebastiaan Shaw, de
apostolische administrator van het aartsbisdom van Lahore, ter dezer
gelegenheid zijn dierbare herinneringen. Allereerst drukte hij zijn diep
en welgemeend medeleven uit aan de Kapucijnengemeenschap en de andere
gelovigen bij het overlijden van deze twee grote missionarissen, Fr. Jan
Bosco en Fr. Agnelo.
Hij zei dat beiden de kerk in Pakistan getrouw en verbazingwekkend
gediend hadden. Beiden zijn omwille van hun werkzaamheid iconen
geworden en bakens van geloof, liefde en hoop voor ieder van ons om zo
het slijk der aarde en het licht der wereld te zijn.
Verder zei hij dat Jan Bosco in heel Pakistan gekend is voor zijn
pastoraal werk en Agnello over heel het land voor zijn pastoraal en zijn
werk in de opleiding. Wij bidden dat hun zielen voor altijd in vrede
mogen rusten en dat God de Heer hen een eeuwigdurende beloning zou
schenken. Daarna bedankte Fr. Clarence Hayat,vice-provinciaal, bisschop
Sebastiaan, de priesters, seminaristen, broeders, zusters, catechisten
en al de gelovigen voor de kostbare tijd die ze hebben willen besteden
aan de nagedachtenis van onze overleden medebroeders Jan Bosco en Agnelo.
God zegene u allen!
Fr. Shahzada Khurram
|
 |
Pater Nivard
Laurent Bruggeman
Geboren te Buggenhout op 25 - 8 - 1920
in de orde getreden op 15 - 9 - 1940
Priester gewijd op 3 - 8 - 1947
In de Heer ontslapen in het AZ Sint-Elisabeth te Herentals op 1 - 10 -
2011
|
|
De
oudste
kapucijn
van
onze
vlaamse
provincie
is
heen-gegaan
in de ouderdom
van
92 jaar.
Twee
jaar
woonde
hij
in
Herentals
in
stilte
en
onbekommerd.
Maar
wie
zijn
levensloop
kende,
wist,
hoe
vruchtbaar
zijn
leven
is geweest.
Hij
werd
geboren
in Buggenhout,
studeerde
in
Aalst
en
werd
priester
gewijd
in 1947.
Daarna
werd
hij leraar
in
Aalst
en
kwam
daarna
naar
Herentals,
waar
hij
proost
werd
van
Jado,
de
Koordragers
en
de Missienaaikrans.
Daarna
werd hij
vijf
maal
gardiaan
in Boom,
Antwerpen en
Aalst.
Intussen
werd hem
vanuit
Rome
opgedragen om de
konstiruties
van
de Zusters
Kapucienessen
in
Antwerpen
te herzien.
In die
tijd
was hij
ook
prooSt
van
de jeugdclub
"De
Lange
Wapper".
In
1973
werd hij
onderpastoor
in
Aalst
en
van
1979
tot
1990
was
hij
er
pastoor.
Van
1990
tot
2000
was
hij
aalmoezenier
in
het
O.L.Vrouw
ziekenhuis
te
Aalst.
Van
2000
verbleef
hij
in
ons
klooster
te Aalst
waaruit
hij elke
dag
ging
mislezen
bij
de
zusters
van
Gijzegem
in
Aalst.
Tevens
had
hij
een
sterk
bezochte
biechtstoel
in de
paterskerk.
In
2009
verhuisde
hij
naar
Herenrals
waar
hij
overleed
in
de
gezegende
ouderdom
van
92
jaar.
De
laatste
jaren
van
zijn
leven
was
het
stil
geworden
rondom
hem.
Hij drong
zich
niet
op,
maar
bad
veel
in
stilte.
Onze
gebedsmomenten
woonde
hij
allemaal
bij
en
wist
af
en
toe
er
nadruk
op
te
leggen.
Veel
praten
deed
hij niet.
Af
en
toe
kwam
het
verleden
nog eens
boven.
We
behouden
een
mooie
herinnering
aan
hem.
Hij
was
klein
maar
dapper,
eenvoudig
en
stipt.
We
behouden
bewondering
voor
hem
die
ons
in
stilte
is
voorgegaan.
Moge onze
Heilige
Vader
Franciskus
hem
opnemen
bij
al
zijn
medebroeders
die
hem
zijn
voorgegaan.
Br.
Adri
Geerrs,
provinciaal
van
de
Vlaams
Kapucijnen.
Zijn medebroeders
van Herentals.
Zijn
dierbare
familie
Bruggeman
en
Luypaert.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Uit VOX Minorum jg. 65, nr. 4
oktober-december 2011
In de Heer ontslapen in het A.Z. Sint-Elisabeth te Herentals op zaterdag
1 oktober 2011
gesterkt door het Sacrament van de zieken.
Wij namen afscheid van Pater Laurent tijdens de verrijzenisliturgie in
de parochiekerk St. Antonius (Paterskerk)
De oudste kapucijn van onze Vlaamse provincie is heengegaan
in de ouderdom van 92 jaar. Twee jaar woonde hij in Herentals in stilte
en onbekommerd. Maar wie zijn
levensloop kende, wist, hoe vruchtbaar zijn leven is geweest.
Hij werd geboren in Buggenhout, studeerde in Aalst en
werd priester gewijd in 1947.
Daarna werd hij leraar in Aalst en kwam daarna naar
Herentals, waar hij proost werd van Jado, de Koordragers
en de Missienaaikrans.
Daarna werd hij vijf maal gardiaan in Boom, Antwerpen
en Aalst. Intussen werd hem vanuit Rome opgedragen om
de konstituties van de Zusters Kapucienessen in Antwerpen
te herzien. In die tijd was hij ook proost van de jeugdclub
"De Lange Wapper". In 1973 werd hij onderpastoor in
Aalst en van 1979 tot 1990 was hij er
pastoor. Van 1990 tot 2000 was hij aalmoezenier in het O.L.Vrouw
ziekenhuis te Aalst. Van 2000
verbleef hij in ons klooster te Aalst waaruit hij elke dag ging
mislezen bij de zusters van Gijzegem in
Aalst. Tevens had hij een sterk
bezochte biechtstoel in de paterskerk. In 2009 verhuisde hij naar Herentals waar hij
overleed in de gezegende ouderdom
van 92 jaar.
De laatste jaren van zijn leven was het stil geworden
rondom hem. Hij drong zich niet op, maar bad veel in stilte.
Onze gebedsmomenten woonde hij allemaal bij en wist af
en toe er nadruk op te leggen. Veel praten deed hij niet.
Af en toe kwam het verleden nog eens boven.
We behouden een mooie herinnering aan hem. Hij was
klein maar dapper, eenvoudig en stipt. We behouden
bewondering voor hem die ons in stilte is voorgegaan. Moge onze Heilige
Vader Franciskus hem opnemen bij
al zijn medebroeders die hem zijn voorgegaan.
Op dit ogenblik liggen twee van onze medebroeders ‘boven aarde’, zoals
we dat zeggen.
Pater Fil Van der Steen dragen we aanstaande dinsdag naar zijn eeuwige
rustplaats en pater Laurent Bruggeman begraven we vandaag.
Hij was op vandaag de oudste medebroeder kapucijn.
De laatste twee jaar van zijn leven bracht hij in gebed en stille rust
door hier in Herentals. Wie hem gekeend heeft, weet dat hij zijn hele
leven bruiste van inzet en activiteiten. Als jonge pater zette hij zich
in voor de jeugd: voor de ‘koorddragers en de JADO hier in Herentals,
voor de jeugdclub ‘De lange Wapper’ in Antwerpen. Hij preekt veel
volksmissies en retraites en hij begeleidde de zuster kapucinessen in
Antwerpen.
