Wij gedenken

 Startpagina

 WIJ GEDENKEN ONZE OVERLEDEN MEDEBROEDERS:
(Met een klik op de naam verneemt u meer over onze overleden broeders)

ANDRE MENNEN (P. Anacleet)
LEO VANDIERENDONCK (Br. Marinus)
ALEXANDER VAN BALEN (P. Gilbert)
ANDRE BOEVE (P. Feliciaan)
GASPAR VAN LOOY (P. Erwin)
MARCEL GODEFROY (P. Jeroom)
ALFONS LEFEBURE (P. Honoré)
PAUL GONNISSEN (P. Stanislas)
KAREL VERLEYE (P. Antonius)
FRANS VAN ELSACKER (P. JUVENALIS)

WILLY VAN DEN BROUCKE (P. Henri)
BERTIEN (Antoon Hoste)
VENANTIUS(Alfons Quanten)
Theofiel (Henri Heyvaert)

Emiel Maurits DELAERE
Marijn Geerts
Frans Celis
Gorgonius
Paul Stael (Pamfiel)
Frans Schellinck
Jean-Pierre Tytgat
Fidentiaan
Piet van Dun
Melchior
Serafien, Jan de Bont

Antoon De Graeve
Emiel Juventius STRENS
Cyriel Noyez

Jos Bouwens
Gaston-Willibald Scherpereel
Wim Guillaume Dewinter
Gerard-Eubert POLLENTIER
André De Waegemaeker
Leonard Van Baelen
August Peeters

Jules - Hyacinth - Versweyvelt
Janus Broeders
Paul Stalpaert
Lambert Evens
Albert Vandierendonck
Roger Reuse
Leo Albert Baert
Hubert Stalpaert
Walter Trudo
Robert Herte
Frank Van der Linden
Frans Van de Venne
Gaston Spillebeen
 

ANDRE MENNEN (P. Anacleet)
83 jaar oud - 65 jaar kapucijn - 60 jaar priester - 49 jaar missionaris in Canada
Geboren in Ault (Frankrijk) op 1 april 1917
Overleden in Herentals op 6 september 2000

Na zijn theologische studies werd André eerst predikant in verschillende kloosters van Vlaandeen. In 1947 is hij naar Canada vertrokken waar hij zich het lot aantrok van de immigranten. Hij was er pastoor in St. Boniface en in Blenheim. In 1996 kwam hij definitief naar België terug en verbleef in het klooster te Herentals waar hij vier jaar later overleed.

LEO VANDIERENDONCK (Br. Marinus)

87 jaar oud - 68 jaar kapucijn
Geboren in Sint-Andries Brugge op 8 september 1913
Overleden in Izegem op 21 januari 2001

Leo verbleef in verschillende kloosters, nu eens als ziekendiener, dan als koster en kleermaker of als hulpkok. Leuven was zijn laatste verblijfplaats waar hij als portier werkzaam was. Leo was steeds gereed om dienst te bewijzen. Hij verhuisde van Leuven naar 't Pandje te Izegem waar hij op rust ging en ook overleden is.

 

ALEXANDER VAN BALEN (P. Gilbert)

84 jaar oud - 63 jaar kapucijn - 58 jaar priester
Geboren te Aalst op 1 januari 1912
Ovrleden te Herentals op 3 maart 2001

Alexander was begaafd met een letterkundige aanleg. Na zij studies werd hij predikant maar ook leraar godsdienst in een staatsschool. Later heeft hij zich ingezet voor de foorreizigers en de zigeuners en deed op parochies de weekenddiensten. Hij werd ziek in 1995 en ging op rust naar het klooster te Herentals waar hij zes jaar later is overleden.

 

ANDRE BOEVE (P. Feliciaan)

83 jaar oud - 63 jaar kapucijn - 56 jaar priester
Geboren in Castelnau-Fayrac (Frankrijk) op 11 september 1917
Overleden te Veurne op 11 maart 2001

André is twaalf jaar directeur geweest van het St.-Laurentiuscollege te Aalst. Twaalf jaar was hij provinciale overste van de Vlaamse kapucijnen. Nadien werd hij pastoor benoemd van onze parochie te Brussel. Hij ijverde veel voor de Franciscaanse lekenorde. Hij gaf conferenties en schreef veel artikelen over Franciscus van Assisi. Hij is tamelijk onverwacht overleden in de St.-Augustinuskliniek te Veurde.


GASPAR VAN LOOY (P. Erwin)

65 jaar oud - 36 jaar kapucijn - 31 jaar priester
Geboren in Turnhout op 3 september 1936
Overleden te Herentals op 21 november 2001

Gaspar was eerst buschauffeur vóór hj intrad bij de kapucijnen in 1963. Na zijn priesterwijding in 1970 werd hij benoemd tot onderpastoor op de St.-Antoniusparochie te Herentals. Later werd hij lid van de roepingencommissie en van de vormingsfraterniteit te Antwerpen. Het bisdom Antwerpen benoemde hem tot visitator van vrouwelijke religieuzen, een functie die hij zeven jaar vervulde.  Hij overleed onverwacht te Herentals op 21 november 2001.

 

MARCEL GODEFROY (P. Jeroom)

79 jaar oud- 60 jaar kapucijn - 53 jaar priester - 50 jaar missionaris in Pakistan.
Geboren te Opwijk op 18 december 1922
Overleden te Turnhout op 30 januari 2002

In 1950 is Marcel als missionaris vertrokken naar Pakistan. Hij was er verantwoordelijk voor het parochiewerk en later ook voor de pastorale zorg van christenen in de dorpen. Tussen de mensen wonen, leven en werken was zijn ideaal en hij is een voorvechter geweest voor de uitgestotenen. Na 50 jaar hard werken is hij in 2000 op rust naar Meersel-Dreef teruggekeerd. Hij overleed in de kliniek te Turnhout.

 

ALFONS LEFEBURE (P. Honoré)

94 jaar oud - 74 jaar kapucijn - 68 jaar priester
Geboren te Elversele op 17 augustus 1907
Overleden te Herentals op 7 februari 2002.

Alfons werd in 1936 leraar aan het St.-Laurentiuscollege te Aalst. In 1940 werd hij directeur benoemd van het seminarie voor Filosofie te Brugge en gaf er ook les tot in 1963. Hij werd directeur van de zusters Clarissen te Aalst en hield contact met de mensen langs de biechtstoel en het ziekenbezoek op de parochie. Na veel jaren dienst ging hij op rust naar Herentals waar hij nog zes jaar leefde en waar de medebroeders mochten genieten van zijn vriendschap en aanstekelijk enthousiasme.

 

PAUL GONNISSEN (P. Stanislas)

74 jaar oud - 55 jaar kapucijn - 50 jaar priester - 40 jaar missionaris in Pakistan
Geboren te Stokkem op 4 november 1927
Overleden te Herentals op 7 februari 2002.

Paul is in december 1953 als missionaris vertrokken naar Pakistan. De taal leren was zijn eerste bekommernis en dan aan het werk gaan in de pastoraal op de parochie en in de dorpen. Hafizabad was het dorp dat hij gebouwd heeft, huizen voor de christenen, scholen voor de kinderen. Hij kwam terug naar België als een ziek man, suikerziekte en een hartziekte verplichtten hem rust te nemen te Herentals.

 

KAREL VERLEYE (P. Antonius)

81 jaar oud - 64 jaar kapucijn - 58 jaar priester
Geboren te Mechelen op 17 april 1920
Overleden te Sijsele (Damme) op 27 februari 2002.

Karel werd in 1945 lector benoemd aan het seminarie voor filosofie te Brugge. Hij toonde veel belangstelling voor de Europese volken en wilde streven naar een verenigd Europa. Hij gaf conferenties en was bekend als voordrachtgever en schrijver. In 1949 was hij medestichter van het Europacollege te Brugge als een postuniversitair centrum voor studenten uit heel Europa, en stichtte later het centrum Ryckevelde te Damme Sijsele. Hij ontving talrijke onderscheidingen.

 

FRANS VAN ELSACKER (P. JUVENALIS)
85 j. oud; 66 j. kapucijn; 59 j. priester
Geboren te Zoersel op 20 oktober 1917
Overleden te Antwerpen op 22 december 2002

Na zijn middelbare sudies te Hoogstraten werd hij kapucijn. Na zijn theologische studies en zijn priesterwijding werd hij aalmoezenier in het interneringskamp te Beverlo, was tuchtprefect aan het Sint-Laurentiuscollege te Aalst, was meerdere keren gardiaan in verschillende kloosters en pastoor te Balen-Gerheide. In 1992, na zijn ontslag als pastoor, is hij tot aan zijn dood biechtvader geweest in de kloostrkerk van de kapucijnen te Antwerpen.

WILLY VAN DEN BROUCKE (P. Henri)
72 jaar oud, 51 jaar kapucijn, 45 jaar priester
Missionaris in Pakistan
Geboren in Egem op 17 december 1930
Overleden in 't Pandje te Izegem op 11 februari 2003

Na zijn theologische studies werd P. Henri in 1958 benoemd als missionaris voor Pakistan. In voorbereiding studeerde hij oostersche talen aan de universiteit van Oxford. Vertrok op 29 augustus 1961 voor het eerst naar Pakistan. Hij is er meer dan 40 jaar werkzaam geweest.
Aanvankelijk was hij directeur van S. Mary's High School in Lahore. Hij bouwde veel scholen en kerkjes. Hij zette zich in met hart en ziel voor de opvoeding van arme kinderen. Ziek geworden kwam hij definitief naar België terug in 2002.

 

Pater BERTIEN (Antoon Hoste)
Geboren te Izegem op 1 juni 1914
Geprofest op 17 september 1934
Priester gewijd op 18 augustus 1940
Overleden te Herentals op 27 februari 2003

Na een lang en bedrijvig leven als aalmoezenier van de scouts, als dirigent en proost van het Franciscuskoor, maar ook als bekwaam restaurateur van houten beelden te Edingen, heeft P. Bertien vandaag de voltooiing gekregen van zijn diepste wens: thuis komen bij de Vader.
P. Bertien was als volgeling van Franciscus een onthecht man en toch kon hij van het leven genieten. Hij was met weinig tevreden en toch een opgeruimd en blij iemand. Dat was wellicht de aantrekkingskrkacht in hem die vele mensen, soms van heel ver, naar zich trok. Ze kwamen om raad, om een gebed en zegeningen vragen.

Pater Venantius (Alfons Quanten)
Geboren te Eksel op 19 mei 1922
Ingetreden in de Orde op 15 september 1941
Priester gewijd op 25 juli 1948
Overleden te Hamme op 27 maart 2003
Gewezen missionaris in Ubangi (Kongo) waar hij Reguliere Overste was.
Aalmoezenier van het M.P.I. te Viane bij de Zusters van Deftinge.

Pater Theofiel (Henri Heyvaert)
Geboren te Mollem (Bollebeek) op 15 september 1921
Ingetreden in de Orde op 15 september 1940
Priester gewijd op 25 juli 1948
Overleden te Hamme op 27 maart 2003
Gewezen missionaris in Ubangi (Kongo)
                               in de Comoren.
                               in de Seychellen.
Geestelijke assistent van de F.L.O. te Aalst.

Broeder Beda
Emiel Maurits DELAERE
Minderbroeder-Kaucijn
Hij werd geboren te Gullegem op 11 mei 1991
Trad in de Orde op 30 mei 1931.
Sprak zijn eenvoudige geloften uit op 17 september 1933
en zijn plechtige geloften op 17 september 1936.

Hij was missionaris in Congo-Zaire
en overleed zachtjes in 't Pandje te Izegem op 2 mei 2003
gesterkt door de ziekenzalving.