Hij was vijfmaal gardiaan in een van onze kloosters. Hij was
onderpastoor en 11 jaar pastoor in Aalst, en daarna nog 10 jaar
aalmoezenier in het O.L.Vrouw-ziekenhuis in Aalst. Zoals daarstraks
gezegd bracht hij de laatste twee jaar van zijn leven hier bij ons in
Herentals door. Die stonden in het teken van wat we zojuist zongen: ‘Zo
vriendelijk en veilig als het licht, zo is mijn God. Ik zoek zijn
aangezicht.’
Het verhaal van de Emmaüsgangers dat we zojuist lazen, is als het
verhaal van Laurents reis doorheen het leven. Wel heeft hij nooit de
neiging gevoeld om weg te trekken omdat weinig herkend werd van ons oude
vertrouwde geloof. Neen, hij zette door samen met zijn medebroeders, die
ons een aantrekkelijk geloof hebben voorgeleefd.
We danken hem omdat hij ons is voorgegaan met zorg en noeste inzet.
Zoals de Emmaüsgangers zijn wij nu samen met hem onderweg als mensen met
overtuiging.
Zijn stille aanwezigheid onder ons werd af en toe verbroken door zijn
krachtige stem die vele jaren heeft weerklonken toen hij predikant was
van missies en retraites. Ze herinnert ons aan wie hij geweest is en zal
in onze herinnering blijven leven.
Moge hij rusten in vrede bij de Heer en al zijn medebroeders. |
 |
Theofiel Van Der
Steen
Geboren te Wiekevorst op 20 - 9 - 1936
in de orde getreden op 11 - 9 - 1956
Priester gewijd op 14 - 7 - 1963
In de Heer ontslapen in het AZ Sint-Elisabeth te Herentals op 4 - 10 -
2011 |
|
Hij werd geboren te
Wiekevorst op 20 september 1936, trad in op 11 september 1956 en werd
priester gewijd op 17 juli 1963. Van 1964 tot 2000 was hij missionaris
in Pakistan. Hij overleed in het Sint-Elisabethziekenhuis te Herentals
op 4 oktober 2011.
Fil, geboren in een diep christelijk gezin, was van jongsaf iemand die
graag gezien was en al vroeg anderen aantrok door zijn aangenaam
karakter. Hij was intelligent en de eenvoud zelf, positief ingesteld en
opgewekt, kon plagen zonder kwetsen en had altijd een gevat antwoord
klaar. Hij was innerlijk vrij maar wist wat zelfdiscipline was. Hij was
diep gelovig en beleefde dit intens. In 1956 trad hij in bij de
kapucijnen. Na zijn priesterwijding volgden er drie jaar kerkelijk recht
in Rome en daarna vertrok hij als missionaris naar Pakistan. Met hart en
ziel heeft hij zich ingezet voor de christelijke, meestal zeer arme,
bevolking. Maar zijn medebroeders vroegen hem ook om gedurende 8 jaar
hun algemene overste te zijn. En hij werd belast met de vorming van
jonge medebroeders. Een taak die hij samen met zijn medebroeder en
klasgenoot Norbert, vele jaren uitstekend vervulde. Ook om zijn
recollecties en retraites voor priesters en religieuzen werd hij erg
gewaardeerd. In het jaar 2000 nam hij de niet eenvoudige beslissing om
naar België terug te keren. Hij moest veel mensen achterlaten die hem
ter harte gingen. Maar hij was van mening dat de tijd gekomen was.
Bovendien hoopte hij zich in België nog nuttig te kunnen maken in de
pastoraal. Of hem dat gelukt is! Overal waar hij kwam, was hij graag
gezien en werd hij gewaardeerd. Héél graag deed hij dienst in
Scherpenheuvel. Niet alleen had hij zelf een grote verering voor Onze
Lieve Vrouw van Scherpenheuvel, maar daar samen met de mensen bidden,
naar hen luisteren, hen de sacramenten toedienen en hen bemoedigen, hij
deed het zielsgraag. Zijn gezondheid liet het echter niet altijd toe. En
bovendien deed de eigen broederschap ook meer en meer beroep op hem. Zo
werd hij drie jaar geleden in het bestuur gekozen en werd hij in de
gemeenschap van Herentals de goede gardiaan die vader, moeder en broeder
was van iedereen.
Met zijn heengaan verliezen we een medebroeder met een scherpe geest en
een grote wijsheid. Een medebroeder met een grote empathie bij wie
mensen echt thuis konden komen, die mensen op een diepe wijze kon
beluisteren en verstaan en hen in respect levengevende woorden kon
aanreiken. Een medebroeder met een grote mildheid en diepe bekommernis,
een medebroeder die altijd voor ogen had wat echt belangrijk is. Een
medebroeder met een grote dankbare liefde voor zijn ouders en zijn hele
familie. Met ieder van hen was hij begaan.
Zijn plots heengaan doet veel pijn. Maar samen met de pijn om zijn
heengaan is er ook diepe dankbaarheid omdat hij in ons midden was. En we
weten in gelovig vertrouwen dat hij leven mag in de vreugde van zijn
Heer en dat Franciscus hem met blijdschap zal begroet hebben als een
echte broer van hem.
Zijn medebroeders van
de Vlaamse provincie en bijzonder zijn medebroeders van Herentals.
Zijn dierbare familie
Van der Steen en Lambaerts
Uit VOX Minorum jg.
65, nr. 4 oktober-december 2011
Op het feest van Franciscus, op 4 oktober stierf onze medebroeder Fil.
In het ziekenhuis waarnaar hij enkele dagen voordien in de late avond
was gegaan om zijn oudste medebroeder een laatste broederdienst te
bewijzen.
De verslagenheid en het ongeloof waren ongemeen groot bij allen die op
een of andere manier een band hadden met Fil: zijn medebroeders, zijn
familie, de vele vrienden en kennissen in Wiekevorst, in Scherpenheuvel,
in Pakistan en op vele plaatsen.
We zullen Fil immers erg missen. Het maakte immers een verschil uit of
Fil er bij was of niet. Hij was heel persoonlijk, heel authentiek, hij
was niet alleen heel verstandig maar ook wijs en realistisch en
bovendien heel eenvoudig. Hij was diep gelovig, een aanstekelijke
religieus en een echte mindere broeder van Franciscus.
Bovendien was hij ‘een mens om van te houden’, een mens om graag te
zien. Fil was opgewekt, had een humor vol fijne en milde mensenkennis en
had als geen ander steeds uiterst snel een gevat maar nooit kwetsend
antwoord klaar. Hij voelde mensen diep aan, kon goed luisteren en ook
goede woorden spreken.
De humor vol fijne mensenkennis en de gevatte antwoorden gingen samen
met een diepe levensernst. Nl die echte levensernst die oog heeft voor
wat uiteindelijk belangrijk is in het leven en die geen compromissen
maakt op wezenlijke zaken. En van daaruit ook andere zaken kan
relativeren.
Hij maakte geen compromissen voor zichzelf in het beleven van zijn
religieus leven als kapucijn. Hij was een vrije medebroeder die zich
heel wat discipline oplegde.
Het is niet mijn bedoeling van Fil, Agnello, hier te idealiseren. En
hijzelf besefte beter dan wie ook dat hij zijn begrenzingen en tekorten
had, hij stond immers heel eerlijk in het leven. Wel moet ik gewoon in
alle eerlijkheid zeggen dat toen ik de tekst over de ‘ideale mindere
broeder ‘ las (eerste lezing) ik moest vaststellen dat veel van wat
genoemd wordt herkenbaar is in Fil.
-Het geloof van br.
Bernard en de vrijheid tegenover alle bezit.
-de eenvoud
-de hoffelijkheid en
welwillendheid
-een innemende wijze
van optreden
-gezond verstand en
realiteitszin
-een biddend leven
- het geduld ( al kon
hij soms door vermoeidheid en ziekte soms eens korter zijn)
- een leven vanuit een brandende liefde
Hetzelfde kan ik zeggen voor de zaligsprekingen uit het evangelie dat we
zojuist hoorden. En ik zou er nog een andere spiegel aan kunnen
toevoegen. nl. Wat de Galatenbrief (5, 23-25) de vruchten van de Geest
noemt: liefde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw,
zachtheid, ingetogenheid
Van dat alles heeft zijn familie mogen genieten. Fil was zich goed
bewust dat hij héél veel van zijn diep gelovige en ingoede ouders had
meegekregen. Hij was zijn ouders, zijn broers en zus en zijn familie
heel dankbaar en was nauw betrokken op hun wel en wee.
Van dat alles hebben zijn medebroeders en de christenen in Pakistan
mogen genieten. Na zijn priesterwijding en nog drie jaar studie in Rome,
vertrok hij immers naar Pakistan. Met hart en ziel is hij missionaris
geweest met een grote liefde voor de eenvoudige, vaak arme, christenen.
Maar zijn medebroeders in Pakistan deden ook beroep op hem om hun
overste te zijn en ook in de vorming van jonge medebroeders had men hem
nodig. Ook vandaag blijven alle medebroeders die hem in de vorming
hadden als rector, geestelijke leider of mentor, met veel dankbaarheid
over hem spreken.
Na zijn terugkeer uit Pakistan in het jaar 2000, na 33 jaar
missionarisleven, hebben hier heel veel mensen van zijn persoon en inzet
mogen genieten. Allereerst zijn medebroeders, hier in Herentals en in de
provincie, maar ook de vele mensen die hij via zijn pastoraal engagement
ontmoette. In dat engagement had Scherpenheuvel in zijn hart een
speciale plaats. Maar hij sprong ook graag bij in parochies en
religieuze gemeenschappen om retraites en recollecties te geven, in de
mate dat zijn gezondheid dat toeliet. Die liet het soms heel erg
afweten.
Beste medebroeders, familie en vrienden,
Moest Fil nu nog kunnen tussenkomen, dan zou hij zeggen dat ik al meer
dan genoeg over hem gesproken heb en zou hij zeggen dat het in een
gelovig afscheid nemen ook over dat gelovig perspectief gaat waarin wij
mogen leven en hij daadwerkelijk leefde.
Inderdaad , ons samenzijn hier is geen horizontaal ‘besloten’ samenzijn,
gericht op de overledene.
Het leven zelf van onze medebroeder getuigde van een geloof dat in alles
wat goed is tussen mensen, in alle zorgen en liefhebben en inzet, iets
oplicht en doorstroomt van een liefde die groter is dan wijzelf, van
Gods liefde
En met hem durven we geloven dat wij doorheen de dood God mogen tegemoet
gaan en ontmoeten op een wijze waarvan wij geen voorstelling hebben en
in Gods liefde mogen leven. Wij mogen geloven dat Fil doorheen de dood
ook zijn lieve ouders en broers en zoveel lieve mensen zal ontmoeten.
Samen met het gemis dat we voelen, mogen we dankbare mensen zijn omdat
we zoals onze medebroeder Fil mogen leven in dit dubbele gelovige
vertrouwen dat in de eerste Johannesbrief is verwoord: Enerzijds: nu
reeds zijn wij kinderen van God. (wat een reden tot respect voor iedere
mens!) en anderzijds: wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard,
maar….we zullen God zien zoals Hij is. En Hij zal ons laten leven in
zijn liefde.
Laten we in dit rijke geloof verder vieren en bidden.
Op 24 november 2011 werd een Requiemmis opgedragen in de kerk van
Gulberg, Lahore. Fr. Clarence Hayat was de hoofdcelebrant.
Op deze herdenkingsmis waren ook Bisschop Sebastiaan Shaw o.f.m.,priesters,
zusters, broeders, catechisten en leken aanwezig om met deze Requiemmis
de betekenis van onze geliefde broeders Jan Bosco en Agnelo aan te
tonen.
Voor deze gelegenheid hield Fr. Henry Paul o.f.m.cap. een mooie en
treffende homilie. Hij vermeldde dat beide medebroeders ,Jan Bosco en
Agnelo, ware zonen van onze Serafijnse Vader Franciscus van Assisi waren
omdat Br. Jan Bosco zijn eeuwige rust vond op 17 september 2011, het
feest van de stigmata van St. Franciscus, en Br. Agnelo ging naar zijn
eeuwige rust op 4 oktober, het feest van de transitus is van St.
Franciscus van Assisi. Het was zeker en vast geen toeval dat deze datums
samenvallen met een goddelijk plan voor hen.
Daarom toont hun dood aan dat zij als kapucijn zeer in beslag genomen
waren door en toegewijd waren aan de franciscaanse levensweg. Boven
alles was Jan Bosco een groot pastoor, een onvermoeibaar missionaris,
vurig in zijn catechese en een man van gebed. Zo beleefde hij op een
effectieve en indrukwekkende wijze in zijn omgaan en spreken de
evangelische levensweg waar hij ook kwam. Wanneer wij over Agnelo
spreken, dan was dat de man van de lach en van de eenvoud. Een bewogen
pastoor en een enthousiast missionaris, een vurige professor en een man
van gebed. Tot op heden zijn beiden grote symbolen op onze levensweg als
kapucijn. Zij hebben een leven geleid in overeenstemming met de
voetstappen van Jezus Christus en naar het voorbeeld van St. Franciscus
van Assisi.
Op het einde van de eucharistie gaf bisschop Sebastiaan Shaw, de
apostolische administrator van het aartsbisdom van Lahore, ter dezer
gelegenheid zijn dierbare herinneringen. Allereerst drukte hij zijn diep
en welgemeend medeleven uit aan de Kapucijnengemeenschap en de andere
gelovigen bij het overlijden van deze twee grote missionarissen, Fr. Jan
Bosco en Fr. Agnelo.
Hij zei dat beiden de kerk in Pakistan getrouw en verbazingwekkend
gediend hadden. Beiden zijn omwille van hun werkzaamheid iconen
geworden en bakens van geloof, liefde en hoop voor ieder van ons om zo
het slijk der aarde en het licht der wereld te zijn.
Verder zei hij dat Jan Bosco in heel Pakistan gekend is voor zijn
pastoraal werk en Agnello over heel het land voor zijn pastoraal en zijn
werk in de opleiding. Wij bidden dat hun zielen voor altijd in vrede
mogen rusten en dat God de Heer hen een eeuwigdurende beloning zou
schenken. Daarna bedankte Fr. Clarence Hayat,vice-provinciaal, bisschop
Sebastiaan, de priesters, seminaristen, broeders, zusters, catechisten
en al de gelovigen voor de kostbare tijd die ze hebben willen besteden
aan de nagedachtenis van onze overleden medebroeders Jan Bosco en Agnelo.
God zegene u allen!
Fr. Shahzada Khurram
|
|
 |
Bob
Monsecour
Geboren te Melle op 5 - 11 - 1931
in de orde getreden in 1952
Priester gewijd in 1959
In de Heer ontslapen in het AZ Sint-Elisabeth te Herentals op 9 - 12 -
2011 |
|
En pater Bob vertelde…. heel dikwijls!