Broeder Ansfried
Marijn Geerts

Geboren te Weelde op 30 december 1926
Overleden te Turnhout op 06 september 2003
Ingetreden in de Orde op 7 september 1947
Priester gewijd te Izegem op 2 augustus 1953
Missionaris in Kongo 1955-1972

Broeder Frans Celis
1938 - 2003

Geboren te Lisp (Lier) op 31 maart 1938
Overleden op 24 oktober 2003
Ingetreden op 10 september1960
12 september 1961 tijdelijke professie
Priester gewijd op 8 juli 1967

Pater Gorgonius
Jef Geys


Geboren te Balen op 5 februari 1927
Overlelden op 22 december 2003
Ingetreden in de orde op 15 september 1950
Priester gewijd te Izegem op 5 augustus 1956

Broeder Paul Stael (Pamfiel)

Geboren te Eernegem op 09.05.1924
Overleden te Izegem op 25.02.2004

  Broeder Frans Schellinck

Geboren te Aals op 28.11.1929
Overleden te Brugge op 09.03.2004

Broeder Jean-Pierre Tytgat

Geboren te Westende op 29 oktober 1942
Gestorven te Oostende op 18 mei 2004

Broeder Fidentiaan
Valère Van Den Broucke

Geboren te Egem op 13 augustus 1916
Gestorven te Izegem op 12 september 2004

 

 

Broeder Piet van Dun

Geboren te Ginneken op 19-03-1926
Gestorven te Tilburg op 19-09-2004

 

Broeder Melchior

Geboren te Bovekerke op 04-05-1914
Gestorven te Izegem op 30-09-2004

Serafien, Jan de Bont

Geboren te Baarle Hertog op 27.11.1919
Gestorven te Meersel-Dreef  op 07.11.2004

Antoon De Graeve

Geboren te Brugge op 3 december 1912
Gestorven te Brugge op 28 september 2005

Emiel Juventius STRENS

Geborten te Pamel op 22 juni 1919
Gestorven te Herentals op 6 september 2005

 

Cyriel Noyez

Geboren te Poelkapelle op 18 juni 1928
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 29 juni 2006

“Tot het laatste toe wilde ik leven
mijn geest behield altijd zijn kracht
door volhardende wil voortgedreven…
maar ’t lichaam ontsnapt aan mijn macht.”

Dat zijn de laatste woorden die pater Cyriel, broeder Raymond, op een onooglijk papiervelletje noteerde en voor ons klaar had gelegd, samen met een uiterst sobere terugblik op zijn leven. “Doorheen verschillende functies en situaties”, zo schreef hij, “heb ik in alle stilte geprobeerd, als mens, als priester en als religieus waar te maken wat ik op het gedachtenisprentje van mijn priesterwijding als een gebed noteerde: ‘Vader Franciscus, met u bid ik, wil mij gebruiken om uw vrede te brengen aan de mensen’  Wie mij van naderbij kende weet dat ik eronder geleden heb als ik geen verzoening en vrede kon bewerken.”

En zo zullen wij hem in onze herinnering meedragen. Hij was een man uit één stuk. Zijn woord was doordacht, helder en kort. Hij liet zijn gevoelens en emoties zelden zien, maar hij had een groot hart voor de mensen die met hem samenleefden of die aan zijn zorgen waren toevertrouwd. Ook al heeft hij van meet af aan, van zodra hij uit Rome als doctor in kerkelijk recht terugkeerde, in zijn orde leidende functies vervuld, eerst als directeur van het seminarie voor theologie, daarna als provinciaal raadslid en driemaal als minister provinciaal, toch bleef hij steeds een bescheiden en eenvoudig kapucijnenbroeder, gemakkelijk toegankelijk en dienstvaardig.

Na een half leven als voorganger van zijn medebroeders ontpopte hij zich als een pastoraal sterk bewogen priester, eerst als aalmoezenier van het schippersvolk te Gent, nadien als aalmoezenier van het psychiatrisch instituut St.-Amandus te Beernem. Zijn rustige aanpak, zijn beginselvastheid, zijn wijsheid en zijn bezorgdheid laten een blijvende indruk na. Eenmaal op rust gesteld, bleef hij zich als bekwame kerkjurist inzetten om een oplossing te vinden in vastgelopen gezinssituaties. Velen zullen meet dankbaarheid aan hem terugdenken.

Gouden priesterjubileum, omringd door zijn beide klasgenoten: (links) br. Paul Patertonster, br. Arnold Stalpaert en de gewezen provinciaal Gust Koyen.

Jos Bouwens

Geboren te Herentals op 13 februari 1939
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 20 juli 2006

Kapucijn geworden op 12 september 1959
Priester gewijd op 10 juli 1965

 

Jos was een begaafde studax en een zeer wilskrachtig man. Met zijn talenten heeft hij gewoekerd in het apostolaat, als predikant, raadgever, godsdienstleraar aan diverse scholen en colleges. Omwille van zijn talenten hebben de oversten dikwijls op hem een beroep gedaan als verantwoordelijke voor onze kloostergemeenschappen. Hij werd ook raadsman van de provinciale overste en was, begin van de jaren 1980, zelfs 13 maanden Provinciaal ad interim. Heel veel mensen kwamen bij hem met hun moeilijkheden, omdat Jos kon ‘luisteren’ en hen wijze raad geven.
Rond zijn 45ste levensjaar begon echter een langzame en pijnlijke aftakeling door Multiple Sclerose. Maar Jos had een ijzeren wilskracht, en wàt hij nog kon bleef hij doen. Zover het enigszins kon weigerde hij alle hulp: hij wilde zich niet afhankelijk voelen. Geen geklaag of gemor. Wel noodzakelijke aanpassingen.
Einde schooljaar 1991 moest hij, met veel spijt, afzien van het onderwijs dat hem zo nauw aan het hart lag. Maar hij beet zich vast in wat hij nog wél kon: gebed, studie, raadgeven, administratie. Hij wijdde zich, nu nog meer dan vroeger, aan zijn passie: het bestuderen en doen begrijpen van het Jodendom.

Halfweg 2001 werd de fysieke onmacht en afhankelijkheid dan toch te groot en ging hij naar ons RVT ’t Pandje. Mentaal bleef hij sterk: hij bleef bezorgd om mensen en dingen rondom hem en interesseerde zich voor alles wat hij belangrijk vond.
De laatste maanden moest hij alles uit handen geven en zich volledig toevertrouwen aan de mensen die hem liefdevol verzorgden. Op 20 juli begaf zijn weerstand, zijn strijd was gestreden, en even voor middernacht is hij stilletjes in vrede ingeslapen.
Wij blijven Jos gedenken als een wijze, karaktervolle en dankbare religieus, die goed wilde doen aan zijn medemensen, maar zelf niemand opzettelijk last wilde berokkenen. Moge de Heer van alle goeds hem nu bij Zich opnemen met de woorden: “Kom nu eens mee… en rust wat uit” (Mc6,31).

 

Gaston-Willibald Scherpereel

Geboren te Eggewaartskapelle op 5 juni 1920
Gestorven te Izegem op 21 janauri 2007

Kapucijn geworden op 15 september 1940
Priester gewijd op 3 augustus 1947
Eerste afreis naar Congo op 2 oktober 1951

Een ontmoeting met Gaston was telkens weer hartverwarmend. Hij keek je echt in de ogen en er straalde levensmoed en levensvreugde uit zijn gelaat. En dat beeld van  hem zullen we blijven meedragen. Hij was een lieve en toegankelijke man. En tegelijkertijd een beginselvaste, vrome en voorbeeldige minderbroeder kapucijn. Twintig jaar was hij toen hij onder de  naam van Willibald van Eggewaartskapelle in 1940 te Edingen aan zijn kloosterroeping gestalte gaf. Hij werd in 1947 priester gewijd. En hij was een priesterlijke man: een enthousiaste voorganger, een wijze raadsman en bezorgde begeleider van mensen in nood.
Orde en levensdiscipline, verantwoordelijkheidszin en plichtsbewustzijn had hij van thuis uit meegekregen. Hij heeft zijn hele leven lang kaarsrecht gelopen en toegewijd, zorgvuldig en professioneel de hem toevertrouwde taken behartigd. Er is veel van hem gevraagd geworden. Na een bijscholing in de hogere normaalschool te Antwerpen werd hij in 1951 naar Congo gezonden als missionaris met de bijzondere opdracht het onderwijs in de Ubangi-missie te reorganiseren en verder uit te bouwen samen met zijn medbroeder Walter. Na 33 jaar werd het schitterend onderwijswerk door de politieke evolutie van Zaïre onderuit gehaald en keerde hij in 1984 definitief terug naar Vlaanderen.
Ongebroken aanvaardde hij de benoeming tot medepastoor in de Sint-Franciscusparochie te Menen, waar hij op handen werd gedragen. Nauwelijks vier jaar later, in 1988, deden  zijn medebroeders een beroep op hem om te Antwerpen de leiding op te nemen van de lokale broederschap, en nog in hetzelfde jaar werd hij benoemd tot secretaris provinciaal. Deze delicate en arbeidsintensieve opdracht vervulde hij vijftien jaar lang en wist die nog te combineren met de pastorale zorg voor de plaatselijke kapucijnenkerk, de lokale afdeling van de Franssprekende Franciscaanse lekenorde, de geestelijke begeleiding van de zusters kapucinessen en de liturgische diensten in een bejaardentehuis.
Na deze indrukwekkende staat van dienst heeft hij in 2005 zelf gevraagd om zijn laatste levensjaren in het rusthuis ’t Pandje door te brengen. Hij wou er zich vredig voorbereiden op het definitief afscheid van het aardse leven. Zijn toch nog onverwacht en haastig overlijden laat een grote leemte na, want waar hij ook het beste van zijn krachten en talenten heeft gegeven, daar heeft hij een blijvende indruk en heel vrienden nagelaten. Velen zullen met dankbaarheid en weemoed aan hem terugdenken.

Gelegenheid tot groeten van onze medebroeder Gaston Scherpereel.
We bieden onze christelijke deelneming aan
en groeten de familie en medebroeders van de fraterniteit van Izegem.

 

Broeder Adri Geerts, minister provinciaal,
ging voor in de viering en hield ook de homilie.

 

Zeer velen hebben eraan gehouden de begrafenisplechtigheid bij te wonen. Op de foto bidden de medebroeders die hem dankbaar omringen.

 

Op het einde van de viering omringen medebroeders broeder Gaston en bij het zingen van “De Heer zegene u”
wensen ze hem vrede voor altijd en dat hij geborgen mag zijn in de liefde van God.

 

Homilie bij de afscheidsviering van Gaston Scherpereel
(Joh.15,9-17)

 

Nog maar heel onlangs was Gaston - op vraag - begonnen om zijn levensverhaal neer te schrijven. Enkele vellen gelijnd papier wa­ren reeds beschreven, met de pen, in mooi geschrift, nog steeds met vaste hand. Hij be­gint met deze spreuk' Van het Concert des le­vens heeft niemand een programma' en gaat dan verder: "Iedere mens moet werken aan zijn eigen programma in opdracht van God die iedere mens liefheeft en in liefde ook van de mens verlangt dat ook hij in liefde iets terug­geeft. Zo gaf God aan mij het leven in Eggewaartskapelle op 5 juni 1920."

Op een ander blad schreef hij enkele per­soonlijke gedachten over het bidden die hij eindigde met deze zin:: "Ik leef van Gods barmhartigheid en geloof sterk in de voltooiing en de grote ontmoeting, hoe dan ook. "

Wat steekt er veel rijkdom in deze enkele zinnen die in zekere zin zijn leven omvatten! Wat verwoorden ze veel van zijn diepe gelovi­ge overtuiging en rijke bewogenheid! En mag ik er aan toevoegen: Gelukkig de mens die leeft naar deze woorden zoals Gaston het deed... 
Gaston had zelf vooraf geen programma van zijn leven, dat, zoals het leven van ieder, door onverwachte voorvallen en door vragen en uit­dagingen die op zijn weg kwamen en door de wijze waarop hij er mee omging, getekend werd. Hij heeft wel vol overgave en energiek aan zijn programma gewerkt en beleefde dit als een opdracht van God.
Na het lager onderwijs dacht hij er aanvan­kelijk aan om in het spoor van zijn vader, de stap naar het leger te zetten. Hij was al aan­vaard voor de militaire school in Sint Truiden, toen een pater vanuit ons klooster hier in Izegem - getipt door een 'wakkere kloosterzuster' die in de voorbeeldige misdienaar een mogelij­ke toekomstige priester zag
- een bezoekje bracht aan het gezin Scherpereel. Zo werd niet de militaire school maar het college van de kapucijnen in Aalst de volgende stap... En zo koos hij na het college voor het kapucijnen­leven.
Jammer voor de militaire school en het leger.  Want met zijn orde en discipline, zijn
verantwoordelijkheidszin en plichtsbesef, zijn energie en enthousiasme, en met zijn kaars­rechte houding, zou hij een heel goed militair geweest zijn.

Gelukkig voor de kapucijnen! Want met de genoemde talenten en vele andere gaven van hart en geest is hij voor zijn medebroeders en voor heel veel mensen in Congo en in Vlaanderen een zegen geworden!
Gaston heeft zijn roeping als minderbroeder­kapucijn ten volle beleefd.

Eerst als missionaris in Congo. Gedu­rende 33 jaar heeft hij zich in verschillende functies totaal ingezet voor het onderwijs in de Ubangi. Hij heeft ontzettend hard gewerkt voor de organisatie en verbetering van het onder­wijs. En hoewel zijn eigen werk veel van hem vroeg, was hij altijd graag bereid zijn mede­broeders bij te springen in hun werk, als het maar enigszins kon.. Hij was een héél goede medebroeder.

Terug in België vond hij als medepastoor in de Sint Franciscusparochie in Menen een pastoraal werkterrein waar hij vlug met zijn warm hart en grote bezieling veel betekende voor de mensen van de parochie en op han­den gedragen werd.

Na enkele jaren vroeg de provinciaal hem om naar Antwerpen te komen en de taak van gardiaan en kort daarna de taak van secreta­ris provinciaal op zich te nemen. Een delica­te taak die hij met grote discretie, uiterst nauwgezet en deskundig volbracht en die hij nog wist te combineren met heel wat pastorale taken.
Toen zijn krachten waarmee hij zoveeL jaren gewoekerd had, op waren, vroeg hij zelf om naar hier, naar het 't Pandje te komen om te rusten en, met de beste zorgen omringd, zich op de grote ontmoeting - zoals hij het noem­de - voor te bereiden.
Hij had zich, om het met het evangelie van deze viering te zeggen, in liefde geroepen ge­weten om op tocht te gaan en vruchten voor te brengen die blijvend mogen zijn. En die tocht was nu stilaan voltooid.

Vandaag nemen we afscheid van Gaston. Een lieve medebroeder met een warm hart en authentieke vroomheid. Een lieve medebroe­der bij wie plichtsbesef en discipline samen­gingen met een aanstekelijke opgewektheid en enthousiasme.
En die daarom, hoewel zijn leven echt vol­tooid is, toch nog een leemte nalaat.

Gelukkig de mens die zoals Gaston
op hoge ouderdom mag zeggen: ik heb mijn taak volbracht. En die zich bewust voorbereidt op de grote ontmoeting.

En die daarbij, zoals Gaston ter gelegenheid van Kerstmis schreef, ook mag zeggen: mijn bidden groeit met het ouder worden. Nu kan alles rustiger en bewuster verlopen. Gelukkig de mens die zoals Gaston in de levensavond kan zeggen: ik leef van Gods barmhartigheid; en ik geloof sterk in de voltooiing van alles en in de grote ontmoeting,hoe dan ook.
En ik zou er - vanuit het evangelie parafra­serend op zijn eigen woorden
- willen aan toevoegen:
*Ik kan daarom nu in vertrouwen alles terug­geven aan God.
"
Al mijn zwoegen en werken, overal waar ik gevraagd werd te gaan, ik leg het met vertrou­wen in Gods handen. Hij zal het voltooien.

* En ik leef toe naar de grote ontmoeting met Hem die mij in liefde het leven gaf en mij vroeg zijn liefde te beantwoorden.

* Ik leef toe naar de grote ontmoeting met Hem die me vroeg in zijn liefde te blijven door mijn medemensen heel concreet lief te heb­ben.

* Ik leef toe naar de grote ontmoeting met Hem die ons geen dienaren maar vrienden heeft genoemd en die vroeg om Zijn liefde on­der elkaar te beleven.

* Ik leef toe naar de grote ontmoeting

en in mijn bidden breng ik ondertussen het kerk- en wereldgebeuren en de nood en het verdriet van mensen die het moeilijk hebben voor God

Zeker, ik kwam soms tekort, maar dat hoeft me niet bevreesd te maken, ik leef uit zijn barmhartigheid.
Ik leef toe naar de grote ontmoeting 'hoe dan ook' Hoe dan ook. Ik heb er geen woor­den voor en geen voorstelling is bevredigend, maar die ontmoeting in liefde zal alles te bo­ven gaan en alles voltooien.
Delend in dit rijke geloof mogen we als me­debroeder, onze broer of familielid, als mede­bewoner of personeelslid, als vriend of beken­de, God danken om Gaston. Wij mogen sa­men de eucharistie vieren waarin hij heel vaak met diep geloof en enthousiasme is voorgegaan.

 Izegem, 27 januari 2007

    Br. Adri Geerts

 

Wim Guillaume Dewinter

Geboren te Melsbroek op 26 april 1939
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 12 maart 2007

Wim begon zijn actieve leven als paswerker in een toeleveringsbedrijf van de vliegtuigindustrie en kende zo het arbeidersmilieu van binnenuit. Reeds toen ijverde hij als Kajotter voor een betere en rechtvaardiger wereld. Van die drang, die roeping, besloot hij zijn levenswerk te maken als priesterkapucijn in 1966.
Op het gedachtenisprentje van zijn priesterwijding omschreef hij duidelijk zijn ideaal (met een tekst van F. Cromphout): “Ik zal niet geloven in ras of rijkdom, in voorrechten, in de gevestigde orde. Maar ik wil geloven dat àlle mensen mènsen zijn; dat de orde van de macht en van het onrecht wanorde is. ik durf geloven in Gods droom: een nieuwe hemel, een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal wonen.”
Wie dat stelt als zijn levensmotto maakt het zich niet gemakkelijk in de samenleving. Zoiets roept weerstanden op.
Consequent heeft Wim geprobeerd zijn ideaal in zijn pastorale leven te verwezenlijken. Drie jaar was hij missionaris in onze Zaïre-missie. Verder heeft hij zich op tal van plaatsen ingezet voor de parochiepastoraal.
Rond zijn 45ste levensjaar kreeg hij een hersenbloeding en hield er voorgoed een eenzijdige spastische verlamming aan over. Maar Wim was een vechter. Hij wilde zich niet gewonnen geven: nog twaalf jaar heeft zijn koppige wilskracht hem rechtgehouden als aalmoezenier van het Aalsters Stedelijk Ziekenhuis, waar hij door zijn zieken en zijn omgeving gewaardeerd werd voor zijn nooit-aflatende inzet.
Toen het niet langer ging en hij afhankelijk werd van een rolstoel, ging hij op rust naar ons klooster te Meersel-Dreef. De aftakeling brak stilaan de veer van zijn weerstand en een zestal jaren geleden werd hij overgeplaatst naar ’t Pandje, waar hem de nodige zorgen konden geboden worden.
Moge de Heer van alle goeds – in wiens dienst hij zijn leven heeft gesteld – Wim nu opnemen in zijn eeuwige vrede.

Ingetogen bracht men een groet aan pater Wim

Bij de offergang ontving men een prachtige foto en herinnering aan pater Wim

Requiem aeternam
werd hem toegezongen door het zangkoor

Directie en medebewoners uit 't Pandje
nemen afscheid van pater Wim

Medebroeders wensen hem al zingend Gods zegen toe.

Broeders begeleiden hem naar zijn laatste rustplaats.

   

 

Gerard-Eubert POLLENTIER

Geboren te Torhout op 25 februari 1921
Gestorven  te Izegem op 28 maart 2007

 

Eubert is missionaris gewest met hart en ziel. In 1949 vertrok hij per boot naar Pakistan en reeds in 1954 stichtte hij de missiepost van Jamke Cheema. Deze missiepost heeft hij letterlijk uit de grond gestampt met zijn noeste arbeid en met alle mogelijke fondsen die hij bijeenbracht. Naar zijn mening had de missionering zonder onderwijs geen stevige basis. Het duurde dan ook niet lang of hij begon met een school en een internaat en bracht deze tot hoge bloei. Eubert was iemand met ambitie en deze ambitie kwam de mensen van Jamke en omgeving ten goede.
Toen de stichter van het Bethania Hospitaal in Sialkot, pater Ligorius, wegens ziekte naar België moest terugkeren nam hij de taak van directeur van het ziekenhuis over. Ook hier heeft  hij zijn beste krachten gegeven. Hij was een bekwaam administrator en kon goed omgaan met mensen, zowel met moslims als christenen. Hij was dienstbaar en gastvrij en hij maakte veel vrienden, ook in invloedrijke middens. Deze contacten wendde hij aan ten bate van het hospitaal en van de onbemiddelde christenen.
Toen zijn medebroeders hem tot hun vice-provinciaal kozen, deed hij in die 6 jaar veel voor de goede verstandhouding en werd door de Pakistaanse medebroeders als een goede 'baba' - een goede vader - gewaardeerd. De medebroeders in Pakistan waarderen hem als een groot missionaris, die het volk liefhad en er alles voor deed.
Ook aan het bisdom Lahore heeft hij veel diensten bewezen. Hij was lid van veel commissies en van de raad van het bisdom Lahore. Het welzijn van het bisdom dat het kind is van het werk van de kapucijnen, ging hem ter harte.
Negen jaar geleden dwong zijn gezondheid hem definitief naar België terug te keren. Ook hier bleef hij met zijn hart in Pakistan. En hier maakte hij zich nog dienstbaar voor het werk van de kapucijnenmissies. Tot zijn gezondheid ook dat niet meer toeliet. Eubert hield zich graag kranig maar zijn hart was vermoeid en op 28 maart is hij ongemerkt in alle rust overleden. Zijn levensschip is opnieuw uitgevaren, nu niet voor een lange tocht naar Pakistan maar voor een overtocht naar de oceaan van Gods oneindige liefde. Eubert heeft hard gewerkt, hij heeft de mensen van Pakistan en zijn medebroeders, zijn familie en vele mensen graag gezien. Zij allen, en heel in het bijzonder de Pakistaanse medebroeders, zullen met dankbaarheid aan hem terugdenken.
   