“Ik was 8 jaar oudste van vier kinderen, toen vader
plots stierf. Drama!... En plots was bij mij het idee: Ik wil priester
worden.” Het idee bleef… zou het Pater Damiaan zijn? Nee, het is St.-Franciscus
geworden.Maar wel bleef de missiegedachte. Niet zelf naar een
missieland. Maar hier ten lande zorgen voor méér dan 80 Kongo- en
Pakistan missionarissen. "Missie - expo".
Een loodzware karwei die hij 20 jaar klaarde met enkele medebroeders
over heel Vlaanderen. Missie-aktie en missie-predicatie, In 1982 stopt
missie-expo! Bob wordt gevraagd en stapt heel enthousiast in de
pastoraal Kermis en Voyageurs. "Eerst helpen, dan preken!", is de leuze
van Bob. Hij zet zich helemaal in, meer dan 100 % zelfs. Hoe moeilijker,
hoe meer inzet en vooral doorzetting van hem. Bob is er als 'r moeilijk
is en Bob is er als 'r plezant is! Heel evenwichtig dus. Zijn ziek zijn
... Ik voel me stilaan sterven! ...
En toch blijft hij nog bewonderenswaardig voortdoen.
En na de eerste cherno-kuur komt hij danken ....
Dankbaar dat ik tot mijn 80 jaar heb mogen werken.
Nog dieper dankbaar. Ik heb in die dertig jaren zoveel ,mensen kunnen
helpen en blij maken ...
Maar ook moetik zeggen dat ik zelf enorm deugd beleefde aan wat ik mocht
doen.
We hebben zoveel plezier gehad en gelachen!
Bedankt, Voyageurs!
Lieve Vrouw, Patrones van de Voyageurs, wilt gij nu met
hem Kerstmis vieren en hem "thuis" brengen.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Uit VOX Minorum jg.
65, nr. 4 oktober-december 2011
Pater Bob.
Nummerplaat van zijn auto : PBF
Afkorting van Pater Bob Franciscus.
Gekozen voor de spiritualiteit van Franciscus, Minderbroeder Capucijn. :
het werd zijn levenswijze
onuitgesproken als vanzelfsprekend.
Zijn cabine bijvoorbeeld, zijn - zou je zeggen -
eeuwenoude constructam.
Zonder verwarming, zonder frigo, zonder hedendaags
comfort.
Sober maar stevig.
Het moest wel zoals Bob manoeuvreerde handig en vol snelheid doorheen
het hedendaagse verkeer.
Zijn jaren ervaring met de camion van de missietentoonstelling was daar
niet vreemd aan. Soms vol heimwee kon hij over die
vruchtbare periode
van zijn leven vertellen.
Maar voor ons was hij : pater Bob.
Het zijn misschien maar details maar zo veel betekenend.
De man van de megafoon op de bedevaarten iedereen oproepend naar de
vieringen, de kaarskensprocessie, de kruisweg en andere
activiteiten te
komen.
Bedevaarten zo vol betekenis : daar waar de Voyageurs veilig waren, om
mekaar te ontmoeten, om uitstappen te doen, - waar de
aalmoezeniers
familie na familie konden bezoeken, waar Bob altijd een
verrassing had
voor de kinderen: pannenkoeken, knutselen. Een verademing
waar pater
Bob echt van hield.
En voor en na de bedevaarten nam Bob altijd de route langs de gotische
kathedralen. Om die te bewonderen, er over te vertellen,
documentatie
te verzamelen en er enthousiast over te vertellen.
En Bob onderweg naar de families: gaan dopen, huwelijken
inzegenen, voorgaan op begrafenissen. En vol overtuiging, beroep doende
op een
prerogatief van het Vaticaan in een viering het vormsel
toedienen.
Bob vertelde graag over zijn vieringen, over zijn preken
waar hij soms
stoute dingen vertelde. Stout in de zin van trouw het 2e
Vaticaanse concilie volgend
Hij was diep overtuigd van de waarde van de
lekengelovigen, gedoopt tot
het priesterschap van het volk Gods.
Bob was een familiemens. Op bezoek gaan wanneer het efkens kon. Af
en
toe nodigde hij Trees, zijn zuster, uit om mee te gaan op een
Voyageursbedevaart. Blij zijnde met
de zorg die zij hem kon geven.
Had hij
geen
zwakheden?
Geen
ambetante, zoals we allemaal wisten dat
organiseren niet zijn sterkste kant was. Of af en toe het uur uit het
oog
verliezend.
Of zijn enige zwakte tegenover de sobere spiritualiteit kon je Bob
altijd
verleiden met een stukje taart, een lekker ijsje.
Pater Bob,
We zullen het missen als hij ons Voyageurs toesprak met
'lieve kinderen'
vertellend over de tedere God
We zullen het missen zijn dagelijks bezoekje aan het nieuwe terrein van
Herentals.
We zullen het missen die consequente sobere hartelijke Bob.
Zouden zijn medekloosterlingen ooit beseft hebben hoe rijk, hoe schoon
zijn verbondenheid was met de wereld van de Voyageurs en
Manoesjen en
de weinige Roms die hij ontmoette.
En vooral hoe wederzijds dit was.
Aalmoezenier Bob, je waart er klaar voor om te sterven, je toe te
vertrouwen aan die tedere lieve God.
En we zullen het missen als je vooral op het einde van de viering aan
Fien
kon vragen: zing nog eens tot Maria, onze lieve moeder.
Bob, tot ziens
Pater Bob heeft kerst in de hemel gevierd.
R.I.P Bob Monsecour, Herentals, 9 december 2011
" Kerstmis vier ik hierboven, maar ik zal aan jullie
denken. Ik ben veel te moe nu." Dat waren
enkele van Bobs laatste woorden voor hij stierf op 9 december.
Ik ben zo blij dat we afgelopen september onze pater Bob nog hebben
kunnen vieren in Aalst! Het leek er die dag even op dat hij niet zou
opdagen. Na een telefoontje met hem, bleek dat hij
op een ander adres in Aalst was toegekomen. De Voyageurs die op dat
adres wonen hebben
hem dan naar ons feest geleid, net op tijd.
Op die dag heeft Bob zichtbaar genoten van de vele
geschenken en de liefdevolle aandacht die
hij kreeg van de aanwezige woonwagenbewoners. Hij heeft ook nog een paar
van zijn
typische moppen verteld.
Bob was een warme man die zijn leven in teken stelde van
de woonwagenmensen. Hij kwam
op voor hun rechten en verdedigde hen altijd tegenover
iemand die kwaad over hen sprak. Tijdens de oefeningen van de mediatraining van Ons Leven, zag je de
boosheid op zijn gezicht als
hij moest spelen dat hij bij een burgemeester het recht op wonen op
wielen moest verdedigen.
Hij had ook altijd zoveel verhalen over zijn bezoeken aan
woonwagenbewoners. Hij kwam
overal en bij iedereen. Hij was erg geliefd bij velen!
Iedereen heeft wel een bijzondere
herinnering aan hem.
Bob het ga je goed!
Daarom wilt De Trekhaak de herinnering aan pater Bob warm
houden.
We vragen jullie dan
ook om de mooie momenten, foto's of verhalen over Bob naar De Trekhaak
te sturen. Dan kan iedereen er over lezen en nog eens aan deze bijzonder mooie man denken!
Het zal Bob hierboven doen glimlachen.