André De Waegemaeker

Geboren te Roesbrugge op 29 november 1918
Gestorven  te Izegem op 12 mei 2007

 

 


Bijna twee jaar geleden is onze medebroeder André naar 't Pandje overgekomen vanuit ons klooster te Brugge, waar hij jarenlang verbleven had. Door ziekte en ouderdom was zijn leven als verstild. De communicatie was moeilijk geworden en de beweeglijkheid beperkt.
Maar van deze stille levensavond is een lange periode van druk apostolaat als predikant voorafgegaan. Op het college te Lommel en te Aalst, kwam reeds tot uiting in wat later zijn predikatie zou kenmerken. Hij kaapte de eerste prijzen weg in declamatiewedstrijden en vertolkte hoofdrollen in toneelopvoeringen. Het jaar Eloquentia Sacra te Herentals na zijn priesterwijding, werd de aanvang van zijn levensapostolaat. Hij doorkruiste het Vlaamse land om volksmissies te preken, kloosterretraites te geven en heel veel bezinningsdagen te leiden op colleges.
Hij verkondigde ook met de pen. Hij schreef veel graag gelezen artikels en verschillende boekjes (o.a. Geluk zonder Geld)die een ruime verspreiding kenden. Hij wist de mensen op een eigen en originele wijze te boeien en te begeesteren en gevoelig te maken voor de Blijde Boodschap. Hij had het talent om met héél eenvoudige woorden en beelden uit het dagelijks leven het evangelie door te geven. Vanuit een eigen ervaring of beleven, legde hij een link naar een zin, een woord, een 'vonk' uit het evangelie. Hij voelde diep aan wat er leefde onder de mensen en liet gemakkelijk zijn gevoelens de vrije loop, zowel wanneer hij ontroerd of blij was, als wanneer hij verontwaardigd was.
Hij kon ook de jongeren boeien, zelfs als hij reeds méér dan 70 was. Hij was een goed verteller en sprak graag over de rijkdom van het leven, je 'zomaar' als geschenk geven.
Hij was een medebroeder met een groot en zeer gevoelig hart dankbaar om een attentie, kon hij vol vreugde genieten van het samenzijn in gemeenschap, om kort daarna zich neerslachtig op zichzelf terug te plooien. Maar dan brak de zon weer door...
Zijn vruchtbaar leven is nu voltooid. De Heer zal nu tot hem zeggen: "Goede vriend, tijdens je leven heb je het Woord gezaaid. Je hebt dat gedaan met hart en ziel. Je hebt je krachten niet gespaard. Kom nu binnen in de eeuwige wijngaard. Daar zal je de vrede en de rust vinden, die je op aarde niet vond."

Leonard Van Baelen

Geboren te Hasselt op 25 november 1932
Gestorven  te Herentals op 7 juli 2007

 

 

IOnze medebroeder Leonard was verstandelijk zeer begaafd en hij was sociaal bewogen. Dit had hij meegekregen van zijn hard werkende, ondernemende en soci­aal voelende ouders. Zijn doctoraatsthesis had de voor zijn verder leven veelzeggende titel 'Het probleem van de ontwikkelingslanden. Een theologische stellingsname. ' Slechts twee jaar gaf hij les aan zijn jonge medebroeders in Brugge en daarna vertrok hij - overigens tot hun grote spijt - in 1965 naar Kinshasa om aan de katholieke universiteit Lovanium te doceren. Tot aan zijn emeritaat heeft hij graag en met grote bekwaamheid moraaltheologie gedoceerd.

Toen hij nog maar pas in Congo was, bezocht hij - het was na de eerste grote rebellie - de medebroeders in de Evenaarsprovincie. De moelijke omstandigheden waarin de mensen rondom Bwamanda leefden - er waren geen dokters meer, geen wegen, geen scholen - maakten indruk op hem. In Kinshasa sociale ethiek doceren en niets trachten te veranderen aan de levensomstandigheden van deze bevolking, dat kon volgens hem niet.Samen met dokter Jan Van Mullem en andere docenten aan de universiteit, samen met medebroeders in de Evenaarsprovincie en pater Gaston Spillebeen op het thuisfront, en vele anderen werd een project voor integrale ontwikkeling opgezet dat C.D.I.-Bwamanda zou heten. Het werd een project met een economisch, medisch en cultureel luik. Het project werd een zegen voor een groot gedeelte van de Evenaarsprovincie. En ondanks het feit dat het veel politiek woelige tijden moest doorstaan, is het tot op vandaag een zegen voor honderdduizenden mensen. Alsof zijn lesopdracht in Kinshasa en zijn bezielende inzet voor C.D.I.-Bwamanda nog niet genoeg waren, was hij ook nog geruime tijd overste van de medebroeders in Congo. Hij werd de eerste vice provincaal van de generale vice provincie van de kapucijnen in Congo die in 1994 opgericht werd. En na het vervullen van die opdracht bleef hij mee instaan voor de vorming van jonge medebroeders en verdiepte hij zich in de franciscaanse spiritualiteit.
Tot hij, door ziekte geveld. naar België moest terugkeren. Klagen over zijn ziekte en de verergerende pijn, deed hij niet. Zolang hij ook maar enigszins kon, studeerde hij, volgde met belangstelling wat er in de samenleving en de kerk en de kapucijnenorde gebeurde, hielp jonge medebroeders die voor hun licentie- of doc­toraatsthesis in Rome op hem een beroep deden, probeerde nog een studie over het contemplatieve gebed te schrijven, en had aandacht en zorg voor heel concrete mensen en voor zijn dierbare moeder en dierbare zus.
In het diepe vertrouwen dat hij zou thuiskomen bij God die alles voltooit. heeft hij zijn leven uit handen gegeven. Zeer velen zullen hem dankbaar blijven gedenken.

Uit het woord van Jean Bertin Nadonye, Vice provinciaal in Congo.

Pater Van Baelen was er van overtuigd dat de evangelisatie nauw verbonden is met de ontwikkeling. Op het moeilijk moment van onbegrip voor dit huwelijk, was het citaat uit de brief van de generale minister pater Pascal Rywalski voor hem een grote troost en steun. “Het komt voor dat door de oproep die opstijgt uit de concrete  situatie waarin de broeders zich bevinden de gehoorzaamheid hen dwingt grote sociale werken te ondernemen om aan een gebied een levensniveau te geven waardig voor een mens en een zoon van God. Deze religieuzen ondervinden dan de zorgen, de vermoeienissen, de gevaren, het onbegrip, de kritieken, maar ook de vreugde van het daadwerkelijk hulpverlenen. De arme bevolking heeft recht op een gerechtvaardigd welzijn in het levensonderhoud te kunnen voorzien. De toewijding van deze religieuzen, die sober leven en in geest van geloof hun krachten en hun gezondheid voor het welzijn van het volk geven is – dat moet gezegd worden – in overeenstemming met het evangelie en de geest van Sint Franciscus.” Dit citaat is voor ons, zonder ons te vergissen, zijn testament dat hij nalaat aan zijn medebroeders in de missie…

Uit het in memoriam van Ngaleko Baranga, voorzitter van de Raad van bestuur van CDI-Bwamanda.

…Maar bovenal is het werk van zijn missionaris- en wetenschappelijk leven in R.D. Congo bekroond heeft het “Centrum voor integrale ontwikkeling” C.D.I. Bwamanda dat hij, samen met zijn Belgische landgenoten, oud missionarissen en leken hier onder ons tot stand gebracht heeft.

Dit werk met een naam die tot de verbeelding spreekt, opgericht in 1969, blijft en zal het cement van de actie blijven van de volkse, sociale en economische ontwikkeling van een volk dat op 1 miljoen inwoners in Ubangi, Kinshasa en de Provincie Bandundu geschat wordt.

Door de sociale activiteiten harmonieus te verbinden met het leven van de bevolking wat betreft de behuizing, het milieu en de toegang tot drinbaar water, de economische activiteiten met het doel om aan de bevolking door zijn werk een onmisbaar inkomen te bezorgen om aan haar basisbehoeften te voldoen, draagt het C.D.I. bij om aan de bevolking een integrale ontwikkeling te verzekeren niet alleen voor de mens als geheel, maar voor alle mensen zonder onderscheid.

De verwezenlijking van dit begrip in concrete acties heeft geleid tot het ontstaan van hospitalen, scholen, waterputten, wegen en een economische infrastructuur ten bate van de landelijke bevolking van de evenaarsprovincie en Bandundu, maar ook voor die van Kinshasa die zich overvloedig voedt met de landbouwproducten die uit deze provincies komen.

Pater Leonard vertrekt in zijn hoedanigheid als Adminstrator-Directeur van CDI Bwamanda, maar hij zal in het collectief geheugen en de Ubangi blijven leven als een groot missionaris, de vader van “de ontwikkeling van het volk” en als geleerde.

 

Broeder Clovis
August Peeters

Geboren te Herentals op 23 oktober 1915
Gestorven  te Herentals op 24 juli 2007

 

Geboren in de parel van de kempen, als jongste in een diep christelijk gezin, was hij echt de leveling van iedereen. Het kon dan ook niet anders of hij wist iedereen door lieve woordjes en charmes voor zich te winnen. Dat is hem dan ook gans zijn leven bijgebleven.
Hij is altijd een volksmens geweest en hij hield veel van onze volkse manier om zijn geloof te beleven. Zijn kamer was daar een sprekend voorbeeld van. Hij was werkelijk omgeven door engeltjes. Van op iedere muur lachte hem een engeltje toe. Heel veel lieve heiligen waren bij hem te gast: Franciscus, Clara, P. Pio. Maar ook Vlaamse voorbeelden van heilig levend waren zijn lievelingen zoals priester Poppe, zuster Rumolda en broeder Isidoor. Maar Onze Lieve Vrouwe was toch wel in alle verschijningen aanwezig. Zijn lievelingswoord was: “Ave Maria” darmee werd alles opgelost.
Als kapucijner broeder wist hij zich in alle mogelijke situaties dienstbaar te maken. Zo was hij, nu eens kleermaker, dan koster of zorgde hij voor huishoudelijk werk. Bedelbroeder dat ging hem nog het best af. Hij was zo graag onder mensen en de charmes van zijn kinderjaren heeft hij nooit verleerd. In de meeste van onze kloosters heeft hij gewoond, overal had hij zijn vrienden, want hij deed met vreugd en charme zijn ronde en hij was gaarne gezien want voor iedereen had hij een gezegend woordje. Onze broeder Clovis is oud mogen worden, in zijn geliefd Herentals heeft hij afscheid genomen van ons allen, om ons eenmaal te kunnen verwelkomen in Gods Vaderhuis.


Broeder Jules - Hyacinth - Versweyvelt

Geboren te Herentals op 24 februari 1926
Gestorven te Herentals op 15 december 2007.


 

Werd Kapucijn op 26-08-1944
Was 42 jaar missionaris in Congo van 1956 tot 1998.

Sinds 1998 verbleef hij te Herentals. 

Op 13 december 2007 ontving hij het sacrament van de zieken. 

In de Heer ontslapen te Herentals op 15 december 2007.

Broeder Jules was een mensenvriend. Hij had de gave de harten van mensen te veroveren door ieder intens nabij te zijn en door zijn eenvoudig diep geloof. Hij had een verrijzenisgeloof dat zich uitte in zijn sterke verbondenheid met zijn overleden zus Maria. Met alles in zijn leven ging hij naar haar toe. Ze was zijn beschermengel en zijn raadsvrouw, Juist voor zijn inslapen, waarin zuster dood hem zou komen halen zei hij nog: “Ze roept mij”.

Dit verrijzenisgeloof was zeker het geheim van zijn sterke levenskracht en zijn onverwoestbaar optimisme.

Zijn grote levenswerk is zeker in Congo geweest. 42 jaar heeft hij er gewerkt. Jeugdbeweging uit de grond gestampt en geleid. garagewerk. zelfs enkele boorputten gemaakt maar vooral tuinwerk. Dit was ook zijn lievelingswerk want hij bleef voor goede zaaigranen voor groenten zorgen, wanneer hij door zijn handicap niet meer terug naar zijn geliefd Congo kan gaan. .

 Jules was een echte volgeling van Franciscus. Zoals Vader Franciscus het gelovig hart van mensen kon raken, zo kon Jules dit ook. Zoals onze Vlaamse dichter Guido Gezelle het zo mooi wist te vertolken:

“Het eerste dat mijn moeder vragen leerde,

als ik hakkelde ongeriefd nog van woorden:

Vader, moeder geef mij een kruisje a.u.b.

'k Heb een kruisje toen gekregen, menig keer...”

Ja, hij gaf zo graag als groet een kruisje aan zijn vrienden; en vroeg ook aan hen een kruisje. Dat was ook zijn sterkte en zijn vreugde op zijn ziekbed. Hij vroeg het zelf aan zijn zus die hem opwachtte in Gods Vaderhuis.

Nu is Jules thuisgekomen. Met Sint Franciscus bidden wij:

“Jules. de Heer zegene en beware u. Hij wende zijn gelaat naar u toe

en geve u zijn vrede.”

 

Broeder Janus Broeders

Geboren te Diesen (NL)  op 17 februari 1929
Gestorven te Herentals op 28 mei 2008.

 

Broeder Janus, voor de mensen die hem allang kenden was het broeder Gentil, de naam die hij bij zijn professie had gekregen. Hij belichaamde werkelijk de woorden van Jezus: 'Als je niet wordt als kinderen, zul je het rijk der hemelen niet binnentreden.' Het was zo een eenvoudige, gelovige ziel. Kinderlijk blij kon hij zijn voor een kleine attentie en zelf, kon hij met engelengeduld de mensen aan de kloosterpoort ontvangen. Portier zijn dat heeft hij ook jaren lang gedaan. Je krijgt aan zo een kloosterpoort mensen van alle slag en om de meest uiteenlopende zaken. Maar vooral voor medebroeders die niet thuis zijn en dan moet je soms geduld beoefenen; en dat had onze Janus: heel veel geduld.

Naast zijn portier zijn is hij ook jaren koster geweest. Dat deed hij met hart en ziel, en zelfs als zijn lichaam niet goed meewilde, schoof hij nog door de kerk met slepende voeten en gebogen rug.

Hij heeft nooit een stralende gezondheid gehad, maar zijn rustig geduld heeft hem toch een mooie ouderdom gegeven.

Tergend langzaam bleef zijn laatste ziekte hem kwellen, maar klagen, dat woord kende hij niet. Blij als een kind telde hij de bezoekers en wist hij stralend te vertellen hoeveel en wie er geweest was. Dat was ook zijn manier om zijn dankbaarheid uit te spreken. Zijn verbondenheid met zijn familie was zo sprekend mooi, want na het bezoek wist hij ons te vertellen wie er geweest was, en dagen voor het bezoek was hij al aan het speculeren wie er ging komen.

Het was als een trouwe voetbalfan die met zijn pronostiek de toekomst wilde bepalen. Vijf maanden ziekenhuis en nooit klagen. Maanden van pijn en zonder vooruitzicht, maar eenvoudig kinderlijk dankbaar voor allen die hem verzorgden. Het was zijn manier om zijn waardering te uiten voor de zorgende aanwezigheid van dokters en verpleging. Nu is onze geliefde medebroeder mogen thuiskomen bij zovelen die hem zijn voorgegaan.

 

Broeder Paul Stalpaert

Geboren te Vollezele op 28 juni 1930

Gestorven te Herentals op 11 juli 2008

 

 

 

Begon zijn noviciaat te Edingen  op 17 maart 1952.
Hij legde zijn eenvoudige geloften af op 17 september 1953
en zijn eeuwige geloften op 17 september 1956.

Broeder Paul was niet een man van veel woorden; hij nam maar echt het woord als hij anderen kon verrassen met een anekdote die een blije lach kon opwekken. Maar zo was hij ook in zijn werk: anderen blij en gelukkig maken. Zo is hij vele jaren kok geweest in verschillende kloosters. Hij wist er iets van te maken, juist om anderen tevreden en blij te maken. `Een prima kok en je hebt een goede verstandhouding binnen het kloooter' dat was zijn leuze en de grondslag van zijn kunst.

17 jaar geleden kwam hij naar Herentals. Het werd ons klooster voor oude en dan ook voor vele zieke medebroeders en dan is zijn wonder talent naar boven gekomen. Steeds bereid, steeds in de weer, het mocht zelfs midden in de nacht zijn. Niets was hem te veel, 11 jaar is hij zo trouw een invalide medebroeder nabij geweest met zijn zorg, zijn leuke anekdoten, zijn pientere oogjes. Aan zichzelf dacht hij niet. Medebroeders moesten hem erop wijzen dat er toch iets mis was met zijn keel, zo meer en meer gezwollen, vooraleer hij er aan dacht om naar de dokter te gaan. Nooit klagen, maar liever een kwinkslag bedenken zo wist hij de pijn te verbijten.

Nu is hij mogen thuiskomen bij ons aller lieve Vader en Hemelmoeder. Het rozenhoedje bad hij zo graag voor in de meimaand en in de rozenkransmaand, tot hij last kreeg met zijn stem, maar hijzelf en niemand dacht er aan dat er een ziekte achter kon verscholen zitten.

Paul, in het wegschenken van jezelf vond je vreugde; je kon zoveel loslaten voor anderen, je vond er vreugde in omdat anderen gelukkig waren. 

Dat sterven in `t klein was al vruchtbaar voor anderen maar ook voor jezelf,
zo moet alles afgeven, sterven, leven voortbrengen in eeuwigheid.
Zo is je sterven geen afscheid maar een vaarwel tot binnenkort bij de Vader.

   

Pater Lambert Evens
 

Geboren te Meeuwen op 2 februari 1924

Gestorven te Herentals op 23 augustus 2008


 

   

Pater Lambert was iemand met een ongekend doorzettingsvermogen; wat hij inzag als goed en wenselijk, daar zette hij zich ook voor honderd procent voor in.

Zo kon zijn 36 jaar missionaris leven in Pakistan niet ongemerkt voorbijgaan. Vanuit de verschillende missie­posten waar hij gewoond heeft trok hij met grote ijver naar de dorpen. Met de moto of met de fiets, hij was op weg naar zijn mensen. Daar leerde hij hun noden kennen.
De armoede onder de christenen was ook uit de laagste kaste, en het indische kaste was sinds de Pakistaanse onafhankelijkheid in 1947 nog in niets veranderd.

De enige mogelijkheid om de christenen uit hun ellende weg te halen was: scholing. Zo is hij met twee lagere scholen begonnen in twee grotere centra: Pasrur en Sangla-Hill.
Met de zusters in Mariabad heeft hij dan nog een internaat-middelbaar opgericht voor meisjes.
Wat hij en vele van onze missionarissen zo juist hebben ingeschat is een verrassende werkelijkheid geworden: 'de sociale promotie van onze christenen in een moslimwereld moet gebeuren door de school’.
Zijn terugkeer uit Pakistan was niet het einde van zijn werkkracht, want al onmiddellijk wist hij zich dienstbaar te maken in het parochiewerk en het jaar daarop was hij al overste in het klooster hier in Herentals, waar hij zes jaar die taak op zich zal nemen.
Toen zijn gezondheid begon achteruit te gaan kende hij maar één verlangen meer: 'de grote ontmoeting met God'. Telkens bij het breviergebed psalm 63 gebeden werd: 'God, mijn God zijt Gij, ik zoek U reeds bij ochtendgloren. Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart als dorre akkers naar regen.’ Was Lambert voor ons een levende meditatie over sterven en thuiskomen bij de Vader. "Ik ben gereed" was zijn ovneranderd woord.  Nu is zijn jarenlang verlangen een blijde werkelijheid geworden.

Lambert, de goede God is nu uw eeuwige vreugde.

 

   

Broeder Maurinus Albert Vandierendonck
 

Geboren te Meeuwen op 2 februari 1924

Gestorven int 't Pandje te Izegem op 23 augustus 2008


 

   

Kapucijn geworden op 15 september 1937
Priester gewijd op 3 juni 1944
Missionaris in Pakistan van 1949 tot 1999
Gesterkt door het sacrament van de zieken

 

God was zeer goed voor mij,
Hij gaf mij lengte van dagen
En Hij gaf er bij
Veel meer dan ik dierf vragen.

'k Mocht diep in mijn hart
Zijn liefde ervaren
En in tijden van smart
De vrede bewaren.

Hij heeft mij steeds bemind,
Juist zoals ik ben.
Dank U, lieve God.

(Br. Maurin  Albert Vandierendonck)
 

   

 

Broeder Roger Reuse

Geboren te Brugge op 3 mei 1916

Gestorven te Izegem op 14 september 2008

 

Geboren te Brugge op 3 mei 1916 Kapucijn geworden op 15 september 1934 Priester gewijd op 12 april 1942 Missionaris in Ubangi-Kongo van 1947 tot 1964

Lid en secretaris van de Diocesane commissie Bisdom Brugge

voor oecumene van 1969 tot 1991

Stichter van de eerste oecumenische kapel te Brugge

Redacteur en uitgever van het Tijdschrift 'Oecumenisch Nieuws' van 1975 tot 1985

 

Gesterkt door het sacrament van de zieken overleden in 't Pandje te Izegem op 14 september 2008

 

In wat hij 'Mijn Testament' noemt, belicht P. Berthold voor ons de vele, zeer verscheiden activiteiten van zijn priester- en klooster­leven.
Geboren en opgegroeid in de schaduw van het kapucijnenklooster te Brugge, waar hij ook misdienaar was, werd hij begeesterd door Franciscus van Assisi en zijn volgelingen missionarissen. Daarom trad hij in bij de kapucijnen. 'Missionaris zijn', dat wou hij!

Na zijn priesterwijding door Mgr. Lamiroy, werd hij naar Aalst gestuurd als leraar van Poësis aan het St. Laurentiuscollege. Vier jaar later echter kreeg hij zijn benoeming voor de Ubangi­missie in Conga. Mgr. Tanghe, een Bruggeling, had hem zijn eerste keuze voor de missie in Pakistan doen wijzigen. In Conga zou hij 17 jaar verblijven (met een onderbreking waarbij hij met grote onderscheiding Licentiaat in Theologie haalde aan de universiteit van Freibourg): als broussepater, directeur van het Klein seminarie te Katakali, novicenmeester en tenslotte als Rector van het Grootseminarie te Bwamanda. Na de perikelen rond de onafhankelijk­heid kwam hij definitief terug in 1965.

Hij werd benoemd tot aalmoezenier van de psychiatrische kliniek St. Michiels te Brugge en gaf ook les aan de verpleegschool daaraan verbonden. Zijn 'missionarisideaal' was niet dood, maar werd omgevormd tot 'oecumenische dienst', op plaatselijk, nationaal en internationaal gebied. De internationale bidweek voor Eenheid was hem niet genoeg. Niet alleen was hij zeer actief in de diocesane oecumenische commissie, hij werd ook lid van de nationale katholieke commissie voor relaties met orthodoxe christenen. Gedurende zes jaar was hij voorzitter van 'International Ecumenical Fellowship' . De oprichting van de eerste oecumenische kapel van Vlaanderen te Brugge, daar was hij fier op.