Stuur je allermooiste herinneringen (foto's of tekstjes)
over pater Bob op naar
De Trekhaak, Vooruitgangstraat 323/4, 1030 Brussel
trekhaak@minderhedenforum.be
of bel ze door naar Kim: 02/204 07 89 of 0496/38 24 83
Kim Janssens
|
|
 |
Daniël
Supply
Geboren te Staden op 3 - 12 - 1932
in de orde getreden in 1952
Priester gewijd in 1960
Hij stierf na een moedig gedragen ziekte in de
palliatieve afdeling van het Sint-Augustinusziekenuis (Wilrijk) op 3
januari 2012 |
| Uit het gedachtenisprentje: Enkele
weken voor zijn overlijden schreef Daniël de volgende woorden:
Ik dank de Heer voor de vele gaven en talenten die
Hij mij gegeven heeft.
Eerst en vooral dank ik de grote gaven van het leven.
Hij heeft me een rijk en goedgevuld leven geschonken.
Ik dank voor de gaven van mijn ontelbare priester- en zusterstudenten in
Pakistan.
Ze liggen me nauw aan het hart.
Dank aan de vele vrienden in Pakistan, priesters, zusters en leken. Ze
hebben mijn missionarisleven vorm en inhoud gegeven.
Dank aan de Kapucijnengemeenschap in Pakistan, door wie ik me gedragen
voelde.
Dank aan de confraters van de Vlaamse Kapucijnenprovincie, die me steeds
gesteund hebben en een aanmoediging geweest zijn in moeilijke dagen.
Dank aan mijn familie en vele vrienden die me dikwijls bezocht en
opgebeurd hebben in de laatste maanden.
De samenvatting van mijn leven is “dankbaarheid”. “De Heer geeft, de
Heer neemt, gezegend zij de naam van de Heer.” (Job 1,21).
|
| Overgenomen uit de uitvaartsviering:
Levensschets
Daniël Suply werd geboren te
Staden op 3 december 1932 als
zoon
van
Camiel
Suply en Magdalena Verscheuren.
Na zijn middelbare studies
aan het
St-
Laurentiuscol1ege te Aalst treedt hij in bij de Minderbroeders Kapucijnen
op
15
september 1952.
Na het noviciaat studeert hij 3
jaar filosofie te
Brugge en
4 jaar
theologie te Izegem.
Op 12 juli 1959 wordt hij
priester gewijd.
Op 28
november
1960 vertrekt hij als
missionaris naar Pakistan.
Na zijn aankomst te Lahore wordt
hij te Sialkot Canti. geplaatst om onder
de
leiding van P. Prudent
Vandomme Punjabi te leren.
P. Benno Van Doninck
begeleidt hem daarna bij
zijn eerste pastorale opdracht
te Pasrur
(l juli
1961).
Daar krijgt hij de zorg over meer dan 200 dorpen.
Samen met
P.
Diëgo Van
Schuylenbergh bouwt hij in
1964 de kerk van Pasrur en een
logement
voor
kinderen
van
de lagere school.
In 1966 bouwt hij te Chawinda
de kerk,
een
huis
voor de catechist en een dispensarium.
In 1965 wordt Chawinda vijf weken
lang bezet
door het
Indiaans
leger.
De christenen te Chawinda
worden ten onrechte beschuldigd
van
spionage voor
India.
P. Benno en Daniël blijven
op hun post te Pasrur en nemen het
op voor
de
christenen te Chawinda.
Hun aanwezigheid
word
ten zeerste gewaardeerd.
In 1967 komt hij voor zes maanden
op verlof naar België en keert met
vier
medebroeders missionarissen met de auto terug naar Pakistan.
De
tocht
duurt 35
dagen.
Na zijn terugkeer werkt hij vanaf
oktober 1967 samen met
P.
Stanislas
Gonnissen te Hafizabad en vanaf januari 1968 te Narowal samen met P.
Emiel Deprez.
Ook hier krijgt hij de
zorg over de vele dorpen. In oktober 1969 loopt
hij
bij
een
ongeluk een rugletsel op.
Hij wordt te Karachi
behandeld maar is voortaan
niet
meer in staat
om dorpsbezoeken af te leggen.
In
april 1969 verhuist
hij naar Jamke Cheema,
is er pastor van de
parochie,
di-
recteur van de
jongensschool en van het jongenstehuis.
Hij werkt er eerst
samen
met Jan Bosco Vanhove en
later met Leopold Evens.
Aan de nieuwaangeko-
men missionarissen geeft
hij taallessen in Punjabi.
In april 1971 komt hij
op verlof naar
België en
trekt
in
oktober 1971
naar
Oxford
om er twee jaar de Islam te bestuderen.
Terug
in Pakistan
in
1973
wordt
hij
leraar aan het Klein Seminarie te
Lahore
dat
ook seminaristen
opneemt uit an-
dere bisdommen. Van 1977 tot 1981 is hij rector van dit
Seminarie
met 85 seminaristen.
Naar de vorming van
toekomstige priesters gaat al zijn
aandacht en
inzet.
In
1981
verhuist
Daniël
naar
de fraterniteit te Kot Lakhpat
(Lahore),
maar hij blijft
zijn lessen
geven
aan de seminaristen.
Meer dan dertig jaar heeft
hij deze taak
vervuld.
In 1983
verhuist
hij naar Gulberg
(Lahore).
Van daaruit geeft hij
les
aan het
gemeenschappelijk
noviciaat
van
de zusterscongregaties
die te Lahore
gevestigd
zijn.
In 1994
komt daar nog een cursus bij voor de jonge zusters uit
heel
Pakistan,
lessen
in
de noviciaten
van de Kapucijnen en de
Maryabadzus-
ters.
Les geven
was
zijn
leven,
of
het
nu in
het Urdu,
het Punjabi of het Engels was.
Tot
2010
gaf
hij de vakken
Bijbelse geschiedenis,
Franciscaanse geschiedenis,
geschiedenis
van
de Islam en theologie van
het
religieus
leven.
Van 1994 tot
2010 is hij
gardiaan van de fraterniteit
te Gulberg.
Van 1989 tot
2010
secretaris
van
de vice
provincie van Pakistan
en van 2005 tot 2008 raadslid.
In
2009
vierde
hij
zijn gouden priesterjubileum,
Eén keer
in België samen met zijn
familie en medebroeders en
zeven keer in
Pakistan met de eigen Kapucijnengemeenschap
en verschillende groepen priesters,
seminaristen en zusters.
Op 7 juni
2010
keert hij,
na 50 jaar
missionarisleven, definitief naar België terug.
Hij neemt
moedig en
met beslistheid
de taak van secretaris van de Vlaamse
Provincie
op zich
en wil
zich op deze wijze
nog dienstbaar maken,
tot een
kwaadaardige
ziekte
zijn
krachten begint aan te tasten. Daniël doorstaat de
veschillende
chemokuren
op een heel moedige manier.
Hij
blijft
aanvankelijk
onverminderd
de
dikke
boeken van
Hans Küng
en
Armstrong
lezen.
Hij
hoopt
op genezing
en is vol
waardering
voor
de goede en deskundige zorgen
die hij
krijgt
in
het
Sint
Augustinusziekenhuis.
Tenslotte nemen zijn krachten
af,
wordt
het
lezen
te
vermoeiend
en geeft hij
zich in volle
overgave
gewonnen.
Het
gedachtenisprentje
dat
hij zelf opmaakte
vat
alles samen wat
hem dierbaar
was.
De samenvatting
van
mijn
leven
is "dankbaarheid"
besluit hij.
Wij
mogen
met
Daniël God danken voor
zijn leven in dienst van
de kerk en de
Kapucijnenorde
in Pakistan.