Na een bezoek, samen met protestanten, aan een tentoonstelling over de ‘Lijkwade van Turijn,’ werd hij een enthousiast verdediger van de echtheid van dit doek en de waarde ervan als bindteken van alle christenen met de lijdende Christus.
Ouderdom komt nooit alleen: verschillende opnames in het ziekenhuis, leidden tot zijn opname in ’t Pandje op 13-08-2001. Het werd een lange lijdensweg, die eindigde op het feest van de Kruisverheffing.

Dankbaar om zijn leven onder ons
zullen wij ons hem herinneren.

Br. Adri Geerts, minister provinciaal van de Vlaamse Kapucijnen
en zijn medebroeders van de provincie.

De fraterniteit van Izegem.

WIJ GEDENKEN DANKBAAR LEO BAERT (P. Canisius)

 

Van Leo Baert kennen wij de geschiedenis van de periode dat hij in België verbleef. Minder bekend is echter zijn Canadese periode.
Leo werd geboren op 18 april 1914 en in 1939 werd hij priester gewijd. Ze waren maar liefst met 17 die gewijd weerden in 1939. Hij was de laatste van deze groep die overleed op 19 november 2008. In Aalst was hij gedurende 24 jaar leraar, maar toen het college van Aalst gesloten werd opteerde hij voor Canada. "Daar is geen werk in België" was zijn uit  leg "en ik verkoos Canada boven Congo."

 

Aanvankelijk werd hij in 1967 te Blenheim in Ontario geplaatst in het kleinseminarie. Maar, hoofdwerk in Canada startte in 1971 toen hij pastoor werd in de Sacred Heartparochie te ~ nipeg, een functie die hij 22 jaar bleef uitoefenen. Ook werd hij opgenomen bij de Knights Colombus waarvan hij later ook de "chaplain" werd. In 1993 werd deze parochie gesloten verhuisde Leo naar de parochie St. Alphonsus waar hij de tot nu toe verbleef. Enkel de laatste maanden moest hij om gezondheidsredenen de fraterniteit verlaten en werd hij opgenomen het rusthuis "Taché Centre" waar hij overleed op 19 november.
 Zijn liefde voor België was overduidelijk. De Belgische club en zijn verantwoordelijkheid 'chaplain' lag hem nauw aan het hart
Met zijn overlijden eindigt een hoofdstuk van de Belgische migratie naar Canada en dit zowelvoor de broeders als voor de bevolking van Winnipeg. In Manitoba zijn nu geen Vlaamse kapucijnen meer. Enkel in Ontario te Blenheim woont nog br. Ivo Tommeleyn als laatste Belg!

Op de vooravond van de begrafenis van br. Leo Baert op 25 november was er een gebedsdienst geleid door de aartsbisschop van St. Boniface, Mgr. Emile Goulet. Zoals gewoonlijk in Canada stond de kist vooraan in de kerk open. Na een gebed en de lezingen hield de bisschop een homilie waarin hij br. Leo prees voor de diensten bewezen aan de kerk van St. Boniface. Daarna volgden de voorbeden en een slotgebed. Na deze dienst kon iedereen die wilde getuigenis afleggen van hoe hij of zij Leo ervaren had. De opkomst hiervoor was groter dan verwacht en de getuigenissen waren soms indrukwekkend. Leo als mens, als huisgenoot, als toegewijd leraar, als man met eigen humor, als priester en vertrouwensman enz.

 Op 25 november werd de begrafenis geleid door Mgr. John Corriveau. Er was een beperkte groep kapucijnen omwille van de afstanden: Mgr. John Corriveau, Paul Duplessie, John Juhl, Kamiel Teuns en de medebroeders van de fraterniteit van Winnipeg: Jorge, Pierre Wood, Jer ry Graig, Tom. De opkomst was meer dan verwacht. Opmerkelijk was de aanwezigheid van de diocesane geestelijkheid en van de delegatie van de Belgische Club. John hield een schitterende homilie over de tekst van Job uit de eerste lezing. Na de viering reed de stoet naar het Belgisch kerkhof (Belgian Cemetery) waar Leo te ruste werd gelegd bij de andere kapucijnen.

   Zoals bij de viering de witte kleuren overheersten, zo rust hij nu in het witte, door sneeuw bedekte landschap van zijn tweede vaderland Canada.
Moge hij ook rusten bij de Heer!

 

HUBERT STALPAERT

Geboren 7/2/1929 te Vollezele
Ingetreden 15/9/1948
Priesterwijding 2/10/1956
Vertrokken naar de missie 30/12/1956

Pater Arnold was met hart en ziel missionaris. Hij kon zijn volk niet achterlaten. Terminaal ziek droomde hij nog om te kunnen terugkeren. Zo vol vuur voor zijn opdracht leerde hij met het grootste gemak on op korte tijd de twee inlandse talen: Penjabi en Urdu. Zijn eerste opdracht was de christen gemeenschappen in de dorpen bezoeken. Hij was steeds op weg met de fiets of per moto, soms een week aan een stuk zonder naar huis te komen, dit om zijn priestertaak te behartigen: mensen bemoedigen.

Zoals al onze missionarissen wist hij de kinderen op school te krijgen om hen zo van de weg van de armoede weg te houden. Hij leefde vanuit een diepe verbondenheid met God onze Hemelse Vader. Dit moet wel door zijn medebroeders vrij vlug opgevallen zijn, want hij werd de eerste Novicemeester van het pas opgerichte noviciaat voor Pakistaanse kapucijnen. Die God-Vader verbondenheid hield niets van krampachtigheid in zich want met een guitige lach kon hij anderen met zijn woordspelingen verrassen; Maar ook in pijnlijke momenten kwam zijn God-Vader verbondenheid sterk naar boven; toen enkele maanden geleden zijn broer stierf en men hem vroeg: 'wat zouden we boven op zijn gedachtenisprentje zetten,' dan kwam het er onmiddellijk uit: 'sterven is niet alleen afscheid nemen maar is een vaarwel zeggen en tot binnenkort bij de Vader'. Hij was toen al sterk getekend door de ziekte. Dit binnenkort is nu reeds begonnen bij de Vader. Dankbaar om zijn leven in verbondenheid met de Vader en om zijn sprankelende humor, zullen wij hem blijven gedenken.

Br. Adri Geerts, provinciaal van de Vlaamse Kapucijnen.
Zijn geliefde Pakistani.
Zijn medebroeders in Herentals.
Zijn dierbare familie Stalpaert en Godderie.

 
Hieronder volgt: Tekst uit VOX jg. 62 nr. 6  november-december 2008

Toen hij in Lahore toekwam werd hij in Sialkot Cantt geplaatst om Urdu en Punjabi te leren. Zijn eerste benoeming op 26/5/1957 werd Anarkali (Lahore). Hij stond in voor de dorpen aan de overzijde van de Ravi-rivier.
Bij zijn terugkeer uit verlof (11/9/1968) werd hij benoemd tot assistent pastoor van de kathe­draal en dit voor drie jaar.
Op 13/8/1971 benoemde P. Provinciaal hem als novicemeester te Kot Lakhpat. Hij werd lid van de eerste canoniek opgerichte communiteit van de kapucijnen te Kot Lakhpat.

Op 22/8/1973 gaf hij zijn ontslag als novicemeester en werd hij verplaatst naar Sialkot Cantt. als pastoor van Sialkot-City.

Op 7/11/1978 werd hij overgeplaatst van Sial kot naar Lahore Cantt. als pastoor en tevens verantwoordelijke voor de dorpen. Twee jaar later
(11/11/1980) ging hij voor zes maanden naar Manilla om zorg te dragen voor onze kapucijnen studenten. Bij zijn terugkeer uit Manilla werd hij pastoor benoemd te Gulberg (Lahore) tot hij de parochie van Lahore Cantt overnam op 1/11/1987.
  
In 1994 werd hij dan pastoor benoemd in Sial kot City wat hij gebleven is tot in 2008 toen hij op 9 mei 2008 wegens ziekte naar België moest terugkeren.
Hij verbleef sindsdien in ons huis te Herentals waar hij op 24 december 2008 overleed.
Hij werd begraven op het kerkhof te Herentals op 30 december
2008.
         
     
       
         

WALTER TRUDO

Geboren 12/01/1917 te Beveren-Roeselare
Ingetreden 15/9/1935
Priesterwijding 2/05/1943
Missionaris in Ubangi - Kongo van 1947 tot 1993
Overleden in 't Pandje te Izegem op 23/01/2009

 

Op 17 september 1986 vierde P. Walter samen met zijn koersgenoten zijn Gouden Kloosterjubileum. Als voorganger in de Eucharistie getuigde hij: 'Wij zijn geroepen geweest om, Jezus en Franciscus achterna, wegwijzers te zijn voor de mensen op hun tocht naar God. 50 jaar geleden hebben wij met al de edelmoedigheid van 20-jarigen onze geloften afgelegd.' Intussen zijn er weer meer dan 20 jaar voor bij, en is hij nu - verleden week 92 geworden - rustig naar Hem toegegaan, voor Wie hij geleefd heeft.Op 15 september 1935 deed hij zijn intrede in de Orde. Hij was toen 18 jaar. Tijdens zijn theoogische studies werd hij opgeroepen als soldaat-verpleger en op 12 mei 1940 werd hij krijgsgevangen genomen te Lummen, terwijl hij gewonden uit de frontlinie trachtte over te brengen naar het veldhospitaal. Na een lange voetmars tot Roermond, werden ze daar op goederenwagons geladen en getransporteerd naar het krijgsgevangenenkamp te Kaisersteinbruch, 45 km boven Wenen. In zijn nota’s vond ik enkel deze opmerking: 'We gingen er door de hel'. In februari 1941 kwam hij vrij en kon naar het klooster terugkeren.

Na zijn studies werd hij priester gewijd in 1943 en benoemd als leraar in ons St.- Laurentiuscollege te Aalst. Enkele jaren later deed hij zijn aanvraag voor de missie van de Ubangi, maar eerst moest hij nog zijn regentaat doen. In oktober 1951 vertrok hij dan voor de eerste keer, en zou missionaris blijven tot 1993. Onmiddellijk werd hij benoemd tot inspecteur van Onderwijs. In die functie moest hij regelmatig alle missiescholen bezoeken en inspecteren, verspreid over een oppervlakte van 3 maal België. Hij gaf zich volledig aan zijn taak, overtuigd als hij was dat onderwijs één van de grote hefbomen is voor een duurzame ontwikkeling. Hij had de naam streng te zijn, en dat was hij ook. Hij zette de puntjes op de i. Later was hij ook nog econoom van het Bisdom en vooral te Gemena hielp hij bij het pastoraal werk.

Eens definitief terug uit de missie - maart 1993 - kwam hij naar Izegem. Hij had niet te klagen over zijn gezondheid. Hij was een trouwe klant van de stadsbibliotheek en de altijd aanwezige biechtvader in de kerk.

En dan begon de verwarring. Het was een traag, gestadig uitwissen van al het vertrouwde. Hij die de weg vond in de uitgestrekte brousse van de Congo, werd als iemand die verdwaald was in een park, en de uitweg niet meer vond. Niemand weet precies wat dit voor P. Walter moet betekend hebben, wat er in hem is omgegaan toen de aftakeling steeds maar verder ging en hij als 'r ware onbereikbaar werd.

Stilaan zijn zijn vele gaven weggeëbd. Zoekend naar woorden keek hij ons soms aan en glimlachte.In 2003 werd besloten dat een meer gestructureerde aangepaste levensomgeving nodig was. En zo verhuisde hij naar 't Pandje (13.10.03). Liefdevolle verzorging is de enige zinvolle omgang met dementerende medemensen. Dat is mooi uitgedrukt door Isabel Allende: 'De tijd van doelmatigheid is nu overgegaan in de fase van de liefde'.

Het bezoek aan een dementerende zou men nooit mogen afwimpelen met de woorden:'Wat kan ik daar gaan doen?' Zij/Hij kent mij toch niet meer.' Een dichteres vertolkte wat leeft in het hart van zo'n mens: 'Ik zie je, en toch zie ik je niet.

Ik hoor je, maar ik versta je niet altijd.

Blijf met mij praten, al herken ik niet altijd je stem.

Want ik heb het gevoel:'Ik ben je niet vergeten'.

De laatste weken hebben we vaak gedacht:'Zal P. Walter de inzinking weer eens te boven komen?

Wellicht is hij er straks niet meer. Het straks is nu geworden. De Heer heeft hem geroepen en rustig, zo rustig, is hij - om het met St. Paulus te zeggen - 'voor eeuwig ingeslapen'.

De Minderbroeders-Kapucijnen
en de families Verbeke – Veryser
danken u voor uw gebed en blijken van deelneming.

ROBERT  HERTE

Geboren  te Aalst op 11 november 1930
Kapucijn geworden op 15 september 1949
Priesterwijding 7 oktober 1956
Aalmoezenier van het Centraal Observatiegesticht
Overleden in 't Pandje te Izegem op 17 februari 2009

 

Homilie voor P. Robert Herte, begraven op 24/02/09 te Izegem 

Franciscus die de rovers deed opzoeken om hen brood en wijn te geven… Met als resultaat dat zij uiteindelijk de donkere bossen verlieten om terug tussen de mensen te gaan wonen.
Jezus in het evangelie die zoveel hield van ‘Zijn schapen’ dat Hij Zijn leven voor hen heeft gegeven. Hij was en is de Goede Herder die het verloren schaap opzoekt, het koestert en het terug naar de warme schaapstal brengt.
Beide grote voorbeelden tonen aan Pater Robert een houding die voor hem zo geliefd was: in navolging van Jezus en Franciscus wilde hij mensen die afgeschreven waren door de ‘fatsoenlijke burgers’, met zijn groot hart terug brengen in de samenleving. Hij vond de invalshoek, de gevoelige plekken en de taal om jonge mensen die een verkeerde weg waren ingeslagen, tot juister inzicht en betere gevoelens te brengen, zodat zij zich weer integreerden in de maatschappij.
De gevoeligheid voor jonge, gekwetste en afgeschreven mensen had Pater Robert als ‘van nature’. 

Hij werd geboren in 1930. Hij was een vrolijke jongen die zijn humaniorastudies deed bij de kapucijnen in zijn geboortestad Aalst. Tijdens de oorlogsjaren moest hij niet in het internaat blijven, een gelegenheid waarvan zijn ouders en zus Denise gebruik maakten om hem thuis te verwennen.
In 1949 werd hij kapucijn te Edingen. Een jaar na zijn priesterwijding kwam hij, in 1957, aan te Lommel waar hij tot in 2004 verbleef. Aanvankelijk als verantwoordelijke voor het Serafijns Werk der Missies; het Roepingenwerk -  waarvoor hij heel Limburg afreisde - ; de pastoraal voor de mensen van de Glasfabriek-wijk; en de zorg voor de jongens van het internaat van ons Kristus Koningcollege. Maar in 1970 werd hij aalmoezenier in de drie afdelingen van wat men noemt ‘de Jeugdgevangenis van Mol’. En dit werd zijn levenswerk. Gedurende 47 jaar leefde hij in de fraterniteit van Lommel die bij hem de ‘spirit’ en het enthousiasme warm hield om zijn jongens te begeleiden.

In die kapucijnengemeenschap van Lommel (en later van Herentals) was hij een graag geziene figuur. Hij was er een plezante medebroeder die graag geplaagd werd. De recreaties van de confraters liepen nogal dikwijls rond zijn persoon.

Ook in de parochies van Lommel-Werkplaatsen, -Glasfabriek, -Stevensvennen en -Heeserbergen hield men veel van hem. En men waardeerde hem erg, vooral voor zijn mooie en krachtige stem waardoor hij veel volk naar zijn eucharistievieringen trok. Maar ook door zijn volkse omgang met de mensen was hij er heel geliefd.

In de jeugdgevangenis van Mol trok hij zowel personeel als jongens aan. Van Phil Bosmans leerde hij dat de hartelijkheid en de vreugde het geheim waren van de pastoraal. En die kwaliteiten bezat hij in hoge mate. “Geloofd zijt Gij, mijn Heer, voor zuster Zon” lag steeds in zijn mond.

Pater Robert hàd iets met de Zon. Hij zocht ze ook altijd op. En kon hij ze niet vinden aan het firmament, hij droeg ze steeds in zijn hart en zijn ogen. Zijn lijflied was “Breng eens een zonnetje onder de mensen…”. Met dit lied trok hij elke morgen vanuit Lommel naar Mol. Naar ‘zijn jongens’. Naar het Centraal Opvoedingsgesticht, de Hutten en het Rijksopvoedingsgesticht, waar hij 35 jaar aalmoezenier is geweest.

Daar gaf hij – met veel audio-visueel materiaal – zijn godsdienstlessen. Daar verzorgde hij met zijn jongens de originele en drukbezochte eucharistievieringen. “Alles op hùn maat” placht hij te zeggen.

Maar vooral was hij daar hun vader. Bij hem vonden zij in hun gekwetstheid de schouder om uit te huilen. Zij wisten dat hij hen ernstig nam,dat hij van hen hield als de Goede Herder. Vooral als zij zich door iedereen verlaten voelden trokken zij naar de éne die nog in hen geloofde: Pater Robert spràk met hen en hij leerde hen vaak weer bidden. Als een vader?  Méér nog als een moeder…

Ten gevolge van een verkeersaccident was hij ernstig gehandicapt. Dit bracht veel kwelling mee. Rond 2000 werd hij meermaals opgenomen in de kliniek van Lommel, waar hij liefdevol verzorgd werd. Maar het kon niet baten.
In 2004 verhuisde hij naar de gezellige fraterniteit van Meersel-Dreef. Daar voelde hij zich zo goed. Maar hoe broederlijk de medebroeders en zijn vrienden daar met hem ook omgingen, zij konden hem natuurlijk niet de deskundige verzorging geven die hij toen nodig had. Daarom werd hij in 2007 naar het ’t Pandje te Izegem over gebracht. Maar zijn ziek-zijn knaagde aan zijn levenslust. Gelukkig kreeg hij regelmatig bezoek van familie en heel goede vrienden. Van sommigen elke week, vanuit de Noorderkempen. Voor iemand waar de trouw steeds heel hoog stond aangeschreven, was dit een grote troost. Heel zijn leven is hij trouwens heel dankbaar gebleven voor de mensen die hem met raad en daad bijstonden en die hem hun vriendschap betoonden.

Op 17 februari (de sterfdag van zijn vader), overleed hij plots terwijl liefdevolle handen hem aan ’t verzorgen waren… 

Pater Robert zal bij heel veel mensen in het geheugen blijven als een gelovige lieve man die steeds het beste van zichzelf gegeven heeft voor zijn medemensen, vooral voor zwakke en lijdende jongeren.
Moge hij nu de volle vreugde genieten bij de Heer voor Wie hij leefde.   

Br. Jan Wouters.

 

Tekst gedachtenisprentje

Robert was een vrolijke jongen, die zijn humaniorastudies deed bij de kapucijnen in zijn geboortestad Aalst Ondanks de moeilijke tijdsomstandigheden, kende hij samen met zijn zus Denise een gelukkige jeugd, In 1949 werd hij kapucijn te Edingen. Een jaar na zijn priesterwijding kwam hij, in 1957, aan te Lommel, waar hij tot in 2004 verbleef. Aanvankelijk voor een aantal taken, waarvoor hij heel Limburg afreisde. In 1970 werd hij aalmoezenier in de drie afdelingen van wat men noemt 'de Jeugdgevangenis van Mol'. Dit werd zijn levenswerk.

In de kapucijnengemeenschap van Lommel was hij een graag geziene figuur. Ook in zijn parochies (Lommel­Werkplaatsen, Glasfabriek, Stevensvennen en Heeserbergen) hield men veel van hem. Men waardeerde hem erg voor zijn mooie en krachtige stem en vooral voor zijn volkse omgang met de mensen was hij er heel geliefd.

In de jeugdgevangenis van Mol trok hij zowel personeel als jongens aan. Hij wist dat hartelijkheid en vreugde het geheim waren van de pastoraal. En die kwaliteiten bezat hij in grote mate.

Zoals Franciscus, had hij iets met de zon. Hij droeg ze steeds in zijn hart en in zijn ogen. Zijn lijflied was:"Breng eens een zon­ne* onder de mensen...". Elke morgen trok hij naar 'zijn jongens' te Mol, waar hij 35 jaar aalmoezenier is geweest

Daar gaf hij godsdienstles en verzorgde met zijn jongens de

originele en drukbezochte eucharistievieringen. "Alles op hun maat", placht hij te zeggen. Maar vooral was hij hun vader. Bij hem vonden ze in hun gekwetstheid de schouder om uit te huilen. Zij wisten dat hij hen ernstig nam, dat hij van hen hield als een Goede Herder. Als zij zich door iedereen verlaten voelden, trokken ze naar die ene die nog in hen geloofde. Hij luisterde naar hen, sprak met hen en leerde hen vaak weer bidden. Als een vader??? Méér nog als een moeder...

 

Tengevolge van een verkeersongeval werd hij ernstig gehandicapt. Dit bracht veel kwelling mee, wat hem meermaals in de kliniek van Lommel bracht, waar hij liefdevol verzorgd werd. Maar het kon niet baten. Daarom verhuisde hij in 2004 naar de fra­terniteit van Meersel-Dreef. Daar voelde hij zich zo goed. Hoe broederlijk de medebroeders en zijn vrienden daar met hem omgingen, toch konden zij de deskundige verzorging niet geven die hij nodig had. Zo werd hij in 2007 naar 't Pandje te Izegem overgebracht, waar hij op 17 februari (de sterfdag van zijn vader in 1970) plots overleed terwijl liefdevolle handen hem aan het ver­zorgen waren.

Robert zal bij heel veel mensen in het geheugen blijven als een lieve man, die steeds het beste van zichzelf gegeven heeft voor medemensen, vooral voor zwakke en lijdende jongeren.

Moge hij nu de volle vreugde genieten bij de Heer, waarvan hij zoveel hield.


Frank Van der Linden

Geboren  te Booischot op 31 augustus 1935
Kapucijn geworden op 31 augustus1956
Priesterwijding 14 juli 1963
Overleden in het A.Z. Sint-Elisabeth te Herentals op 18 mei 2009

 

 

 

Frank,
Op uw gedachtenisprentje van uw Eremis in Wiekvorst schreef je: “Heer aanvaard m’nj onge wil, en de geestdrift van m’n jeugd om me in te zetten voor Uw mensen.” Dat was op 4 augustus 1963.
En, je hebt het ook ‘gedaan’. Je deed het op uw eigen manier en met eigen stijl. Zo was je ook! Heel eigentijds!

Maar voor enkele maanden zei je zo ineens: "Als Kapucijn heb ik van mijn oversten altijd mogen doen wat ik graag deed; les geven, scouts aalmoezenier, vieringen in de kerk. Ik ben daar heel gelukkig mee geweest."

Ja, Frank was geen pastoor, maar hij zag z'n werk veel breder dan lesgeven of aalmoezenier... Hij volgde ze allemaal, ook na de les en na het scoutslokaal Generaties lang kon hij z'n studenten, z'n scouts,z'n collega's volgen... en z'n parochie werd groter en groter.