Meersel-Dreef 7
januari 2012
Telkens als er
iemand uit onze familie of uit onze gemeenschap sterft, wordt er bij
wijze van spreken aan onze eigen boom geschud. Het is alsof we wakker
gemaakt worden, alsof de dood dichterbij komt en ook ons eigen leven
treft … en dan staan we stil bij het leven van degene die niet meer bij
ons is en van wie we zoveel hielden. Dan overlopen we zijn levensweg en
worden door de goede kanten getroffen, want daarvan willen we iets
leren. We voelen ons als verloren en achtergelaten en verzetten ons
tegen de gedachte dat de dood het definitieve einde zou zijn.
Voor goed voorbij …
amen en uit. Dat is voor ons christenen onaanvaardbaar, de dood heeft in
ons leven niet het laatste woord. Al zijn we aan tijd en ruimte
gebonden, al zijn we aan worden en vergaan, aan komen en verdwijnen
gebonden, toch wil ieder van ons in zijn leven iets tot stand brengen
dat niet aan de tijd gebonden is. Liefde kan niet aan oud worden of
sterven en goedheid bederft niet. Zo kunnen we beleven dat liefde
sterker is dan de dood. Want leven is liefhebben. Alleen dat is
belangrijk en blijvend. En het delen van dat leven en van die liefde
gaat door, op een andere wijze, op aarde en door de dood heen.
Dat zien wij ook in
het leven van onze medebroeder Daniël. Op 3 december was hij 79 jaar
geworden, na een vruchtbaar missionarisleven van 50 jaar in de jonge
kerk van het bisdom Lahore in Pakistan.
Een Vlaamse
medebroeder aan wie hij ooit geprobeerd heeft het Punjabi bij te brengen
vat zijn missionarisleven als volgt samen:
Daniël was trouw en
volhardend in al wat hij deed.
Hij was een man van
gebed zonder veel lawaai.
Hij was jarenlang
biechtvader van zusters.
Hij zette zich totaal
in bij zijn lesgeven.
Hij bereidde zijn
lessen altijd goed voor en hij was behulpzaam voor zwakkere studenten.
Hij had de gave van
de taal, een gave die hij gebruikte ten goede van zijn studenten en van
zijn ander apostolaat.
Hij genoot van het
leven, van recreaties, vieringen, reizen, familiebezoek.
Daniël had van God,
zoals hij zelf getuigt, vele gaven en talenten gekregen. En hij heeft er
mee gewoekerd. Maar als wij ons de vraag stellen: waar gaat het nu
eigenlijk om in het leven van een mens, dan is het niet belangrijk of we
veel of weinig talenten ontvangen hebben, of we succes in het leven
gehad hebben of tegenslag of we naam gemaakt hebben of naamloos geleefd
hebben. De waardeschaal van het evangelie is anders dan de waardeschaal,
die onder mensen gewoonlijk gehanteerd wordt. Daarom zal de kernvraag
zijn: wat heb je voor elkaar overgehad, wat heb je voor anderen
betekend? Heb je alleen maar aan jezelf gedacht, of stond je voor
iedereen klaar, die gevraagd of ongevraagd, op jou rekende?
De
beantwoording van die vraag, de beantwoording met ons leven is
beslissend voor Gods oordeel over ons leven. Beslissend maar óók
bemoedigend, want velen zullen tot hun verwondering ontdekken hoezeer
ook de kleinste attenties gewaardeerd worden. Niets zal waardeloos
blijken als de liefde er hoe dan ook mee gemoeid is.
Ik ben er
van overtuigd dat u het allen met mij eens bent dat wij tegen deze
achtergrond met ere afscheid mogen nemen van onze medebroeder Daniël.
Zijn talenten heeft hij ten dienste gesteld van de kerk en de
kapucijnenorde in Pakistan, vooral in de vorming. Het waren geen
prestaties waarmee je de media haalt, tenzij in een programma over
gewone mensen. Met verwondering kijken we naar hem. Hij riep sympathie
op door zijn vriendelijkheid en echtheid. Ik geloof dat wij hem geen
grotere eer kunnen bewijzen dan door dit getuigenis te verstaan, het
appèl dat van zijn leven op ons overkomt, ter harte te nemen.
Afscheid
nemen van pater Daniël zal echter voor velen zwaar vallen, hier te lande
en vooral in Pakistan, hij hoorde er zo vanzelfsprekend erbij. De
herinnering aan zijn leven kan dan weldadig zijn en vervuld van
dankbaarheid, maar het zal tijd vragen om dit afscheid te verwerken. Het
geloof echter, waarin wij hier samenzijn, dat ook zijn geloof was,
eerlijk en zonder vertoon, zegt ons wel dat hij niet vergeefs geleefd
heeft, dat hij leeft door de dood heen. Dat is het geloof van Pasen,
verrijzenisgeloof. In dit geloof mogen wij vertrouwen dat de Heer in de
nacht van verleden maandag de hand op zijn schouders gelegd heeft en tot
hem gezegd heeft: “Daniël, het is genoeg geweest”.
Tot zijn
verwondering zal hij gehoord hebben: “Ik was degene voor wie je altijd
klaarstond, Ik was degene die nooit tevergeefs een beroep op jou deed.
Ik was degene voor wie je deed, wat niemand weet, kom binnen in mijn
vreugde.”
Hoe hij nu
leeft, weten wij niet, wij kunnen ons immers niet voorstellen wat God
bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben. De psalm van de goede
Herder reikt ons beelden, waarin Daniël zich zal thuis voelen. Deze
psalm hebben wij nog met hem gebeden de dag voor zijn overlijden. Deze
psalm spreekt van gebracht worden in een oase van groen, van zich mogen
uitstrekken en rusten aan de rand van het water, van bediend worden door
de Heer zelf aan een welvoorziene tafel en de beker gevuld krijgen tot
aan de rand. Die eenvoud, die hartelijkheid, die gastvrijheid zullen hem
deugd doen, want het zijn kostbare waarden, waarin hij hier geleefd
heeft.
Mijn herder is de
Heer,
het zal mij nooit aan
iets ontbreken.
Hij brengt mij in een
oase van groen,
daar strek ik mij uit
aan de rand van het water,
daar is het goed
rusten.
Ik kom weer tot
leven, dan trekken wij verder,
vertrouwde wegen, Hij
voor mij uit.
Want God is zijn
naam.
Al moet ik het
duister in van de dood,
ik ben niet
angstig, U bent toch bij me,
onder uw hoede
durf ik het aan.
Gij nodigt mij aan uw
eigen tafel,
en allen die tegen
mij zijn
moeten het aanzien:
dat Gij mij bedient,
dat Gij mij zalft,
mijn huid en mijn haren,
dat Gij mijn beker
vult tot de rand.
Overal komen geluk
en genade
mij tegemoet, mijn
leven lang.
En altijd kom ik
terug in het huis
van de Heer, tot
in lengte van dagen.
Daniël, wees
voorgoed geborgen in Gods liefde.
Mag ik u dan
uitnodigen, voordat wij de voorbeden uitspreken, het even heel stil te
maken in u, u te laten opnemen in de stilte van God, waar hij nu voor
goed is binnengetreden, en in die stilte, heel dicht bij hem te zijn.
|
|

|
Dionysius Dams
(Broeder Jef)
Geboren te Geel op 26 - 04 - 1927
Geprofest lid van de Congregatie van de Broeders van Scheppers
van 21 november 1950 tot 26 november 1952
Ingekleed als Tertiarius Perpetuus bij de Kapucijnen op 3 april 1953
|
|
| |
|
Zoals elk mensenleven is ook dat van hem niet altijd gemakkelijk
geweest. Hij kreeg niet altijd de waardering die hij verdiende en dat
heeft
hem dikwijls pijn gedaan.
Toch was hij fundamenteel een vriendelijke joviale man, die het
werk waarvoor hij stond, op zijn manier, gewetensvol vervulde. Hij
ergerde zich het meest aan het onverwachte, het nieuwe, aan zaken en
gebeurtenissen die hij niet meteen kon plaatsen in zijn vast schema. Wat
hij niet voorzien had, botste bij hem blijkbaar op een innerlijke
weerstand.
Zijn leven, zijn bidden, zijn werken, zijn hobby's, alles lag bij hem in
een
nogal strakke plooi, waarbij hij zich goed voelde. Wat dat ritme
bruuskeerde, bracht hem in de war.
Zo had hij naast zijn werk en zijn bidden ook zijn vaste
vrijetijdsbestedingen: zijn dagelijkse wandeling in de tuin, na de
middagvaat, liefst met één van zijn verrekijkers, want hij zag zo graag
de
vliegtuigen van dichterbij. Verder had hij een zwak voor zakhorloges,
oude radio- en TV-toestellen, waar hij dan s’ avonds op zijn kamer aan
knutselde.
Hoewel hij eerder een huismus was, legde hij heel gemakkelijk contacten.
Graag sloeg hij een babbeltje ook met totaal onbekenden: zo
leerde hij tal van mensen kennen en werd hij ook door hen gewaardeerd.
Toen de jaren begonnen te wegen, zijn gezondheid stilaan haar eisen
stelde, en de reorganisatie van het klooster te Aalst op til was, ging
hij naar Herentals. Daar was hij nog een tijd de stipte portier van onze
kloosterkerk, maar ook dit ging steeds moeizamer.
In 2006 kwam hij naar `t Pandje. Zijn gezondheid ging
zienderogen achteruit. Na een heelkundig ingrijpen, zegde hij op een
klaar
moment tot een verpleegster: "Het is genoeg geweest." Maar dit "genoeg"
heeft nog drie volle jaren geduurd, met ups and downs. Nu is hij echt
thuisgekomen bij de Heer voor Wie hij geleefd heeft.
In een mooie tuin stonden rozen, zonnebloemen, gladiolen, madeliefjes en
vergeet-mij-nietjes. Op een dag kwam iemand langs, bekeek aandachtig die
verschillende bloemen en begon ze te meten: hun hoogte, hun breedte. En
dan ging hij weg.
De grote zonnebloem stond zelfbewust op haar hoge stengel en mompelde: "Zo
groot en sterk als ik, is er niemand". De roos ergerde zich en zei: "Geen
enkele bloem ruikt zo bekoorlijk als ik". De gladiool merkte op: "Wat
betekenen toch grootte en geur, het gaat om de kleur".
Het madeliefje en het vergeet-mij-nietje werden nog kleiner, toen ze dit
hoorden. Troostend zei het madeliefje: "En toch houden de mensen van ons...
Niet zonder reden noemen ze jou: 'vergeet-mij-nietje'. De Schepper gaf
aan ieder een eigen kleed. In Zijn ogen zijn wij allemaal mooi."
Wat een waarheid! Wij begraven vaak mensen waarvan wij niets bijzonders
kunnen zeggen. Velen hebben Br. Jef slechts hier gekend. Hij was in al
zijn beperktheid eenvoudig goed, zeer zeer dankbaar voor wat voor hem
gedaan werd. Hij maakte weinig onderscheid tussen mensen: het waren
allemaal "Biekes' of "Kameraadjes", zolang hij nog het onderscheid
herkende in de klank van de stem. Toen de periode van afasie gekomen
was, gebruikte hij de termen willekeurig door elkaar.
Van zijn vierentachtig levensjaren heeft broeder Jef er,
als religieus, eenenzestig aan de Heer geschonken. Zoals elk mensenleven
is ook dat van hem niet altijd gemakkelijk geweest.
Van nature was hij een vriendelijke joviale man, die het werk waarvoor
hij stond, op zijn manier, gewetensvol vervulde. Zijn leven, zijn
bidden, zijn werken, zijn hobby's, alles lag bij hem in een nogal
strakke plooi, waarbij hij zich goed voelde. Wat dat ritme bruuskeerde
bracht hem in de war. Hij ergerde zich aan het onverwachte, dat hij niet
meteen kon plaatsen in zijn vast schema. Wat hij niet voorzien had,
botste bij hem blijkbaar op een innerlijke weerstand.
Hij was gedurende veel jaren 'refterier, dat is instaan voor het
onderhouden van de eetzaal, de tafels klaarzetten... Alles was steeds
kraaknet en met minutieuze nauwkeurigheid werden borden op tafel gezet
en lepels, vorken en messen er rond gelegd. Alles symmetrisch: één bord
telkens op de drie poten van de lange kloostertafels, en twee op het
middelpunt tussenin. Zó moest het. En hij ging zelfs keuren vanaf de
overzijde van de refter.. Aalst had in die tijd een grote gemeenschap.
Er was veel werk te doen. Was het daarom dat hij altijd met haastige
stap door de lange gangen schoof?
En toch, onmiddellijk daarna had hij alle tijd om met
iemand een`babbel' te slaan, terwijl hij in 'zijn' refter, op één van de
muurbanken plaats genomen had.
Ook zijn hobby's pasten rigoureus in zijn vaste tijdschema: zijn
dagelijkse wandeling in de tuin, na de middagvaat, liefst met één van
zijn verrekijkers, om overvliegende vliegtuigen van dichterbij te zien.
S'avonds op zijn kamer prutste hij graag aan oude zakhorloges, radio’s
en tv’s.
Op zijn voorkomen was hij zeer zorgzaam: altijd met propere werkschort
en schoenen die blonken als een spiegel.
Ofschoon hij eerder een huismus was, kenden en waardeerden hem veel
mensen. Dat hij niet altijd de waardering kreeg die hij verdiende, heeft
hem dikwijls pijn gedaan_
Toen de jaren begonnen te wegen, zijn gezondheid stilaan haar eisen
stelde,en de reorganisatie van het klooster te Aalst op til was, werdt
hij overgeplaatst naar Herentals. Daar was hij nog een tijd de portier
van onze kloosterkerk, maar ook dit ging steeds moeizamer. Daarom kwam
hij in 2006 naar 't Pandje, waar hij onmiddellijk door velen zeer
geliefd was. Zijn gezondheid ging echter zienderogen achteruit. Na een
heelkundig ingrijpen, zegde hij op een klaar moment tot een
verpleegster: "Het is genoeg geweest". Maar dit "genoeg" heeft nog drie
volle jaren geduurd, met ups and downs.
Nu is hij echt thuisgekomen bij de Heer voor Wie hij geleefd heeft.
Omdat hij in zijn zwakheid toch zo liefdevol was, zal hij gemist worden.
Daarom mag vandaag droefheid niet overheersen, maar dankbaarheid omdat
God kleinen zoals Br. Jef heeft uitgekozen om zijn liefde zichtbaar te
maken.
Dank
zij de vele gegevens ontvangen van pater Juliaan.
Norbert
Maertens |
| |
|
Brugge, 7 maart 2012
BISDOM BRUGGE
Aan Eerw. Pater Norbert
MAERTENS
Overste van de
Minderbroeders Kapucijnen
Krekelmotestraat
22, 8870 IZEGEM
Dierbare Pater Norbert en
Medebroeders,
Achtbare Familie,
Bij het vernemen van het
overlijden van Broeder Dionysius Dams - Broeder Jef - bied ik u
de betuiging aan van mijn
medeleven, alsook de verzekering van mijn gebed.