Het parool 'Wees bereid' van de Scouts - (of was het van ons Heer zelf?)- stond bovenaan. Hij vertaalde dat door voor allen luisterbereid te zijn, en als iemand aanklopte volgde onmiddellijk een 'Ja!" De 'K' van VVKS is nu wel verdwenen uit de Verbonds-naam, maar hij zette die 'K' om in de praktijk en begrijpbaar voor iedereen. Jonge mensen zien heel scherp en gaven hem de totem-naam 'Eenvoudige Bij’ d.i. Altijd bezig en zo begrijpend voor iedereen. Ondanks de grote tegenslagen die hij moest meemaken zwaar ongeluk, hardhorig, en de kamerbrand die zoveel herinneringen vernietigde, bleef hij toch nog jonge
mensen motiveren en ondersteunen!... Dank U, Frank! En nu mag jijzelf aan 't woord komen. Maar uwe woordenschat bevat maar één enkel woord: DANK U ! Je zegde het zelfs met je ogen tegen al die vele, vele lieve mensen die u op alle mogelijke manier hielpen en weer 'zon' brachten Frank, je kreeg veelvoudig terug wat je gezaaid hebt en .."Je hebt St.-Franciscus goed begrepen! Heel goed!"

   

Frans Van de Venne
Broeder Jef

Geboren  te Herentals op 14 maart 1919
Trad in de orde op 3 juli 1937
In de Heer ontslapen in het Klooster te Herentals op 12 augustus 2009

 


 

Met broeder Jef verliezen wij een zeer verdienstelijke medebroeder uit onze plaatselijke gemeenschap en uit de Vlaamse kapucijnenprovincie. Op jonge leeftijd trad hij toe tot onze orde.

Zijn grote droom was missionaris worden. Hij had een grote liefde voor de zwarte bevolking van Congo. Hij sprak graag over zijn zwartjes en kon er niets negatiefs over horen vertellen.

Drieënvijftig jaar lang heet hij het beste van zichzelf gegeven in Congo. Als schrijnwerker en elektricien heeft hij op verschillende missieposten kostbare diensten bewezen.

Hij kon en mocht ook fier zijn op zijn geleverd werk. Hij werd gewaardeerd door de mensen en de medebroeders. Met fierheid droeg hij zijn ereteken van Ridder in de Kroonorde.

De laatste negen jaren van zijn leven mocht hij in zijn eigen Herentals doorbrengen.

Als trouwe kloosterling volgde hij stipt de gebedsvieringen en gemeenschaps­oefeningen. Vroeg in de morgen stond hij op om eerst zijn private gebed en devoties te doen.

Hij was iemand met een groot doorzettingsvermogen en sterk hart. Dat werd nog eens duidelijk gedurende de laatste weken van zijn leven. Maar tegen de dood hebben wij geen verhaal.

Broeder Jef, gij hebt de goede strijd gestreden, het geloof uitgedragen en bewaard. Moge de Heer u nu uw verdiende loon schenken in zijn tegenwoordigheid.

 

Pater Gaston Spillebeen
 

Geboren  te Izegem op 26 september 1924
Ingetreden in het noviciaat in 1943
Priester gewijd op 1 oktober 1950
In de Heer ontslapen in het St.-Dymphnaziekenhuis
te Geel op 11 september 2009

 

Dankbaar voor al het goede en schone uit het leven van pater Gaston, nemen wij afscheid van hem. Hij was een gekende figuur uit onze kapucijnengemeenschap. Er leefde in hem een grote sociale bewogenheid. Als propagandist van onze missies, liet hij zijn aandacht en bezorgdheid uitgaan naar de armen en minderbedeelden wereldwijd. Ook zijn werk eninzet, met en voor CDI Bwamanda is daarvan een groot bewijs. Zijn inzet en grote werklust maakte van hem een rusteloze mens.
Hij was voortdurend op weg en een meester in het leggen en onderhouden van kontakten. Zijn relaties met mensen waren niet louter zakelijk, maar hij kon ook diepe, persoonlijke verbondenheid met mensen opbouwen. Vandaar zijn grote vriendenkring. Dat hij goed met de jeugd omkon, bewijzen zijn vele kampen, die hij met de jongeren van de CM. hier te lande en in Zwitserland meemaakte. Hij heeft altijd een bijzondere aandacht gehad voor zieken en zwakken. En zijn eigen ziekte en handicap bracht hem nog dichter bij die mensen. Vele jaren was hij aan zijn rolstoel gebonden. Voor zulk een levendige en actieve persoon was dat een zware opdracht. Maar hij heeft geleerd om dat geduldig te aanvaarden. En dat maakte van hem een rustige man, die toch nog graag onder de mensen kwam. Zijn dagelijks toertje met zijn elektrische rolstoel in de stad en langs het kanaal maakte van hem een gekende figuur hier in Herentals. Spijtig genoeg is zijn laatste ri~e op zulk een ongelukkige manier geëindigd. Gaston heeft met zijn talenten gewoekerd en een rijk gevuld leven gehad. Zijn ondernemingsgeest, die hij van zijn familie meekreeg, heeft het hem mogelijk gemaakt om voor vele mensen iets te betekenen en te doen. Als priester wist hij de mensen aan te spreken en Gods liefde en bezorgdheid voor zieken, gehandicapten en ouderen van dagen te laten aanvoelen. Gaston, dank voor wie en wat je geweest zijt en gedaan hebt. Velen zullen u missen. Wij geloven dat je nu de volle vreugde en vrede gevonden hebt bij de Heer. Je hebt het verdiend.
 

Br. Fil Van Der Steen
en de medebroeders van Herentals

Gelezen in "De Weekbode" West-Vlaanderen op 18 september 2009:

   
   
 

Sterven is niet alleen afscheid nemen.
Het is vaarwel zeggen,
tot binnenkort bij de Vader.

Afscheid van pater Gaston Spillebeen

 Mijn kennismaking met pater Gaston dateert van 40 jaar geleden toen ik, na mijn studies van tropische landbouw, op zoek was naar een job in de derde wereld. Pater Gaston was tezelfdertijd, als missieanimator voor de kapucijnermissies in de evenaarprovincie, op zoek naar lekenpersoneel-ontwikkelingswerkers voor het nog op te starten Ontwikkelingsproject CDI-Bwa-manda. Tijdens de enkele maanden voorbereiding op mijn vertrek naar Congo, had ik het genoegen beter kennis te kunnen maken met pater Gaston. Reeds toen kwam hij over als een zeer dynamisch en enthousiast persoon die zeer overtuigend zijn zaak kon overbrengen. Hij was ook constant “onderweg”!

             Zo startte CDI-Bwamanda, vanuit het klooster te Antwerpen, waar Pater Gaston

toentertijd verbleef. Onvermoeibaar ging hij op zoek naar personeel en naar fondsen om het project in Congo in zijn verdere groei te ondersteunen. Minstens 150 ontwikkelingshelpers zijn door pater Gaston gescreend, alvorens uitgezonden te worden naar Congo of naar Pakistan. Hij was ook een meester in het aanknopen en onderhouden van contacten: Heel regelmatig bezocht hij de families van de uitgezonden coöperanten en vormde zo een gewaardeerde schakel tussen thuis en zoon of dochter overzee. Zowel in de vroege morgen, overdag of in de late uurtjes, altijd kon hij ergens opduiken.

            Hij was altijd “onderweg”: een blijde boodschap hier, een troostend woord daar; een luisterend oor voor menigeen, een vermanend gesprek soms. 

Hij was ook een crack in het vergaren van fondsen. Aan zijn overredingskracht konden weinigen weerstaan. Dankzij zijn meestal succesvolle ondernemingszin heeft CDI-Bwamanda in Congo zijn expansie kunnen realiseren. Onvermoeibaar was hij onderweg van de ene lokale organisatie naar de andere overheidsinstelling en dit zowel in België als elders in Europa tot in Canada en de VS toe, om het project voor te stellen en de nodige steun te bekomen. Tussendoor vond hij ook nog de tijd om spreekbeurten en diavoorstellingen te geven in talloze parochiezalen en scholen over heel het land. De kilometerteller van zijn wagen bereikte dan ook ongeëvenaarde hoogtes. Hij was altijd “onderweg”.

Ondertussen was hij, en met hem ook CDI-Bwamanda, in 1975 verhuisd naar het klooster te Leuven. Bankstraat 71 werd een begrip voor veel CDI-medewerkers.

Jarenlang werkte hij ook aan sensibilisering en bewustmaking van het werk van de missionarissen en van de ontwikkelingsproblematiek, eerst via Mipro (missiepropaganda, samen met pater Bob Monsecour en later via Moza (missie en ontwikkeling in Zaire - zoals Congo indertijd noemde) samen met Jan Weetjens.

            CDI-Bwamanda –België was sinds 1971 een erkende vzw en ngo (niet gouvernementele organisatie) geworden, met een kleine staf van trouwe medewerkers.

            Pater Gaston bekleedde achtereenvolgens de functies van voorzitter, afgevaardigd beheerder en gewoon bestuurder.

Begin jaren 90 was hij weer eens “onderweg”, op de luchthaven van Zaventem waar hij een coöperant voor Congo kwam uitwuiven. Plots stuikte hij neer op de grond: zijn fysieke problemen waren begonnen. In de toekomst zouden zijn bewegingsmogelijkheden beperkt zijn.

Hier begint dan de tweede periode van Gaston’ CDI carrière.

 "Hoe moest het nu verder? Hij die altijd onderweg was! Maar,” niet getreurd, we geven niet af, dixit Gaston: met een rolstoel kan ik mij behelpen en de telefoon is er ook nog”. Zo bleef hij nog een aantal jaren actief bezig met CDI-Bwamanda.

 Ook toen hij verhuisde naar het klooster te Herentals verdiepte hij zich nog in de werking van de computer en het e-mailverkeer om zodoende op de hoogte te kunnen blijven van het reilen en zeilen van de organisatie. Voor elke bestuursvergadering (die hij later noodgedwongen niet meer kon bijwonen), stuurde hij een aanmoedigend berichtje om ons een goede vergadering te wensen.

 De laatste jaren heeft hij heel wat gezondheidsproblemen gekend. Maar telkens kwam hij er weer bovenop, al moest hij hiervoor soms wel door het oog van de naald kruipen. “ We geven niet af”, weet u nog wel! Ondanks al deze ongemakken bleef hij even geïnteresseerd in CDI-Bwamanda. Zijn regelmatige telefoontjes werden een ritueel op het bureel. Steeds had hij een aanmoedigend woordje voor ieder van ons. Als geen ander kon hij iemand opbeuren na een moeilijke periode.

Wat zullen we hem missen!

 CDI-Bwamanda is pater Gaston dan ook onnoemelijk veel dank verschuldigd voor zijn veertigjarige onvermoeibare inzet en de bezieling waarmede hij ons begeleidde in ons werk ter bevordering van het welzijn van de Congolese bevolking. In naam van het bestuur van CDI, van de huidige en vroegere medewerkers en cooperanten en van onze Congolese partners, “dank u wel, pater Gaston”.!

 Enkele weken geleden was Pater Gaston nog maar eens ”onderweg”. Helaas, onverwacht kwam er plots een einde aan de rit. Pater Gaston is nu definitief aangekomen in een veilige haven. Moge hij van daaruit ons blijven inspireren om verder te gaan op de weg die hij ons toonde.!

 

Herentals, 18 september 2009

Jacqueline Van Heers

  Overgenomen uit VOX MINORUM jaargang 63, nr. 5  September-oktober 2009
                                    Informatieblad van de Vlaamse Minderbroeders-kapucijnen