Ofschoon hij niet gebonden
was door kloostergeloften heeft de dierbare overledene in de
schoot van de
kapucijnengemeenschap van Izegem een diep religieus leven geleid.
In dienst van de
kloostergemeenschap en tot ieders voldoening heeft hij zich ook
jarenlang met veel
zorg gewijd aan een aantal materiële huistaken. Vaak nederige, weinig
opvallende
bezigheden, maar die wel een belangrijk impact hadden op de
levenskwaliteit van de bewoners.
Broeder Jef combineerde eigenschappen die niet zo
vanzelfsprekend bij elkaar horen.
Enerzijds jovialiteit en gezelligheid, anderzijds een strak, bijna
maniakaal vasthouden aan het
door hemzelf uitgestippelde dagschema. Iets aparts! Iets wat in de
herinnering zal blijven leven
van al wie hem gekend heeft.
Wie het leven van Broeder
Jef overschouwt, denkt spontaan aan de parabel van de talenten.
Zullen bij zijn overgang
naar het volle leven ook voor hem de woorden niet hebben
weerklonken: 'Uitstekend,
goede en betrouwbare knecht. Over weinig was je trouw, over
véél meer zal ik je
aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.'
Moge die gedachte voor al
wie om zijn heengaan treurt een bron van troost zijn.
|
Innig met u allen
verbonden in de verrezen Heer, |

|
+ Jozef DE KESEL
Bisschop van Brugge
|
|
 |
Pater Zacharie
Minderbroeder-kapucijn
Gewezen Gardiaan en Godsdienstleraar
aan het stedelijk atheneum van Herentals.
Geboren te Brecht op 6 maart 1929.
Ingetreden in de orde in 1951.
Priester gewijd in 1957.
In de Heer ontslapen in het W.Z.C. Vogelzang
te Herentals op 15 maart 2012,
gesterkt door het Sacrament van de zieken.
|
|
|
Jos was een echte vaderfiguur: een wijs man, iemand
die met beide voeten op de grond stond, wars van alle
plichtplegingen en niet beducht voor verrassende
uitspraken.
Als student kreeg hij de naam van "Vader mee
omdat hij zich verantwoordelijk voelde de studenten
van de Kempen veilig naar ons college van Aalst te
brengen en ze veilig terug thuis te brengen bij tijden
van verlof. Het was een vertrouwensnaam die Jos heeft
meegedragen zijn leven lang.
Na zijn priesterwijding werd hij benoemd als portier van
ons toen druk bezochte klooster op het Vossenplein te
Brussel. Hij ontving er zijn vele medebroeders op reis
en bezoekers als een zorgzame vader. Ook bedelaars en
sjacheraars waren er welkom. Soms werd hij door hen wel
eens op het verkeerde been gezet en dan verantwoordde
hij zich met deze uitspraak: Als ge in uw leven niet
bedrogen kunt worden, kunt ge ook weinig goed doen.'
In het jaar 1964 werd hij benoemd als gardiaan te
Herentals. In die periode moest hij als interimair een
medebroeder vervangen als godsdienstleraar op de
rijksschool. Hij deed het 17 jaar lang. Al lachend zei Jos: "Een interim
van 17 jaar".
Die periode als leraar werd bruusk afgebroken toen hij
in 1984 door een spieraandoening werd getroffen,
verlamd was en voor de rest van zijn leven in een rolstoel
terecht kwam. Het was een lange periode met veel
twijfels en zonder hoop, met veel innerlijke strijd. Hij
heeft zich recht gehouden door het
bezoek van veel mensen, vrienden en kennissen, door hun bemoediging
en hun zorg voor hem. 2
maanden voor zijn sterven had
Jos blijkbaar de strijd opgegeven ... het ging niet meer. Zachtjes is
hij in de Heer ontslapen. We danken de Heer
voor dit leven. We weten dat hij nu
volledig Gods eigendom is geworden. De Heer geve hem zijn vrede.
Homilie bij de begrafenis van Jos Simons door br. Paul Paternoster,
gardiaan
Beste medebroeders, beste familie, vrienden en
kennissen van Jos,
"de Heer
geve u zijn vrede"
Met deze woorden, de Heer geve u zijn vrede leerde Franciscus van Assisi
zijn broeders elke preek of -begroeting te beginnen. Ook in moeilijke en
droeve omstandigheden moest het gezegd worden omdat het gaat om een
vrede die niet
van mensen komt, maar om de vrede die alleen God kan geven.
Op het einde van zijn eigen leven voegde Franciscus aan zijn zonnelied
een bede toe
over de dood:die luidt als volgt;"Wees geprezen mijn Heer om zuster de
lichamelijke
dood die geen levend mens kan ontvluchten."
Ja, de dood is onomkeerbaar, niemand kan haar ontvluchten, maar wij
christen(
geloven en leven van de hoop dat door de dood heen het licht zal dagen
omwille van de verrijzenis van Christus. Zo zal het ook gebeuren met P.
Jos nu we van
Hem afscheid moeten nemen.
P Jos was een vaderfiguur: wijs, iemand die met beide voeten op de grond
stond
wars van alle plichtplegingen. Hij was niet beducht om verrassende
uitspraken. Het
zat er in van zijn jeugd af. Als student voelde hij zich
verantwoordelijk om
de studenten uit de kempen veilig op hun bestemming te brengen op ons
College te Aalst. Toen kreeg hij al van zijn medestudenten de naam mee
van
Vader; Het was een vertrouwensnaam omwille van zijn bezorgdheid voor
anderen.
deze naam werd tot het einde van zijn leven als vertrouwensnaam
gebruikt.
Na zijn Priesterwijding in het jaar , werd hij benoemd als portier van
ons toen
druk bezocht klooster.- te Brussel op het vossenplein. Hij mocht er de
vele medebroeders
gastvrij ontvangen Ook bedelaars en sjachaaars waren er welkom.
Soms werd hij wel eens op het verkeerd been gezet en
verantwoorde zich dan met
woorden."Als ge niet kunt bedrogen worden in het leven, dan zult ge ook
niet
veel goed doen.-
Vanuit
Brussel kwam Jos in het jaar 1964 naar het klooster te Herentals om
er gardiaan te worden. In die periode moest hij als interimair een
confrater vervangen als godsdienstleraar aan het stedelijk atheneum. Al
lachend zei Jos: "een interim die 17 jaar heeft geduurd. Hij heeft er
vele vrienden gemaakt leraars die hem tot het einde toe zijn blijven
komen bezoeken.
Die periode als leraar werd bruusk afgebroken toen hij in 1984 door een
spieraandoening werd getroffen en voor de rest van zijn leven in een
rolstoel terecht kwam; het was een lange en zware periode met veel
twijfels en weinig hoop. Hij heeft er innerlijk veel onder geleden, maar
wist zich toch recht te houden ook dank zij de steun, bemoediging en de
zorg van vele mensen. In zijn naam maar ook in de naam van de
gemeenschap wil ik daarvoor al die mensen bedanken. In de zorg voor
mensen toont de mens zijn grootheid.
Twee maanden voor zijn afsterven had Jos blijkbaar de strijdt opgegeven,
het
ging niet meer... de levenslust was er uit. Zachtjes is Hij in de Heer
ontslapen
B.M. Wij blijven hem gedenken, en danken de Heer omdat we weten dat hij
nu Gods eigendom is geworden.
|
| |
| |
|